Posts Tagged ‘Córdoba’

Córdoba, culturele hoofdstad van Europa 2016

05/05/2011

Het is een vertrouwd beeld, zo tussen half vier en vier uur bij de Romeinse brug in Córdoba. De lange rij van bussen die de groepen komen ophalen om vervolgens door te rijden naar Granada of Sevilla. Een dagje Córdoba zit erop. Een wandeling over de Romeinse brug, door de oude medina en joodse wijk en het bezoek aan de moskee-kathedraal. Ik moet eerlijk bekennen dat wij met SRC op onze reis door Andalusië bijna precies hetzelfde doen en daarmee doen we Córdoba ernstig tekort. Alleen al de verleidelijke blik in de ogen van de Kleine kolenbrandster op het schilderij van Julio Romero de Torres is al voldoende om een paar dagen langer in Córdoba te blijven. Dan is er ook tijd om het museum van Romero de Torres aan de plaza del Potro te bezoeken of te ontdekken dat de oude medina veel uitgebreider is dan alleen de omgeving van de moskee-kathedraal met zijn fotogenieke bloemenstraatje en de zoco in de oude joodse wijk. Verder van de moskee-kathedraal af staat de ruïne van een oude Romeinse tempel en het palacio de Viana, het stadspaleis met mooie voorbeelden van de typische binnenplaatsen. Córdoba is druk aan het graven en bouwen om de bezoeker nog meer cultuur te bieden. Een paar jaar geleden werden de baden van het kalifaat al geopend, de grote opknapbeurt van het archeologisch museum is bijna afgerond en ook de werkzaamheden bij de Romeinse brug naderen het einde. Aan de rechterkant van de Romeinse brug, schuin achter de Puerta del Puente en vóór de moskee-kathedraal is prominent een bezoekerscentrum geplaatst. Maar de architectuur van het gebouw is zo sober, dat het nauwelijks opvalt in de omgeving. Als de hekken straks weg zijn, kun je weer vanaf de Romeinse brug rechtsaf de Ronda de Isasa op en hoef je niet meer om te lopen naar het restaurant Amaltea op nummer 10. Een aanrader voor wie lekker wil eten en al een keer heeft geproefd van de typische gerechten van Córdoba, de salmorejo, een gazpacho maar dan romiger en aangevuld met ei en ham, en de flamenquín, een kruising tussen een kroket en een frikandel. Het klinkt misschien oneerbiedig en het smaakt ook een stuk beter dan de kost uit de snackbar. Mijn favoriete schotel bij Amaltea is de torta de casar, een heerlijke gesmolten kaas, geserveerd met gedroogde vruchten, sesamzaad en honing. Amaltea ligt buiten het toeristische gebied en ligt nu nog meer verstopt door de werkzaamheden. Toeristen komen er nauwelijks, zoals dat ook geldt voor zoveel kleine straatjes in de oude medina, waar je zo maar het Romeinse, Visigotische en Arabische verleden van Córdoba tegen kunt komen. Maar alleen al vanwege de moskee-kathedraal verdient Córdoba het om in 2016 culturele hoofdstad van Europa te worden. De tolerantie die de stad kenmerkte in de periode dat Córdoba de hoofdstad was van het kalifaat Al Andaluz en het centrum was van de wetenschap met filosofen als Maimonides en Averroës is een goed argument om die geschiedenis van Córdoba onder de aandacht te brengen, juist in een tijd waarin we vooral het ongefundeerde geschreeuw horen van extreem-rechts en fundamentalistische moslims. De moskee-kathedraal is een uniek gebouw in de wereld, waar twee religies samenkomen, al is er vandaag de dag alleen plaats voor het christelijke geloof. Maar mochten beide culturen ooit verbroederen, dan staat daar nu al het gebedshuis om dat te vieren.           

Het stationnetje aan de groene weg

16/08/2010

De wagon zal niet meer voor- of achteruit gaan. Op het perron staan geen mensen met koffers, maar ze zitten op het terras. Er stoppen geen treinen meer bij het oude station van Luque, gelegen aan de N432 tussen Córdoba en Granada. Sterker nog, er ligt niet eens meer een spoorlijn. Het station is nu een cafetaria en restaurant en een aangename halte voor de fietsers die over de Via Verde de Aceite gaan, de groene weg van de olijfolie. In Spanje ligt inmiddels een netwerk van meer dan 1700 kilometer van deze groene wegen, verdeeld over 77 routes. De via verdes zijn in de plaats gekomen van oude in ongebruik geraakte spoorlijnen. Het initiatief werd in 1993 genomen door de stichting Spaanse Spoorwegen om de oude spoorlijnen van mijnbouwgebieden, in ongebruik geraakt smalspoor en spoorlijnen die wel werden aangelegd, maar waar vervolgens nooit een trein overheen reed, geschikt te maken voor fietsers, wandelaars, paardrijders, etc. De groene weg van de olijfolie die langs het stationnetje van Luque loopt is 56 kilometer lang en loopt van de rivier Guadajoz naar Navas de Selpillar, de zogenaamde route van de Subbética. Eigenlijk is dit de via verde del Aceite II, want het eerste deel van de route (Aceite I) begint 56 kilometer voor de rivier Guadajoz in de stad Jaén. Je hoeft maar een klein stukje te fietsen en het wordt duidelijk waarom de route de groene weg van de olijfolie heet. Overal langs de weg staan olijfbomen. Het pad loopt door het hart van de olijfoliestreek van Andalusië. Op de website van de stichting Spaanse spoorwegen, www.viaverdes.com, staat meer informatie over de groene wegen in Spanje en ook over de toekomstplannen, want in totaal liggen er in Spanje ongeveer 7600 kilometer verlaten spoorlijnen. Op de site staat niet dat je het stationnetje van Luque in het voor- en najaar beter kunt vermijden rond elf uur in de ochtend en vier uur in de middag. Dan verandert het treinstation in een busstation als alle touringcars er stoppen die van Granada naar Córdoba gaan of vice versa. Grote bewondering voor Nicol en zijn medewerkers die het iedere keer weer lukt om binnen een half uur grote groepen toeristen van een glas jus d´orange of een kop koffie te voorzien en ze ook nog met een blikje olijfolie, handcremes en zeepjes gemaakt van olijfolie en een tas met noga of amandelen weer naar de bus te laten gaan.    

