De omhaal komt uit Bilbao

06/04/2018

In Madrid zijn ze nog lang niet uitgesproken over de omhaal van Ronaldo tegen Juventus. In de sportkranten AS en Marca worden alle details van zijn actie belicht. De hoogte van de uitgestrekte voet en rug van de Portugees berekend vanaf de grasmat, de snelheid van de bal, etc. In de Baskische krant El Correo kwamen ze met een hele andere invalshoek. De omhaal is bedacht door een speler uit Bilbao. Het is weer een mooi voorbeeld van een typische bilbainada, de typische grootheidswaanzin van de inwoners van Bilbao. Ik schreef al eerder over dit fenomeen. Maar dit  verhaal wordt met steekhoudende argumenten onderbouwd en legt ook nog eens uit, waarom de omhaal in het Spaans een chilena heet. De hoofdrolspeler is de man van het standbeeld op de foto boven deze post, Ramón Unzaga. De voetballer werd in 1894 in Bilbao geboren en vertrok op 12-jarige leeftijd naar Chili. Zes jaar later nam hij de Chileense nationaliteit aan.

Hij maakte furore als voetballer in Talcahuano, terwijl hij doordeweeks werkte als boekhouder bij een kolenmijn. De eerste omhaal zou hij gemaakt hebben in 1914. Niet om een doelpunt te maken, maar om de bal uit het eigen zestienmetergebied te jagen. Het werd zijn handelsmerk. Bij de interlands om de Copa America kreeg Unzaga in landen als Argentinië, Brazilië en Uruguay internationale erkenning met zijn acrobatische actie. Daar hadden ze de omhaal nog nooit gezien. In die landen werd in de pers voor het eerst over la chilenita gesproken. Overigens verloochende Unzaga met zijn karakter zijn Baskische afkomst niet. Het was een heethoofd die regelmatig met rood uit het veld werd gestuurd. Een keer kwam hij terug uit de kleedkamer met een pistool, liep op de scheidsrechter af en schoot twee keer in de lucht. Voor een keer kwam het eindsignaal niet uit de fluit van de scheidsrechter. Vier jaar geleden, in 2014, precies honderd jaar na zijn eerste omhaal, kreeg Unzaga een standbeeld voor het stadion, dat ook al zijn naam had gekregen en waar La Naval speelt, een club uit de Tweede Divisie. 

Anuncios

Bij de buren, maar niet op de koffie

23/03/2018

Het was al heel wat dat we over dit landgoed, halverwege onze straat, mochten rondlopen; door de tuin, langs het zwembad en over het terras achter het paleis. Ruim twee jaar geleden plaatste ik een blog over dit paleis van Ocharán, een rijke industrieel uit Bilbao. Toen bleven de hekken in de dikke hoge muren nog hermetisch gesloten. Maar nog geen twee maanden na die publicatie mocht mijn oudste zoontje opeens wel met zijn klas naar binnen. Schoorvoetend begon de eigenaar van de familie een belofte aan de gemeente in te lossen. De familie De la Via, eigenaar van een grote steengroeve net buiten ons dorp zou in ruil voor de uitbreiding van de groeve, een deel van de tuinen openstellen voor het publiek. Maar dat is lastig te organiseren zonder nieuwe hoge muren te plaatsen tussen het openbare en het privé-gedeelte van het landgoed. Een paar maanden geleden werd besloten dat de gemeente twee keer per maand een rondleiding mag organiseren voor maximaal 25 personen per groep. De familie van het paleis bepaalt de data dat bezoekers welkom zijn.

Gisteren waren wij een van de uitvekorenen. De gids vertelde vooral over de verschillende bomen en planten. De arme man werd al snel tegenover de hele groep terecht gewezen, of beter gezegd, terechtgesteld, door drie mannen die net iets beter op de hoogte van de flora aan de groene kust. Een bijzonder detail is dat het zwembad, op de foto boven deze post wordt gevuld met zeewater dat met een sterke instalatie hoog de heuvel wordt opgepompt waar het paleis staat. Zoals al ik in mijn eerdere post schreef, is het paleis en het kasteel ontworpen door Eladio Laredo, een lokale architect, die leefde en werkte in de tijd van Jugendstil en Modernisme. Het paleis is een mengelmoes van neo-stijlen; moorse bogen, barok, classisisme, aangekleed met tegeltjes van keramiek. Daardoor waan je je het ene moment in Sevilla, dan weer in Portugal en ineens sta je voor een paleis van Paladio in Italië. Verscholen in een hoek van de tuin staat een neo-romaanse kapel. Daar was ook de uitgang, waar we het landgoed verlieten op het moment dat de gids nog even verhaal haalde bij de drie betweters.  

