De loterij van Altamira

18/01/2019

Het idee was om na El Gordo en El Niño, de loterijen van Kerst en Drie Koningen, in januari mee te doen aan de loterij van de grot van Altamira. Bij die trekking is niet zo´n groot geldbedrag gemoeid als bij de Kerstloterij. Bij die loterij bedroeg de laatste keer het totale prijzengeld 2,3 miljard euro. In Altamira is de hoofdprijs een onvergetelijke ervaring, geheel in de geest van de reclamespot van Eurocard Mastercard. Iedere vrijdag kunnen bezoekers die hun entreekaartje voor het museum kopen tussen half tien en half elf in de ochtend, deelnemen aan een trekking die bepaalt wie de vijf gelukkigen zijn die de originele grot 37 minuten lang mogen bezoeken. In november fluisterde een stewardess bij de ingang van het mueseum in mijn oor dat de kans om ingeloot te worden het grootst is in januari, als het laagseizoen is en er weinig bezoekers zijn. Omdat de grot op een klein uurtje rijden van ons huis is, was het plan om iedere vrijdag naar Altamira te rijden. Maar helaas, sinds begin dit jaar is de grot gesloten omdat er binnen een te hoge concentratie aan koolstofdioxide (CO2) is gemeten. Zolang dat niet verandert, blijft de grot dicht.

Sinds de grot vier jaar geleden weer voor een klein publiek openging, is het de eerste keer dat de loterij moet worden geannuleerd. Wanneer de grot weer opengaat, is niet bekend. De aanwezigheid van CO2 is een natuurlijk proces en op natuurlijke wijze moet de concentratie aan koolstofdioxide weer lager worden. In het museum bij de grot is de belangrijkste ´zaal´ van de grot op ware schaal nagebouwd, inclusief de tekeningen, waar de grot beroemd om is. Tekeningen van paarden, geiten, bizons en herten zijn op meesterlijke wijze aangebracht. De kunstenaar maakte handig gebruik van het relief in de rotsen voor de buiken van de dieren en de scheuren in de wanden om lijnen te benadrukken. De tekeningen zijn tussen de 14000 en 18000 jaar oud. Picasso merkte ooit op dat na Altamira de decadentie in de schilderkunst was ingetreden. De grot wordt de Sixtijnse kapel van de Prehistorie genoemd. De replica van de grot is ook een meesterwerk, maar toch. De nieuwsgierigheid naar de echte grot stijgt alleen maar. Die kans om die te bezoeken, is dus sinds vier jaar iets groter geworden. Vier jaar geleden werd een film opgenomen over Marcelino Sanz de Sautuola, de man die in 1879 de grot ontdekte. De hoofdrol werd gespeeld door Antonio Banderas. Een film met mooie beelden van Santillana del Mar, het middeleeuwse dorpjes op vier kilometer afstand van de grot, én van het interieur van de grot. Na een lange discussie werd besloten dat de cameraploeg toch binnen mocht filmen. In die tijd was de grot al jaren bijna hermetisch gesloten. In 1973 bezochten 174.000 mensen de grot. Dat aantal nam alleen maar toe en daarom werd in 1977 besloten de grot te sluiten. Tussen 1982 en 2002 ging de grot weer open met een bezoekerslimitiet van 8800 bezoekers per jaar. Toen uit onderzoek bleek dat de schilderingen werden aangetast, werd besloten de grot opnieuw op slot te doen. Tot vier jaar geleden, toen de loterij van Altamira begon. Al is het dit jaar voorlopig nog wachten op de eerste trekking. 

Anuncios

In de vallei van Valdeón

09/01/2019

Posada de Valdeón ligt aan de zuidkant van de Picos de Europa in de vallei van Valdeón en wordt omringd door plaatsen als Soto de Valdeón, Caldevilla de Valdeón, Cordiñanes de Valdeón, Los Llanos de Valdeón, Prada de Valdeón, Santa Marina de Valdeón en Caín de Valdeón. Deze laatste plaats is vooral bekend omdat daar het start-of eindpunt ligt van de Ruta de Cares, een wandelroute door een kloof langs het riviertje de Cares in het hart van de Picos de Europa, al uitgebreid beschreven in een andere post. Ooit moet iemand uit deze vallei zijn koffers hebben gepakt en de Atlantische oceaan zijn overgestoken. Generaties later werd op de flanken van de Andes een meisje geboren dat jaren later op de foto boven deze post posseert onder het bord met daarop haar achternaam. Alleen begint haar achternaam met de letter b. In de geschiedenis van de Spaanse letterkunde heeft regelmatig een strijd gewoed over de vraag wanneer een b of v moet worden gebruikt.  Zo heette de hoofdstad van Cuba ooit La Habana en hebben we het nu over Havana. Veel Spanjaarden weten vaak ook niet wanneer ze een b of een v moeten schrijven. Het is ook lastig omdat de v als een b wordt uitgesproken. Nederlanders die deze regel niet kennen, gaan er vaak de mist mee in als ze vino willen bestellen en dan geen wijn krijgen, maar sherry, dat fino is.

