Met de Spaanse vlag

18/10/2017

spaanse vlag colónMet een oppervlakte van 294 m2, is dit de grootste vlag van Spanje, een doek van 21 meter lang en 14 meter breed. Hij hangt aan een mast van vijftig meter hoog. Of beter gezegd, dit wás de grootste vlag van Spanje, tot een dag of tien geleden een projectontwikkelaar over een gevel van een zijn gebouwen een vlag uitrolde die tweemaal zo groot was. De vlag op de foto wappert op het Columbusplein in Madrid. De zeevaarder kwam aan in de Nieuwe Wereld op 12 oktober 1492 en daarom is die datum een nationale feestdag in Spanje. De dag van de Hispanidad, de dag van alles dat Spaans is en was. Dit jaar stond het feest in het teken van de nationale eenheid als antwoord op het Catalaanse streven naar onafhankelijkheid. De vlag als symbool van die eenheid. Dat was ook het idee van de Madrileense zakenman om zijn megavlag uit te rollen. Er werden meer Spaanse vlaggen verkocht dan ooit, alsof het WK in Rusland al was begonnen. Het feest van de Hispanidad is al jaren omstreden, niet alleen in nationalistische regio´s als Baskenland en Catalonie, maar ook in de voormalige koloniën. In Argentinië vieren ze de dag niet, maar wordt herdacht dat Columbus de Nieuwe Wereld ontdekte. Veel landen hebben de dag omgedoopt tot de dag van het ras, als eerbetoon aan alle rassen, zoals los terciosAzteken en Inca´s die na de komst van de Spanjaarden onder de voet werden gelopen. En ook wij Nederlanders mochten ons ergeren tijdens deze editie van het Spaanse nationale feestje. In de militaire parade, afgenomen door de koninklijke familie, premier Rajoy, politieke leiders, regionale presidenten en andere hoogwaardigheidsbekleders, marcheerde een groepje mannen, uitgedost in de Spaanse legeruniformen van de zestiende eeuw. Zij stonden symbool voor de zogenaamde camino Español, de Spaanse weg naar de Lage Landen die dit jaar precies 450 jaar geleden voor het eerst werd gebruikt door de ijzeren hertog van De Spaanse wegAlva en de beruchte tercios. Overigens ging de Spaanse weg eigenlijk niet eens over Spaans grondgebied. Het startpunt lag in Milaan. Koning Filips II wilde de soms woeste zee en de vloot van de vijanden Engeland en Frankrijk vermijden en kon zijn legers niet over Frans grondgebied naar de Lage Landen brengen. Daarom liep de route onder andere via Milaan, Luxemburg en Keulen naar Brussel en de Noordzeekust. Een afstand van 1100 kilometer. De onderdrukking van onze voorouders werd dit jaar ook maar even gevierd, want ooit waren wij tenslotte ook Spaans. Dat zingen we nog steeds in ons volkslied.  

Anuncios

Zinloos geweld tegen een zinloos referendum

03/10/2017

Zojuist het ´manifest` van de Nederlandse journalist en schrijver Edwin Winkels op Facebook gelezen. Wéér iemand uit Catalonië die zich moet verdedigen voor de botsing van de treinen uit Catalonië en Madrid, bestuurd door twee onverantwoordelijke machinisten, de Catalaanse president Puigdemont en de Spaanse premier Mariano Rajoy. Un choque de trenes heet het in Spanje als twee partijen op ramkoers liggen en niet eens meer een dialoog willen aangaan om een confrontatie te voorkomen. De gevolgen zagen we zondag op de televisie bij het geweldadige ingrijpen van de Guardia Civil en de Policia Nacional om een ilegaal uitgeschreven referendum over onafhankelijkheid van Catalonië te voorkomen. Rajoy en Puigdemont zijn er ingeslaagd om een bres te slaan in de Catalaanse maatschappij. Terwijl beide politici uit partijen komen met dezelfde politieke ideologie.

