Posts Tagged ‘Havana’

We komen allemaal uit Macondo

22/01/2016

IMG_5348

Deze prachtig aangeklede patio kent een verborgen hoek die uiteraard niet is te zien op bovenstaande foto, anders zou het geen verborgen hoek zijn. Deze zijarm, gelegen achter de rug van de fotograaf,  is de setting van mijn literaire reis naar Macondo met Gabriel García Márquez. Honderd jaar eenzaamheid is de Don Quijote van Latijns-Amerika. En zoals het werk van Cervantes een prachtige uitgave kent met pentekeningen van Paul Gustave Doré, zo werd in 2007 op Cuba een bijzondere editie gedrukt van het boek van Marquéz met tekeningen van de Cubaanse kunstenaar Roberto Fabelo. Hieronder de tekening die de omslag van het boek siert. Een jaar of acht geleden kreeg ik het boek cadeau van een lokale Cubaanse gids. Hij vertelde me dat veel Cubaanse jongeren die op zoek zijn naar een originele tatoeage zich laten inspireren door de tekeningen van Fabelo. Op de plaza Vieja in Havana staat een groot kunstwerk van Fabelo; een vrouw gezeten op een haan met een vork in haar hand. Op de terugvlucht van Havana naar Amsterdam liet ik het boek heel stom achter in de rugleuning. In november kocht ik een nieuw exemplaar bij een boekhandelaar op de plaza de Armas in Havana om het als leesvoer mee te nemen naar Peru.

123Geen betere plaats om het boek te lezen dan in de hangmat, door mijn schoonvader bevestigd in de verborgen hoek van de patio. Voor het geval ik me daar in zou vervelen, had hij dit jaar ook een schommelstoel aangeschaft. De patio en alle geluiden die daar rondzingen, roepen aardig de sfeer op van het huis van José Arcadio Buendia, de stichter van Macondo. Vanaf het moment dat de zon zijn eerste stralen over de bergen laat schijnen, is er bedrijvigheid. De vuilniswagen die om half zeven de straat binnenrijdt en je al van ver kunt horen door de cumbia-muziek die uit de enorme luidspreker schalt die op het dak van de wagen is bevestigd. Onze jongens die gillend met hun neefje en nichtje door de woonkamer en over de patio naar de verschillende vertrekken rennen, het eerste telefoongerinkel om zeven uur ´s ochtends. Een vriendin die een uur later aan de deur staat voor een boodschap. Mijn zwager die van boven uit het raam zijn moeder roept. De buren die hun paranda houden en twee dagen en nachten lang voor het huis hangen en de ene na de andere krat bier laten aanrukken en de hele buurt vullen met muziek.  De hele dag loopt iedereen in en uit en je weet nooit wie er wel of niet in huis is. Pas als de nacht invalt, keert de rust terug, al is er dan altijd nog het geblaf van de straathonden en klinkt van ver de muziek van een feest dat altijd wel ergens wordt gehouden. Luisterend naar de klanken deel ik op een avond met mijn zwager een fles bier. Of hij de roman van García Márquez heeft gelezen. Drie of vier keer, beaamt hij. Hier op de patio proef je heel goed de huiselijke sfeer van de familie van José Arcadio Buendia, merk ik op. Dat is niet zo vreemd. We komen allemaal uit Macondo, is zijn antwoord. 

 

Anuncios

In de voetsporen van Juan Ramón Jiménez

11/12/2014

001 (2)

 

