Archive for the ‘Uncategorized’ Category

De eerste stappen

17/06/2017

We gaan iets proberen, zei Guillermo, de fysio. Hij knikte naar de gelijke brug. Ik parkeerde de rolstoel tussen de twee leggers en wachtte af. Guillermo deed me een tuigje om en met een afstandsbediening takelde hij me uit mijn rolstoel tot een hoogte dat ik met mijn voeten op de grond stond en mijn knieën gebogen bleven. Strek je benen, zei Guillermo. Met mijn armen drukte ik me op de leggers omhoog om mijn benen zoveel mogelijk te ontzien. Na vier maanden hadden mijn beenspieren wel wat aan krachttraining gedaan, maar ik had geen idee of mijn benen het lichaam van inmiddels zo´n honderd kilo konden dragen. Ik voelde me een baby giraffe die zojuist door zijn moeder van ongeveer twee meter hoogte uit de baarmoeder was geworpen. Handen naar voren, rug recht, knieeën gestrekt, kont naar voren, herhaalde Guillermo. Het klonk als een buitenaardse dans. Waar te beginnen. Als ik mijn handen naar voren deed, ging mijn kont naar achteren en de rug wilde zich alleen maar rechten als ik mijn armspieren aanspanden ter hoogte van mijn lichaam en niet voor me. Zo kun je wel lopen, maar lijk je net Groucho Marx of een waterskieër.

Ik was totaal vergeten welke houding ik me ooit aannam voor het ongeluk. Toen was het nog een automatisme. Je stond op uit bed, van de bank of uit een stoel en je stond rechtop. Voila! Maar nu tussen de gelijke brug, ik had geen idee wat te doen. Het automatisme had plaats gemaakt voor een beweging met de moeilijkheidsgraad van een tangocursus. Twee dagen later wist ik het weer. Het geheim zat in de rug. Als ik die kon rechten, nam ik veel druk weg op mijn knieën, die ik niet meer zo geforceerd hoefde te strekken en ik nam behoorlijk wat werk weg bij mijn armspieren. Ik had de juiste houding te pakken. En nu? vroeg ik aan Guillermo. Probeer maar te lopen. Hoe ging dat ook alweer? Gewoon, zoals de meeste mensen dat doen, was zijn lackonieke antwoord. Op het terrein van het hospitaal had ik aandachtig wandelaars geobserveerd, maar wat was hun geheim. Hoe zetten ze hun ene been voor het andere. Guillermo onthulde me het raadsel. Het standbeen moest gestrekt blijven, de handen naar voren en met het andere been kon ik dan een stap zetten. Ik probeerde het, het ging houterig, Armstrong zou waarschijnlijk met zo´n stap op de maan zijn teruggefloten door de NASA, maar toch, ik had een stap gezet. Eerst een met mijn linkervoet, daarna met mijn rechtervoet. Het begin was er. Het ging krampachtig, het kostte veel energie. En het mag ook weer niet teveel energie kosten, want dan zullen de spastische aanvallen toenemen. Maar hoe dan ook,  ik was een nieuwe weg ingeslagen. Een weg, waarop ik straks afscheid mag nemen van het tuigje dat me nu nog opvangt als mijn knieeën onder mijn gewicht bezwijken. Daarna zullen er obstakels opdoemen tussen de gelijke brug. Blokken om overheen te stappen, een zachte mat die mijn evenwicht op de proef zal stellen. En aan het einde van de gelijke brug zullen er twee krukken en een rolator klaar staan, en zal ik ´los´ mogen. En helemaal aan het einde van de weg staat daar de loopband, bijna verscholen in een hoek van de gymzaal als laatste vakje van het ganzenbord, of beter gezegd, levensweg. Er liggen nog veel gevaren op de loer. Zal de motoriek helemaal terugkomen, zal ik er geen zwabberbeen aan overhouden. Maar dat is toekomstmuziek die nu nog heel ver wegklinkt. Eerst was het motto, beetje bij beetje. Nu is het stapje voor stapje en dat klinkt al een stuk hoopgevender. Ik wandel in een tunnel op weg naar het licht.