Eindelijk weer eens op pad

14/03/2018

Bárcena Mayor, een typisch Cantabrisch bergdorp op anderhalf uur rijden van onze vissersplaats Castro Urdiales. Anderhalf uur met de auto. Na meer dan een jaar mag de schrijver van deze blog weer autorijden. Tot grote vreugde van de kroost, die na ruim een jaar wel weer toe was aan een dagje uit met de auto. De bestemming werd dus Bárcena Mayor, gelegen in het hart van het nationale natuurreservaat Saja-Besaya, aan de oostkant van de Picos de Europa, waarvan de besneeuwde bergtoppen goed waren te zien. De CA280, die later overgaat in de CA180 brengt de reiziger van de kust naar Bárcena, waar de weg eindigt. De plaats staat regelmatig hoog op de lijsten van de mooiste dorpen van Spanje. De huizen hebben de typische Cantabrische architectuur, waar vooral de zware houten balkons opvallen. In de lente zullen die worden aangekleed met geraniums en zal het dorp veranderen in een groot kleurenspektakel. Daar was het nu nog te vroeg voor. Ook de natuur rond het dorp moet nog uitlopen. Maar toch, de grote parkeerplaats buiten het dorp stond rond het middaguur vol. Het waren vooral veel mensen uit de streek die niet voor de geraniums kwamen, maar voor de lokale keuken met specialiteiten als fabada con venado, witte bonen met hert, chuleta de potro, veulenkotelet, cocido montañes, de stoofpot van de streek. De vele restaurants in het dorp, sommigen met uitnodigende terrassen aan het riviertje de Argoza, zijn het bewijs dat het in de zomer erg druk kan zijn.

Op een kleine afstand van Bárcena Mayor ligt het dorpje Carmona, dat veel minder toeristisch is dan Bárcena. Hier is bijvoorbeeld maar één bar, bij de ingang van het dorp. Op de terugweg over de CA280 is ter hoogte van de plaats Valle Cabuérniga de afslag naar de CA182 die richting Carmona gaat. Langs de weg ligt een uitzichtspunt, hoog boven Carmona, waar niet alleen het dorp is te zien, maar ook de omringende bergen en de Picos de Europa. De stijl van de huizen in Carmona verschilt niet veel van die in Bárcena. In Carmona zijn de rurale activiteiten nog overal zichtbaar. Houtbewerkers zijn op het erf actief, geiten worden naar het weiland gedreven. Carmona staat bekend om de productie van de typische klompen met lange noppen onder de zool om niet te ver weg te zakken in het drassige weiland. Het bezoek aan Bárcena Mayor en Carmona was niet alléén maar een dagje uit. Vorige week kreeg ik een contract van de Nederlandse uitgever Edicola om een reisgids over Asturië en Cantabrië te schrijven. Daarin mogen deze twee dorpjes natuurlijk niet ontbreken.

Sneeuwpop onder een palmboom

01/03/2018

 