Ik hoorde begin dit jaar voor het eerst van hem in het gemeentelijk museum van Telde op Gran Canaria. Een paar weken later was ik in zijn geboorteplaats Moguer, een klein dorpje op een steenworpafstand van Palos de la Frontera in Andalusië en nu stond ik plotseling oog in oog met hem in hotel Victoria in de wijk Vedado in Havana. Een onmoeting met een en dezelfde persoon op de meest uiteenlopende plaatsen van de wereld. Van Moguer tot Havana. Dat blijft altijd verrassen als je rondreist. Michael Palin maakte ooit een documentaire over Ernst Hemmingway en reisde daarvoor onder andere naar Florida, Afrika, Havana, Madrid en Pamplona. Een documentaire maken over het leven van Jiménez zou geen ondankbare taak zijn. In zijn biografie op Wikipedia komen plaatsen voor als Madrid, Bordeaux, Washington, Miami, Havana en het eiland Puerto Rico. Tussen 1936 en 1939 verbleef Jiménez in Havana en die jaartallen vertellen veel over de poëet. In die jaren woedde in Spanje de 005 (2)burgeroorlog. Net als zijn intellectuele broeders Antonio Machado en Federico García Lorca steunde ook Jiménez de Republiek. Dankzij bemiddeling van president Azaña kon Jiménez met zijn vrouw naar Washington vluchten. Vandaar reisde het echtpaar naar Havana. In de Cubaanse hoofdstad nam Jiménez onderdak in hotel Victoria. Een groot tegeltableau tegenover de ingang herinnert aan zijn verblijf. Bij de receptie kan niemand vertellen in welke kamer Jiménez verbleef. De poëet kreeg geen museumkamer zoals Hemmingway in hotel Ambos Mundos in Habana Vieja. Waarschijnlijk hebben ze bij de receptie wel andere zorgen aan het hoofd, want het valt niet mee om dit hotel overeind te houden, in de letterlijke betekenis van het woord. In de buitenmuren schreeuwen grote scheuren, alsof zij wel het verhaal van Jiménez willen vertellen.

Hoe zou de sfeer in Havana zijn geweest in de tijd dat Jimenez er was. Het hotel ligt in een mooie buurt. Op twee blokken afstand van de Rampa en de ijssalon van Copelia en bijna onder het 123 meter hoge gebouw Focsa, dat als een open boek neerkijkt op hotel Victoria. Jiménez heeft het gebouw niet gezien, want het Cubaanse wereldwonder van de civiele bouwtechniek werd geopend in 1956, in het jaar dat Jiménez de Nobelprijs van de Literatuur kreeg. Op twee blokken afstand in de richting van de Malecón ligt hotel Nacional. De Bar of Fame van het hotel hangt vol met portretten van illustere gasten, gerangschikt op decenium. In de jaren dertig 007verbleven onder andere Johnny Weismuller, het Trio Matamoros, Erol Flyn en de prins van Wales, Edward VIII. Jammer dat niet wat specifieker staat aangegeven in welk jaar precies deze beroemdheden in het hotel waren, want nu weten we niet of Jiménez de beroemdste Tarzan uit de geschiedenis tegen het lijf is gelopen of naar een optreden is geweest van het Trio Matamoros. ´s Avonds eet de schrijver van deze blog in restaurant La Roca, achter het hotel. Een favoriet restaurant voor de welgestelde Cubanen in Vedado, en goedkoop voor de buitenlander, want niet toeristisch. Bij de ingang staan twee oude mannen met de maitre te praten. Als ze horen dat de bezoeker in hotel Victoria logeert, vertellen ze gelijk dat Jiménez daar ook heeft gelogeerd. En misschien heeft hij daar wel aan zijn beroemde werk Platero y Yo gewerkt. Maar hier sluipt de legende de geschiedenis binnen. Platero y Yo zag in 1914 het levenslicht, dit jaar precies honderd jaar geleden. En dat weten we dankzij de directeur van het gemeentelijk museum León en Castillo in Telde. 

