Posts Tagged ‘Tenerife’

Hasta siempre, cocinera Mari

19/03/2016

IMG_5726

Niet dat ze dood is. Maar de kop van deze post kwam in me op toen ik vanuit het vliegtuig het Anagagebergte onder me zag liggen. Daar beneden, balancerend op een van de grillige bergruggen in de noordoosthoek van Tenerife ligt het restaurant van Mari verscholen. In Las Carboneras, een gehucht met een kerkje, een dorpscentrum, waar tien kinderen de lagere school doen, en een restaurant, al zou je dat aan de buitenkant niet zeggen. Ik kon het eerst niet vinden. Achter het plein, zei de chauffeur, die mij de tip had gegeven. Ik vroeg het aan twee buurtbewoonsters die met elkaar bij het hek van een tuin stonden te praten. Ze wezen naar een garagedeur die dicht zat. Mari zal zo wel IMG_5729komen, zeiden ze. En inderdaad tien minuten later draaide één garagedeur open en daar stond ze, met haar baret van Ché Guevara die ze ooit van een Zwitserse gids had gekregen. Mari, van Casa Mari, al schijnt het restaurant ook nog een andere naam te hebben. Maar Mari ís het restaurant. Ze is de menukaart. Je vraagt wat de pot vandaag schaft en ze vertelt het je. Op deze dag was dat gepaneerde vis of konijn. Je vraagt niet naar de prijs, want je voelt dat je Mari kunt vertrouwen.  Een guanchinche heet op Tenerife dit soort huiselijke restaurants. Van oudsher waren dit eetgelegenheden die in november openden als de eerste wijn uit de bodegas kwam. Het IMG_5730restaurant werd dan volgereden met vaten wijn en als die leeg waren, dan sloot het restaurant, meestal in april of mei. Een interresante blog over dit fenomeen met een lange lijst van Guanchinches is Guachincheando van Israel en Mónica. Casa Mari kon ik op de lijst overigens niet terugvinden. Voor wandelaars is las Carboneras geen onbekende plaats. Het dorp ligt tussen la Cruz de Carmen, een belangrijk vertrekpunt voor veel wandelingen door het Anagagebergte, en Punta de Hidalgo, een kustplaats aan de rand van Anaga. De wandelaars die deze middag langskwamen hadden pas door dat ze een restaurant passeerden toen ze de schrijver van deze blog op het bankje voor de garage een flesje Doradabier zagen drinken, IMG_5731genietend van het uitzicht op de rots van Taborno, een stenen vuist oprijzend in het berglandschap, en de zee op de achtergrond. Bij de laatste slok kwam Mari waarschuwen dat het eten op tafel stond. Konijn in een heerlijke saus met patatjes, brood, huisgemaakte mojosaus en een flesje huiswijn. Dat was voldoende om het lichaam te sterken voor de laatste zeven kilometer naar Punta de Hidalgo. Oh ja en de prijs van het menu, inclusief het Doradabiertjes, koffie en een diggestief; 14 euro. Een vriendenprijs en wie zou anders verwachten van deze kokkin met haar lieve glimlach en pretoogjes die net zo mooi wegstaren als die van de revolutionair op haar baret.   