We hoeven niet eens ver terug te gaan in de geschiedenis voor de aanleiding van dit politieke drama. In 2005, met zowel de socialisten in Madrid als Catalonië aan de macht, kreeg Catalonië een nieuw statuut, zoals alle autonome regio´s waar Spanje uit bestaat zo´n statuut hebben. De Catalanen konden zich vinden in dit nieuwe statuut, met meer zelfrecht voor Catalonië, maar niet de PP van Rajoy die het nieuwe statuut aanklaagde bij het Hof van Constitutie. In 2010 schrapte het Hof veertien artikels uit het statuut tot woede van de Catalanen. Daarna kwam de Catalaanse nationalistische partij aan de macht op een moment dat Spanje werd getroffen door een zware financiële crisis. De Catalaanse regering ging in Spanje voorop met vergaande bezuinigingen in onderwijs, infrastructuur en gezondheidszorg.  De maatregelen werden uitgelegd als dat Catalonië werd bestolen door Spanje(lees Madrid). Catalonië zou veel beter af zijn als het een onafhankelijke natie zou zijn. Vanaf dat moment nam de roep om onafhankelijkheid toe, terwijl de Catalaanse nationalistische partij nooit in de geschiedenis naar onafhankelijkheid had gestreefd. Het Catalaanse nationalisme wordt gegijzeld door het populisme van de extreemlinkse beweging CUP en de Catalaanse Republikeinse partij, waarmee het de regering vormt. In Madrid is op dat moment Rajoy aan de macht. De Spaanse premier nam geen enkel initiatief om met de Catalanen om de tafel te gaan zitten. Rajoy verschuilt zich liever achter de rechterlijke macht dan dat hij op zoek gaat naar politieke oplossingen. En dat leidde tot de beelden die zondag de hele wereld over gingen en moeten worden uitgelegd door inwoners van Catalonië, waarvan een groot deel niets van onafhankelijkheid wil weten. Zinloos geweld, omdat de politici er niet in slaagden het conflict vreemdzaam op te lossen tegen een zinloos referendum, omdat het illegaal was en dus nooit had mogen worden georganiseerd.

 

 

 

Toerist rot op!

14/08/2017

De Spaanse politiek probeert de anti-toerisme manifestaties van de laatste weken uit te leggen als uitzonderlijke acties. Maar gezien de regelmaat waarmee de acties tegen het toerisme in de media terugkeren, lijkt er toch wel wat meer aan de hand te zijn. In Palma de Mallorca, Barcelona, San Sebastián en Bilbao duiken overal leuzen op tegen de toerist, zoals het voorbeeld op de foto boven deze post. In Barcelona werd een toeristenbus bestookt door actievoerders, vooral uit de hoek van extreem-links, en in San Sebastián werd het toeristentreintje tot stoppen gebracht en kregen de toeristen een regen van confetti over zich heen. Uiteraard probeert de Spaanse regering deze acties te bagataliseren, want als dit nieuws met grote koppen in de buitenlandse pers verschijnt, kan dat grote schade berokkenen aan het toerisme in Spanje. En dat terwijl het toerisme een belangrijke inkomstenbron is voor Spanje en het aantal toeristen dit jaar waarschijnlijk het aantal van 61 miljoen gaat overschrijden. Er wordt al gesproken over meer dan 70 miljoen toeristen. Waarschijnlijk zit daar juist het probleem. Het zijn er teveel. Ze pikken de appartementen in van de Spanjaard, waardoor die moet verkassen. In de oude visserswijk Barceloneta in Barcelona ´wonen´ inmiddels meer toeristen, dan oorspronkelijke bewoners. In Palma verdrievoudigt de huur in de zomer.

Bij ons in Castro Urdiales hoorde ik iemand vertellen dat hij 894 euro huur had betaald voor een week in een appartement. De gemiddelde huurprijs voor een dergelijk appartement schommelt rond de 650 euro, per maand… Huisjesmelkers willen in de vakantiemaanden alleen maar hun appartement voor een week of  twee aan toeristen verhuren en verhogen de huur om de eigenlijke bewoner te ontmoedigen om zijn appartement aan te houden. Degenen die blijven, worden bijna iedere week geconfronteerd met nieuwe buren die feestvieren en voor overlast zorgen. Om maar te zwijgen over de uitgaansgebieden in de badplaatsen, waar de dronken jeugd de straten terroriseert. Waarschijnlijk zal de Bask die ´s ochtends in zijn stamcafé een wijntje drinkt en zich opeens ziet omringd door 40 cruisegangers die bij hun excursie recht hebben op een glas wijn en een tapa, ook niet blij zijn met zoveel toeristen. Ook de middenstand klaagt. De cruisegangers worden een paar uur door de stad geleid en hebben geen tijd om ook maar iets te kopen, niet eens een ansichtkaart. Toeristen die op markten op de eerste rij voor de kramen staan. Niet om te kopen, maar om te fotograferen. Hetzelfde geldt voor toeristen in de all inclusivehotels, die ook niet meer buiten de deur van hun hotel iets gaan eten of drinken. 

