Posts Tagged ‘ETA’

Rond de kaap Buciero

11/02/2019

Wat je als buitenstaander in het Baskenland nooit moet doen, is opscheppen of bluffen. Zeg bijvoorbeeld niet dat je de tweehonderd en zoveel trappen naar het heiligdom van San Juan de Gaztelugatxe hebt bedwongen. Voor je het weet, sta je te poseren naast het bord op de foto boven deze post. Vlak voorbij dit bord, aan het einde van een bospad begint de letterlijk duizelingwekkende afdaling naar de vuurtoren van El Caballo. Zevenhonderd en drieenzestig trappen staat op het bord.  Maar tel ze niet, want je hebt alle aandacht nodig om niet naast de smalle traptreden te stappen en in de diepe kloof te verdwijnen. Ooit werden de traptreden in de rotsen  uitgehakt door de gevangenen van El Dueso. Het pad gaat bijna loodrecht naar beneden aan de waterkant van de kaap van Buciero bij Santoña. Aan het einde ligt het platform met de oude vuurtoren die niet meer in gebruik is.

De dodemansafdaling is een zijtak van de rondwandeling over de kaap langs vuurtorens en fortificaties die vroeger de baai van Santoña moesten verdedigen tegen piraten. Nu varen de vissersboten met hun vangst de baai binnen. Vooral met ansjovis, want dat is de lekkernij van Santoña. Het wandelpad begint bij het verdedigingswerk van San Martín, naast de residentie voor militairen. Nadat de ETA een autobom voor de residentie liet ontploffen, zijn de parkeervakken voor de residentie afgesloten. Dezelfde ETA bracht ook een beroemde inwoner van Santoña om het leven. In 1973 werd Carrero Blanco, generaal en vertrouwenspersoon van Franco in Madrid om het leven gebracht. Hij heeft een groot standbeeld gekregen aan de waterkant. Vanaf het water doet de vorm van de kaap aan die van Gibraltar denken. Een rots van kalksteen, begroeid met vooral eiken en laurierbomen. Een groot deel van de twaalf kilometerlange wandeling gaat door het bos.  Na de vuurtoren van El Caballo volgt de vuurtoren El Pescador. Inmiddels gaat het wandelpad langs de open zee en daarna bovenlangs een veldje waar in de zomer veel mensen naar toe komen om te barbecuen. Het is een bijzondere plaats met aan een kant het kerkhof en aan de andere kant de gevangenis van El Dueso. Er gaan trappen naar beneden, naar het strand van Berria. Na het veldje te zijn gepassseerd is er nog een bocht die de wandelaar weer terug brengt in de bewoonde wereld.

Anuncios

Een traan wegpinken met een lach

24/10/2012

We waren niet aan het moorden, we oefenden druk uit, maar ja, omdat we uit Bilbao komen…. Dat zijn de woorden, in het Nederlands vertaald, die de Bask op de foto hierboven richtte aan de bezoekers die tussen 2 en 14 oktober de Alhóndiga in Bilbao bezochten. De Week van de Lach, een festival over humor in de kunst en de literatuur had dit jaar als thema ´Humor tegen geweld´. Een onderdeel van het festival was de expositie van 600 cartoons die vanaf 1979 waren verschenen in de landelijke en regionale dagbladen en ETA als onderwerp hadden. Maar de foto boven deze blog was tegelijkertijd een knipoog naar het karakter van de inwoners van Bilbao, van wie bekend is dat ze bescheidenheid vreemd zijn. De acteurs van het Baskische humoristische programma Vaya Semanita, Wat een Weekje, weten het karakter van de Bask, of hij nu uit Bilbao komt of San Sebastián altijd feilloos bloot te leggen. Het was een revolutie toen het programma voor het eerst op de Baskische televisie werd uitgezonden. Een Baskische variant op Koefnoen, vol met zelfspot. Voor ons Nederlanders is de Spaanse humor soms erg flauw. In de Spaanse humor gaat het vaak om woordspelingen en gevatte, snelle reacties om de ander op de hak te nemen. Maar waarschijnlijk hadden veel Nederlanders, uiteraard degenen die het Spaans machtig zijn, ook wel kunnen glimlachen om de cartoons van tekenaars als Mingote, Gallego&Rey, Forges en El Roto. Meer dan dertig jaar lang hebben zij de terreur van ETA en het verdriet dat de terroristische beweging veroorzaakte met ironie bestreden. De burgemeester van Bilbao Iñaki Azkuna vond de expositie niet om te lachen. Hij moet maar snel op een cursus humor in Nederland.

