Archive for the ‘Reizen buiten Spanje’ Category

We komen allemaal uit Macondo

22/01/2016

IMG_5348

Deze prachtig aangeklede patio kent een verborgen hoek die uiteraard niet is te zien op bovenstaande foto, anders zou het geen verborgen hoek zijn. Deze zijarm, gelegen achter de rug van de fotograaf,  is de setting van mijn literaire reis naar Macondo met Gabriel García Márquez. Honderd jaar eenzaamheid is de Don Quijote van Latijns-Amerika. En zoals het werk van Cervantes een prachtige uitgave kent met pentekeningen van Paul Gustave Doré, zo werd in 2007 op Cuba een bijzondere editie gedrukt van het boek van Marquéz met tekeningen van de Cubaanse kunstenaar Roberto Fabelo. Hieronder de tekening die de omslag van het boek siert. Een jaar of acht geleden kreeg ik het boek cadeau van een lokale Cubaanse gids. Hij vertelde me dat veel Cubaanse jongeren die op zoek zijn naar een originele tatoeage zich laten inspireren door de tekeningen van Fabelo. Op de plaza Vieja in Havana staat een groot kunstwerk van Fabelo; een vrouw gezeten op een haan met een vork in haar hand. Op de terugvlucht van Havana naar Amsterdam liet ik het boek heel stom achter in de rugleuning. In november kocht ik een nieuw exemplaar bij een boekhandelaar op de plaza de Armas in Havana om het als leesvoer mee te nemen naar Peru.

123Geen betere plaats om het boek te lezen dan in de hangmat, door mijn schoonvader bevestigd in de verborgen hoek van de patio. Voor het geval ik me daar in zou vervelen, had hij dit jaar ook een schommelstoel aangeschaft. De patio en alle geluiden die daar rondzingen, roepen aardig de sfeer op van het huis van José Arcadio Buendia, de stichter van Macondo. Vanaf het moment dat de zon zijn eerste stralen over de bergen laat schijnen, is er bedrijvigheid. De vuilniswagen die om half zeven de straat binnenrijdt en je al van ver kunt horen door de cumbia-muziek die uit de enorme luidspreker schalt die op het dak van de wagen is bevestigd. Onze jongens die gillend met hun neefje en nichtje door de woonkamer en over de patio naar de verschillende vertrekken rennen, het eerste telefoongerinkel om zeven uur ´s ochtends. Een vriendin die een uur later aan de deur staat voor een boodschap. Mijn zwager die van boven uit het raam zijn moeder roept. De buren die hun paranda houden en twee dagen en nachten lang voor het huis hangen en de ene na de andere krat bier laten aanrukken en de hele buurt vullen met muziek.  De hele dag loopt iedereen in en uit en je weet nooit wie er wel of niet in huis is. Pas als de nacht invalt, keert de rust terug, al is er dan altijd nog het geblaf van de straathonden en klinkt van ver de muziek van een feest dat altijd wel ergens wordt gehouden. Luisterend naar de klanken deel ik op een avond met mijn zwager een fles bier. Of hij de roman van García Márquez heeft gelezen. Drie of vier keer, beaamt hij. Hier op de patio proef je heel goed de huiselijke sfeer van de familie van José Arcadio Buendia, merk ik op. Dat is niet zo vreemd. We komen allemaal uit Macondo, is zijn antwoord. 

 

Anuncios

Een familiehereniging in Quito

19/01/2016

IMG_5105

De foto boven deze post zou een gewoon plaatje kunnen zijn van een gelukkige familie die bijeenkomt tijdens de feestdagen. Facebook wordt overstelpt met dit soort foto´s. Wat deze foto bijzonder maakt is dat ongeveer de helft van de familieleden op deze foto de andere helft pas een paar uur voor de fotograaf op de knop drukte leerde kennen. En dat terwijl bijna iedereen op de middelste rij volle neven en nichten van elkaar zijn. De foto was een bekroning van een reis met mijn schoonfamilie naar Quito. De reis begon met een busrit van tien uur van Huánuco naar Lima. Daar sloten twee zussen en een nichtje van mijn schoonvader aan. Van Lima deed de bus er 22 uur over om ons bij de Peruaanse grensplaats Tumbes te laten uitstappen. En vanaf Huaquillas, de eerste plaats in Ecuador was het nog eens twaalf uur rijden naar Quito.

