De eerste stappen

17/06/2017

We gaan iets proberen, zei Guillermo, de fysio. Hij knikte naar de gelijke brug. Ik parkeerde de rolstoel tussen de twee leggers en wachtte af. Guillermo deed me een tuigje om en met een afstandsbediening takelde hij me uit mijn rolstoel tot een hoogte dat ik met mijn voeten op de grond stond en mijn knieën gebogen bleven. Strek je benen, zei Guillermo. Met mijn armen drukte ik me op de leggers omhoog om mijn benen zoveel mogelijk te ontzien. Na vier maanden hadden mijn beenspieren wel wat aan krachttraining gedaan, maar ik had geen idee of mijn benen het lichaam van inmiddels zo´n honderd kilo konden dragen. Ik voelde me een baby giraffe die zojuist door zijn moeder van ongeveer twee meter hoogte uit de baarmoeder was geworpen. Handen naar voren, rug recht, knieeën gestrekt, kont naar voren, herhaalde Guillermo. Het klonk als een buitenaardse dans. Waar te beginnen. Als ik mijn handen naar voren deed, ging mijn kont naar achteren en de rug wilde zich alleen maar rechten als ik mijn armspieren aanspanden ter hoogte van mijn lichaam en niet voor me. Zo kun je wel lopen, maar lijk je net Groucho Marx of een waterskieër.

Ik was totaal vergeten welke houding ik me ooit aannam voor het ongeluk. Toen was het nog een automatisme. Je stond op uit bed, van de bank of uit een stoel en je stond rechtop. Voila! Maar nu tussen de gelijke brug, ik had geen idee wat te doen. Het automatisme had plaats gemaakt voor een beweging met de moeilijkheidsgraad van een tangocursus. Twee dagen later wist ik het weer. Het geheim zat in de rug. Als ik die kon rechten, nam ik veel druk weg op mijn knieën, die ik niet meer zo geforceerd hoefde te strekken en ik nam behoorlijk wat werk weg bij mijn armspieren. Ik had de juiste houding te pakken. En nu? vroeg ik aan Guillermo. Probeer maar te lopen. Hoe ging dat ook alweer? Gewoon, zoals de meeste mensen dat doen, was zijn lackonieke antwoord. Op het terrein van het hospitaal had ik aandachtig wandelaars geobserveerd, maar wat was hun geheim. Hoe zetten ze hun ene been voor het andere. Guillermo onthulde me het raadsel. Het standbeen moest gestrekt blijven, de handen naar voren en met het andere been kon ik dan een stap zetten. Ik probeerde het, het ging houterig, Armstrong zou waarschijnlijk met zo´n stap op de maan zijn teruggefloten door de NASA, maar toch, ik had een stap gezet. Eerst een met mijn linkervoet, daarna met mijn rechtervoet. Het begin was er. Het ging krampachtig, het kostte veel energie. En het mag ook weer niet teveel energie kosten, want dan zullen de spastische aanvallen toenemen. Maar hoe dan ook,  ik was een nieuwe weg ingeslagen. Een weg, waarop ik straks afscheid mag nemen van het tuigje dat me nu nog opvangt als mijn knieeën onder mijn gewicht bezwijken. Daarna zullen er obstakels opdoemen tussen de gelijke brug. Blokken om overheen te stappen, een zachte mat die mijn evenwicht op de proef zal stellen. En aan het einde van de gelijke brug zullen er twee krukken en een rolator klaar staan, en zal ik ´los´ mogen. En helemaal aan het einde van de weg staat daar de loopband, bijna verscholen in een hoek van de gymzaal als laatste vakje van het ganzenbord, of beter gezegd, levensweg. Er liggen nog veel gevaren op de loer. Zal de motoriek helemaal terugkomen, zal ik er geen zwabberbeen aan overhouden. Maar dat is toekomstmuziek die nu nog heel ver wegklinkt. Eerst was het motto, beetje bij beetje. Nu is het stapje voor stapje en dat klinkt al een stuk hoopgevender. Ik wandel in een tunnel op weg naar het licht.

Dit is de laatste post van het drieluik over mijn ervaringen in het nationale revalidatiecentrum in Toledo. Spaans Bloed gaat toch vooral over reizen, door Spanje, Marokko, Peru, Cuba en Portugal. Deze reis is mijn eigen persoonlijke reis in mijn eigen kleine wereldje.  

