Posts Tagged ‘Guggenheim’

Voor jou..

09/10/2016

img_7162-1

Als je in een Spaanse bar zit en je bent uitgekeken op de televisie, naast je zit iemand die de krant leest en de ober is te chagarijnig om maar goedendag te zeggen, dan hoef je meestal maar om je heen te kijken om je niet te vervelen. Veel barren hebben het interieur van een etnografisch museum. Oude zwartwit foto´s van de stad, de straat of de familie, gesigneerde voetbalfoto´s, ingelijste krantenknipsels van historische gebeurtenissen, het shirt, het schoeisel of andere relieken van sportheiligen. Of zoals in bar Zuretzat waar langs de muren een hele collectie helmen hangt van de bouwvakkers die aan het Guggenheim werkten. Toen ik voor het eerst de bar binnenkwam moest ik gelijk denken aan een knekelhuis. Hier hingen geen helmen maar schedels. Bijna alle helmen zijn wit, alleen boven de ingang hangen een blauwe en groene helm van twee vrouwen die aan het Guggenheim werkten. Boven het gangetje dat naar het toilet en het eetgedeelte leidt, hangt de helm van de architect Frank O Gehry. De naam geschreven op een pleister, zoals kinderen dat doen op hun broodtrommeltje en beker die ze meenemen naar school. De ober wist of wilde me niet meer vertellen dan dat Gehry de helm had achtergelaten als dank voor alle kopjes koffie die ze hem tijdens de bouw hadden geserveerd. Waarschijnlijk was het personeel toen vriendelijker dan nu. Maar misschien lag het ook aan mijn vraag of deze helmen waren gekocht in de speciaalzaak voor de bouwsector tegenover de bar. Alle vragen die ik daarna nog stelde werden kortaf afgedaan. Met Nederlandse humor maak je in Spanje niet snel vrienden.

img_7163-1Maar het kan ook best zo zijn dat Gehry met zijn collega´s hier zijn koffie kwam drinken. De bar ligt op iets meer dan honderd meter van het Guggenheim, in de straat Iparraguirre, de straat waar de puppy van Jef Koons recht inkijkt. Misschien was het aan het einde van deze straat, aan de toen nog zestien meter hoge ´afgrond´ boven de houtopslag op de kade van de rivier´ dat de directeur van de stichting Guggenheim Thomas Krenz en Frank Gehry, toen nog adviseur van de stichting, de ingeving kregen om hier het Guggenheim te bouwen. Op de kade en onder de brug van Salvé. Gehry zou bij de opening van het museum vertellen dat toen hij de lokatie zag, zijn hand uit zichzelf het potlood over zijn aantekenboekje stuurde en dat een groot deel van de vormen van het museum tijdens dat magische moment zijn ontstaan. Het ontwerp van het museum vertelt de geschiedenis van Bilbao, het verhaal over de haven en de produktie van ijzer en staal. Wat Gehry zag op dat moment was nog geen geschiedenis, het was de realiteit. Kijkend naar de helm van Gehry probeer ik me voorstellen wat er onder deze helm en in het hoofd van Gehry zich afspeelde in die tijd. De bar waar Gehry zijn koffie dronk heet Zuretzat. Dat is Baskisch voor ´voor jou´. Misschien zei Gehry dat tegen de ober toen hij zijn helm achterliet. Hij had het ook kunnen zeggen tijdens zijn toespraak bij de opening van het museum in 1997, volgend jaar precies twintig jaar geleden. 