Maar goed ,dat is een ander, lang en ingewikkeld verhaal.  De foto is genomen bij de ingang van het dorp. Op de achtergrond heeft de ondergaande zon de bergwanden van LLambrión oranje gekleurd. Posada was uitgestorven aan het begin van het nieuwe jaar op een winterdag met temperaturen die bij het voorjaar horen. Veertien graden op een hoogte van 927 meter. Alleen ´s nachts daalde het kwik tot onder het vriespunt en hingen er ´s ochtends ijspegels aan de regenpijpen en lag er rijp op de velden. Bijna alle hotels en b&b´s waren gesloten. Alleen Amador had zijn pension Begoña opengehouden. Maar om nog even iets te drinken voor het eten moesten we naar Soto de Valdeón, een dorp op een kilometer afstand. Daar is bar el Pilo de enige bar in de omtrek waar in de wintermaanden het licht brandt en rook uit de schoorsteen komt. Voor de grap vroegen we aan de waardin of zij misschien iemand kende die ooit naar Latijns-Amerika was geëmigreerd. Een man aan de bar ving de vraag op en vertelde dat in Riaño de achternaam Valdeón veel voorkomt. Maar in Riaño moet je letterlijk naar sporen vissen. Dit plaatsje werd in 1987 bij de aanleg van een stuwmeer onder water gezet. Het had zo mooi kunnen zijn. Een ontmoeting tussen de Oude en Nieuwe Wereld. Of beter gezegd, de verpersoonlijking van de Oude en Nieuwe Wereld.

De gevulde schnitzel van Asturië

14/12/2018

Wat is een cachopo, was dit jaar in Spanje de meest gestelde vraag aan Google in de categorie Wat is… De cachopo heeft deze onderscheiding onder andere aan mij te danken, want tot afgelopen zomer had ik nog nooit van dit gerecht gehoord. Een vriend gaf me de tip toen hij hoorde dat we naar Asturië gingen. Daar is het naast de witte bonensoep de specialiteit van de streek. De cachopo, zoals te zien is op de foto boven deze post, is een enorme gevulde schnitzel. Meestal met kaas en ham. De kok van het restaurant in Cudillero, waar wij ons debuut maakten met de cachopo gebruikte cecina, een gedroogde ham van de koe, en schimmelkaas van cabrales. Het is de grote, sterke broer van de San Jacobo, die nog het meest lijkt op een kaassoufllé met een plakje ham, maar ook wel met een cordon bleu wordt vergeleken.

De uitverkiezing komt overigens niet omdat de flinke gevulde lap vlees opeens massaal is ontdekt op de menukaart, maar door de zogenaamde koning van de cachopo die de laatste maanden veel in het nieuws was. Deze ´koning´ was een zakenman die een´cachopo-imperium opzette in Madrid, maar al snel werd achtervolgd doo torenhoge schulden. Hij verdween spoorloos en werd er later ook van verdacht dat hij zijn vriendin om het leven heeft gebracht. Uiteindelijk werd hij herkend door de eigenaar van een restaurant in Burgos, waar hij in de keuken werkte. Ondanks dat hij flink was afgevallen en een baard had laten groeien. Opeens kreeg de cachopo landelijke bekendheid, zonder dat dus veel Spanjaarden precies wisten wat een cachopo nu precies is. En zoals het vaak gaat, opeens kom je de cachopo overal tegen. Onze slager maakt hem klaar op bestelling en vult hem met de ingrediënten die de klant hem vraagt. De cachopo is overigens een gerecht voor de hele familie. Alleen de grootste carnivoren zullen in staat zijn de enorme schnitzel alleen te verorberen. Er zijn inmiddels restaurants die een kleinere versie op de kaart hebben staan en cachopinos met verschillende vullingen in een portie aanbieden. Rest alleen nog de vraag of de misdaden van de ´koning´ niet zijn ´onderdanen´ naar de ondergang zullen brengen. Misschien geeft Google ons daar volgend jaar het antwoord op. 

