Posts Tagged ‘Asturië’

De gevulde schnitzel van Asturië

14/12/2018

Wat is een cachopo, was dit jaar in Spanje de meest gestelde vraag aan Google in de categorie Wat is… De cachopo heeft deze onderscheiding onder andere aan mij te danken, want tot afgelopen zomer had ik nog nooit van dit gerecht gehoord. Een vriend gaf me de tip toen hij hoorde dat we naar Asturië gingen. Daar is het naast de witte bonensoep de specialiteit van de streek. De cachopo, zoals te zien is op de foto boven deze post, is een enorme gevulde schnitzel. Meestal met kaas en ham. De kok van het restaurant in Cudillero, waar wij ons debuut maakten met de cachopo gebruikte cecina, een gedroogde ham van de koe, en schimmelkaas van cabrales. Het is de grote, sterke broer van de San Jacobo, die nog het meest lijkt op een kaassoufllé met een plakje ham, maar ook wel met een cordon bleu wordt vergeleken.

De uitverkiezing komt overigens niet omdat de flinke gevulde lap vlees opeens massaal is ontdekt op de menukaart, maar door de zogenaamde koning van de cachopo die de laatste maanden veel in het nieuws was. Deze ´koning´ was een zakenman die een´cachopo-imperium opzette in Madrid, maar al snel werd achtervolgd doo torenhoge schulden. Hij verdween spoorloos en werd er later ook van verdacht dat hij zijn vriendin om het leven heeft gebracht. Uiteindelijk werd hij herkend door de eigenaar van een restaurant in Burgos, waar hij in de keuken werkte. Ondanks dat hij flink was afgevallen en een baard had laten groeien. Opeens kreeg de cachopo landelijke bekendheid, zonder dat dus veel Spanjaarden precies wisten wat een cachopo nu precies is. En zoals het vaak gaat, opeens kom je de cachopo overal tegen. Onze slager maakt hem klaar op bestelling en vult hem met de ingrediënten die de klant hem vraagt. De cachopo is overigens een gerecht voor de hele familie. Alleen de grootste carnivoren zullen in staat zijn de enorme schnitzel alleen te verorberen. Er zijn inmiddels restaurants die een kleinere versie op de kaart hebben staan en cachopinos met verschillende vullingen in een portie aanbieden. Rest alleen nog de vraag of de misdaden van de ´koning´ niet zijn ´onderdanen´ naar de ondergang zullen brengen. Misschien geeft Google ons daar volgend jaar het antwoord op. 

Vis eten in Tazones

04/12/2018

Van een afstand leek het nog een plastic exemplaar. Alsof het een commerciële lokroep van een visrestaurant was. Maar eenmaal dichterbij was het toch een echte vis die aan de houten paal hing te drogen. Een zeeduivel, die net uit zee was gehaald. Een man die onze verbaasde gezichten zag, kwam uitleg geven en ging zo op in zijn verhaal dat hij ook nog maar wat recepten gaf voor het bereiden van el rape, de zeeduivel. De foto is genomen in Tazones, een kleine vissersplaats in Asturië. Een vriend uit Baskenland had ons deze plaats aangeraden. En als een Bask een gastronomische tip geeft, moet je die nooit in de wind slaan. Zo waren we op de feestdag van de zeebrasem die in onze vissersplaats Castro Urdiales werd gevierd, 219 kilometer verderop aan de kust in Tazones.

Profiterend van het lange weekeinde om weer een stukje van Asturië te ontdekken voor de reisgids Asturië en Cantabrië die volgend jaar in mei bij de uitgeverij Edicola zal uitkomen. In de gids zal Tazones zeker niet ontbreken. Aan de grootte van de parkeerplaats buiten het dorp is te zien dat dit dorp niet onbekend is. Alleen bewoners, Tazones telt er zo´n 255, mogen met hun auto het dorp inrijden. Door de hoofdstraat naar de kade om vervolgens na de bocht weer omhoog te rijden, het dorp uit, richting de bergen. Meer straten zijn er voor het autoverkeer niet. Tazones zou als eerste plaats in Spanje de toenmalige prins Karel van Gent hebben ontvangen voor hij werd gekroond tot koning Karel I. De vloot met de prins kwam voor de Cantabrische kust in noodweer terecht en daarom werd snel in Tazones aangelegd. Maar degenen die nu hun auto op de parkeerplaats zetten, doen dat vooral om vis te eten in een van de vele restaurants die er in de plaats zijn. Verse vis, die je op de kade in de haven kunt worden zien schoongemaakt. De mul of gewone zeebarbeel die wij bij La Tortuga aten, zagen we even daarvoor in een kruiwagen naar het restaurant worden gebracht. Op hetzelfde moment moet ook de zeeduivel aan de paal zijn geslagen. De paal staat op een pleintje waar eeuwen geleden walvissen op het droge werden getrokken. Langs de kade staan de korven waarmee onder andere de zeespin wordt gevangen, een andere lekkernij waar Tazones bekend omstaat. In een grote bak lagen die bij de ingang van het restaurant waren we aten. In een bak daarnaast lagen grote moten hondshaai. We aten buiten op het terras met uitzicht op zee bij een aangename temperatuur, en dat op de laatste dag van november. 