Anuncios

Cruise-ervaringen in Bilbao

11/10/2015

197

Anders dan in Venetië of Barcelona, om maar even in de sfeer te blijven van de vorige post, meren deze grote jongens keurig aan buiten de stad van Bilbao. Eigenlijk leggen ze helemaal niet bij Bilbao aan, want dit gedeelte van de haven ligt bij Getxo. Over de rivier is het nog zo´n veertien kilometer naar het centrum van de stad. Veel cruisegangers zijn daar niet van op de hoogte. De gemeente Getxo heeft daar slim op ingespeeld door een gratis pendelbus in te zetten naar het centrum van Getxo. Een service waar de nietsvermoedende toerist dankbaar gebruik van maakt, in de veronderstelling dat hij naar Bilbao wordt gebracht.  Maar dan nog blijven er voldoende toeristen over die via een touroperator een excursie boeken naar Bilbao of omgeving. Voor Bilbao is het nog een vrij nieuw fenomeen, waar de stad duidelijk nog aan moet wennen. De bussen stoppen en parkeren waar ze kunnen. In de tunnel bij het Guggenheimmuseum is altijd te weinig parkeerruimte. Bij de Arenal aan de rand van het oude centrum klagen de taxi-chauffeurs dat bussen hun standplaats inpikken. 

Mijn eerste ervaring met een cruise-excursie had ik afgelopen zomer. We waren met drie gidsen, per gids 42 deelnemers voor een tapastour door de oude wijk van Bilbao. Start van de excursie om 09.30 uur ´s ochtends. Nog geen uur later zat de groep aan een glas wijn en een pintxo. En dan mogen wij 199uitleggen dat dit een typisch gebruik is, behalve dan het tijdstip. Voor een andere touroperator mocht ik een paar weken later twee dames met hun dochters ophalen bij het cruiseschip The World. Het bijzondere van dit schip is dat de opvarenden eigenaar zijn van een appartement aan boord. Deze kajuiten kosten tussen de 1 en 5 miljoen euro.  Aan het einde van de excursie, toen ik ze terugbracht naar de haven, mochten de dames uit veiligheidsoverwegingen niet vertellen waar het schip morgen naar toe zou gaan. Onze excursie ging naar San Sebastián. Ze zagen de stad vanaf het uitzichtspunt van Igueldo, wandelden door het oude centrum en aten tapas. Op verzoek van de dames eindigden we de excursie in een cafetería met een zak churros, een bord met friet en een glas coca-cola. Lokale gebruiken zijn aardig, maar je mag je wortels toch niet verloochenen. 

200Het schip op de foto boven deze post had die dag gezelschap van een ander cruiseschip. Ruim zestig bussen stonden op de kade klaar om de toeristen naar Bilbao en omgeving te brengen. Een bus of acht ging naar het Guggenheim, anderen hadden als bestemming de oude wijk met tapastour, Gernika, de kust van Vizcaya of Castro Urdiales en de oude wijk van Bilbao. Met de laatste groep mocht ik op pad. Een thuiswedstrijd in mijn eigen Castro, al bleven we er maar kort omdat we ook nog de oude wijk in Bilbao moesten bezoeken. Slechts een uur was voor dit laatste bezoek uitgetrokken. Na een snelle wandeling door de wijk was er nog twintig minuten over om op de Plaza Nueva iets te drinken. Aan een Engels echtpaar vroeg ik of het hun eerste cruise-ervaring was. Ze knikten instemmend. It´s quite an experience, voegden ze er aan toe. Op de terugweg naar de haven, zagen ze vanuit de bus het Guggenheimmuseum. 