Hopelijk zullen mijn collega´s van SRC-Reizen buiten schot blijven. Want wij gaan wel keurig naar hotels, moedigen onze gasten aan om tussen de middag in de restaurants de lokale keuken te proeven en leggen de plaatselijke gewoonten en gebruiken uit om ons daar dan zoveel mogelijk aan aan te passen. Want als toerist zijn we uiteindelijk alleen maar te gast. Not all tourists are bastards. En zeker ook niet alle Spanjaarden zullen het toerisme willen uitdrijven.  

 

Analfabetisme in de flamenco

31/07/2017

Waar gaan de teksten van de zangers bij de flamenco nu eigenlijk over. Jaren stond ik met een mond vol tanden, zoekend naar een antwoord, wetende dat ik dat nooit zou vinden, duikend in een hooiberg zonder speld. Als de vraag kwam, giste je naar een antwoord in de hoop de vraagsteller tevreden te stellen. Het gaat over liefde, over passie, soms over een duif die in een boom zit en opeens weg vliegt. De teksten komen uit de Spaanse versie van het rijmboekje van André Hazes. Met dat antwoord hoef je overigens niet op veel tevreden mensen te rekenen. Natuurlijk probeerden we wel naar de teksten te luisteren. Corazóóóón, kwam heel vaak terug, en amor, maar meestal kwamen we niet veel verder. De andere woorden waren gewoon niet te verstaan. Andalusiers hebben nu eenmaal een zwaar dialect. Als iemand ergens in een Andalusisch dorp wordt geïnterviewd, krijgt hij of zij ondertiteling. Zo wordt de c een s in het Andalusisch, van de j die als g-klank moet worden uitgesproken, maakt de Andalusiër een stomme h-klank. Nada wordt ná, en chico wordt quillo. Bij veel woorden laat de Andalusiër de laatste letters maar gemakshalve weg.

Maar bij de flamenco gaat de verkrachting van de Spaanse taal nog veel verder. Althans dat dacht ik, tot ik eindelijk een paar weken geleden het geheim van de flamenco-zang wist te ontrafelen. Het antwoord zat verstopt in een interview met een flamencodanseres, afgedrukt in de weekendbijlage van de Spaanse krant el País. De vraagsteller haalde een uitspraak van Caballero Bonald aan die ooit zanger Pepe Agujetas had horen zeggen dat  een goede flamenco-zanger analfabeet moet zijn, want wie kan lezen, bederft de uitspraak. Eureka! Dit was het antwoord op al die vragen van al die mensen die ooit met gespitste oren bij een flamenco-optreden hadden gezeten en er maar niet achterkwamen wat er werd gezongen. Overigens vertelde mijn collega en Andalusië deskundige Toine Luksenburg dat Pepe Agujetas in het Nederlands Jozef Spierpijn betekent. Naast de onverstaanbare teksten wordt er door de zogenaamde cantautores vooral geroepen naar de dansers en danseressen. Dale, geef alles, haal alles uit de kast, guapa, schoonheid, dat compliment gaat dan uiteraard uit naar de granadadanseressen, olé, wat de toerist bij de voorstelling voortdurend hinderlijk herhaalt alsof hij in een voetbalstadion zit. Omdat ik wel wist dat in tegenstelling tot de Portugese fado, de flamenco-teksten nauwelijks diepgang hebben, wijs ik mijn gasten erop dat ze zich maar beter kunnen concentreren op de dans en passie van danser en danseres. Eerlijk gezegd weet ik weinig van flamenco, weet ik niet wat het verschil is tussen bulerías of malagueñas. Maar kijkend naar de passie waarmee de dansers en danseressen hun kunsten vertonen en het vuur dat uit hun donkere ogen, zwart als kolen, spat, dan hoor je het verhaal van de oosterse wortels in Andalusié, van het harde leven in de zigeunerwijk van Sacromonte in Granada. Je gaat mee in de trance van de danseres, ook al probeert iemand op de achtergond met onverstaanbare woorden jou uit je oosterse droom te schreeuwen. 