Anuncios

In La Muelle zullen ze het wel weten

23/02/2014

054

1851 staat er in het tempeldakje. Anno 1851. Toen werd dit landhuis gebouwd. Het staat aan de invalsweg naar Puerto de la Cruz als je die plaats bij Martianez binnenrijdt. Zou het een Canariër zijn geweest die dit paleisje liet bouwen of iemand uit Engeland, een zogenaamde herontdekkingsreiziger, die in het kielzog van de bioloog en wetenschapper Von Humboldt naar Tenerife kwam. Het waren de eerste toeristen. Ze hadden nog de ruimte om een landhuis te bouwen. Toen een eeuw later het massatoerisme op het eiland landde, was dat voorbij. De zonaanbidders van nu logeren in grote toeristenfabrieken.  Op Tenerife begon het toerisme in Puerto de la Cruz, maar toen de strandgangers ontdekten dat de wolken die vanaf  zee kwamen aandrijven, zich ophoopten tegen de Teide en boven Puerto de la Cruz, besloten ze te verhuizen naar het zuiden, naar Los Cristianos en Playa de las Americas. Maar het was te laat om Puerto te redden van de grote betonkolossen. Al zijn er nog wel enkele plaatsjes in Puerto, waar de sfeer van een kleine havenplaats is behouden, zoals in La Muelle, de kleine bar van Goyo, tegenover de haven en dicht bij de voormalige visserswijk La Ranita. In de bar van Goyo gaat het negen van de tien keer over vroeger, over de tijd van voor het toerisme. Het zijn de oude mannetjes die de onderschriften geven bij de zwart-wit foto´s die aan de muur hangen. Alsof ze daar zelf zijn 039uitgelopen en misschien is dat ook wel zo. Ze zitten op kleine, lage bankes, met de rug tegen de muur, want de tafeltjes zijn te laag om je benen onder te schuiven. De bar is zo smal dat een Nederlander in die houding zijn voeten zo op de bar zou kunnen leggen. Wie wil weten hoe Puerto, en eigenlijk heel Tenerife er uitzag voor het toerisme naar het eiland kwam, kan dat zien en horen in zulke cafeetjes. Maar die sfeer is ook net buiten Puerto te vinden. Je hoeft maar het pad op te lopen van de Camino de la Costa, tussen Puerto de la Cruz en Santa Ursula over de hoge kliffen tussen de twee plaatsen, waar de verscholen strandjes van zwarte lavasteentjes van San Juan, Bollullos en Los Patos liggen. De wandeling is beschreven door de VVV van Puerto en is ook opgenomen in de wandelgids van de ANWB,  al lopen de beschrijvingen behoorlijk uiteen. De route van de ANWB loopt ter hoogte van het strand van Bollullos verder van de kust af, terwijl de route van de VVV de kust wel volgt. De ANWB brengt de wandelaar naar El Paraíso, een bar met een fraai uitzicht over de noordkust. De VVV stuurt de wandelaar naar de rand van de afgrond. En net als je denkt dat het pad doodloopt tussen verwilderde boomhei en de muur van een bananenplantage, geeft een gat in de muur uitkomst. Beide paden blijven in de buurt van Puerto en 050blinken niet echt uit door natuurschoon. Het decor is een landelijke oase, een gevoel dat wordt versterkt als je de wandeling begint in de drukke hotelzone van Puerto. Het pad gaat langs bananenplantages en landhuizen die verscholen gaan achter hoge muren die zijn overwoekerd met bougainville. Langs palmbomen en drakenbloedbomen. Een herder stuurt zijn geiten over de met gras begroeide terrassen. Iets verder op is een boerenfamilie aan het werk tussen de hoge bananenplanten. Zij proberen het hoofd nog boven water te houden, maar aan de braakliggende akkers en de leegstaande vervallen boerenwoningen is te zien dat anderen de hoop op een florerend leven in de bananenteelt al jaren geleden hebben opgegeven en nu misschien achter de bar of in het restaurant staan van een van de hotels in Puerto de la Cruz. Of ze namen de boot en staken de oceaan over. In bar La Muelle zullen ze het ongetwijfeld weten.

