Archive for the ‘Aan de groene kust’ Category

De loterij van Altamira

18/01/2019

Het idee was om na El Gordo en El Niño, de loterijen van Kerst en Drie Koningen, in januari mee te doen aan de loterij van de grot van Altamira. Bij die trekking is niet zo´n groot geldbedrag gemoeid als bij de Kerstloterij. Bij die loterij bedroeg de laatste keer het totale prijzengeld 2,3 miljard euro. In Altamira is de hoofdprijs een onvergetelijke ervaring, geheel in de geest van de reclamespot van Eurocard Mastercard. Iedere vrijdag kunnen bezoekers die hun entreekaartje voor het museum kopen tussen half tien en half elf in de ochtend, deelnemen aan een trekking die bepaalt wie de vijf gelukkigen zijn die de originele grot 37 minuten lang mogen bezoeken. In november fluisterde een stewardess bij de ingang van het mueseum in mijn oor dat de kans om ingeloot te worden het grootst is in januari, als het laagseizoen is en er weinig bezoekers zijn. Omdat de grot op een klein uurtje rijden van ons huis is, was het plan om iedere vrijdag naar Altamira te rijden. Maar helaas, sinds begin dit jaar is de grot gesloten omdat er binnen een te hoge concentratie aan koolstofdioxide (CO2) is gemeten. Zolang dat niet verandert, blijft de grot dicht.

Sinds de grot vier jaar geleden weer voor een klein publiek openging, is het de eerste keer dat de loterij moet worden geannuleerd. Wanneer de grot weer opengaat, is niet bekend. De aanwezigheid van CO2 is een natuurlijk proces en op natuurlijke wijze moet de concentratie aan koolstofdioxide weer lager worden. In het museum bij de grot is de belangrijkste ´zaal´ van de grot op ware schaal nagebouwd, inclusief de tekeningen, waar de grot beroemd om is. Tekeningen van paarden, geiten, bizons en herten zijn op meesterlijke wijze aangebracht. De kunstenaar maakte handig gebruik van het relief in de rotsen voor de buiken van de dieren en de scheuren in de wanden om lijnen te benadrukken. De tekeningen zijn tussen de 14000 en 18000 jaar oud. Picasso merkte ooit op dat na Altamira de decadentie in de schilderkunst was ingetreden. De grot wordt de Sixtijnse kapel van de Prehistorie genoemd. De replica van de grot is ook een meesterwerk, maar toch. De nieuwsgierigheid naar de echte grot stijgt alleen maar. Die kans om die te bezoeken, is dus sinds vier jaar iets groter geworden. Vier jaar geleden werd een film opgenomen over Marcelino Sanz de Sautuola, de man die in 1879 de grot ontdekte. De hoofdrol werd gespeeld door Antonio Banderas. Een film met mooie beelden van Santillana del Mar, het middeleeuwse dorpjes op vier kilometer afstand van de grot, én van het interieur van de grot. Na een lange discussie werd besloten dat de cameraploeg toch binnen mocht filmen. In die tijd was de grot al jaren bijna hermetisch gesloten. In 1973 bezochten 174.000 mensen de grot. Dat aantal nam alleen maar toe en daarom werd in 1977 besloten de grot te sluiten. Tussen 1982 en 2002 ging de grot weer open met een bezoekerslimitiet van 8800 bezoekers per jaar. Toen uit onderzoek bleek dat de schilderingen werden aangetast, werd besloten de grot opnieuw op slot te doen. Tot vier jaar geleden, toen de loterij van Altamira begon. Al is het dit jaar voorlopig nog wachten op de eerste trekking. 

Anuncios

De gevulde schnitzel van Asturië

14/12/2018

Wat is een cachopo, was dit jaar in Spanje de meest gestelde vraag aan Google in de categorie Wat is… De cachopo heeft deze onderscheiding onder andere aan mij te danken, want tot afgelopen zomer had ik nog nooit van dit gerecht gehoord. Een vriend gaf me de tip toen hij hoorde dat we naar Asturië gingen. Daar is het naast de witte bonensoep de specialiteit van de streek. De cachopo, zoals te zien is op de foto boven deze post, is een enorme gevulde schnitzel. Meestal met kaas en ham. De kok van het restaurant in Cudillero, waar wij ons debuut maakten met de cachopo gebruikte cecina, een gedroogde ham van de koe, en schimmelkaas van cabrales. Het is de grote, sterke broer van de San Jacobo, die nog het meest lijkt op een kaassoufllé met een plakje ham, maar ook wel met een cordon bleu wordt vergeleken.

