Posts Tagged ‘El País’

De biermagnaat van Cerezales del Condado

14/11/2016

cerezalesdelcondado-12

Bienvenido Mr. Marshall is een klassieker in de Spaanse filmgeschiedenis. Een kritiek op de Amerikaanse politiek én de Spaanse maatschappij van de jaren 50, op magistrale wijze op het doek gebracht door Berlanga. De film gaat over een klein Spaans dorpje, waar de bevolking zich opmaakt voor de komst van de Amerikanen die in het kader van het Marshallplan de Spanjaarden met pakken dollars te hulp zullen schieten. Heel het dorp staat gespannen langs de straat als de stoet auto´s van de Amerikaanse delegatie in zicht komt. Maar de auto´s rijden met een noodgang door het dorp heen, nagekeken door de verbaasde en ontgoochelde inwoners van het dorp. Op de achterkant van de laatste auto hangt een doek met de tekst ´Goodbye´. Het dorp op de foto boven deze post ligt een kilometer of twintig ten noorden van León. Daar hebben ze hun eigen Marshall, maar wel één die volgens het verhaal in El País, miljoenen zal achterlaten. De Marshall van cerezalesdelcondado-16Cerezales del Condado is Antonio Fernández. Deze Spaanse emigrant was president van de Mexiaanse bierbrouwer Modelo, die onder andere Corona op de markt brengt.  Afgelopen zomer overleed Fernández op 98-jarige leeftijd en liet een vermogen na van ongeveer 200 miljoen euro. De biermagnaat had geen kinderen, maar wel dertien broers en zussen en een heel leger aan neefjes en nichtjes, die niets over de erfenis van hun suikeroom naar buiten willen brengen. 

Antonio werd in 1917 in Cerezales geboren. Op 14-jarige leeftijd, haalde zijn ouders hem van school. Antonio moest op het land gaan werken. Vijf jaar later wachtte hem de militaire dienstplicht, in hetzelfde jaar dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. Hij werd naar de frontlinie in Teruel gestuurd, waar zich een van de gruwelijkste episode uit de oorlog afspeelde. Van de 900 soldaten die deel uitmaakten van zijn brigade, kwamen naast Antonio slechts zes soldaten levend uit de strijd. Het geluk begon hem toe te lachen toen hij descarga-1in het huwelijk trad met de dochter van een rijke emigrantenfamilie, die in Mexico fortuin had gemaakt. De oom van zijn echtgenote was eigenaar van de bierbrouwerij Modelo. Antonio vertrok naar Mexico waar hij in de fabriek ging werken. Na de dood van de oom werd Antonio de nieuwe president. Onder zijn leiding ging Corona de internationale markt op. In Spanje was de naam Corona al geclaimd door de bodega van Torres. Corona werd Coronita. Tot afgelopen zomer toen er een overeenkomt werd bereikt tussen Torres en de Belgische multinational InBev Anheuser-Busch die Modelo in 2013 had opgekocht voor 15,4 miljard euro. Een deel van dit vermogen heeft zijn weg gevonden naar Cerezales de Condado. Want Antonio Fernández heeft zijn wortels nooit verloochend. Dankzij de biermagnaat heeft Cerezales een vernieuwd waterleidingsysteem, tot 2006 hadden nog niet alle dorpelingen het hele jaar door stromend water. Fernández liet de plaza mayor, de kerk en het kerkhof opknappen en in maart zal het nieuwe culturele centrum worden geopend, dat door de lokale pers al is omgedoopt in het ´Guggenheim rural´. De stichting Cerezales, die wordt geleid door een nichtje van Fernández wist vorig jaar met verschillende tentoonstellingen al meer dan 10.000 bezoekers naar het dorp te lokken. En dat terwijl in de winter het dorp maar 29 bewoners telt.  

  

 

Anuncios

1 caña (eus) = 0,714 caña (esp)

18/04/2012

 

 

 

 

 

We zullen ons in het Baskenland allemaal weleens hebben vergist. Je bestelt een caña en je krijgt een tercio, mediana, tubo, doble caña. Wat de naam ook is, het is in ieder geval een groter glas dan het kleine tapbiertje dat je op andere plaatsen in Spanje krijgt. Met uitzondering van de terassen, want geen ober komt meer naar buiten om een klein biertje op je tafeltje te zetten. De grootste caña dronk ik volgens mij ooit op de Ramblas in Barcelona, dat glas leek meer op een jarra. Dan moet je in de zomer behoorlijk doordrinken om er voor te zorgen dat ook de laatste slok bier lekker koel naar binnen gaat. Maar terug naar het Baskenland. Het kleine tapbiertje heet daar een zurito, en heeft inderdaad dezelfde afmeting (zie de foto linksboven deze post) als het kleine tapbiertje dat je bijvoorbeeld in Madrid krijgt. Het meetlint naast het glas is een beetje overdreven, de ober kon mijn actie niet waarderen. Ik had ook kunnen inzoomen op de inhoudsmaat die op het glas staat, maar zo diep wilde ik ook weer niet in het glaasje kijken.  Dit onderzoek tussen biertjes in Euskadi en Spanje was zo al zwaar genoeg. De krant El País hield in maart een onderzoek naar de kosten van levensonderhoud in verschillende Spaanse regio´s. Ook de prijs van een caña kwam aan bod. In Madrid zou in april 2011 de gemiddelde prijs 1,6 euro zijn, in Bilbao 2 euro, in Valencia 1,4 euro, in Cuenca 1,5 euro en in Sarria 0,8 euro. Vreemd genoeg werd Barcelona niet betrokken bij het onderzoek, maar daar zal de prijs wel ongeveer op het niveau van Madrid liggen. In Bilbao betaal je dus de hoofdprijs, maar na mijn onderzoek weten we nu dat je in het Baskenland veel meer caña voor je geld krijgt, zie de foto hier boven. In de bar waar ik regelmatig kom, betaal je 1 euro voor een zurito, een Baskische caña, en die prijs ligt veel lager dan het landelijke gemiddelde.   

