Posts Tagged ‘Madrid’

Met de Spaanse vlag

18/10/2017

spaanse vlag colónMet een oppervlakte van 294 m2, is dit de grootste vlag van Spanje, een doek van 21 meter lang en 14 meter breed. Hij hangt aan een mast van vijftig meter hoog. Of beter gezegd, dit wás de grootste vlag van Spanje, tot een dag of tien geleden een projectontwikkelaar over een gevel van een zijn gebouwen een vlag uitrolde die tweemaal zo groot was. De vlag op de foto wappert op het Columbusplein in Madrid. De zeevaarder kwam aan in de Nieuwe Wereld op 12 oktober 1492 en daarom is die datum een nationale feestdag in Spanje. De dag van de Hispanidad, de dag van alles dat Spaans is en was. Dit jaar stond het feest in het teken van de nationale eenheid als antwoord op het Catalaanse streven naar onafhankelijkheid. De vlag als symbool van die eenheid. Dat was ook het idee van de Madrileense zakenman om zijn megavlag uit te rollen. Er werden meer Spaanse vlaggen verkocht dan ooit, alsof het WK in Rusland al was begonnen. Het feest van de Hispanidad is al jaren omstreden, niet alleen in nationalistische regio´s als Baskenland en Catalonie, maar ook in de voormalige koloniën. In Argentinië vieren ze de dag niet, maar wordt herdacht dat Columbus de Nieuwe Wereld ontdekte. Veel landen hebben de dag omgedoopt tot de dag van het ras, als eerbetoon aan alle rassen, zoals los terciosAzteken en Inca´s die na de komst van de Spanjaarden onder de voet werden gelopen. En ook wij Nederlanders mochten ons ergeren tijdens deze editie van het Spaanse nationale feestje. In de militaire parade, afgenomen door de koninklijke familie, premier Rajoy, politieke leiders, regionale presidenten en andere hoogwaardigheidsbekleders, marcheerde een groepje mannen, uitgedost in de Spaanse legeruniformen van de zestiende eeuw. Zij stonden symbool voor de zogenaamde camino Español, de Spaanse weg naar de Lage Landen die dit jaar precies 450 jaar geleden voor het eerst werd gebruikt door de ijzeren hertog van De Spaanse wegAlva en de beruchte tercios. Overigens ging de Spaanse weg eigenlijk niet eens over Spaans grondgebied. Het startpunt lag in Milaan. Koning Filips II wilde de soms woeste zee en de vloot van de vijanden Engeland en Frankrijk vermijden en kon zijn legers niet over Frans grondgebied naar de Lage Landen brengen. Daarom liep de route onder andere via Milaan, Luxemburg en Keulen naar Brussel en de Noordzeekust. Een afstand van 1100 kilometer. De onderdrukking van onze voorouders werd dit jaar ook maar even gevierd, want ooit waren wij tenslotte ook Spaans. Dat zingen we nog steeds in ons volkslied.  

Anuncios

In de rij voor de kerstloterij

21/11/2016

img_7863

Was onlangs voor de reisorganisatie Pithos Kunst en Cultuur in Madrid. Elf dagen in hotel Regente, mooi centraal gelegen tussen de Gran Vía en de winkelstraat calle del Carmen. Elf dagen langs en door de rij op de foto boven deze post. De ene dag begon de rij in de straat van ons hotel, de andere dag sloten mensen aan uit de richting van Sol en af en toe kwam de rij vanaf de Gran Vía. Maar iedere dag stond er een rij, stonden mensen soms een uur te wachten tot ze bij de blauwe luifel waren, die nog net is te zien, helemaal rechts op de foto. Mannen van een beveiligingsbedrijf leidden de stroom mondjesmaat naar de ingang van de kiosk. Deze rij staat er ieder jaar als de herfst in Madrid guur begint te worden, zo vanaf begin november. Vorig jaar hield het satirische tv-programma El Intermedio een straatinterview bij de blauwe luifel. Aan buitenlandse toeristen werd gevraagd waarom al deze mensen in de rij stonden. Velen haalden hun schouders op. De journalist legde uit dat deze mensen afkwamen op een vacature om voor kerstman te spelen tijdens de feestdagen. Door de crisis was het aantal werklozen zo toegenomen dat zelfs de tijdelijke baan van kerstman populair was geworden.

