Archive for the ‘Reizen door Spanje’ Category

De droom van Toledo

16/11/2019

In een van mijn allereerste post, begin 2010, schreef ik over het plan van Toledo om de Taag te overspannen met kabelbanen en terassen aan te leggen op de oevers. Kortom, weg mooi uitzicht op de stad. Gelukkig kwam er van het plan weinig terecht en bedacht Toledo een veel beter idee; samenwerking met het Franse themapark Puy du Fou. Achter de heuvels op tien kilometer afstand van de stad wordt nu gewerkt aan een groot park dat in het teken komt te staan van de Spaanse geschiedenis. De Fransen hadden geen betere plaats  kunnen uitkiezen. Toledo is de verpersoonlijking van het verleden van Spanje. Romeinen, visigoten, moren en christenen lieten er een rijke erfenis achter. Hoewel het park pas in 2021 zal openen, heeft Puy du Fou nu al zijn naam gevestigd. Tussen het weekeinde van eind augustus en eind oktober werd een spektakel opgevoerd, waarover in Toledo nog steeds wordt nagepraat. Na de eerste voorstelling waren binnen een week alle kaarten voor de overige optredens uitverkocht. Terwijl er in het openluchttheater toch plaats was voor vierduizend toeschouwers. Het decor besloeg een oppervlakte van 5 hectare, ingevuld met belangrijke monumenten van Toledo zoals de brug van San Martin, de oude moskee van Cristo de la Luz en de kerk van San Juan de los Reyes. Op de voorgrond stroomde de Taag. Meer dan 185 acteurs met paarden en afwisselend gekleed in 1200 verschillende kostuums vertolkten 1500 jaar geschiedenis van Toledo en Spanje. Een geweldige lichtshow, een waterspektakel en vuurwerk gaven de voorstelling een indrukwekkende ambiance. Het verhaal wordt verteld door een oude waterventer aan het jonge meisje Maria. Het schouwspel begint met het Concilië van Toledo als de visigoten het christelijk geloof aannemen. Geschiedenis wordt afgewisseld met legendes over Toledo. Lichteffecten brengen de stad in moorse sferen. Moorse vrouwen dansen tot hun enkels in het water van de Taag en als de christenen de stad in hebben genomen, schieten lichtstralen als gotische bogen omhoog uit het water die de bouw van de kathedraal voorstellen. Even later rijst uit hetzelfde water een karveel met Columbus op. De voorstelling verveelt geen moment. De stad staat in brand met de komst van Napoleon en de Burgeroorlog wordt uitgelegd als een broedermoord. De eerste trein komt de brug van San Martin op rijden en in de sixties wordt gedanst op de oever van de Taag. El sueño de Toledo heet de voorstelling. De droom van Toledo. Wij hebben ook een droom in Toledo, maar die durven wij nog met niemand te delen.

In de vallei van Valdeón

09/01/2019

Posada de Valdeón ligt aan de zuidkant van de Picos de Europa in de vallei van Valdeón en wordt omringd door plaatsen als Soto de Valdeón, Caldevilla de Valdeón, Cordiñanes de Valdeón, Los Llanos de Valdeón, Prada de Valdeón, Santa Marina de Valdeón en Caín de Valdeón. Deze laatste plaats is vooral bekend omdat daar het start-of eindpunt ligt van de Ruta de Cares, een wandelroute door een kloof langs het riviertje de Cares in het hart van de Picos de Europa, al uitgebreid beschreven in een andere post. Ooit moet iemand uit deze vallei zijn koffers hebben gepakt en de Atlantische oceaan zijn overgestoken. Generaties later werd op de flanken van de Andes een meisje geboren dat jaren later op de foto boven deze post posseert onder het bord met daarop haar achternaam. Alleen begint haar achternaam met de letter b. In de geschiedenis van de Spaanse letterkunde heeft regelmatig een strijd gewoed over de vraag wanneer een b of v moet worden gebruikt.  Zo heette de hoofdstad van Cuba ooit La Habana en hebben we het nu over Havana. Veel Spanjaarden weten vaak ook niet wanneer ze een b of een v moeten schrijven. Het is ook lastig omdat de v als een b wordt uitgesproken. Nederlanders die deze regel niet kennen, gaan er vaak de mist mee in als ze vino willen bestellen en dan geen wijn krijgen, maar sherry, dat fino is.

