Archive for the ‘Reizen door Spanje’ Category

De biermagnaat van Cerezales del Condado

14/11/2016

cerezalesdelcondado-12

Bienvenido Mr. Marshall is een klassieker in de Spaanse filmgeschiedenis. Een kritiek op de Amerikaanse politiek én de Spaanse maatschappij van de jaren 50, op magistrale wijze op het doek gebracht door Berlanga. De film gaat over een klein Spaans dorpje, waar de bevolking zich opmaakt voor de komst van de Amerikanen die in het kader van het Marshallplan de Spanjaarden met pakken dollars te hulp zullen schieten. Heel het dorp staat gespannen langs de straat als de stoet auto´s van de Amerikaanse delegatie in zicht komt. Maar de auto´s rijden met een noodgang door het dorp heen, nagekeken door de verbaasde en ontgoochelde inwoners van het dorp. Op de achterkant van de laatste auto hangt een doek met de tekst ´Goodbye´. Het dorp op de foto boven deze post ligt een kilometer of twintig ten noorden van León. Daar hebben ze hun eigen Marshall, maar wel één die volgens het verhaal in El País, miljoenen zal achterlaten. De Marshall van cerezalesdelcondado-16Cerezales del Condado is Antonio Fernández. Deze Spaanse emigrant was president van de Mexiaanse bierbrouwer Modelo, die onder andere Corona op de markt brengt.  Afgelopen zomer overleed Fernández op 98-jarige leeftijd en liet een vermogen na van ongeveer 200 miljoen euro. De biermagnaat had geen kinderen, maar wel dertien broers en zussen en een heel leger aan neefjes en nichtjes, die niets over de erfenis van hun suikeroom naar buiten willen brengen. 

Antonio werd in 1917 in Cerezales geboren. Op 14-jarige leeftijd, haalde zijn ouders hem van school. Antonio moest op het land gaan werken. Vijf jaar later wachtte hem de militaire dienstplicht, in hetzelfde jaar dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. Hij werd naar de frontlinie in Teruel gestuurd, waar zich een van de gruwelijkste episode uit de oorlog afspeelde. Van de 900 soldaten die deel uitmaakten van zijn brigade, kwamen naast Antonio slechts zes soldaten levend uit de strijd. Het geluk begon hem toe te lachen toen hij descarga-1in het huwelijk trad met de dochter van een rijke emigrantenfamilie, die in Mexico fortuin had gemaakt. De oom van zijn echtgenote was eigenaar van de bierbrouwerij Modelo. Antonio vertrok naar Mexico waar hij in de fabriek ging werken. Na de dood van de oom werd Antonio de nieuwe president. Onder zijn leiding ging Corona de internationale markt op. In Spanje was de naam Corona al geclaimd door de bodega van Torres. Corona werd Coronita. Tot afgelopen zomer toen er een overeenkomt werd bereikt tussen Torres en de Belgische multinational InBev Anheuser-Busch die Modelo in 2013 had opgekocht voor 15,4 miljard euro. Een deel van dit vermogen heeft zijn weg gevonden naar Cerezales de Condado. Want Antonio Fernández heeft zijn wortels nooit verloochend. Dankzij de biermagnaat heeft Cerezales een vernieuwd waterleidingsysteem, tot 2006 hadden nog niet alle dorpelingen het hele jaar door stromend water. Fernández liet de plaza mayor, de kerk en het kerkhof opknappen en in maart zal het nieuwe culturele centrum worden geopend, dat door de lokale pers al is omgedoopt in het ´Guggenheim rural´. De stichting Cerezales, die wordt geleid door een nichtje van Fernández wist vorig jaar met verschillende tentoonstellingen al meer dan 10.000 bezoekers naar het dorp te lokken. En dat terwijl in de winter het dorp maar 29 bewoners telt.  

  

 

