Posts Tagged ‘Picos de Europa’

In de vallei van Valdeón

09/01/2019

Posada de Valdeón ligt aan de zuidkant van de Picos de Europa in de vallei van Valdeón en wordt omringd door plaatsen als Soto de Valdeón, Caldevilla de Valdeón, Cordiñanes de Valdeón, Los Llanos de Valdeón, Prada de Valdeón, Santa Marina de Valdeón en Caín de Valdeón. Deze laatste plaats is vooral bekend omdat daar het start-of eindpunt ligt van de Ruta de Cares, een wandelroute door een kloof langs het riviertje de Cares in het hart van de Picos de Europa, al uitgebreid beschreven in een andere post. Ooit moet iemand uit deze vallei zijn koffers hebben gepakt en de Atlantische oceaan zijn overgestoken. Generaties later werd op de flanken van de Andes een meisje geboren dat jaren later op de foto boven deze post posseert onder het bord met daarop haar achternaam. Alleen begint haar achternaam met de letter b. In de geschiedenis van de Spaanse letterkunde heeft regelmatig een strijd gewoed over de vraag wanneer een b of v moet worden gebruikt.  Zo heette de hoofdstad van Cuba ooit La Habana en hebben we het nu over Havana. Veel Spanjaarden weten vaak ook niet wanneer ze een b of een v moeten schrijven. Het is ook lastig omdat de v als een b wordt uitgesproken. Nederlanders die deze regel niet kennen, gaan er vaak de mist mee in als ze vino willen bestellen en dan geen wijn krijgen, maar sherry, dat fino is.

Maar goed ,dat is een ander, lang en ingewikkeld verhaal.  De foto is genomen bij de ingang van het dorp. Op de achtergrond heeft de ondergaande zon de bergwanden van LLambrión oranje gekleurd. Posada was uitgestorven aan het begin van het nieuwe jaar op een winterdag met temperaturen die bij het voorjaar horen. Veertien graden op een hoogte van 927 meter. Alleen ´s nachts daalde het kwik tot onder het vriespunt en hingen er ´s ochtends ijspegels aan de regenpijpen en lag er rijp op de velden. Bijna alle hotels en b&b´s waren gesloten. Alleen Amador had zijn pension Begoña opengehouden. Maar om nog even iets te drinken voor het eten moesten we naar Soto de Valdeón, een dorp op een kilometer afstand. Daar is bar el Pilo de enige bar in de omtrek waar in de wintermaanden het licht brandt en rook uit de schoorsteen komt. Voor de grap vroegen we aan de waardin of zij misschien iemand kende die ooit naar Latijns-Amerika was geëmigreerd. Een man aan de bar ving de vraag op en vertelde dat in Riaño de achternaam Valdeón veel voorkomt. Maar in Riaño moet je letterlijk naar sporen vissen. Dit plaatsje werd in 1987 bij de aanleg van een stuwmeer onder water gezet. Het had zo mooi kunnen zijn. Een ontmoeting tussen de Oude en Nieuwe Wereld. Of beter gezegd, de verpersoonlijking van de Oude en Nieuwe Wereld.

Binnendringen in de Picos

06/10/2018

Bulnes staat op het bord aan het begin van het dorp. En daaronder villa, dorp. Dat is wel duidelijk als je het stenen pad verder afloopt en een groep huizen ziet aan een klein beekje. Misschien is het erbij gezet voor degenen die denken dat ze al bijna bij de markante oprijzende rots zijn met dezelfde naam. Maar de bergwandelaar die dat denkt, komt bedrogen uit. In het dorp Bulnes staat een wegwijzer met een pijl die naar de berg Bulnes wijst en de tijd die de wandelaar er ongeveer over zal doen; 4,5 uur. Voor degenen die de emblematische rots van afstand willen zien, is het tien minuten wandelen naar een utizichtspunt net buiten het dorp Bulnes, vanwaar de foto boven deze post is genomen.