 

Een wetenschappelijk Lourdes aan de Taag

10/06/2017

Bijna direct nadat de dokter zich heeft voorgesteld, waarschuwt ze de patient. Het is hier geen Lourdes. Die indruk wordt in de landelijke media regelmatig gewekt, als iemand die al jaren in een rolstoel zit naar Toledo wordt gestuurd en daarna opeens weer kan lopen. En het lijkt ook een wonder als je op je buik op de behandeltafel ligt en je probeert al een paar dagen je voet naar je knieholte te bewegen maar je voet komt nog geen halve centimeter los. En dan op een dag, zonder extra krachtsinspanning ´zweeft´ diezelfde hak opeens richting knieholte. Niet een of twee keer, maar tien keer. Toch een wonder? Maar nee, de ontsteking in het ruggenmerg is waarschijnlijk afgenomen. Het commandocentrum in het hoofd maakt weer contact met de ledematen of de stijfheid of spasticiteit is afgenomen. En zo herstelt het lichaam langzaam. Van een in elkaar gefrommeld hoopje ellende met leeggelopen spierbundels als doorgeprikte balonnen, tot een wederopstanding die zich langzaam maar gestaag voortzet. Maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Er komen patienten binnen die een complete aandoening hebben. Dat wil zeggen dat hun lichaam onder de plaats van hun blessure niet meer zal herstellen. In een enkel geval weet het medische team een doorbraak te forceren, en daardoor geniet het hospital nacional de parapléjicos in Toledo landelijke bekendheid. Vanuit heel Spanje worden patienten naar dit centrum voor dwarslaesies gebracht met helikopter of ambulance. Tot een paar jaar geleden waren het vooral slachtoffers van verkeersongelukken, nu zijn valpartijen in huis de belangrijkste oorzaak. Ook patienten van hernia-operaties die gedeeltelijk zijn mislukt worden naar dit ziekenhuis aan de rand van de Taag gebracht. Het ziekenhuis werd geopend in 1974 in opdracht van de minister van Gezondheidszorg van het Francoregime die uit een naburig dorp kwam. Het prinselijk paar Juan Carlos en Sofia kwam de opening verrichten. Het ziekenhuis ligt op het oude landgoed La Paraleda, de Perengaard, maar perenbomen staan er nauwelijks meer. Voornamelijk amandel- en olijfbomen. In de verte doemt de oude stad op met het vierkante robuuste alcázar dat het aangezicht van het middeleeuwse Toledo domineert. Inmiddels valt het ziekenhuis onder de autonome regio van Castilië en La Mancha. Drie jaar geleden werd het ziekenhuis fors uitgebreid. Er zijn bedden voor 220 patienten, een enorme zaal voor de fysiotherapeuten, er is een kinderafdeling, er zijn psychiaters en psychologen, een intensive care, chirurgen, een afdeling voor kunstmatige inseminatie, etc. In zijn vrije tijd kan de patient tafeltennissen, over het terrein rijden op een handbike, basketball, volleyball of badminton spelen, of op het terras in de tuin of op de steiger aan de Taag bijkomen van alle inspanningen. Een patient met een dwarslaesie of een aandoening aan de rugwervel kan zich geen beter revalidatiecentrum in Spanje  wensen. Maar het is hard werken en het beleid is meedogenloos. Voor mijn aandoening, een ontsteking ter hoogte van de nekwervel, staat een verblijf van zes maanden, zonder dat je de garantie krijgt dat je na die zes maanden helemaal hersteld zal zijn. Je zult dan verder moeten gaan revalideren in of in de buurt van je eigen woonplaats. Patienten die geen vooruitgang meer boeken, wordt meegedeeld dat zij niet langer in het ziekenhuis kunnen blijven. Het hart van het complex is de gymzaal, want daar wordt het herstel echt zichtbaar. Er staan rijen behandeltafels, kooien voor de intensieve krachtoefeningen, waarbij je soms denkt dat het Inquisitie weer terug is in Toledo, gelijke bruggen voor loopoefeningen, hometrainers, en de trots, twee Zwitserse robots, waarin het lichaam weer leert lopen en de patient als hij zijn ogen sluit, zich misschien toch even in Lourdes waant.

