Archive for the ‘Spaanse personen’ Category

De passie van de nieuwe politiek

06/03/2016

beso-boca-iglesias-domenech-1456915222695

Het was hét moment van het regeringsdebat dat afgelopen dinsdag werd gehouden in het Spaanse congres. De zoen van Pablo Iglesias, de leider van Podemos, en Xavier Domènech van En Comù Podem, de Catalaanse tak van Podemos. De kus werd vergeleken met die van Brezjnev en Honecker, maar die kus was toch veel passioneler dan wat Iglesias en Domènech lieten zien. Dit was niet meer dan een vluggertje. De omhelzing die aan de zoen vooraf ging, was veel intenser. Maar op politiek vlak klopt de vergelijking wel; ook deze kus was het symbool van socialistisch broederschap. De kus is ook het voorbeeld van de nieuwe frisse wind die door het Spaanse parlement 1456906252_957707_1456950269_noticia_fotogramawaait. Dat is prachtig te zien op de foto boven deze post, waar achter de zoenende politici, de ´oude garde´, de ministers van de conservatieve regeringspartij de PP,  Isabel García Tejerina, Luis de Guindos en Alfonso Alonso bedenkelijk toekijken. Pablo Iglesias, leider van Podemos, de protestpartij, ontstaan uit de 15Mei beweging, het Spaanse Occupy, is de meest opvallende verschijning in het parlement, met zijn spijkerbroek en paardenstaart. Na zijn toespraak in het parlement ging de gebalde vuist omhoog, alsof hij net op Sol de protesterende jongeren met een megafoon had toegesproken.  De sfeer buiten op straat, voorafgaand aan het debat, was die van een Oscar-uitreiking of een voetbalwedstrijd. Tientallen mensen die aan de overkant van de 1456907538_847989_1456940491_noticia_fotogramastraat, tegenover het Congres floten, applaudiseerden en schreeuwden naar de politici die op weg gingen naar de ´arena´. En binnen was de sfeer niet anders. In plaats van op zoek te gaan naar een coalitie om een regering te vormen, werden bruggen weggeslagen, toereikende handen genadeloos afgehakt en emmers vol modder over en weer gegooid.

Spanje beleeft een politieke periode die uniek is in de democratische geschiedenis van het land. Tot de afgelopen verkiezingen was het altijd duidelijk wie er ging regeren. Óf de conservatieve volkspartij, de PP, of de de socialistische partij, de PSOE. En haalden zij geen meerderheid, dan rivera_30964_11zochten ze steun bij de Baskische of Catalaanse nationalisten. Maar nu is het politieke spectrum uitgebreid met de protestpartij Podemos (Wij kunnen) en de liberale partij Cuidadanos, opgericht in Catalonië, maar sinds vorig jaar ook op nationaal vlak vertegenwoordigd. Dat leidde tot een versnippering bij de laatste verkiezingen waarbij het zowel over links als over rechts bijna onmogelijk is om een meerderheid te halen. De PP won de verkiezingen en heeft 123 zetels, maar geen enkele partij wil met de PP samenwerken, zolang leider Rajoy aanblijft. PSOE, Cuidadanos en Podemos willen een regering van de verandering en in die regering hoort de door corruptie geteisterde Rajoy niet thuis. Na de afwijzing van Rajoy om een regering te vormen, wees koning Felipe VI de kanidaat van de socialisten, Pedro Sánchez aan als formateur. De socialisten vonden in de liberale partij Cuidadanos een bondgenoot en er werd een pact getekend. Maar beide partijen hebben niet voldoende zetels, PSOE 90 en Cuidadanos debate40, voor een meerderheid in een parlement met 350 zetels. Cuidadanos probeerde aan de rechterkant de PP bij de coalitie te halen en de PSOE deed hetzelfde aan de linkerkant met Podemos. Maar beide partijen faalden in de twee regeringsdebatten die afgelopen dinsdag en vrijdag plaatsvonden. Morgen gaat de kamervoorzitter de politieke speelbal weer neerleggen bij de koning. Niemand weet wat de koning gaat beslissen. Er is een politieke situatie ontstaan in Spanje die uniek is. Tot 2 mei hebben de partijen de kans om alsnog een coalitie te vormen. Daarna moeten er nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven, die dan op 26 juni zullen plaatsvinden. 