Dit is de laatste post van het drieluik over mijn ervaringen in het nationale revalidatiecentrum in Toledo. Spaans Bloed gaat toch vooral over reizen, door Spanje, Marokko, Peru, Cuba en Portugal. Deze reis is mijn eigen persoonlijke reis in mijn eigen kleine wereldje.  

 

Een wetenschappelijk Lourdes aan de Taag

10/06/2017

Bijna direct nadat de dokter zich heeft voorgesteld, waarschuwt ze de patient. Het is hier geen Lourdes. Die indruk wordt in de landelijke media regelmatig gewekt, als iemand die al jaren in een rolstoel zit naar Toledo wordt gestuurd en daarna opeens weer kan lopen. En het lijkt ook een wonder als je op je buik op de behandeltafel ligt en je probeert al een paar dagen je voet naar je knieholte te bewegen maar je voet komt nog geen halve centimeter los. En dan op een dag, zonder extra krachtsinspanning ´zweeft´ diezelfde hak opeens richting knieholte. Niet een of twee keer, maar tien keer. Toch een wonder? Maar nee, de ontsteking in het ruggenmerg is waarschijnlijk afgenomen. Het commandocentrum in het hoofd maakt weer contact met de ledematen of de stijfheid of spasticiteit is afgenomen. En zo herstelt het lichaam langzaam. Van een in elkaar gefrommeld hoopje ellende met leeggelopen spierbundels als doorgeprikte balonnen, tot een wederopstanding die zich langzaam maar gestaag voortzet. Maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Er komen patienten binnen die een complete aandoening hebben. Dat wil zeggen dat hun lichaam onder de plaats van hun blessure niet meer zal herstellen. In een enkel geval weet het medische team een doorbraak te forceren, en daardoor geniet het hospital nacional de parapléjicos in Toledo landelijke bekendheid. Vanuit heel Spanje worden patienten naar dit centrum voor dwarslaesies gebracht met helikopter of ambulance. Tot een paar jaar geleden waren het vooral slachtoffers van verkeersongelukken, nu zijn valpartijen in huis de belangrijkste oorzaak. Ook patienten van hernia-operaties die gedeeltelijk zijn mislukt worden naar dit ziekenhuis aan de rand van de Taag gebracht. Het ziekenhuis werd geopend in 1974 in opdracht van de minister van Gezondheidszorg van het Francoregime die uit een naburig dorp kwam. Het prinselijk paar Juan Carlos en Sofia kwam de opening verrichten. Het ziekenhuis ligt op het oude landgoed La Paraleda, de Perengaard, maar perenbomen staan er nauwelijks meer. Voornamelijk amandel- en olijfbomen. In de verte doemt de oude stad op met het vierkante robuuste alcázar dat het aangezicht van het middeleeuwse Toledo domineert. Inmiddels valt het ziekenhuis onder de autonome regio van Castilië en La Mancha. Drie jaar geleden werd het ziekenhuis fors uitgebreid. Er zijn bedden voor 220 patienten, een enorme zaal voor de fysiotherapeuten, er is een kinderafdeling, er zijn psychiaters en psychologen, een intensive care, chirurgen, een afdeling voor kunstmatige inseminatie, etc. In zijn vrije tijd kan de patient tafeltennissen, over het terrein rijden op een handbike, basketball, volleyball of badminton spelen, of op het terras in de tuin of op de steiger aan de Taag bijkomen van alle inspanningen. Een patient met een dwarslaesie of een aandoening aan de rugwervel kan zich geen beter revalidatiecentrum in Spanje  wensen. Maar het is hard werken en het beleid is meedogenloos. Voor mijn aandoening, een ontsteking ter hoogte van de nekwervel, staat een verblijf van zes maanden, zonder dat je de garantie krijgt dat je na die zes maanden helemaal hersteld zal zijn. Je zult dan verder moeten gaan revalideren in of in de buurt van je eigen woonplaats. Patienten die geen vooruitgang meer boeken, wordt meegedeeld dat zij niet langer in het ziekenhuis kunnen blijven. Het hart van het complex is de gymzaal, want daar wordt het herstel echt zichtbaar. Er staan rijen behandeltafels, kooien voor de intensieve krachtoefeningen, waarbij je soms denkt dat het Inquisitie weer terug is in Toledo, gelijke bruggen voor loopoefeningen, hometrainers, en de trots, twee Zwitserse robots, waarin het lichaam weer leert lopen en de patient als hij zijn ogen sluit, zich misschien toch even in Lourdes waant.

