Posts Tagged ‘Castro Urdiales’

Het toverwoord is PIN

30/12/2016

img_8076

En dan gaat het niet om de viercijferige code van de bankpas. PIN is in deze streek, maar misschien geldt het wel voor heel Spanje, de formule om met kinderen de kerstvakantie door te komen. PIN staat voor Parque Infantil Navidad. Sporthallen, feesttenten en een grote hal in het congrescentrum BEC in Bilbao, zijn ingericht als kinderspeelplaats met glijbanen, klauterrekken, trampolines en ballenbakken. Vroeger op school heette het apekooien als alle toestellen van de gymzaal werden opgesteld. Het woord apekooien zou ook het beste onderschrift zijn voor de foto boven deze post. Deze indoor-speelparken zijn dé plaatsen voor kinderen om hun energie kwijt te raken. De traditionele appartementen in Spanje zijn te klein om kinderen wat speelruimte te geven. Daarom zijn er ook zoveel speelplaatsen in parken en op pleinen ingericht. Vaak omringd met bars en terassen, zodat de ouders met een glas wijn of bier toezicht kunnen houden. In El Gato, een bar bij ons in Castro Urdiales, is op de eerste verdieping een speelruimte ingericht met een kleine ballenbak, een glijbaan, een paar driewielers en wat dozen met speelgoed. Beneden bij de bar hangt een groot beeldscherm, waarop de ouders hun kinderen in de gaten kunnen houden. Veel ouders zoeken hier hun toevlucht op img_8091de dagen dat het regent en er niet buiten kan worden gespeeld. De foto boven deze post en die hier links, zijn overigens niet genomen in zo´n PIN, maar in het Bizkaia Park Abentura. Een enorm attractiepark, ingericht in een grote loods, achter de papierfabriek van Güeñes, een dorp ten zuiden van Bilbao. Dit kinderparadijs ging eind november open en niet alleen voor de kerstvakantie. Het is een goede optie voor ouders om hun kinderen in de komende vakanties bezig te houden. Zeker voor de ouders hier in Cantabrië. Het vakantierooster heeft in deze regio een revolutie ondergaan. De schookinderen hebben hier nu bijna dezelfde vakantieperioden als hun schoolmaatjes in Nederland. Dit jaar hadden de kinderen in Cantabrië voor het eerst herfstvakantie. Na de kerstvakantie hebben ze eind februari rond carnaval voorjaarsvakantie en daarna volgt de paasvakantie. Op 26 juni begint de zomervakantie, die niet zo lang zal zijn als in de rest van Spanje, om de vrije dagen van de herfstvakantie te compenseren. 

Ze zijn binnen!

12/04/2016

IMG-20160321-WA0007

Zo´n anderhalve maand geleden schreef ik over het kasteel van Ocharán dat bij ons in de straat staat. Hoe ik met mijn zoontje alleen maar door de tralies van het smeedijzeren hekwerk naar het kasteel kon kijken en hoe mijn zoontje er alleen maar van kon dromen ooit dit sprookjeskasteel van dichtbij te kunnen zien. Zijn droom, en misschien ook die van zijn vriendjes en vriendinnetjes, ging snel in vervulling, want een paar weken geleden alweer, kwam hij met een briefje van school dat hij met zijn klas naar het kasteel van Ocharán zou gaan. Ik was stomverbaasd. Ik vroeg aan zijn juf wie er toestemming had gegeven voor het bezoek, maar ze wist het niet. Bij het secretariaat wisten ze niet meer te vertellen dat ´iemand´ bij de gemeente het had geregeld. En de kinderen zouden ook niet naar binnen mogen, maar alleen door de tuin om het kasteel heen mogen lopen. En foto´s mochten niet worden genomen. Het was wel heel toevallig dat nog geen maand na de publicatie van mijn post, de kinderen op bezoek mochten komen. Of heeft Spaans Bloed een anonieme volger, die misschien schuilgaat achter een van de harnassen die achter de kinderen op de foto staat en die na het lezen van de post over zijn kasteel en paleis ons kleine mannetje en zijn klasgenootjes een plezier wilde doen?