Maar goed ,dat is een ander, lang en ingewikkeld verhaal.  De foto is genomen bij de ingang van het dorp. Op de achtergrond heeft de ondergaande zon de bergwanden van LLambrión oranje gekleurd. Posada was uitgestorven aan het begin van het nieuwe jaar op een winterdag met temperaturen die bij het voorjaar horen. Veertien graden op een hoogte van 927 meter. Alleen ´s nachts daalde het kwik tot onder het vriespunt en hingen er ´s ochtends ijspegels aan de regenpijpen en lag er rijp op de velden. Bijna alle hotels en b&b´s waren gesloten. Alleen Amador had zijn pension Begoña opengehouden. Maar om nog even iets te drinken voor het eten moesten we naar Soto de Valdeón, een dorp op een kilometer afstand. Daar is bar el Pilo de enige bar in de omtrek waar in de wintermaanden het licht brandt en rook uit de schoorsteen komt. Voor de grap vroegen we aan de waardin of zij misschien iemand kende die ooit naar Latijns-Amerika was geëmigreerd. Een man aan de bar ving de vraag op en vertelde dat in Riaño de achternaam Valdeón veel voorkomt. Maar in Riaño moet je letterlijk naar sporen vissen. Dit plaatsje werd in 1987 bij de aanleg van een stuwmeer onder water gezet. Het had zo mooi kunnen zijn. Een ontmoeting tussen de Oude en Nieuwe Wereld. Of beter gezegd, de verpersoonlijking van de Oude en Nieuwe Wereld.

Spaanse brieven uit Haarlem

26/10/2018

Daar staan we dan. Voor de deur van het militair museum in Valencia. Met twee boeken voor de directeur van het museum. Maar de deur blijft gesloten. Net als bij de sociëteit van gepensioneerde parachutisten, waar we ook al hadden aangebeld. Een deur verderop werd wel open gedaan. Een zwaarbewapende soldaat luisterde ons relaas aan. Dat we twee boeken hadden voor de directeur van het museum. Twee bewijsexemplaren voor het mogen gebruiken van een schilderij van het Beleg van Haarlem dat in het museum hangt. De soldaat liep weg om daarna terug te komen met een hogere officier. Hij mocht geen pakketjes in ontvangst nemen. Dat was verboden. We moesten onze missie aborteren.

Bij een bezoek aan het Escorial gaat het uiteraard al snel over de Tachtigjarige Oorlog. Het kloosterpaleis van Philips II is voor ons Nederlanders het hol van de leeuw. Begin september vertelde iemand tijdens het bezoek dat er binnenkort een boek zou uitkomen met daarin vertaalde brieven die Spaanse soldaten die vochten bij Haarlem naar hun vaderland hadden gestuurd. En oh toeval, nog geen maand later, schud ik bij een reis door het oosten van Spanje de schrijfster van dit boek, Barbara van der Kooij, (opnieuw) de hand. Zij staat op de foto voor de gesloten deur van het museum. 

Het is dit jaar 450 jaar geleden dat de Tachtigjarige Oorlog uitbrak. Het Rijksmuseum viert dat met een expositie en daaraan is ook een serie documentaires op televisie gekoppeld. Ook het boek van Barbara van der Kooij staat in het teken van de oorlog tussen de Nederlanders en de Spanjaarden. Nederland wil de expositie aangrijpen om het beeld dat wij hebben van de Spanjaarden in die tijd, met de hertog van Alva voorop, wat te nuanceren. Wat wij als kinderen op de lagere school leerden over de Spanjaarden was niet helemaal terecht. Het eerste jaartal dat ik uit mijn hoofd kende, was overigens het sterfjaar van Philips II. 1598, dat was ook ons telefoonnummer. De punderingen, de verkrachtingen, de wreedheid van de Spanjaarden, wordt de Zwarte Legende genoemd. Nu wordt de nadruk erop gelegd dat Philips II de rechtmatige gezagshebber was over de Lage Landen en dat wij Nederlanders opstandelingen waren.