Geboorte en wedergeboorte

03/06/2017


Het einde van het onbezorgde, veilige bestaan in de baarmoeder kwam in zicht.  Waarschijnlijk hoorde je regelmatig die zware stem, die zich zorgen maakte over jouw komst en dan vooral over de dag van jouw geboorte  De derde echo gaf hoop. Je lag voor op schema, voor het weekend kon je al weleens in ons midden zijn. Papa had haast, want die zou jouw geboorte weleens kunnen missen. Hij was aan een reis bezig die hij nooit had willen maken. Van Castro Urdiales, via Laredo naar Santander en vervolgens naar Toledo. Niet langs hotels, maar langs ziekenhuizen. Op 1 januari was hij ongelukkig gevallen. Via een hernia in een nekwervel was er een ontsteking in het ruggenmerg geschoten. Hij kon zijn benen niet meer bewegen, hij had nauwelijks nog gevoel in zijn handen. Op 23 februari om 06.00 uur zou hij naar het revalidatiecentrum in Toledo worden gebracht. Hopelijk konden geboorte en wedergeboorte  elkaar  nog even kort in de armen sluiten in het ziekenhuis van Santander.  En uiteindelijk gebeurde dat ook. Op de valreep. Je weg door het geboortekanaal werd een snelweg. De vliezen werden gebroken en daar was je, om 05.20 uur. Veertig minuten voor papa naar Toledo zou worden gebracht, voor het begin van zijn wedergeboorte in het landelijke revalidatiecentrum voor dwarslaesies, waar hij ging proberen om weer te leren lopen.  Op de intensive care in Santander hadden ze hem de eerste dagen gevoed met pakjes yogurt, hij kreeg een luier om en hij werd gewassen. Hij onmoette je op het eerste vakje van Levensweg. Toen jij een paar weken later naar Toledo kwam, spartelde je al aardig met je beentjes, en binnen een jaar zal je waarschijnlijk proberen je omhoog te drukken aan de lage salontafel in de woonkamer en zal je spontaan je eerste stappen gaan zetten. Zo ging dat ook met je broertjes. Met vallen en opstaan. Op een natuurlijke wijze, zoals je ook zult leren praten, misschien ook wel in het Nederlands. Net als het leren van een vreemde taal op latere leeftijd, valt het ook niet mee om opnieuw te leren lopen. Dat ondervindt papa nu zelf ook. We worden allebei gereden. Jij in de kinderwagen, papa in zijn rolstoel. We kijken elkaar aan. Jij met een blik vol vertrouwen, of er jou  met mama en papa in de buurt niets kan overkomen. En papa ziet in jouw grijsblauwe  ogen zijn grootste inspiratiebron.  

Terug naar de Rastro

12/09/2016

img_7644

In augustus was het precies vijftien jaar geleden dat ik in deze straat neerstreek, calle de mira el rio alta. Tenminste, mijn balkon keek uit op deze straat. De ingang van het appartementencomplex lag in een straat om de hoek, in de calle del Bastero, nummer 13, de derde etage, en er was geen lift. Niet dat dat een groot probleem was, zoveel spullen had ik niet bij me. Het appartement was al ingericht en ik deelde het met twee Spaanse jongens en een Zwitsers meisje. Ik kreeg de tip dat er een kamer vrij kwam van een collega. Ik belde ergens in juni met de vraag of ik er dan in augustus kon intrekken. Er werd geen loting of selectie gehouden. Ik had gebeld en dus zou de kamer voor mij zijn, ook al zou ik er pas twee maanden later intrekken. Het appartement lag midden in de Rastro, in de wijk van de antiekmarkt die iedere zondag wordt gehouden. In de wijk wemelt het van de antiekzaakjes. Op zondag zetten de eigenaars veel spullen op straat om kopers te lokken.