Dit had de journalist niet aan een Spanjaard hoeven te vragen. Want iedereen weet dat de blauwe luifel van de loterijkiosk van Doña Manolita is en dat de mensen er veel tijd voor over hebben om bij haar een lot te kopen voor de Kerstloterij. Want Doña Manolita heeft in het verleden al veel mensen gelukkig gemaakt met haar loten. Rond de kiosk staan de straatverkopers die ook de loten van Doña Manolita verkopen en waar het niet druk is. Maar iedereen verkiest de rij, waarschijnlijk uit bijgeloof, maar misschien ook wel omdat de straatverkopers twee euro boven op de prijs van img_7866een lot mogen doen. Een lot kost 20 euro. Dit jaar zijn er 165 miljoen loten, een zogenaamde décimo, uitgegeven. Het totale prijzengeld dat in deze loterij omgaat is 2,3 miljard euro. Er zijn meer dan 25 miljoen winnende lotnummers. Het winnende nummer kent een hoofdprijs van 660 miljoen euro, de tweede prijs 206,3 miljoen euro en de derde prijs 82,5 miljoen euro. Maar om die bedragen te kunnen winnen, moet je wel hele series aan loten kopen. De meeste Spanjaarden houden het bij een paar decimos. En met één decimo kun je 400.000 euro winnen. Dat is ook de charme van de Spaanse kerstloterij. Het enorme bedrag aan prijzengeld komt bij heel veel mensen terecht. Vorig jaar gaven de Spaanjaarden ruim 2,5 miljard aan de kerstloterij uit. Dus ook de Spaanse schatkist wordt gespekt. 

Dat de rijen bij de loterijkiosken zo groot zijn, komt ook omdat de Spanjaarden lang aarzelen als ze eenmaal voor het loket staan. Voor deze mensen publiceerden de kranten vorige week de ´ongeluksnummers´. Bij alle trekkingen tot nu toe is het winnende lotnummer nog nooit op de cijfers 09, 10, 13, 21, 25, 31, 34, 41, 42, 43, 51, 54, 59, 67, 78 en 82 geëindigd. Daarentegen is op een lotnummer met een vijf als laatste cijfer maar liefst 32 keer de hoofdprijs gevallen. Kijkend naar de drie loten die ik deel met mijn trouwe reisgenoot en chauffeur Jorge, komen we er goed af als het gaat om de ongeluksnummers. Maar geen van de drie loten eindigt op een vijf. De kans overigens om de hoofdprijs te winnen is 1 op 85ooo. 

 

Lieve Lise

07/11/2016

img_7831

Het spijt me Lise. Ik hoop niet dat je erg schrok van het onverwachte flitslicht. De jongen op de voorgrond deed dat wel. Maar bij hem won de verbazing het al snel van de schrik. Hoe ik het aandurfde om een foto te nemen, dat was verboden. Maar ik stond buiten de zaal protesteerde ik. Maar je nam de foto de zaal in, weerlegde de jongen bij de ingang. Ik wilde je vangen in mijn camera, zoals jij, toen je nog maar 24 jaar oud was, werd gevangen in het barokke raamwerk dat je om je heen kreeg. En zoals je nu gevangen bent in een zaal van het Thyssenrenoir_lise_in_a_white_shawl Bornemiszamuseum in Madrid. De jongen die de kaartjes controleert als cipier bij de ingang. Je mocht op reis. Even weg uit het Dallas Museum of Art. Ik kan me niet voorstellen dat je daar ooit zult wennen. Wat moet een knap burgermeisje zoals jij uit een dorp boven Parijs in dat sfeerloze Dallas. Je bent je model voorbij gestreefd. Renoir maakte geen portret van je, maar hij schiep je, uit de spiegeling van Lise Tréhot. Zij was zijn belangrijkste model in zijn beginjaren. Tussen 1865 en 1872 poseerde ze voor hem. Op een van zijn laatste werken van haar werd jij geboren. Er wordt gezegd dat je haar huwelijkscadeau was. Vandaar de witte sjaal, als een bruidsluier. Je bent de mooiste van de 23 schilderijen die Renoir van Lise Tréhot maakte. Je kwam bij haar in de familie. En daarna nam het echtpaar Emery en Wendy Reves je mee naar Dallas. Of all places! Gelukkig blijf je nog tot 22 januari in Madrid. Als topstuk van de expositie Intimiteit lise_trehot_in_1864van Renoir. Zoals Picasso zei dat na de grotschilderingen van Altamira de decadentie in de schilderkunst intrad, zo geldt dat ook voor de expositie van Renoir. Jouw gezicht siert de eerste zaal. Alle schilderijen die de bezoeker na jouw portret ziet, zijn overbodig. Het is onmogelijk om het gezicht van je af te wenden. Die grote bruine ogen, het linker ooglid dat iets naar beneden gaat. Er zit zoveel expressie in je ogen dat het lijkt of je iets wil vertellen. Je hoofd helt licht over naar rechts. Misschien was je net bezig om je sjaal over je hoofd te leggen. Je houdt de stof met één hand vast. Ik had je graag meegenomen, het Thyssen uit, naar de overkant, langs het Prado naar het Retiropark om daar samen in een roeibootje op de vijver te dobberen.  Eenmaal verdwenen in jouw ogen is het zo makkelijk om te fantaseren.