De uitverkiezing komt overigens niet omdat de flinke gevulde lap vlees opeens massaal is ontdekt op de menukaart, maar door de zogenaamde koning van de cachopo die de laatste maanden veel in het nieuws was. Deze ´koning´ was een zakenman die een´cachopo-imperium opzette in Madrid, maar al snel werd achtervolgd doo torenhoge schulden. Hij verdween spoorloos en werd er later ook van verdacht dat hij zijn vriendin om het leven heeft gebracht. Uiteindelijk werd hij herkend door de eigenaar van een restaurant in Burgos, waar hij in de keuken werkte. Ondanks dat hij flink was afgevallen en een baard had laten groeien. Opeens kreeg de cachopo landelijke bekendheid, zonder dat dus veel Spanjaarden precies wisten wat een cachopo nu precies is. En zoals het vaak gaat, opeens kom je de cachopo overal tegen. Onze slager maakt hem klaar op bestelling en vult hem met de ingrediënten die de klant hem vraagt. De cachopo is overigens een gerecht voor de hele familie. Alleen de grootste carnivoren zullen in staat zijn de enorme schnitzel alleen te verorberen. Er zijn inmiddels restaurants die een kleinere versie op de kaart hebben staan en cachopinos met verschillende vullingen in een portie aanbieden. Rest alleen nog de vraag of de misdaden van de ´koning´ niet zijn ´onderdanen´ naar de ondergang zullen brengen. Misschien geeft Google ons daar volgend jaar het antwoord op. 

Vis eten in Tazones

04/12/2018

Van een afstand leek het nog een plastic exemplaar. Alsof het een commerciële lokroep van een visrestaurant was. Maar eenmaal dichterbij was het toch een echte vis die aan de houten paal hing te drogen. Een zeeduivel, die net uit zee was gehaald. Een man die onze verbaasde gezichten zag, kwam uitleg geven en ging zo op in zijn verhaal dat hij ook nog maar wat recepten gaf voor het bereiden van el rape, de zeeduivel. De foto is genomen in Tazones, een kleine vissersplaats in Asturië. Een vriend uit Baskenland had ons deze plaats aangeraden. En als een Bask een gastronomische tip geeft, moet je die nooit in de wind slaan. Zo waren we op de feestdag van de zeebrasem die in onze vissersplaats Castro Urdiales werd gevierd, 219 kilometer verderop aan de kust in Tazones.

Profiterend van het lange weekeinde om weer een stukje van Asturië te ontdekken voor de reisgids Asturië en Cantabrië die volgend jaar in mei bij de uitgeverij Edicola zal uitkomen. In de gids zal Tazones zeker niet ontbreken. Aan de grootte van de parkeerplaats buiten het dorp is te zien dat dit dorp niet onbekend is. Alleen bewoners, Tazones telt er zo´n 255, mogen met hun auto het dorp inrijden. Door de hoofdstraat naar de kade om vervolgens na de bocht weer omhoog te rijden, het dorp uit, richting de bergen. Meer straten zijn er voor het autoverkeer niet. Tazones zou als eerste plaats in Spanje de toenmalige prins Karel van Gent hebben ontvangen voor hij werd gekroond tot koning Karel I. De vloot met de prins kwam voor de Cantabrische kust in noodweer terecht en daarom werd snel in Tazones aangelegd. Maar degenen die nu hun auto op de parkeerplaats zetten, doen dat vooral om vis te eten in een van de vele restaurants die er in de plaats zijn. Verse vis, die je op de kade in de haven kunt worden zien schoongemaakt. De mul of gewone zeebarbeel die wij bij La Tortuga aten, zagen we even daarvoor in een kruiwagen naar het restaurant worden gebracht. Op hetzelfde moment moet ook de zeeduivel aan de paal zijn geslagen. De paal staat op een pleintje waar eeuwen geleden walvissen op het droge werden getrokken. Langs de kade staan de korven waarmee onder andere de zeespin wordt gevangen, een andere lekkernij waar Tazones bekend omstaat. In een grote bak lagen die bij de ingang van het restaurant waren we aten. In een bak daarnaast lagen grote moten hondshaai. We aten buiten op het terras met uitzicht op zee bij een aangename temperatuur, en dat op de laatste dag van november. 