Geboorte en wedergeboorte

03/06/2017


Het einde van het onbezorgde, veilige bestaan in de baarmoeder kwam in zicht.  Waarschijnlijk hoorde je regelmatig die zware stem, die zich zorgen maakte over jouw komst en dan vooral over de dag van jouw geboorte  De derde echo gaf hoop. Je lag voor op schema, voor het weekend kon je al weleens in ons midden zijn. Papa had haast, want die zou jouw geboorte weleens kunnen missen. Hij was aan een reis bezig die hij nooit had willen maken. Van Castro Urdiales, via Laredo naar Santander en vervolgens naar Toledo. Niet langs hotels, maar langs ziekenhuizen. Op 1 januari was hij ongelukkig gevallen. Via een hernia in een nekwervel was er een ontsteking in het ruggenmerg geschoten. Hij kon zijn benen niet meer bewegen, hij had nauwelijks nog gevoel in zijn handen. Op 23 februari om 06.00 uur zou hij naar het revalidatiecentrum in Toledo worden gebracht. Hopelijk konden geboorte en wedergeboorte  elkaar  nog even kort in de armen sluiten in het ziekenhuis van Santander.  En uiteindelijk gebeurde dat ook. Op de valreep. Je weg door het geboortekanaal werd een snelweg. De vliezen werden gebroken en daar was je, om 05.20 uur. Veertig minuten voor papa naar Toledo zou worden gebracht, voor het begin van zijn wedergeboorte in het landelijke revalidatiecentrum voor dwarslaesies, waar hij ging proberen om weer te leren lopen.  Op de intensive care in Santander hadden ze hem de eerste dagen gevoed met pakjes yogurt, hij kreeg een luier om en hij werd gewassen. Hij onmoette je op het eerste vakje van Levensweg. Toen jij een paar weken later naar Toledo kwam, spartelde je al aardig met je beentjes, en binnen een jaar zal je waarschijnlijk proberen je omhoog te drukken aan de lage salontafel in de woonkamer en zal je spontaan je eerste stappen gaan zetten. Zo ging dat ook met je broertjes. Met vallen en opstaan. Op een natuurlijke wijze, zoals je ook zult leren praten, misschien ook wel in het Nederlands. Net als het leren van een vreemde taal op latere leeftijd, valt het ook niet mee om opnieuw te leren lopen. Dat ondervindt papa nu zelf ook. We worden allebei gereden. Jij in de kinderwagen, papa in zijn rolstoel. We kijken elkaar aan. Jij met een blik vol vertrouwen, of er jou  met mama en papa in de buurt niets kan overkomen. En papa ziet in jouw grijsblauwe  ogen zijn grootste inspiratiebron.  

Het toverwoord is PIN

30/12/2016

img_8076

En dan gaat het niet om de viercijferige code van de bankpas. PIN is in deze streek, maar misschien geldt het wel voor heel Spanje, de formule om met kinderen de kerstvakantie door te komen. PIN staat voor Parque Infantil Navidad. Sporthallen, feesttenten en een grote hal in het congrescentrum BEC in Bilbao, zijn ingericht als kinderspeelplaats met glijbanen, klauterrekken, trampolines en ballenbakken. Vroeger op school heette het apekooien als alle toestellen van de gymzaal werden opgesteld. Het woord apekooien zou ook het beste onderschrift zijn voor de foto boven deze post. Deze indoor-speelparken zijn dé plaatsen voor kinderen om hun energie kwijt te raken. De traditionele appartementen in Spanje zijn te klein om kinderen wat speelruimte te geven. Daarom zijn er ook zoveel speelplaatsen in parken en op pleinen ingericht. Vaak omringd met bars en terassen, zodat de ouders met een glas wijn of bier toezicht kunnen houden. In El Gato, een bar bij ons in Castro Urdiales, is op de eerste verdieping een speelruimte ingericht met een kleine ballenbak, een glijbaan, een paar driewielers en wat dozen met speelgoed. Beneden bij de bar hangt een groot beeldscherm, waarop de ouders hun kinderen in de gaten kunnen houden. Veel ouders zoeken hier hun toevlucht op img_8091de dagen dat het regent en er niet buiten kan worden gespeeld. De foto boven deze post en die hier links, zijn overigens niet genomen in zo´n PIN, maar in het Bizkaia Park Abentura. Een enorm attractiepark, ingericht in een grote loods, achter de papierfabriek van Güeñes, een dorp ten zuiden van Bilbao. Dit kinderparadijs ging eind november open en niet alleen voor de kerstvakantie. Het is een goede optie voor ouders om hun kinderen in de komende vakanties bezig te houden. Zeker voor de ouders hier in Cantabrië. Het vakantierooster heeft in deze regio een revolutie ondergaan. De schookinderen hebben hier nu bijna dezelfde vakantieperioden als hun schoolmaatjes in Nederland. Dit jaar hadden de kinderen in Cantabrië voor het eerst herfstvakantie. Na de kerstvakantie hebben ze eind februari rond carnaval voorjaarsvakantie en daarna volgt de paasvakantie. Op 26 juni begint de zomervakantie, die niet zo lang zal zijn als in de rest van Spanje, om de vrije dagen van de herfstvakantie te compenseren. 