Of wat er nog van over is. Een ééndagssneeuwpop. Gisteren gebouwd en vandaag al weer bijna helemaal gesmolten. Gij zijt water en gij zult tot water wederkeren. Achter de sneeuwpop stroomt het vloeibare overschot richting de bron, de Cantabrische zee. De sneeuwpop staat op de plaats waar we zondag nog heerlijk op het terras zaten, genietend van een txakoli, de Baskische witte wijn. Maar op woensdagochtend bereikte ´the Beast from the East´ onze kust en lag er in een mum van tijd een flink pak sneeuw. Maar vandaag steeg het kwik alweer naar de zeventien graden. Zo snel kan het weer hier omslaan. Een paar weken geleden zei iemand op straat, nadat het dagen achter elkaar had geregend en we eindelijk weer eens van een voorjaarsdag konden genieten, dat Castro Urdiales een microklimaat heeft. Maar daar hebben we deze winter weinig van gemerkt, ook al staan er sinaasappelbomen in de straat en palmbomen in tuinen en parken. Het is een natte winter met veel regen, maar sneeuw was er al jaren niet gevallen. Zes jaar geleden, toen we nog maar net in Castro Urdiales waren neergestreken, vielen er wat vlokken uit de hemel. Maar die deden dat zo aarzelend dat ze al waren gesmolten voor ze de grond bereikten. In de hal van ons appartementencomplex hangt een foto van de laatste hevige sneeuwval in ons dorp, maar niemand die kan vertellen, wanneer dat precies is geweest. Het doet er ook niet toe. Woensdag konden de kinderen de hele ochtend van de sneeuwpret genieten. De scholen bleven gesloten, niet eens zozeer omdat het te gevaarlijk was om naar school te gaan, maar vooral omdat iedereen van dit zeldzame verschijnsel wilde genieten; jong en oud.

 

Het huis van mijn vader

24/02/2018

Waar was ik toen, vroeg ons tweede zoontje toen hij een babyfoto van zijn anderhalf jaar oudere broertje zag. In onze gedachte, antwoordde zijn moeder. Dezelfde vraag kwam in mij op, toen ik onlangs bovenstaande foto op Facebook zag. Een luchtfoto van mijn geboortedorp Beesd uit 1960. Het huis waar mijn wieg stond is te herkennen boven in de foto in de rechterstraat van het rechthoek van vier straten, ter hoogte van de t-splitsing. Je moet er wel voor inzoomen om het te kunnen zien. Vier huizen op een rij, waarschijnlijk nog in aanbouw, want mijn ouders trokken er in 1964 in. Een typisch huis volgens de architectonische normen uit die tijd; rijtjeshuis en doorzonwoning. Waar was ik, toen deze foto werd genomen. Het zou nog tien jaar duren voor ik in huis kwam. Een paar jaar geleden zetten we het huis in de verkoop. Toen ik dat tegen Baskische vrienden vertelde, fronsten sommigen hun wenkbrauwen. Want voor veel Basken is een huis een bezit voor de eeuwigheid. De dakpan is het symbool voor eigendom. Toen het huis werd leeggehaald, begreep ik de Baskische reactie nog niet. Dat begrip kwam wel toen jaren later het huis werd verkocht en er al snel een grote afvalcontainer in de voortuin stond. Na materieel bezit werd nu de ziel uit het huis gesneden. Het huis zou nooit meer hetzelfde zijn. Vertrouwde hoekjes verdwenen, tussenmuren werden geslecht, en de telefoon met de draaischijf aan de muur bij de trap zal er waarschijnlijk ook niet meer hangen.

Overigens zal de Bask zonder problemen afstand doen van zijn appartement, zoals die torenhoog in de plaatsen tussen de bergen staan. Eibar is daar een mooi voorbeeld van, een plaats aan de snelweg tussen San Sebastián en Bilbao, waar alleen  appartementenblokken van elf of twaalf verdiepingen staan, omdat er geen ruimte is voor laagbouw. Als de Bask het over zijn huis heeft, heeft hij het over zijn etxea, een landhuis of boerderij. Die blijven voor eeuwig familiebezit. De bewoners stellen zich niet voor met hun achternaam, maar met de naam van hun huis. Of het huis is de achternaam geworden, zoals bij Etxaberria, wat Nieuwhuis betekent. Zelfs de voornaam Xavier is afgeleid van Etxaberria. De Baskische poeet Gabriel Aresti schreef in het Baskisch een mooi gedicht over het Baskische huis, de etxea. Hieronder een vrije vertaling. 

