Posts Tagged ‘Cuba’

We komen allemaal uit Macondo

22/01/2016

IMG_5348

Deze prachtig aangeklede patio kent een verborgen hoek die uiteraard niet is te zien op bovenstaande foto, anders zou het geen verborgen hoek zijn. Deze zijarm, gelegen achter de rug van de fotograaf,  is de setting van mijn literaire reis naar Macondo met Gabriel García Márquez. Honderd jaar eenzaamheid is de Don Quijote van Latijns-Amerika. En zoals het werk van Cervantes een prachtige uitgave kent met pentekeningen van Paul Gustave Doré, zo werd in 2007 op Cuba een bijzondere editie gedrukt van het boek van Marquéz met tekeningen van de Cubaanse kunstenaar Roberto Fabelo. Hieronder de tekening die de omslag van het boek siert. Een jaar of acht geleden kreeg ik het boek cadeau van een lokale Cubaanse gids. Hij vertelde me dat veel Cubaanse jongeren die op zoek zijn naar een originele tatoeage zich laten inspireren door de tekeningen van Fabelo. Op de plaza Vieja in Havana staat een groot kunstwerk van Fabelo; een vrouw gezeten op een haan met een vork in haar hand. Op de terugvlucht van Havana naar Amsterdam liet ik het boek heel stom achter in de rugleuning. In november kocht ik een nieuw exemplaar bij een boekhandelaar op de plaza de Armas in Havana om het als leesvoer mee te nemen naar Peru.

123Geen betere plaats om het boek te lezen dan in de hangmat, door mijn schoonvader bevestigd in de verborgen hoek van de patio. Voor het geval ik me daar in zou vervelen, had hij dit jaar ook een schommelstoel aangeschaft. De patio en alle geluiden die daar rondzingen, roepen aardig de sfeer op van het huis van José Arcadio Buendia, de stichter van Macondo. Vanaf het moment dat de zon zijn eerste stralen over de bergen laat schijnen, is er bedrijvigheid. De vuilniswagen die om half zeven de straat binnenrijdt en je al van ver kunt horen door de cumbia-muziek die uit de enorme luidspreker schalt die op het dak van de wagen is bevestigd. Onze jongens die gillend met hun neefje en nichtje door de woonkamer en over de patio naar de verschillende vertrekken rennen, het eerste telefoongerinkel om zeven uur ´s ochtends. Een vriendin die een uur later aan de deur staat voor een boodschap. Mijn zwager die van boven uit het raam zijn moeder roept. De buren die hun paranda houden en twee dagen en nachten lang voor het huis hangen en de ene na de andere krat bier laten aanrukken en de hele buurt vullen met muziek.  De hele dag loopt iedereen in en uit en je weet nooit wie er wel of niet in huis is. Pas als de nacht invalt, keert de rust terug, al is er dan altijd nog het geblaf van de straathonden en klinkt van ver de muziek van een feest dat altijd wel ergens wordt gehouden. Luisterend naar de klanken deel ik op een avond met mijn zwager een fles bier. Of hij de roman van García Márquez heeft gelezen. Drie of vier keer, beaamt hij. Hier op de patio proef je heel goed de huiselijke sfeer van de familie van José Arcadio Buendia, merk ik op. Dat is niet zo vreemd. We komen allemaal uit Macondo, is zijn antwoord. 

 

Anuncios

Het postume verjaardagsfeest van Compay Segundo

07/01/2015

 