 

Anuncios

De eerste tv-kok van Spanje

15/02/2016

IMG_5532

Ze zijn even ontsnapt uit de keuken en roken nu een peukje achter de bronzen rug van hun grote baas. De jongens en meiden die hier op het muurtje genieten van hun pauze werken in het restaurant van Karlos Arguiñano in Zarautz. Omdat de kok een beroemdheid is in Spanje, is een fotostop bij zijn restaurant een verplicht nummer op een excursie langs de kust bij San Sebastián. In het hoogseizoen is het onmogelijk om voor de deur te stoppen. Het restaurant staat aan het strand en de straat waar het autoverkeer doorheen gaat is erg smal. Maar op een stormachtige dag in februari was het geen probleem. Toen ik het keukenpersoneel voor de deur gezellig zag keuvelen, moest ik gelijk denken aan een commentaar dat ik een dag eerder had gelezen op de site van vipgourmet,  http://karlos-arguinano.vipgourmet.com. Het gaat om de reactie die als kop heeft Nefasto, gevolgd door maar liefst drie uitroeptekens. Nefasto zou je in deze context kunnen vertalen als rampzalig. De schrijver van het commentaar laat geen spaan heel van het restaurant. Eerst krijgt het keukenpersoneel er van langs, omdat hij dat rokend aantreft bij de ingang van het restaurant. Misschien zijn het wel dezelfde medewerkers die hier op de foto staan. Ongepast vond de man. Ik ben het niet met hem eens. Waarom zouden ze bij de IMG_5536achterdeur weggedoken achter de containers met eetresten hun sigaret moeten roken. Het belangrijkste is toch dat ze een heerlijke maaltijd met een welgemeende glimlach op tafel zetten. Maar ook dat was niet hiet geval, vond de man. Als ik zelf op zoek ben naar een restaurant of hotel, lees ik zelden vooraf de reacties die op internet worden geplaatst. Soms zegt het meer over de schrijver dan over hotel of restaurant. Vind het zelf ook moeilijk om iemand een tip te geven voor bijvoorbeeld een restaurant in Bilbao, met het enorme aanbod dat er is. Als je wat meer reacties over het restaurant van Arguiñano opzoekt, vindt je veel lovende woorden. Bovendien is het er relatief goedkoop, zeker voor een restaurant van zo´n beroemde kok. Een menu kost 34,50 euro.

Arguiñano is zelf nauwelijks meer actief in het hotel-restaurant, ingericht in een stijlvol stadspaleis uit het begin van de 20e eeuw. Hij heeft het restaurant dat hij in 1978 opende in handen gegeven van zijn vijf zonen. Arguiñano heeft het waarschijnlijk veel te druk met zijn tv-werk. Hij was een van de eerste tv-koks in Spanje, had zijn eerste programma begin jaren negentig. en speelde bescheiden bijrollen in drie films. Iedere ochtend presenteert hij op de commerciële zender Antena 3 het programma Arguiñano in je keuken.  Inmiddels heeft hij op de buis gezelschap gekregen van een groot deel van zijn gastronomische broeders. Kookcompetities als Masterchef, Topchef of Pesadillas en la Cocina, de Spaanse versie van Herrie in de keuken, zijn populair in Spanje. Arguiñano heeft geen michelinster, zoals bijvoorbeeld zijn collega´s als Arzak en Berasategui in San Sebastián, maar Arguiñano weet zichzelf goed te verkopen. Met zijn joviale karakter en zijn grappen heeft hij niet alleen een trouw kijkerspubliek opgebouwd, maar geniet ook zijn restaurant veel faam. En maakt het helemaal niet uit waar zijn medewerkers hun sigaretje roken. 

