Posts Tagged ‘Granada’

Analfabetisme in de flamenco

31/07/2017

Waar gaan de teksten van de zangers bij de flamenco nu eigenlijk over. Jaren stond ik met een mond vol tanden, zoekend naar een antwoord, wetende dat ik dat nooit zou vinden, duikend in een hooiberg zonder speld. Als de vraag kwam, giste je naar een antwoord in de hoop de vraagsteller tevreden te stellen. Het gaat over liefde, over passie, soms over een duif die in een boom zit en opeens weg vliegt. De teksten komen uit de Spaanse versie van het rijmboekje van André Hazes. Met dat antwoord hoef je overigens niet op veel tevreden mensen te rekenen. Natuurlijk probeerden we wel naar de teksten te luisteren. Corazóóóón, kwam heel vaak terug, en amor, maar meestal kwamen we niet veel verder. De andere woorden waren gewoon niet te verstaan. Andalusiers hebben nu eenmaal een zwaar dialect. Als iemand ergens in een Andalusisch dorp wordt geïnterviewd, krijgt hij of zij ondertiteling. Zo wordt de c een s in het Andalusisch, van de j die als g-klank moet worden uitgesproken, maakt de Andalusiër een stomme h-klank. Nada wordt ná, en chico wordt quillo. Bij veel woorden laat de Andalusiër de laatste letters maar gemakshalve weg.

Maar bij de flamenco gaat de verkrachting van de Spaanse taal nog veel verder. Althans dat dacht ik, tot ik eindelijk een paar weken geleden het geheim van de flamenco-zang wist te ontrafelen. Het antwoord zat verstopt in een interview met een flamencodanseres, afgedrukt in de weekendbijlage van de Spaanse krant el País. De vraagsteller haalde een uitspraak van Caballero Bonald aan die ooit zanger Pepe Agujetas had horen zeggen dat  een goede flamenco-zanger analfabeet moet zijn, want wie kan lezen, bederft de uitspraak. Eureka! Dit was het antwoord op al die vragen van al die mensen die ooit met gespitste oren bij een flamenco-optreden hadden gezeten en er maar niet achterkwamen wat er werd gezongen. Overigens vertelde mijn collega en Andalusië deskundige Toine Luksenburg dat Pepe Agujetas in het Nederlands Jozef Spierpijn betekent. Naast de onverstaanbare teksten wordt er door de zogenaamde cantautores vooral geroepen naar de dansers en danseressen. Dale, geef alles, haal alles uit de kast, guapa, schoonheid, dat compliment gaat dan uiteraard uit naar de granadadanseressen, olé, wat de toerist bij de voorstelling voortdurend hinderlijk herhaalt alsof hij in een voetbalstadion zit. Omdat ik wel wist dat in tegenstelling tot de Portugese fado, de flamenco-teksten nauwelijks diepgang hebben, wijs ik mijn gasten erop dat ze zich maar beter kunnen concentreren op de dans en passie van danser en danseres. Eerlijk gezegd weet ik weinig van flamenco, weet ik niet wat het verschil is tussen bulerías of malagueñas. Maar kijkend naar de passie waarmee de dansers en danseressen hun kunsten vertonen en het vuur dat uit hun donkere ogen, zwart als kolen, spat, dan hoor je het verhaal van de oosterse wortels in Andalusié, van het harde leven in de zigeunerwijk van Sacromonte in Granada. Je gaat mee in de trance van de danseres, ook al probeert iemand op de achtergond met onverstaanbare woorden jou uit je oosterse droom te schreeuwen. 