De rode zeebrasem van de heilige Andreas

27/11/2018

De brede glmlach op zijn gezicht verraadt dat hij in een opperbest humeur is vandaag. Achter zijn rug, ook al zo breed, worden de kerk en het kasteel steeds kleiner. Hij heeft het net zo naar zijn zin als de kinderen die hij in zijn sloep door de haven mag varen, langs vissersboten en plezierjachten. Het is een prachtige dag, zeker voor eind november. Wat wolkjes aan de verder strakblauwe lucht. Dit wordt zijn week, de week van de vissers. Op school hangen in de hal geen kleurplaten van sinterklaas, maar van de rode zeebrasem, de besugo. Van oudsher begon vanaf eind november de vangst van deze vis, op de dag van de heilige Andreas, 30 november. De eerste kerk die in de elfde eeuw in Castro Urdiales werd gebouwd, was gewijd aan deze heilige. En in deze kerk gingen de vissers bidden voor een behouden vaart en een goede vangst. Daarom is vrijdag een feestdag in Castro Urdiales. Hier geen pepernoten, maar slakken die worden aangeboden door het gilde van vissers.

Ook Pepe is lid van het gilde. Hij mocht zaterdag de excursie van de kinderen organiseren, langs de visafslag, het museum van de Visserij en de Zee, de kerk, het kasteel en tot slot de boottocht. En net als de kinderen genoot hij van het laatste onderdeel nog het meeste. Met een aantal kornuiten heeft hij in de calle de San Juan, de oudste straat in de historische kern van Castro, ook een klein museum ingericht dat vol staat met alles wat je maar kunt bedenken dat een visser nodig heeft op zee. Het gilde heeft bij de gemeente regelmatig aangedrongen om eens een echt museum te openen, maar dat blijft voorlopig een illusie. Van een gemeente die zijn culturele erfgoed, zoals het oude theater en het treinstation, met de grond gelijk maakt, hoef je niet te verwachten dat ze ook maar een euro investeren in het oprichten van een museum. En misschien is het maar beter ook. De schuur van Pepe en zijn kameraden en de zolder van het gilde dat officieel wel museum heet, zijn ruimten, die leven. Geen steriele vitrines van glas, maar oude boten waarin de collectie staat uitgestald. Netten en boeien die aan de muren hangen. Prachtige zwartwit foto´s van de vissersplaats Castro Urdiales die niet meer bestaat. Het ruikt er muf, maar ook naar zilt van de zee. Onze kinderen kijken hun ogen uit. Hun vader groeide op tussen de boomgaarden in de Betuwe, hun moeder op de flanken van de Andes. Maar zij werden hier aan zee geboren en groeien hier ook op. En misschien zullen ze hier ook wortel schieten, of beter gezegd, hun anker uitwerpen. 

Op de linkeroever

21/11/2018

Stairway to the future. De trappen brengen de reiziger naar het perron van de metro. Het is het station van Ansio in Barakaldo, een slaapstad net buiten Bilbao. Wie niet met de auto de stad in wil, kan die parkeren in de garage onder het Bilbao Exhibition Centre en dan de metro nemen naar de stad. Een goedkoop alternatief, want als je ook weer met de metro terugkomt, betaal je nog geen euro voor een paar uur parkeren. In Bilbao zijn de metrostations ontworpen door Norman Foster. Een van de architecten die Bilbao het gezicht gaf van de 21e eeuw. Voor we de trappen van het station op de foto boven deze post afdalen komen we langs een muur met alleen maar gezichten. Het zijn de gezichten van de industriestad Bilbao. De vrouwen op de visafslag, mannen in de ijzersmederijen. Op een pilaar naast de trappen staat een prachtige tekst. ´Als we onder de grond kijken, ontdekken we de sporen van ons verleden, van wat we waren, van wat ons staande houdt, de fundamenten van wat we vandaag zijn. De geschiedenis van de linkeroever is een geschiedenis van menselijke krachtsinspanning, van een zwaar leven zonder toegevingen, van strijd. Eerst om te overleven, om eervol te leven, daarna om te verbeteren, om te groeien, om een betere toekomst op te bouwen. Het is de erfenis die we kregen van degenen die ons voorgingen, van onze familie, van onze buren, die leefden in de schittering van het smeden, met hamerslagen, die het land openscheurden, kathedralen van staal bouwden, steen en vuur, de bergen doorborend legden ze wegen van ijzer aan naar de zee. 