IMG_6774

De heldenverering in Santiago de Cuba gaat op het kerkhof van Santa Ifigenia misschien nog wel het verst. Santiago heeft de faam de meest heroïsche stad van Cuba te zijn. Daar ontketende Fidel de mislukte aanval op de Moncadakazerne en net buiten de stad,in de Sierra Maestra  zochten de rebellen een paar jaar later een veilig heenkomen, nadat ze met hun jacht de Granma waren gestrand. Veel revolutionaire helden hebben hun laatste rustplaats gekregen op het kerkhof van Santa Ifigenia, een groot marmeren theater van engelen en allegorieën die de laatste eer bewijzen aan de helden van Cuba. De Cubaanse en roodzwarte vlag van de Beweging van 26 Juli geven kleur aan de zee van wit marmer. Schuin achter het entreegebouwtje staat het mausoleum van de nationale held van Cuba, José Martí. Ieder half uur wordt daar de wacht gewisseld. Jongeren die hun dienstplicht vervullen marcheren in een strakke militaire pas naar de ingang van het mausoleum, om daar een half uur lang, weliswaar in de schaduw, strak in het gelid te staan. Van José Martí loopt het pad langs het graf van de eerste president van het onafhankelijke Cuba, Palma Estrada. Hij was de president die Guantánamo aan de VS verhuurde.  Aan de hoofdlaan is het graf van Emilio Bacardí OLYMPUS DIGITAL CAMERAMoreau, familie van de rumproducent, maar ook burgemeester van Santiago. Een klein stukje verderop, aan hetzelfde pad ligt de Vader des Vaderland begraven, Carlos Manuel de Céspedes, de man die de eerste oorlog tegen de Spanjaarden begon en de slavenhandel op Cuba afschafte, door zijn eigen slaven ook de vrijheid te geven. Het hoofdpad gaat verder het kerkhof op en dan is het normaal gesproken even zoeken naar een zijpad dat naar het graf van Compay Segundo leidt. Maar vandaag niet. Van grote afstand zien we een groepje mensen bij het graf van de muzikale held van de Buena Vista Social Club staan. Er wordt geklapt, gezongen, de rum wordt ingeschonken, een sigaar aangestoken. Het zijn de nichtjes van Compay die vandaag, 18 november, zijn geboortedag komen vieren. De foto van de nichtjes boven deze post werd gemaakt door Dick Metselaar. Uw blogger had zijn camera in de bus laten liggen, wat natuurlijk niet erg slim was, want onverwachte momenten als dit tafereel moet je vastleggen. Officieel zou dit plaatje vijf pesos convertibles hebben gekost, omgerekend zo’n 4,25 euro hebben gekocht. Dat is de prijs die je bij de ingang moet betalen als je op het kerkhof foto’s wilt nemen. Een entreekaartje kost 1 CUC, zo’n 85 eurocent. De fotoprijs is per 1 november, de start van het toeristenseizoen drastisch verhoogd. Maar voor het graf van Compay en bij de nichtjes zien we de burgerlijke ongehoorzaamheid, wat hier op het kerkhof gelukkig niet wordt bestraft.  Máximo Fransisco Repilado Muñoz is overigens de officiële naam van Compay Segundo , maar op de grafsteen staat alleen Compay Segundo, want met die naam werd hij wereldberoemd na het succes van de Buena Vista Social Club. Hij was de tweede stem,  vandaar de bijnaam. Compay stierf op 95-jarige leeftijd, 95  bronzen bloemen sieren de grafsteen. Het zijn de bloemen van het leven. Dat vieren de nichtjes vandaag op het kerkhof, het leven van hun oom. Zij houden Compay in leven, net als de ontelbare muziekbandjes die iedere maaltijd in hotel en restaurant opvrolijken met het Chan Chan van Compay. 

 

 