Anuncios

Mooie verhalen over Spanje

01/12/2013

015

Het was een hele eer om in dit rijtje te mogen staan. Volgens het Spaans Verkeersbureau schreven de mensen op deze foto de mooiste verhaaltjes over Spanje op hun blog, de schrijvers hier vergezeld door onder andere de directeur van het Spaans Verkeersbureau, gekleed in vurig rood, Milagros Montes en, voor de kijkers, rechts naast haar, de Spaanse ambassadeur Javier Vallaure de Acha. De winnares staat derde van links, Anneke de Bundel, die met maar liefst vier inzendingen was genomineerd en ook in 2011 de prijs Proef Spanje had gewonnen. Veel verhalen over Barcelona en Andalusië merkte de ambassadeur op en weinig verhalen over het noorden van Spanje, zoals Asturië, waar Vallaure de Acha vandaan komt. De gedachte achter de opmerking van de ambassadeur was vooral dat het noorden van Spanje meer aandacht moet krijgen en meer toeristen moet trekken. Hier ligt een taak weggelegd voor Spaans Bloed dat sinds bijna twee jaar aan de noordkust actief is. En wie weet, mag de auteur dan volgend jaar weer in het rijtje staan, dit jaar overigens als enige mannelijke blogger. Heel even had hij nog de hoop dat hij 009 (3)de prijs, een reis naar de Rioja, misschien in de wacht zou slepen, toen hij op weg naar het hotel Carlton Ambassador de Mauritskade overstak. Niet omdat er een zebrapad lag, maar omdat er van beide kanten geen auto aankwam, a lo tonto, zeggen ze in Spanje. Plotseling stond hij voor het geboortehuis van Louis Couperus, die daar op 10 juni was geboren, op nummer 43, in de tijd van Couperus was het nog huisnummer 11. Tien juni is ook de geboortedatum van deze blogger en zijn leeftijd is 43. Het had een mooi signaal kunnen zijn. In zijn boekenkast staat één boek van Couperus; De Ongelukkige, de roman over Boabdil, de laatste Moorse koning van het Alhambra in Granada. Couperus schreef het in 1915. Ik las het in 1994 op een kamertje op de elfde verdieping in een van de woontorens van het Weverziekenhuis in Heerlen, toen ik daar stage liep bij het Limburgs Dagblad. Het was winter, maar de woorden, of beter gezegd het woordgebruik van Couperus, brachten me een paar avonden achtereen weer terug naar de warmte van de prachtige paleizenstad van het Alhambra. Het besneeuwde landschap van Zuid-Limburg maakte plaats voor het prachtige uitzicht op het Alhambra vanaf de plaza de San Nicolás. Het boek is een hommage aan het Alhambra, zoals het Spaans Verkeersbureau het graag ziet. Maar ja, wéér een verhaal over Andalusië.

Het stationnetje aan de groene weg

16/08/2010

De wagon zal niet meer voor- of achteruit gaan. Op het perron staan geen mensen met koffers, maar ze zitten op het terras. Er stoppen geen treinen meer bij het oude station van Luque, gelegen aan de N432 tussen Córdoba en Granada. Sterker nog, er ligt niet eens meer een spoorlijn. Het station is nu een cafetaria en restaurant en een aangename halte voor de fietsers die over de Via Verde de Aceite gaan, de groene weg van de olijfolie. In Spanje ligt inmiddels een netwerk van meer dan 1700 kilometer van deze groene wegen, verdeeld over 77 routes. De via verdes zijn in de plaats gekomen van oude in ongebruik geraakte spoorlijnen. Het initiatief werd in 1993 genomen door de stichting Spaanse Spoorwegen om de oude spoorlijnen van mijnbouwgebieden, in ongebruik geraakt smalspoor en spoorlijnen die wel werden aangelegd, maar waar vervolgens nooit een trein overheen reed, geschikt te maken voor fietsers, wandelaars, paardrijders, etc. De groene weg van de olijfolie die langs het stationnetje van Luque loopt is 56 kilometer lang en loopt van de rivier Guadajoz naar Navas de Selpillar, de zogenaamde route van de Subbética. Eigenlijk is dit de via verde del Aceite II, want het eerste deel van de route (Aceite I) begint 56 kilometer voor de rivier Guadajoz in de stad Jaén. Je hoeft maar een klein stukje te fietsen en het wordt duidelijk waarom de route de groene weg van de olijfolie heet. Overal langs de weg staan olijfbomen. Het pad loopt door het hart van de olijfoliestreek van Andalusië. Op de website van de stichting Spaanse spoorwegen, www.viaverdes.com, staat meer informatie over de groene wegen in Spanje en ook over de toekomstplannen, want in totaal liggen er in Spanje ongeveer 7600 kilometer verlaten spoorlijnen. Op de site staat niet dat je het stationnetje van Luque in het voor- en najaar beter kunt vermijden rond elf uur in de ochtend en vier uur in de middag. Dan verandert het treinstation in een busstation als alle touringcars er stoppen die van Granada naar Córdoba gaan of vice versa. Grote bewondering voor Nicol en zijn medewerkers die het iedere keer weer lukt om binnen een half uur grote groepen toeristen van een glas jus d´orange of een kop koffie te voorzien en ze ook nog met een blikje olijfolie, handcremes en zeepjes gemaakt van olijfolie en een tas met noga of amandelen weer naar de bus te laten gaan.    