Het mooiste kerkhof van Spanje

04/11/2018

Een kerkhof met uitzicht op zee heeft altijd iets speciaals. Zielen die wachten om te veranderen in een bootje om naar het hiernamaals te varen. Dat zou ook een verklaring zijn voor de naam van de Costa do Morte, de kust van de dood in Galicië, waar ook de kaap van Finisterre ligt. Daar aan de kust gaat het niet alleen over het einde van de wereld, maar ook over het einde van het leven en het begin van het hiernamaals. Ieder jaar rond de dag van Allerheiligen verschijnt in verschillende Spaanse media de top 10 van mooiste begraafplaatsen. Altijd zijn er wel een paar bij die aan de Cantabrische kust liggen; Luarca, Comillas, of het kerkhof van ons eigen Castro Urdiales. Vreemd genoeg wordt het camposanto van Barro altijd overslagen. Het ligt dan weliswaar niet aan zee, maar wel aan het water. Aan de Ría van Barro, tussen de dorpen Barro en Niembro en niet ver van Llanes, een populaire vakantieplaats in Asturië. Het kerkhof ligt voor de 18e-eeuwse kerk van Nuestra Señora de los Dolores.

Bij de voorbereiding op het schrijven van een reisgids over Asturië en Cantabrië had ik op internet al wat foto´s gezien van het bijzondere kerkhof van Barro. Het was zaterdag, twee dagen na Allerheiligen, een goede dag om het kerkhof ook eens te bezoeken. De begraafplaats was veranderd in een bloemenzee. Geen rouwkransen, maar fleurige boeketten, sommigen in de vorm van een hart. Alsof het geen najaar was, maar voorjaar. De kleine begraafplaats wordt omringd door water, dat zich terugtrekt als eb begint. Vissers laten hun bootjes achter op een drassig stukje land pal naast de muren van het kerkhof. Boven op de muren staan drie pantheons. In één daarvan ligt de rijke indiano Anselmo Martínez Carrera, die zijn fortuin vergaarde in Mexico en de bouw van de kerk financierde. Het kerkhof ligt een tiental treden lager dan de kerk, waardoor je vanaf een soort balkon voor het hoofdportaal van de kerk uitkijkt over de graven. Keurig gerangschikt lijken ze te wachten tot ze aan hun laatste reis over het water kunnen beginnen. Aan de zijkant van de kerk staat een lange muur, waarin de kisten boven elkaar staan. Een manier van begraven die je veel ziet in Spanje, met als beste voorbeeld misschien wel het grote kerkhof van Barcelona dat aan de zeekant van de berg van Montjuic is ingericht. Ook ons kerkhof in Castro Urdiales heeft van zulke ´ladekasten´. Van dit kerkhof zijn de twee foto´s onder deze post. Om even te laten zien dat niet alleen het kerkhof van Barro het mooiste kerkhof van Spanje is. 

Binnendringen in de Picos

06/10/2018

Bulnes staat op het bord aan het begin van het dorp. En daaronder villa, dorp. Dat is wel duidelijk als je het stenen pad verder afloopt en een groep huizen ziet aan een klein beekje. Misschien is het erbij gezet voor degenen die denken dat ze al bijna bij de markante oprijzende rots zijn met dezelfde naam. Maar de bergwandelaar die dat denkt, komt bedrogen uit. In het dorp Bulnes staat een wegwijzer met een pijl die naar de berg Bulnes wijst en de tijd die de wandelaar er ongeveer over zal doen; 4,5 uur. Voor degenen die de emblematische rots van afstand willen zien, is het tien minuten wandelen naar een utizichtspunt net buiten het dorp Bulnes, vanwaar de foto boven deze post is genomen.