Uren bracht ik door op het balkon om te lezen over Spanje, maar ook om naar Spanje te kijken en te luisteren. Ik zal nooit meer vergeten hoe op een dag een meisje vanaf het balkon aan de overkant van de straat aan me vroeg hoe laat het was. Ze was rond de veertien jaar. Ze had een prachtig gezichtje met donkere ogen en lang zwart haar. Ze was ongetwijfeld van Andalusische afkomst, want in de wijk woonde een grote Andalusische gemeenschap. Toen ik haar de tijd vertelde, bedankte ze me met een sierlijk en sensueel handgebaar waarmee Carmen de hele tabaksfabriek in vuur en vlam had kunnen zetten. Vanaf het balkon hoorde ik uitgebreide wedstrijdanalyses van de oude mannen van de antiekwinkels over vooral Atlético Madrid, want dat was de club bij ons in de buurt. Mijn Spaanse huisgenoten heetten Nacho en Pipo, die laatste naam was een bijnaam, zijn eigenlijke naam heb ik volgens mij nooit geweten. De Zwitserse vriendin van Pipo studeerde Kunstgeschiedenis. Nacho zocht in die tijd zijn weg in de wereld van het theater. img_7640Jaren later,  nadat ik al was vertrokken uit de Rastro kwam ik hem tegen tijdens een zapronde langs de Spaanse televisiekanalen. Hij had de rol van conciërge in een humoristische serie. De afgelopen weken speelde hij in een theater om de hoek bij het hotel waar ik dankzij Jeroen Bosch een kleine maand mocht doorbrengen. Na afloop van een van de voorstellingen wachtte ik hem op bij de artiesteningang. Toen hij naar buiten kwam, herkende hij me onmiddellijk. Hij woonde niet meer in hetzelfde appartement. Pipo en Melany waren naar Luxemburg verhuist, vertelde hij me. We zouden elkaar nog wel een keer tegenkomen op de Rastro om een biertje te drinken. De Rastro is na vijftien jaar niets veranderd. Net zo min als de Spaanse gewoonte  om afspraken niet in een agenda vast te leggen, maar spontaan te laten gebeuren. Dus wie weet zal ik Nacho over een jaar of vijftien tegenkomen op de Rastro.