Het verschil tussen mogen en kunnen

07/11/2011

 De jongen op de foto hiernaast mag in deze winkel een cd kopen en waarschijnlijk kan hij dat ook, zo duur zijn gekopieërde cd´s niet op Cuba. De verkoper kan de cd´s  in zijn ´toptienda´ in de calle Obispo in Habana Vieja aanbieden en mag dat sinds kort ook nu de Cubaanse regering het werken voor eigen rekening, de cuenta propia, stimuleert om de vijfhonderdduizend overbodige functionarissen aan het werk te krijgen. De Cubaanse cijfers zeggen dat er op Cuba 4,95 miljoen mensen werken, waarvan er 4,1 miljoen voor de staat werkt. Van die 4,1 miljoen is bijna een kwart overtollig en moet een andere baan gaan zoeken of zzp´er worden. Maar kúnnen die honderduizenden ambtenaren ook allemaal een eigen zaak opstarten. Wie heeft er voldoende startkapitaal, wie heeft marktonderzoek gedaan naar de levensvatbaarheid van een eigen onderneming, of het nu gaat om het plastificeren van documenten of het verkopen van cd´s. Het lijkt of op Cuba steeds meer mag. Het laatste nieuws is dat Cubanen nu een huis mogen kopen en verkopen. Dat is vooral goed nieuws voor de Cubanen die de papieren al in orde hebben om het eiland te mogen verlaten en nu met de verkoop van hun huis een aardig centje op hun reis kunnen meenemen. Voorheen verviel het huis aan de staat als de persoon op wiens naam het huis stond het eiland definitief verliet. Cubanen mogen ook een mobiele telefoon aanschaffen en gebruik maken van internet. Maar wie kunnen dat. Internet in huis is onbetaalbaar en in hotels en bij de Cubaanse telecommunicatiemaatschappij Etecsa betaal je 3 CUC per half uur, omgerekend 1,35 euro. Het maandsalaris op Cuba schommelt rond de 12 euro.  En wat zal de prijs van een woning worden? Ik vroeg het aan mijn Cubaanse gids, maar die had geen idee. En dat zal ook gelden voor de mannen die dagelijks op de paseo de Prado in Havanna bijeenkomen om hun huis te ruilen. Wie bij de centrale bank geld gaat halen voor het kopen van een huis, zal met argwaan worden bekeken, dus waarschijnlijk zal het grootste gedeelte van de koop onder de tafel gebeuren. Op die manier werden nu al huizen illegaal gekocht en verkocht. Dat geldt voor meer besluiten die de regering heeft genomen. Veel Cubanen hadden al een handeltje voor de Cubaanse regering er toestemming voor gaf. Misschien dat Raúl Castro de Cubanen vrijheid geeft om te gaan ondernemen, om op die manier meer toezicht te kunnen houden. Bij iemand die illegaal een handeltje heeft, kun je geen belasting heffen. En het innen van belastingen is een groot bijkomend voordeel voor de regering bij het vrijgeven van veel beroepen of het nu om een bewaker/schoonmaker bij een openbaar toilet of stadspark gaat of de maker en verkoper van bloemstukken. 

  

 

De trommelaar van de favela

14/12/2010

 

Het is misschien geen echte favela, misschien mag je die naam ook alleen maar voor Braziliaanse sloppenwijken gebruiken, zoals dat ook geldt voor de aanduiding van gemarkeerde wijngebieden. Maar de wijk Leguina in de stad Güines, op 52 kilometer van Havana, heeft in onze Westerse ogen alle kenmerken van een sloppenwijk en door het woord favela te gebruiken, is een mooi decor geschetst bij het verhaal van het kleine jongetje Tata dat trommelend op melkpakken en  worstenblikken door de straten ging en uitgroeide tot de Koning van de Conga. Hij past in het rijtje van Compay Segundo, Ibrahim Ferrer, Rubén Gonzalez en al die andere helden uit de Buena Vista Social Club, met wie Federico Arístides Soto Alejo, de officiële naam van Tata, regelmatig optrad. De foto hierboven laat de patio zien waar Tata uren trommelend doorbracht. Aan de patio ligt de kleine kamer waar hij met zijn zeven broers woonde, een ruimte van zo´n vier bij vier meter.  Na zijn dood in 2008 werd de kamer ingericht als een museum, waar persoonlijke eigendommen van Tata, zoals zijn trommels, zijn kleurige Afrikaanse hemden, foto´s en oorkonden worden tentoongesteld. Hij kan met zijn vingers en de palmen van zijn hand alle geluiden van de natuur imiteren, staat boven twee foto´s van de trommelvirtuoos. Ooit, bij een concert in Monmartre, kreeg hij de ingeving om met zijn nagels te trommelen en zo het geluid te imiteren van twee slippers op een houten vloer. La uña, de nagel, werd vanaf dat moment het kenmerk van Tata. Hij was er trots op dat hij ooit een zaal vol met Duitsers aan het dansen kreeg. Hij trad op met Silvio Rodriguez en was gastmuzikant bij Diego El Cigala en Bebo Valdés. Met Lagrimas Negras van Cigala en Valdés won Tata een van zijn drie Grammy Awards. Twee jaar geleden overleed Tata, maar op de patio klinkt nog steeds conga, rumba en guacuancó. In 2004 toverde Tata de patio om in een kweekvijver, nadat hij het culturele project El Patio de Tata Güines opstartte. Op de binnenplaats wordt nu les gegeven aan de kinderen van Gúines en dan vooral uit de wijk Leguina. Het zijn de zogenaamde Tatagüinitos die hopen ooit zo beroemd te worden als Tata. Ze treden nu nog op voor de spaarzame toeristen die naar Güines komen, een plaats die in de twee reisgidsen die ik heb, die van Dominicus en Capitool, niet wordt genoemd. We zijn ook altijd de enige groep tijdens de rondleiding van museumdirecteur Zeleida. Zij neemt ons mee naar de kerk van Santa Barbara (Tata was devoot aan de orisha Changó, de Afrikaanse equivalent van de heilige Barbara in de wereld van de Santería) en uiteraard bezoekt ze met ons de patio van Tata. Maar steeds als we daar zijn, zitten de Tatagüinitos op school (de foto hierboven komt van de gemeentelijke website van Güines). Toch zijn er altijd wel wat nieuwsgierige kinderen die op het geluid van de trommels afkomen en spontaan beginnen te dansen. Zoals dat ook hoort op de patio van Tata.     