Een reclamekaravaan trekt door Spanje

30/08/2011

En dan heb ik het niet over die stoet van sponsoren die voor de wielrenners uitgaat, de reclamewagens die regelmatig een kind aanrijden en de toeschouwer bedelft onder goedkope rommel van petjes en waaiers en daarmee de meest ernstige vorm van hebzucht in de mens laat boven komen. Met de reclamekaravaan bedoel ik de cameramannen en -vrouwen die vanuit helikopters, achter op motoren en vanaf hoge stellages de televisiekijker trakteert op prachtige plaatjes van Spanje. De Vuelta a España is naast een strijd om de rode trui ook een reclamefilm over Spanje. Een vriend die de wielerronde volgt op de Belgische televisie vertelde me dat hij na de etappe van zondag, die door het hamdorp Guijuelo ging, alles weet over de jamón serrano, omdat de Belgische verslaggevers zich niet beperken tot louter informatie over de wielrenners en de etappe.  Als ik met met mijn groepen naar de stad  Ávila rij, dan blijken veel mensen bij het zien van de stadsmuren opeens de stad al te kennen van de Vuelta, waar de wielrenners altijd langs de stadsmuren rijden. En als ik het in Toledo over het keizerlijke wapen van Karel V heb, de adelaar met de dubbele kop, wordt me regelmatig gevraagd of ik ook de adelaar van Toledo ken, de wielrenner Federico Martín Bahamontes die in 1959 de Tour de France won en een klein wielermuseum in Toledo heeft. De Ronde van Spanje begon dit jaar letterlijk op het strand van Benidorm en zal voor het eerst sinds tijden weer naar het Baskenland gaan, omdat het daar weer veilig lijkt te zijn nu de ETA al twee jaar geen aanslagen heeft gepleegd. In het Baskenland hopen ze dat na de wielrenners ook de toeristen zullen komen. De directeur van de Vuelta sprak op de vertrekdag in Benidorm de wens uit om binnen een paar jaar te starten op een van de Canarische eilanden, bijvoorbeeld bij de oude vulkaan de Teide op Tenerife. Gisteren kwam de wielerkaravaan naar Salamanca, waar de individuele tijdrit werd gehouden. De stad had geen betere plaats voor de finish kunnen bedenken dan op de Plaza Mayor, voor het gemeentehuis. Het hele parcours was een mooi visitekaartje voor de stad. De wielrenners kwamen na hun tocht langs weilanden met steeneiken over de Romeinse brug de stad binnen. Vervolgens reden ze langs het art decomuseum Casa Lis en tot slot door de calle San Pablo, langs de kerk van Stefanus, waar het graf van de IJzeren Hertog van Alva  is, naar de Plaza Mayor, volgens de Belgische verslaggevers het mooiste plein van Spanje. Voor ons Nederlanders in Salamanca was het leuk meegenomen dat een landgenoot in de rode leiderstrui het plein kwam oprijden, al moest Bauke Mollema op hetzelfde plein het rood weer inleveren. Veel Spanjaarden die langs de truck van Rabobank kwamen, waar Mollema zich voorbereidde, herkende de Groninger pas na het bestuderen van de fanfoto´s. De Spaanse wielrenners van de Rabobank, Carlos Barredo en Luis León Sanchez kregen meer aandacht. Benieuwd of zij hun Nederlandse ploegmaten hebben uitgelegd wat het eerste gedeelte van de naam van de sponsor, Rabo, in het Spaans betekent. Letterlijk betekent het staart, maar het woord wordt ook populair gebruikt voor het mannelijk geslachtsdeel. Als Luís León of Carlos de grap zou maken, zouden we dat zomaar kunnen horen, want de wielrenners zijn altijd dicht bij het publiek. De sfeer rond de truck van Rabobank was de hele dag ontspannen. Echtgenoten en vriendinnen van de wielrenners liepen de truck in en uit of zaten naast hun geliefde aan een bekertje koffie. De wielrenners bereidden zich op de hometrainer voor de truck voor met tegenover zich de toeschouwers. Dat zullen we in de kleedkamers van FC Barcelona en Real Madrid wel nooit zien, dat de supporters zo maar even binnenlopen als Ronaldo op de massagetafel ligt of als Guardiola zijn spelers de laatste instructies geeft.

De eerste zonaanbidders van Tenerife

06/04/2011

Als de theorie van Heyerdahl klopt en de piramides van Güimar inderdaad fungeerden als zonnetempel, zoals ik schreef in mijn vorige post, dan zouden de Guanchen, op de foto de belangrijkste koningen op een rij, de eerste zonaanbidders van Tenerife zijn geweest. Een bijzonder volk, deze Guanchen. Hun naam zou betekenen, de mannen van de Sneeuwberg, dus eigenlijk kunnen alleen de voormalige bewoners van Tenerife met die naam worden aangeduid.Vijfduizend jaar geleden zouden ze met boten vanuit Afrika zijn overgestoken naar de Canarische eilanden en daarna zouden ze de kunst van het varen zijn verleerd. Een beter excuus om op de Gelukzalige Eilanden te blijven, konden ze waarschijnlijk niet verzinnen, deze grote, sterke mannen die waarschijnlijk van de Berbers afstammen. In de vijftiende eeuw moesten ze wijken voor de Spanjaarden. Plaatsnamen als La Vitoria, La Matanza en Valle de Guerra, De Overwinning, De Slachting en de Vallei van de Oorlog, die tussen Puerto Cruz en Santa Cruz liggen, herinneren nog aan de strijd tussen Guanchen en Spanjaarden. Ondanks de kolonisatie is er nog veel bewaard gebleven uit de tijd van de Guanchen.  In de Canarische keuken wordt nog steeds goffio bereid, een massa van licht geroosterd gerst.  Het vermaak van de Guanchen, zoals stokvechten en de lucho canario, een soort vrijworstelen, zijn sporten  die op de Canarische eilanden nog worden beoefend. En ook de fluittaal, waarmee de Guanchen over grote afstanden communiceerden, wordt op La Gomera nog onderwezen. In het museum van de Natuur en de Mens in de hoofdstad Santa Cruz is een boeiende expositie gewijd aan de Guanchen. De vitrines staan vol met stenen gebruiksvoorwerpen, keramiek, beenderen en schedels. In een donker hoekje liggen de mummies gewikkeld in geitenvellen. Er staan ook een aantal schedels, waarin een gaatje is geboord. Gedacht wordt dat de Guanchen in hun tijd een soort hersenoperatie uitvoerden. Tot de komst van de Spanjaarden was Tenerife opgedeeld in negen menceys, een soort koninkrijkjes. De laatste negen koningen hebben een bronzen standbeeld gekregen en staan keurig op een rij aan zee aan de rand van het plein van de basiliek van Candelaria, het bedevaartsoord van de Canarische eilanden. Een bijzondere koning was Behenaro, die door de Spanjaarden el rey loco werd genoemd. Toen de Spanjaarden hem gevangen wilde nemen, sprong hij,  zijn goden aanroepend, van het gebergte van Anaga de dood tegemoet.