Bilbao – Barcelona

06/10/2015

IMG_3901

En dan hebben we het niet over de finale van de Spaanse Supercup. Bovendien als we het over de Baskische voetbalclub hebben, is het niet Bilbao, maar Athletic, of Athletic Bilbao. Het filiaal heet Bilbao Athletic. Het koppelteken tussen de twee steden staat symbool voor de opvallende overeenkomsten die Barcelona en Bilbao in stedenbouwkundig opzicht hebben ondergaan. Een geschiedenis die teruggaat naar de vroege Middeleeuwen. In Barcelona kun je het zien vanaf Tibidabo, in Bilbao ligt het balkon op de heuvel van Artxanda. Toen Bilbao in 1300 stadsrechten én het monopolie kreeg op de handel die over de Cantabrische Zee kwam, begon Barcelona handel te drijven met havensteden langs de Middellandse Zee, van Italië tot in Griekenland. Wat de Barrio Gótico voor Barcelona is, zijn de Siete Calles voor Bilbao. Beide steden kenden een explosieve groei in de 19e eeuw, vooral dankzij de industriële revolutie, die in Barcelona in het teken stond van de textiel en in Bilbao van het staal. De Catalaanse hoofdstad ontwierp zijn Example, Bilbao rolde de Ensanche uit. Alleen het patroon was anders. Waar Barcelona voor de grid, een rasterpatroon koos, kreeg de uitbreidingswijk van Bilbao de vorm van een wiel, met de grote rotonde van Moyua als as in 021het hart van de wijk. In dezelfde periode ontwierp Barcelona de Plaza Real aan de Rambla, en richtte Bilbao de Plaza Nueva in, net buiten de oude wijk. Vanaf de jaren tachtig begonnen beide steden aan een facelift. Barcelona draaide zijn gezicht weer naar zee, terwijl Bilbao de oevers van de rivier opschoonde en met het Guggenheimmuseum en het theater Euskalduna een interessante stad werd voor de reiziger. Maar waar de toeristen Barcelona al in de jaren negentig ontdekten, mede door het succes van de Spelen van 1992, is de stroom toeristen dat naar Bilbao afreist, pas de laatste jaren op gang gekomen.  Het zijn er veel minder dan in Barcelona, maar omdat Bilbao een stuk kleiner is, is de impact misschien wel net zo groot. Dat is al te merken als er twee cruiseschepen in de haven van Bilbao liggen. Barcelona wil met de nieuwe burgemeester Ada Colau de toenemende stroom toeristen een halte toeroepen. De marktlieden op de Boquería zijn de toeristen inmiddels beu, omdat ze wel foto´s nemen, maar niets kopen en de winkelende buurtbewoners hebben verdreven. Bilbao heeft altijd gezegd dat ze niet afhankelijk willen worden van het toerisme, maar daarmee voorkom je niet dat de stad wordt overspoeld. Als een klassieke tapasbar als Café Bilbao aan de Plaza Nueva de ene na de andere groep toeristen over de vloer krijgt, zal de stamgast wellicht voor een minder populaire bar kiezen. Het is een spanningsveld, waarvan Bilbao waarschijnlijk hoopt dat hier de overeenkomsten met Barcelona ophouden. 

La Alhóndiga is Centro Azkuna

26/03/2015

posible-portada2--647x400

In tegenstelling tot Nederland wordt in Spanje de burgemeester niet benoemd maar gekozen door het volk. De partij die de gemeenteraadsverkiezingen wint, mag de burgemeester ´leveren´. Zo koos Bilbao in 1999 voor Iñaki Azkuna van de PNV, de Baskische Nationalistische Partij. Azkuna beperkte zich niet tot het doorknippen van lintjes, maar werd het gezicht van Bilbao, met een karakter, waarin iedere inwoner van Bilbao zich kon herkennen. Dan ben je een goede burgemeester. Een burgemeester met uitstraling is tegelijkertijd een ambassadeur en dus een meerwaarde voor zijn stad. Een goed voorbeeld hiervan is de burgemeester van Málaga, Francisco de la Torre, aan wie de stad voor een groot deel de komst van een filiaal van het Centro Pompidou én van het Russisch Staatsmuseum uit Sint Petersburg te danken heeft. Een burgemeester met flair, contacten, charisma kan veel voor zijn of haar stad betekenen. Dit kan niet worden gezegd van de burgemeester van Madrid,  Ana Botella, echtgenote van ex-premier Aznar. Tijdens de presentatie van Madrid als kandidaatstad  voor de Olympische Spelen in 2020 hield ze een genante toespraak in een erbarmelijk slecht Engels. Veel Madrilenen zagen het met plaatsvervangende schaamte aan. Haar uitspraak ´een relaxing cup of café con leche´, is historisch geworden.