Heet, heter, heetst

12/08/2010

De thermometer op het perron van het oude stationnetje van Luque gaf om vier uur ´s middags bijna 40 graden aan. In de schaduw. Een uur eerder waren we uit Córdoba vertrokken. Daar was het nog warmer. Op sommige plaatsen lazen we op de temperatuurmeters 47 graden en die temperatuur kwam ook wel in de buurt van onze gevoelstemperatuur. Of je nu in de zon of in de schaduw liep. Aan de hitte was niet te ontsnappen, overdag en ook ´s nachts niet. In Sevilla kwam de temperatuur na zonsondergang niet onder de 30 graden. Een wandeling door Córdoba. Je probeert zo min mogelijk energie te verspillen, past het tempo aan, maar alleen de poging om zo min mogelijk energie te verspillen, kost al energie. Waarom we in augustus een rondreis door Spanje en Portugal maken? Er zijn mensen die in het onderwijs of de bouw werken en aan de zomervakanties zijn verbonden en toch willen kennismaken met de cultuur op het Iberisch schiereiland. We waren ook niet de enige groep. We hadden gezelschap van Japanners, Koreanen, Polen en Italianen en ook wel Spaanse families, die de vakantie in eigen land vierden. En eigenlijk mochten we in Córdoba nog niet eens klagen. Tussen Sevilla en Córdoba ligt het plaatsje Écija, dat la sartencita wordt genoemd, het braadpannetje. In die plaats, gelegen in de vallei van de Guadalquivir, worden iedere zomer de hoogste temperaturen gemeten. We zagen het plaatsje vanuit onze bus met air conditioning.

Het feest van de binnenplaats

10/05/2010

In Córdoba wordt tot 16 mei het festival de los patios gevierd. De mooie binnenplaatsen worden aangekleed met vooral keramieke borden en geraniums. Het is zo´n feest waarop het moorse verleden weer tastbaar wordt. De vertrekken van hun woningen lagen altijd om een binnenplaats, zoals de Romeinen hun atrium hadden. De binnenplaats was de ontmoetingsplaats, waar de zintuigen werden gestreeld. De geur van de sinaasappelbloesem of jasmijn en het geklater van het water uit de fontein waren een gevoel van rijkdom voor de mensen die uit de droge woestijn kwamen. Het geklater van water was nu vooral op de paraplu´s te horen. Want de eerste zondag van het festival regende het behoorlijk en precies in de periode dat de patios opengingen, rond elf uur. Maar dat weerhield weinig mensen ervan aan te sluiten in de rij om zo´n binnenplaats van binnen te bekijken.  Normaal moet je glurend door de straten omdat de moren de schoonheid van de patio verborgen hielden, maar nu hoefde je maar te kijken waar de rij stond en aan te sluiten. Vooral in de wijk van San Basilio, dichtbij de kathedraal, de voormalige moskee. Maar de rij stond er vooral, omdat mensen elkaar binnen de kans gaven een foto te maken van de patio zonder dat er al teveel mensen op de foto kwamen.
Vanaf de rivier gezien, in de wijk aan de rechterkant van de kathedraal, was het al een stuk rustiger. We waren zelfs de enigen op het kleinste pleintje van Spanje, el pañuelo, de zakdoek. Niet mooi aangekleed, al staat er wel een sinaasappelboom. Zwervend door die wijk gaat het moorse verleden nog meer leven. En krijgt binnenkort ongetwijfeld nog meer bekendheid in Nederland nu deze maand (volgens Bol.com) de Nederlandse vertaling uitkomt van het boek La Mano de Fatima, De Hand van Fatima van Ildefonso Falcones, die al eerder de roman De Kathedraal van de Zee schreef, wat ook een succes werd in Nederland. De Hand van Fatima gaat over de periode dat de bekeerde moren tegen de Spaanse koning in opstand komen in de Alpujarras, het zuidelijke gedeelte van de Sierra Nevada bij Granada. Het is een verhaal over een kleine jongen, een ezeldrijver, die zich langzaam opwerkt en uiteindelijk probeert om de twee culturen, die van de islam en het christendom dichterbij elkaar te brengen. Maar in 1609 moeten ook de bekeerde moren Spanje verlaten. Filips III heeft het 12-jarig bestand met de Lage Landen gesloten en om de adellijke macht achter zich te houden, moet hij een daad stellen, een nieuwe vijand is snel gevonden, de bekeerde moren, de moriscos, moeten vertrekken. Als dit boek een even groot succes wordt als de Kathedraal van de Zee, zal het druk worden in Córdoba. Al lijkt dat bijna onmogelijk, vooral nu het meivakantie is.