De linkeroever, de margen izquierda. Het is niet alleen een geografische, maar ook een sociale aanduiding. Op de linkeroever wonen de arbeiders. Aan de overkant ligt Getxo met zijn goudkust en rijke villa´s aan het water. Op de linkeroever stonden de hoogovens, de staalfabrieken. Nog steeds ligt daar de noodlijdende scheepswerf La Naval, die de Nederlandse baggeraar Van Oord smeekt om toch zijn schip bij de Basken af te bouwen om investeerders te lokken. Op de plaats waar de hoogovens stonden liggen nu de moderne wijken van Barakaldo. Barakaldo is met honderduizend inwoners na de drie provinciehoofdsteden, de grootste plaats van het Baskenland. Y feo de cojones, voegen vrienden die daar wonen er aan toe. Oerlelijk, om hun opmerking iets verzachtender te vertalen. Het opruimen van de industrie en het uit de grond stampen van nieuwe appartementenwijken werd gedaan zonder stedenbouwkundig plan. De trots van Barakaldo is het enorme congres- en expositiecentrum BEC, waar onlangs de uitreiking van de MTV-awards werd gevierd. In de omgeving liggen de grote winkelboulevards van Mega Park en Max Center. Ikea, Decathlon, Leroy Merlin, ToysRUs. In deze winkels doet de huidge generatie van jonge gezinnen die in Barakaldo is neergestreken de boodschappen. Ze werken in Bilbao. Als ze met de metro naar hun werk gaan en bij het metrostation onder het BEC opstappen, zien ze iedere dag hun voorouders in de ogen.  

Het mooiste kerkhof van Spanje

04/11/2018

Een kerkhof met uitzicht op zee heeft altijd iets speciaals. Zielen die wachten om te veranderen in een bootje om naar het hiernamaals te varen. Dat zou ook een verklaring zijn voor de naam van de Costa do Morte, de kust van de dood in Galicië, waar ook de kaap van Finisterre ligt. Daar aan de kust gaat het niet alleen over het einde van de wereld, maar ook over het einde van het leven en het begin van het hiernamaals. Ieder jaar rond de dag van Allerheiligen verschijnt in verschillende Spaanse media de top 10 van mooiste begraafplaatsen. Altijd zijn er wel een paar bij die aan de Cantabrische kust liggen; Luarca, Comillas, of het kerkhof van ons eigen Castro Urdiales. Vreemd genoeg wordt het camposanto van Barro altijd overslagen. Het ligt dan weliswaar niet aan zee, maar wel aan het water. Aan de Ría van Barro, tussen de dorpen Barro en Niembro en niet ver van Llanes, een populaire vakantieplaats in Asturië. Het kerkhof ligt voor de 18e-eeuwse kerk van Nuestra Señora de los Dolores.