Piet Hein, zijn standbeeld is klein

12/12/2010

Even terug naar Cuba. Met deze blog dan. Een reis naar Cuba zit er tot volgend jaar maart niet in. Want over ruim een week gaan we voor meer dan twee maanden naar Zuid-Amerika, maar daarover in een andere post meer. Even terug naar mijn laatste reis naar Cuba. Eindelijk stond ik oog in oog met Piet Hein. Ik had hem al vaak op de rug gezien, onderweg van Varadero naar Havanna en vice versa, zonder dat er gelegenheid was om even te stoppen om onze nationale zeeheld in de ogen te kijken. Weinig chauffeurs willen stoppen langs de snelweg, waar toch veel gekkere dingen gebeuren. Ik mocht als enige even uitstappen van de ongeduldige chaffeur, let daarom ook niet op de kwaliteit van de foto. Veel Nederlandse strandtoeristen die op de luchthaven van Havanna aankomen en dan nog ruim twee uur in de bus onderweg zijn naar Varadero, hebben waarschijnlijk niet door dat ze onderweg ter hoogte van de plaats Matanzas langs het beeld van Piet Hein komen. En bij de mensen die dat wel weten, is de eerste reactie vooral dat het beeld wel erg klein is. En eigenlijk valt dat wel mee. Het is niet het beeld, maar het voetstuk dat Piet Hein zo klein maakt. Hij staat op een sokkel die nog lager is dan een sinaasappelkratje. En dat terwijl Cubanen toch wel weten hoe ze helden moeten vereren als je kijkt naar de standbeelden van de nationale held José Martí of de vader des vaderlands Carlos Manuel de Cespedes die je overal op het eiland aantreft. Maar dit beeld van Piet Hein is ook geen eerbetoon dat hij van de Cubanen heeft gekregen. Het was de Rotterdamse ondernemer Willem van ´t Hout die in 1998 wilde vieren dat hij al meer dan dertig jaar succesvol zaken deed op Cuba en zijn plaatsgenoot, de kunstenaar Willem Verbon, de opdracht gaf om een standbeeld van de eveneens succesvolle Piet Hein te maken. Het standbeeld werd onthuld in bijzijn van de toenmalige burgemeester Bram Peper. Er was voor het beeld van Piet Hein natuurlijk geen beter plaats denkbaar dan aan de baai van Matanzas. Want daar won de admiraal-generaal in 1628 de beroemde zilvervloot, iets wat iedere Oranje-supporter nog steeds uit volle borst zingt. En, zeggen de Spanjaarden, zolang we blij zijn met een zilvervloot, zullen we nooit goud winnen. Maar de Spanjaarden van nu beseffen niet hoe belangrijk de buit voor ons was. Nederland was verwikkeld in de 80-jarige oorlog met de Spanjaarden, toen Piet Hein met de buit naar huis kwam. De zilvervloot zou een waarde van 11.509.524 florijnen vertegenwoordigen. Op basis van de huidige zilverprijs zou dat nu ongeveer 100 miljoen zijn en op basis van de koopkracht van toen ongeveer 500 miljoen. Een  timmerman verdiende in die tijd tussen de 200 en 300 florijnen per jaar. Met de buit kon de schatkist worden gevuld en de oorlog met de Spanjaarden gefinancierd, waaronder het beleg van ´s Hertogenbosch.  Piet Hein zou zelf maar zesduizend florijnen aan de operatie hebben overgehouden en zijn bemanningsleden ongeveer 200 florijnen. Piet Hein was een kaapvaarder, admiraal van de West-Indische Compagnie, voer onder de vlag van de Verenigde Nederlanden en moest de buit afstaan aan de Nederlandse schatkist. Piraten werkten wel voor zichzelf en konden de opbrengsten onderling verdelen. Uit die wereld komt ook het woord Vrijbuiter, wat in het Spaans Filibustero is geworden, een profiteur, vrij vertaald. Naast het standbeeld in Matanzas kom je Piet Hein ook nog tegen op de andere kant van het eiland, in het fort van El Morro, net buiten Santiago, waar in een zaal het verhaal wordt verteld van de piraten en kaapvaarders, en dus ook van Piet Hein. Overigens, de Spaanse commandant van de flota Santiago, de officiële naam van de Zilvervloot, Juan de Benavides Bazán, werd een paar jaar nadat hij in Spanje was teruggekeerd, in Sevilla veroordeeld voor lafheid en onthoofd.