Als dit een gebaar is naar Spanje, is het een overbodige geste. De Spanjaarden hebben het nooit over de Tachtigjarige Oorlog. Voor hen is de  Zwarte Legende de bugeroorlog en de lange periode van de dictatuur met Franco. En als ze dieper graven in de geschiedenis, zullen ze zich episoden herinneren uit hun eigen streek. Voor de inwoners van Zaragoza is dat bijvoorbeeld het beleg tijdens de strijd tegen Napoleon. De Spanjaarden zijn trots op de monumenten in hun streek; kathedralen, Moorse burchten, Romeinse tempels, kloosters, etc.  Het verhaal dat er achter schuilt, kennen ze vaak niet eens. De grootste vijand in de geschiedenis van Spanje is altijd Frankrijk geweest. Slechts een keer voelde ik het vijandschap van een Spanjaard tegen mijn vaderland. Dat was in de kathedraal van Las Palmas de Gran Canaria toen ik werd aangesproken door een priester omdat ik een vertrek binnen was gestapt dat voor het publiek niet toegankelijk was. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en toen hij Nederland hoorde, schudde hij het hoofd. Even dacht ik dat hij aan mijn landgenoot Pieter van der Does moest denken, de piraat die Las Palmas plunderde en ook de kerkklokken van de kathedraal meenam. Maar nee, hij mompelde bijna onverstaanbaar de woorden euthanasie, abortus en homohuwelijk. No está bien, no está bien. 

Het rommelt in de Vallei

17/09/2018

Een kleine oranje pion verspert de oprit voor de bus. Bij de andere ingang staan vier auto´s te wachten. De man bij de kassa controleert nauwkeurig alle paspoorten. Alleen gepensioneerden krijgen korting. Klokslag tien uur zal de pion worden weggehaald. Het is een dag als alle andere. Het vertrouwde beeld bij de ingang naar de Vallei van de Gevallenen. Niets duidt erop dat op een afstand van een kilometer of vijftig in het Spaanse parlement zal worden beslist of het lichaam van Franco wordt weggehaald uit de Vallei. Geen journalist heeft de moeite genomen om bij de Vallei de sfeer te komen proeven. Eenmaal binnen in de basiliek valt toch een verschil op met eerdere bezoeken. Op het graf van Franco liggen meer bloemstukken dan ooit. Meestal lag er alleen het boeketje van de stichting Fransisco Franco Maar de afgelopen weken zijn veel mensen naar de vallei gekomen om de dictator een hart onder de riem te steken. Het aantal bezoekers in augustus steeg met 76% in vergelijking met dezelfde maand in 2017. Ruim 60.000 bezoekers kwamen naar de Valle de los Caídos. Het is hetzelfde verhaal als op Cuba. Toen het minder ging met Fidel Castro kwamen er meer toeristen naar Cuba. Iedereen wilde nog het Cuba van Castro meemaken voor de oldtimers uit het straatbeeld zouden verdwijnen en voor de eerste McDonald´s zouden neerstrijken op het eiland. 

Het is een van de belangrijkste beslissingen van de socialistische partij die in juni aan de macht kwam na de rechtconservatieve regering van de PP met een motie van wantrouwen naar huis te hebben gestuurd. Al in 2004 kwamen de socialisten, toen nog onder leiding van Zapatero, met een Wet op de Herinnering van de Burgeroorlog en de dictatuur. In dat jaar werden overal de ruiterstandbeelden van Franco uit parken en van pleinen getakeld. Straatnamen die een eerbetoon waren aan Franco of andere generaals die aan zijn zijde vochten, moesten verdwijnen. Maar het lukte Zapatero niet om Franco uit de Vallei te halen. De PP liet vervolgens Franco met rust. Sterker nog, een dag voor de motie van wantrouwen, keurde de minister van Justitie het goed dat de kleindochter van Franco, na de dood van haar moeder in december, de titel mag dragen van hertogin van Franco. Het was koning Juan Carlos die vlak na de dood van de dictator de adelijke titel aan de familie schonk.