 

La Alhóndiga is Centro Azkuna

26/03/2015

posible-portada2--647x400

In tegenstelling tot Nederland wordt in Spanje de burgemeester niet benoemd maar gekozen door het volk. De partij die de gemeenteraadsverkiezingen wint, mag de burgemeester ´leveren´. Zo koos Bilbao in 1999 voor Iñaki Azkuna van de PNV, de Baskische Nationalistische Partij. Azkuna beperkte zich niet tot het doorknippen van lintjes, maar werd het gezicht van Bilbao, met een karakter, waarin iedere inwoner van Bilbao zich kon herkennen. Dan ben je een goede burgemeester. Een burgemeester met uitstraling is tegelijkertijd een ambassadeur en dus een meerwaarde voor zijn stad. Een goed voorbeeld hiervan is de burgemeester van Málaga, Francisco de la Torre, aan wie de stad voor een groot deel de komst van een filiaal van het Centro Pompidou én van het Russisch Staatsmuseum uit Sint Petersburg te danken heeft. Een burgemeester met flair, contacten, charisma kan veel voor zijn of haar stad betekenen. Dit kan niet worden gezegd van de burgemeester van Madrid,  Ana Botella, echtgenote van ex-premier Aznar. Tijdens de presentatie van Madrid als kandidaatstad  voor de Olympische Spelen in 2020 hield ze een genante toespraak in een erbarmelijk slecht Engels. Veel Madrilenen zagen het met plaatsvervangende schaamte aan. Haar uitspraak ´een relaxing cup of café con leche´, is historisch geworden.

Er is ook een lijst met historische uitspraken van Iñaki Azkuna, die je eigenlijk, om ze niet aan kracht te laten verliezen, alleen in het Spaans moet lezen en daarbij de Baskische tongval moet bedenken. Toen Azkuna in januari 2013 werd gekozen tot beste burgemeester van de wereld droeg hij zijn prijs op aan ´todos los alcaldes de España que no tienen ni policía, ni bomberos y que casi tienen que alhondiga01ayudar a parir la vaca.´ (De vrije  vertaling: Azkuna droeg zijn prijs op aan alle burgemeesters van Spanje die geen politiekorps en geen brandweer hebben en die nog net niet een boer te hulp hoeven schieten om het kalf uit een drachtige koe te trekken.) Over het besluit om de winkeltijden niet te verruimen en op zondag de winkels dicht te houden, zei hij: Que los chinos abren sus bazares y luego allí comen, duermen en procrean. (Laat dat over aan de Chinezen die hun bazar openen en daarna daar eten, slapen en nageslacht verwekken). Toen de architect Santiago Calatrava een proces begon tegen de gemeente Bilbao werd hij door Azkuna een ´pesetero del carajo´ genoemd. En toen hij bij een trouwerij hoorde dat de huwelijksreis naar Singapore ging, vroeg hij verbaast aan het bruidspaar waarom ze niet in Bilbao bleven, waar je zo goed kunt eten. Op het politieke vlak nam Azkuna ook geen blad voor de mond. Hoewel hij lid was van de PNV, sprak hij zich openlijk uit tegen onafhankelijkheid van het Baskenland.

In 2003 werd bij Azkuna prostaatkanker geconstateerd. Dat was voor hem geen reden om uit de politiek te stappen. Tot het laatste moment bleef hij de burgemeester van Bilbao en zo goed en kwaad als het ging liet hij zijn gezicht zien. Tot hij vorig jaar op 20 maart overleed. Zijn uitspraken zullen niet snel worden vergeten, maar zijn daden zeker ook niet. Toen Azkuna tot burgemeester werd gekozen, was het Guggenheim al twee jaar open. Azkuna werd de burgemeester van het nieuwe hoofdkantoor van Iberdrola, de glazen wolkenkrabber van César Pelli, het nieuwe voetbalstadion van Athletic en de facelift van La Alhóndiga. Dit culturele centrum draagt sinds vorige week zijn naam; Azkuna Zentroa, of Centro Azkuna.