Vis eten in Tazones

04/12/2018

Van een afstand leek het nog een plastic exemplaar. Alsof het een commerciële lokroep van een visrestaurant was. Maar eenmaal dichterbij was het toch een echte vis die aan de houten paal hing te drogen. Een zeeduivel, die net uit zee was gehaald. Een man die onze verbaasde gezichten zag, kwam uitleg geven en ging zo op in zijn verhaal dat hij ook nog maar wat recepten gaf voor het bereiden van el rape, de zeeduivel. De foto is genomen in Tazones, een kleine vissersplaats in Asturië. Een vriend uit Baskenland had ons deze plaats aangeraden. En als een Bask een gastronomische tip geeft, moet je die nooit in de wind slaan. Zo waren we op de feestdag van de zeebrasem die in onze vissersplaats Castro Urdiales werd gevierd, 219 kilometer verderop aan de kust in Tazones.

Profiterend van het lange weekeinde om weer een stukje van Asturië te ontdekken voor de reisgids Asturië en Cantabrië die volgend jaar in mei bij de uitgeverij Edicola zal uitkomen. In de gids zal Tazones zeker niet ontbreken. Aan de grootte van de parkeerplaats buiten het dorp is te zien dat dit dorp niet onbekend is. Alleen bewoners, Tazones telt er zo´n 255, mogen met hun auto het dorp inrijden. Door de hoofdstraat naar de kade om vervolgens na de bocht weer omhoog te rijden, het dorp uit, richting de bergen. Meer straten zijn er voor het autoverkeer niet. Tazones zou als eerste plaats in Spanje de toenmalige prins Karel van Gent hebben ontvangen voor hij werd gekroond tot koning Karel I. De vloot met de prins kwam voor de Cantabrische kust in noodweer terecht en daarom werd snel in Tazones aangelegd. Maar degenen die nu hun auto op de parkeerplaats zetten, doen dat vooral om vis te eten in een van de vele restaurants die er in de plaats zijn. Verse vis, die je op de kade in de haven kunt worden zien schoongemaakt. De mul of gewone zeebarbeel die wij bij La Tortuga aten, zagen we even daarvoor in een kruiwagen naar het restaurant worden gebracht. Op hetzelfde moment moet ook de zeeduivel aan de paal zijn geslagen. De paal staat op een pleintje waar eeuwen geleden walvissen op het droge werden getrokken. Langs de kade staan de korven waarmee onder andere de zeespin wordt gevangen, een andere lekkernij waar Tazones bekend omstaat. In een grote bak lagen die bij de ingang van het restaurant waren we aten. In een bak daarnaast lagen grote moten hondshaai. We aten buiten op het terras met uitzicht op zee bij een aangename temperatuur, en dat op de laatste dag van november. 

De rode zeebrasem van de heilige Andreas

27/11/2018

De brede glmlach op zijn gezicht verraadt dat hij in een opperbest humeur is vandaag. Achter zijn rug, ook al zo breed, worden de kerk en het kasteel steeds kleiner. Hij heeft het net zo naar zijn zin als de kinderen die hij in zijn sloep door de haven mag varen, langs vissersboten en plezierjachten. Het is een prachtige dag, zeker voor eind november. Wat wolkjes aan de verder strakblauwe lucht. Dit wordt zijn week, de week van de vissers. Op school hangen in de hal geen kleurplaten van sinterklaas, maar van de rode zeebrasem, de besugo. Van oudsher begon vanaf eind november de vangst van deze vis, op de dag van de heilige Andreas, 30 november. De eerste kerk die in de elfde eeuw in Castro Urdiales werd gebouwd, was gewijd aan deze heilige. En in deze kerk gingen de vissers bidden voor een behouden vaart en een goede vangst. Daarom is vrijdag een feestdag in Castro Urdiales. Hier geen pepernoten, maar slakken die worden aangeboden door het gilde van vissers.