Al van ver valt in de bergen het 150 meter hoge kruis op als je Madrid verlaat over de snelweg de A6. Onder het kruis is door ongeveer 2000 republikeinse krijgsgevangenen een tunnelkerk met een lengte van 262 meter uitgehakt. Onder de enorme koepel en achter het hoofdaltaar is het graf van Franco. Voor het hoofdaltaar ligt José Antonio Primo de Rivera begraven. Hij was de oprichter van de Falange, de extreemrechtse groepering die aan de zijde van Franco vocht. In een lange galerij aan de rechterkant van de basiliek die niet toegankelijk is, zijn de graven van ongeveer 30000 soldaten. In eerste instantie zouden alleen soldaten van Franco hier worden begraven, maar toen de nationalisten de nissen niet gevuld kregen, werden ook republikeinse slachtoffers naar de Vallei gebacht. Voor de basiliek ligt een enorm plein, waar Franco ieder jaar met een massale bijeenkomst de overwinning van de oorlog wilde vieren. Maar toen na achttien jaar het hele complex was voltooid, werd besloten, dat de Vallei een plaats van verzoening moest worden. Dat de Vallei van  de Gevallenen dat inderdaad is, vindt vooral de Kerk en de familie van Franco. Ook premier Sanchez liet zich in eerste instantie in die bewoordingen uit, maar hij veranderde van mening nadat een aantal voorname historici had geuit dat van verzoening in de Vallei geen sprake kan zijn. De Vallei moet een openbaar kerkhof worden, stelt Sanchez nu. Tegenstanders vinden dat er nooit van verzoening kan worden gesproken zolang Franco daar ligt. Het was overigens niet de wens van Franco om hier te worden begraven. Hij sneuvelde niet in de Burgeroorlog en hoort hier dus niet bij de gevallenen. Veel naberstaanden van republikeinse slachtoffers willen het lichaam van hun familielid weghalen uit de Vallei en een eervolle laatste rustplaats geven. Daarbij krijgen ze nauwelijks medewerking van de prior van het klooster dat aan de achterkant van de basiliek is gevestigd. De Vallei van de Gevallenen is een omstreden monument dat veel stof doet opwaaien. Een voorbeeld van het feit dat het voor Spanje moeilijk is om een van de meest zwarte bladzijden uit de geschiedenis om te slaan. Al valt dat niet op als je om je heen kijkt op het plein voor de basiliek. De Spaanse toeristen bezoeken het monument, zoals ze naar het Prado of de Sagrada Familia gaan. Voor hen is de Vallei een toeristische attractie. En niet meer dan dat.

 

Teruel bestaat, en zijn vliegveld ook

30/05/2018

Deze foto is genomen vanaf de weg tussen Teruel en het kleine bergdorpje Albarracín. Toen we vier jaar geleden voor het eerst de vliegtuigen tussen de graanakkers zagen, keken we onze ogen uit. Had nu ook Teruel een vliegveld. Teruel, gelegen in het oosten van Spanje, is met 33000 inwoners de kleinste Spaanse provinciehoofdstad. De stad moest zich jaren geleden letterlijk op de Spaanse landkaart schreeuwen met de leuze Teruel existe!!, Teruel bestaat. Want het leek of de bestuurders van Madrid dat niet wisten. Teruel was de enige provincieplaats die niet aan een snelweg lag. Door dat isolement kwam er ook nauwelijks internationaal toerisme om van de prachtige mudéjartorens en de heerlijke jamón blanco te genieten, of om het verhaal te horen van de Spaanse Romeo en Julia, los amantes de Teruel, die in de kerk van San Pedro liggen begraven. Europese subsidies gingen aan Teruel voorbij en geen enkele politicus uit Madrid kwam campagne voeren in Teruel. De stad had een laag werkeloosheidscijfer, want wie geen werk had vertrok. Het inkomen lag boven het gemiddelde in Spanje, maar dat kwam door de pensioenen. En bij het uitdelen van subsidies werden de berekeningen gemaakt op basis van de inkomsten van de hele autonome regio en daar had Teruel de pech dat het in de welvarende regio van Aragón ligt met Zaragoza als de rijke hoofdstad. 

Maar inmiddels ligt Teruel aan de snelweg A23 die Valéncia met Zaragoza verbindt en heeft de stad sinds 2013 een vliegveld. Maar er was iets vreemds aan de luchthaven, viel ons op, toen we er de eerste keer langs reden. We zagen geen verkeerstoren en geen terminal. Er was alleen een hangar en de vliegtuigen stonden wel erg dicht op elkaar. Op sommige vliegtuigen ontbraken de kleuren en de naam van de luchtvaartmaatschappij. Maar wat wij zagen en waarvan wij dachten dat dit weer zo´n spookvliegveld was, zoals er wel meer in Spanje zijn aangelegd de laatste jaren, bleek een heel groot succes te zijn. Teruel heeft de grootste parkeerplaats voor vliegtuigen van Europa. Hier wachten vliegtuigen op een koper, op een grote onderhoudsbeurt of om helemaal ontmanteld te worden. Er is plaats voor vijfhonderd vliegtuigen. Vanuit Tokyo, Kuala Lumpur en Tapei komen de Boeings 747, de Jumbo´s en de Bombardiers naar Teruel vliegen. Ook de ruimtevaartindustrie heeft Teruel ontdekt. Het vliegveld heeft 150 directe banen gecreëerd, De toeleveringsbedrijven, hotels en restaurants doen goede zaken. Teruel heeft zich na jaren schreeuwen niet aleen op de Spaanse landkaart gezet, maar ook op de boordcomputers van veel vliegtuigen.