Koffiepauze aan de kust van Galicië

25/06/2017

Xuño

De laatste regels van mijn vorige post kondigden aan dat het verhaal van mijn revalidatie bij een drieluik zou blijven, al schoot het aantal bezoekers aan mijn blog juist door deze verhalen omhoog. Mijn leed trok veel meer bezoekers dan alle verhalen die ik over Spanje in de loop van de jaren had geschreven. De post sloot ik af met de woorden dat het wereldje van deze blogger een klein wereldje was geworden en dat is voor een reisleider best frustrerend, zeker nu het personeel van het revalidatiecentrum op vakantie begint te gaan. Gelukkig niet naar plaatsen die me jaloers maken, want veel medewerkers gaan vooral naar de overvolle badplaatsen, al is dat ook wel weer begrijpelijk als je midden op de hoogvlakte temperaturen moet trotseren van rond de veertig graden, en de zee ver weg is. Maar toen mijn therapeute vertelde dat ze een weekje naar Galicië ging, moest ik toch wel even slikken en kwamen herinneringen boven aan al die reizen die ik naar dat gebied heb gemaakt. Herinneringen aan de pelgrimsweg, het lekkere eten, de mooie landschappen en de uitbater van café Mariño aan de weg langs de Rias Bajas tussen Noia en Santa Eugenia.

XuñoHerinneringen om deze blog weer nieuw reisleven in te blazen. Café Mariño ontdekten we bij toeval toen de eigenaar van ons vaste koffieadres aan het begin van het wandelpad naar de keltische nederzetting van Baroña op de rotsen aan de Galicische kust besloot op maandag de tent dicht te gooien, uitgerekend op onze bezoekdag aan de keltische overblijfselen. Belachelijk vond de Hollandse koopmansgeest, als de eigenaar toch zomaar 30 kopjes koffie kon verkopen. Maar iedere horeca-ondernemer weet dat de marge op koffie erg laag is en de arbeidsintensiviteit hoog, zeker als er cappucino wordt besteld. Er zat niets anders op dan de weg te vervolgen en dan maar hopen een geschikte lokatie tegen te komen, met lekkere koffie, parkeerruimte voor de bus én een vlotte bediening. Een nachtmerrie voor de reisleider is om onnodig veel tijd te verliezen bij een koffiestop. Uiteindelijk reden we Xuño binnen. Een roze bord aan de rechterkant van de weg wees naar de aanwezigheid van een Romaanse brug, maar nog belangrijker was dat halverwege het dorp aan beide kanten van de weg een bar was, bar Mariño aan de rechterkant en bar La Palmera aan de linkerkant. Zo konden we de groep verdelen en hoefden we niet bang te zijn dat er in een van de barren te weinig kopjes zouden zijn of dat de barman onder de plotselinge werkdruk zou bezwijken. De gok pakte goed uit, tot een paar weken later La Palmera dichtging en we met de hele groep bar Mariño vulden. Mariño is een typische dorpskroeg, waar een oud mannetje je zomaar kunt vragen; alles goed?, in het Nederlands omdat hij als een van de vele Galicische emigranten in de jaren zestig of zeventig ooit bij Xuñode Hoogovens, Philips of in de Limburgse mijnen werkte.

Uiteraard staat de televisie aan, naast de ingang van de keuken hangt een kalender van het lokale garagebedrijf met halfontblote dames, op een hoek van de bar liggen de regionale kranten, je kunt er loten kopen van de staats- en blindenloterij en op een publikatiebord prijkt het culturele nieuws en de gemeentelijke mededelingen en aan de andere kant van het lokaal hangt een vergeelde foto van het plaatselijke voetbalelftal. We vroegen ons af of we hier wel binnen een half uur met dertig gasten weer weg zouden zijn. Er stond achter de bar maar een man, die ook nog eens scheel was, maar dat was juist een voordeel, want een oog hield hij op de koffiemachine en met zijn andere oog kon hij de gasten achter zich laten afrekenen. Daarbij kreeg hij steun van zijn vrouw die met schone kopjes uit de keuken kwam en onze gasten voorzag van kleine rieten mandjes gevuld met koekjes. Die waren inbegrepen bij de koffieprijs van 1 euro… We waarschuwden de eigenaar als er een week later weer een groep zou komen, zodat ze het terras dat normaal uit drie tafeltjes bestond konden uitbreiden. Het terras gaf uitzicht op het landschap van Galicië. Een granieten kerkje, akkertjes met mais en op de achtergrond de bergrug van Barbanza waar we later naar het uitzichtspunt zouden gaan. Later las ik in een reportage over euthanesie dat bij Xuño in de jaren zestig Ramón Sampedro een dwarslaesie opliep bij een duik in ondiep water. Voor de rest van zijn leven was hij gekluisterd aan het bed, de eerste jaren in Xuño. Hij werd landelijk bekend omdat hij de eerste Spanjaard was die in het conservatieve Spanje van Franco om euthanesie vroeg.  Zijn verhaal werd verfilmd in de beroemde film Mar Adentro van Amenábar, de rol van Sampedro werd gespeeld door Javier Bardem. Maar wij komen voor de koffie naar Xuño. Toegegeven, bar Mariño heeft niet de allure van een terras op de plaza Mayor in Salamanca of Madrid of tegenover de stadsmuren van Cáceres, maar wie kennis wil maken met de Galicische gastvrijheid en gemoedelijkheid, kan niet zomaar voorbij rijden aan bar Mariño.