Eten op Cuba

05/12/2010

Je zou de kop en de foto niet snel bij elkaar verwachten. Een design-restaurant op Cuba, het bestaat echt. Ingericht in het hotel Palacio del Marqués de San Felipe y Santiago de Bejucal, in de calle Oficios, ter hoogte van het plein van San Francisco in Havana. Een on-Cubaans restaurant, als je de paladares, de privé-restaurantjes bent gewend of de restaurantjes ingericht op de patios van de koloniale huizen. De kaart maakt dit restaurant nog unieker. Geen frijoles (zwarte bonen) met rijst, ook wel moren en christenen genoemd, gebakken banaan (alleen de tostónbanaan kun je in de olie zo lekker knapperig krijgen), en geen ober die je laat kiezen uit varkensvlees, kip of vlees of, in zeldzame gevallen, ropa vieja (draadjesvlees in een sausje)  of picadillo (geruld gehakt). Hier hebben ze cocina del autor, gerechten die de kok zelf heeft bedacht. Een begrip dat je in Spanje overal tegenkomt, maar in Cuba valt het voor een kok niet mee om creatief te zijn, want veel ingedriënten zijn niet zo maar voorhanden. Maar toch, een blik op de kaart laat zien dat deze kok dat wel is gelukt. Omdat we met een groep waren, mochten we kiezen uit het groepsmenu. Vooraf was er gazpacho tropical en gegrilde garnaaltjes met fruit, geflambeerd in rum. Als hoofdgerecht konden we onder andere kiezen uit stukjes kip overgegoten met een crême van witte wijn en citroen, visfilet met gestoomde groenten of stukjes varkensvlees met gedroogde vruchten. Het dessert bestond uit bladerdeeg met kokos en kaas.   

En dat voor 15 CUC, omgerekend ongeveer 12,50 euro, inclusief cocktail vooraf en exlusief het Cubaanse orkestjes, dat ook weleens prettig is als je inmiddels moe bent geworden van de populaire deuntjes als Chan Chan en Guantanamera, die overal opduiken als je op een terras wat eet of drinkt.

Muntthee en mojito

16/11/2010

 

We zaten op het dakterras van een café aan de rand van de medina van Fez. Mijn lokale gids, Abdellilah (de beste gastheer voor een wandeling door het labyrint van de medina!) vroeg me of er veel verschillen waren tussen Cuba en Marokko, nadat ik hem had verteld dat het eiland in de Caraïbische Zee mijn volgende bestemming zou zijn. Kijkend naar mijn glaasje muntthee was het eeste dat in me opkwam dat ze in Cuba de muntblaadjes toch een betere bestemming geven; in een longdrinkglas met rum, limoen, suiker en spuitwater. En daarna dacht ik aan dat Spaanse spreekwoord: todas las comparaciones son odiosas, alle vergelijkingen zijn hatelijk. Het had weinig zin om de enorme lijst met verschillen tussen beide landen op te sommen. Het was interessanter om het met Abdellilah over de overeenkomsten te hebben. Want daar waren er ook wel wat van. Zowel op Cuba als in Marokko is de verdeling van de macht een familie-aangelegenheid. In beide landen is er ook censuur. Abdellilah moest afstemmen op Al Jazeera om er achter te komen wat er precies aan de hand was in de Westelijke Sahara, omdat de Marokkaanse staatstelevisie nauwelijks berichtte over de ontruiming van het tentenkamp. Op Cuba wachten ze ook al jaren op wat meer objectieve berichtgeving. En om terug te komen op de vorige post, ook als we volgende week over het eiland rijden en ergens een fotostop maken, zullen er kinderen naar de bus komen, al zijn die altijd wel wat brutaler dan het Marokkaanse meisje uit de vorige post. En zullen deze Cubaanse kinderen ook allemaal weten wat een pen is, want om het verhaal (en het bruggetje van Marokko naar Cuba) af te ronden toch nog een verschil. De gezondheidzorg en het onderwijs is op Cuba veel beter georganiseerd, dat is toch een van de verworvenheden van het Castro-regime. En echt als allerlaatste, een verschil in het voordeel van Marokko, daar zijn de (openbare) internetvoorzieningen weer veel beter geregeld. Het is nog even afwachten of ik nog een bericht van het eiland verzonden krijg, vanaf donderdag.   