Ook Pepe is lid van het gilde. Hij mocht zaterdag de excursie van de kinderen organiseren, langs de visafslag, het museum van de Visserij en de Zee, de kerk, het kasteel en tot slot de boottocht. En net als de kinderen genoot hij van het laatste onderdeel nog het meeste. Met een aantal kornuiten heeft hij in de calle de San Juan, de oudste straat in de historische kern van Castro, ook een klein museum ingericht dat vol staat met alles wat je maar kunt bedenken dat een visser nodig heeft op zee. Het gilde heeft bij de gemeente regelmatig aangedrongen om eens een echt museum te openen, maar dat blijft voorlopig een illusie. Van een gemeente die zijn culturele erfgoed, zoals het oude theater en het treinstation, met de grond gelijk maakt, hoef je niet te verwachten dat ze ook maar een euro investeren in het oprichten van een museum. En misschien is het maar beter ook. De schuur van Pepe en zijn kameraden en de zolder van het gilde dat officieel wel museum heet, zijn ruimten, die leven. Geen steriele vitrines van glas, maar oude boten waarin de collectie staat uitgestald. Netten en boeien die aan de muren hangen. Prachtige zwartwit foto´s van de vissersplaats Castro Urdiales die niet meer bestaat. Het ruikt er muf, maar ook naar zilt van de zee. Onze kinderen kijken hun ogen uit. Hun vader groeide op tussen de boomgaarden in de Betuwe, hun moeder op de flanken van de Andes. Maar zij werden hier aan zee geboren en groeien hier ook op. En misschien zullen ze hier ook wortel schieten, of beter gezegd, hun anker uitwerpen. 

Op de linkeroever

21/11/2018

Stairway to the future. De trappen brengen de reiziger naar het perron van de metro. Het is het station van Ansio in Barakaldo, een slaapstad net buiten Bilbao. Wie niet met de auto de stad in wil, kan die parkeren in de garage onder het Bilbao Exhibition Centre en dan de metro nemen naar de stad. Een goedkoop alternatief, want als je ook weer met de metro terugkomt, betaal je nog geen euro voor een paar uur parkeren. In Bilbao zijn de metrostations ontworpen door Norman Foster. Een van de architecten die Bilbao het gezicht gaf van de 21e eeuw. Voor we de trappen van het station op de foto boven deze post afdalen komen we langs een muur met alleen maar gezichten. Het zijn de gezichten van de industriestad Bilbao. De vrouwen op de visafslag, mannen in de ijzersmederijen. Op een pilaar naast de trappen staat een prachtige tekst. ´Als we onder de grond kijken, ontdekken we de sporen van ons verleden, van wat we waren, van wat ons staande houdt, de fundamenten van wat we vandaag zijn. De geschiedenis van de linkeroever is een geschiedenis van menselijke krachtsinspanning, van een zwaar leven zonder toegevingen, van strijd. Eerst om te overleven, om eervol te leven, daarna om te verbeteren, om te groeien, om een betere toekomst op te bouwen. Het is de erfenis die we kregen van degenen die ons voorgingen, van onze familie, van onze buren, die leefden in de schittering van het smeden, met hamerslagen, die het land openscheurden, kathedralen van staal bouwden, steen en vuur, de bergen doorborend legden ze wegen van ijzer aan naar de zee. 

De linkeroever, de margen izquierda. Het is niet alleen een geografische, maar ook een sociale aanduiding. Op de linkeroever wonen de arbeiders. Aan de overkant ligt Getxo met zijn goudkust en rijke villa´s aan het water. Op de linkeroever stonden de hoogovens, de staalfabrieken. Nog steeds ligt daar de noodlijdende scheepswerf La Naval, die de Nederlandse baggeraar Van Oord smeekt om toch zijn schip bij de Basken af te bouwen om investeerders te lokken. Op de plaats waar de hoogovens stonden liggen nu de moderne wijken van Barakaldo. Barakaldo is met honderduizend inwoners na de drie provinciehoofdsteden, de grootste plaats van het Baskenland. Y feo de cojones, voegen vrienden die daar wonen er aan toe. Oerlelijk, om hun opmerking iets verzachtender te vertalen. Het opruimen van de industrie en het uit de grond stampen van nieuwe appartementenwijken werd gedaan zonder stedenbouwkundig plan. De trots van Barakaldo is het enorme congres- en expositiecentrum BEC, waar onlangs de uitreiking van de MTV-awards werd gevierd. In de omgeving liggen de grote winkelboulevards van Mega Park en Max Center. Ikea, Decathlon, Leroy Merlin, ToysRUs. In deze winkels doet de huidge generatie van jonge gezinnen die in Barakaldo is neergestreken de boodschappen. Ze werken in Bilbao. Als ze met de metro naar hun werk gaan en bij het metrostation onder het BEC opstappen, zien ze iedere dag hun voorouders in de ogen.  