De eerste stappen

17/06/2017

We gaan iets proberen, zei Guillermo, de fysio. Hij knikte naar de gelijke brug. Ik parkeerde de rolstoel tussen de twee leggers en wachtte af. Guillermo deed me een tuigje om en met een afstandsbediening takelde hij me uit mijn rolstoel tot een hoogte dat ik met mijn voeten op de grond stond en mijn knieën gebogen bleven. Strek je benen, zei Guillermo. Met mijn armen drukte ik me op de leggers omhoog om mijn benen zoveel mogelijk te ontzien. Na vier maanden hadden mijn beenspieren wel wat aan krachttraining gedaan, maar ik had geen idee of mijn benen het lichaam van inmiddels zo´n honderd kilo konden dragen. Ik voelde me een baby giraffe die zojuist door zijn moeder van ongeveer twee meter hoogte uit de baarmoeder was geworpen. Handen naar voren, rug recht, knieeën gestrekt, kont naar voren, herhaalde Guillermo. Het klonk als een buitenaardse dans. Waar te beginnen. Als ik mijn handen naar voren deed, ging mijn kont naar achteren en de rug wilde zich alleen maar rechten als ik mijn armspieren aanspanden ter hoogte van mijn lichaam en niet voor me. Zo kun je wel lopen, maar lijk je net Groucho Marx of een waterskieër.

Ik was totaal vergeten welke houding ik me ooit aannam voor het ongeluk. Toen was het nog een automatisme. Je stond op uit bed, van de bank of uit een stoel en je stond rechtop. Voila! Maar nu tussen de gelijke brug, ik had geen idee wat te doen. Het automatisme had plaats gemaakt voor een beweging met de moeilijkheidsgraad van een tangocursus. Twee dagen later wist ik het weer. Het geheim zat in de rug. Als ik die kon rechten, nam ik veel druk weg op mijn knieën, die ik niet meer zo geforceerd hoefde te strekken en ik nam behoorlijk wat werk weg bij mijn armspieren. Ik had de juiste houding te pakken. En nu? vroeg ik aan Guillermo. Probeer maar te lopen. Hoe ging dat ook alweer? Gewoon, zoals de meeste mensen dat doen, was zijn lackonieke antwoord. Op het terrein van het hospitaal had ik aandachtig wandelaars geobserveerd, maar wat was hun geheim. Hoe zetten ze hun ene been voor het andere. Guillermo onthulde me het raadsel. Het standbeen moest gestrekt blijven, de handen naar voren en met het andere been kon ik dan een stap zetten. Ik probeerde het, het ging houterig, Armstrong zou waarschijnlijk met zo´n stap op de maan zijn teruggefloten door de NASA, maar toch, ik had een stap gezet. Eerst een met mijn linkervoet, daarna met mijn rechtervoet. Het begin was er. Het ging krampachtig, het kostte veel energie. En het mag ook weer niet teveel energie kosten, want dan zullen de spastische aanvallen toenemen. Maar hoe dan ook,  ik was een nieuwe weg ingeslagen. Een weg, waarop ik straks afscheid mag nemen van het tuigje dat me nu nog opvangt als mijn knieeën onder mijn gewicht bezwijken. Daarna zullen er obstakels opdoemen tussen de gelijke brug. Blokken om overheen te stappen, een zachte mat die mijn evenwicht op de proef zal stellen. En aan het einde van de gelijke brug zullen er twee krukken en een rolator klaar staan, en zal ik ´los´ mogen. En helemaal aan het einde van de weg staat daar de loopband, bijna verscholen in een hoek van de gymzaal als laatste vakje van het ganzenbord, of beter gezegd, levensweg. Er liggen nog veel gevaren op de loer. Zal de motoriek helemaal terugkomen, zal ik er geen zwabberbeen aan overhouden. Maar dat is toekomstmuziek die nu nog heel ver wegklinkt. Eerst was het motto, beetje bij beetje. Nu is het stapje voor stapje en dat klinkt al een stuk hoopgevender. Ik wandel in een tunnel op weg naar het licht.