11225323_10206091587801005_1040283939884573807_n Ruim anderhalve week voor we aan de reis begonnen, had mijn schoonvader zijn koffer al gepakt. Ongeduldig leefde hij naar de dag toe, waarop hij zijn Ecuatoriaanse familie zou leren kennen en de familie-band zou hechten. Een band die scheurde op het moment dat zijn vader als veertienjarige jongen het ouderlijke nest in een dorp bij Quito verliet om samen met twee broers zijn geluk te beproeven in Iquitos, een plaats in het Peruaanse Amazonegebied. De twee broers keerden al snel terug naar Ecuador, maar Rafael, hier rechts op de prachtig gedateerde foto samen met zijn broer Pablo die naast hem staat,  bleef in Iquitos en stichtte daar zijn gezin. Ieder jaar keerde hij terug naar Quito. Tot 1949, toen Ecuador werd getroffen door een zware aardbeving. De aardbeving verwoestte de familieband en bij zijn dood nam don Rafael alle informatie van zijn familie in Ecuador mee in zijn graf. Meer dan een halve eeuw wist de familie in Quito niets van de familie in Iquitos en omgekeerd. Tot vorig jaar mei, toen een neef van de familie in Ecuador een digitale hengel uitgooide via een zoekmachine op internet. Mijn zwager Rafael, genoemd naar zijn opa, vond het haakje in de sociale oceaan van Facebook en zo kwam het contact tot stand. Uren bracht mijn schoonvader door IMG_5056achter de computer om samen met zijn neef in Huaquillas de puzzelstukjes van ooms, tantes, neven en nichten in elkaar te leggen. De ontmoeting werd uitgesteld tot januari, zodat ook de familie uit Spanje aan de reis kon deelnemen. Het werd een emotionele onderneming. Neven en nichten die allemaal de zeventig gepasseerd zijn, sloten elkaar voor het eerst liefdevol in de armen, met in het achterhoofd het idee dat het ook weleens de laatste keer zou kunnen zijn.

Wie het hardste slaat heeft gelijk

04/01/2016

34798

Lucho is lid van een culturele vereniging van de Negritos. Ieder jaar vanaf kerst tot ver in januari dansen zij de typische dans van Huánuco, een traditie die teruggaat naar de tijd dat de slaven voor de Spaanse plantagehouders dansten. Na de laatste voorstelling is er altijd een afsluitingsfeestje, waar Lucho ons een paar jaar geleden voor uitnodigde. Op dit feestje worden de sponsoren bedankt, de beschermheilige vereerd, en worden leden naar voren geroepen die tijdens de repetities en uitvoeringen stelselmatig te laat kwamen, ook dat is een Peruaanse traditie. Als buitenstaander mocht ik de straf uitvoeren. Ik kreeg een riem overhandigd en de terechtgestelde bukte langzaam voorover. Aarzelend liet ik de riem op het achterwerk van het eerste slachtoffer neerkomen. Harder!, Harder!, werd er gegild vanuit de zaal. Het was een ludieke actie, maar tegelijkertijd doordrenkt met inheemse tradities. Daar kwam ik achter na de afgelopen feestdagen het journaal te hebben gevolgd. In het voorjaar stuurde een collega me een artikel van de freelance journalist Jurriaan van Eerten, over de burgerwacht in Cajamarca die winkeldieven en ander schorem bestraft met zweepslagen. Hoewel volgens artikel 5 van de Universele Rechten van de Mens mensonterende folteringen verboden zijn, slaan ze er in Cajamarca en inmiddels ook op veel andere plaatsen in de Andes van Peru vrolijk op los.

Dat zien we bijna dagelijks op het journaal. Met een zweep, gemaakt van gelooide huid van een stierenpenis, wordt de rug van de dief afgerost, zoals te zien is op de foto boven deze post. Ik ben een dief uit Peru, staat er op het karton dat de man in zijn handen heeft. De burgerwacht, de Ronda Campesina, die vooral in de rurale gebieden actief is, krijgt deze ruimte van de Peruaanse wet voor de Inheemse Bevolking die zegt dat burgers het recht hebben om de orde in de eigen samenleving te handhaven op basis van culturele tradities. De dorpsbewoners hebben weinig vertrouwen in de hun ogen corrupte politie en rechters. En daarom spelen ze zelf maar voor rechter. De politie kijkt het vanaf de zijlijn rustig toe. Vaak wordt de misdadiger na de zweepslagen alsnog overgeleverd aan de politie.

Maar het kan nog erger. In Santo Tomás, een dorp gelegen op ongeveer 200 kilometer ten zuiden van Cusco, vindt ieder jaar met kerst het feest van Takanakuy plaats. Wie een conflict heeft op het gebied van liefde, eergevoel of diefstal, kan dat letterlijk in dit dorp uitvechten. Vaak spelen vrouwen die bedrogen zijn door hun echtgenoot de hoofdrol, zoals te zien is op dit filmpje op Youtube, met een gezellig muziekje op de achtergrond. 