Ik zal het huis van mijn vader verdedigen,

tegen wolven, tegen de droogte, tegen woekerpraktijken, tegen de wet

Ik zal het huis van mijn vader verdedigen

al zal ik het vee, de moestuinen, de pijnbomen verliezen

al zal ik de rente, de opbrengsten, de dividenden verliezen

toch zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ze kunnen mijn wapens afnemen, en met mijn handen zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ze kunnen mijn handen afhakken en met mijn armen zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ze kunnen me zonder armen, schouders en borstkast laten en met mijn ziel zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ik zal dood gaan, mijn ziel zal verloren gaan, mijn nageslacht zal verdwijnen

maar het huis van mijn vader zal er altijd blijven staan

 

Elsje mag misschien even naar huis

03/02/2018

Het is een bericht dat regelmatig opduikt in de pers. Elche wil zijn dame terug. La Dama de Elche, hiernaast op de foto. Elsje noemen wij reisleiders haar in vakjargon. Het is een beeld uit de tijd van de Iberiërs dat werd gemaakt tussen de vijfde en vierde eeuw voor Christus. Eind 19e eeuw werd ze gevonden in Elche en aangekocht door het Louvre. In 1941 bij een ruil van kunstwerken tussen het Franse Vichy regime en het Spanje van Franco kwam het beeld naar Madrid. Haar eerste onderkomen was het Prado en sinds 1971 staat ze in het archeologisch museum in de hoofdstad. Nu buigt een politieke commisie zich over het voorstel om de Dame van Elche in 2019 tijdelijk uit te lenen aan haar stad in de provincie Alicante. Maar dat is voor de lokale politici niet voldoende. Zij willen dat Elsje definitief naar huis komt. Vorig jaar zomer was de buste in het nieuws toen een bezoeker ontdekte dat er een mier over haar voorhoofd kroop, terwijl ze toch in een hermetisch afgesloten vitrine staat. 

Het belangrijkste argument om de Dame in Madrid te houden is het universele karakter van het kunstwerk. Iedereen moet het kunnen bewonderen. En dat lukt beter in Madrid dan in Elche. Al zijn het vooral de Spanjaarden zelf die het Iberische beeld weten te vinden. De buitenlandse toeristen komen natuurlijk vooral voor de schilderijen van het Prado, Thyssen en Reina Sofia naar Madrid. Velen zullen het bezoek cultureel te zwaar vinden. Het kostte mij ook moeite om naar binnen te gaan nadat het museum na een grootscheepse restauratie die zes jaar in beslag nam, in 2014 weer openging. En dat zegt een reisleider die culturele reizen begeleidt. Het eerste excuus om niet naar binnen te gaan was de grote groep scholieren die voor mij naar binnen ging. De tweede keer dat ik ´s ochtends het plan had gemaakt om het museum in de middag te bezoeken, had ik iets te stevig geluncht en geen puf meer voor het bezoek.

Spanje in de Romeinse tijdBij een archeologisch museum denken we vaak aan lange rijen vitrines met botjes, potjes, munten, etc. Daarom was het ´nieuwe´archeologisch museum een verrassing voor me. De eerste verrassing was om op een video over de geschiedenis van de Romeinen op het Iberisch schiereiland te zien dat mijn woonplaats Castro Urdiales een van de eerste drie Romeinse havens was aan de noordkust, toen nog onder de naam Flaviobriga; een samenvoeging van de woorden Flavio, de naam van de stichter, de Romeinse keizer Titus Flavius Vespasianus, en Briga, het woord dat de Romeinen gebruikten als ze zich vestigden op een plaats, waar al een inheemse nederzetting was. De tweede verrassing was de overzichtelijke opstelling van de objecten en de duidelijke route door de Spaanse geschiedenis. Maar de grootste verrassing was misschien wel het enorme kleurenspektakel van de Romeinse mozaieken, de Moorse bogen en romaanse altaarstukken. Ik had het museum al eens voor de verbouwing bezocht, maar met deze nieuwe inrichting lijken al die stukken uit de rijke Spaanse geschiedenis beter tot hun recht te komen. Mijn favorieten blijven de prachtige kronen van de visigotische koningen, waaraan de letters van hun naam bungelen. Oh ja, en de Dame van Elche mogen we natuurlijk niet vergeten.