Het mooiste kerkhof van Spanje

04/11/2018

Een kerkhof met uitzicht op zee heeft altijd iets speciaals. Zielen die wachten om te veranderen in een bootje om naar het hiernamaals te varen. Dat zou ook een verklaring zijn voor de naam van de Costa do Morte, de kust van de dood in Galicië, waar ook de kaap van Finisterre ligt. Daar aan de kust gaat het niet alleen over het einde van de wereld, maar ook over het einde van het leven en het begin van het hiernamaals. Ieder jaar rond de dag van Allerheiligen verschijnt in verschillende Spaanse media de top 10 van mooiste begraafplaatsen. Altijd zijn er wel een paar bij die aan de Cantabrische kust liggen; Luarca, Comillas, of het kerkhof van ons eigen Castro Urdiales. Vreemd genoeg wordt het camposanto van Barro altijd overslagen. Het ligt dan weliswaar niet aan zee, maar wel aan het water. Aan de Ría van Barro, tussen de dorpen Barro en Niembro en niet ver van Llanes, een populaire vakantieplaats in Asturië. Het kerkhof ligt voor de 18e-eeuwse kerk van Nuestra Señora de los Dolores.

Bij de voorbereiding op het schrijven van een reisgids over Asturië en Cantabrië had ik op internet al wat foto´s gezien van het bijzondere kerkhof van Barro. Het was zaterdag, twee dagen na Allerheiligen, een goede dag om het kerkhof ook eens te bezoeken. De begraafplaats was veranderd in een bloemenzee. Geen rouwkransen, maar fleurige boeketten, sommigen in de vorm van een hart. Alsof het geen najaar was, maar voorjaar. De kleine begraafplaats wordt omringd door water, dat zich terugtrekt als eb begint. Vissers laten hun bootjes achter op een drassig stukje land pal naast de muren van het kerkhof. Boven op de muren staan drie pantheons. In één daarvan ligt de rijke indiano Anselmo Martínez Carrera, die zijn fortuin vergaarde in Mexico en de bouw van de kerk financierde. Het kerkhof ligt een tiental treden lager dan de kerk, waardoor je vanaf een soort balkon voor het hoofdportaal van de kerk uitkijkt over de graven. Keurig gerangschikt lijken ze te wachten tot ze aan hun laatste reis over het water kunnen beginnen. Aan de zijkant van de kerk staat een lange muur, waarin de kisten boven elkaar staan. Een manier van begraven die je veel ziet in Spanje, met als beste voorbeeld misschien wel het grote kerkhof van Barcelona dat aan de zeekant van de berg van Montjuic is ingericht. Ook ons kerkhof in Castro Urdiales heeft van zulke ´ladekasten´. Van dit kerkhof zijn de twee foto´s onder deze post. Om even te laten zien dat niet alleen het kerkhof van Barro het mooiste kerkhof van Spanje is. 

Jaarmarkt in Gernika

30/10/2018

Onder de daklijst van een hoog gebouw aan de calle Artekale in Gernika staat in Romeinse cijfers het jaartal 1945. Wij denken dan gelijk aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar de oorlog was voor Gernika al jaren eerder voorbij. Om precies te zijn, op 26 april 1937. Toen werd het stadje met de grond gelijk gemaakt na een langdurig bombardement door het Duitse Condorlegioen. Voor de Duitsers, die de opdracht kregen van Franco, was het een training voor latere bombardementen in de Tweede Wereldoorlog op Warschau en Rotterdam. Het was het eerste bombardement vanuit de lucht om zoveel mogelijk slachtoffers te maken en zo de moraal bij de vijand te breken. Tussen de 30 en 40 ton aan fosfor- en brandbommen werden boven Gernika afgeworpen. Ongeveer 155 mensen kwamen om het leven. In de dagen erna werden kinderen op schepen gezet en naar Engeland gebracht. Veel overlevenden verlieten Gernika om nooit meer terug te komen.