Dat is nog eens een orginele vorm van Kerstmis vieren in plaats van naar familie, Ikea of de winkelboulevard te gaan. Degenen die hier op de vuist gaan, hebben dat al eerder afgesproken en waarschijnlijk zijn ze elkaar al in de haren gevlogen toen manlief op heterdaad werd betrapt. In de Peruaanse samenleving speelt de macho-cultuur een belangrijke rol. Een oud Inca-gebruik is om de twist dan te beslechten tijdens dit feest van Takanakuy, een mix van vrijworstelen en rechtspraak, tussen bijvoorbeeld minnares en echtgenote. Soms worden ook familieleden uit beide kampen uitgenodigd om een partijtje mee te meppen. Taka in het Quechua betekent ´slag´, nakuy, ´elkaar iets aandoen´. Warmy betekent vrouw of vrouwelijk. Santo Tomás ligt in de provincie van Chumpihuillkas, dat vertaald uit het Quechua betekent:´mens van de hoogte, moeilijk te overwinnen´. Dit oorlogstribunaal van Cupido begint met muziek en dans. Ook liters suikerrietlikeur, brandewijn en bier mogen niet ontbreken. Na de gevechten komt de kerstgedachte in de ring. Vrede op Aarde. Weer wordt er muziek gemaakt, gedanst en gedronken, ook door degenen die elkaar daarvoor nog op leven en dood bestreden. 

De condor als vrijheidssymbool

31/12/2015

305

De diepe zucht bracht een herinnering boven uit de tijd dat deze blogger werkzaam was op de afdeling Communicatie van de gemeente Culemborg. In die tijd was de werkplek nog ingericht in het prachtige 16e-eeuwse stadhuis aan de markt. En daar vond iedere dinsdag de weekmarkt plaats. En bij iedere weekmarkt posteerde een Boliviaanse muziekgroep zich pal naast het raam van onze kamer, die zich in een mum van tijd vulde met panfluitmuziek, gevolgd door de diepe zucht van mijn collega en zijn gevatte woordspeling die verder ging dan het gemiddelde niveau van kantoorhumor; ´ik hak ze in de panfluit´. Dat was ruim achttien jaar geleden. Nu kwam de diepe zucht uit de mond van mijn lief, nadat we bijna een half uur lang waren bestookt met verschillende uitvoeringen van El Condor Pasa. Van Placido Domingo tot BZN.  Mijn schoonvader had een dvd gekregen en nam ons tijdens deze feestdagen mee op een reis door de geschiedenis van dit beroemde nummer. Een geschiedenis die begon met de componist van El Condor Pasa.
Weinig mensen zullen weten wie het lied componeerde. Dat is de tragiek van veel kunstenaars. We kennen wel het kunstwerk maar niet de kunstenaar. Het was een verrassende geschiedenis die begon met het feit dat de componist, Daniel Alomía Robles, werd geboren in
IMG_4730Huánuco, de woonplaats van mijn schoonfamilie. Hij studeerde in Lima en na zijn studie reisde hij door de Andes, waar hij kennis maakte met de muziek van de Andesbewoners. Robles componeerde het lied in 1913 voor een zarzuela, een vorm van opera. Het stuk ging over de de sociale onrechtvaardigheden waaronder de mijnwerkers gebukt gingen, regelmatig mishandeld door hun koppelbazen. De zarzuela begon symbolisch met een duif die van de grond pikt, zoals de mijnwerkers dat met hun houweel doen en eindigde met de condor hoog aan de hemel als symbool van de vrijheid, zoals de condor op de foto boven deze post. Het was de eerste condor die ik zag, zeven jaar geleden in de Colca Canyon bij Arequipa, een van de beste plaatsen in Peru om condors te spotten. Toen lieten zich maar twee condors zien. Vijf jaar later op dezelfde plek moesten we bijna dekking zoeken voor deze laag overscherende majestueuze vogels.
Hoewel Robles zich liet inspireren door de traditionele muziek en dans van de Inca´s, waaronder de cashua of wayno, was de muziek niet gecomponeerd voor de typische instrumenten uit de Andes, zoals de panfluit, maar voor een orkest. Bijna een jaar lang werd de zarzuela opgevoerd in Lima om daarna in de vergetelheid te raken.  In 1964 dook het nummer op bij een optreden van Los Incas in Parijs. Bij dat concert trad ook Paul Simon op. De Amerikaan was zo onder de indruk van de Andesmuziek van Los Incas, een muziekgroep opgericht door de Argentijn Jorge Milchberg, dat hij de band uitnodigde om samen het nummer El Condor Pasa, If I could, op te nemen. De bandleden van Los Incas wisten niet beter dat het lied als volksmuziek in de 19e eeuw was ontstaan. Nadat het nummer werd uitgebracht op het album Bridge over Troubled Water wees een 879188417626606zoon van Daniel Alomía Robles Simon en Los Incas er op dat zijn vader het nummer had gecomponeerd en dat het in 1933 was ingeschreven in de bibliotheek van het Noordamerikaanse Congres. Inmiddels zijn er ongeveer 4000 verschillende versies van El Condor Pasa uitgekomen met meer dan 300 verschillende teksten. Het lied is zelfs boven de condor uitgestegen. In 1977 werden twee Voyager-ruimtevaartuigen het heelal ingestuurd met aan boord een grammofoonopname, waarop 55 verschillende talen zijn ingesproken en verschillende vormen van wereldmuziek zijn opgenomen die een samenvatting geven van de cultuur op aarde. Een fragment van El Condor Pasa ontbreekt niet. En Daniel Alomía Robles? Hij heeft een bescheiden graftombe gekregen op de patio van de gemeentelijke muziekschool in Huánuco. Een buste, een wereldbol en de muzieknoten van het nummer sieren de tombe. Boven het graf prijkt een condor die zijn vleugels heeft uitgeslagen om de componist te omhelzen.  