De ciderboerderijen van Astigarraga

24/12/2016

img_20161111_145135

Als de Basken straks de laatste resten van hun kerstmaaltijden nog aan het herkauwen zijn, staat alweer een nieuwe gastronomische afspraak op de kalender. Vanaf januari openen de sidrerias, de ciderboederijen weer hun deuren. En dat betekent een grote t-bonesteak van de os, de chuletón, eten en onbeperkt cider drinken. Het vaste menu in de ciderhuizen. In het Baskenland zijn de meeste van deze restaurants gelegen rond Astiarraga.  Ze liggen iets ten zuiden van San Sebastián verscholen langs en onder het knooppunt van wegen die naar Pamplona, Frankrijk, Bilbao en Vitoria Gasteiz gaan. In de omgeving veel appelbomen. De appelteelt gaat terug naar de tijd dat uit de haven van San Sebastián de schepen onder de vlag van de Real Compania Guipuzcoana de Caracas naar de Nieuwe Wereld zeilden. Een soort Baskische West-Indische Compagnie. De handelaren brachten keramiek uit Valencia, wijn uit de Riojastreek en wol uit Castilië naar de koloniën en kwamen met cacao, koffie en tabak terug. Het waren deze Basken die het monopolie doorbraken die de Nederlanden hadden op de handel in cacao. De zeevaarders ontdekten dat het drinken van cider op de lange reizen dé manier was om voldoende vitamine C binnen te krijgen en zo scheurbuik te voorkomen.

015 Dat is de reden van de vele ciderboerderijen en de appelgaarden ten zuiden van San Sebastián. Er staan er maar liefst 24 rond Astigarraga. Na de oogst in september worden de appels geperst en laat men het sap fermenteren. In januari worden de vaten aangeslagen. Als de vaten leeg zijn, zo rond april sluiten de ciderboerderijen hun deuren weer. Natuurlijk zijn er ook ciderrestaurants die het hele jaar door zijn geopend, zoals Arriaga in de calle Perro in Bilbao of Marcelino bij ons in het dorp. In welke sidreria je ook komt, het menu is bijna overal hetzelfde. Als voorgerecht vis- en hampaté, een omelet van kabeljauw en soms ook groene paprikaatjes en chorizo. En als hoofdgerecht de t-bonesteak van de os. Langs de muur staan de grote vaten opgesteld waar de bezoeker onbeperkt cider kan tappen. De cider moet met een lange straal in glas of karaf worden geschonken, zodat de appelwijn gaat schuimen en het aroma vrijkomt. Het is als met bier, als de sider doodslaat kun je hem maar beter weggooien. De foto boven deze post is genomen in de ciderboerderij van Lizeaga, waar ik voor een klus in november was. Een Engelse dame wilde met haar familie de verjaardag van haar man in een ciderboerderij vieren. Het enige dat ik moest doen was de familie van Bilbao naar het restaurant in Astigarraga brengen, met de familie mee eten en ze weer terugbrengen naar het hotel in Bilbao. Ogenschijnlijk een eenvoudige opdracht, al viel het niet mee om in een ciderboerderij geen druppel cider te mogen drinken. Lizeaga was in november een van de weinige ciderboerderijen die open was. Een traditioneel lokaal gerund door vader en dochter. Het brood werd niet keurig gesneden en in een mandje geserveerd, maar als heel stokbrood op tafel gelegd. De kabeljauwomelet werd midden op tafel gezet. Geen bordjes om je eigen stukje op te leggen. Toen ik namens de familie om bordjes vroeg, kon ik er als tegemoetkoming twee krijgen. In de 16e-eeuwse boerderij was er alleen cider, rode wijn en water. Geen menukaart en geen verwarming. De meeste gasten, ook lokaal, aten met hun dikke winterjas aan. Maar wel een ontzettend goed bereide steak. Zo lekker had de familie die in Londen nog nooit geproefd.