Dit is de laatste post van het drieluik over mijn ervaringen in het nationale revalidatiecentrum in Toledo. Spaans Bloed gaat toch vooral over reizen, door Spanje, Marokko, Peru, Cuba en Portugal. Deze reis is mijn eigen persoonlijke reis in mijn eigen kleine wereldje.  

 

Een wetenschappelijk Lourdes aan de Taag

10/06/2017

Bijna direct nadat de dokter zich heeft voorgesteld, waarschuwt ze de patient. Het is hier geen Lourdes. Die indruk wordt in de landelijke media regelmatig gewekt, als iemand die al jaren in een rolstoel zit naar Toledo wordt gestuurd en daarna opeens weer kan lopen. En het lijkt ook een wonder als je op je buik op de behandeltafel ligt en je probeert al een paar dagen je voet naar je knieholte te bewegen maar je voet komt nog geen halve centimeter los. En dan op een dag, zonder extra krachtsinspanning ´zweeft´ diezelfde hak opeens richting knieholte. Niet een of twee keer, maar tien keer. Toch een wonder? Maar nee, de ontsteking in het ruggenmerg is waarschijnlijk afgenomen. Het commandocentrum in het hoofd maakt weer contact met de ledematen of de stijfheid of spasticiteit is afgenomen. En zo herstelt het lichaam langzaam. Van een in elkaar gefrommeld hoopje ellende met leeggelopen spierbundels als doorgeprikte balonnen, tot een wederopstanding die zich langzaam maar gestaag voortzet. Maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Er komen patienten binnen die een complete aandoening hebben. Dat wil zeggen dat hun lichaam onder de plaats van hun blessure niet meer zal herstellen. In een enkel geval weet het medische team een doorbraak te forceren, en daardoor geniet het hospital nacional de parapléjicos in Toledo landelijke bekendheid. Vanuit heel Spanje worden patienten naar dit centrum voor dwarslaesies gebracht met helikopter of ambulance. Tot een paar jaar geleden waren het vooral slachtoffers van verkeersongelukken, nu zijn valpartijen in huis de belangrijkste oorzaak. Ook patienten van hernia-operaties die gedeeltelijk zijn mislukt worden naar dit ziekenhuis aan de rand van de Taag gebracht. Het ziekenhuis werd geopend in 1974 in opdracht van de minister van Gezondheidszorg van het Francoregime die uit een naburig dorp kwam. Het prinselijk paar Juan Carlos en Sofia kwam de opening verrichten. Het ziekenhuis ligt op het oude landgoed La Paraleda, de Perengaard, maar perenbomen staan er nauwelijks meer. Voornamelijk amandel- en olijfbomen. In de verte doemt de oude stad op met het vierkante robuuste alcázar dat het aangezicht van het middeleeuwse Toledo domineert. Inmiddels valt het ziekenhuis onder de autonome regio van Castilië en La Mancha. Drie jaar geleden werd het ziekenhuis fors uitgebreid. Er zijn bedden voor 220 patienten, een enorme zaal voor de fysiotherapeuten, er is een kinderafdeling, er zijn psychiaters en psychologen, een intensive care, chirurgen, een afdeling voor kunstmatige inseminatie, etc. In zijn vrije tijd kan de patient tafeltennissen, over het terrein rijden op een handbike, basketball, volleyball of badminton spelen, of op het terras in de tuin of op de steiger aan de Taag bijkomen van alle inspanningen. Een patient met een dwarslaesie of een aandoening aan de rugwervel kan zich geen beter revalidatiecentrum in Spanje  wensen. Maar het is hard werken en het beleid is meedogenloos. Voor mijn aandoening, een ontsteking ter hoogte van de nekwervel, staat een verblijf van zes maanden, zonder dat je de garantie krijgt dat je na die zes maanden helemaal hersteld zal zijn. Je zult dan verder moeten gaan revalideren in of in de buurt van je eigen woonplaats. Patienten die geen vooruitgang meer boeken, wordt meegedeeld dat zij niet langer in het ziekenhuis kunnen blijven. Het hart van het complex is de gymzaal, want daar wordt het herstel echt zichtbaar. Er staan rijen behandeltafels, kooien voor de intensieve krachtoefeningen, waarbij je soms denkt dat het Inquisitie weer terug is in Toledo, gelijke bruggen voor loopoefeningen, hometrainers, en de trots, twee Zwitserse robots, waarin het lichaam weer leert lopen en de patient als hij zijn ogen sluit, zich misschien toch even in Lourdes waant.