Chocolademelk drinken in de Andes

22/12/2015

IMG_4585

Bij de ingang van het kleine ziekenhuis in Tambillo hangt een kaart met de geografische indeling van het district Umarí in de Andes ten zuiden van de stad Húanuco. Alle regio´s hebben een kleur gekregen en er staan vlaggetjes, die in de legende rechtsonder op de kaart worden uitgelegd. Groen is geen risico, geel is gematigd risico en rood is een hoog risico. Panaococha, een klein boerendorp op 2894 meter hoogte, dat we vandaag gaan bezoeken staat vol met rode vlaggetjes. Ondervoeding, miskramen, zwangerschappen bij tieners, huiselijk geweld en bloedarmoede bij kinderen tot vijf jaar scoren hoog. Het is een traditie in de Andes om in de maand december, met de feestdagen en de zomervakantie in aantocht, in de verloren dorpen een zogenaamde chocolatade te organiseren. Voor de kinderen zijn er verschillende activiteiten. Er wordt gedanst en gevoetbald, er komt een clown, de kinderen krijgen een cadeautje en  aan de moeders wordt kleding uitgedeeld. En iedereen wordt getrakteerd op chocolademelk met een bolletje. Vandaag wordt de chocolatade georganiseerd door het personeel van het ziekenhuis in Tambillo, maar ook parochies of vriendengroepen organiseren hun chocoladefestijn in de dorpen, soms geassisteerd door artsen die spreekuur houden. Omdat mijn Peruaanse geliefde een periode als psychologe in Tambillo werkte en een studievriendin IMG_4590daar nog werkt als arts, maken wij ook deel uit van de kleine karavaan die naar Panaococha afreist. Met de ambulance volgepakt met tweedehandskleren, cadeautjes, bekers voor de chocolademelk, een clown en danseres met hun schoothondje en dozen met bolletjes rijden we omhoog naar Panaococha. Een rit van een klein kwartiertje over de nieuwe weg. Niet dat dit een prachtig geasfalteerde weg was. Nieuw wilde zeggen dat kort geleden voor het eerst een automobilist het aandurfde om over dit pad omhoog te rijden. Met wat stenen waren de diepste kuilen gedempt, maar dat kan niet voorkomen dat achter in de ambulance alle dozen, clown, schoothondje en bolletjes door elkaar heen schudden De laatste bocht van de weg eindigt op het centrale plein van het dorp, ingericht als voetbal/basketbalveld met aan een zijde een lage tribune. Rond het plein staan de huizen van het dorp, nu al volgeschiderd met politieke leuzen voor de presidentsverkiezingen die pas volgend jaar in april plaats vinden. Het schijnt dat de bewoners in ruil voor het vullen van de gevel met de naam van de regionale kandidaat voor het congres één of twee krattten bier krijgen, of wat IMG_4588levensmiddelen en in ieder geval heel veel verkiezingsbeloften. Maar als de man dan eenmaal zijn zetel in het congres heeft verworven, is hij zijn kiezers snel vergeten. Niettemin staat er in Tambillo een goed ingericht ziekenhuis en beschikt Panaococha over een lagere school voor de ongeveer 175 kinderen die er in en rond het dorp wonen. Ze zijn niet allemaal komen opdraven voor het chocoladefestijn, maar het plein loopt in korte tijd redelijk vol. Voor we met de activiteiten beginnen, krijgen we door de vertegenwoordigster van het dorp een lunch aangeboden, die bestaat uit een heerlijk stukje cavia, opgediend met rijst en aardappels, hét landbouwproduct van de streek. Wat er zich daarna op het plein afspeelt, past helemaal in de sfeer van kerst. De dreigende kleuren op de vlaggetjes die we vanochtend nog zagen op de kaart in het ziekenhuis hebben voor even plaats gemaakt voor de kleurige balonnen die de kinderen van de clown krijgen. 