Terug naar de Rastro

12/09/2016

img_7644

In augustus was het precies vijftien jaar geleden dat ik in deze straat neerstreek, calle de mira el rio alta. Tenminste, mijn balkon keek uit op deze straat. De ingang van het appartementencomplex lag in een straat om de hoek, in de calle del Bastero, nummer 13, de derde etage, en er was geen lift. Niet dat dat een groot probleem was, zoveel spullen had ik niet bij me. Het appartement was al ingericht en ik deelde het met twee Spaanse jongens en een Zwitsers meisje. Ik kreeg de tip dat er een kamer vrij kwam van een collega. Ik belde ergens in juni met de vraag of ik er dan in augustus kon intrekken. Er werd geen loting of selectie gehouden. Ik had gebeld en dus zou de kamer voor mij zijn, ook al zou ik er pas twee maanden later intrekken. Het appartement lag midden in de Rastro, in de wijk van de antiekmarkt die iedere zondag wordt gehouden. In de wijk wemelt het van de antiekzaakjes. Op zondag zetten de eigenaars veel spullen op straat om kopers te lokken.

Uren bracht ik door op het balkon om te lezen over Spanje, maar ook om naar Spanje te kijken en te luisteren. Ik zal nooit meer vergeten hoe op een dag een meisje vanaf het balkon aan de overkant van de straat aan me vroeg hoe laat het was. Ze was rond de veertien jaar. Ze had een prachtig gezichtje met donkere ogen en lang zwart haar. Ze was ongetwijfeld van Andalusische afkomst, want in de wijk woonde een grote Andalusische gemeenschap. Toen ik haar de tijd vertelde, bedankte ze me met een sierlijk en sensueel handgebaar waarmee Carmen de hele tabaksfabriek in vuur en vlam had kunnen zetten. Vanaf het balkon hoorde ik uitgebreide wedstrijdanalyses van de oude mannen van de antiekwinkels over vooral Atlético Madrid, want dat was de club bij ons in de buurt. Mijn Spaanse huisgenoten heetten Nacho en Pipo, die laatste naam was een bijnaam, zijn eigenlijke naam heb ik volgens mij nooit geweten. De Zwitserse vriendin van Pipo studeerde Kunstgeschiedenis. Nacho zocht in die tijd zijn weg in de wereld van het theater. img_7640Jaren later,  nadat ik al was vertrokken uit de Rastro kwam ik hem tegen tijdens een zapronde langs de Spaanse televisiekanalen. Hij had de rol van conciërge in een humoristische serie. De afgelopen weken speelde hij in een theater om de hoek bij het hotel waar ik dankzij Jeroen Bosch een kleine maand mocht doorbrengen. Na afloop van een van de voorstellingen wachtte ik hem op bij de artiesteningang. Toen hij naar buiten kwam, herkende hij me onmiddellijk. Hij woonde niet meer in hetzelfde appartement. Pipo en Melany waren naar Luxemburg verhuist, vertelde hij me. We zouden elkaar nog wel een keer tegenkomen op de Rastro om een biertje te drinken. De Rastro is na vijftien jaar niets veranderd. Net zo min als de Spaanse gewoonte  om afspraken niet in een agenda vast te leggen, maar spontaan te laten gebeuren. Dus wie weet zal ik Nacho over een jaar of vijftien tegenkomen op de Rastro.

Een exclusief bezoek aan Jeroen Bosch

30/08/2016

IMG_7629

De reizigers op deze foto staan op het punt om een exclusief bezoek te brengen aan de expositie van Jeroen Bosch in het Prado. Na het succes van Bosch in zijn woonplaats Den Bosch, was het nu de beurt aan Madrid om een overzichtstentoonstelling te organiseren. Mét het topstuk De Tuin der Lusten, het schilderij dat niet naar Nederland kwam. Mijn reisorganisatie SRC speelde handig in op de tentoonstelling en bood in eerste instantie één reis van vijf dagen aan. Maar deze reis was in een mum van tijd volgeboekt en uiteindelijk werden vijf reizen georganiseerd met tussen de 23 en 29 gasten per reis. Én uw blogger die het kwintet reizen mag begeleiden.