Het verschil tussen mogen en kunnen

07/11/2011

 De jongen op de foto hiernaast mag in deze winkel een cd kopen en waarschijnlijk kan hij dat ook, zo duur zijn gekopieërde cd´s niet op Cuba. De verkoper kan de cd´s  in zijn ´toptienda´ in de calle Obispo in Habana Vieja aanbieden en mag dat sinds kort ook nu de Cubaanse regering het werken voor eigen rekening, de cuenta propia, stimuleert om de vijfhonderdduizend overbodige functionarissen aan het werk te krijgen. De Cubaanse cijfers zeggen dat er op Cuba 4,95 miljoen mensen werken, waarvan er 4,1 miljoen voor de staat werkt. Van die 4,1 miljoen is bijna een kwart overtollig en moet een andere baan gaan zoeken of zzp´er worden. Maar kúnnen die honderduizenden ambtenaren ook allemaal een eigen zaak opstarten. Wie heeft er voldoende startkapitaal, wie heeft marktonderzoek gedaan naar de levensvatbaarheid van een eigen onderneming, of het nu gaat om het plastificeren van documenten of het verkopen van cd´s. Het lijkt of op Cuba steeds meer mag. Het laatste nieuws is dat Cubanen nu een huis mogen kopen en verkopen. Dat is vooral goed nieuws voor de Cubanen die de papieren al in orde hebben om het eiland te mogen verlaten en nu met de verkoop van hun huis een aardig centje op hun reis kunnen meenemen. Voorheen verviel het huis aan de staat als de persoon op wiens naam het huis stond het eiland definitief verliet. Cubanen mogen ook een mobiele telefoon aanschaffen en gebruik maken van internet. Maar wie kunnen dat. Internet in huis is onbetaalbaar en in hotels en bij de Cubaanse telecommunicatiemaatschappij Etecsa betaal je 3 CUC per half uur, omgerekend 1,35 euro. Het maandsalaris op Cuba schommelt rond de 12 euro.  En wat zal de prijs van een woning worden? Ik vroeg het aan mijn Cubaanse gids, maar die had geen idee. En dat zal ook gelden voor de mannen die dagelijks op de paseo de Prado in Havanna bijeenkomen om hun huis te ruilen. Wie bij de centrale bank geld gaat halen voor het kopen van een huis, zal met argwaan worden bekeken, dus waarschijnlijk zal het grootste gedeelte van de koop onder de tafel gebeuren. Op die manier werden nu al huizen illegaal gekocht en verkocht. Dat geldt voor meer besluiten die de regering heeft genomen. Veel Cubanen hadden al een handeltje voor de Cubaanse regering er toestemming voor gaf. Misschien dat Raúl Castro de Cubanen vrijheid geeft om te gaan ondernemen, om op die manier meer toezicht te kunnen houden. Bij iemand die illegaal een handeltje heeft, kun je geen belasting heffen. En het innen van belastingen is een groot bijkomend voordeel voor de regering bij het vrijgeven van veel beroepen of het nu om een bewaker/schoonmaker bij een openbaar toilet of stadspark gaat of de maker en verkoper van bloemstukken. 

  

 

De trommelaar van de favela

14/12/2010

 