 

 

 

 

 

Pichichi: hij die veel doelpunten maakt

24/11/2012

Messi is Pichichi, Van Nistelrooy was het ook eens, net als Hugo Sanchez, Di Stefano en Kempes. Maar Pichichi zelf was nooit Pichichi. Pichichi was de bijnaam van Rafael Moreno Aranzadi. Hij die veel doelpunten maakt, zou zijn naam betekenen en met die naam werd hij gedoopt door zijn vriendjes op straat. Pichichi was een van de belangrijkste spelers uit het verre verleden van Athletic de Bilbao. Rafael Moreno speelde tussen 1911 en 1921 voor de club. Dat was in een tijd dat er nog geen landelijke competitie bestond. Vijf keer werd hij kampioen met de club in de regio Noord en vier keer won hij de Copa del Rey. Op de Olympische spelen van Antwerpen in 1920 won hij de zilveren medaille na de overwinning op Nederland. Het werd 1-3 en een van de doelpunten werd gescoord door Pichichi. Hij was de eerste speler die een doelpunt scoorde in San Mamés, bij de opening van het stadion tegen Arenas de Getxo. Op de foto van een schilderij van de Baskische schilder José Arrue boven deze post is Pichichi de vierde speler van rechts. Pichichi speelde als linksbinnen en scoorde in 17 landelijke wedstrijden 10 doelpunten en in de regionale competie was zijn score 68 doelpunten in 72 wedstrijden. Dat waren voldoende doelpunten voor de sportkrant Marca om vanaf het seizoen 1952-1953 de topscorerstrofee naar deze Baskische aanvaller te noemen. Een mooi gebaar naar Pichichi die al op 29-jarige leeftijd overleed, er wordt gezegd aan tyfus, veroorzaakt door het eten van bedorven oesters. Het gebaar van Marca is een mooi voorbeeld van hoe Spanje met zijn helden omgaat. Op de ere-tribune van San Mamés staat een buste van Pichichi. Bij Athletic bestaat nog steeds de traditie dat de aanvoerder van een voetbalclub die voor het eerst in San Mamés speelt, samen met de aanvoerder van de thuisclub een bloemenhulde brengt aan Rafael Moreno Aranzadi, die overigens een neefje was van Miguel de Unamuno, de beroemde schrijver en filosoof.  Op de ranking van Pichichi komen twee Nederlandse spitsen voor. In het seizoen 2002-2003 won Roy Makaay de trofee, nadat hij met Deportivo la Coruña in 38 wedstrijden 29 doelpunten had gescoord. In 2007 won Ruud van Nistelrooy de prijs. Hij maakte voor Real Madrid 25 doelpunten in 37 wedstrijden. De eerste aanvaller die de prijs kreeg overhandigd, was uitgerekend een clubgenoot van Pichichi; Telmo Zarra. Voor de prijs werd ingesteld was Zarra al vijf keer eerder topscorer geweest, waardoor hij met zes trofeeën  de meeste ´Pichichis´ heeft binnen gehaald. De doelpunten die Marca telt, worden niet meegerekend bij de competitie van Europees topscorer. Daar worden de doelpunten geteld die op het scheidsrechtersformulier komen. Want de gegevens van Marca en het arbitrale korps komen niet altijd overeen.  Een paar seizoenen geleden was er onenigheid over een omstreden doelpunt van Cristiano Ronaldo in de wedstrijd tegen Real Sociedad. De Portugees schoot op doel, maar de bal werd van richting veranderd door Pepe en verdween daarna in het doel. De sportkrant Marca schreef het doelpunt op naam van Ronaldo, in het rapport van de scheidsrechter was Pepe de doelpuntenmaker. Een mooie plaats om over zulke details eindeloos te discussiëren is de bar (waarvan ik nooit de naam kan onthouden) in de calle Somera in de oude wijk van Bilbao. Tegenover de bar hangt aan de muur een reusachtige kopie van het schilderij van Arrue, dat in de jaren vijftig werd gemaakt en bij toeval tientallen jaren later ergens boven op een kast werd gevonden.