Bulnes ligt in het nationale park van de Picos de Europa. Sinds 2001 gaat er vanaf Poncebos, aan de noordkant van het park, een kabeltreintje naar toe die de bezoeker in tien minuten naar boven brengt. Het was een omstreden project met een omstreden ritprijs. 17, 61 euro voor een enkele reis, 22, 16 euro voor een retour. Wandelend door de kloof van de rivier de Tejo is het volgens de wegwijzer een uur en een kwartier. Tot de eeuwisseling konden de dorpsbewoners alleen langs dit pad van hun dorp naar de bewoonde wereld en weer terug. Zij zullen met hele andere gevoelens het traject hebben afgelegd dan de wandelaar van vandaag. Binnendringen in de Picos de Europa heeft iets magisch. Opgeslokt worden door grillige rotsformaties en hoogoprijzende bergwanden van kalksteen. Het geruis van een beekje dat opstijgt vanuit een honderd meter diepe kloof. Vale gieren die rond de bergtoppen cirkelen. Het is geen eenvoudig pad. Over de hele lengte stijgt het vierhonderd meter, maar op sommige stukken is het stijgingspercentage 18 procent. Het kalksteen is door al die voeten en hoeven die over het pad zijn gegaan uitgesleten en glad geworden. Voor de sportieve bergwandelaar is de etappe van Poncebos naar Bulnes nog maar het begin van het avontuur Voor velen is het doel van hun expeditie de berg Naranco de Bulnes of Picu Urriellu in de taal van Asturië. Het is een stenen puist met een hoogte van 2519 meter die aan de westkant vijfhonderd meter verticaal oprijst. 

Onze expeditie eindigt op het terras van restaurant El Redondín in Bulnes met een bord witte bonen met venuschelpen en forel als hoofdgerecht. Het afzakkertje drinken we vijfhonderd meter verderop op het terras van bar El Mirador, waar we een fantastisch uitzicht hebben op de kloof waar we doorheen zijn gewandeld. Bar El Mirador ligt in de wijk Bulnes El Castillo. Nu weten we ook waarom aan het begin van het dorp op het bord naast Bulnes ook la Villa stond. Het dorp bestaat uit twee wijken, la Villa en El Castillo. Één dorp, twee wijken, verscholen in het hart van de Picos de Europa.  

Biescas in Asturië

03/09/2018

Als je op Google de naam Biescas intypt, stuurt de zoekmachine je naar de toeristische plaats in de Pyreneeën van Aragón. Biescas kreeg landelijke bekendheid toen in 1996 na hevige regenval een camping van het dorp werd bedolven onder een enorme modderstroom. De natuurramp kostte aan 87 mensen het leven. Maar typ je achter Biescas de streek Asturië in, dan komt weinig informatie tevoorschijn. Dit dorp Biescas ligt verstopt in de westelijke hoek van Asturië en is helemaal niet toeristisch. Waarschijnlijk werden vorige week alle records op toeristisch gebied gebroken toen er één Peruaanse en vier Nederlanders neerstreken. Want naast de achttien boerderijen waaruit het dorp bestaat, heeft Biescas ook één vakantiewoning. Een klein huisje vastgebouwd aan de boerderij van Marce en Ana. Acht jaar geleden bouwde het echtpaar dit huisje als onderkomen voor hun dochter als zij met vriendinnen of een vriendje uit de grote stad voor een paar dagen naar huis kwam. De romantiek van de hooiberg is ook hier verdwenen. Dochterlief kwam steeds minder vaak naar het dorp. Een vriendin van de familie kwam met het idee om het huisje aan te bieden als vakantiewoning en sinds acht jaar prijkt er nu naast de deur een vignet met V.V.; Vivienda Vacacional. Sindsdien kun je het huisje van Marce en Ana vinden op sites als Booking.com en Airbnb. 

Het is de redding voor vervallen boerderijen, verlaten dorpen en ingestorte huzien. Het turismo rural, landelijk toerisme of agrotoerisme. In Cantabrië en Asturië is het een mooie formule om kennis te maken met het leven in de bergen. Ook aan de kust worden de vakantienhuisjes aangeboden met de noemer van turismo rural, maar daar is de sfeer lang niet zo authentiek als in de dorpen en bij de boerderijen in de bergen. Marce en Ana leven niet van het toerisme. Hun inkomen halen ze uit de melkproductie van de 39 koeien die ze hebben. Ze zien de bezoekers ook niet als toeristen, maar als gasten. Vanaf het moment dat je hun straatje binnenrijdt, ontfermen ze zich over je, zonder ook maar een moment opdringerig te worden. Ze helpen je om de auto voor de de kapel te parkeren. Ana, vergezeld door haar trouwe geitje Nani, komt regelmatig aan de deur met verse melk, boter, eieren en aardappels. De kinderen mogen mee in de tractor en kunnen in de stal zien hoe de koeien worden gemelkt. En als Marce ook maar even tijd heeft, vertelt hij verhalen over bijvoorbeeld zijn vader die in de Spaanse burgeroorlog werd gerekruteerd door het leger van Franco. Of het verhaal over de keer dat hij de landbouwexperts van verschillende ambassades mocht toespreken op een congres in Valencia en in die toespraak de ambtenaren er op wees dat slechts twintig procent van de landbouwsubsidies de boeren breikt en tachtig procent door grootgrondbezitters, vaak mensen van adel, wordt opgestreken. Inderdaad stond er jaren geleden een kaartje van Spanje in de krant waarop stond ingetekend waar de Europese landbouwsubsidies terechtkomen. Dat was vooral in de wijk Salamanca in Madrid, waar veel mensen van adel wonen. 