Lieve Lise

07/11/2016

img_7831

Het spijt me Lise. Ik hoop niet dat je erg schrok van het onverwachte flitslicht. De jongen op de voorgrond deed dat wel. Maar bij hem won de verbazing het al snel van de schrik. Hoe ik het aandurfde om een foto te nemen, dat was verboden. Maar ik stond buiten de zaal protesteerde ik. Maar je nam de foto de zaal in, weerlegde de jongen bij de ingang. Ik wilde je vangen in mijn camera, zoals jij, toen je nog maar 24 jaar oud was, werd gevangen in het barokke raamwerk dat je om je heen kreeg. En zoals je nu gevangen bent in een zaal van het Thyssenrenoir_lise_in_a_white_shawl Bornemiszamuseum in Madrid. De jongen die de kaartjes controleert als cipier bij de ingang. Je mocht op reis. Even weg uit het Dallas Museum of Art. Ik kan me niet voorstellen dat je daar ooit zult wennen. Wat moet een knap burgermeisje zoals jij uit een dorp boven Parijs in dat sfeerloze Dallas. Je bent je model voorbij gestreefd. Renoir maakte geen portret van je, maar hij schiep je, uit de spiegeling van Lise Tréhot. Zij was zijn belangrijkste model in zijn beginjaren. Tussen 1865 en 1872 poseerde ze voor hem. Op een van zijn laatste werken van haar werd jij geboren. Er wordt gezegd dat je haar huwelijkscadeau was. Vandaar de witte sjaal, als een bruidsluier. Je bent de mooiste van de 23 schilderijen die Renoir van Lise Tréhot maakte. Je kwam bij haar in de familie. En daarna nam het echtpaar Emery en Wendy Reves je mee naar Dallas. Of all places! Gelukkig blijf je nog tot 22 januari in Madrid. Als topstuk van de expositie Intimiteit lise_trehot_in_1864van Renoir. Zoals Picasso zei dat na de grotschilderingen van Altamira de decadentie in de schilderkunst intrad, zo geldt dat ook voor de expositie van Renoir. Jouw gezicht siert de eerste zaal. Alle schilderijen die de bezoeker na jouw portret ziet, zijn overbodig. Het is onmogelijk om het gezicht van je af te wenden. Die grote bruine ogen, het linker ooglid dat iets naar beneden gaat. Er zit zoveel expressie in je ogen dat het lijkt of je iets wil vertellen. Je hoofd helt licht over naar rechts. Misschien was je net bezig om je sjaal over je hoofd te leggen. Je houdt de stof met één hand vast. Ik had je graag meegenomen, het Thyssen uit, naar de overkant, langs het Prado naar het Retiropark om daar samen in een roeibootje op de vijver te dobberen.  Eenmaal verdwenen in jouw ogen is het zo makkelijk om te fantaseren.

Tot de Kerst er op volgt

07/09/2016

img_7639

Met zoveel politie rond het gebouw van de Tweede Kamer leek het even of Spanje opnieuw werd getroffen door een staatsgreep, 35 jaar na de couppoging van Tejero. Maar het waren veiligheidsmaatregelen voor de politici die er in het parlement maar niet in slagen om een regering te vormen. Na de verkiezingen, vorig jaar in december lukte het al niet en na de laatste verkiezingen die op 26 juni werden gehouden, dreigt het weer te mislukken. De Spaanse koppigheid, waar ik al eerder over schreef,  steekt weer de kop op. Eerst denk je nog dat er een geniale strategie zit achter dit politieke schaakspel, maar na weer een debat van over en weer modder  gooien, is wel duidelijk dat de politieke leiders vooral bezig zijn om elkaar af te branden. Na de verkiezingen  in december probeerde de socialistische leider Pedro Sánchez een coalitie te vormen, maar de PP hield dat tegen. Na de laatste verkiezingen nam Rajoy het initiatief en was het de PSOE die dwars zat. Misschien moet er toch maar weer een Tejero het parlement binnenstormen om de heren politici te gijzelen tot ze er wel uit zijn.

Nu het politieke spectrum bestaat uit vier partijen moet in Spanje voor het eerst een grote coalitie worden gesloten om een regering te kunnen vormen. Het probleem is echter dat de partijen daar geen ervaring mee hebben. En waarschijnlijk zit ze ook de Spaanse koppigheid in de weg. Toegeven in de onderhandeling wordt gezien als img_7635verraad naar de achterban. Het lijkt erop dat óf de leider van de PP, Mariano Rajoy, óf de socialistische leider Pedro Sánchez het veld moet ruimen, zodat er een doorbraak kan worden geforceerd. In het redactionele commentaar riep de krant El País beide leiders op om een stapje terug te doen. Om de politieke druk wat op te voeren had Rajoy de politieke kalender zo opgesteld dat wanneer er in de komende periode geen regering wordt gevormd, de derde verkiezingsronde wordt gehouden op Eerste Kerstdag, 25 december. Pas in oktober zal er opnieuw in het parlement worden gestemd over het vormen van een regering.

De politieke leiders blijven met elkaar praten, gisteren deden Rajoy en Sánchez dat gedurende tien(!) minuten om tot de conclusie te komen dat ze er niet uit zullen komen. Er wordt nu gewacht op de uitslagen van de regionale verkiezingen in het Baskenland en Galicië, die op 25 september worden  gehouden. En al die tijd zullen de politieke verslaggevers zich uren ophouden bij de ingang van de Tweede Kamer om in de bij 37 graden smeltende microfoon hypocriete, nietszeggende woorden als dialoog en voor het Spaanse volk op te slurpen.