Tips voor een tochtje langs de kust

23/08/2012

Sinds we aan de kust wonen, hebben we in de zomer opeens veel meer vrienden dan in de winter. Dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk. Je kunt ze geen ongelijk geven om in de zomer langs te komen en te genieten van de prachtige Cantabrische kust (en natuurlijk van onze gastvrijheid…). Kan het in een stad weleens gaan vervelen om met familie of vrienden weer hetzelfde traditionele rondje langs de monumenten te lopen, zeker als het ook nog eens je werk is, een tochtje langs de kust bij Bilbao doet dat zeker niet. Dit keer was er familie uit Barcelona over, die we eerst meenamen naar de kerk van San Juan de Gaztelugatxe, gelegen op een rots tussen Bermeo en Bakio. Laat ik gelijk de route er bij vermelden, en echt niet om te voorkomen dat mensen aankloppen om ook met ons dit uitstapje te maken. Vanuit Bilbao neem je de weg naar het vliegveld en dan de BI631 richting Bermeo. Vervolgens neem je de afslag naar Bakio en in deze badplaats volg je de roze borden naar San Juan de Gaztelugatxe. Je kunt de auto parkeren bij een restaurant en daar te voet de afdaling naar de rots beginnen of doorrijden over de kustweg, die overigens doodloopt nu de nieuwe weg klaar is, naar een parkeerplaats en daar over een geasfalteerde weg afdalen. Deze weg is minder steil, maar wel een stuk langer. Als je het pad bij het restaurant naar beneden neemt, sta je binnen een kwartier bij de eerste van 231 traptreden die naar het heiligdom leiden. Van San Juan is het maar een klein stukje over de nieuwe, wat hoger gelegen kustweg BI3151 naar Bermeo, een klein vissersplaatsje, waar het aan de haven op een van de terrasjes heerlijk bijkomen is na de inspanningen. De auto kun je zonder problemen, gratis in de haven parkeren. Bijna direct naast Bermeo ligt aan dezelfde kustweg het nog kleinere vissersplaatsje Mundaka waar de ingang is naar de baai van Urdaibai, een beschermd natuurgebied. Als je vanaf Bermeo de tweede afslag van Mundaka neemt, kom je langs het 60 meter brede strandje van Laidatxu. In 1991 kwam ik hier met vrienden voor het eerst en zoals ik al eerder vertelde, is het de plaats geworden, waar mijn gezonde verslaving aan Spanje begon. Met culturele gasten rijden we vervolgens langs Urdaibai naar Gernika om de beroemde eik en het Casa de Juntas te bekijken. Maar onze jeugdige familie wilden we niet vervelen met een boom. Daarom reden we naar Barikka, een gehucht tussen Plentzia en Sopelana. Je kunt er komen door terug te rijden naar Bakio en daar de kustweg te volgen. Maar dat is een weg met ontelbare, scherpe bochten. Beter is om via Bermeo naar Mungia te rijden en daar de BI2120 te nemen richting Plentzia. Als je Plentzia uitrijdt hou je de borden naar Getxo aan. Net buiten Plentzia ligt Barikka. Op de eerste rotonde die je na Plentzia tegenkomt ga je rechts en zie je gelijk al verschillende terassen. Het terras met het mooiste uitzicht hoort bij de hele jaar door geopende paviljoen El Golfo Norte. Vanaf dat terras kun je de grillige kustlijn volgen tot aan Laredo. Na zonsondergang zie je de lichtjes van de haven van Bilbao en van de plaatsen Muskiz en Castro Urdiales. Maar het mooiste moment is net voor de zon verdwijnt. De foto boven deze post laat het terras zien. De foto hieronder, genomen vanaf het terras, laat het uitzicht zien waarvan we konden genieten. En al genietend vraag je je af, waarom, juist nu in de vakantieperiode, de wegen die ik hier boven heb genoemd niet uitpuilen. De Cantabrische kust blijkt opmerkelijk genoeg voor velen nog een onbekend stukje Spanje. Zelfs mijn SRC biedt vanaf volgend jaar de reis naar het Baskenland niet meer aan omdat er te weinig belangstelling voor bestaat. Misschien moet ik maar eens iets gaan ondernemen.  

De Peruaanse uitdaging

08/04/2011

 

Als we dan toch plagiaat plegen, dan maar gelijk goed en ook de kop overnemen van de column die de Argentijnse journalist Andrés Oppenheimer twee maanden geleden schreef in de Argentijnse krant El Clarín. De verkiezingscampagne in Peru was toen net van start gegaan. Toen, in februari gingen de gematigde centrum-rechtse kandidaten nog aan de leiding in de opinie-peilingen. Alejandro Toledo stond op 28%, gevolgd door Keiko Fujimori (20%), Luis Castañeda (20%), Ollanta Humala (11%) en Pedro Pablo Kuczynski (5%). Nu, twee dagen voor de Peruanen naar de stembus gaan, zijn Keiko en Humala de favorieten, tot grote vrees van de gematigde centrum-rechtse kandidaten die vooral bang zijn voor Humala die ze zien als een handlanger van de Venezolaanse president Chavez. Al trok hij tijdens de verkiezingscampagne snel zijn rode hemd uit, toen hij in de eerste peilingen op 5 procent bleef steken. Zijn meer gematigde houding heeft zijn populariteit doen toenemen. Maar terug naar de column van Oppenheimer, in Lima zag ik overigens in een boekhandel een werk van de journalist met de alleszeggende titel: Basta de Historias, La Obsesion Latinoamericana con el Pasado y la Clave del Futuro, vrij vertaald: Genoeg over de Geschiedenis, De Latijns-Amerikaanse obsessie met het verleden en de Weg naar de Toekomst. Naast een voorbeschouwing op de verkiezingen, gaf Oppenheimer, die ook regelmatig voor El País schrijft,  in het tweede deel van zijn column een goede analyse van de ontwikkeling van Peru op dit moment. Hieronder een vrije vertaling uit een deel van zijn column.  