      

Terug in San Sebastián

02/08/2010

In mijn eerste jaren als reisleider, toen ik nog in Nederland woonde, probeerde ik altijd het reisseizoen af te sluiten in San Sebastián. Niet alleen om gedag te zeggen tegen een aantal vrienden, maar ook omdat San Sebastián een geweldige stad is. De stad ligt aan een schelpvormige baai in de oksel van de Golf van Vizcaya en dicht bij de grens met Frankrijk. Zo kreeg het tijdelijke afscheid van het reisseizoen én van Spanje ook een symbolische betekenis. Even gedag zeggen bij de deur en hup, het land uit. Afgelopen week was ik weer in de stad. Ik kon me niet eens meer herinneren wanneer ik er voor het laatst was geweest, in ieder geval meer dan drie jaar geleden. Het bankje op het gazon voor het paleis Miramar stond er nog. Het was mijn favoriete bankje om van de stad te genieten. Uitzicht over de baai met van links naar rechts de heuvel van Igueldo, het eilandje van Santa Clara en de heuvel van Urgull. Bootjes die dobberen in de baai, de regatas, de snelle ranke roeiboten, die als schichten over het water gaan en veel, heel veel mensen op het strand. Als he vloed wordt, zitten ze bijna op elkaars badlaken. ´s Avonds natuurlijk naar de oude wijk. Nergens ter wereld is zo´n hoge concentratie aan barretjes als hier. Je moet er geen tapas of pinchos eten als je honger hebt, want ze zijn ontzettend duur. Maar dat is weer een ander verhaal. San Sebastián is sowieso een dure stad, na Madrid en Barcelona heeft de stad de hoogste huizenprijzen.  Maar dat hoort ook wel bij een mondaine badplaats, waar in september altijd het filmfestival wordt gevierd. In de 19e eeuw streek de koninklijke familie hier neer om de vakantie door te brengen en zelfs Franco bracht de zomer in San Sebastián door, tot de dreiging van de ETA te groot werd. Het viel me in de oude wijk op, dat er veel minder leuzen voor de ETA waren dan in de jaren negentig. De sfeer leek ook een stuk gemoedelijker, maar misschien kwam dat ook wel door de horden toeristen die de wijk bezetten. Ooit, ergens in de jaren negentig, liepen we door de wijk en zagen we een groep jongeren met bivakmutsen door de straat rennen. Toen wij ons hoofd om de hoek staken, keken we recht in de geweerlopen van de Baskische politie, die met gummiekogels de jeugdbeweging van de ETA de wijk uitjoeg. Als je zo naar dat verlaten bankje kijkt op de foto met op de achtergrond de baai en het eilandje van Santa Clara is het bijna niet voor te stellen dat San Sebastián ook een ander gezicht heeft, of hopelijk, heeft gehad.  

Aliste en Aznar in Salamanca

15/02/2010
De kogel kwam niet van links. Ook niet van rechts. Er was gewoon een bom onder zijn auto geplaatst. Een pendule deed de rest. Tiktak, tiktak. Hij bracht zijn dochtertje naar school. Vandaag zaten ook haar twee vriendinnetjes op de achterbank. Bij school kreeg papa nog een kus en daarna op weg naar het werk. Op 150 meter van de kazerne sloeg de pendule de beslissende slag. Patsboem. Het was de tweede keer dat ETA toesloeg in Salamanca.
Kapitein Juán José Aliste Fernández kon het wel navertellen. Hij vroeg om hulp. Er kwam een ambulance. Een been verloor hij bij de ontploffing. Het andere been werd in het ziekenhuis geamputeerd. En daar zat hij, bijna vijftien jaar later, in een rolstoel op de Plaza Mayor, als een van de vierhonderd slachtoffers van het terrorisme die het afgelopen weekeinde bijeenkwamen in Salamanca. Om lief en leed te delen, ervaringen uit te wisselen en stil te staan bij het terrorisme, of dat nu van de ETA is of Al Qaida.
Maar in Spanje is het terrorisme ook een politieke zaak, al werd ooit door de twee grote partijen, de PSOE en de PP een herenakkoord gesloten dat het terrorisme buiten iedere politieke discussie moest blijven. In de praktijk blijkt het onmogelijk om de verschillende verenigingen van slachtoffers van het terrorisme achter een spandoek te krijgen en gaat het er wel om of de kogel van links of rechts komt.
Ook nu weer in Salamanca. Het begon al toen de prominente genodigden werden voorgesteld. Groot applaus bij de naam van de ex-premier van de PP, José Maria Aznar, ooit met de schrik vrijgekomen bij een aanslag van ETA. Aznar, president en kom terug, kom terug, smeekte vooral de ouderen onder het publiek. Er werden stickertjes uitgedeeld van de Spaanse vlag, zoals die in de tijd van Franco bestond, dus met de adelaar in het midden. Het straatnaambordje van de pas geopende straat, gewijd aan de slachtoffers van het terrorisme was al een paar keer besmeurd. Waarschijnlijk door links.
Aan het einde van de bijeenkomst werd kapitein Aliste geïnterviewd door de lokale televisie, maar er keek al niemand meer naar hem om. Alle aandacht ging uit naar Aznar. De politie moest er aan te pas komen om opdringerige fans bij hem weg te houden.