In Biescas is dan geen bakker of een bar, maar het dorp ligt ook niet zo geïsoleerd. Bekende kustplaatsen als Cudillero en Luarca liggen op nog geen drie kwartier rijden. En op weg naar de kust kom je langs dorpen als Ferrera de Gavitos, een goed onderhouden dorp, want ooit woonde er een markies, Muñas de Arriba, waar een oude school staat met links op de gevel het woord niños en rechts niñas. Een container in de bocht van de weg, waar de eigenaar het woord ´radar´ op heeft geverfd. Je rijdt met een glimlach door de streek. Een glimlach die even verdwijnt als Marce vertelt dat hij vreest voor de toekomst van Biescas. Nu zijn er nog achttien veehouders actief. Maar zijn bedrijf zal niet woden overgenomen door de familie als hij ermee stopt en dat zal bij meer veehouders het geval zijn. Ooit lag Biescas aan de camino primitivo. Maar het pad werd omgelegd. Nu gaan de pelgrims langs grotere plaatsen als Salas en Tineo naar Santiago. Biescas raakt langzaam in de vergetelheid. Aan het begin van het dorp beginnen de tegeltjes met de dorpsnaam langzaam af te brokkelen. Hopelijk geeft deze post het dorp weer wat meer bekendheid. 

 

Het paleis van de Indianos

13/08/2018

In het Asturiaanse dorp Colombres, dicht bij de grens met Cantabrië, staat de indrukwekkende Quinta de Guadalupe. Voor de blauwe villa ligt een mooi geschoren gazon met palmbomen en hortensia´s. Het landhuis werd in 1906 gebouwd voor de rijke emigrant Iñigo Noriega Laso. Sinds 1987 is hier de Stichting Archief van de Indianos en het museum van de Emigratie ondergebracht.

Ook dit museum heeft er  zijn voordeel mee gedaan dat Spanjaarden niet snel iets weggooien. Daardoor kunnen we tijdens een wandeling door het museum genieten van prachtige zwart-wit foto´s, van bijvoorbeeld Celestino Álvarez, eigenaar van het tijdschrift El Progreso de Asturias, op de ´preekstoel´ in de Cubaanse sigarenfabriek van Romeo en Julia, waar hij 43 jaar onafgebroken voorlas uit zijn tijdschrift.  In de zaal van de Cubaanse emigranten staat ook een maquete van het Centro Asturiano. Dit gebouw,  aan het Parque Central in Havana, staat er nog steeds en heeft niets van zijn glorie verloren. Oude koffers, vaandels van culturele centra, affiches van de stoomboten die van Spanje naar Amerika voeren met de vaartijden, tarieven én de mededeling voor de passagiers naar Buenos Aires, waar het asielzoekerscentrum is gevestigd en dat daar de eerste nachten na aankomst gratis kan worden verbleven.

In de trappenhal hangt de ingelijste tekst ¨Verboden over Politiek te praten´. Om politieke reden emigreerden in de 19e eeuw en na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 veel  Spanjaarden naar Las Indias, zoals Spanje de overzeese gebieden bleef noemen. Vandaar de naam los indianos voor deze emigranten. Ik schreef al eerder over het ´Spaanse kwartier´ in de avendia de Mayo van Buenos Aires waar regelmatig de stoelen door de restaurants vlogen als een politieke discusie uit de hand liep. Spanje werd in de 19e-eeuw getroffen door talloze conflicten tussen de verschillende stromingen als monarchisten, conservatieven, liberalen, republikeinen, nationalisten en regionationalisten. Een andere reden om te emigreren was de armoede op het platteland. Maar aan boord waren ook veel gelukszoekers, zoals Iñigo Noriega Laso, die op 14-jarige leeftijd naar Mexico vertrok. Een legende vertelt dat het begin van zijn successen begint,als hij het voor elkaar krijgt een wet te veranderen die bepaalt dat alle kroegen om twaalf uur ´s nachts moeten sluiten. Maar zijn belangrijkste succes was dat hij in de gunst viel bij dictator Porfirio Díaz. Onder zijn bewind klom Iñigo op tot een vermogend zakenman. Hij was eigenaar van mijnen, textielfabrieken en spoorlijnen. Hij liet de vallei van Chalco droogleggen om het in te richten als een groot landbouwgebied en in zijn geboorteplaats Colombres liet hij de Quinta de Guadalupe bouwen, genoemd naar zijn echtegenote Guadalupe Castro. Deze villa is een van de voorbeelden van de rijke erfenis van de indianos. 