Spanje is ´not amused´

10/02/2012

Het is een grappig filmpje van het Franse Canal+. Nadal rijdt een benzinestation binnen, koopt in de winkel een flesje water, drinkt dat leeg, plast zijn benzinetank vol en scheurt vervolgens met een snelheid van over de 200 kilometer de weg weer op. In Spanje kunnen ze niet lachen om de guiñols, een variant op Spitting Image, van de Franse zender. De afgelopen dagen is de Spaanse sport het slachtoffer van het Franse humoristische programma, het Nieuws van de Guiñols. In Spanje ligt de insinuatie dat Nadal doping gebruikt extra gevoelig, nu de wielrenner Contador deze week voor dat delict is geschorst. Natuurlijk was dat ook de aanleiding van Canal+ om de Spaanse sport eens flink op de hak te nemen. Na het filmpje van Nadal, bracht het ´Nieuws van de Guiñols´ een dag later beelden van onder andere Gasol, Nadal en Casillas, die met een injectienaald hun handtekening zetten in een manifest als steunbetuiging aan Contador. Het is een nationale zaak geworden in Spanje. De Spaanse ambassadeur in Frankrijk gaat de directeur van Canal+ om een verklaring vragen. In de wandelgangen van het parlement wordt politici om hun mening gevraagd. Sporters, journalisten, iedereen spreekt er schande van. Terwijl het gewoon humor is, zoals ook Toni Nadal, de oom en trainer van Rafael Nadal beaamde. Maar in Spanje denkt men daar anders over. In Frankrijk zijn ze gewoon jaloers, zeggen ze, omdat Spaanse sporters de laatste jaren in veel takken van sport domineren, en dat regelmatig op Frans grondgebied doen, zoals op Roland Garros en in de Tour de France. Aan de andere kant zijn ze het in Frankrijk al jaren beu dat de Spaanse sportfederaties de dopingproblematiek niet serieus nemen en sporters de hand boven het hoofd houden, zelfs als ze internationaal worden geschorst. En dan is er nog de historische vete tussen Spanje en Frankrijk, die door de eeuwen heen verschillende oorlogen hebben uitgevochten. Nadal is op Roland Garros regelmatig uitgefloten door het Franse publiek en nu dus het slachtoffer van een ordinaire burenruzie. Spanje moet de eigen guiñols van het Spaanse Canal+ maar opgraven en naar het front sturen.   

Een stilleven van een smerige wc

20/09/2011

Maar laten we beginnen met het belangrijkste schilderij van Antonio López, hierboven op de foto. Dit is het realistische schilderij van de Gran Via, al zullen degenen die de Gran Via kennen zich afvragen waar alle auto´s zijn die normaal door deze straat razen. Dus zo realistisch is het schilderij ook weer niet. López liet het gezichtsbepalende gebouw van Metropolis aan het begin van de Gran Via buiten het schilderij. Het doek hangt nu in het Thyssen Bornemisza in Madrid. Een kleine twee weken geleden bezocht ik de tentoonstelling, de meest complete van het werk van López, met het idee om daarna een post te wijden aan de expositie. Maar door tijdgebrek was het daar tot vandaag niet van gekomen. De tentoonstelling eindigt op zondag en alle kaarten zijn tot en met de laatste dag uitverkocht. Maar de fans van de schilder krijgen een herkansing in Bilbao. Want de hele collectie verhuist na 25 september van het Thyssen naar het museum van Schone Kunsten in Bilbao, waar de expositie van 6 oktober tot en met 22 januari wordt gehouden. Antonio López was zelf deze week al in Bilbao om studies te maken voor een werk dat Bilbao als thema krijgt. En voor López was er geen betere plaats om het eerste onderzoek te doen dan op het dak van de 165 meter hoge Torre Iberdrola, het hoofdkantoor van de Baskische gasmaatschappij. López zoekt het met zijn schildersezel graag hoog op. In Madrid schilderde hij verschillende wijken van de hoofdstad vanaf hoge gebouwen, zoals vanaf de brandweertoren van Vallecas.   Het schilderij boven deze post maakte hij vanaf het asfalt, maar voor het werk van andere delen van de Gran Via klom hij naar verschillende dakterassen. Het waren vooral die schilderijen waar de Madrilenen bij stil stonden om te kijken of ze gebouwen en straten op het doek herkenden. Maar ook het schilderij van de nieuwe koelkast had veel belangstelling, omdat het voor veel mensen een herkenbaar beeld is. Waarschijnlijk geldt dat niet voor veel bezoekers voor het schilderij  Het Toilet en het Raam, een schilderij van een vies toilet. Het vuil druipt van de tegeltjes af. López moet uren hebben gekeken naar deze viezigheid, maar trok er zijn neus niet voor op om het zo realistisch mogelijk op het doek te brengen.  Nu vergapen de bezoekers zich voor een schilderij van een vieze wc waar ze waarschijnlijk nooit naar binnen zullen gaan.