 

Er dreigt gevaar voor de siesta

19/12/2016

img_8028

Een proefbalonnetje oplaten heet het in de politiek. Een minister lanceert een plan, zonder dat al te hebben uitgewerkt en wacht dan af wat de reacties vanuit de maatschappij zullen zijn en of er draagvlak voor is, ook al zo´n mooie politieke term. Zo riep de minister van Werkgelegenheid, Fátima Báñez op vrijdag dat er niemand in Spanje na zes uur nog op de werkvloer moet zijn. Het eerste dat de Spanjaarden zich vertwijfeld afvroegen was of dat ook voor het personeel in de bar geldt. De regering wil af van het onhandige dagritme, waar de middag abrupt overgaat in de nacht, voor avond is niet eens een woord uitgevonden. De gewoonte in Spanje is dat er tot twee uur wordt gewerkt, daarna volgt de lange middagpauze van drie uur en vervolgens werkt men van 5 tot 8 uur ´s avonds. Dat dagritme is na de Spaanse Burgeroorlog ontstaan. Daarvoor kwamen de Spanjaarden bijna gelijk met hun Noord-Europese collega´s uit de fabriek. In de na-oorlogse jaren was er veel armoede. Naast de vaste baan, ging men op zoek naar een bijbaantje, una chapuza, zoals dat in het Spaans heet. Beunhazen zeggen wij in Nederland. Dus ´s ochtends tot 2 uur werd er gewerkt en na de lange middagpauze maakte men nog wat uren. Dat ritme is langzaam in het Spaanse leven geslopen en het zal niet meevallen om dat te veranderen.

Maar het moet, vindt de minister omdat die lange middagpauze de oorzaak is van de lage produktiviteit. Die 001-11laatste uren in de middag is het na een uitgebreide lunch lastig op gang komen. Regelmatig eet ik in Bilbao met een vriend die bij een bank werkt. Eerst nemen we twee wijntjes vooraf, dan bij het dagmenu nog een fles wijn en tot slot bij de koffie nog een kruidenbrandewijn. Als ik dan vraag wat hij ´s middags nog gaat doen op zijn werk, is het antwoord vaak, mails nakijken, bureau opruimen, agenda bijwerken. Veel Spanjaarden die buiten de stad wonen en in de stad werken, willen die lange pauze ook niet, omdat de tijd tekort is om naar huis te gaan, zeker als ze met de auto moeten. Dan kunnen ze op een dag vier keer in de file staan. En bedrijven die zowel filialen in Spanje als in het noorden van Europa hebben, willen ook dat de werktijden op elkaar worden afgestemd. Premier Rajoy gaf voor de verkiezingen van vorig jaar al een voorzet door aan te kondigen dat hij de klok een uur wil terugzetten en een einde wil maken aan de lange middagpauze. Volgens de meridaan van Greenwich zou Spanje dezelfde tijd moeten hebben als Engeland en Portugal, maar toen Europa in tijdzones werd ingedeeld, was Franco aan de macht en die wilde dezelfde tijd hebben als Duitsland. Tussen het moment dat de zon opkomt in Barcelona in het oosten en La Coruña in het westen, zit bijna een uur verschil. Galicië ligt recht boven Portugal, maar heeft niet dezelfde tijd als het buurland. Of de minister haar plan verder gaat uitwerken, is nog niet bekend. Maar voorlopig hebben de Spanjaarden weer voldoende gespreksstof in de bar en bij de kapper, tot laat op de avond.