De stilte van Somiedo

26/06/2018

Pas op voor overstekende beren. Dit bord zou je eerder in Canada verwachten dan langs een Spaanse weg. Maar het bord staat echt langs een Spaanse weg, tussen de dorpen Aguamestas en Villar de Vildas aan de rand van het natuurgebied van Somiedo in Asturië. In deze regio is vooral het nationale park Picos de Europa bekend, waar jaarlijks duizenden natuurliefhebbers uit binnen- en buitenland neerstrijken. In de zomer zijn de Picos het Benidorm van de natuurparken. Dan is het beter vertoeven in Somiedo, een oase van rust. Het natuurpark ligt ten zuidwesten van Oviedo, de hoofdstad van Asturië.  Deze streek is nog nauwelijks bekend terwijl het op het gebied van fauna toch uitblinkt door de aanwezigheid van meer dan 160 bruine beren. Samen met de Catalaanse Pirineëen is dit de enige streek in Spanje waar de bruine beer voorkomt. Al is het lastig om ze ook echt te zien. Ze zijn mensenschuw en houden zich schuil in de dichte bossen van beuken en eiken. Op onze weg naar Pigüeña, waar we een weekeinde doorbrachten, kwamen we het bord op de foto boven deze post verschillende keren tegen. Het dorpje Pigüeña heeft zijn naam gegeven aan een van de vier belangrijke valleien van Somiedo en aan de rivier die door de vallei stroomt. Dat we in dit dorpje waren terecht gekomen door het huren van een oude Asturische boerenwoning via Airbnb was een schot in de roos. Aan de westkant van het park leven de mensen in volledige harmonie met de natuur. Er zijn nog wat klompenmakers, veehouders, boeren met kleine moestuinen. Overal staan de hórreos, de grote vierkante voorraadschuren op hoge palen. Onder de schuren hangt de was te drogen en staan de landbouwwerktuigen gestald. In Pigüeña was een week voor onze komst bar Ricardo geopend, de enige bar in het dorp. Het meisje achter de bar wist te vertellen dat er in het dorp 18 mensen wonen. Op een bordje achter de bar stond te lezen dat er in de bar plaats is voor 24 gasten. Op bezoekers is dus gerekend.

Iedereen in het dorp heeft wel eens een beer gezien. Af en toe steken ze de kleine weiden over die vanuit het dorp in de bergen zijn te zien. En in het najaar komen ze naar de rand van het dorp als de fruitbomen hun vruchten laten vallen. Een familie uit Burgos had in de meivakantie vanaf het uitzichtspunt bij El Robledo maar liefst 8 beren gespot Toen wij op dat punt stonden moesten we het doen met één hert. Maar met heel veel geduld en geluk zou je in Somiedo de Cantabrische big five kunnen spotten; beer, gems, edelhert, wolf en zwijn. Maar wie dat geluk niet heeft, vindt voldoende troost in de prachtige natuur van Somiedo. Een mooie wandelroute gaat naar de schuilhutten van Pornacal. Een weidegebied, waar de boeren hun koeien naar toe brachten om ze te laten grazen. Bij Pornacal staan nog 32 exemplaren, omringd door gele brem. De wandeling begint bij het dorp Villar de Vindas Aan de oostkant van het park ligt de belangrijkste plaats, Pola de Somiedo, met veel meer inwoners, voorzieningen, appartementen en horeca-voorzieningen, en daardoor veel minder sfeervol dan Piguëna of Villar de Vindas. Pola is wel een goede uitvalsbasis voor een andere mooie wandeling, die leidt naar de meren van Saliencia. Wij zagen die alleen op de foto´s in het bezoekerscentrum, omdat dit wel een hele pittige wandeling was, zeker met kruk en kinderwagen. Geen beren en geen meren voor ons, maar de impressies van het natuurgebied van Somiedo en zeker het dorpje Pigueña, zijn voldoende aanleiding om hier weer eens terug te keren.