Elsje mag misschien even naar huis

03/02/2018

Het is een bericht dat regelmatig opduikt in de pers. Elche wil zijn dame terug. La Dama de Elche, hiernaast op de foto. Elsje noemen wij reisleiders haar in vakjargon. Het is een beeld uit de tijd van de Iberiërs dat werd gemaakt tussen de vijfde en vierde eeuw voor Christus. Eind 19e eeuw werd ze gevonden in Elche en aangekocht door het Louvre. In 1941 bij een ruil van kunstwerken tussen het Franse Vichy regime en het Spanje van Franco kwam het beeld naar Madrid. Haar eerste onderkomen was het Prado en sinds 1971 staat ze in het archeologisch museum in de hoofdstad. Nu buigt een politieke commisie zich over het voorstel om de Dame van Elche in 2019 tijdelijk uit te lenen aan haar stad in de provincie Alicante. Maar dat is voor de lokale politici niet voldoende. Zij willen dat Elsje definitief naar huis komt. Vorig jaar zomer was de buste in het nieuws toen een bezoeker ontdekte dat er een mier over haar voorhoofd kroop, terwijl ze toch in een hermetisch afgesloten vitrine staat. 

Het belangrijkste argument om de Dame in Madrid te houden is het universele karakter van het kunstwerk. Iedereen moet het kunnen bewonderen. En dat lukt beter in Madrid dan in Elche. Al zijn het vooral de Spanjaarden zelf die het Iberische beeld weten te vinden. De buitenlandse toeristen komen natuurlijk vooral voor de schilderijen van het Prado, Thyssen en Reina Sofia naar Madrid. Velen zullen het bezoek cultureel te zwaar vinden. Het kostte mij ook moeite om naar binnen te gaan nadat het museum na een grootscheepse restauratie die zes jaar in beslag nam, in 2014 weer openging. En dat zegt een reisleider die culturele reizen begeleidt. Het eerste excuus om niet naar binnen te gaan was de grote groep scholieren die voor mij naar binnen ging. De tweede keer dat ik ´s ochtends het plan had gemaakt om het museum in de middag te bezoeken, had ik iets te stevig geluncht en geen puf meer voor het bezoek.

Spanje in de Romeinse tijdBij een archeologisch museum denken we vaak aan lange rijen vitrines met botjes, potjes, munten, etc. Daarom was het ´nieuwe´archeologisch museum een verrassing voor me. De eerste verrassing was om op een video over de geschiedenis van de Romeinen op het Iberisch schiereiland te zien dat mijn woonplaats Castro Urdiales een van de eerste drie Romeinse havens was aan de noordkust, toen nog onder de naam Flaviobriga; een samenvoeging van de woorden Flavio, de naam van de stichter, de Romeinse keizer Titus Flavius Vespasianus, en Briga, het woord dat de Romeinen gebruikten als ze zich vestigden op een plaats, waar al een inheemse nederzetting was. De tweede verrassing was de overzichtelijke opstelling van de objecten en de duidelijke route door de Spaanse geschiedenis. Maar de grootste verrassing was misschien wel het enorme kleurenspektakel van de Romeinse mozaieken, de Moorse bogen en romaanse altaarstukken. Ik had het museum al eens voor de verbouwing bezocht, maar met deze nieuwe inrichting lijken al die stukken uit de rijke Spaanse geschiedenis beter tot hun recht te komen. Mijn favorieten blijven de prachtige kronen van de visigotische koningen, waaraan de letters van hun naam bungelen. Oh ja, en de Dame van Elche mogen we natuurlijk niet vergeten.