Een Onbevlekte Ontvangenis in de Nederlandse klei

16/12/2016

el_milagro_de_empel

En om de trilogie van vragen af te ronden, de laatste; of ik nog regelmatig in Nederland kom. Ja, en toevallig was ik er nog het afgelopen weekeinde. Een bliksembezoek, bijeenkomst bij de reisorganisatie en nog wat tijd om bij te praten met familie en vrienden. Een tripje overigens die niet over de Spaanse´ brug´ ging. Veel Spanjaarden gingen er vorige week tussenuit, profiterend van een lang weekeinde of zelfs een vrije week. Een puente, een brug, heet het als de dag tussen twee vrije dagen ook een vrije dag is. Dinsdag 6 december was een landelijke feestdag, de dag van de Constitutie, en donderdag 8 december stond de feestdag in het teken van de Onbevlekte Ontvangenis. Deze feestdag is volgens mij de enige feestdag op de Spaanse kalender die het land heeft te danken heeft aan een overwinning van het Spaanse leger. Een overwinning in de Tachtigjarige oorlog bij de slag van Empel, la batalla de Empel. Empel ligt in het Land van Maas en Waal. Vroeger voetbalden we er met de VV Beesd tegen Emplina. Niet de overwinning op de Turken bij Lepanto of de overwinning op de Fransen bij Saint Quentin, maar de slag om Empel heeft de Spanjaarden een vrije dag gebracht. Op Wikipedia staat bij het verhaal over deze slag een afbeelding van het schilderij van Augusto Ferrer Dalmau. Het lijkt een typsch voorbeeld van een schilderij uit de 19e eeuw, de tijd van de Romantiek, waar historische gebeurtenissen vaak een hoofdrol spelen. Maar het doek van deze Catalaanse schilder dateert van 2015 (!). Een kopie van dit schilderij werd vorig jaar geschonken door een delegatie van de Spaanse Infanterie aan de Landinuskerk in Empel.

De slag van Empel wordt ook het Wonder van Empel genoemd. Begin december 1585 waren 4000 soldaten van 08-inmaculada-san-felipe-neri-cadizFransisco Arias de Bobadilla omsingeld door water en vijand. Het leger vluchtte naar het hogergelegen plaatsje Empel. Om zich te beschermen tegen het Spaanse spervuur werden rond de kerk loopgraven aangelegd. Bij het graven stuitte een Spaanse soldaat op een schilderij van de Onbevlekte Ontvangenis. De Spanjaarden plaatsten het schilderij in de kerk en hielden een gebed. De volgende dag, de feestdag van de Onbevlekte Ontvangenis, begon het te vriezen en moest de Staatse vloot de ondergelopen polder uitvluchten richting de Maas. De Spanjaarden maakten van de kans gebruik om een veilig heenkomen te zoeken in het Spaansgezinde Den Bosch.  

Vanaf de dag van die miraculeuze ontsnapping werd Maria Onbevlekte Ontvangenis de beschermheilige van de Spaanse troepen in de Lage Landen. De dag 8 december had het Vaticaan al aangewezen, omdat die dag precies 9 maanden vooraf gaat aan de geboortedag van Maria. Pas in 1854 werd de Onbevlekte Ontvangenis met een Pauselijke bul bekrachtigd. Eind 19e eeuw werd ´Nuestra Señora Purísima e Inmaculada Concepción´ schutspatronesse van de Infanterie. Nog steeds zijn er meisjes die de naam Inmaculada krijgen als ze rond 8 december worden geboren. Dit betekent overigens niet dat Maria het kindje Jezus ´onbevlekt´ zou hebben ontvangen, zoals ik, en volgens mij ben ik niet de enige, heel lang dacht. Ik vond het al zo raar dat de Kerk dit zo expliciet benoemde. Het dogma legt uit dat Maria op de wereld kwam zonder te zijn ´bevlekt´ met de erfzonde, zoals wij, gewone stervelingen, dat wel zijn omdat we afstammen van Adam en Eva. Ook al heet je Inmaculada. 

