Posts Tagged ‘Santander’

Zonnen op de helling

30/09/2018

Merkwaardig. Ons dorp Castro Urdiales is gezegend met twee stranden, maar toch rollen veel mensen hun handdoek uit op het beton van de helling onder de middeleeuwse kapel van Santa Ana. Ze gaan het water in tussen de plezierjachten en vissersboten die in de haven liggen. En als je vraagt waarom ze het doen is het antwoord vaak dat ze niet beter weten. Dat ze hier als kind al kwamen. Dat dit hun plaats is. De stranden zijn voor de stadsmensen uit Bilbao. En daarom is Castro Urdiales een dorp. De vissersplaats mag dan ooit van een koning stadsrechten hebben gekregen, de sfeer in de plaats is die van een dorp. Bilbao is de grote stad op 35 kilometer afstand. Castro Urdiales heeft 35000 inwoners, maar in de zomer verdubbelt dat aantal, als de mensen uit Bilbao intrek nemen in hun vakantie-appartement en er vooral Franse en Spaanse toeristen naar de kustplaats komen. Ieder half uur vertrekt er een bus naar Bilbao en ieder ochtend rijden schoolbussen naar de Baskische stad. Als Athletic de Bilbao speelt, hangt bij de barren de roodwitte vlag buiten, zodat we weten dat we daar de wedstrijd op televisie kunnen zien. Terwijl onze hoofdstad toch Santander is. Maar die stad lijkt veel verder weg dan de 65 kilometer die op het bord net buiten Castro  langs de snelweg staat. Het is een hele onderneming om met de streekbus Santander te bereiken. De kinderen voetballen op de pleintjes in een shirt van Athletic. Niemand wil een speler van Racing Santander zijn. In de vroege middeleeuwen waren Castro Urdiales en Bilbao eigendom van dezelfde heer, Don Diego López de Haro, Heer van Vizcaya. Bij een herindeling in de twintigste eeuw zou Castro Urdiales zijn aangeboden aan de Basken, maar die voelen niets voor de adoptatie van de kleine vissersplaats. De vreedzame invasie van de inwoners van Bilbao, die vooral in de jaren negentig goed op gang kwam, heeft de lokale economie geen windeieren gelegd. Van enige wrijving tussen Cantabriërs en Basken is in Castro niets te merken. Maar de stranden zijn voor de mensen uit de grote stad. Op de helling zonnen de dorpelingen van Castro Urdiales. 

El Hombre Pez van Liérganes

20/08/2018

Daar zit hij, Fransisco de la Vega Casar. Een been opgetrokken, het andere been bungelt boven het water. El Hombre Pez. De man die in het water in een vis veranderde. Hij deed ons gelijk denken aan de met vier Oscars bekroonde film The Shape of Water van Guillermo del Toro die we een paar dagen eerder nog zagen. Fransisco zit in de schaduw van de middeleeuwse brug aan de rivier de Miera in Liérganes. Aan de andere kant staat een oude watermolen die is ingericht als zijn museum. Daar wordt zijn wonderbaarlijke verhaal verteld dat in de 18e eeuw voor het eerst werd opgetekend door de benedictijner monnik en essayist Benito Jerónimo de Feijo in zijn werk Teatro Critico Universal. Als kind zwom Fransisco graag met zijn vrienden in de rivier. Ook toen zijn moeder hem naar Bilbao stuurde om het vak van timmerman te leren, dook hij bijna iedere dag wel even in het water.

Zo ook aan de vooravond van de feesten van de Heilige Johannes. Zijn vrienden verloren hem al snel uit het oog en vreesden dat Fransisco was meegezogen door de sterke stroming. Maanden later werd hij gezien voor de kust van Denemarken, in het Kanaal en in de baai van Cádiz. Als een Vliegende Hollander dook hij overal op. Hij had schubben op grote delen van zijn lichaam. Vissers in Cadíz wisten hem aan wal te krijgen en brachten hem naar het Fransiscaner klooster. Daar werd hij ondervraagd, maar het enige woord dat over zijn lippen kwam was Liérganes. Niemand wist wat hij bedoelde tot de secretaris van de Inquisitie uitsluitsel bracht. Deze man kwam ook uit Liérganes en reisde met Fransisco terug naar het noorden. Negen jaar bleef Fransisco op het droge. Toen begonnen de schubben weer te kriebelen. De Hombre Pez dook in de Mieras en kwam nooit meer terug. 

Wie zijn auto op de grote parkeerplaats bij het treinstation neerzet, komt over de mooie middeleeuwse brug Liérganes binnen en ziet gelijk het standbeeld van el Hombre Pez. Maar Liérganes is veel meer dan deze mythologische figuur. Het is een aangename lommerrijke plaats met grote tuinen achter de huizen, zoals bij whisky bar Los Picos en restaurant-hotel La Giraldilla. De plaats ligt iets ten zuidoosten van Santander, aan het begin van de CA260 richting de bergen. Vanaf de middeleeuwse brug zien we al twee bergtoppen, die de bewoners las tetas noemen, de tieten. Rond het plein staan adelijke paleizen uit de tijd dat Liérganes een belangrijke rol speelde in de handel in kanonnen. Een kilometer of zes buiten Liérganes ligt La Cavada, waar in de 17e en 18e eeuw de grootste kanonnenfabriek van Spanje was gevestigd. Liérganes is zo´n plaatsje, waar je je door de rust die er heerst gelijk thuisvoelt.   