 

 

Een sprookjespaleis in de straat

24/02/2016

IMG_5543

De lente is het seizoen dat alles in de natuur laat ontluiken. Maar dezelfde natuur heeft er in de herfst en winter voor gezorgd dat dit prachtige kasteel nu uitgebreid kan pronken.  Weliswaar met behulp van het grondige snoeiwerk van wat hoveniers. In de zomer komen slechts de kleine torentjes met kantelen als kronen boven het groen uit. Maar nu zien we aan de andere kant van de muur ook de ramen, ontworpen in de neo-mudéjarstijl. Meer is er van het kasteel niet te zien. Dichterbij komen is onmogelijk door de enorme muur die om de tuinen van het kasteel is opgetrokken. Het kasteel staat een stukje verderop bij ons in de straat. Bij het kasteel gaat de straat de tunnel in. Tegenover het kasteel, aan de andere kant van de straat, staat een paleis, ontworpen in dezelfde eclectische stijl. Paleis en kasteel waren eigendom van Luis de Ocharán Mazas. Hij was eigenaar van de mijnen van Alén in Vizcaya. In 1895 kocht Ocharán in Castro een terrein van zeven hectare en liet castilloyplacio_antes-y-despuc3a9sdat inrichten met een paleis, een kasteel, een sterrenwacht, een kapel, een Oosters paviljoen, vijvers en een botanische tuin. De architect Eladio Laredo, geboren in Castro Urdiales, ontwierp de verschillende gebouwen. Ocharán en Laredo vormden dezelfde tandem als Guëll en Gaudí in Barcelona. Aan de Gran Vía in Madrid ontwierp Laredo voor Ocharán een stadspaleis, het andere gebouw ´op de kop´ pal achter het Metrópolis, met de reclame van Rolex op de gevel, Gran Vía nummer 1.  Laredo basseerde zijn werk op de historische architectuur, een stijl die paste in de stroming van het Modernisme en Jugendstil, waar neo-stijlen als gotiek, mudéjar en renaissance samenvloeiden. Hierboven een foto uit 1914 van het recent voltooide kasteel en op de achtergrond het paleis. 

Het paleis is opgetrokken in de stijl van de Italiaanse villa´s van Paladio, aangekleed met marmer en keramiek. Vanuit zijn paleis zag Ocharán de pier in de haven, waar de schepen werden geladen met ijzererts uit zijn mijnen. Het was zijn privé-pier waar hij kon aanleggen als hij met de boot vanuit zijn geboorteplaats Bilbao naar Castro Urdiales kwam. De pier heet nog steeds ´muelle de Don Luis´. Tussen het paleis en het kasteel liep het spoor waarover de treinen van zijn mijnen naar de haven van Castro reden, aangelegd langs het spoor dat Castro Urdiales met Bilbao verbond. Bij het landgoed van Ocharán gingen de treinen de tunnel in, zodat de zakenman eenvoudig over het gazon boven de tunnel van het paleis naar het kasteel kon wandelen.

In de jaren zeventig betrok Miguel de la Vía het complex. De La Viá was eigenaar van de steengroeve in Santullán, een dorp in de buurt van Castro, en had IMG_5548verschillende constructiebedrijven. Naast het paleis en kasteel van Ocharán hoorde ook het kasteel van Loizaga in Galdames tot zijn bezit. In dat kasteel bracht hij zijn 43 Rolls Royces onder, de grootste collectie van Europa. In 2009 overleed De la Vía. Zijn familie komt sporadisch naar het landgoed in Castro. De gemeente wil nu een deel van de tuinen openstellen voor het publiek en heeft daarvoor een overeenkomst uit de la gehaald die ruim vijftien jaar geleden tussen gemeente en De la Vía werd getekend. De la Vía mocht zijn steengroeve uitbreiden en in ruil daarvoor kreeg de gemeente een deel van de tuinen van het landgoed in bezit om als stadspark in te richten. Maar niemand weet wanneer die plannen worden uitgevoerd. We wandelen langs de hoge muur, langs een deur die potdicht zit en steken daarna de straat over om door een laan langs een andere muur, bekleed met mos, naar beneden te wandelen, naar de voorkant van het paleis. Ook daar is het hekwerk hermetisch gesloten en worden pottenkijkers gewaarschuwd dat de waakhonden bijten. Daar staan we dan. Cultureel erfgoed achter de tralies, maar de straf is voor de liefhebber van cultuur. Ik kijk naar mijn zoontje en ik hoop dat hij de Schaduw van de wind voelt. Dat dit sprookjespaleis achter het hekwerk het Aldaya Palazzo bij Tibidabo in zijn dromen wordt. Aan dat avontuur heeft hij zijn naam toch een beetje te danken. En een beetje aan papa, en een beetje aan de glimlach van de profeet Daniel in het portaal van de Glorie in de kathedraal van Santiago de Compostela. 