Heel Spanje houdt de adem in

01/09/2011

 

Terwijl ik de kop boven deze post typ probeer ik me voor te stellen hoe heerlijk rustig het dan hier zou zijn. Even geen geschreeuw meer bij de discussieprogramma´s op televisie, van de mannen in het café of de clubjes vrouwen op straat. Ex-premier Felipe González citeerde vorig jaar in een interview met El País een uitspraak van Manuel Azaña.  Als iedere Spanjaard zou praten over wat hij weet en alleen over wat hij weet, zou er een grote nationale stilte ontstaan, waar we gebruik van zouden kunnen maken om te studeren, zei de president van de Tweede Republiek ooit, wellicht in de jaren van de Spaane burgeroorlog, toen hij met de regering naar Frankrijk vluchtte. Het is een grote waarheid. In discussies gaat het er niet om wie de beste argumenten heeft, maar wie het langst aan het woord is, of het hardste praat. Niemand luistert in deze tertulias naar elkaar. Een politiek discussieprogramma van TVE heet 59 segundos. Langer dan  59 seconden mogen de gasten, politici en journalisten, niet aan het woord zijn. Na 59 seconden verdwijnt de microfoon in de tafel. Nog erger zijn de praatprogramma´s waar de laatste roddels van Spaanse beroemdheden worden doorgenomen. Wie daar het hardste schreeuwt , en dan het liefst met zoveel mogelijk krachttermen in een zin, krijgt daar flink voor betaald.  In Spanje bestaat geen poldermodel. Hier ben je links of rechts, voor de PSOE of de PP, voor Real Madrid of FC Barcelona, lees je El Mundo of El Pais. Als je het in Spanje over verzuiling wilt hebben, kun je het alleen maar hebben over de twee zuilen van Hercules, die keizer Karel V in de 16e eeuw toevoegde aan het wapen van Spanje. En die stonden tegenover elkaar, aan beide kanten van de straat van Gibraltar.  Door de crisis en de bezuinigingsmaatregelen wordt er overal in Spanje harder geschreeuwd dan ooit. Leraren en studenten zijn boos. De voetballers weigerde de eerste competitieronde te spelen. De 15 Mei beweging van de verontwaardigden is nog altijd actief. De vakbonden zullen binnenkort de straat op gaan. De apothekers in La Mancha gaan staken. Een Spanjaard wil het onderste uit de kan en doet geen water bij de wijn. Daar vindt hij zijn wijn ook veel te lekker voor. Die koppigheid werd door Goscinny en Uderzo treffend weergegeven in het boek van Astrix en Obelix in Hispania, waar Pepe, het door de Romeinen ontvoerde zoontje van een Iberisch stamhoofd steeds zijn adem inhield als hij zijn zin niet kreeg. Op de oversteek naar Spanje wilde hij op de boot alleen maar everzwijn eten en in een herberg wilde hij vis. Die Iberische koppigheid zit de Spanjaarden nog steeds in de genen en is een van de weinige karaktertrekken die de de Spanjaarden met elkaar gemeen hebben, of ze nu uit het Baskenland, Catalonië, Extremadura of Valencia komen. De politici van de EU die in 1986 voor het eerst met Spanjaarden om de tafel zaten, worden nog steeds ´s nachts badend in het zweet wakker als ze terugdenken aan de halsstarrigheid van de Spanjaarden die over iedere komma in een rapport urenlang konden dooronderhandelen. Dat zou volgens veel politici in Brussel ook de reden zijn dat de Spanjaarden zoveel miljoenen aan subsidies wisten binnen te slepen. Als een Spanjaard ergens zijn zinnen op heeft gezet, zal hij niet eerder opgeven tot hij zijn zin heeft gekregen. En hij kan daar heel ver in gaan. In sommige gevallen zelfs tot de dood er op volgt als de rabia, letterlijk hondsdolheid, maar ook vertaald als woede, het kookpunt heeft bereikt. Daar wist Azaña alles van.   