Voor de gelegenheid kocht SRC exclusieve entreekaartjes, waarmee we een uur voor de officiële openingstijd van het Prado al naar binnen mogen. Voor de stroom uit, want na tien uur worden 150 bezoekers per kwartier toegelaten. Met zoveel mensen in een zaal is het onmogelijk om alle details op de werken van Bosch te bestuderen. Daarom was het ook een mooi gezicht hoe zes gasten van de groep IMG_7627op een rij voor de Tuin der Lusten stonden. De handen op de rug, ontspannen. Helaas mocht dit beeld niet worden vastgelegd, zover ging de exclusiviteit van het bezoek niet.

Behalve dat het kaartje 50 euro kost, moet je er wel wat voor over hebben om in augustus naar Madrid te komen. Vroeger liep Madrid massaal leeg in augustus, naar de kust, op de vlucht voor de hitte. De Madrilenen doen dat nog steeds, maar de toeristen komen nu ook naar de hoofdstad in de hete zomermaanden. Met temperaturen tussen de 34 en 36 graden en als het alleen op een terras waar een verfrissende nevel neerdaalt,  is uit te houden. Bij het Prado stond in de ochtend een rij tot halverwege de lange zijde van het museum, ter hoogte van het standbeeld van Velázquez. Deze IMG_7630afmetingen werden tot een paar jaar geleden alleen gemeten in het voor- en najaar. Het lijkt dat het terrorisme de toerist ook naar Madrid heeft gedreven. Maar in ons geval heeft Bosch dat gedaan. Vijf keer Bosch zal me niet gaan vervelen. Waarschijnlijk was dat wel gebeurt als ik vijf keer hetzelfde werk van Mondriaan had moeten bekijken. Maar in het werk van Bosch zijn zoveel details te ontdekken, dat gaat nooit vervelen. Het is een bijzondere wereld, de wereld van Bosch. Sinds ik daar in ronddool, heb ik, dankzij het interessante boek van de Duitse hoogleraar Nils Büttner, woorden geleerd als dendrochronologie, anagogie, viervoudige schriftuitleg en ben ik het werk van Bosch eenstuk beter gaan begrijpen. 

 

Twee gezichten van Madrid

21/06/2016

IMG_5822

IMG_5834

Of beter gezegd, twee uitzichten op Madrid. De bovenste foto nam ik vanaf het dakterras van mijn hotelkamer aan de Gran Vía, richting het noorden van Madrid. De foto daaronder laat het uitzicht zien van mijn hotelkamer aan de calle Atocha in het centrum, waar ik een week later verbleef. Een kamer aan een binnenplaats, waar je tot je middel uit het raam moet hangen om te zien hoe de hemel boven Madrid is ingekleurd. Maar als je eenmaal een stap buiten beide hotels zet, is het contrast bijna net zo groot als tussen de foto´s boven deze post. Als je vandaag de dag in een reisverhaal schrijft dat een stad meerdere gezichten heeft, wordt je door de redactie voor de volgende reisreportage voor straf naar een plaats als Albacete gestuurd. Geen kwaard woord over Albacete overigens, maar toen ik daar een paar jaar geleden was en bij Toerisme vroeg naar het historische centrum van de stad verwezen ze me naar een dorp op acht kilometer van Albacete, Chinchilla. Albacete werd geboren op een bedrijventerrein. Maar terug naar Madrid en de twee gezichten van de stad. Want na een verblijf van twee weken worden die wel heel scherp afgetekend. En dan heb ik het niet over de twee gezichten die de stad zelf schetst met het Madrid van de Habsburgers en Bourbons.