Er is ook een lijst met historische uitspraken van Iñaki Azkuna, die je eigenlijk, om ze niet aan kracht te laten verliezen, alleen in het Spaans moet lezen en daarbij de Baskische tongval moet bedenken. Toen Azkuna in januari 2013 werd gekozen tot beste burgemeester van de wereld droeg hij zijn prijs op aan ´todos los alcaldes de España que no tienen ni policía, ni bomberos y que casi tienen que alhondiga01ayudar a parir la vaca.´ (De vrije  vertaling: Azkuna droeg zijn prijs op aan alle burgemeesters van Spanje die geen politiekorps en geen brandweer hebben en die nog net niet een boer te hulp hoeven schieten om het kalf uit een drachtige koe te trekken.) Over het besluit om de winkeltijden niet te verruimen en op zondag de winkels dicht te houden, zei hij: Que los chinos abren sus bazares y luego allí comen, duermen en procrean. (Laat dat over aan de Chinezen die hun bazar openen en daarna daar eten, slapen en nageslacht verwekken). Toen de architect Santiago Calatrava een proces begon tegen de gemeente Bilbao werd hij door Azkuna een ´pesetero del carajo´ genoemd. En toen hij bij een trouwerij hoorde dat de huwelijksreis naar Singapore ging, vroeg hij verbaast aan het bruidspaar waarom ze niet in Bilbao bleven, waar je zo goed kunt eten. Op het politieke vlak nam Azkuna ook geen blad voor de mond. Hoewel hij lid was van de PNV, sprak hij zich openlijk uit tegen onafhankelijkheid van het Baskenland.

In 2003 werd bij Azkuna prostaatkanker geconstateerd. Dat was voor hem geen reden om uit de politiek te stappen. Tot het laatste moment bleef hij de burgemeester van Bilbao en zo goed en kwaad als het ging liet hij zijn gezicht zien. Tot hij vorig jaar op 20 maart overleed. Zijn uitspraken zullen niet snel worden vergeten, maar zijn daden zeker ook niet. Toen Azkuna tot burgemeester werd gekozen, was het Guggenheim al twee jaar open. Azkuna werd de burgemeester van het nieuwe hoofdkantoor van Iberdrola, de glazen wolkenkrabber van César Pelli, het nieuwe voetbalstadion van Athletic en de facelift van La Alhóndiga. Dit culturele centrum draagt sinds vorige week zijn naam; Azkuna Zentroa, of Centro Azkuna.

 

 

 

 

 

Kampioensschuit als museumstuk

29/04/2014

In mijn post van 9 april beloofde ik op mijn weblog meer aandacht te gaan besteden aan Bilbao en echt niet alleen maar om de reis te promoten die ik samen met SRC-Cultuurvakanties aanbied in augustus. Meer informatie over die 6-daagse reis in diezelfde post. Omdat Bilbao veel meer is dan het Guggenheim alleen, staat deze post in het teken van een ander museum in de stad: het Maritiem Museum, waar tot eind september de kampioensschuit van Athletic de Bilbao kan worden bewonderd.

047

Wat Cibeles is voor Real Madrid, Canaletas voor Barcelona en Neptunus voor Atlético, dat is de Ría voor Athletic de Bilbao. Op het water worden de kampioenschappen gevierd in een ambiance die bij ons Nederlanders de herinneringen bovenhalen aan de legendarische rondvaart door de Amsterdamse grachten in 1988. De kampioensschuit voer twee keer uit; in 1983 en een jaar later, toen Athletic de dubbel pakte, dit jaar precies dertig jaar geleden. Duizenden mensen op de kade, en tientallen bootjes die de  trekschuit met de spelers omringden. Twee jaar geleden kreeg de schuit een nieuw laagje verf en heel voorzichtig werden de knopen uit de scheepstrossen gehaald, toen Athletic in één seizoen de eindstrijd haalde van de Spaanse beker én de Europa League. Maar beide wedstrijden werden verloren, athletic gabarrarespectievelijk tegen Barcelona en Atlético de Madrid. De Gabarra bleef aan de kade in de haven van Bilbao in Santurtzi en is nu overgebracht naar het Maritiem Museum, waar het op een werf ligt te poseren. De kampioensschuit is een museumstuk geworden. Want ook dit jaar zal de schuit niet uitvaren, al is de kans groot dat Athletic op de vierde plaats zal eindigen, een plaats die recht geeft om deel te nemen aan de voorronden van de Champions League. Dat is ook een feestje waard. In het museum heeft Athletic tot 28 september een eigen hoekje gekregen. Met videobeelden en krantenknipsels wordt aandacht besteed aan de laatste triomftocht van Athletic op de Gabarra.