Heel Spanje houdt de adem in

01/09/2011

 

Terwijl ik de kop boven deze post typ probeer ik me voor te stellen hoe heerlijk rustig het dan hier zou zijn. Even geen geschreeuw meer bij de discussieprogramma´s op televisie, van de mannen in het café of de clubjes vrouwen op straat. Ex-premier Felipe González citeerde vorig jaar in een interview met El País een uitspraak van Manuel Azaña.  Als iedere Spanjaard zou praten over wat hij weet en alleen over wat hij weet, zou er een grote nationale stilte ontstaan, waar we gebruik van zouden kunnen maken om te studeren, zei de president van de Tweede Republiek ooit, wellicht in de jaren van de Spaane burgeroorlog, toen hij met de regering naar Frankrijk vluchtte. Het is een grote waarheid. In discussies gaat het er niet om wie de beste argumenten heeft, maar wie het langst aan het woord is, of het hardste praat. Niemand luistert in deze tertulias naar elkaar. Een politiek discussieprogramma van TVE heet 59 segundos. Langer dan  59 seconden mogen de gasten, politici en journalisten, niet aan het woord zijn. Na 59 seconden verdwijnt de microfoon in de tafel. Nog erger zijn de praatprogramma´s waar de laatste roddels van Spaanse beroemdheden worden doorgenomen. Wie daar het hardste schreeuwt , en dan het liefst met zoveel mogelijk krachttermen in een zin, krijgt daar flink voor betaald.  In Spanje bestaat geen poldermodel. Hier ben je links of rechts, voor de PSOE of de PP, voor Real Madrid of FC Barcelona, lees je El Mundo of El Pais. Als je het in Spanje over verzuiling wilt hebben, kun je het alleen maar hebben over de twee zuilen van Hercules, die keizer Karel V in de 16e eeuw toevoegde aan het wapen van Spanje. En die stonden tegenover elkaar, aan beide kanten van de straat van Gibraltar.  Door de crisis en de bezuinigingsmaatregelen wordt er overal in Spanje harder geschreeuwd dan ooit. Leraren en studenten zijn boos. De voetballers weigerde de eerste competitieronde te spelen. De 15 Mei beweging van de verontwaardigden is nog altijd actief. De vakbonden zullen binnenkort de straat op gaan. De apothekers in La Mancha gaan staken. Een Spanjaard wil het onderste uit de kan en doet geen water bij de wijn. Daar vindt hij zijn wijn ook veel te lekker voor. Die koppigheid werd door Goscinny en Uderzo treffend weergegeven in het boek van Astrix en Obelix in Hispania, waar Pepe, het door de Romeinen ontvoerde zoontje van een Iberisch stamhoofd steeds zijn adem inhield als hij zijn zin niet kreeg. Op de oversteek naar Spanje wilde hij op de boot alleen maar everzwijn eten en in een herberg wilde hij vis. Die Iberische koppigheid zit de Spanjaarden nog steeds in de genen en is een van de weinige karaktertrekken die de de Spanjaarden met elkaar gemeen hebben, of ze nu uit het Baskenland, Catalonië, Extremadura of Valencia komen. De politici van de EU die in 1986 voor het eerst met Spanjaarden om de tafel zaten, worden nog steeds ´s nachts badend in het zweet wakker als ze terugdenken aan de halsstarrigheid van de Spanjaarden die over iedere komma in een rapport urenlang konden dooronderhandelen. Dat zou volgens veel politici in Brussel ook de reden zijn dat de Spanjaarden zoveel miljoenen aan subsidies wisten binnen te slepen. Als een Spanjaard ergens zijn zinnen op heeft gezet, zal hij niet eerder opgeven tot hij zijn zin heeft gekregen. En hij kan daar heel ver in gaan. In sommige gevallen zelfs tot de dood er op volgt als de rabia, letterlijk hondsdolheid, maar ook vertaald als woede, het kookpunt heeft bereikt. Daar wist Azaña alles van.