Vuurwerk van water

07/02/2014

OLAS DE DIEZ METROS DEJAN DAÑOS EN PARQUES, GARAJES Y VIVIENDAS EN CANTABRIA

Nietsvermoedend waren we zondag naar beneden gewandeld, naar de boulevard aan het strand van Ostende. De houten boot, la baca, de koe, zegt het geadopteerde Chinese vriendinnetje van ons zoontje, omdat ze de r niet kan uitspreken, was te water gelaten en lag midden in een waterplas in de speeltuin. Niet vreemd na tien dagen lang de ene regenbui naar de andere. Een stuk verderop was de boulevard bedekt met een dikke laag zand. Niet ver daarvandaan had een afscheidingsmuur en een rijtje coniferen het begeven. En weer een paar meter verder was een muur bezweken. Een aantal stenen was in het zwembad gerold. Delen van de balustrade langs 075de boulevard waren omgebogen. Voor de deur van bar Alexander dook een duikbril op in het zand. Het zand had voorbij het plein zelfs de weg bereikt. We keken naar de zee, maar de sluipmoordenaar hield zich nu aardig kalm. Alleen bij de ingang van de baai sloegen de golven hoog tegen de rotsen. Een vuurwerk van water. Aan het einde van de nacht, naar het ochtendgloren toe, had de Cantabrische Zee toegeslagen, de golven als een kudde wilde paarden ogejaagd, het strand op en daar voorbij, niets ontziend, een ravage achterlatend.  De furie van Neptunus werd in Santander prachtig vastgelegd op de foto boven deze post.  In vergelijking met andere plaatsen aan de Cantabrische 074kust, waren we er in Castro nog genadig vanaf gekomen. In Lugo werd een 15-jarige jongen met zijn fiets door de golven van een pier geslagen en gisteren brak voor de kust van Bayonne een schip doormidden. In San Sebastían stonden winkels en wijken blank. In Castro bleef het gelukkig alleen bij materiële schade en konden we op deze heerlijke zondagmiddag, die meer voelde als voorjaar dan als noodweer op de kust, genieten van een witte wijn, Verdejo uit Reuda en kon ons zoontje ravotten op het strand. Inmiddels is de wind gedraaid naar het zuiden en komen van over de bergen temperaturen van boven de twintig graden naar ons toewaaien. De winterjas kan weer even uit en ook het cliché dat het hier, aan de groene kust, alleen maar regent, kan weer even in de kast blijven.   

De stranden van Cantabrië

01/10/2013

020

In Madrid zijn ze niet tevreden over de statistieken van het zomerseizoen.  Er kwamen deze zomer minder toeristen naar de hoofdstad dan vorig jaar. De lokale regering van de PP wijtte dit aan de vele manifestaties tegen het beleid van de regering die door de stad gaan, maar wie gaat er in de zomer naar Madrid, als de hitte in de stad dag en nacht ondraaglijk is (al is het wel de periode dat je de musea bijna voor je zelf hebt). Ook de Madrileen vlucht de stad uit als zijn vakantie begint en rijdt of vliegt naar de kust, naar het beloofde strand, dat hij in de stad moet missen. Sommige statistieken kun je met gezond verstand beredeneren. Zo waren ze hier in Cantabrië ongerust over het aantal buitenlandse toeristen dat in de eerste helft van het jaar naar de regio kwam. Het 018 (2)waren er 106.730, 0,4% van het totaal dat naar Spanje kwam. Ook hier speelt het weer een belangrijke rol. Want winter en voorjaar zijn over het algemeen nat in het noorden. De buitenlandse toerist maakt hier zijn opwachting pas in de zomer, in de maanden juli, augustus en september. Maar ook in ze zomer vallen de cijfers in het niet bij bijvoorbeeld Catalonië en Andalusië. Cantabrië is buiten Spanje vooral bekend vanwege de Picos de Europa. De toerist die bij Irún over de grens komt en de snelweg A8 volgt naar het natuurpark van de Picos, ziet de meeste kleine strandjes van Cantabrië over het hoofd. Ze gaan schuil achter en tussen de steile kliffen van de Cantabrische kust, zoals het strand van Liendo, op de foto boven deze post. Om op dit strand te komen, moet je een steil pad van zo´n vijfhonderd meter naar beneden afdalen. Voorbij de kaap op de achtergrond, ligt het strand van Sonabria en nog iets oostelijker, het strandje 033van Oriñón. Dat strand is vanaf de snelweg goed te zien als je na Castro Urdiales de tunnel uitkomt. Het grootste strand hier in de omgeving is dat van Laredo, waar een groot deel van de bevolking van Bilbao in de zomer neerstrijkt. Maar zelfs op een topdag kun je nog makkelijk je auto, gratis, vlak achter de boulevard kwijt. Zeker als je doorrijdt tot El Puntal, een klein duingebied, waar het strand doodloopt in de ría van Treto. De zomer was lang en zonnig, het is een cliché dat het aan de noordkust altijd regent. De laatste septemberdag was nog een heerlijke stranddag, ook op ons eigen strandje in Castro, het strand van Ostende. Ben er nog steeds niet achter wie deze naam heeft bedacht voor dit kunstmatig aanlegde strand.