Overigens is het een interessant museum, het Maritiem Museum van Bilbao. Niet zo verwonderlijk voor een stad die een rijk verleden heeft als havenstad. Vanaf de veertiende eeuw kreeg Bilbao het monopolie om handel te drijven langs de Ría. De wol van Castilië werd vanuit Bilbao verscheept. Voor de goede orde, een ría is een rivier die wordt gevoed door water uit zee. Een rio brengt het water vanuit het land naar de monding. De Ría was 049eeuwenlang de economische levensader van Bilbao. Het is ook niet voor niets dat de belangrijke gebouwen van Bilbao, zoals het theater van Euskalduna, het Guggenheim, het gemeentehuis, het theater van Arriaga, de overdekte markt en ook het Maritiem Museum aan de rivier staan. Het museum is een aanrader voor wie van modelbouw houdt. Er is een grote variëteit aan miniatuurschepen, waarvan de originelen ooit werden gebouwd op de werven van Bilbao of aanlegden in de haven. Buiten liggen de echte schepen, waaronder tot eind september dus de Gabarra. En daar op de kade staat ook La Carola. Als een statige ooievaar, met de snavel die wijst naar het wateroppervlak. Ze hebben haar vurig rood opgemaakt, haar maten zijn 60 bij 30 meter en ze is een hijskraan. Een stille, elegante getuige uit de tijd dat hier de scheepswerf van Euskalduna was.   De hijskraan kreeg de naam omdat er pal naast iedere dag een beeldschone blonde vrouw de rivier overstak. Haar naam was Carola en iedere keer als ze over de kade wandelde, draaide de hijskraan met haar mee. Carola is ook een museumstuk geworden, maar wie weet, zal zij ooit de Gabarra nog een keer langs zien varen.

 

Bilbao is een Botxo

04/11/2013

006

Botxo is een Baskisch woord, in het Spaans zal het waarschijnlijk bache zijn, een kuil of een verzakking. Wie regelmatig over de Spaanse wegen gaat, zal hebben gemerkt dat je ze steeds meer tegenkomt nu het onderhoud aan de wegen door de crisis bijna helemaal is stilgelegd. Red de Carreteras staat op de borden van de Spaanse Rijkswaterstaat langs de wegen. Je hoeft het niet eens te vertalen, in het Nederlands klopt het nog veel meer. Bilbao is ook een kuil, of beter gezegd; de stad ligt in een kuil, een hele grote leefkuil. Dat zie je als je op een willekeurig kruispunt in de stad staat en de straten uitkijkt. Bijna altijd eindigt het zicht in de bergen. Een goed voorbeeld is het plaza Moyua, de rotonde die de as is in het wiel van de Ensanche vormt. Barcelona heeft het schaakbordmodel van de Eixample, Bilbao kopieerde in de tweede helft van de 19e eeuw het stratenpatroon van Parijs. Zes van de acht straten die uitkomen 027op Moyua geven uitzicht op de bergen. De Gran Via zou dat ook doen als de bomen er niet zouden staan. Bilbao heeft alleen de deur naar het westen geopend om de rivier de Nervion uit te laten en de Ria, het water van de zee, binnen te laten. Bilbao laat zich niet zo maar zien aan de reiziger. Pas als je aan de rand van de kuil staat, openbaart Bilbao zich. Dat verrassingseffect is het grootst wanneer je vanuit het noorden komt, bijvoorbeeld vanaf het vliegveld. Dan duik je vanaf de snelweg de tunnel van Artxanda in en als je daaruit komt, zie je in een oogslag het Guggenheim van Frank Gehry, de Zubizuribrug van Santiago Calatrava, de bibliotheek van Rafael Moneo, de Twin Towers van Isozaki en de enorme Torre Iberdrola van César Pelli die met zijn 165 meter als een Lange Jan over de bergen probeert te kijken. Dat is pas licht hebben aan het einde van de tunnel, waarin Bilbao zich in de jaren tachtig bevond toen het wegkwijnde als industriestad. Boven de tunnel is de heuvel van 141Artxanda met een balkon dat het mooiste uitzicht over de stad biedt. Artxanda is een van de vijf heuvels die de stad omsingelen. De andere heuvels die de groene ring vormen zijn Monte Avril, Arnotegi, Arraiz en Pagasarri. Vanaf de laastste heuvel, 569 meter hoog, is de foto boven deze post genomen. Hier is het een komen en gaan van bergwandelaars. Mocht Bilbao ooit een inburgeringscursus invoeren, dan zou deze excursie een verplichting zijn. De groene ring is ook het decor van een langeafstandswandeling, een Gran Recorrido, van bijna 100 kilometer lengte die rond de stad gaat, een rondje rond de Botxo.