Het bombardement vond plaats op een marktdag, zoals het dat gisteren ook was. En niet zo maar een marktdag. Op de laatste maandag van oktober viert Gernika zijn jaarmarkt. Het hele centrum stond vol met honderden kraampjes, volgestouwd met kaas, bonen, wijn, taarten, tomaten, brood, paprika´s en nog veel meer producten die de bewoners van de boerderijen in de bergen van het Baskenland in Gernika kwamen verkopen. Tot vanuit de Pyreneeën van het Franse Baskenland kwamen ze afdalen naar Gernika. Gisteren viel de verkoop door het slechte weer tegen. Het regende, soms viel er hagel, en het was koud, zo´n negen graden. Het aantal bezoekers schommelde rond de 55.000, terwijl dat er in 2016 nog 140.000 waren. Degenen die wel naar de markt kwamen, trokken zich weinig aan van het slechte weer. Er werd volop geproefd aan de heerlijke kazen, het brood en de pastel vasco. Anoniem schuifelden tussen de bezoekers verschillende koks van restaurants met een Michelinster. Op het plein met het standbeeld van de componist van het lied over de eik van Gernika, José Maria Iparraguirre, zongen de bertzolaris vanaf het podium hun geïmprovieerde liederen. Op hetzelfde podium werd aan het einde van de ochtend de winnaar van de beste schapenkaas bekend gemaakt. Even later werd de kaas bij opbod voor 5607 euro verkocht aan een discotheek in Gernika.

Op het plein bij het gemeentehuis stonden verschillende groepjes bij elkaar met glazen txakoli, de Baskische witte wijn. Aan hetzelfde plein staat ook het Museum van de Vrede. Een documentatiecenrum dat tot in de kleinste details het verhaal over het bombardement in de Spaanse burgeroorlog vertelt. Buiten is nauwelijks nog iets te bespeuren van de tragedie. In de kerk van Santa Maria zijn nog wat inslagen te herkennen en naast de rechtbank is op ware grootte op een tegeltableau het beroemde schilderij van Picasso gekopieërd. Als je er een tijdje naar kijkt, hoor je het gebrom van de vliegtuigen, het gefluit van de afgeworpen bommen, de inslagen, het gegil van de bewoners, de ontreddering, het verdriet. De inwoners van Gernika begonnen al snel na het bombardement aan de wederopbouw van hun stadje. Binnen tien jaar was het grootste gedeelte van de huizen hersteld of was er nieuwbouw voor in de plaats gekomen. De boeren kwamen weer uit de bergen naar de markt. Gernika pakte de draad van het dagelijkse leven weer op. En in dat dagelijkse leven speelt de markt een belangrijke rol. 

 

Spaanse brieven uit Haarlem

26/10/2018

Daar staan we dan. Voor de deur van het militair museum in Valencia. Met twee boeken voor de directeur van het museum. Maar de deur blijft gesloten. Net als bij de sociëteit van gepensioneerde parachutisten, waar we ook al hadden aangebeld. Een deur verderop werd wel open gedaan. Een zwaarbewapende soldaat luisterde ons relaas aan. Dat we twee boeken hadden voor de directeur van het museum. Twee bewijsexemplaren voor het mogen gebruiken van een schilderij van het Beleg van Haarlem dat in het museum hangt. De soldaat liep weg om daarna terug te komen met een hogere officier. Hij mocht geen pakketjes in ontvangst nemen. Dat was verboden. We moesten onze missie aborteren.

Bij een bezoek aan het Escorial gaat het uiteraard al snel over de Tachtigjarige Oorlog. Het kloosterpaleis van Philips II is voor ons Nederlanders het hol van de leeuw. Begin september vertelde iemand tijdens het bezoek dat er binnenkort een boek zou uitkomen met daarin vertaalde brieven die Spaanse soldaten die vochten bij Haarlem naar hun vaderland hadden gestuurd. En oh toeval, nog geen maand later, schud ik bij een reis door het oosten van Spanje de schrijfster van dit boek, Barbara van der Kooij, (opnieuw) de hand. Zij staat op de foto voor de gesloten deur van het museum. 