De prijs van een sigaar

28/03/2010
Op de veranda van hotel Vueltabajo, gelegen op de hoek van calle Martí en calle Morales in Pinar del Río, hoofdstad van de Cubaanse tabakstreek. Vast onderdeel van de reis na het diner. Aanbidding van de Heilige Drieëenheid. Expresso, glaasje 7-jaar oude rum en een sigaar. Voor het terras denderen de oude vrachtwagens, bussen en oldtimers door de straat, een grijze walm achterlatend. Links vermaken twee Duitse toeristen zich met twee Cubaanse meisjes (dat de Duitse mannen veel ouder zijn dan deze meisjes is een overbodige opmerking) en rechts praat een groepje Cubaanse jongens met een paar toeristen. Een jongen zegt dat hij in een sigarenfabriek werkt. De openingszin is gemaakt en het zakendoen kan beginnen. Kreeg zelf een sigaar cadeau van een jongen die zijn promotie van leerling-sigarenroller tot profesioneel sigarenroller vierde. Vanaf nu krijgt hij betaald voor zijn werk. Hij vult zijn inkomen aan, en soms verveelvuldigt hij het, met de verkoop van  sigaren die hij mee mag nemen uit de fabriek (vijf per dag volgens hem) en op straat aan, vooral toeristen, verkoopt. Twee pesos convertibles, zo´n 1 euro 60, vraagt hij voor zijn sigaren, echte Cohiba Espléndido, beweert hij.  Bij de officiële winkels worden deze sigaren voor 25 pesos convertibles per stuk verkocht, al zullen de sigaren die de werknemers mee naar huis mogen nemen niet van dezelfde kwaliteit zijn. Maar toch, gezien het prijsverschil zou je het risico kunnen nemen, maar je weet pas of je de sigaar bent (komt daar de uitdrukking vandaan?) als je die enorme raket aansteekt.  
Hotel Vueltabajo is een prachtig koloniaal huis of beter gezegd paleis. Stijlvolle lobby met prachtige houtbewerkte meubels, hoge plafonds op de kamer. Op de rondreis overnachten we ook in het koloniale hotel Colón in Camagüey en hotel Los Frailes in Habana Vieja, maar die hotels hebben niet, zoals dit hotel in Pinar del Rio, een veranda, vanwaar je het Cubaanse leven aan je voorbij ziet trekken en dat je omringt op het terras. Voorbij is de tijd dat we werden weggestopt in de grauwe Russische betonkolossen, wel altijd met zwembad, maar ook altijd nét buiten de stad gelegen. We lunchen er af en toe nog, zoals in hotel Camagüey, hotel Guantánamo of hotel Sierra Maestra bij Bayamo en dan zie je er vooral Cubaanse gasten, die het weekendje weg met het gezin cadeau hebben gekregen als beste medewerker van de maand of voldoende pesos convertibles bij elkaar hebben gespaard, bijvoorbeeld met de illegale verkoop van sigaren. Want een hele doos van die Cohiba Espléndido gaat al snel voor 30 pesos convertibles van de hand, voor dat bedrag moet een Cubaan bijna drie maanden werken.  