Michelle Obama was here

14/08/2010

 

Deze keer hadden we geluk. Precies een week nadat Michelle Obama, midden op de foto, het Alhambra bezocht, stond dit bezoek ook bij ons op het programma. Het was geloof ik in 2002, toen we vanuit Sevilla onderweg waren naar Granada voor het bezoek aan het Alhambra en ik werd gebeld door onze lokale gids. Dat we zo snel mogelijk moesten komen, want Jacques Chirac kwam langs en het Alhambra zou op slot gaan zodra de Franse president binnen was. We waren de laatste groep die de paleizen van de Nasriden binnen ging. Steeds als we een zaal of patio verlieten, kwam er achter ons aan een dame met een bezem om de boel schoon te vegen en werden de deuren gesloten. Op de daken lagen de scherpschutters al klaar. Het was de tijd dat je met een kaartje nog gewoon het Alhambra binnen kon, zonder dat je aan een tijd was gebonden. Nu worden ieder half uur 300 bezoekers toegelaten. Dat betekent 6600 bezoekers per dag plus 900 bezoekers extra nu het Alhambra ´s avonds/ ´s nachts nog anderhalf uur langer open is. Deze regulering geeft het volgende beeld bij de ingang(en) van het Alhambra. Kijk naar de twee foto´s hieronder. De bovenste foto is genomen bij de ingang waar de kaartjes worden verkocht. De tweede foto is van een kleine tien minuten later bij de ingang van de paleizen. De eerste foto is van 09.10 uur. Toen werd omgeroepen dat er voor die dag nog maar 50 toegangskaarten beschikbaar waren. Je hoeft niet eens te tellen om te zien dat velen die dag het Alhambra niet binnen zouden komen.

22 juni: Mist in het centrum van Sevilla

24/06/2010
Als je de foto zo even snel bekijkt, lijkt het wel of een hardnekkige mist het centrum van Sevilla in zijn greep heeft. Maar nee, het zijn apparaten die de terrassen benevelen, (is er al een officieel woord voor deze machines?) en op die manier voor verkoeling zorgen, ook op de heetste momenten van de dag. Denk niet dat ik snel op zo´n terras zou gaan zitten, dan maar liever binnen. Het voordeel is wel dat je de benevelde, vooral Engelse toeristen met ontbloot lichaam, door de nevel niet meer ziet zitten op de terrassen. De zomer in Spanje lijkt eindelijk te zijn begonnen. In Sevilla gaven de meters op sommige plaatsen om vier uur ´s middags al 42 graden aan. Misschien waren het een paar graadjes minder, maar de gevoelstemperatuur was er wel naar. Toegegeven, het is een droge hitte, niet zo vochtig als in Nederland, waar het met 28 graden al zo benauwd aanvoelt. Maar dan nog, het is maar beter om in de middag binnen te blijven. De toerismeposten in Sevilla geven sinds een paar jaar folders uit aan toeristen met tips om de heetste momenten van de dag niet de  straat op te gaan, veel water te drinken, zoveel mogelijk in de schaduw te blijven en het hoofd bedekken met een hoed. Een mooie sombrero bijvoorbeeld. De naam voor deze hoed komt van sombra, schaduw. Maar het beste is gewoon je aan te passen aan het ritme van de Spanjaard en te genieten van een lange siesta. Maar daar denken de horeca en de winkeliersverenigingen anders over. De handel moet wel doorgaan. Steeds vaker zie je dat winkels ook tussen twee en vijf uur open zijn, een periode die traditioneel door de Spanjaarden werd gebruikt om te eten en een dutje te doen. En dus worden er grote doeken in de winkelstraten opgehangen, zoals op de foto links, genomen in Granada, om voor schaduw te zorgen. Ook handig voor mensen die niet winkelen, maar een culturele wandeling door de stad maken, want ook ons werk gaat gewoon door.  