Van kust naar kust

23/06/2013

194

De Cantabrische kust om 08.17 uur in de ochtend. Op weg van Castro Urdiales naar Bilbao en vandaar via Madrid naar Málaga met bus en trein.  De vluchten die Vueling en Iberia aanboden vanaf de luchthaven van Bilbao waren heel vroeg in de ochtend en heel laat in de avond.  Dus dan een dag eerder over land, van kust naar kust. Van de Costa Verde naar de Costa de Sol. Volgens de ANWB routeplanner is het een afstand van 935,9 kilometer van Bilbao naar Málaga. En dan moest ik nog een stukje verder, naar Mijas Pueblo. Bijna duizend kilometer onderweg van het noorden naar het zuiden van Spanje. De bus uit Bilbao vertrok om 09.00. De chauffeur zet de koffers in de bus, de stewardess controleert het vervoersbewijs. Dat is de service van Alsa Premium. Wifi 196aan boord, een individueel audiosysteem, koffie, ontbijt of lunch, een krant naar keuze, En onderweg geen half uur pauze bij het troosteloze busstation van Lerma. Opvallend veel zakenmensen maken gebruik van deze service. Waarschijnlijk omdat ook zij de vluchttijden niet konden afstemmen op hun agenda. Het is een comfortabele reis van 4 uur en een kwartier naar het busstation aan de Avenida de America in Madrid. Daar met de metro naar het treinstation van Atocha. Eerst de grijze lijn Circular naar Pacifico en daar overstappen op de lichtblauwe lijn nummer 1 naar Atocha Renfe. Een half uurtje onder de grond. Om 13.45 uur op Atocha, de trein vertrekt om 14.35 uur, dus nog net wat tijd om iets te eten. De hogesnelheidstrein, de AVE, doet er 2,5 uur over en stopt onderweg één keer, in Córdoba. Aankomst in Málaga, om 17.05 uur. In acht uur, van Bilbao naar 197Málaga, van noord naar zuid. Alleen met een rechtstreekse vlucht zou ik minder tijd kwijt zijn geweest. Met een overstap in Madrid ben je zo maar een paar uur meer kwijt zijn. Bovendien is een reis over land een mooie manier om kennis te maken met de uitgestrektheid en variatie van landschappen in Spanje. Eerst door het Cantabrisch hooggebergte en dan door de bergpas van Pancorbo, die de deur opent naar de hoogvlakte. Ten noorden van Madrid, weer over de bergen, nu de Sierra de Guadaramma en dan ten zuiden van Madrid alleen nog maar landbouw. Graan- en tarwevelden, wijnranken en olijfbomen. Van de nijverheid in Bilbao, naast het busstation verrijst het nieuwe stadion van Athletic de Bilbao, tot het spookvliegveld van Don Quichote in Cuidad Real, waar de AVE langs snelt. Van de groene kust tot de massale bebouwing aan de zuidkust, zoals op de foto onder deze post is te zien. En van de anchoas van de noordkust tot de boquerones van het zuiden, beiden zijn ansjovis, maar tegelijkertijd een wereld van verschil.