 

Een kok die speelt met vuur en ijzer

27/01/2018

Op de top van Anboto. Aan de voet van deze 1300 meter hoge berg ligt het dorp Axpe. Op de foto zijn in de vallei nog net wat huizen en boerderijen zichtbaar. Mijn vrienden wezen me boven op de bergtop op dat dorp omdat daar in een boerderij het restaurant Etxebarri is ingericht. Je kunt er van alles van de grill eten, maar je moet wel geld meenemen. Dat klinkt als een understatement, maar als een Bask dat zegt, dan betekent dat heel veel geld. Een Bask zal niet snel zeggen dat iets duur is, als de kwaliteit er maar naar is. En inderdaad, op de site van het restaurant prijkt een gemiddelde menuprijs van 176 euro, exclusief de drankjes. Maar dan eet je wel in een exclusief restaurant. Vorig jaar eindigde Etxebarri op de zesde plaats van de lijst van vijftig beste restaurants van de wereld, The World´s 50 Best. De lijst wordt jaarlijks opgesteld door het Engelse tijdschrift Restaurant. Dit jaar zal de prijsuitreiking in Bilbao plaatsvinden.

Het is opmerkelijk dat Etxebarri nog niet is bekroond met een michelinster en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom dit restaurant niet zo bekend is als de restaurants in en rond Bilbao die die sterren wel hebben, zoals Nerua in het Guggenheim, Etxanobe in Palacio Euskalduna, Mina, Zortziko, Zarate, en Azurmendi. Waarschijnlijk zou eigenaar Bittor Arginzoniz zijn schouders ophalen als hem naar dit feit zou worden gevraagd. Hij groeide op in de boerderij dat nu zijn restaurant is. Hij leerde het vak thuis in de keuken en ging niet in de leer bij andere koks. Zijn succes is dat hij trouw bleef aan de Baskische wortels van de kookkunst. En daarin staat het zogenaamde kilometer nul punt centraal. De ingedriënten moeten niet van ver worden gehaald. Hij gaat zelf naar vissersplaatsen als Ondarroa, Bermeo of Santoña om daar bij de visafslag de beste exemplaren te selecteren. Op het land bij zijn boerderij grazen buffels die hij uit het Italiaanse Lazio liet over komen voor de mozarella. Hij heeft zijn eigen kippen, zodat er iedere dag verse eieren zijn en de tuin met groenten en fruitbomen is de schatkamer van zijn restaurant. In de keuken zijn de verschillende vormen van grills en pannen een belangrijk onderdeel van zijn succes. Een grill van titanium voor kroketten, een pan in de vorm van een zeef voor peulvruchten en eendenmosselen. Maar het is vooral het oog van de vakman, die speelt met het aroma van de gerechten en de hitte die afstraalt van de verschillende soorten houtskool om de smaak van de gerechten zo optimaal mogelijk te laten zijn.  

Ik, Jordaan Petrus Valen

20/01/2018

Als gedoopte Nederlander in Spanje heb je het niet makkelijk. Dat klinkt vreemd in een land waar de katholieke kerk nog altijd een belangrijke rol speelt in de maatschappij. Het zijn ook niet de priesters die ons het leven soms onnodig ingewikkeld maken, maar de Spaanse bureaucraten en andere baliemedewerkers. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn ouders het de Spaanse ambtenaren ook niet makkelijk hebben gemaakt. Bij mijn doop kreeg ik de voornamen Jordaan Petrus, maar mijn roepnaam werd Danny. Het fenomeen roepnaam is onbekend in Spanje. Ik heb het wel eens zien vertaald als nombre de pila, maar een pila is het doopvont en daar krijg je juist je doopnaam. Roepnaam zou je in het temperamentvolle Spanje nog het beste kunnen vertalen als nombre a gritar. Veel Spaanse roepnamen komen uit de bijbel. Jezus, Jozef, Paulus, er zijn  meisjes die Belén heten, dat kerststal of Bethlehem betekent. Het probleem van mijn namen begint al met het feit dat de eerste letters van mijn doopnamen niet overeenkomen met de eerste letter van mijn roepnaam. En omdat je in Spanje overal formulieren moet invullen en je identiteitskaart moet laten zien, ben ik steeds minder Danny en steeds meer Jordaan Petrus. Overigens spreken de Spanjaarden, ik doe er zelf ook aan mee, mijn naam uit als Dani en dat is de afkorting van Daniel. Je zou er een identiteitscrisis aan over houden. 