(..) ”Waarom steunen de Peruanen de centrum-rechtse kandidaten? Vooral omdat de economische situatie de laatste twintig jaar stabiel is en integreert in de wereldeconomie en dat heeft zijn resultaten opgeleverd. Een groot aantal Peruanen is uit de armoede gekropen. Volgens berekeningen van de Wereldbank is in de laatste tien jaar het percentage Peruanen dat onder de armoedegrens leeft gedaald van 54% naar 35%. Maar Peru is er nog niet bovenop. De laatste generatie presidenten die het land heeft geregeerd, verdient krediet omdat ze Peru op de goede weg wisten te houden, maar alleen op economisch gebied. Peru heeft geprofiteerd van de hoge prijzen van verschillende grondstoffen. En op het politieke vlak hebben de kandidaten van de centrum-rechtse partijen geprofiteerd van de populariteit van Keiko Fujimori in de rurale gebieden, waar ze  stemmen bij Humala heeft weggehaald. Maar Peru hangt, zoals de zakenman en schrijver Ben Schneider me vertelde, een nieuwe bedreiging boven het hoofd; die van zelfgenoegzaamheid.  Veel Peruanen vergissen zich door te denken dat het land verder kan groeien en de armoede verder kan terugdringen zonder veranderingen door te voeren in de economie en het onderwijs, vertelde Schneider me. Ik ben het met hem eens. De groei van Peru zal niet langdurig zijn als het land geen maatregelen neemt om het niveau te verbeteren in het onderwijs, technologie en infrastructuur om te kunnen concurreren op de  wereldmarkt. Op de concurrentie-index van 139 landen die het World Economic Forum in januari publiceerde, neemt Peru de 73e plaats in, Chile staat veertig plaatsen hoger. Uit een onderzoek van PISA, een organisatie die onderzoek doet naar de vaardigheden van studenten,  kwam Peru van de 65 landen op de 63e plaats uit. Van de Latijns-Amerikaanse landen die deelnamen, kwam Peru zelfs op de laatste plaats uit. Als het gaat om het inscrhijven van patenten, registreert Peru amper één patent per jaar, ter vergelijking; Zuid-Korea registreert er jaarlijks 8.800. Peru verdient, net als Chile en recent ook Brazilië, krediet door in te zetten op investeringen en een stabiele economie. Maar om definitief af te rekenen met de armoede moet de president die gaat winnen eerst afrekenen met het syndroom van zelfgenoegzaamheid om bovenstaande alarmerende cijfers te verbeteren.”

Vanuit het slaapkamerraam

14/02/2011

Toen ik in 2008 voor het eerst in La Paz was, klom ik gelijk naar het park Killi Killi, gelegen op een heuvel in de stad, vanwaar het uitzicht fantastisch is.  Alleen daar, en langs de weg als je de stad nadert, krijg je een idee van de stad. La Paz is een enorm mierennest in een ravijn, omringd door bergen volgebouwd met huizen, waarin mensen wonen die iedere ochtend naar beneden komen om naar de winkel, school of het werk te gaan. Van boven hoor je het getoeter van de auto´s, zie je het gekrioel in het onmogelijke verkeer, de kraampjes die de trottoirs vullen, waardoor de voetganger zijn leven in de waagschaal moet stellen op de straat, waar de combi´s langsrazen. Daar helpt geen enkele als zebra verklede verkeersbrigadier aan. Als je een paar uur beneden in de stad bent, verlang je snel terug naar het park. Terug in La Paz zie ik het allemaal vanaf mijn kamer op de negende verdieping van hotel Presidente, een groot gifgroen vijfsterrenhotel midden in het centrum. De lelijke kleur groen valt gelijk op vanaf het uitzichtspunt. Maar aan de binnenkant heeft het hotel zeker charme. Tijdens mijn eerste verblijf in La Paz sliep ik nog voor 70 bolivianos (ongeveer 7 euro) in het kleine hostal Copacabana, in de calle Illampu, net achter de heksenmarkt, waar ook het bijzondere Cocamuseum is. Toen was ik zelf op reis en moest het allemaal wat goedkoper, maar nu ben ik reisleider in La Paz en lag de sleutel van kamer 908 voor mij klaar en heb ik nu een king-size bed, een jacuzzi en een fantastisch uitzicht op de lichtjes die schitteren vanaf de bergen rond de stad. Een reisleider heeft het zo slecht nog niet, wordt er dan gezegd. Maar in zo´n enorme kamer kun je ook heel eenzaam zijn, en zeker op Valentijnsdag…