Bulnes ligt in het nationale park van de Picos de Europa. Sinds 2001 gaat er vanaf Poncebos, aan de noordkant van het park, een kabeltreintje naar toe die de bezoeker in tien minuten naar boven brengt. Het was een omstreden project met een omstreden ritprijs. 17, 61 euro voor een enkele reis, 22, 16 euro voor een retour. Wandelend door de kloof van de rivier de Tejo is het volgens de wegwijzer een uur en een kwartier. Tot de eeuwisseling konden de dorpsbewoners alleen langs dit pad van hun dorp naar de bewoonde wereld en weer terug. Zij zullen met hele andere gevoelens het traject hebben afgelegd dan de wandelaar van vandaag. Binnendringen in de Picos de Europa heeft iets magisch. Opgeslokt worden door grillige rotsformaties en hoogoprijzende bergwanden van kalksteen. Het geruis van een beekje dat opstijgt vanuit een honderd meter diepe kloof. Vale gieren die rond de bergtoppen cirkelen. Het is geen eenvoudig pad. Over de hele lengte stijgt het vierhonderd meter, maar op sommige stukken is het stijgingspercentage 18 procent. Het kalksteen is door al die voeten en hoeven die over het pad zijn gegaan uitgesleten en glad geworden. Voor de sportieve bergwandelaar is de etappe van Poncebos naar Bulnes nog maar het begin van het avontuur Voor velen is het doel van hun expeditie de berg Naranco de Bulnes of Picu Urriellu in de taal van Asturië. Het is een stenen puist met een hoogte van 2519 meter die aan de westkant vijfhonderd meter verticaal oprijst. 

Onze expeditie eindigt op het terras van restaurant El Redondín in Bulnes met een bord witte bonen met venuschelpen en forel als hoofdgerecht. Het afzakkertje drinken we vijfhonderd meter verderop op het terras van bar El Mirador, waar we een fantastisch uitzicht hebben op de kloof waar we doorheen zijn gewandeld. Bar El Mirador ligt in de wijk Bulnes El Castillo. Nu weten we ook waarom aan het begin van het dorp op het bord naast Bulnes ook la Villa stond. Het dorp bestaat uit twee wijken, la Villa en El Castillo. Één dorp, twee wijken, verscholen in het hart van de Picos de Europa.  

Eindelijk weer eens op pad

14/03/2018

Bárcena Mayor, een typisch Cantabrisch bergdorp op anderhalf uur rijden van onze vissersplaats Castro Urdiales. Anderhalf uur met de auto. Na meer dan een jaar mag de schrijver van deze blog weer autorijden. Tot grote vreugde van de kroost, die na ruim een jaar wel weer toe was aan een dagje uit met de auto. De bestemming werd dus Bárcena Mayor, gelegen in het hart van het nationale natuurreservaat Saja-Besaya, aan de oostkant van de Picos de Europa, waarvan de besneeuwde bergtoppen goed waren te zien. De CA280, die later overgaat in de CA180 brengt de reiziger van de kust naar Bárcena, waar de weg eindigt. De plaats staat regelmatig hoog op de lijsten van de mooiste dorpen van Spanje. De huizen hebben de typische Cantabrische architectuur, waar vooral de zware houten balkons opvallen. In de lente zullen die worden aangekleed met geraniums en zal het dorp veranderen in een groot kleurenspektakel. Daar was het nu nog te vroeg voor. Ook de natuur rond het dorp moet nog uitlopen. Maar toch, de grote parkeerplaats buiten het dorp stond rond het middaguur vol. Het waren vooral veel mensen uit de streek die niet voor de geraniums kwamen, maar voor de lokale keuken met specialiteiten als fabada con venado, witte bonen met hert, chuleta de potro, veulenkotelet, cocido montañes, de stoofpot van de streek. De vele restaurants in het dorp, sommigen met uitnodigende terrassen aan het riviertje de Argoza, zijn het bewijs dat het in de zomer erg druk kan zijn.

