Posts Tagged ‘Burgos’

De Heilige Drie-eenheid van een dagje uit

16/08/2015

063

Het gebeurde een paar jaar geleden, wachtend op de groep op de trappen van de kathedraal van Salamanca, aan de kant van het portaal met het astronautje. Het was rond half twee in de middag, op een Spaanse feestdag. Veel toeristen in de stad. Alle Spanjaarden die de trappen afkwamen, hadden hetzelfde gespreksonderwerp. Gaan we eten? Waar gaan we eten? Eerst maar even een wijntje drinken? Doen we menu of tapas? De belangrijkste bijzaak van een Spaans dagje uit is de maaltijd. In Segovia is het Romeinse aquaduct net zo belangrijk als het eten van speenvarken. Belangrijker dan aankomen in Santiago, is inktvis eten in Melide, merkte iemand op, tijdens mijn pelgrimstocht naar Santiago. Een excursie wordt om het eten heen georganiseerd. En daar doen wij graag aan mee. Deze zomer geen lange of verre vakantie. Met 040het strand om de hoek en een prachtige juli-maand hoefden we ook helemaal niet weg. Het bleef bij af en toe een dagje uit volgens de Spaanse formule van de Heilige Drie-eenheid; iets doen, goed eten en iets zien. Omdat het doen in mijn vriendenkring bestaat uit het maken van bergwandelingen van  zo´n 15 tot 20 kilometer valt de familie voor deze uitjes af, voor wie de benen te kort zijn en de conditie ontoereikend. 

Een paar weken geleden pasten we de formule van de Heilige Drie-eenheid toe in de grensstreek tussen Cantabrië en het noorden van de provincie Burgos. Het is het decor van de rivier de Ebro, die in dit gebied in de loop der tijd een diepe kloof heeft uitgesleten. Vanaf een uitzichtspunt lijkt het een enorme snijwond in de korst van de hoogvlakte. De wandeling die we hier maakten begon en eindigde in het bijna verlaten dorp Valdelateja. De heenweg ging door de kloof, de terugweg via Pesquera del Ebro en Cortiguera boven de kloof langs. Rond het middaguur waren we terug bij de auto en reden we naar Orbaneja del Castillo. En over dit plaatsje moet het vooral gaan in deze post. 047Deze blog wil geen vakantie-album zijn, maar wil de Spanje-reiziger wel wijzen op de fraaie dorpjes die hij of zij dwalend door Spanje kan tegenkomen. Dus vergeet al het bovenstaande en onthou de naam van Orbaneja. Het dorp ligt aan een afslag van de nationale weg N623 tussen Santander en Burgos. Op de nationale weg vallen de sterk geërodeerde rotswanden al op. Het lijkt alsof er dikke zuilen van een kathedraal naar de hemel reiken, zonder dat er ooit aan de gewelven is begonnen. In een van de wanden hebben wind en regen een gat gevormd dat lijkt op de kaart van Afrika, goed te zien op de foto boven deze post. De lokale weg slingert langs de bergwand de kloof in en maakt dan een bocht langs Orbaneja. Het eerste dat je ziet als je het dorp passeert is de enorme waterval die zich tussen de huizen naar beneden stort. Het water komt uit een grot achter het dorp en stroomt door een kanaal naar de andere kant van het dorp om daar naar beneden te storten. Orbaneja was het dorpje dat we vandaag wilden zien en uiteindelijk zouden we hier ook eten omdat de twee restaurants in Valdelateja waren gesloten. We aten bij El Abuelo, gerund door een echtpaar uit Bilbao, op het terras voor de ingang van het restaurant. Op de foto boven deze post is onze tafel te zien, onder de blauwe parasol die tussen de huizen staat ingeklemd. Het menu; wat chorizo, gevolgd door lamskoteletten met salade van tomaat, ui en paddenstoelen en frietjes. Een eenvoudig en huiselijk, maar daardoor juist een heerlijke maaltijd. De fles rode wijn en spuitwater werden in een koeler op tafel gezet. Het glaasje kruidenlikeur, de orujo de hierbas, dronken we aan de rand van het kanaal met de voeten in het water, omringd door de bergwanden en de huizen die van boven op ons neerkeken. Het was de kroon op een dagje iets doen, zien en eten. 