De Gran Via is uitgegroeid tot een ware Franchise Avenue, waar alleen plaats is voor grote landelijke en internationale ketens en waar zogenaamde Baskische tapasbarren worden gerund door Russen. De grandeur en elegantie van de Gran Vía is alleen nog af te lezen aan de gevels van de monumentale panden. Een van de laatste dieptepunten voor de Gran Vía was de opening van de kledingdumpshop Primark. Ook geen kwaad woord over deze Ierse lowbudgetketen, maar zo´n filiaal hoort thuis in een winkelcentrum buiten de IMG_5831stad en niet aan de Gran Vía. Heel veel mensen zullen het niet met me eens zijn gezien de stroom consumenten die daar de hele dag in en uit loopt. Aan de Gran Vía is geen leuk, authentiek Spaans eettentje meer te vinden. Allemaal financieel weggetreiterd door de grote ketens. Chorizo Ibérico de bellota heeft plaatsgemaakt voor eenheidsworst. Dan toch maar de omgeving van calle Atocha. Een collega tipte me een goed restaurant, waarvan ik me de naam niet meer wil herinneren…. Als je langs het restaurant loopt, zo rond een uur of 8, wanneer de vergeelde gordijnen nog zijn gesloten, nodigt het niet uit om naar binnen te gaan. Het restaurant opent om 20.30 uur, om 21.00 uur is het vol en om 21.15 uur staat er een rij voor de deur. Het geheim van dit restaurant? Een eerlijke prijs voor een eerlijk menu, voor 10,50 euro kun je uit ongeveer tien voorgerechten en tien hoofdgerechten kiezen. Bij de prijs is brood, wijn, water of bier en dessert inbegrepen. De obers zijn profesioneel van de oude stempel. Omdat ik een tafel voor mezelf had, werd deze ook gebruikt om afgeruimde borden en bestek even te stallen als de ober zijn handen vol had. Een avond was ik bang dat het restaurant zijn ziel aan het duivelse toerisme had verkocht, toen er aan een lange tafel een groep Koreanen zat. Het was eenmalig, stelde de ober me gerust. Zijn collega had zich laten verleiden door een mooie reisleidster.  

Schilderkunst en friet van Vlaamse meesters in Madrid

18/03/2015

005 (2)

Het was een fractie van een seconde. Ik zag het tweede woord vanuit mijn ooghoeken en probeerde het op zijn Spaans te formuleren. Iets van fri-ét schoot door mijn brein. Een fractie later drong de werkelijkheid door. Er stond friet en het ging inderdaad om de reepjes rauwe aardappel die in olie worden gebakken. Misschien rolden mijn pupillen naar de hoeken omdat het eerste woord in de kleur oranje stond geschreven en een Nederlandse naam leek. Want dat automatisme is na veertien jaar in Spanje wonen niet verdwenen. Maar ik las het niet als Bleminckx, zoals ik wel fri-ét las. Misschien was ik ook meer alert omdat ik een tijdje had gewoond in de wijk waar deze friettent is gevestigd. In de wijk La Latina, aan de calle de Toledo. De Jordaan van Madrid, waar de Castizo woont, de echte Madrileen. Vandaar de verbazing, omdat dit wel de laatste wijk was, waar ik een Nederlandse frietzaak had verwacht, aan een pleintje bij de metrouitgang van La Latina en schuin tegenover El Diamante, een vaste stek voor de Madrileen waar hij ´s ochtends zijn churros eet bij een kop koffie en een glaasje anijs en ´s middags gefrituurde inktvisringen en een tapbiertje bestelt. Madrileenser kan het niet. Een patatzaak als deze verwacht je aan de costa´s, in Lloret de Mar, Salou, Benidorm of Torremolinos, maar niet in La Latina. Toch is de lokatie niet slecht gekozen. Iedere zondag vindt in de wijk de beroemde markt El Rastro plaats, een kruising tussen Vrijmarkt en antiekmarkt. Aan de andere kant van de calle de Toledo liggen de pleinen van San Andrés en Humilladero, populaire pleintjes om wat te eten en te drinken. Vleminckx hoopt dat de Madrileen op 002 (2)zijn gastronomische tocht zijn lokaal niet overslaat. En waarom zou hij dat doen. De kroket is in Spanje net zo populair als in Nederland, al zijn ze in Spanje een stuk kleiner. Bij bijna ieder vleesgerecht wordt friet geserveerd en de frikandel, nasischijf en bamischijf klinken in het Spaans best aantrekkelijk; salchicha frita, rebanadas empanadas en rellenas de mezclas diversas, como arroz o fideos con vegetales. De puntzak friet is in het Spaans cucurucho de patatas fritas. Van Vlaamse friet naar Vlaamse kunst is het maar een kleine stap. In de karavaan die de gepensioneerde keizer Karel V naar Yuste bracht, gingen kunstenaars en bierbrouwers mee. Daar heeft Spanje nu nog het roodbruine bier Yuste aan te danken. Geografisch is het nog een behoorlijke afstand van de wijk La Latina naar de wijk Salamanca. Ver voor de Spaanse adel en grootgrondbezitters de wijk ontdekten, streek hier al in de 16e eeuw een Vlaamse koopman neer, Karel van Antwerpen. Een nobele man, die in een aantal van zijn woningen onderdak gaf aan pelgrims en armen uit de Zeventien Provincieën van de Lage Landen. Na zijn dood werd voor de arme reizigers een hospitaal gebouwd. Het huidige gebouw dateert uit de 19e eeuw en staat in de straat Claudio Coello, die parallel aan de chique winkelstraat van Serrano loopt. Sinds 1987 worden er exposities georganiseerd, zoals nu de expositie van Vlaamse en Hollandse meesters. Een groot deel van de collectie komt uit het Koninklijk Museum Voor Schone Kunsten uit Antwerpen dat vanwege restauratie gesloten is. Schilderijen van meesters als Rubens, Van Dyck, De Vos, Jordaens, Teniers, Van Craesbeeck en 16e-eeuwse wandtapijten uit Brussel sieren de muren van het museum. Het pronkstuk is het schilderij van de marteling van de Heilige Andreas, een werk van Rubens, dat eigendom is van de stichting Carlos de Amberes.    