IMG_4547

 

Verticaal grazen

17/06/2015

020

In Nederland zou het onmogelijk zijn om zonder in een vliegtuig te stappen de foto te maken die boven deze post prijkt. Geen enkele dijk is hoog genoeg voor deze ´luchtfoto´ . Misschien dat het ergens in de heuvels van Zuid-Limburg zou lukken. Deze foto is ook niet genomen in een Nederlandse polder, maar op Sâo Miguel, een van de eilanden van de Azoren. Ik kwam er voor het eerst en dit viel me het meest op. Nederlandse koeien, grazend op een van de eilandjes van de Portugese archipel die dobberen in het midden van de Atlantische oceaan. Naar Lissabon is het ongeveer 1400 kilometer, naar Newfoundland, zo´n 1900 kilometer. Misschien komt het wel omdat ik al zolang weg ben uit Nederland, deze affectie voor de Nederlandse koe. De natuurschoon van de Azoren  gaat met de kratermeren, geysers, parken, steile kliffen en hortensias waar je ook komt, natuurlijk veel verder dan wat koeien in de wei. Maar het valt wel op. Je hoeft je niet af te vragen wat koeien hier doen. Een rit 037over het eiland geeft antwoord op die vraag. Grazen en melk geven, waarmee later de heerlijke kazen van de Azoren worden gemaakt. Gelijk na de ingang van het restaurant van ons SRC hotel in Ponte Delgada staat een tafeltje met een grote variatie van de verschillende kazen. Kenners zeggen dat de kaas van het eiland Sâo Jorge het lekkerst is. De kaas hoor je eigenlijk na het diner te nuttigen, maar met het excuus van de goede Spaanse  tapas-traditie kun je de kaas ook als klein hapje voor het diner nuttigen.

De vraag wat koeien op de Azoren doen is niet zo belangrijk. Veel interessanter is het om te weten hoe deze koeien hier ooit zijn gekomen. Toen de Portugese zeevaarders de eilanden gingen koloniseren, hadden ze op hun schepen verschillende dieren van het vasteland meegenomen. Schapen, geiten, varkens en misschien ook al wel de koeien werden losgelaten op de verschillende eilanden. Na een jaar kwamen de Portugezen terug om te zien welke dieren zich het best hadden aangepast en met die dieren gingen de Portugezen veeteelt bedrijven. Voor de Nederlandse Holstein Friesian moet het een vreemde ervaring zijn geweest om opeens te moeten grazen op Saô Miguel in plaats van in de vlakke polders rond Bolsward of Olderberkoop. Nu moest er opeens verticaal worden gegraasd, tegen de hellingen op van het vulkanische landschap. Het zou me niet verbazen dat de eerste koeien die werden losgelaten, tijdens hun eerste graaspartijen zo naar de kust zijn gerold.

De koeien slaagden cum laude voor hun inburgeringsexamen en werden zelfs ingezet om de Spanjaarden van het eiland te houden. In het verhaal over de invasie van het eiland Texeira door een groep van 200 soldaten speelden de Nederlandse koeien de hoofdrol. Na de dood van de Portugese koning Sebastiaan had koning Filips II de troon van Portugal opgeëist. In Portugal werd de nieuwe 019koning geaccepteerd, maar niet op de Azoren. Daarop stuurde Filips II een kleine vloot, met op de schepen onder andere de schrijver Miguel de Cervantes en de dramaturg Lope de Vega,  naar de eilanden om zijn gezag ook daar af te dwingen. Toen de eilandbewoners de vloot zagen aankomen, werd ze al snel duidelijk dat ze die strijd nooit zouden winnen. In allerijl werd een grote kudde koeien bij elkaar gedreven en opgejaagd richting de plaats waar de Spanjaarden aan land gingen.  De Spaanse soldaten vluchtten naar hun schepen. Filips II moest nog twee jaar wachten om de inwoners van de Azoren onder de duim te krijgen.