Anuncios

Een storm in een glas wijn

02/07/2013

cropped-BLOG

De storm schijnt al jaren te woeden, maar ik kwam daar onlangs pas achter, toen ik met mijn Baskische chauffeur in een bar stond in Burgos. Achter de toog hing een reclame voor een witte wijn met de tekst Chacolí con Ch. Mijn Baskische vriend zag de tekst en zei niets. Een dodelijke stilte. Daarna een schamper lachje. Een soort medelijden met de buren uit Burgos. Want chacolí komt niet uit Burgos en schrijf je niet met ch, zeggen ze in het Baskenland. Het is txakolí met tx en een k. De letter c bestaat niet in de Baskische taal. Laatst stond er een artikel in de krant over de verschillende onderwijsmodellen in het Baskenland. Daarin werden de modellen a, b en d genoemd, de letter c bestaat niet dus ook het model c niet. Terug txakolinaar de chacolí of txakolí. Het is dezelfde strijd die de Peruanen en Chilenen voeren over de herkomst van de pisco sour, waar ik eerder over schreef. De frontlinie ligt wéér bij de rivier de Ebro, waar in het verleden de Castiliaanse handelslieden belasting aan de Basken moesten betalen over hun goederen als ze de Ebro overstaken. Aan dat historische feit hebben de Basken nog steeds hun voordelige belastingsysteem te danken, de zogenaamde cupo. De Basken zeggen dat het gebied waar de txakolí vandaan moet komen is gemarkeerd, een denominación de origen, zoals de streken van Cognac, Champagne en Rioja. Maar in Burgos zijn ze het daar niet mee eens. Op de vruchtbare oever van de rivier de Ebro, in de buurt van Miranda de Ebro staat het bord van de foto boven deze post. De Baskische wijngebieden, drie in totaal, zijn wel gemarkeerd, maar zijn geen exclusieve wijngebieden, waar txacoli mag chacoli-termino-mirandaworden geproduceerd. Want ook uit wijngaarden in Burgos, Cantabrië en zelfs uit Chili komt deze zure witte wijn en mag men de wijn gewoon txakolí noemen, of zoals men dus in Burgos doet, Chacolí. Het is een bureaucratische strijd om een wijn die men in veel delen van Spanje nog te slecht vindt om door de gootsteen te spoelen. De witte wijn heeft een bleekgele kleur en smaakt behoorlijk zuur. De wijn wordt gemaakt van de hondarribi zuri druif. Omdat de zomers in het Baskenland mild zijn, is het suikergehalte in deze groene druif laag. Het alcoholpercentage schommelt rond de 10,5 en 12 procent. Om de wijn toch wat op smaak te brengen, wordt deze, net als cider, met een lange straal in het glas geschonken.  

Burgos, culturele hoofdstad van Europa 2016

14/06/2011

Over twee weken wordt bekend gemaakt welke Spaanse stad zich in 2016 culturele hoofdstad van Europa mag noemen. San Sebastián, Burgos en Zaragoza wachten nog op mijn beoordeling. In vorige posts nam ik de drie kandidaatsteden Córdoba, Segovia en Las Palmas de Gran Canaria al onder de loep. Kreeg onlangs de vraag of het allemaal wel zo´n impact heeft die hele verkiezing. Madrid was in 1992 culturele hoofdstad van Europa, en dat vond inderdaad nauwelijks weerklank in het buitenland, waarschijnlijk ook omdat in hetzelfde jaar in Barcelona de Olympische spelen werden georganiseerd en Sevilla de Expo vierde. Bovendien hoeft Madrid zich ook niet te profileren als culturele stad. Iedere buitenlander weet het Prado, Reina Sofia en Thyssen te vinden. Voor de kleinere provinciesteden ligt dat anders. Mijn reisorganisatie SRC besloot in het jaar dat Salamanca culturele hoofdstad was op de 15-daagse rondreis door Spanje en Portugal  twee nachten in de stad te verblijven in plaats van één nacht. En dat is precies wat de kandidaatsteden willen bereiken. Dat de bezoeker niet alleen maar op doorreis even de stad bezoekt, maar ook blijft overnachten en dus ook blijft dineren en dus meer geld uitgeeft. In Bilbao zijn plannen om een tweede Guggenheim te openen om de bezoeker voor ieder geval twee dagen aan de stad te binden. Burgos wil dat ook en hoopt dat de toerist niet hetzelfde doet als ik onlangs, toen ik onderweg van Salamanca naar Bilbao, om half één uitstapte op het busstation van Burgos, om vier uur later weer in de bus te stappen. Toch was vier uur ruim genoeg om uitgebreid het museum van de Evolutie, op de foto boven deze post, te bekijken en ook nog wat heerlijke kleine hapjes te eten in bar Pancho. It´s happening en R-evolutión staat groot op het museum van de Evolutie. En een revolutie is het wel dat Burgos zich opeens in het Engels uit. De stad staat bekend als een conservatieve stad, waar het meest zuiverst Spaans zou worden gesproken. Burgos is bekend bij de pelgrims die de stad op hun weg naar Santiago de Compostela passeren. De kathedraal is een belangrijke toeristische bezienswaardigheid en ook de kloosters van Huelgas en Miraflores zijn dat. En dus nu ook het museum van de Evolutie. Een enorm museum met een oppervlakte van 17000 m2, ontworpen door Juan Navarro Baldeweg. Het project werd gestart nadat op het opgravingsterrein van Atapuerca de schedel werd gevonden van de Homo Antecessor, de voorloper van de Homo Heidelbergensis en de Homo sapiens, die een miljoen jaar geleden in de bergen van Atapuerca leefde. De schedel is ruim 800.000 jaar oud en daarmee is de Man van Atapuerca de oudste van Europa. Burgos haalde met de ontdekking de voorpagina´s van alle wetenschappelijke tijdschriften ter wereld. Atapuerca is nog steeds een goudmijn voor archeologen. Het is een bijzondere ervaring in de oogkassen te kijken van mensen die duizenden jaren geleden op deze aardbol rondliepen. In het museum is ook aandacht voor Darwin, een deel van zijn schip de Beagle is nagebouwd, en ook voor de Spaanse wetenschapper Ramón y Cajal. En je kunt een wandeling maken door het menselijke brein, een enorme kluwe, waar de vonken van af springen. Na het museum had ik nog tijd om in de Lorenzostraat, de straat die recht tegenover het stadhuis wegloopt van de plaza mayor, wat te eten in bar Pancho. De specialiteit is daar de cojonudo (stukje stokbrood met ei en chorizo) en de cojonuda (met bloedworst in plaats van chorizo). Maar er staan meer lekkere hapjes op de bar, zoals paprika gevuld met kabbeljauw of tigre, een licht gepaneerde mossel. Al die lekkere hapjes, het museum én het mooie weer (het was maar liefst 25 graden toen ik er was) ten spijt, ook Burgos zal geen culturele hoofstad worden in 2016.