Geboorte en wedergeboorte

03/06/2017


Het einde van het onbezorgde, veilige bestaan in de baarmoeder kwam in zicht.  Waarschijnlijk hoorde je regelmatig die zware stem, die zich zorgen maakte over jouw komst en dan vooral over de dag van jouw geboorte  De derde echo gaf hoop. Je lag voor op schema, voor het weekend kon je al weleens in ons midden zijn. Papa had haast, want die zou jouw geboorte weleens kunnen missen. Hij was aan een reis bezig die hij nooit had willen maken. Van Castro Urdiales, via Laredo naar Santander en vervolgens naar Toledo. Niet langs hotels, maar langs ziekenhuizen. Op 1 januari was hij ongelukkig gevallen. Via een hernia in een nekwervel was er een ontsteking in het ruggenmerg geschoten. Hij kon zijn benen niet meer bewegen, hij had nauwelijks nog gevoel in zijn handen. Op 23 februari om 06.00 uur zou hij naar het revalidatiecentrum in Toledo worden gebracht. Hopelijk konden geboorte en wedergeboorte  elkaar  nog even kort in de armen sluiten in het ziekenhuis van Santander.  En uiteindelijk gebeurde dat ook. Op de valreep. Je weg door het geboortekanaal werd een snelweg. De vliezen werden gebroken en daar was je, om 05.20 uur. Veertig minuten voor papa naar Toledo zou worden gebracht, voor het begin van zijn wedergeboorte in het landelijke revalidatiecentrum voor dwarslaesies, waar hij ging proberen om weer te leren lopen.  Op de intensive care in Santander hadden ze hem de eerste dagen gevoed met pakjes yogurt, hij kreeg een luier om en hij werd gewassen. Hij onmoette je op het eerste vakje van Levensweg. Toen jij een paar weken later naar Toledo kwam, spartelde je al aardig met je beentjes, en binnen een jaar zal je waarschijnlijk proberen je omhoog te drukken aan de lage salontafel in de woonkamer en zal je spontaan je eerste stappen gaan zetten. Zo ging dat ook met je broertjes. Met vallen en opstaan. Op een natuurlijke wijze, zoals je ook zult leren praten, misschien ook wel in het Nederlands. Net als het leren van een vreemde taal op latere leeftijd, valt het ook niet mee om opnieuw te leren lopen. Dat ondervindt papa nu zelf ook. We worden allebei gereden. Jij in de kinderwagen, papa in zijn rolstoel. We kijken elkaar aan. Jij met een blik vol vertrouwen, of er jou  met mama en papa in de buurt niets kan overkomen. En papa ziet in jouw grijsblauwe  ogen zijn grootste inspiratiebron.  

Het toverwoord is PIN

30/12/2016

img_8076

En dan gaat het niet om de viercijferige code van de bankpas. PIN is in deze streek, maar misschien geldt het wel voor heel Spanje, de formule om met kinderen de kerstvakantie door te komen. PIN staat voor Parque Infantil Navidad. Sporthallen, feesttenten en een grote hal in het congrescentrum BEC in Bilbao, zijn ingericht als kinderspeelplaats met glijbanen, klauterrekken, trampolines en ballenbakken. Vroeger op school heette het apekooien als alle toestellen van de gymzaal werden opgesteld. Het woord apekooien zou ook het beste onderschrift zijn voor de foto boven deze post. Deze indoor-speelparken zijn dé plaatsen voor kinderen om hun energie kwijt te raken. De traditionele appartementen in Spanje zijn te klein om kinderen wat speelruimte te geven. Daarom zijn er ook zoveel speelplaatsen in parken en op pleinen ingericht. Vaak omringd met bars en terassen, zodat de ouders met een glas wijn of bier toezicht kunnen houden. In El Gato, een bar bij ons in Castro Urdiales, is op de eerste verdieping een speelruimte ingericht met een kleine ballenbak, een glijbaan, een paar driewielers en wat dozen met speelgoed. Beneden bij de bar hangt een groot beeldscherm, waarop de ouders hun kinderen in de gaten kunnen houden. Veel ouders zoeken hier hun toevlucht op img_8091de dagen dat het regent en er niet buiten kan worden gespeeld. De foto boven deze post en die hier links, zijn overigens niet genomen in zo´n PIN, maar in het Bizkaia Park Abentura. Een enorm attractiepark, ingericht in een grote loods, achter de papierfabriek van Güeñes, een dorp ten zuiden van Bilbao. Dit kinderparadijs ging eind november open en niet alleen voor de kerstvakantie. Het is een goede optie voor ouders om hun kinderen in de komende vakanties bezig te houden. Zeker voor de ouders hier in Cantabrië. Het vakantierooster heeft in deze regio een revolutie ondergaan. De schookinderen hebben hier nu bijna dezelfde vakantieperioden als hun schoolmaatjes in Nederland. Dit jaar hadden de kinderen in Cantabrië voor het eerst herfstvakantie. Na de kerstvakantie hebben ze eind februari rond carnaval voorjaarsvakantie en daarna volgt de paasvakantie. Op 26 juni begint de zomervakantie, die niet zo lang zal zijn als in de rest van Spanje, om de vrije dagen van de herfstvakantie te compenseren. 