201

Op de traptreden bij Alfredo

15/04/2013

551

Een vriend in Salamanca zei ons eens dat dit het mooiste plein van Spanje is. Ik was niet de enige die hem vragend aankeek. Want een inwoner van Salamanca zou zich toch met recht de bezitter mogen noemen van het mooiste plein van Spanje. Daar zijn veel mensen, Spanjaarden en toeristen, het wel over eens. Toen onze vriend dit opmerkte, kenden we het het plaza de ayuntamiento noch de plaats Castro Urdiales, waar het plein aan de haven ligt. Bijna anderhalf jaar geleden zijn we hier neergestreken en inmiddels maakt het plein een vast onderdeel uit van onze tapastochten. Er is een Spaanse uitdrukking die zegt dat alle vergelijkingen hatelijk zijn. Dat is een mooi excuus om niet op de mening van onze vriend te hoeven ingaan. Hij vond het plein vooral mooi omdat het open is naar de 192haven toe, anders dan het naar binnengekeerde plein in Salamanca. Terassen zijn er niet op het plein, die liggen verscholen achter de arcaden, omdat het aan de Cantabrische kust zo maar kan gaan regenen of het nu zomer of winter is. Aan het plein hebben de mesons  van El Segoviano en El Marinero de meeste faam, maar mijn favoriet is bar Alfredo. De bar ligt iets van het plein af,   daar waar de laatste treden van het opstapje naar de galerij die als een tunnel rond het plein loopt in het asfalt verdwijnen. Twee traptreden die dankbaar in bezit worden genomen door de gasten van Alfredo, want met de vijf tafeltjes op straat en de twee houten picknickbanken aan weerszijde van de bar, heeft de eigenaar altijd te weinig zitplaatsen. Hier mag het nog, op straat drinken. Sinds het drankfestijn van de jeugd in de openlucht, de zogenaamde botellón, aan banden is gelegd, huivert de horeca ervan als iemand met 195een glas of een flesje bier het lokaal uitloopt, bang om een boete te krijgen van de politie. In Madrid werden we ooit teruggefloten door de barman toen we op de drempel van zijn kroeg stonden. In Málaga moesten we in een bar in het uitgaanscentrum binnen de witte hekjes blijven die de bareigenaar had laten plaatsen. Als een kudde in de schaapskooi. Maar hier in Castro is het vrijheid, blijheid. De ober brengt gewoon je glas wijn, ook al zit je op de traptreden en niet op het terras. En iedereen brengt ook keurig zijn of haar glas weer naar binnen als het leeg is. Vanaf het terras kijk je uit over de haven en het plein met het 18-eeuwse gemeentehuis. Het mooiste plein van Spanje? We weten het niet, maar het leven is er op een zonnige lentedag wel heel mooi.

Strandlaken wint het van Spaanse vlag

27/06/2012

De foto boven deze post toont het straatbeeld bij ons in de wijk op woensdagmiddag 27 juni om twee uur, een kleine zeven uur voor de aftrap van de halve finale tussen Spanje en Portugal. De balkons worden gesierd door twee Spaanse vlaggen, twee vlaggen van Athletic de Bilbao en een strandlaken, daarvan zal het aantal in de loop van de middag ongetwijfeld toenemen nu de hittegolf ook de noordkust heeft bereikt. Als de kinderen op straat al een Spaans shirt dragen, staat daar meestal de naam op van Llorente, de spits van Athletic de Bilbao of Xabi Alonso, de geëmigreerde Bask uit Tolosa. Op het plein voor het gemeentehuis staat geen groot beeldscherm, terwijl die een paar weken geleden nog wel werd opgebouwd toen Athletic de Bilbao de finale om de Spaanse voetbalbeker speelde tegen Barcelona. Ons Castro Urdiales ligt weliswaar in Cantabrië, maar in de zomer wonen er veel meer Basken, vooral uit het naburige Bilbao, dat op nog geen 35 kilometer afstand ligt van Castro. Cantabrones worden we genoemd, een woordspeling van Cántabro en cabrón. Wie de sfeer wil proeven van de Spaanse voetbalkoorts, moet een stukje verder doorreizen, het binnenland in. De verrichtingen van het Spaanse elftal worden hier plichtmatig gevolgd, zelfs nu Spanje de halve finale heeft bereikt. In het Baskenland was het Spaanse elftal tot vorig jaar niet eens welkom voor het spelen van interlands en ook de wielerronde van Spanje reed tot vorig jaar met een boog om het Baskenland heen na bedreigingen van de ETA. En als Del Bosque niet snel een paar minuten speeltijd geeft aan Llorente is de kans groot dat de Basken opnieuw het Spaanse elftal in de ban doet.