Al 41 jaar gastheer in het Escorial

22/04/2011

 

Dit is Donato. In het jaar dat ik werd geboren, leidde hij zijn eerste bezoekers door het Escorial. Het was het jaar 1970. Franco leefde nog, Nederlandse toeristen kwamen nog niet verder dan de Spaanse costa´s, alleen avonturiers wisten in het hart van Castilië het grote kloosterpaleis van koning Filips II, bolwerk van de contrareformatie, te vinden. Inmiddels heeft Donato al heel wat Nederlanders ontmoet. Donato, en ook zijn zoon Carlos, zijn al twaalf jaar mijn gastheren in het Escorial. Donato is het menselijke gezicht van dat grote, kille paleis, gebouwd voor de koning die ons in de 16e eeuw de oorlog verklaarde. Donato praat met een bescheidenheid die de bewoner van het paleis vreemd was. En als de Nederlandse gast na het bezoek van het Escorial anders over Filips II gaat denken, komt dat vooral door de manier waarop Donato over het Escorial en de Spaanse koning vertelt.

Donato is 84 jaar. Hij is niet meer dagelijks in het Escorial te vinden. Hij werkt alleen nog met reisleiders met wie hij al jaren samenwerkt, onder wie ik me gelukkig ook mag rekenen en af en toe springt hij bij als zijn zoon een dubbele afspraak heeft of een groep ontvangt met meer dan dertig personen, de maximale groepsgrootte per gids. Het is een genot om met Donato door het Escorial te wandelen en naar hem te luisteren. Vooral als hij in zijn eigen taal kan praten, want dan blijkt pas hoe enorm veel hij over het Escorial weet, bijzondere anekdotes zonder de verhalen aan te dikken. Het verbaast me iedere keer weer met hoeveel gemak hij de trappen bedwingt naar het pantheon en de bibliotheek. Ik heb Donato nooit gevraagd hoe hij denkt over mensen die klagen dat de pensioensgerechtigde leeftijd misschien wordt verhoogd van 65 naar 67 jaar. Waarschijnlijk zou hij met een diplomatiek antwoord komen. Diplomatie is overigens ook een woord dat Filips II vreemd was.         

Het huis van Sinterklaas

08/12/2010

Nederlandse kinderen, en ook hun ouders, zijn eigenlijk een beetje ondankbaar. Al weken voor zijn verjaardag wordt Sinterklaas onthaald door duizenden ouders met hun kinderen in de haven, zingen alle Nederlandse kinderen hem toe, wordt hij overstelpt met tekeningen en krijgt zijn paard wortels voor een heel jaar, maar als hij de cadeautjes eenmaal heeft uitgedeeld op vijf december en zijn verjaardag eigenlijk nog moet komen, op 6 december is hij echt jarig, wordt de kerstboom al binnengehaald en keert iedereen hem de rug toe, ook mijn nichtjes hoe ze lief ze ook hier op de foto staan. Zal hij al thuis zijn? Er is geen post-Sinterklaasjournaal dat ons op de hoogte houdt van zijn terugreis. Zijn huis staat op de foto boven dit verhaal. Het is de kerk van San Nicolás, laten we de paleiskerk zeggen, waar de goedheiligman woont, want als de Sint echt uit Madrid komt, dan moet hij hier wonen. Ik ga er ook steeds meer in geloven, omdat er in de kerk veel details zijn te ontdekken die met Sinterklaas te maken hebben. Boven het barokke voorportaal prijkt het beeld van de bisschop met in zijn hand het grote boek met alle kindernamen. Het  ‘huisnummer’ van de kerk is 6 en 6 december is de naamdag van de Sint. Vorig jaar stond ik een keer het verhaal over de kerk bij het voorportaal te vertellen, toen er een busje stopte. De bestuurder laadde bloemstukken uit en op dat moment werd de deur van de kerk geopend door een donkere Afrikaanse jongen, die door mijn hele groep direct werd geassocieerd met zwarte Piet.  Een keer daarvoor werd mijn verhaal onderbroken door een politie-agent die op een wit paard voorbij reed. De Sint woont er mooi, in een zijstraatje van de Calle Mayor aan de plaza de San Nicolás, en op een steenworpafstand van de Plaza Mayor en het koninklijk paleis.  Zijn kerk dateert uit 1202 en is daarmee de oudste van Madrid, nadat de kerk van Santa Maria de la Almudena werd afgebroken, en zou zijn gebouwd op de plaats van een islamitisch bouwwerk. Islamitische invloeden komen ook terug in de kleine hoefijzerboogjes in de mudéjartoren. Koning Filips II liet de kerk in de 16e eeuw grondig verbouwen. Juan de Herrera, de hofarchitect die het kloosterpaleis van het Escorial voor Filips II ontwierp, kreeg er zijn laatste rustplaats. Voor de Sint zit zijn werk er weer op. De Spaanse kinderen krijgen hun cadeautjes van de Drie Koningen, los Reyes Magos. Dat is op 6 januari, dus ze moeten nog even geduld hebben.