 

Een weekeinde in een verlaten dorp

03/12/2017

Op dit bankje is het al heel lang stil. Maar als je lang naar de foto kijkt, zie je het beeld verschijnen. Drie of vier oude mannetjes bij elkaar, keuvelend, een met zijn kin leunend op een stok. Ze zijn al jaren geleden naar het kerkhof gebracht, net buiten het dorp. We zijn in Justel, een dorp in het noorden van de provincie Zamora, gelegen in een vallei tussen de bergketens van Culebra en La Cabrera. Uitgenodigd door Lorenzo, een vriend van wie zijn ouders uit dit dorp komen. Het is een typisch Spaans verlaten dorp, waarvan er veel in Spanje zijn. Ongeveer de helft van alle gemeenten in Spanje staat leeg. Leeg wil zeggen dat er minder dan 250 inwoners zijn. Justel heeft nog vijftien vaste bewoners. Alleen al door onze komst, met drie kinderen, steeg voor een weekeinde het inwoneraantal met een kwart. In de zomermaanden komt het dorp tot leven als de emigranten, hun kinderen of kleinkinderen weer terugkeren. De ouders van Lorenzo verlieten het dorp om in Bilbao het geluk te beproeven, zijn oom Pepe ging naar Duitsland en is nu een van de vijftien bewoners die leeft van een goed pensioen dat hij opbouwde in Duitsland . Hij hoeft niet zo nodig naar de grote stad, zoals zijn dochter die met haar gezin in Valladolid woont. Onze vriend Lorenzo legt regelmatig de achthonderd kilometer heen en terug af terug af om als erfgenaam het bezit van zijn familie te onderhouden. Vier woningen en wat hectaren terrein. Maar het is allemaal niets waard. Voor 8000 euro koop je hier een groot huis met twee verdiepingen en een tuin. Ooit verbouwde zijn ouders een hooiberg, niet een zoals wij die kennen op houten palen, maar een stenen schuur, tot woning. Daar logeerden we het afgelopen weekeinde. Een dak boven het hoofd, een bed, een open haard, én proviand, in dit geval de grote lappen vlees die Lorenzo vanuit Castro had meegenomen, was voldoende voor een heerlijk weekeinde. Op zaterdagochtend liet Lorenzo ons het dorp zien. De woning van zijn grootouders, de kerk van Santiago, waar zijn opa van de toren sprong, toen hij het leven na te zijn getroffen door een beroerte, niet meer zag zitten. We maken kennis met wat bewoners die blij zijn om in dit jaargetijde weer eens kinderen te zien. Angelina wijst naar de berg van Cabrera net buiten het dorp en vertelt dat ze daar als jong meisje voor 25 pesetas per dag pijnbomen moest planten. De jongens mogen mee naar het grote kippenhok achter in de moestuin om te kijken of de kippen eieren hebben gelegd. In het gebergte van de pijnbomen van Angelina is het grootste reservaat van wolven van Spanje. Een van de toeristische trekpleisters net buiten het dorp. Op zo´n veertig kilometer afstand lig het meer en het dorp van Sanabria, waar in de zomer ook veel toeristen naar toe trekken.  Maar naar Justel komen alleen de oorspronkelijke bewoners of hun nazaten. In het dorp is een bar, maar die is alleen open als de eigenaar in het weekeinde naar het dorp komt. En dat wil wel wat zeggen. Dat er geen winkels, geen school of geen medische post in het dorp is, dat is nog wel te begrijpen. Maar een dorp zonder bar met vaste openingstijden, dat gaat voor Spaanse begrippen zelfs te ver.   

 

 

 

 

 

 

Zinloos geweld tegen een zinloos referendum

03/10/2017

Zojuist het ´manifest` van de Nederlandse journalist en schrijver Edwin Winkels op Facebook gelezen. Wéér iemand uit Catalonië die zich moet verdedigen voor de botsing van de treinen uit Catalonië en Madrid, bestuurd door twee onverantwoordelijke machinisten, de Catalaanse president Puigdemont en de Spaanse premier Mariano Rajoy. Un choque de trenes heet het in Spanje als twee partijen op ramkoers liggen en niet eens meer een dialoog willen aangaan om een confrontatie te voorkomen. De gevolgen zagen we zondag op de televisie bij het geweldadige ingrijpen van de Guardia Civil en de Policia Nacional om een ilegaal uitgeschreven referendum over onafhankelijkheid van Catalonië te voorkomen. Rajoy en Puigdemont zijn er ingeslaagd om een bres te slaan in de Catalaanse maatschappij. Terwijl beide politici uit partijen komen met dezelfde politieke ideologie.