 

De trein kwam nooit aan bij de Middellandse Zee

04/07/2018

Net voor aankomst bij het station van Yera vulde de vallei zich met mist. Alsof het station en de troosteloze omgeving niet gezien mochten worden. Of was het juist om de teloorgang van deze plaats te benadrukken. Een verlaten en vervallen station, het perron overwoekerd met onkruid, een waterpartij op de plaats waar nooit een spoorlijn lag. Want hier reed nooit een trein. Hier stond nooit iemand op het perron te wachten. Niet ver van het station duikt een tunnel de bergen in. De tunnel van La Engaña, genoemd naar het riviertje dat er uit de bergen komt stromen. Maar ze hadden de tunnel ook Engaño kunnen noemen, met een o. Dat betekent bedrog in het Spaans en dat is wat deze spoorwegtunnel is. Er reed nooit een trein doorheen. Wel vrachtwagens, als in de winter de bergpas van Escudo door zware sneeuwval weer eens werd afgesloten. Tot 1999. Toen stortten delen van de tunnel in.

De tunnel is bijna zeven kilometer lang, 9676 meter om precies te zijn, en was de langste tunnel van Spanje tot de tunnels voor de hogesnelheidstrein in Barcelona en Madrid werden geboord. Deze tunnel in het zuidwesten van Cantabrië werd in de jaren veertig uitgehakt door Republikeinse gevangenen. 370 gevangenen begonnen aan de zuidkant, 190 gevangenen kropen aan de noordkant de berg in. De tunnel, en ook het station, maakten onderdeel uit van het faraonische project om de Cantabrische kust met de Middellandse Zeekust met een spoorlijn te verbinden. Het idee werd al in de jaren twintig bedacht door generaal Miguel Primo de Rivera, maar de uitvoering begon pas na de Spaanse burgeroorlog. Aan beide kanten van de bergen kwam een dorp met een school en een kerk om de gevangenen onder te brengen. In 1961 werden de werkzaamheden gestaakt. Nooit zou er een trein van Santander naar Sagunto rijden.

De vier tunnels en de drie stations werden een inktzwarte vlek in het zo mooie groene gebied van Pasiegos. Hier komen de lekkerste botercakejes van Spanje vandaan; de soboas. Spreek uit als sobau. Het centrum van deze industrie is het dorp Vega de Pas, waar nog veel ambachtelijke bakkers zijn. Vanuit het dorp is het maar een klein stukje rijden naar het station. Veel nieuwsgierigen komen er een kijkje nemen. Aan de graffity en het afval in en rond het station te zien is het ook een favoriete stek voor hanggroepjongeren. Er zijn plannen om dit omstreden erfgoed een nieuwe functie te geven. Zowel de provincie Burgos als Cantabrië willen de tunnels restaureren en inrichten als via verde. Een groene weg voor fietsers en wandelaars, zoals er veel zijn in Spanje. Voorlopig worstelt men nog met de kosten, 15 miljoen euro. Maar om deze zwarte bladzijde van de Spaanse geschiedenis nu een groene kleur te geven, zo groen als het landschap, is de best denkabre oplossing.    

 

 

Geboorte en wedergeboorte

03/06/2017


Het einde van het onbezorgde, veilige bestaan in de baarmoeder kwam in zicht.  Waarschijnlijk hoorde je regelmatig die zware stem, die zich zorgen maakte over jouw komst en dan vooral over de dag van jouw geboorte  De derde echo gaf hoop. Je lag voor op schema, voor het weekend kon je al weleens in ons midden zijn. Papa had haast, want die zou jouw geboorte weleens kunnen missen. Hij was aan een reis bezig die hij nooit had willen maken. Van Castro Urdiales, via Laredo naar Santander en vervolgens naar Toledo. Niet langs hotels, maar langs ziekenhuizen. Op 1 januari was hij ongelukkig gevallen. Via een hernia in een nekwervel was er een ontsteking in het ruggenmerg geschoten. Hij kon zijn benen niet meer bewegen, hij had nauwelijks nog gevoel in zijn handen. Op 23 februari om 06.00 uur zou hij naar het revalidatiecentrum in Toledo worden gebracht. Hopelijk konden geboorte en wedergeboorte  elkaar  nog even kort in de armen sluiten in het ziekenhuis van Santander.  En uiteindelijk gebeurde dat ook. Op de valreep. Je weg door het geboortekanaal werd een snelweg. De vliezen werden gebroken en daar was je, om 05.20 uur. Veertig minuten voor papa naar Toledo zou worden gebracht, voor het begin van zijn wedergeboorte in het landelijke revalidatiecentrum voor dwarslaesies, waar hij ging proberen om weer te leren lopen.  Op de intensive care in Santander hadden ze hem de eerste dagen gevoed met pakjes yogurt, hij kreeg een luier om en hij werd gewassen. Hij onmoette je op het eerste vakje van Levensweg. Toen jij een paar weken later naar Toledo kwam, spartelde je al aardig met je beentjes, en binnen een jaar zal je waarschijnlijk proberen je omhoog te drukken aan de lage salontafel in de woonkamer en zal je spontaan je eerste stappen gaan zetten. Zo ging dat ook met je broertjes. Met vallen en opstaan. Op een natuurlijke wijze, zoals je ook zult leren praten, misschien ook wel in het Nederlands. Net als het leren van een vreemde taal op latere leeftijd, valt het ook niet mee om opnieuw te leren lopen. Dat ondervindt papa nu zelf ook. We worden allebei gereden. Jij in de kinderwagen, papa in zijn rolstoel. We kijken elkaar aan. Jij met een blik vol vertrouwen, of er jou  met mama en papa in de buurt niets kan overkomen. En papa ziet in jouw grijsblauwe  ogen zijn grootste inspiratiebron.