 

Sinterklaas vs Papa Noel

08/12/2016

img_8020

De vorige post begon met de vraag waarom een Nederlander in Spanje gaat wonen. De vraag die daarna komt is vaak of  je wat mist uit Nederland. De foto hierboven geeft het antwoord. Het geldt niet voor mezelf dat ik dit feest zou missen, maar ik zou het jammer vinden als mijn kinderen niet dit stukje van de Nederlandse cultuur, waar zij de hoofdrol in spelen, zouden missen. De Nederlanders in het Baskenland organiseren al jaren het Sinterklaasfeest en het is aardig om te horen in welke mate  ouders, vooral Nederlandse mannen met Spaanse vrouwen, hun kinderen de Nederlandse cultuur willen meegeven. Misschien is het een stukje melancholie, om je kinderen je een spiegel van je eigen jeugd te laten voorhouden. Sommige papa´s geven hun kinderen thuis Nederlanse les, anderen steken er img_8018geen energie meer in. Het valt niet mee om de kinderen het Sinterklaasfeest uit te leggen, al kunnen we natuurlijk het Sinterklaasjournaal via internet bekijken. Maar het is lastig om Papa Noel te verslaan. Dan maar het verhaal dat Sinterklaas en Papa Noel dezelfden zijn. Dat Sinterklaas op een dag zijn verjaardag in de VS vierde en werd gegijzeld door de Coca Cola Company, die hem omdoopte tot Papa Noel. Dat hij werd volgegoten met coca cola en daarom zo dik is. En dan maar hopen dat ze je nooit om een blikje coca cola zullen vragen. Naast de Kerstman moet Sinterklaas ook het gevecht aan met de Drie Koningen, hét kinderfeest in Spanje. Maar laten we de kinderen niet martelen met ons jeugdsentiment. In 2009 tijdens het schaatsen van de Molentocht, het was daarvoor al jaren geleden dat dat voor het laatst kon, zag ik hoe een vader zijn zoontje ervan probeerde te overtuigen dat schaatsen toch echt heel leuk was. Het arme kind stond te verkleumen op zijn dubbele ijzertjes. Tranen bengelden over zijn wangen. Maar dat moest hij er voor over hebben. De schaatspret van zijn vader moest zijn schaatspret worden. Dan hebben we het met Sinterklaas toch een stuk eenvoudiger. Met cadeautjes heb je de kinderen natuurlijk snel voor je gewonnen. 

Aan tafel!

06/12/2016

img_7902

Het is een vraag die regelmatig terugkeert. Zoekend naar het antwoord weet je je omringd door honderd valkuilen. Waarom ben je in Spanje gaan wonen. Welk antwoord je ook geeft, het wordt al snel uitgelegd als landverraad aan het Koninkrijk der Nederlanden. In Spanje is er een spreekwoord dat zegt dat alle vergelijkingen hatelijk zijn. Zo wordt het door je landgenoten uitgelegd. Of je nu het levensritme noemt of de kwaliteit van het leven, de reactie is bijna altijd hetzelfde; wat is er mis bij ons? Zelfs het weer kunnen we niet meer als argument opvoeren nu we aan de noordkust wonen en ons weertype veel lijkt op dat in Nederland. Alleen als je zegt dat alles hier goekoper is, dan wil een Nederlander nog wel instemmend knikken. Een discussie over de Spaanse gastronomie hoef je ook niet te voeren, want het is heel moeilijk om een Nederlander te overtuigen van de kwaliteit van de Spaanse keuken. Steeds is er bijvoorbeeld de klacht dat Spanjaarden geen groenten eten. Of dat het wel heel veel eten is dat wordt geserveerd. En het is waar. Er wordt stevig gegeten, maar als je dat ´s middags doet, heb je ´s avonds, rond een uur of negen pas weer trek. Als we de foto boven deze post als uitnodiging voor een etentje naar Nederlandse vrienden hadden gestuurd, was het hoogstwaarschijnlijk stil gebleven aan tafel. Maar zo´n stevige maaltijd is heerlijk als het aan de groene kust guur begint te worden. Een bonenschotel, van rode of img_7899zwarte bonen, met bloedworst, spareribs en chorizo bijvoorbeeld, of de cocido van de foto. Het is bovendien ook nog eens eenvoudig klaar te maken. Geen snijwerk of toverkunst met specerijen. Het belangrijkste bij dit gerecht is de inkoop. En als je eenmaal het juiste adres hebt gevonden, heb je geen boodschappenlijstje meer nodig. Je zegt bijvoorbeeld dat je cocido gaat maken en daarna hoef je alleen nog maar het advies van de slager te bevestigen. Op mijn lijstje stond bijvoorbeeld 300 gram kalfsschenkel en dat was precies dat de slager me voorstelde, zonder dat hij mijn lijstje had gezien. Bij de bereiding won ik de kennis in van Javi, een vriend die mij in het verleden in Salamanca een paar keer op een heerlijke cocido had getrakteerd. Alleen het grote varkensoor liet ik achtewege. Het recept van de Baskische kok Arguiñano dat ik op internet vond, kwam meer in de buurt van onze smaak. Zoals ik al zei de bereiding is eenvoudig. Je laat de kikkererwten een nacht weken. De volgende dag zet je een pan water op het vuur en je laat daar de kikkererwten, kalfsschenkel, een varkenspootje, ham, een stukje been en spek in gaar koken.  In een andere pan kook je de kool met de bloedworst en de chorizo. Aan de pan met kikkererwten voeg je tot slot nog de kip, wortel en aardappel toe. Als alles gaar is gekookt, voeg je een vermecelli aan de soep toe. De traditie is dan om eerst de soep te eten, daarna de kikkererweten en tot slot de groenten en het vlees. Uiteraard hoort bij stevige kost een stevige rode wijn. Het is beter om in de middag geen verplichtingen te hebben, want het valt niet mee om na dit eetfestijn weer op gang te komen. En zonder verplichtingen kan zo´n maaltijd, afgesloten met koffie en een kruidenbrandewijn, uren duren. En dat terwijl in Nederland nog steeds het idee heerst dat je alleen met kerst zo lang aan tafel mag zitten.   