Bij de voorbereiding op het schrijven van een reisgids over Asturië en Cantabrië had ik op internet al wat foto´s gezien van het bijzondere kerkhof van Barro. Het was zaterdag, twee dagen na Allerheiligen, een goede dag om het kerkhof ook eens te bezoeken. De begraafplaats was veranderd in een bloemenzee. Geen rouwkransen, maar fleurige boeketten, sommigen in de vorm van een hart. Alsof het geen najaar was, maar voorjaar. De kleine begraafplaats wordt omringd door water, dat zich terugtrekt als eb begint. Vissers laten hun bootjes achter op een drassig stukje land pal naast de muren van het kerkhof. Boven op de muren staan drie pantheons. In één daarvan ligt de rijke indiano Anselmo Martínez Carrera, die zijn fortuin vergaarde in Mexico en de bouw van de kerk financierde. Het kerkhof ligt een tiental treden lager dan de kerk, waardoor je vanaf een soort balkon voor het hoofdportaal van de kerk uitkijkt over de graven. Keurig gerangschikt lijken ze te wachten tot ze aan hun laatste reis over het water kunnen beginnen. Aan de zijkant van de kerk staat een lange muur, waarin de kisten boven elkaar staan. Een manier van begraven die je veel ziet in Spanje, met als beste voorbeeld misschien wel het grote kerkhof van Barcelona dat aan de zeekant van de berg van Montjuic is ingericht. Ook ons kerkhof in Castro Urdiales heeft van zulke ´ladekasten´. Van dit kerkhof zijn de twee foto´s onder deze post. Om even te laten zien dat niet alleen het kerkhof van Barro het mooiste kerkhof van Spanje is. 

Jaarmarkt in Gernika

30/10/2018

Onder de daklijst van een hoog gebouw aan de calle Artekale in Gernika staat in Romeinse cijfers het jaartal 1945. Wij denken dan gelijk aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar de oorlog was voor Gernika al jaren eerder voorbij. Om precies te zijn, op 26 april 1937. Toen werd het stadje met de grond gelijk gemaakt na een langdurig bombardement door het Duitse Condorlegioen. Voor de Duitsers, die de opdracht kregen van Franco, was het een training voor latere bombardementen in de Tweede Wereldoorlog op Warschau en Rotterdam. Het was het eerste bombardement vanuit de lucht om zoveel mogelijk slachtoffers te maken en zo de moraal bij de vijand te breken. Tussen de 30 en 40 ton aan fosfor- en brandbommen werden boven Gernika afgeworpen. Ongeveer 155 mensen kwamen om het leven. In de dagen erna werden kinderen op schepen gezet en naar Engeland gebracht. Veel overlevenden verlieten Gernika om nooit meer terug te komen.

Het bombardement vond plaats op een marktdag, zoals het dat gisteren ook was. En niet zo maar een marktdag. Op de laatste maandag van oktober viert Gernika zijn jaarmarkt. Het hele centrum stond vol met honderden kraampjes, volgestouwd met kaas, bonen, wijn, taarten, tomaten, brood, paprika´s en nog veel meer producten die de bewoners van de boerderijen in de bergen van het Baskenland in Gernika kwamen verkopen. Tot vanuit de Pyreneeën van het Franse Baskenland kwamen ze afdalen naar Gernika. Gisteren viel de verkoop door het slechte weer tegen. Het regende, soms viel er hagel, en het was koud, zo´n negen graden. Het aantal bezoekers schommelde rond de 55.000, terwijl dat er in 2016 nog 140.000 waren. Degenen die wel naar de markt kwamen, trokken zich weinig aan van het slechte weer. Er werd volop geproefd aan de heerlijke kazen, het brood en de pastel vasco. Anoniem schuifelden tussen de bezoekers verschillende koks van restaurants met een Michelinster. Op het plein met het standbeeld van de componist van het lied over de eik van Gernika, José Maria Iparraguirre, zongen de bertzolaris vanaf het podium hun geïmprovieerde liederen. Op hetzelfde podium werd aan het einde van de ochtend de winnaar van de beste schapenkaas bekend gemaakt. Even later werd de kaas bij opbod voor 5607 euro verkocht aan een discotheek in Gernika.

Op het plein bij het gemeentehuis stonden verschillende groepjes bij elkaar met glazen txakoli, de Baskische witte wijn. Aan hetzelfde plein staat ook het Museum van de Vrede. Een documentatiecenrum dat tot in de kleinste details het verhaal over het bombardement in de Spaanse burgeroorlog vertelt. Buiten is nauwelijks nog iets te bespeuren van de tragedie. In de kerk van Santa Maria zijn nog wat inslagen te herkennen en naast de rechtbank is op ware grootte op een tegeltableau het beroemde schilderij van Picasso gekopieërd. Als je er een tijdje naar kijkt, hoor je het gebrom van de vliegtuigen, het gefluit van de afgeworpen bommen, de inslagen, het gegil van de bewoners, de ontreddering, het verdriet. De inwoners van Gernika begonnen al snel na het bombardement aan de wederopbouw van hun stadje. Binnen tien jaar was het grootste gedeelte van de huizen hersteld of was er nieuwbouw voor in de plaats gekomen. De boeren kwamen weer uit de bergen naar de markt. Gernika pakte de draad van het dagelijkse leven weer op. En in dat dagelijkse leven speelt de markt een belangrijke rol. 