Een chorizo voor een ´chorizo´

23/12/2013

104 (2)

Feestdagenmoe zullen ze in Bilbao niet snel worden. Met kerst,  oudjaarsavond en Drie Koningen nog voor de boeg, trok het feest van Santo Tomás in Bilbao meer dan 200.000 bezoekers. Goed, het was zaterdag, voor velen was de kerstvakantie net begonnen en van oudsher is de dag van de heilige Thomas vooral voor de agrariërs een belangrijke feestdag. Vroeger was het de dag dat de boerenfamilies uit de bergen kwamen om de pacht aan hun heer in de stad te betalen. De boer, keurig in het pak, met het geld veilig opgeborgen in zijn vestzakje en de vrouw in de traditionele kleding met in de arm een grote mand met produkten, waar de familie het hele jaar hard voor had gewerkt op het land; groenten, vlees fruit en kaas. Dat was het kerstpakket voor de leenheer. De traditie is wel veranderd. In plaats van het geld naar beneden te brengen, hoopt de boer 096 (2)de inhoud van de mand goed te kunnen verkopen om met het verdiende geld naar zijn caserío te kunnen gaan. En met de boerenfamilies waren dus ook duizenden bezoekers afgedaald uit wijken als Etxebarri, Basurto en de omliggende plaatsen. Jongeren met de plastic tasjes van de supermarkt vol met flessen cola en sterke drank profiteerden ervan dat er weer eens ongegeneerd op straat mocht worden gedronken. Bij de kraampjes werd vooral de Baskische witte wijn Txakolí en appelwijn gedronken bij de zogenaamde talo, een dunne plak deeg, opgerold en gevuld met bloedworst, chorizo of spek. De leenheren van nu, vooral adelijke families die in Madrid wonen en landerijen hebben in streken als La Mancha, Andalusië en Extremadura, kijken allang niet meer naar bergen of de boer met het pachtgeld en de mand vol lekkernijen in aantocht is. Tot 2007 ging de blik ieder jaar hoopvol naar Brussel als de landbouwsubsidies werden verdeeld. In 2006 regende het in Madrid en dan vooral boven de wijk Salamanca en de paseo de Castellana, 2,5 miljard euro aan landbouwsubisidies. Het geld werd opgestreken door families als Fits-James Stuart, de officiële achternaam van de hertogin van Alva, die door heel Spanje uitgestrekte landerijen heeft. Zij kreeg de subsidie zonder zelf ook maar ooit een spade in de grond te hebben gestoken. Voor deze mensen hebben ze in Spanje een bijnaam. Inderdaad chorizo, voor wie de kop boven deze post nog niet duidelijk was.

 

Een nacht in Toledo

17/12/2013

104

´Het is rustig vanavond, eh´, zegt de jongen achter de bar, terwijl hij mijn gintonic klaarmaakt. Ik kijk om me heen. Twee barkrukken verderop zit de uitsmijter. Óf deze forse man heeft net voor mijn binnenkomst zijn werk héél goed gedaan óf geen enkele Toledaan weet vanavond deze bar te vinden. Het verbaast me niet, het is half één in de nacht tussen twee doordeweekse dagen en de bar ligt in de oude stad van Toledo. Daar zie je als het avondschemer is overgegaan in de donkere nacht niemand op straat, dus ook niet in een bar. Toledo is een museum, waar rond zes uur ´s avonds de laatste toeristen vertrekken, meestal terug naar Madrid. Vandaag was dat een groepje Japanners, die we tegenkwamen bij het museum van de Concilies en de Visigotische cultuur en later zagen we ze wandelen op de brug van San Martin. En dan, als de laatste toerist is verdwenen, dan komt Toledo tot leven. Dan sluipen de geesten van de Heilige Idelfons, van kolonel Moscardó, van de schrijver Cervantes, van de joodse schatbewaarder Samuel Levi, van de schilder El Greco, van kardinaal Mendoza en van koning Alfonso VI uit de harnassen die voor de toeristenwinkels staan en waar ze zich de hele dag schuilhouden. Een nacht in Toledo is als de de film A Night at the Museum.