 

Een exclusief bezoek aan Jeroen Bosch

30/08/2016

IMG_7629

De reizigers op deze foto staan op het punt om een exclusief bezoek te brengen aan de expositie van Jeroen Bosch in het Prado. Na het succes van Bosch in zijn woonplaats Den Bosch, was het nu de beurt aan Madrid om een overzichtstentoonstelling te organiseren. Mét het topstuk De Tuin der Lusten, het schilderij dat niet naar Nederland kwam. Mijn reisorganisatie SRC speelde handig in op de tentoonstelling en bood in eerste instantie één reis van vijf dagen aan. Maar deze reis was in een mum van tijd volgeboekt en uiteindelijk werden vijf reizen georganiseerd met tussen de 23 en 29 gasten per reis. Én uw blogger die het kwintet reizen mag begeleiden.

Voor de gelegenheid kocht SRC exclusieve entreekaartjes, waarmee we een uur voor de officiële openingstijd van het Prado al naar binnen mogen. Voor de stroom uit, want na tien uur worden 150 bezoekers per kwartier toegelaten. Met zoveel mensen in een zaal is het onmogelijk om alle details op de werken van Bosch te bestuderen. Daarom was het ook een mooi gezicht hoe zes gasten van de groep IMG_7627op een rij voor de Tuin der Lusten stonden. De handen op de rug, ontspannen. Helaas mocht dit beeld niet worden vastgelegd, zover ging de exclusiviteit van het bezoek niet.

Behalve dat het kaartje 50 euro kost, moet je er wel wat voor over hebben om in augustus naar Madrid te komen. Vroeger liep Madrid massaal leeg in augustus, naar de kust, op de vlucht voor de hitte. De Madrilenen doen dat nog steeds, maar de toeristen komen nu ook naar de hoofdstad in de hete zomermaanden. Met temperaturen tussen de 34 en 36 graden en als het alleen op een terras waar een verfrissende nevel neerdaalt,  is uit te houden. Bij het Prado stond in de ochtend een rij tot halverwege de lange zijde van het museum, ter hoogte van het standbeeld van Velázquez. Deze IMG_7630afmetingen werden tot een paar jaar geleden alleen gemeten in het voor- en najaar. Het lijkt dat het terrorisme de toerist ook naar Madrid heeft gedreven. Maar in ons geval heeft Bosch dat gedaan. Vijf keer Bosch zal me niet gaan vervelen. Waarschijnlijk was dat wel gebeurt als ik vijf keer hetzelfde werk van Mondriaan had moeten bekijken. Maar in het werk van Bosch zijn zoveel details te ontdekken, dat gaat nooit vervelen. Het is een bijzondere wereld, de wereld van Bosch. Sinds ik daar in ronddool, heb ik, dankzij het interessante boek van de Duitse hoogleraar Nils Büttner, woorden geleerd als dendrochronologie, anagogie, viervoudige schriftuitleg en ben ik het werk van Bosch eenstuk beter gaan begrijpen. 

 

De 23 wonderen van Jakobus

01/08/2016

060

Een paar jaar geleden ontstond er grote paniek binnen het bisdom van Santiago de Compostela. De Codex Calextinus was ontvreemd. Ruim een jaar lang werd er gezocht naar dit 12-eeuwse kleinood en uiteindelijk werd het bij toeval ontdekt in de garage van de klusjesman van de kathedraal. Verstopt achter een auto in een plastic tas van een supermarkt. Deze klusjesman werd er al van verdacht dat hij regelmatig een deel van de opbrengst van de collecte mee naar huis nam, maar dat hij ooit de Codex zou meenemen, had niemand kunnen vermoeden.

De Codex wordt gezien als de wieg van het fenomeen van de pelgrimage naar Santiago. In de 12e eeuw gooide bisschop Gelmirez bij de graaf van Galicië, Raymond van Bourgondië, een balletje op om zijn broer Guy, abt van Cluny en later paus Calixto, te bewegen om binnen het christendom wat reclame te maken voor de pelgrimage naar Santiago. Op die manier zou Spanje eindelijk bij de rest van Europa worden betrokken en zou Spanje steun krijgen in de Reconquista, de kruistocht tegen de Islam. Guy van Bourgondië stuurde de monnik Ameryc Picaud het pelgrimspad op, om de belangrijkste pelgrimsweg, de camino francés, in kaart te brengen. Deze eerste pelgrimsgids werd als een van de vijf boeken opgenomen in de Codex. De andere boeken in de Codex Calixtinus gaan over de overbrenging van het lichaam van Jakobus naar Spanje, over de strijd van Karel de Grote en ridder Roeland in de Pyreneeën, over preken en psalmen die de pelgrims onderweg moeten aanhalen én over de 22 wonderen van Jakobus.