Het spel van de zon en de maan

15/02/2015

171

Deze granieten reus heet Fitz Roy, genoemd naar de kapitein van de Beagle, het schip waarmee Darwin naar Patagonië voer. De bergtop prijkt zo steil naar de hemel dat hij geen sneeuw aan zijn lijf duldt. Hij kijkt neer op het kleine plaatsje El Chaltén, gelegen in het noorden van het Parque Nacional de los Glaciares. Negen jaar geleden kwam ik er voor het eerst, voor een overnachting op de driedaagse rit van Bariloche naar El Calafate. Drie dagen over onverharde wegen in een rammelbak, waar we iedere avond als mijnwerkers uitstapten, het stof tot diep in onze neusgaten. We kwamen laat in de avond aan, gingen vroeg in de ochtend weg, en Fitz Roy hebben we ondanks zijn 3400 meter hoogte nooit gezien. Want dat is het probleem met deze reus, hij houdt zich vaak schuil in de wolken. Van El Chaltén kon ik me negen jaar later weinig meer herinneren. Toen was er, geloof ik, maar een straat en de wegen waren onverhard. En tijdens het diner met Spaanse reisgenoten en één Japanse jongen leerde ik dat Chinchin in het Japans penis 165betekent, terwijl we met dit woord toch echt in het Spaans wilden proosten. De volgende dag deden we bijna zes uur over de rit naar El Calafate. Deze plaats is nog steeds de belangrijkste toeristische attractie in Patagonië, want daar zijn de beroemde gletsjers, waaronder el Perito Moreno. El Chaltén is een uitvalsbasis voor hikers en hippy´s en die hopen waarschijnlijk dat de kleinschaligheid die El Calafate is kwijtgeraakt, in El Chaltén wel behouden blijft. Maar dat is de vraag nu er asfalt ligt tussen El Calafate en El Chaltén en de reistijd is teruggebracht naar zo´n drie uur. Een ander verschil met de ervaring van negen jaar geleden was dat het deze keer onbewolkt was en we Fitz Roy in al zijn schoonheid konden bewonderen, op de dag én in de nacht. Iedere reisgids raadt aan om Fitz Roy bij zonsop- of ondergang te gaan bekijken, omdat het graniet dan prachtig oranje kleurt. Een mooie plaats om dit 179fenomeen te ervaren is el mirador de los Condores, een uitzichtspunt op een half uur wandelen van El Chaltén. Dit keer had het spektakel een prachtig voorprogramma in petto met in de hoofdrol de volle maan. Toen we om kwart over vier het dorp verlieten, stond hij aan de rechterkant van Fitz Roy, maar langzaam kroop hij dichterbij.  Even leek het of de maan ging rusten op het topje van de berg om daarna te verdwijnen achter Fitz Roy. Een sublieme maansverduistering. Maar de maan kwam weer terug voor het tweede bedrijf. Hij liet zich weer zien in het dalletje tussen Fitz Roy en zijn kleine 176broertje, te zien op de foto boven deze post, die voor de goede orde niet is behandeld in fotoshop. Het was de laatste akte van de maan. De zon nam de hoofdrol over. Met zijn eerste stralen zette die Fitz Roy inderdaad in een enorme oranje gloed. Toen was het inmiddels half zeven en precies op dat moment verscheen een groep Japanners met hun gids op het uitzichtspunt. Dat hadden ze goed getimed voor de zonsopgang, maar ze waren te laat voor de uitvoering van de maan. 

 

 

 

Het postume verjaardagsfeest van Compay Segundo

07/01/2015

 