 

Het rode goud blinkt niet meer

23/10/2018

Ze konden het zo van het strand opscheppen. Bij iedere schep hoorden ze de kassa rinkelen. Maar die tijd is voorbij. De prijs van de roodalg is behoorlijk gekelderd. Kregen ze eerst nog 2,50 euro voor een kilo gedroogd roodwier, nu brengt dezelfde hoeveelheid amper tachtig cent op. Maar toch blijven ze scheppen aan de Cantabrische kust. De zilte geur dampt van de hopen roodalg af. Caloca heet de roodalg hier aan de Spaanse noordkust. Tot zo´n vijftien jaar geleden was de verkoop van deze alg een aardige bijverdienste, maar niet meer dan dat. Tot de rode smurrie in de mode raakte als bindmiddel. De alg werd populair in de wereld van de gastronomie, de cosmetica en de farmacie. Je kunt de alg terugvinden in levensmiddelen onder de code E-406, zoals mayonaise, kaas, puddingpoeder en bier. De substantie die vrij komt na het koken van de roodalg heet agar-agar, een woord uit het Maleis dat gelei betekent. In de 17e eeuw werd het bij toeval ontdekt toen iemand een soep kookte, waarin roodalg zat. De Nederlandse koopvaarders namen het mee naar Europa. 

De oogst vindt plaats in september en oktober als de zee bij springtij de alg op het strand braakt. De man op de foto boven deze post heeft hier in Castro Urdiales samen met zijn kameraad het monopolie op de handel in coloca. Ze schrapen de alg op grote hopen en voeren het met een tractor af. Dit jaar hadden ze geluk. Door het goede weer konden ze de alg droog aanleveren, waardoor ze een iets hogere prijs zullen krijgen. En dat geldt ook voor hun tientallen collega´s die op andere stranden aan het werk zijn. In de zee voor plaatsen als Comillas en San Vicente de la Barquera gaan tractoren de zee in om de alg uit het water te dreggen. Van nauwelijks bereikbare strandjes wordt de oogst vanaf de kliffen omhoog getakeld. Er wordt hard gewerkt, ondanks de lage prijs die ze krijgen voor dat werk, veroorzaakt door de concurrentie uit Marokko en de Chinezen die een alternatief voor de agar-agar hebben ontwikkeld. 

Binnendringen in de Picos

06/10/2018

Bulnes staat op het bord aan het begin van het dorp. En daaronder villa, dorp. Dat is wel duidelijk als je het stenen pad verder afloopt en een groep huizen ziet aan een klein beekje. Misschien is het erbij gezet voor degenen die denken dat ze al bijna bij de markante oprijzende rots zijn met dezelfde naam. Maar de bergwandelaar die dat denkt, komt bedrogen uit. In het dorp Bulnes staat een wegwijzer met een pijl die naar de berg Bulnes wijst en de tijd die de wandelaar er ongeveer over zal doen; 4,5 uur. Voor degenen die de emblematische rots van afstand willen zien, is het tien minuten wandelen naar een utizichtspunt net buiten het dorp Bulnes, vanwaar de foto boven deze post is genomen.