abrazoalapstolMaar daar moet een wonder aan worden toegevoegd. Drie jaar geleden gingen een man en een vrouw op vakantie naar de kust van Galicië. Ze genoten van de natuur, de gastronomie en bezochten de kathedraal van Santiago. De vrouw was bijna zeven maanden zwanger. Het zou hun tweede kind worden en ze wisten al dat het een jongetje zou worden en dat hij de naam Thiago zou krijgen. Niet alleen omdat ze dat beiden een mooie naam vonden, maar ook omdat de man twee keer de pelgrimstocht naar Santiago had gelopen. Santiago had ook gekund, maar die naam wordt in het Spaans al snel afgekort tot Santi en dat klinkt vrij oubollig. Terwijl hun oudste zoontje vrolijk rondrende over het plein voor de kathedraal, ging de vrouw alleen naar binnen, manlief bleef buiten om op de kleine belhamel te letten. In de kathedraal ging ze achter het hoofdaltaar de trappen op om het beeld van Santiago te omhelzen. Een traditie die in de 16e eeuw ontstond toen de piraat Francis Drake de kust van Galicië teisterde en in Santiago de Compostela snel het lichaam van de apostel en zijn twee discipelen werd verstopt. Dat werd zo goed gedaan dat men drie eeuwen nodig had om de grafkisten weer te vinden. Al die tijd was Santiago met het beeld achter het hoofdaltaar toch aanwezig in de kathedraal. De vrouw liet de handen rusten op de schouders van de apostel. Het waren slechts een paar tellen, maar het had verstrekkende vervolgen. Nog geen twee weken later kwam hun zoon Thiago op de wereld, zeven weken te vroeg en nota bene op de dag van de heilige Jakobus, 25 juli. Zijn vader was tijdens de bevalling voor zijn werk als reisleider in Peru, waar hij net Arequipa binnenreed. De stad waar hij zijn geliefde had leren kennen en waar hij nu voor het eerst weer terugkwam.  Toegegeven, het wonder is nog niet erkend door het Vaticaan, maar misschien dat mijn vrouw en ik, want dit verhaal gaat over ons, ooit gaan lobbyen bij de paus.

Twee gezichten van Madrid

21/06/2016

IMG_5822

IMG_5834

Of beter gezegd, twee uitzichten op Madrid. De bovenste foto nam ik vanaf het dakterras van mijn hotelkamer aan de Gran Vía, richting het noorden van Madrid. De foto daaronder laat het uitzicht zien van mijn hotelkamer aan de calle Atocha in het centrum, waar ik een week later verbleef. Een kamer aan een binnenplaats, waar je tot je middel uit het raam moet hangen om te zien hoe de hemel boven Madrid is ingekleurd. Maar als je eenmaal een stap buiten beide hotels zet, is het contrast bijna net zo groot als tussen de foto´s boven deze post. Als je vandaag de dag in een reisverhaal schrijft dat een stad meerdere gezichten heeft, wordt je door de redactie voor de volgende reisreportage voor straf naar een plaats als Albacete gestuurd. Geen kwaard woord over Albacete overigens, maar toen ik daar een paar jaar geleden was en bij Toerisme vroeg naar het historische centrum van de stad verwezen ze me naar een dorp op acht kilometer van Albacete, Chinchilla. Albacete werd geboren op een bedrijventerrein. Maar terug naar Madrid en de twee gezichten van de stad. Want na een verblijf van twee weken worden die wel heel scherp afgetekend. En dan heb ik het niet over de twee gezichten die de stad zelf schetst met het Madrid van de Habsburgers en Bourbons.