Een ander probleem voor de Nederlander in Spanje is dat hij maar één achternaam in zijn paspoort heeft staan, terwijl de Spanjaard er twee heeft. Veel baliemedewerkers willen dat alle vakjes worden ingevuld. De medewerker van onze gemeentelijke sporthal loste dat heel creatief op, zoals op de foto boven deze post is te zien. Mijn achternaam zou in Spanje eenvoudig moeten zijn. Geen Van der of een achternaam die met Sch begint. Het is zelfs een Spaans woord. Valen, van valer, waard zijn. Degenen die Spaans spreken en dus weten dat de v in het Spaans als een b wordt uitgesproken, kan ik verzekeren dat het grapje van Balen niet origineel is. Vale, zonder n is in Spanje ook een stopwoord, zoals wij okay, of, wat mijn Peruaanse geliefde altijd opvalt, ons instemmende jajajaja. Toen ik net Spaans sprak en telefonisch een hotelreservering in Barcelona maakte, zei de recepcionist nadat ik mijn naam had doorgegeven, vale. Met het idee dat hij mijn  achternaam wilde checken, zei ik instemmend, si Valen, waarop hij opnieuw vale zei. Zo slingerde mijn achternaam een tijdje heen en weer door de telefoonlijn.  

Op de foto is ook te zien dat een letter a in mijn voornaam is gesneuveld. De Spanjaard kent geen dubbele klinkers en de naam Jordan kent hij wel als achternaam. Vaak denkt de Spanjaard als hij mijn voornamen ziet dat ik uit Roemenië kom. Maar als je dan zegt dat je uit Holanda komt, krijg je weer de vraag of dat hetzelfde is als Paises Bajos. Als we in Spanje bij een invulformulier op internet op zoek gaan naar de naam van ons land, moeten we zowel bij de P als bij de H kijken. Ooit was ik op het postkantoor voor postzegels voor een brief naar Nederland. Toen de postbeambte, die klaarblijkelijk veel had gelezen over de Tachtigjarige Oorlog, zag dat ik onder de woonplaats, Paises Bajos had gezet vroeg hij of de brief naar Nederland of België ging. Dezelfde man weigerde me overigens een paar weken geleden een aangetekende brief te overhandigen die was gericht aan D. Valen en niet aan J.P. Valen. 

 

De duivelsbocht

13/01/2018

Op het eerste gezicht lijkt dit een foto van een mooie kustlijn. Maar als je gaat inzoomen naar de inham waar het water het land raakt, blijkt dit niet zomaar een indrukwekkende natuurplaat te zijn, maar een dramatische nieuwsfoto. Op 2 januari, een busongeluk in Peru, 25 doden. De bus ligt op zijn kop in die inham, na een val van honderd meter vanaf de weg. Helemaal boven op een smalle strook zien we wat verkeer. Dit gedeelte van de weg heet de duivelsbocht. Daar ramde een vrachtwagen de bus, die vervolgens van de weg schoot en zich in de diepte stortte. Over deze weg zijn we met de familie twee of drie keer gereden. De laatste keer, twee jaar geleden op weg van Lima naar Tumbes, de grensplaats in het noorden van Peru, een busrit van 22 uur die bijna helemaal langs de kust gaat. Nooit geweten dat dit stuk van de route, onderdeel van de Panamerikaanse weg, zo gevaarlijk is en dat is maar goed ook. De enorme diepte zie je ook niet vanuit de bus. Het moet ongeveer op deze hoogte zijn geweest, dat wij van een prachtige zonsondergang genoten, zoals te zien is op mijn foto.  Een busongeluk is niet uitzonderlijk in Peru, en niet alleen op de kustweg ten noorden van Lima. Ook op de wegen door het Andesgebergte gebeuren regelmatig ongelukken waar doden en gewonden bij vallen. Op mijn eerste busreis door het Andesgebergte van Lima naar Huánuco, de woonplaats van mijn schoonouders, moesten we bij het instappen een vingerafdruk plaatsen op een papier waar de stoelnummers waren ingetekend. Toen verbaasde me dat nog. De ongelukken worden niet eens veroorzaakt door de slechte kwaliteit van de wegen, de hoofdwegen zijn bijna overal in vrij goede staat. Het gevaar schuilt in de geografische ligging van de wegen. Het maakt nogal uit of een bus die van de weg raakt in een greppel verdwijnt of honderd meter lager aan de voet van een berg of een klif. Ook factoren als beschonken chauffeurs of chauffeurs die al uren achter het stuur zitten, een rijtijdenbesluit bestaat volgens mij niet in Peru, spelen een belangrijke rol. Daarnaast is de bus de belangrijkste vorm van transport. Veel Peruanen hebben geen auto en kunnen een vliegticket niet betalen. Het aanbod van verschillende particuliere busondernemingen is groot. De bussen voor de lange afstanden zijn comfortabel, zeker als ze over de zogenaamde cochecama beschikken, een brede stoel, waarvan je de rugleuning bijna horizontaal kunt klappen, zonder dat degene die achter je zit aan beenruimte verliest, zelfs lange Nederlanders niet. Er worden films vertoond en de maaltijden en drankjes zijn inbegrepen. Met deze details proberen de busondernemingen zich te onderscheiden en maken ze reclame. Ze vertellen er alleen niet bij over wat voor soort wegen hun bussen gaan. 

