Posts Tagged ‘António Salazar’

Het kuuroord van Curia

06/08/2010

 

Het was wel even wennen, toen we twee jaar geleden van hotel wisselden in Coimbra. Niet langer een hotel in het centrum van de universiteitsstad dus ook geen (nachtelijk) uitstapje meer naar de bar Dilligencia. Nu logeren we in Curia, in Grande Hotel de Curia op een half uurtje rijden van Coimbra. Onderweg, over de oude nationale weg naar Porto, de N1,  bieden alle restaurants langs de weg de specialiteit van de streek aan, speenvarken. Op de rotonde voor de plaats Mealhada staat zelfs een momument voor het speenvarken. Een vrolijk lachend biggetje op een sokkel, waarin zijn toekomst staat gegraveerd; een kok voor de oven. Net voor de plaats Curia is de afslag naar het kuuroord van de plaats, waar ook het water van Luso vandaan komt. Het staat op de negende plaats van meest radioactieve wateren. Met 27,6 graden komt het uit de bronnen borrelen. Het gebied werd in de 19e eeuw ingericht met een aantal pompeuze hotels. Zoals Hotel Grande, links op de foto, en ons hotel Grande Hotel de Curia. Stond vanochtend nog even met de directeur te praten, de derde in twee jaar tijd. Het valt ook niet mee directeur te zijn van zo´n enorm hotel, waar de verf aan alle kanten afbladdert. Hij heeft de zware taak het hotel te renoveren. Het hotel dateert uit 1881 en is een prachtig voorbeeld van vergane glorie. Een balzaal als restaurant met prachtige kroonluchters, een haardzaal met fauteuils, waar je nauwelijks meer uitkomt. Het is een ambiance om voor de haard een boek te lezen met een grote bel brandy en een dikke sigaar. Maar er is ook een spa, een binnen- en buitenzwembad en naast het Hotel Grande ligt ook een nieuwe golfbaan. In de omgeving ligt ook het paleis van Busaco, waar ooit Salazar nog de vakantie doorbracht en zijn ministerraad in de zomermaanden bijeenriep. Zijn belangrijke gasten stuurde hij naar Curia. In de Tweede Wereldoorlog zouden hoge Duitse officieren op uitnodiging van Salazar naar het kuuroord zijn gekomen. Waarschijnlijk was het daarom dat de directeur zich niet meer precies kon herinneren welke beroemde gasten ooit in het hotel hadden gelogeerd.

Anuncios

Hoog bezoek in Coímbra

01/02/2010
Coímbra, Stad der Wetenschap. Een stad die haar bestaansrecht te danken heeft aan de universiteit. Ooit in de dertiende eeuw gesticht in Lissabon, maar uiteindelijk drie eeuwen later definitief gevestigd in Coímbra. De faculteiten en de klokkentoren kijken vanaf de heuvel, waartegen Coímbra is aangebouwd, neer op de stad. Een stad die de traditie eert. De studenten wonen in zogenaamde republicas en gaan tijdens belangrijke festiviteiten keurig in het pak gekleed met de lange zwarte cape daaroverheen. Van de Heilige Antonius van Padua tot dictator Antonio Salazar, wie studeerden er niet in Coimbra.

 

Het is de ontmoetingsplaats van het intellect, schrijvers, poëten, kunstenaars, belangrijke wetenschappers. Twee keer kwam ik er Gerrit Komrij tegen. Een keer op het universiteitsterrein en een keer in de hoofdstraat. Toen ging zijn zware stem hem ongeveer honderd meter voor uit. Hóórde ik hem eerst en kwam hij later zelf voorbij. Dit weekend had Coímbra weer hoog bezoek, al hadden we dat niet gelijk door. We zaten in café Santa Cruz, een stijlvol café ingericht in een gedeelte van een oud klooster. Bij het raam zaten vier mannen, waarvan er één met een hoed, die steeds een fotograaf om zich heen had. Aan de ober vroegen we wie die man was. Die man is meer dan honderd jaar oud, wist de ober. Een verjaardagsfeestje? Later wist de ober ook nog te vertellen dat onze mistery guest cineast is.

 

Zijn naam zagen we later op een aankondiging van een bijeenkomst, waar onder andere ook ex-president Mario Soares bij zou zijn. De cineast was Manoel de Oliveira. Die naam zei me niets en er schoot me ook geen enkele film te binnen. Op Wikipedia las ik later dat hij zijn eerste film maakte in 1931, Douro Faina Fluvial, en dat hij tot 1985 moest wachten op internationale erkenning. In dat jaar ontving hij de Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië en in 2008 volgde de Gouden Palm in Cannes. In datzelfde jaar werd de filmmaker 100 jaar. Waarschijnlijk ook omdat ik zijn werk niet ken, bewonderde ik hem in het café vooral om hoe hij er uit zag. Ik schatte hem hooguit ergens in de zeventig. Bekijk de foto hierboven, die we heel discreet hebben gemaakt, en oordeel zelf. De foto hier rechts werd in 2008 gemaakt in Cannes door een professionele fotograaf.
 
Hoe vaak in zijn leven zou De Oliveira in De Diligencia zijn geweest? Misschien had hij de avond dat wij er waren ook wel willen gaan, maar sputterden zijn 101 jaren tegen. Een tafelgenoot uit het café, een uitgever uit Coímbra, ontmoetten we er wel. En Bart, een Nederlander die al 26 jaar in Portugal woont en kind aan huis is in de Diligencia. Hij kende de films van De Oliveira wel. Erg traag, was zijn mening. Eerlijk gezegd had ik ook niet anders verwacht van een filmmaker met Portugees bloed. Het hoort bij het karakter van een Portugees, zoals nostalgie en melancholie. Twee eigenschappen die naar voren komen in de fadomuziek van Portugal en dus ook prominent aanwezig zijn in de Diligencia, een bijzonder muzieklokaal, al is grot misschien een betere benaming. Onderstaand stukje schreef ik een paar jaar geleden toen ik er ook was.
 
Verstopt in een donker straatje, waar zwerfkatten aan vuilniszakken krabben en niemand weet dat het Portugese vlot al jaren geleden is aangemeerd in de Europese haven, bevindt zich de Diligencia, een bar die zich het best laat omschrijven als schuilkelder van de Portugese ziel. Portugezen maken woorden niet onnodig vuil, maar nemen ze mee naar een plaats waar ze zich thuisvoelen, zoals hier in deze bar, bordeel van de publieke ziel. Hier durft een Portugees te praten, te zingen en uit hij zijn gevoelens. Hij gooit de gespeelde verlegenheid van zich af. Handen in de zak, schouders naar achteren en stem uit volle borst. De zware bruinzwarte natuurstenen bewegen naar binnen, alles klopt, het hart schreeuwt, wil uit het diepst putten. Buiten is een wrede wereld, veel machtiger, gevoelloos. Dus blijven ze binnen, trekken ze zich terug in de hartkamer van de stad van de Wetenschap. Hier zongen ze zich naar de vrijheid, in het broeinest van de revolutie in 1974. Hier voelen ze zich even Pablo Milanés, Sérgio Godinho, José Afonso of Carlos Puebla. Als ik in het holst van de nacht weer buiten sta, zie ik nog net hoe een zwerfkat met een rode anjer in zijn bek het steegje uitrent.