Het is misschien geen echte favela, misschien mag je die naam ook alleen maar voor Braziliaanse sloppenwijken gebruiken, zoals dat ook geldt voor de aanduiding van gemarkeerde wijngebieden. Maar de wijk Leguina in de stad Güines, op 52 kilometer van Havana, heeft in onze Westerse ogen alle kenmerken van een sloppenwijk en door het woord favela te gebruiken, is een mooi decor geschetst bij het verhaal van het kleine jongetje Tata dat trommelend op melkpakken en  worstenblikken door de straten ging en uitgroeide tot de Koning van de Conga. Hij past in het rijtje van Compay Segundo, Ibrahim Ferrer, Rubén Gonzalez en al die andere helden uit de Buena Vista Social Club, met wie Federico Arístides Soto Alejo, de officiële naam van Tata, regelmatig optrad. De foto hierboven laat de patio zien waar Tata uren trommelend doorbracht. Aan de patio ligt de kleine kamer waar hij met zijn zeven broers woonde, een ruimte van zo´n vier bij vier meter.  Na zijn dood in 2008 werd de kamer ingericht als een museum, waar persoonlijke eigendommen van Tata, zoals zijn trommels, zijn kleurige Afrikaanse hemden, foto´s en oorkonden worden tentoongesteld. Hij kan met zijn vingers en de palmen van zijn hand alle geluiden van de natuur imiteren, staat boven twee foto´s van de trommelvirtuoos. Ooit, bij een concert in Monmartre, kreeg hij de ingeving om met zijn nagels te trommelen en zo het geluid te imiteren van twee slippers op een houten vloer. La uña, de nagel, werd vanaf dat moment het kenmerk van Tata. Hij was er trots op dat hij ooit een zaal vol met Duitsers aan het dansen kreeg. Hij trad op met Silvio Rodriguez en was gastmuzikant bij Diego El Cigala en Bebo Valdés. Met Lagrimas Negras van Cigala en Valdés won Tata een van zijn drie Grammy Awards. Twee jaar geleden overleed Tata, maar op de patio klinkt nog steeds conga, rumba en guacuancó. In 2004 toverde Tata de patio om in een kweekvijver, nadat hij het culturele project El Patio de Tata Güines opstartte. Op de binnenplaats wordt nu les gegeven aan de kinderen van Gúines en dan vooral uit de wijk Leguina. Het zijn de zogenaamde Tatagüinitos die hopen ooit zo beroemd te worden als Tata. Ze treden nu nog op voor de spaarzame toeristen die naar Güines komen, een plaats die in de twee reisgidsen die ik heb, die van Dominicus en Capitool, niet wordt genoemd. We zijn ook altijd de enige groep tijdens de rondleiding van museumdirecteur Zeleida. Zij neemt ons mee naar de kerk van Santa Barbara (Tata was devoot aan de orisha Changó, de Afrikaanse equivalent van de heilige Barbara in de wereld van de Santería) en uiteraard bezoekt ze met ons de patio van Tata. Maar steeds als we daar zijn, zitten de Tatagüinitos op school (de foto hierboven komt van de gemeentelijke website van Güines). Toch zijn er altijd wel wat nieuwsgierige kinderen die op het geluid van de trommels afkomen en spontaan beginnen te dansen. Zoals dat ook hoort op de patio van Tata.     

Eten op Cuba

05/12/2010

Je zou de kop en de foto niet snel bij elkaar verwachten. Een design-restaurant op Cuba, het bestaat echt. Ingericht in het hotel Palacio del Marqués de San Felipe y Santiago de Bejucal, in de calle Oficios, ter hoogte van het plein van San Francisco in Havana. Een on-Cubaans restaurant, als je de paladares, de privé-restaurantjes bent gewend of de restaurantjes ingericht op de patios van de koloniale huizen. De kaart maakt dit restaurant nog unieker. Geen frijoles (zwarte bonen) met rijst, ook wel moren en christenen genoemd, gebakken banaan (alleen de tostónbanaan kun je in de olie zo lekker knapperig krijgen), en geen ober die je laat kiezen uit varkensvlees, kip of vlees of, in zeldzame gevallen, ropa vieja (draadjesvlees in een sausje)  of picadillo (geruld gehakt). Hier hebben ze cocina del autor, gerechten die de kok zelf heeft bedacht. Een begrip dat je in Spanje overal tegenkomt, maar in Cuba valt het voor een kok niet mee om creatief te zijn, want veel ingedriënten zijn niet zo maar voorhanden. Maar toch, een blik op de kaart laat zien dat deze kok dat wel is gelukt. Omdat we met een groep waren, mochten we kiezen uit het groepsmenu. Vooraf was er gazpacho tropical en gegrilde garnaaltjes met fruit, geflambeerd in rum. Als hoofdgerecht konden we onder andere kiezen uit stukjes kip overgegoten met een crême van witte wijn en citroen, visfilet met gestoomde groenten of stukjes varkensvlees met gedroogde vruchten. Het dessert bestond uit bladerdeeg met kokos en kaas.   

En dat voor 15 CUC, omgerekend ongeveer 12,50 euro, inclusief cocktail vooraf en exlusief het Cubaanse orkestjes, dat ook weleens prettig is als je inmiddels moe bent geworden van de populaire deuntjes als Chan Chan en Guantanamera, die overal opduiken als je op een terras wat eet of drinkt.