Het bos van Basajaun

29/11/2016

img_7931

Zonder blad nu in de herfst, maar bedekt met mos groeien de takken van deze beuken naar de hemel. Een bijzonder gezicht, want takken groeien meestal horizontaal. Maar deze beuken zijn zo geknot dat de takken omhoog groeien vanuit de stam. Je zou het kunnen vergelijken met de knotwilgen in de Nederlandse uiterwaarden. Als de takken dik genoeg zijn, worden ze van de boom gezaagd en gebruikt voor houtskool, waarna vervolgens nieuwe takken uit de kroon van de boom zullen groeien. Op deze manier wordt de beuk een lang leven gegund. Als je met wat fantasie naar de bomen kijkt, krijgen ze menselijke trekjes. De takken die als armen de wandelaar joviaal begroeten. Een sprookjesbos. Bij sommige bomen is de kroon zo grillig geworden dat je er een gezicht in kunt herkennen. Nee, moét herkennen. Want dit bos is het decor van de Baskische mythologie. Hier leefde Basajaun, de wildeman van de Baskische bossen. Hij was de beschermer img_7999van de schaapsherder. Als hij onraad rook, er was een wolf in de buurt of noodweer op komst, gilde hij door het bos om de herder te waarschuwen. De echo kun je nog steeds horen in de uitgeholde stammen van de oude beuken. Basajaun was ook de eerste landbouwer. Hij leerde de Basken hoe ze het land moesten bewerken. Hij gaf ze inspiratie bij het ontwikkelen van nieuwe landbouwwerktuigen.

Vooral op dagen van mist en regen, wanneer in de mist alleen de contouren van de bomen zijn te herkennen, dan komt de Baskische mythologie in dit bos tot leven. Dit verschijnsel bleef ons onthouden op deze laatste zondag van november. Het leek wel lente, het was zonnig en een graad of 20. Dat lokte veel families naar het bos van Otzarreta. Het gegil van Basajaun had plaats gemaakt voor het gegil van kinderen die verstoppertje speelden in de wigwams van takken, de typische stellages voor het maken van houtskool. Het zijn een stuk of honderd beuken die er staan, aan weerszijden van een beekje dat img_7949vanuit de bergen komt stromen. Als de herfst een tapijt van bladeren rond de bomen heeft neergelegd, is het bos op zijn mooist. Dan vallen de vreemde vormen van de beuken nog meer op. Daarom is dit bos een gewilde lokatie voor fotografen. Ze plaatsen hun statief in of net naast het beekje en wachten op de juiste lichtval dat glijdt over het water en over de met mos begroeide boomwortels, die langs de oever kronkelen. Het bos van Otzarreta ligt dicht bij de N240, de nationale weg van Bilbao naar Victoria ter hoogte van de bergpas van Barazar en aan de oostkant van het natuurpark van Gorbeia. Vanuit het bos is de besneeuwde bergrug van Gorbeia te zien en op heldere dagen ook het monument voor de Maagd van Gorbeia.