Een zonnetempel op Tenerife

04/04/2011

Het is dat het maar een uurtje of vier vliegen is naar de Canarische eilanden, want anders zou je nog kunnen denken dat je ergens in Latijns-Amerika was beland. Een aardappel heet hier net als aan de andere kant van de grote plas een papa, terwijl de Spanjaarden op het vasteland het over een patata hebben. En net als op Cuba noemen ze hier een stadsbus een guagua. Het accent van de Canariërs, de koloniale huizen met de balkons en de tropische vruchten als de papaya en de mango zorgen voor nog meer Latijns-Amerikaanse sfeer. Het gevoel wordt nog versterkt in Güimar, een dorp iets ten zuiden van de hoofdstad Santa Cruz de Tenerife. Daar kunnen sinds 1998 in een etnografisch park de piramiden van Güimar worden bezichtigd.  Tot begin jaren negentig dachten de omwonenden dat die hopen stenen achter hun huizen ooit ergens van een landerij waren verwijderd en dat er daarna terrassen mee waren aangelegd om daarop fruit te drogen. Toen de Noorse antropoloog Thor Heyerdahl het nieuws over de terrassen hoorde, kwam hij gelijk naar Tenerife en werd het archeologisch onderzoek gestart. Heyerdal wilde bewijzen dat de trapsgewijs opgestapelde stenen geen terrassen waren, maar piramiden. En als je naar de foto boven de post kijkt dan lijken ze daar wel op. Met op de achtergrond het gebergte, waarachter de vulkaan de Teide schuilgaat, had de foto ook in de Andes in Peru kunnen zijn genomen. En dat was precies wat Heyerdahl wilde aantonen. Dat er ooit contact is geweest tussen de verschillende culturen van Mexcio, Peru, Egypte, Polynesië en dus ook Tenerife. In de jaren veertig en zeventig voer hij op vlotten van hout en bootjes van riet, de Kontiki, de Ra en de Ra II, over de zeeën om te laten zien dat er al ver voor Columbus  volkeren waren die de zeeën overstaken. Archeologen ontdekte onder een van de tempels een grot met stenen gebruiksvoorwerpen, botjes van geiten en keramiek uit de tijd van de Guanchen, de oorspronkelijke bewoners van de eilanden. Zij gebruikten de tempel waarschijnlijk als zonnetempel. Op 21 juni komen de laatste zonnestralen precies op het platform van een van de tempels. Voor de Guanchen zou de piramide een agrarische kalender zijn.  Op de foto hier links is op de voorgrond de grot te zien en op de achtergrond het `gat` in de bergen, waar de zon zijn laatste stralen overheen laat glijden voor hij achter de bergen verdwijnt. Het complex werd bekostigd door de veerdienst van Fred Olsen en is naast de informatie over de piramiden ook een eerbetoon aan Heyerdahl. Een kopie van zijn rieten schip de Ra ging vorig jaar verloren bij zwaar noodweer, maar aan het Titicacameer zijn mannen van de Aymaragemeenschap bezig om een nieuw schip voor Güimar te maken. Ook komt er binnenkort een exposite over de Paaseilanden.  En zie, op Tenerife kun je dus best culturele excursies maken. Kijk bijvoorbeeld ook naar het auditorium, rechts op de foto, dat Santiago Calatrava voor de stad Santa Cruz ontwierp. Laat je niet misleiden door vakantiefoto´s van familie en vrienden die poseren met een roodverbrand bovenlijf op de boulevard van de toeristische oorden van Las Americas en Los Cristianos. Al heeft Tenerife dat imago ook aan zichzelf te wijten, door zich te verkopen als eiland voor overwinteraars en zonaanbidders. Er zat geen ironie bij toen Las Palmas, de hoofdstad van Gran Canaria, zich kandidaat stelde om culturele hoofdstad van Europa 2016 te worden. Zoals ik in de vorige post al schreef, zit de stad nog steeds in de race. Of Las Palmas de wedstrijd gaat winnen? Ik denk het niet, zoveel cultuur is er nu ook weer niet op de Canarische eilanden. Maar wel weer genoeg om een dagje aan het strand over te slaan en er op uit te trekken.