Wachten op Carmen

06/01/2018

Op deze foto liet Bruno zich nog van zijn mooiste kant zien. Een regenboog boven de kapel van Santa Ana, de golven die hoog opspatten tegen de rotsen achter de middeleeuwse brug. Niet veel later trakteerde Bruno ons op een enorme regen- en hagelbui. Deze foto stuurde mijn goede vriend Carlos, eigenaar van La Noche, de gezelligste nachtkroeg van ons dorp Castro Urdiales. Carlos is geen nachtbraker die het daglicht niet kent. Dat laat deze prachtige foto duidelijk zien. Carlos kwam net uit de parkeergarage en ik liep op hetzelfde moment langs het strand, zie de foto hieronder, toen Bruno ons gezelschap kwam houden. Bruno is de naam van de tweede cyclogenesis die net voor het einde van het oude jaar kwam langsrazen. Ana ging hem begin december voor. Haar bezoek moest ik missen, omdat ik uitgerekend dat weekeinde de Nederlandse sneeuwoverlast mocht meemaken.  Ana en Bruno, sinds begin december hebben de winterstormen in Spanje een naam gekregen, zoals bijvoorbeeld de orkanen in het Caribisch gebied. Het initiatief werd genomen door de nationale weerinstituten van Portugal, Spanje en Frankrijk. Door de storm een naam te geven willen de weerstations de mensen allerter maken op de gevaren van zware windstoten en hoge golven. Alsof de naam cyclogenisis explosiva, de overtreffende trap van zwaar noodweer, niet angstaanjagend genoeg is. Als de weercode oranje of rood is, krijgt de cyclogenesis, een vorm van cycloon die regelmatig terugkeert, een jongens- of meisjesnaam, gegeven door het land dat als eerste het weeralarm afkondigt. Vanaf volgend jaar zullen de drie landen gaan samenwerken met Engeland en Ierland die al twee jaar hun stormen een naam geven. Of het allemaal veel zal helpen is maar de vraag. Bruno eiste twee mensenlevens. Deze week was bij ons de boulevard langs het strand afgesloten vanwege springvloed. Maar toch liepen er gewoon mensen over de boulevard én over het strand. Hoeveel mensen worden niet verrast door verradelijk hoog opspattende golven als ze net een foto willen maken. Na Ana en Bruno is het nu wachten op Carmen en dat is ook niet echt een naam die angst inboezemt, net zo min als onze favoriete weervrouw van Antena3, Himar González. Zij is zó lief dat ook al zou ze een orkaan aankondigen die de hele aardbol uit het universum zou blazen, dan nog zou je het idee hebben dat ze je voor morgen een prachtige lente belooft.