Op de foto met Jezus Christus

07/04/2012

De man links op de foto, in het witte gewaad, is Jezus Christus. Heb je het in Nederland alleen over Jezus, dan weet iedereen over wie je het hebt. In Spanje moet je specifieker zijn als je het over Jesús hebt, want dan kan het Jesús, de zoon van de bakker zijn, de eigenaar van de bar op de hoek, etc. Jezus had net de lijdensweg afgelegd, was gekruisigd en amper herrezen, en gelijk daarna stond hij al geduldig te poseren met zijn fans. Deed het pijn, wilde een omstander weten. Behoorlijk, maar dat hoort bij mijn rol, reageerde de Messias doodkalm. Het leek een scène uit Monty Python´s film Life of Brian.

Meer dan zeshonderd acteurs, actrices en figuranten namen in Castro Urdiales deel aan de Pasión Viviente, een levensechte uitvoering van de Passie van Jezus, in een overigens meer serieuze versie dan die van Monty Python. Het ging er zo serieus en levensecht aan toe, dat bij de kruising van Jezus, gespeeld door Aitor Garmendia, de vrijwilligers van het Rode Kruis het druk hadden om de in de menigte flauw gevallen toeschouwers weer op de been te helpen. Het is waar dat in het noorden van Spanje de Semana Santa niet zo intens wordt beleefd als in het temperamentvolle zuiden. Hier in Castro Urdiales waren geen puntkappen, barokke beelden en met kaarsen en bloemstukken versierde baldakijnen te bespeuren. Hieronder wat foto´s van de lijdensweg aan de Cantabrische kust.  

 

Flaviobriga ligt veilig achter de muur

05/03/2012

Achter deze muur ligt het archeologisch opgravingsterrein van Castro Urdiales. Een paar jaar geleden werden bij het slaan van fundamenten voor de bouw van een nieuw pand resten gevonden van drie Romeinse huizen en twee wegen. Het is maar goed dat toen gelijk een muur voor de opgravingen werd opgetrokken. Het cultureel erfgoed in Spanje is de laatste jaren in trek in het criminele circuit. In de Nationale Bibliotheek van Madrid werd uit een boek een 15e-eeuwse mapamundis gescheurd, uit het archief van de kathedraal van Santiago de Compostela verdween de 12-eeuwse Codex Calixtinus en onlangs werd uit een dorp in de buurt van Burgos een deel van een Romeinse mozaïekvloer gelicht. Het valt ook niet mee om die enorme culturele schatkamer van Spanje te bewaken. Het land staat na Italië op de tweede plaats op de culturele ranglijst van UNESCO; 43 monumenten, landschappen en feesten zijn door UNESCO uitgeroepen tot cultureel werelderfgoed. Maar er is nog een lijst, die van Hispania Nostra, dat waakt over het Spaanse culturele bezit. Op die lijst staan kloosters, kastelen, kerken, historische tuinen, paleizen, etc, in totaal 400 objecten die op instorten staan of dreigen te verdwijnen. Het Romeinse Flaviobriga ligt veilig achter de muur. Door een aantal ramen in de muur kunnen de opgravingen worden bekeken. Dichterbij komen kan weer vanaf juli, want de deur gaat maar beperkt open; van juli tot en met december. Heel veel meer is er binnen ook niet te zien. Twee informatiepanelen vertellen het verhaal over de Romeinse keizer Vespasianus  die in het jaar 74 na Chr. de kolonie stichtte en er de naam van zijn dynastie aan gaf; Flaviobriga. Het woord Briga geeft net als het woord Castro aan dat dit gebied al voor de komst van de Romeinen werd bewoond. De Bardúlos, verre familie van de Cantabriërs, bouwden op dezelfde plaats aan de kust al voor de Romeinen een nederzetting. Het volk van Bardúlos zou ook zijn naam hebben gegeven aan de stad Bordeaux, Burdeos in het Spaans. De Romeinse keizer Vespasianus heeft een standbeeld gekregen voor de kerk Santa Maria de la Asunción en begroet de bezoeker die Castro komt binnenrijden zodat die weet dat hij een tweeduizend jaar oude stad binnenrijdt. Het archeologisch opgravingsterrein ligt in de straat Ardigales, tegenover sidrería Marcelo, maar over dat restaurant hebben we het in de vorige post al uitgebreid gehad.