IMG_6774

De heldenverering in Santiago de Cuba gaat op het kerkhof van Santa Ifigenia misschien nog wel het verst. Santiago heeft de faam de meest heroïsche stad van Cuba te zijn. Daar ontketende Fidel de mislukte aanval op de Moncadakazerne en net buiten de stad,in de Sierra Maestra  zochten de rebellen een paar jaar later een veilig heenkomen, nadat ze met hun jacht de Granma waren gestrand. Veel revolutionaire helden hebben hun laatste rustplaats gekregen op het kerkhof van Santa Ifigenia, een groot marmeren theater van engelen en allegorieën die de laatste eer bewijzen aan de helden van Cuba. De Cubaanse en roodzwarte vlag van de Beweging van 26 Juli geven kleur aan de zee van wit marmer. Schuin achter het entreegebouwtje staat het mausoleum van de nationale held van Cuba, José Martí. Ieder half uur wordt daar de wacht gewisseld. Jongeren die hun dienstplicht vervullen marcheren in een strakke militaire pas naar de ingang van het mausoleum, om daar een half uur lang, weliswaar in de schaduw, strak in het gelid te staan. Van José Martí loopt het pad langs het graf van de eerste president van het onafhankelijke Cuba, Palma Estrada. Hij was de president die Guantánamo aan de VS verhuurde.  Aan de hoofdlaan is het graf van Emilio Bacardí OLYMPUS DIGITAL CAMERAMoreau, familie van de rumproducent, maar ook burgemeester van Santiago. Een klein stukje verderop, aan hetzelfde pad ligt de Vader des Vaderland begraven, Carlos Manuel de Céspedes, de man die de eerste oorlog tegen de Spanjaarden begon en de slavenhandel op Cuba afschafte, door zijn eigen slaven ook de vrijheid te geven. Het hoofdpad gaat verder het kerkhof op en dan is het normaal gesproken even zoeken naar een zijpad dat naar het graf van Compay Segundo leidt. Maar vandaag niet. Van grote afstand zien we een groepje mensen bij het graf van de muzikale held van de Buena Vista Social Club staan. Er wordt geklapt, gezongen, de rum wordt ingeschonken, een sigaar aangestoken. Het zijn de nichtjes van Compay die vandaag, 18 november, zijn geboortedag komen vieren. De foto van de nichtjes boven deze post werd gemaakt door Dick Metselaar. Uw blogger had zijn camera in de bus laten liggen, wat natuurlijk niet erg slim was, want onverwachte momenten als dit tafereel moet je vastleggen. Officieel zou dit plaatje vijf pesos convertibles hebben gekost, omgerekend zo’n 4,25 euro hebben gekocht. Dat is de prijs die je bij de ingang moet betalen als je op het kerkhof foto’s wilt nemen. Een entreekaartje kost 1 CUC, zo’n 85 eurocent. De fotoprijs is per 1 november, de start van het toeristenseizoen drastisch verhoogd. Maar voor het graf van Compay en bij de nichtjes zien we de burgerlijke ongehoorzaamheid, wat hier op het kerkhof gelukkig niet wordt bestraft.  Máximo Fransisco Repilado Muñoz is overigens de officiële naam van Compay Segundo , maar op de grafsteen staat alleen Compay Segundo, want met die naam werd hij wereldberoemd na het succes van de Buena Vista Social Club. Hij was de tweede stem,  vandaar de bijnaam. Compay stierf op 95-jarige leeftijd, 95  bronzen bloemen sieren de grafsteen. Het zijn de bloemen van het leven. Dat vieren de nichtjes vandaag op het kerkhof, het leven van hun oom. Zij houden Compay in leven, net als de ontelbare muziekbandjes die iedere maaltijd in hotel en restaurant opvrolijken met het Chan Chan van Compay. 

 

 

In de voetsporen van Juan Ramón Jiménez

11/12/2014

001 (2)

 

Ik hoorde begin dit jaar voor het eerst van hem in het gemeentelijk museum van Telde op Gran Canaria. Een paar weken later was ik in zijn geboorteplaats Moguer, een klein dorpje op een steenworpafstand van Palos de la Frontera in Andalusië en nu stond ik plotseling oog in oog met hem in hotel Victoria in de wijk Vedado in Havana. Een onmoeting met een en dezelfde persoon op de meest uiteenlopende plaatsen van de wereld. Van Moguer tot Havana. Dat blijft altijd verrassen als je rondreist. Michael Palin maakte ooit een documentaire over Ernst Hemmingway en reisde daarvoor onder andere naar Florida, Afrika, Havana, Madrid en Pamplona. Een documentaire maken over het leven van Jiménez zou geen ondankbare taak zijn. In zijn biografie op Wikipedia komen plaatsen voor als Madrid, Bordeaux, Washington, Miami, Havana en het eiland Puerto Rico. Tussen 1936 en 1939 verbleef Jiménez in Havana en die jaartallen vertellen veel over de poëet. In die jaren woedde in Spanje de 005 (2)burgeroorlog. Net als zijn intellectuele broeders Antonio Machado en Federico García Lorca steunde ook Jiménez de Republiek. Dankzij bemiddeling van president Azaña kon Jiménez met zijn vrouw naar Washington vluchten. Vandaar reisde het echtpaar naar Havana. In de Cubaanse hoofdstad nam Jiménez onderdak in hotel Victoria. Een groot tegeltableau tegenover de ingang herinnert aan zijn verblijf. Bij de receptie kan niemand vertellen in welke kamer Jiménez verbleef. De poëet kreeg geen museumkamer zoals Hemmingway in hotel Ambos Mundos in Habana Vieja. Waarschijnlijk hebben ze bij de receptie wel andere zorgen aan het hoofd, want het valt niet mee om dit hotel overeind te houden, in de letterlijke betekenis van het woord. In de buitenmuren schreeuwen grote scheuren, alsof zij wel het verhaal van Jiménez willen vertellen.