We hoeven niet eens ver terug te gaan in de geschiedenis voor de aanleiding van dit politieke drama. In 2005, met zowel de socialisten in Madrid als Catalonië aan de macht, kreeg Catalonië een nieuw statuut, zoals alle autonome regio´s waar Spanje uit bestaat zo´n statuut hebben. De Catalanen konden zich vinden in dit nieuwe statuut, met meer zelfrecht voor Catalonië, maar niet de PP van Rajoy die het nieuwe statuut aanklaagde bij het Hof van Constitutie. In 2010 schrapte het Hof veertien artikels uit het statuut tot woede van de Catalanen. Daarna kwam de Catalaanse nationalistische partij aan de macht op een moment dat Spanje werd getroffen door een zware financiële crisis. De Catalaanse regering ging in Spanje voorop met vergaande bezuinigingen in onderwijs, infrastructuur en gezondheidszorg.  De maatregelen werden uitgelegd als dat Catalonië werd bestolen door Spanje(lees Madrid). Catalonië zou veel beter af zijn als het een onafhankelijke natie zou zijn. Vanaf dat moment nam de roep om onafhankelijkheid toe, terwijl de Catalaanse nationalistische partij nooit in de geschiedenis naar onafhankelijkheid had gestreefd. Het Catalaanse nationalisme wordt gegijzeld door het populisme van de extreemlinkse beweging CUP en de Catalaanse Republikeinse partij, waarmee het de regering vormt. In Madrid is op dat moment Rajoy aan de macht. De Spaanse premier nam geen enkel initiatief om met de Catalanen om de tafel te gaan zitten. Rajoy verschuilt zich liever achter de rechterlijke macht dan dat hij op zoek gaat naar politieke oplossingen. En dat leidde tot de beelden die zondag de hele wereld over gingen en moeten worden uitgelegd door inwoners van Catalonië, waarvan een groot deel niets van onafhankelijkheid wil weten. Zinloos geweld, omdat de politici er niet in slaagden het conflict vreemdzaam op te lossen tegen een zinloos referendum, omdat het illegaal was en dus nooit had mogen worden georganiseerd.

 

 

 

Toerist rot op!

14/08/2017

De Spaanse politiek probeert de anti-toerisme manifestaties van de laatste weken uit te leggen als uitzonderlijke acties. Maar gezien de regelmaat waarmee de acties tegen het toerisme in de media terugkeren, lijkt er toch wel wat meer aan de hand te zijn. In Palma de Mallorca, Barcelona, San Sebastián en Bilbao duiken overal leuzen op tegen de toerist, zoals het voorbeeld op de foto boven deze post. In Barcelona werd een toeristenbus bestookt door actievoerders, vooral uit de hoek van extreem-links, en in San Sebastián werd het toeristentreintje tot stoppen gebracht en kregen de toeristen een regen van confetti over zich heen. Uiteraard probeert de Spaanse regering deze acties te bagataliseren, want als dit nieuws met grote koppen in de buitenlandse pers verschijnt, kan dat grote schade berokkenen aan het toerisme in Spanje. En dat terwijl het toerisme een belangrijke inkomstenbron is voor Spanje en het aantal toeristen dit jaar waarschijnlijk het aantal van 61 miljoen gaat overschrijden. Er wordt al gesproken over meer dan 70 miljoen toeristen. Waarschijnlijk zit daar juist het probleem. Het zijn er teveel. Ze pikken de appartementen in van de Spanjaard, waardoor die moet verkassen. In de oude visserswijk Barceloneta in Barcelona ´wonen´ inmiddels meer toeristen, dan oorspronkelijke bewoners. In Palma verdrievoudigt de huur in de zomer.

Bij ons in Castro Urdiales hoorde ik iemand vertellen dat hij 894 euro huur had betaald voor een week in een appartement. De gemiddelde huurprijs voor een dergelijk appartement schommelt rond de 650 euro, per maand… Huisjesmelkers willen in de vakantiemaanden alleen maar hun appartement voor een week of  twee aan toeristen verhuren en verhogen de huur om de eigenlijke bewoner te ontmoedigen om zijn appartement aan te houden. Degenen die blijven, worden bijna iedere week geconfronteerd met nieuwe buren die feestvieren en voor overlast zorgen. Om maar te zwijgen over de uitgaansgebieden in de badplaatsen, waar de dronken jeugd de straten terroriseert. Waarschijnlijk zal de Bask die ´s ochtends in zijn stamcafé een wijntje drinkt en zich opeens ziet omringd door 40 cruisegangers die bij hun excursie recht hebben op een glas wijn en een tapa, ook niet blij zijn met zoveel toeristen. Ook de middenstand klaagt. De cruisegangers worden een paar uur door de stad geleid en hebben geen tijd om ook maar iets te kopen, niet eens een ansichtkaart. Toeristen die op markten op de eerste rij voor de kramen staan. Niet om te kopen, maar om te fotograferen. Hetzelfde geldt voor toeristen in de all inclusivehotels, die ook niet meer buiten de deur van hun hotel iets gaan eten of drinken. 