Blote, dikke dames in Bilbao

10/11/2012

Met zo´n titel zal het aantal bezoekers van deze blog wel enorm stijgen. Voor de extravagante pornosurfers zal het een teleurstelling zijn dat dit verhaal over kunst gaat, over de expositie van Fernando Botero die tot 20 januari wordt gehouden in het museo de Bellas Artes in Bilbao. Het is kunst en op de een of andere manier moet je daar volgens veel mensen heel ernstig over doen. In het museum zag ik om me heen alleen maar serieuze gezichten naar de schilderijen staren, terwijl sommige werken van Botero gewoon lachwekkend zijn. Het is kunst om vrolijk van te worden, zeker als je het vergelijkt met het sombere werk van de Oostenrijkse expressionist Egon Schiele dat op maar een paar honderd meter van het museum van Schone Kunsten in het Guggenheim is te zien. Het zijn niet alleen de gezette mannen en vrouwen die de schilderijen vrolijkheid geven, maar ook de felle kleuren,  het Latijns-Amerikaanse sausje dat Botero over zijn werk heeft gegoten. Ik had mijn zoontje van tien maanden bij me en ik weet zeker dat als hij drie of vier jaar ouder was geweest, hij het zou hebben uitgeschaterd bij bijvoorbeeld de serie over het circus of de dikke dame die boven deze post staat. Maar misschien durfde niemand te lachen om al die dikke vrouwen en mannen, het handelsmerk van Botero. Op straat is het ook niet aardig om een gezet iemand zo maar uit te lachen. Maar in het werk van Botero zit geen penseelstreek spot. Zoals hij zelf zegt, hij doet niets anders dan wat beroemde schilders als Rubens eeuwen geleden ook al deden. Kijk maar naar de Drie Gratiën van de Vlaamse meester. Fernando Botero werd dit jaar 80 jaar en viert dat met deze complete expositie. Tachtig werken zijn naar Bilbao gekomen. In het museum hangen 79 schilderijen en op de Gran Via staat tegenover het hoofdkantoor van de BBK een groot paard van de hand van Botero. De tentoonstelling in Bellas Artes laat het werk van de laatste zestig jaar van Botero zien en is ingedeeld in thema´s over het leven in Colombia, het circus, de kerk, beroemde personages, stillevens, het stierenvechten en er zijn drie schilderijen, waar Botero de martelpraktijken van de Amerikaanse soldaten in de Irakese gevangenis van Abu Ghraib aan de kaak stelt. Wat het thema ook is, de figuren op de schilderijen zijn altijd dik. Brede bovenbenen en kuiten die naar de enkel toe heel smal worden, kleine priemende ogen boven grote bolle wangen. De Colombiaanse schilder beweert dat hij nog nooit een dik iemand heeft geschilderd., dat de enorme rondingen zijn personages iets sensueels en monumentaals geeft. Misschien moet hij dat ook maar eens uitleggen aan al die wanhopige vrouwen die van alles verzinnen om er wat kilo´s af te krijgen.