El rey es sexi y el papa usa pirsin

03/01/2011

De grote taalkundige Nebrija zei het al in de vijftiende eeuw; laten we het ons niet te moeilijk maken en de woorden opschrijven zoals we ze uitspreken. Mocht in Spanje ooit het Groot Nationaal Dictee worden gehouden, dan zou de score best goed kunnen uitpakken. Spanjaarden hebben nog wel moeite om een b te schrijven als het een v moet zijn en andersom. Dat is wel te begrijpen, want de v wordt ook als een b uitgesproken. Maar veel lastiger maakt de Spaanse taal het niet, onder andere dankzij Nebrija, de man die in 1492 de regels voor de grammatica opstelde en drie later de auteur was van het eerste woordenboek van de Spaanse taal. Dankzij Nebrija waren mijn cijfers voor dictee altijd wel in orde, maar ook dankzij mevrouw Wassens, mijn lerares op de meao in Utrecht, die zo duidelijk articuleerde dat bij woorden als ciudad of dirección het speeksel ons om de oren vloog.

Het nieuwe woordenboek van de Spelling telt bijna 800 bladzijden, vier keer zoveel als zijn voorganger die in 1999 verscheen. Achthonderd bladzijden om uit te  leggen dat de spelling verder is vereenvoudigd. De theorie van Nebrija komt vooral terug in de woorden die uit het Engels zijn overgenomen; het is nu de sexi mánayer met de pirsin die voor de mítin de cáterin gaat verzorgen. Het WK voetbal wordt in 2022 in Catar gehouden en niet in Qatar. De ch en ll worden niet langer als letters gezien en verdwijnen uit het alfabet, dat nu 27 letters gaat tellen. De koning en de paus raken hun hoofdletter kwijt, terwijl Roodkapje wel een hoofdletter krijgt. De taalkundigen wilden de i griega vervangen door de ye, om misverstanden te voorkomen, de y kun je in het Spaans uitspreken als i en ye (la vaca y la oveja en yo ya soy viejo). In Latijns-Amerika kennen ze de ye al, maar de Spanjaarden wisten deze wijziging tegen te houden, terwijl het uitgangspunt juist was om zoveel mogelijk overeenstemming te bereiken tussen Spanje en de Spaanstalige landen aan de andere kant van de oceaan. Maar dat de taalgebieden nog ver uit elkaar liggen, merk ik hier in Peru dagelijks. De eerste keer dat mijn vriendin mij voorstelde om een huevo sancochado te maken, schrok ik toch wel even. Over welke huevo had ze het, en wat betekende sancochar. Gelukkig wilde ze gewoon een gekookt eitje bij het ontbijt.  

Carme Chacón for president!