Hopelijk zullen mijn collega´s van SRC-Reizen buiten schot blijven. Want wij gaan wel keurig naar hotels, moedigen onze gasten aan om tussen de middag in de restaurants de lokale keuken te proeven en leggen de plaatselijke gewoonten en gebruiken uit om ons daar dan zoveel mogelijk aan aan te passen. Want als toerist zijn we uiteindelijk alleen maar te gast. Not all tourists are bastards. En zeker ook niet alle Spanjaarden zullen het toerisme willen uitdrijven.  

 

Analfabetisme in de flamenco

31/07/2017

Waar gaan de teksten van de zangers bij de flamenco nu eigenlijk over. Jaren stond ik met een mond vol tanden, zoekend naar een antwoord, wetende dat ik dat nooit zou vinden, duikend in een hooiberg zonder speld. Als de vraag kwam, giste je naar een antwoord in de hoop de vraagsteller tevreden te stellen. Het gaat over liefde, over passie, soms over een duif die in een boom zit en opeens weg vliegt. De teksten komen uit de Spaanse versie van het rijmboekje van André Hazes. Met dat antwoord hoef je overigens niet op veel tevreden mensen te rekenen. Natuurlijk probeerden we wel naar de teksten te luisteren. Corazóóóón, kwam heel vaak terug, en amor, maar meestal kwamen we niet veel verder. De andere woorden waren gewoon niet te verstaan. Andalusiers hebben nu eenmaal een zwaar dialect. Als iemand ergens in een Andalusisch dorp wordt geïnterviewd, krijgt hij of zij ondertiteling. Zo wordt de c een s in het Andalusisch, van de j die als g-klank moet worden uitgesproken, maakt de Andalusiër een stomme h-klank. Nada wordt ná, en chico wordt quillo. Bij veel woorden laat de Andalusiër de laatste letters maar gemakshalve weg.

Maar bij de flamenco gaat de verkrachting van de Spaanse taal nog veel verder. Althans dat dacht ik, tot ik eindelijk een paar weken geleden het geheim van de flamenco-zang wist te ontrafelen. Het antwoord zat verstopt in een interview met een flamencodanseres, afgedrukt in de weekendbijlage van de Spaanse krant el País. De vraagsteller haalde een uitspraak van Caballero Bonald aan die ooit zanger Pepe Agujetas had horen zeggen dat  een goede flamenco-zanger analfabeet moet zijn, want wie kan lezen, bederft de uitspraak. Eureka! Dit was het antwoord op al die vragen van al die mensen die ooit met gespitste oren bij een flamenco-optreden hadden gezeten en er maar niet achterkwamen wat er werd gezongen. Overigens vertelde mijn collega en Andalusië deskundige Toine Luksenburg dat Pepe Agujetas in het Nederlands Jozef Spierpijn betekent. Naast de onverstaanbare teksten wordt er door de zogenaamde cantautores vooral geroepen naar de dansers en danseressen. Dale, geef alles, haal alles uit de kast, guapa, schoonheid, dat compliment gaat dan uiteraard uit naar de granadadanseressen, olé, wat de toerist bij de voorstelling voortdurend hinderlijk herhaalt alsof hij in een voetbalstadion zit. Omdat ik wel wist dat in tegenstelling tot de Portugese fado, de flamenco-teksten nauwelijks diepgang hebben, wijs ik mijn gasten erop dat ze zich maar beter kunnen concentreren op de dans en passie van danser en danseres. Eerlijk gezegd weet ik weinig van flamenco, weet ik niet wat het verschil is tussen bulerías of malagueñas. Maar kijkend naar de passie waarmee de dansers en danseressen hun kunsten vertonen en het vuur dat uit hun donkere ogen, zwart als kolen, spat, dan hoor je het verhaal van de oosterse wortels in Andalusié, van het harde leven in de zigeunerwijk van Sacromonte in Granada. Je gaat mee in de trance van de danseres, ook al probeert iemand op de achtergond met onverstaanbare woorden jou uit je oosterse droom te schreeuwen.