Zon en sneeuw en mensen

07/05/2010
Ik moet toegeven, de foto van het verlaten skidorp Sol y Nieve, die ik vandaag plaatste op mijn post  was enigszins gemanipuleerd. Het skidorp was  niet zo verlaten als ik op de foto liet zien. Dat  werd  ook gelijk afgestrafd door de krant Granada Hoy, dat een foto toonde van een vol terras in hetzelfde dorp. Maar het skidorp was echt verlaten, tot mijn groep, 43 afgevaardigden van het Catharinagilde uit Kerkrade,  neerstreek op dat ene terras dat wel open was. Maar dat beeld paste niet bij mijn verhaal over het einde van het wintersportseizoen. Twee fotografen op dezelfde plaats. De een wilde verslag doen van een verlaten skidorp, de ander moest een foto maken bij een reportage over het afgelopen winterseizoen. Het blijkt maar weer eens dat je de wereld niet kunt bekijken door de lens van een camera.
 

Zon en Sneeuw

07/05/2010
Een excursie naar de sneeuw. Alsof we de afgelopen winter niet genoeg sneeuw hebben gezien in Nederland. Maar deze sneeuw is toch wel weer bijzonder. Neergedwarreld op de Sierra Nevada, de bergketen ten zuiden van Granada. Pas afgelopen weekeinde werden de skipistes gesloten en niet omdat er niet voldoende sneeuw meer lag, op sommige plaatsen ligt de sneeuw nog acht tot tien meter dik, maar omdat men in Granada de sneeuw inmiddels ook wel beu is, al geldt dat niet voor iedereen.  Bovendien stijgen de temperaturen en lonkt het strand. Dat is ook zo bijzonder aan dit meest zuidelijke skigebied van Europa.  In het voorjaar kun je in je shirt met korte mouwen op het terras zitten en dan iemand met twee skilatten op zijn schouder voorbij zien komen. Vanuit Granada is het ongeveer 40 kilometer naar het skidorp Sol y Nieve.  Maar wij gingen nog hoger, over de oude weg naar de parkeerplaats van La Hoya de la Mora op 2550 meter hoogte. De weg gaat daarna nog door tot bijna 3000 meter, tot net onder de op een na hoogste top van de Sierra Nevada, de Pico de Veleta (3396 meter). Tot 1989, toen de weg werd afgesloten, was het de hoogst begaanbare weg van Europa. De hoogste top van de Sierra Nevada én van het Iberisch Schiereiland is de Mulhacén met 3482 meter. De hoogste punt op Spaans grondgebied is de vulkaan  El Teide op Tenerife (3718 meter hoog). Op de terugweg nog een korte stop in het skidorp gemaakt, maar daar zijn met de sneeuw ook de wintersporters verdwenen. Een café aan het plein, net om de hoek bij de parkeerplaats, was nog geopend. De meeste activiteit kwam nu van het personeel van de klusbedrijven, die het dorp weer gaat opmaken voor het nieuwe seizoen dat in november gaat beginnen. Nu is het de tijd om vanaf de terrassen in het centrum van Granada te genieten van het zicht op de sneeuw op de Sierra Nevada. En vooral vanaf het uitzichtpunt van San Nicolás met het Alhambra op de voogrond.