20/10/2010

Velen in Nederland zullen zich afvragen wie ze is. Vandaar eerst maar de foto, die twee jaar geleden de hele wereld over ging, toen Chacón als kersverse minister van Defensie de militaire parade afnam. Ze was toen zeven maanden zwanger. Ze was de eerste vrouw op die post en ook de eerste vrouwelijke minister die tijdens de zwangerschap een ministerpost aanvaardde. Om in militaire termen te blijven, deze jonge vrouw, 39 is ze, kan weleens het belangrijkste wapen worden van de PSOE om te voorkomen dat de PP van Rajoy de  verkiezingen gaat winnen. Deze zijn pas over twee jaar, maar houden de gemoederen nu al bezig. Gisteren werd in Spanje gedebateerd over de begroting voor het komende jaar. Premier Zapatero overleefde het debat dankzij de steun van de Baskische en Canarische nationalisten. Vandaag maakte Zapatero een flink aantal hervormingen in zijn regering bekend. Een aantal socialistische baronnen, Barreda van Castilië y La Mancha, en Tomás Gomez, die werd geboren in Enschede, maar dit terzijde, willen dat Zapatero nu al bekend maakt of hij over twee jaar zich weer kandidaat stelt, waarbij ze hopen dat hij dat niet doet. Zapatero is opgebrand, vinden ze, na alle kritiek die de premier over zich heen heeft gekregen nu het economisch zo slecht gaat met Spanje. En net als bij voetbal heeft iedereen een mening. Dus wil ik nu voorspellen dat Chacón de nieuwe leider van de socialistische partij wordt. Omdat ik de eerste wil zijn die dat openlijk zegt en met niet zo heel veel lezers en geen journalistieke verantwoordelijkheid kan ik dat ook wel doen. Maar er zijn ook wel argumenten. Chacón symboliseert een nieuwe generatie politici, is progressief, jong en gematigd nationalistisch, ze is gedeputeerde voor Barcelona. Ze is het gezicht van het moderne Spanje. In een interview met El Pais zei ze dat ze nog nooit een stierengevecht had bezocht. Het is een profiel waarin veel socialisten zich kunnen vinden.

Bovendien heeft ze de steun van Zapatero. Drie jaar geleden mocht ze, toen nog als minister van Huisvesting, op de trappen van Moncloa naast de premier een nieuw plan presenteren. Dat is niet gebruikelijk en werd uitgelegd als een compliment voor het werk van de minister. Zoals het met een dikke buik paraderen voor het leger langs ook een grote symbolische waarde had.

Ajax tegen de club van 450 miljoen

16/09/2010

Het verschil tussen Ajax en Real Madrid werd een paar dagen voor de wedstrijd al duidelijk, toen de steenrijke president van Real Madrid, Florentino Pérez de cijfers van de club presenteerde. Real Madrid had in het vorige seizoen een winst behaald van bijna 24 miljoen euro, de inkomsten bedroegen 442 miljoen en voor volgend seizoen gaat de club uit van 450 miljoen aan inkomsten en 19 miljoen aan winst. Er staat nog wel een schuld van 245 miljoen, maar zolang de president met zijn inmense kapitaal daar garant voor staat, is er niets aan de hand. Pérez is de cijferkoning van Real Madrid, al werden door sommige bestuurders wel wat vragen gesteld bij de voetbalkennis van de president. Real Madrid staat al twee jaar droog, dus langzaam wordt iedereen nerveus. De wedstrijd tegen Ajax kwam net op tijd, al gaven veel Madrilenen na afloop ook wel toe dat Ajax niet meer het Ajax van vroeger is. De naam roept veel historie op, maar in de realiteit was het eigenlijk alleen Stekelenburg die respect afdwong. Ook de supporters die zich ´s middags op de puerta de Sol verzamelden werden wat meewarig nagekeken door de Madrilenen. Ze hingen wat rond een fontein, schoten plastic ballen in de lucht, die uiteindelijk door de lokale politie werden afgepakt, en zochten de schaduw op van het terras. Het leek wel of niemand echt in een goed resultaat geloofde tegen de Koninklijke met al die sterspelers. De sfeer was heel anders dan nog geen maand geleden toen Ajax de beslissende wedstrijd tegen Dinamo Kiev speelde. Het Rembrandtsplein deed toen op de middag van de wedstrijd weer een klein beetje denken aan de heroïsche Europacupmiddagen in de jaren negentig en in de metro naar de Arena was het weer een ouderwetse dolle boel. Toen ging het om kwalificatie voor de Champions League, voor het Ajax-bestuur vooral belangrijk om wat meer geld in kas te krijgen. Maar op het miljoenenbal blijft Florentino Pérez de koning.