Hoe zou de sfeer in Havana zijn geweest in de tijd dat Jimenez er was. Het hotel ligt in een mooie buurt. Op twee blokken afstand van de Rampa en de ijssalon van Copelia en bijna onder het 123 meter hoge gebouw Focsa, dat als een open boek neerkijkt op hotel Victoria. Jiménez heeft het gebouw niet gezien, want het Cubaanse wereldwonder van de civiele bouwtechniek werd geopend in 1956, in het jaar dat Jiménez de Nobelprijs van de Literatuur kreeg. Op twee blokken afstand in de richting van de Malecón ligt hotel Nacional. De Bar of Fame van het hotel hangt vol met portretten van illustere gasten, gerangschikt op decenium. In de jaren dertig 007verbleven onder andere Johnny Weismuller, het Trio Matamoros, Erol Flyn en de prins van Wales, Edward VIII. Jammer dat niet wat specifieker staat aangegeven in welk jaar precies deze beroemdheden in het hotel waren, want nu weten we niet of Jiménez de beroemdste Tarzan uit de geschiedenis tegen het lijf is gelopen of naar een optreden is geweest van het Trio Matamoros. ´s Avonds eet de schrijver van deze blog in restaurant La Roca, achter het hotel. Een favoriet restaurant voor de welgestelde Cubanen in Vedado, en goedkoop voor de buitenlander, want niet toeristisch. Bij de ingang staan twee oude mannen met de maitre te praten. Als ze horen dat de bezoeker in hotel Victoria logeert, vertellen ze gelijk dat Jiménez daar ook heeft gelogeerd. En misschien heeft hij daar wel aan zijn beroemde werk Platero y Yo gewerkt. Maar hier sluipt de legende de geschiedenis binnen. Platero y Yo zag in 1914 het levenslicht, dit jaar precies honderd jaar geleden. En dat weten we dankzij de directeur van het gemeentelijk museum León en Castillo in Telde. 

Onder de tram 28

21/04/2014

178

Van een afstand leek het een rij toeristen die op tram 28 stond te wachten in de rua de Conceiçao. Dat zou ook niet verwonderlijk zijn geweest. Ten eerste is deze tramlijn het meest populair bij de toerist omdat hij de drie historische wijken Baixa, Alfama en Barrio Alto aandoet. Bovendien was het palmzondag en het leek wel of heel Spanje was afgereisd naar de Portugese hoofdstad. Weer een teken van de crisis in Spanje. Wel wegwillen, maar dan naar een goedkoop land, dat niet zover weg ligt. Dus dan maar naar de hoofdstad van de buren. Maar toen we een paar blokken verder in de Rua de Prata kwamen, zagen we dat de rij doorliep tot ver in deze straat. De galerias romanas zijn open, zei een jongen in de rij. En die openenen maar drie dagen per jaar. Je kunt je afvragen dat als er zo´n grote belangstelling voor is, waarom dit archeologisch erfgoed niet vaker wordt geopend. Het antwoord kregen we voor in de rij. De toegang tot de Romeinse galerijen ligt onder een putdeksel van de rua de Conceiçao, tussen de tramrails in. Sinds 2005 wordt jaarlijks de putdeksel drie dagen verwijderd. Vandaag was de laatste dag dat de galerijen konden worden bezocht. Drie uur hadden sommigen in de rij galerias romanasgestaan. En wat ze te zien kregen was op zich niet eens zo bijzonder. De blogger Mariano Silva bezocht de galerijen in 2010. Van hem ´leende´ ik de foto hiernaast. De galerijen werden ontdekt in 1771, tijdens de herstelwerkzaamheden na de zware aardbeving van 1755. De hele Baixawijk was verwoest, maar de Romeinse galerijen onder de wijk hadden stand gehouden. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk waar de galerijen voor dienden. Waren het termen, catacomben of fundamenten die moesten voorkomen dat de Romeinse woningen hetzelfde lot zouden ondergaan als de huizen die in 1755 instortten. Twintig personen mochten per keer zo´n twintig minuten ronddolen door de galerijen en ónder de Baixawijk. Misschien was dat nog veel boeiender dan de galerijen zelf. Het moet ook een bijzondere ervaring zijn om na het bezoek weer boven de grond te komen en opeens oog in oog staan met de koeienvanger van de rode toeristentram. Het gevoel van een ontsnapte gevangene die na een vlucht door het riool bij het oplichten van een putdeksel eindelijk de vrijheid en tram 28 ziet.