Op een kleine afstand van Bárcena Mayor ligt het dorpje Carmona, dat veel minder toeristisch is dan Bárcena. Hier is bijvoorbeeld maar één bar, bij de ingang van het dorp. Op de terugweg over de CA280 is ter hoogte van de plaats Valle Cabuérniga de afslag naar de CA182 die richting Carmona gaat. Langs de weg ligt een uitzichtspunt, hoog boven Carmona, waar niet alleen het dorp is te zien, maar ook de omringende bergen en de Picos de Europa. De stijl van de huizen in Carmona verschilt niet veel van die in Bárcena. In Carmona zijn de rurale activiteiten nog overal zichtbaar. Houtbewerkers zijn op het erf actief, geiten worden naar het weiland gedreven. Carmona staat bekend om de productie van de typische klompen met lange noppen onder de zool om niet te ver weg te zakken in het drassige weiland. Het bezoek aan Bárcena Mayor en Carmona was niet alléén maar een dagje uit. Vorige week kreeg ik een contract van de Nederlandse uitgever Edicola om een reisgids over Asturië en Cantabrië te schrijven. Daarin mogen deze twee dorpjes natuurlijk niet ontbreken.

De weg maak je al hakkend

16/07/2015

061

El Camino se hace al andar. Het is een regel uit het beroemde gedicht van Antonio Machado. Ik schreef er al eerder over. Maar de weg boven deze post, werd niet lopend gemaakt, maar hakkend, puffend, zwetend en vloekend. Deze weg is de Ruta de Cares, een wandelpad met een lengte van elf kilometer tussen Poncebos en Caín, in de Picos de Europa. De weg volgt de rivier de Cares, die ontspringt bij de plaats Posada de Valdeón en uitmondt in de rivier de Deva. Het is nu een van de populaire wandelingen in het nationale park. Wie in het hoogseizoen komt, moet vanaf de auto al een paar kilometer wandelen, voor het eigenlijke pad begint. Het pad is vooral populair omdat het eenvoudig begaanbaar is en leidt naar het hart van het natuurpark.  Alleen wie in Poncebos start, moet de eerste kilometers wat stijgen. Veel toeristen rijden naar Caín, om vanaf daar een paar kilometer te wandelen. 054Daar is de kloof op zijn smalst en zijn de vormen van het grillige kalksteengebergte het meest spectaculair. Genietend van het natuurschoon, zullen weinig wandelaars er bij stilstaan dat dit pad werd aangelegd om het kanaal dat parallel aan het pad ligt, te kunnen onderhouden. Tussen 1916 en 1921 werd het kanaal gegraven om de waterkrachtcentrale bij Poncebos van water te voorzien. Tweeduizend arbeiders uit vooral Galicië en Portugal trokken de bergen in om het kanaal uit te graven. Ze gebruikten een oud geitenpad om op de werkplaats te komen en materialen en proviand te vervoeren. Het moet een heidense klus zijn geweest. Dat is niet moeilijk te begrijpen als je over het wandelpad gaat. Het brede en diepe kanaal, verdwijnt dan weer in een tunnel, of gaat pal langs de rand van de afgrond. De arbeiders groeven 71 tunnels uit en bungelden soms zestig meter boven de afgrond. Het 050rivierwater dat het kanaal bij Caín vult, stroomt richting Poncebos in het noorden van het nationale park, 240 meter lager dan het pad. Tussen 1945 en 1950 werd het kanaal door 500 arbeiders uitgebreid. Daarbij kwamen elf arbeiders om het leven, niet alleen door ongelukken tijdens het werk, maar ook bij onderlinge ruzies en gewapende overvallen. Het waren de na-oorlogse jaren, de donkere jaren van de dictatuur van Franco. Langs het pad staan verschillende informatiepanelen over de flora en fauna in de omgeving. Één paneel vertelt het verhaal over de helden die het kanaal en het pad aanlegden. Op een prachtige zwartwit foto poseerden de werkers voor de fotograaf. Kijk goed naar de foto van uw fotograaf hierboven. Onder het pad zijn bogen in een muur aangebracht. Achter die bogen stroomt het kanaal. Dit was een van de plaatsen waar de arbeiders aan touwen hingen om deze muur te kunnen metselen. Hierbij is het uitgraven van Nederlandse kanalen en vaarten uit de klei van ons platte polderlandschap opeens kinderspel.