151In de laatste vijf jaar ben ik meer dan dertig keer in Toledo geweest. Maar nooit had ik er overnacht. Altijd bezoeken we de stad vanuit Madrid. ´s Ochtends om 09.00 uur op weg en ´s avonds om 18.00 uur weer terug in het hotel. Of op doorreis van Granada over de vlakte van La Mancha naar Madrid. En dan kun je in Toledo niet meer doen dan dat de meeste toeristen doen. Starten op het plaza de Zocodover, door de calle de Comercio naar de kathedraal. Doorsteken tussen gemeentehuis en bisschoppelijk paleis naar de calle Santo Tomé en de gelijknamige kerk, waar het beroemde doek van El Greco hangt, de Begrafenis van de Conde de Orgaz. Dan door San Juan de Dios en Samuel Levi langs de synagoge El Tránsito, om door de de calle Reyes Católicos naar de syanago Santa Maria la Blanca en de kerk San Juan de los Reyes te gaan. Vandaar is het nog een korte afdaling naar de brug van San Martín, waar aan de overkant de bussen klaar staan om de bezoeker weer terug te brengen naar Madrid. Meer past er niet in een dag.

Waar moet je beginnen als je de stad echt wilt leren kennen. De momumenten uit verschillende perioden van de geschiedenis staan naast of op elkaar in een klein doolhof. Romeinen, Visigoten, Moren, Christenen, joden, hoe diep wil je graven in de Spaanse geschiedenis. Toledo is het decor van het Spaanse verleden, de decorstukken staan er nog, de hoofdrolspelers vertrokken in de 16e eeuw met het hof van Filips II naar Madrid. Een vernedering voor de keizerlijke stad. Daar ligt Toledo, nog steeds op een voetstuk gelegen, omsingeld door de rivier de Taag, die de tranen meevoert naar de Atlantische Oceaan van degenen die nog steeds wenen om het noodlot van Toledo, of om hun eigen noodlot. De tranen stromen uit de kelders onder de Joodse 154wijk en aan de andere kant van de stad, waar ooit de medina was en waar nu nog de voormalige moskee van Cristo de la Luz staat. De legende vertelt dat toen koning Alfonso VI in 1085 de stad binnentrok, zijn paard knielde voor de moskee. Zijn soldaten trokken naar binnen en werden verrast door een fel schijnend licht. Men begon onder de grond te zoeken en daar vond men in een crypte een kruisbeeld dat na vier eeuwen nog steeds door een lamp werd beschenen. Misschien moet hier het bezoek aan Toledo beginnen. Want deze voormalige moskee, waar later de Christenen een halfronde absis voor het hoofdaltaar aan toevoegde en de moskee inwijdde als hermitage, is het oudste gebouw van de stad, daterend uit de 10e eeuw. Maar als we de hermitage uitlopen, stuitten we op een nóg ouder Toledo. Twee werklieden zijn de laatste granieten blokken van de Romeinse weg aan het schoonvegen. Deze weg liep vroeger door tot het hoogste punt in de stad, waar nu het alcázar staat, gesticht door keizer Karel V, op de plaats waar de Moren hun alcazaba hadden en waar daarvoor de Romeinen hun fortificatie hadden gebouwd. En zo is het verhaal in Toledo steeds weer hetzelfde. Het begrip recycling is hier al eeuwenlang bekend.

Het alcázar werd in de Burgeroorlog bijna helemaal vewoest. Een grootscheepse restauratie gaf 121het imposante bouwwerk van de architect Covarubias zijn glans weer terug. Aan de noordzijde werd een paar jaar geleden een strakke vleugel aan het gebouw toegevoegd. Daar is nu de ingang van het militair museum. Als je om het alcázar heenloopt, kun je niet anders dan er tegenop kijken. Het alcázar domineert het stadsbeeld. Dat is wel duidelijk als je op het uitzichtspunt staat aan de zuidkant van de stad. Alleen de toren van de kathedraal en de kerk van San Idelfonso, de voormalige jezuïetenkerk, mogen wedijveren met het alcázar. Het zijn de gebouwen die houvast geven aan de bezoeker die niet de geëffende paden wil volgen of die zich niet wil laten commanderen door de roze bordjes van het bureau van Toerisme. Het is de enige manier om Toledo echt binnen te dringen. Zeker wanneer je de wandeling maakt buiten het toeristenseizoen én na een uur of zes ´s avonds. Dan vallen ook de restaurants en café´s pas op waar de handvol locals naar toekomen die de oude stad bevolken. De restaurants die van het toerisme leven, sluiten bijna allemaal vroeg in de avond. Zo ontdekten we café La Malquerida, in een zijstraat, tegenover de kloostermuur van de kathedraal en het restaurant Trébol, in een zijstraat bij het plein van Zocodóver, dat iedere avond vol loopt, en waar we heerlijke gevulde aardappels en een rosca met gehakt van hert aten. Op de terugweg naar ons hotel, gelegen aan de rand van de oude joodse wijk aan de andere kant van de stad, besloot ik om nog wat door de straatjes te zwerven, stiekem hopend om hetzelfde mee te maken als Gil in de film Midnight in Paris van Woody Allen. Maar er stopte geen auto om me een lift te geven naar het middeleeuwse Toledo. Deze avond zou ik El Greco niet ontmoeten.