Bulnes ligt in het nationale park van de Picos de Europa. Sinds 2001 gaat er vanaf Poncebos, aan de noordkant van het park, een kabeltreintje naar toe die de bezoeker in tien minuten naar boven brengt. Het was een omstreden project met een omstreden ritprijs. 17, 61 euro voor een enkele reis, 22, 16 euro voor een retour. Wandelend door de kloof van de rivier de Tejo is het volgens de wegwijzer een uur en een kwartier. Tot de eeuwisseling konden de dorpsbewoners alleen langs dit pad van hun dorp naar de bewoonde wereld en weer terug. Zij zullen met hele andere gevoelens het traject hebben afgelegd dan de wandelaar van vandaag. Binnendringen in de Picos de Europa heeft iets magisch. Opgeslokt worden door grillige rotsformaties en hoogoprijzende bergwanden van kalksteen. Het geruis van een beekje dat opstijgt vanuit een honderd meter diepe kloof. Vale gieren die rond de bergtoppen cirkelen. Het is geen eenvoudig pad. Over de hele lengte stijgt het vierhonderd meter, maar op sommige stukken is het stijgingspercentage 18 procent. Het kalksteen is door al die voeten en hoeven die over het pad zijn gegaan uitgesleten en glad geworden. Voor de sportieve bergwandelaar is de etappe van Poncebos naar Bulnes nog maar het begin van het avontuur Voor velen is het doel van hun expeditie de berg Naranco de Bulnes of Picu Urriellu in de taal van Asturië. Het is een stenen puist met een hoogte van 2519 meter die aan de westkant vijfhonderd meter verticaal oprijst. 

Onze expeditie eindigt op het terras van restaurant El Redondín in Bulnes met een bord witte bonen met venuschelpen en forel als hoofdgerecht. Het afzakkertje drinken we vijfhonderd meter verderop op het terras van bar El Mirador, waar we een fantastisch uitzicht hebben op de kloof waar we doorheen zijn gewandeld. Bar El Mirador ligt in de wijk Bulnes El Castillo. Nu weten we ook waarom aan het begin van het dorp op het bord naast Bulnes ook la Villa stond. Het dorp bestaat uit twee wijken, la Villa en El Castillo. Één dorp, twee wijken, verscholen in het hart van de Picos de Europa.  

Zonnen op de helling

30/09/2018

Merkwaardig. Ons dorp Castro Urdiales is gezegend met twee stranden, maar toch rollen veel mensen hun handdoek uit op het beton van de helling onder de middeleeuwse kapel van Santa Ana. Ze gaan het water in tussen de plezierjachten en vissersboten die in de haven liggen. En als je vraagt waarom ze het doen is het antwoord vaak dat ze niet beter weten. Dat ze hier als kind al kwamen. Dat dit hun plaats is. De stranden zijn voor de stadsmensen uit Bilbao. En daarom is Castro Urdiales een dorp. De vissersplaats mag dan ooit van een koning stadsrechten hebben gekregen, de sfeer in de plaats is die van een dorp. Bilbao is de grote stad op 35 kilometer afstand. Castro Urdiales heeft 35000 inwoners, maar in de zomer verdubbelt dat aantal, als de mensen uit Bilbao intrek nemen in hun vakantie-appartement en er vooral Franse en Spaanse toeristen naar de kustplaats komen. Ieder half uur vertrekt er een bus naar Bilbao en ieder ochtend rijden schoolbussen naar de Baskische stad. Als Athletic de Bilbao speelt, hangt bij de barren de roodwitte vlag buiten, zodat we weten dat we daar de wedstrijd op televisie kunnen zien. Terwijl onze hoofdstad toch Santander is. Maar die stad lijkt veel verder weg dan de 65 kilometer die op het bord net buiten Castro  langs de snelweg staat. Het is een hele onderneming om met de streekbus Santander te bereiken. De kinderen voetballen op de pleintjes in een shirt van Athletic. Niemand wil een speler van Racing Santander zijn. In de vroege middeleeuwen waren Castro Urdiales en Bilbao eigendom van dezelfde heer, Don Diego López de Haro, Heer van Vizcaya. Bij een herindeling in de twintigste eeuw zou Castro Urdiales zijn aangeboden aan de Basken, maar die voelen niets voor de adoptatie van de kleine vissersplaats. De vreedzame invasie van de inwoners van Bilbao, die vooral in de jaren negentig goed op gang kwam, heeft de lokale economie geen windeieren gelegd. Van enige wrijving tussen Cantabriërs en Basken is in Castro niets te merken. Maar de stranden zijn voor de mensen uit de grote stad. Op de helling zonnen de dorpelingen van Castro Urdiales.