Schoonvader vs schoonzoon

26/03/2010
Na negen reizen over Cuba ken ik inmiddels het oeuvre wel van de verschillende Cubaanse gidsen, maar toch zijn er altijd wel wat verhalen die buiten Cuba nauwelijks bekend zijn (meestal is het door de Cubaanse censuur trouwens andersom). Zoals het verhaal over het eerste huwelijk van Fidel Castro, waarover ik trouwens in Spanje ooit weleens iets had gelezen.  
De aanleiding was een verhaal over het handelsembargo dat volgens mijn Cubaanse gids vooral door de Cubaanse lobby in Miami in stand wordt gehouden. George Bush jr. won zijn eerste verkiezingen mede dankzij de Cubaanse gemeenschap en de hertelling in Florida, waar Jeb, zijn broer, gouverneur was.
Die lobby heeft zijn tentakels verspreid tot in het Amerikaanse congres. Drie Cubanen zijn daar vertegenwoordigd, waarvan twee leden volle neven zijn van Fidelito, de zoon van Fidel uit zijn eerste huwelijk met Mirta Díaz-Balart. Lincoln en Mario, zonen van Rafael jr., broer van Mirta, moesten tot 1955 oom tegen Fidel zeggen. De foto´s komen van Democratic Underground, een site waar de Republikeinen regelmatig op de hak worden genomen, dat verklaart ook het onderschrift bij de foto´s,  Lincoln Diaz-Balart with two stupid friends, and with
his absurd fellow Congressman brother, Mario Diaz-Balart.
 
De vader van Mirta, Rafael Diaz Balart was vertegenwoordiger van de Amerikaanse Fruit Compagny en schopte het tot minister van Binnenlandse zaken tijdens de dictatuur van Batista.  In 1955 hield hij in het Amerikaasne congres een speech tegen de amnestie die Fidel zou krijgen, na de aanval op de Moncada kazerne in 1953.
Fidel zou tijdens het huwelijk (de huwelijksfoto komt overigens uit El Periódico de Catalunya) geen enkele moeite doen om uit te groeien tot ideale schoonzoon. In hetzelfde jaar dat Rafael zijn toespraak hield, scheidden Fidel en Mirta. Volgens mijn gids op uitdrukkelijk verzoek van Rafael Diaz Balart. Maar er is ook een verhaal dat Fidel in de gevangenis liefdesbrieven schreef aan de revolutionaire Natalia Revuelta en dat een van die brieven per ongeluk bij Mirta werd bezorgd.

Boerengidsen en kalendergidsen

26/03/2010
Een reis(bege)leider op Cuba wordt bijna altijd vergezeld door een lokale gids. Slechts een enkele Nederlandse reisorganisatie stuurt zijn reis(bege)leider alleen op pad. Mijn reisorganisatie SRC werkt wel met gidsen die me bij aankomst altijd opwachten op het vliegveld in hun rode, soms inmiddels ietwat verschoten, Cubanacan-polo.
De gidsen zijn er in alle soorten en maten. Je hebt de zogenaamde guajiro-guías, de boerengidsen, meestal uit de streek van Holguín, die alles weten over de landbouw en tijdens de soms uren durende ritten over het platteland niet verder komen dan ‘look citrus, look ananas, look mango’. Je hebt er ook die direct na vertrek in de ochtend een ellenlang verhaal afsteken en dan de rest van de dag hun mond niet meer open doen. En de guias animadoras, die de reizigers vooral salsadansend vermaken en er niets op tegen hebben om even een oranje leeuw op het hoofd te zetten.
De gids die ik nu bij me had, overigens niet de gidsen van de twee foto´s, was een guia-calendario, de kalendergids, uitblinkend in exacte data en jaartallen van vooral heldendaden uit de onafhankelijksstrijd en de revolutie . Het is overigens een fabeltje dat Cubaanse gidsen geen kritische verhalen over het regime tegen de reizigers mogen vertellen of dat ze lid zijn van de Veiligheidsdienst. De gidsen worden wel regelmatig bijeen geroepen en krijgen van de verschillende ministeries uitleg over nieuwe projecten, die ze kunnen doorvertellen aan hun gasten, dus een klein beetje Apostel van de Cubaanse Zaak zijn ze soms wel. Had trouwens ooit een gids die bij zo´n vergadering al kritiek uitte op het project dat werd uitgelegd. Hij mocht daarna een aantal weken geen reis doen, vertelde hij me. In de bus schroomde hij niet nog meer kritiek te spuien.