Het is dit jaar 450 jaar geleden dat de Tachtigjarige Oorlog uitbrak. Het Rijksmuseum viert dat met een expositie en daaraan is ook een serie documentaires op televisie gekoppeld. Ook het boek van Barbara van der Kooij staat in het teken van de oorlog tussen de Nederlanders en de Spanjaarden. Nederland wil de expositie aangrijpen om het beeld dat wij hebben van de Spanjaarden in die tijd, met de hertog van Alva voorop, wat te nuanceren. Wat wij als kinderen op de lagere school leerden over de Spanjaarden was niet helemaal terecht. Het eerste jaartal dat ik uit mijn hoofd kende, was overigens het sterfjaar van Philips II. 1598, dat was ook ons telefoonnummer. De punderingen, de verkrachtingen, de wreedheid van de Spanjaarden, wordt de Zwarte Legende genoemd. Nu wordt de nadruk erop gelegd dat Philips II de rechtmatige gezagshebber was over de Lage Landen en dat wij Nederlanders opstandelingen waren.

Als dit een gebaar is naar Spanje, is het een overbodige geste. De Spanjaarden hebben het nooit over de Tachtigjarige Oorlog. Voor hen is de  Zwarte Legende de bugeroorlog en de lange periode van de dictatuur met Franco. En als ze dieper graven in de geschiedenis, zullen ze zich episoden herinneren uit hun eigen streek. Voor de inwoners van Zaragoza is dat bijvoorbeeld het beleg tijdens de strijd tegen Napoleon. De Spanjaarden zijn trots op de monumenten in hun streek; kathedralen, Moorse burchten, Romeinse tempels, kloosters, etc.  Het verhaal dat er achter schuilt, kennen ze vaak niet eens. De grootste vijand in de geschiedenis van Spanje is altijd Frankrijk geweest. Slechts een keer voelde ik het vijandschap van een Spanjaard tegen mijn vaderland. Dat was in de kathedraal van Las Palmas de Gran Canaria toen ik werd aangesproken door een priester omdat ik een vertrek binnen was gestapt dat voor het publiek niet toegankelijk was. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en toen hij Nederland hoorde, schudde hij het hoofd. Even dacht ik dat hij aan mijn landgenoot Pieter van der Does moest denken, de piraat die Las Palmas plunderde en ook de kerkklokken van de kathedraal meenam. Maar nee, hij mompelde bijna onverstaanbaar de woorden euthanasie, abortus en homohuwelijk. No está bien, no está bien. 

Het rode goud blinkt niet meer

23/10/2018

Ze konden het zo van het strand opscheppen. Bij iedere schep hoorden ze de kassa rinkelen. Maar die tijd is voorbij. De prijs van de roodalg is behoorlijk gekelderd. Kregen ze eerst nog 2,50 euro voor een kilo gedroogd roodwier, nu brengt dezelfde hoeveelheid amper tachtig cent op. Maar toch blijven ze scheppen aan de Cantabrische kust. De zilte geur dampt van de hopen roodalg af. Caloca heet de roodalg hier aan de Spaanse noordkust. Tot zo´n vijftien jaar geleden was de verkoop van deze alg een aardige bijverdienste, maar niet meer dan dat. Tot de rode smurrie in de mode raakte als bindmiddel. De alg werd populair in de wereld van de gastronomie, de cosmetica en de farmacie. Je kunt de alg terugvinden in levensmiddelen onder de code E-406, zoals mayonaise, kaas, puddingpoeder en bier. De substantie die vrij komt na het koken van de roodalg heet agar-agar, een woord uit het Maleis dat gelei betekent. In de 17e eeuw werd het bij toeval ontdekt toen iemand een soep kookte, waarin roodalg zat. De Nederlandse koopvaarders namen het mee naar Europa. 

De oogst vindt plaats in september en oktober als de zee bij springtij de alg op het strand braakt. De man op de foto boven deze post heeft hier in Castro Urdiales samen met zijn kameraad het monopolie op de handel in coloca. Ze schrapen de alg op grote hopen en voeren het met een tractor af. Dit jaar hadden ze geluk. Door het goede weer konden ze de alg droog aanleveren, waardoor ze een iets hogere prijs zullen krijgen. En dat geldt ook voor hun tientallen collega´s die op andere stranden aan het werk zijn. In de zee voor plaatsen als Comillas en San Vicente de la Barquera gaan tractoren de zee in om de alg uit het water te dreggen. Van nauwelijks bereikbare strandjes wordt de oogst vanaf de kliffen omhoog getakeld. Er wordt hard gewerkt, ondanks de lage prijs die ze krijgen voor dat werk, veroorzaakt door de concurrentie uit Marokko en de Chinezen die een alternatief voor de agar-agar hebben ontwikkeld.