De Weg van Machado

23/02/2010
Vandaag is het precies 71 jaar geleden dat de Spaanse poëet Antonio Machado naar zijn laatste rustplaats werd gebracht in het kleine kustplaatsje Colllioure in de Franse streek van Languedoc-Roussillon. Een van de grootste Spaanse dichters verstopt in een dorpje dat zich nu verkoopt als badplaats onder de zon en aan zee. Maar toen Machado daar aankwam, scheen de zon niet. Samen met duizenden republikeinen (let op de Spaanse republikeinse vlag op zijn graf op de foto) was Machado in 1939 op de vlucht voor de soldaten van Franco. Met zijn familie vond hij onderdak in het hotel Bougnol-Quintana in Collioure, tegenwoordig gesloten, maar er zijn plannen om het in te richten als museum voor Machado. De kamer waar hij op 22 februari aan een longontsteking overleed, zou nog bijna helemaal intact zijn.
 Nooit heeft Machado de brief gezien, waarin de universiteit van Cambridge hem een baan aanbood bij het rectoraat. Een dag na de begrafenis kwam de brief aan. De brief werd vorige week voor het eerst openbaar gemaakt door de oprichtster van de stichting Antonio Machado de Collioure tijdens de Week van Machado in Baeza.
 
In Nederland is Machado niet eens zo heel bekend. Wij kennen vooral Federico García Lorca, wiens leven opvallende parallellen vertoont met dat van Machado. Beide dichters werden in Andalusië geboren. Machado in Sevilla en Lorca in Fuente Vaqueros, bij Granada. En beiden vonden de dood in de Spaanse burgeroorlog. Lorca werd opgepakt en geëxecuteerd in 1936. Zijn lichaam verdween in een massagraf, waar nu naar wordt gezocht. Als eerbetoon aan Lorca, wijdde Machado een gedicht aan hem, Een Misdaad in Granada.
 
Maar het beroemdste gedicht van Machado is Caminante, vooral bekend bij pelgrims die naar Santiago afreizen. Het gedicht is in Spanje ook heel populair bij huwelijksinzegeningen. Hieronder dat gedicht, met de vertaling en foto’s van een beroemde camino, de Weg naar Santiago.  
 
Caminante, son tus huellas
el camino y nada más;
Caminante, no hay camino,
se hace camino al andar
Al andar se hace el camino,
y al volver la vista atrás
se ve la senda que nunca
se ha de volver a pisar.
Caminante no hay camino
sino estelas en la mar
 
Wandelaar, je sporen
zijn de weg, en zij alleen;
wandelaar, er is geen weg,
de weg ontstaat in het gaan
Gaandeweg ontstaat de weg,
en als je omkijkt
zie je het pad dat nooit meer betreden zal worden.
Wandelaar, er is geen weg,
slechts een kielzog in de zee