Schuilen bij schilderijen

25/03/2013

Vincent%20Van%20Gogh%20-%20The%20Dance%20Hall%20at%20Arles%20

Voor de zee ga je naar de kust, voor kunst naar Madrid. Wie in de Paasweek naar Madrid komt en een regenachtige hoofdstad aantreft, iets wat helemaal niet onwaarschijnlijk is volgens de Spaanse KNMI, hoeft eigenlijk niet te klagen. Er zijn genoeg musea om het een hele week droog te houden. En dan zijn er dit voorjaar ook nog eens behoorlijk wat aantrekkelijke tijdelijke exposities. Als je kijkt naar de aangekochte exposities van de grote musea van Madrid; het Prado en Thyssen-Bornemisza, zou je denken dat de crisis in Spanje geen vat heeft gekregen op de cultuur. Bioscoophouders en theaterdirecteuren, die het aantal bezoekers fors heeft zien dalen, vooral door de verhoging van de BTW op de entreekaartjes, zullen echter een heel ander verhaal vertellen.  Maar toch, aan de paseo de Prado en n_bohemia_mapfre4omgeving is dit voorjaar flink geïnvesteerd in een groot aantal exposities van niveau, waarvan de meest aansprekende misschien wel de expositie van de Fundación Mapfre is. De verzekeringsmaatschappij heeft zeventig werken laten overkomen uit het Musée d´Orsay van meesters van het Impressionisme als Van Gogh, Monet, Renoir, Cézanne, Gauguín en Signac. De 78 doeken hangen in Sala Recoletos aan de paseo de Recoletos, tussen Cibéles en Colón. In hetzelfde gebouw is ook een tentoonstelling waarin het leven van zigeuners en de bohemien van Montmarte wordt vergeleken aan de hand van doeken van ondere Goya, Manet, Van Gogh en Picasso. De toegang tot beide exposities is gratis. Om de stroom bezoekers in goede banen te leiden, wordt een beperkt aantal bezoekers tegelijk binnengelaten. Op de website van Mapfre kun je naast het reserveren van het entreekaartje ook de tijd van bezoek aangeven, waardoor je gewoon langs de rij naar binnen kunt lopen. Erg handig, vooral nu het in de Paasweek wel eens druk kan worden. Maar je zou ook deze week kunnen omzeilen, want de collectie blijft tot en met 5 mei in Madrid. Carmen Cervera, de barones van Thyssen, zal jaloers zijn dat zij deze expositie niet in haar Thyssen-Bornemisza heeft, zeker omdat het Impressionisme ook haar favoriete kunststroming is. Dat blijkt wel uit de expositie die zij heeft aangekocht: 100 schilderijen van landschappen van schilders uit de 18e en 19e eeuw. In het Prado is afgelopen week een collectie van schetsen terrats-barcelona-gneergestreken afkomstig uit het British Museum van Spaanse meesters uit de Spaanse Gouden Eeuw als Velázquez, Alonso Cano, Zurbarán, Ribera en Murillo. Deze laatste schilder kun je ook tegenkomen in het Palacio de Cibéles, waar het Huis van Alva haar kunstcollectie toont. Werken van ondere Rubens, Renoir, Titiaan, Murillo en Ingres zijn van de muren van het paleis van Liria in Madrid gehaald en overgebracht naar Cibéles. Wie naar het zien van al deze exposities nog tijd over heeft kan ook nog werken van de jonge Van Dyck zien in het Prado of een tentoonstelling overPompeï in het Expositiecentrum Arte Canal, aan het einde van de Paseo de Castellana, bij de plaza de Castilla. De schilderijen bij deze post zijn, van boven naar beneden, Danszaal in Arlés van Van Gogh, de Zigeunerin van Kees van Dongen, en Daken van Barcelona van Picasso.