De ciderboerderijen van Astigarraga

24/12/2016

img_20161111_145135

Als de Basken straks de laatste resten van hun kerstmaaltijden nog aan het herkauwen zijn, staat alweer een nieuwe gastronomische afspraak op de kalender. Vanaf januari openen de sidrerias, de ciderboederijen weer hun deuren. En dat betekent een grote t-bonesteak van de os, de chuletón, eten en onbeperkt cider drinken. Het vaste menu in de ciderhuizen. In het Baskenland zijn de meeste van deze restaurants gelegen rond Astiarraga.  Ze liggen iets ten zuiden van San Sebastián verscholen langs en onder het knooppunt van wegen die naar Pamplona, Frankrijk, Bilbao en Vitoria Gasteiz gaan. In de omgeving veel appelbomen. De appelteelt gaat terug naar de tijd dat uit de haven van San Sebastián de schepen onder de vlag van de Real Compania Guipuzcoana de Caracas naar de Nieuwe Wereld zeilden. Een soort Baskische West-Indische Compagnie. De handelaren brachten keramiek uit Valencia, wijn uit de Riojastreek en wol uit Castilië naar de koloniën en kwamen met cacao, koffie en tabak terug. Het waren deze Basken die het monopolie doorbraken die de Nederlanden hadden op de handel in cacao. De zeevaarders ontdekten dat het drinken van cider op de lange reizen dé manier was om voldoende vitamine C binnen te krijgen en zo scheurbuik te voorkomen.

015 Dat is de reden van de vele ciderboerderijen en de appelgaarden ten zuiden van San Sebastián. Er staan er maar liefst 24 rond Astigarraga. Na de oogst in september worden de appels geperst en laat men het sap fermenteren. In januari worden de vaten aangeslagen. Als de vaten leeg zijn, zo rond april sluiten de ciderboerderijen hun deuren weer. Natuurlijk zijn er ook ciderrestaurants die het hele jaar door zijn geopend, zoals Arriaga in de calle Perro in Bilbao of Marcelino bij ons in het dorp. In welke sidreria je ook komt, het menu is bijna overal hetzelfde. Als voorgerecht vis- en hampaté, een omelet van kabeljauw en soms ook groene paprikaatjes en chorizo. En als hoofdgerecht de t-bonesteak van de os. Langs de muur staan de grote vaten opgesteld waar de bezoeker onbeperkt cider kan tappen. De cider moet met een lange straal in glas of karaf worden geschonken, zodat de appelwijn gaat schuimen en het aroma vrijkomt. Het is als met bier, als de sider doodslaat kun je hem maar beter weggooien. De foto boven deze post is genomen in de ciderboerderij van Lizeaga, waar ik voor een klus in november was. Een Engelse dame wilde met haar familie de verjaardag van haar man in een ciderboerderij vieren. Het enige dat ik moest doen was de familie van Bilbao naar het restaurant in Astigarraga brengen, met de familie mee eten en ze weer terugbrengen naar het hotel in Bilbao. Ogenschijnlijk een eenvoudige opdracht, al viel het niet mee om in een ciderboerderij geen druppel cider te mogen drinken. Lizeaga was in november een van de weinige ciderboerderijen die open was. Een traditioneel lokaal gerund door vader en dochter. Het brood werd niet keurig gesneden en in een mandje geserveerd, maar als heel stokbrood op tafel gelegd. De kabeljauwomelet werd midden op tafel gezet. Geen bordjes om je eigen stukje op te leggen. Toen ik namens de familie om bordjes vroeg, kon ik er als tegemoetkoming twee krijgen. In de 16e-eeuwse boerderij was er alleen cider, rode wijn en water. Geen menukaart en geen verwarming. De meeste gasten, ook lokaal, aten met hun dikke winterjas aan. Maar wel een ontzettend goed bereide steak. Zo lekker had de familie die in Londen nog nooit geproefd.