De Gran Via is uitgegroeid tot een ware Franchise Avenue, waar alleen plaats is voor grote landelijke en internationale ketens en waar zogenaamde Baskische tapasbarren worden gerund door Russen. De grandeur en elegantie van de Gran Vía is alleen nog af te lezen aan de gevels van de monumentale panden. Een van de laatste dieptepunten voor de Gran Vía was de opening van de kledingdumpshop Primark. Ook geen kwaad woord over deze Ierse lowbudgetketen, maar zo´n filiaal hoort thuis in een winkelcentrum buiten de IMG_5831stad en niet aan de Gran Vía. Heel veel mensen zullen het niet met me eens zijn gezien de stroom consumenten die daar de hele dag in en uit loopt. Aan de Gran Vía is geen leuk, authentiek Spaans eettentje meer te vinden. Allemaal financieel weggetreiterd door de grote ketens. Chorizo Ibérico de bellota heeft plaatsgemaakt voor eenheidsworst. Dan toch maar de omgeving van calle Atocha. Een collega tipte me een goed restaurant, waarvan ik me de naam niet meer wil herinneren…. Als je langs het restaurant loopt, zo rond een uur of 8, wanneer de vergeelde gordijnen nog zijn gesloten, nodigt het niet uit om naar binnen te gaan. Het restaurant opent om 20.30 uur, om 21.00 uur is het vol en om 21.15 uur staat er een rij voor de deur. Het geheim van dit restaurant? Een eerlijke prijs voor een eerlijk menu, voor 10,50 euro kun je uit ongeveer tien voorgerechten en tien hoofdgerechten kiezen. Bij de prijs is brood, wijn, water of bier en dessert inbegrepen. De obers zijn profesioneel van de oude stempel. Omdat ik een tafel voor mezelf had, werd deze ook gebruikt om afgeruimde borden en bestek even te stallen als de ober zijn handen vol had. Een avond was ik bang dat het restaurant zijn ziel aan het duivelse toerisme had verkocht, toen er aan een lange tafel een groep Koreanen zat. Het was eenmalig, stelde de ober me gerust. Zijn collega had zich laten verleiden door een mooie reisleidster.  

Hasta siempre, cocinera Mari

19/03/2016

IMG_5726

Niet dat ze dood is. Maar de kop van deze post kwam in me op toen ik vanuit het vliegtuig het Anagagebergte onder me zag liggen. Daar beneden, balancerend op een van de grillige bergruggen in de noordoosthoek van Tenerife ligt het restaurant van Mari verscholen. In Las Carboneras, een gehucht met een kerkje, een dorpscentrum, waar tien kinderen de lagere school doen, en een restaurant, al zou je dat aan de buitenkant niet zeggen. Ik kon het eerst niet vinden. Achter het plein, zei de chauffeur, die mij de tip had gegeven. Ik vroeg het aan twee buurtbewoonsters die met elkaar bij het hek van een tuin stonden te praten. Ze wezen naar een garagedeur die dicht zat. Mari zal zo wel IMG_5729komen, zeiden ze. En inderdaad tien minuten later draaide één garagedeur open en daar stond ze, met haar baret van Ché Guevara die ze ooit van een Zwitserse gids had gekregen. Mari, van Casa Mari, al schijnt het restaurant ook nog een andere naam te hebben. Maar Mari ís het restaurant. Ze is de menukaart. Je vraagt wat de pot vandaag schaft en ze vertelt het je. Op deze dag was dat gepaneerde vis of konijn. Je vraagt niet naar de prijs, want je voelt dat je Mari kunt vertrouwen.  Een guanchinche heet op Tenerife dit soort huiselijke restaurants. Van oudsher waren dit eetgelegenheden die in november openden als de eerste wijn uit de bodegas kwam. Het IMG_5730restaurant werd dan volgereden met vaten wijn en als die leeg waren, dan sloot het restaurant, meestal in april of mei. Een interresante blog over dit fenomeen met een lange lijst van Guanchinches is Guachincheando van Israel en Mónica. Casa Mari kon ik op de lijst overigens niet terugvinden. Voor wandelaars is las Carboneras geen onbekende plaats. Het dorp ligt tussen la Cruz de Carmen, een belangrijk vertrekpunt voor veel wandelingen door het Anagagebergte, en Punta de Hidalgo, een kustplaats aan de rand van Anaga. De wandelaars die deze middag langskwamen hadden pas door dat ze een restaurant passeerden toen ze de schrijver van deze blog op het bankje voor de garage een flesje Doradabier zagen drinken, IMG_5731genietend van het uitzicht op de rots van Taborno, een stenen vuist oprijzend in het berglandschap, en de zee op de achtergrond. Bij de laatste slok kwam Mari waarschuwen dat het eten op tafel stond. Konijn in een heerlijke saus met patatjes, brood, huisgemaakte mojosaus en een flesje huiswijn. Dat was voldoende om het lichaam te sterken voor de laatste zeven kilometer naar Punta de Hidalgo. Oh ja en de prijs van het menu, inclusief het Doradabiertjes, koffie en een diggestief; 14 euro. Een vriendenprijs en wie zou anders verwachten van deze kokkin met haar lieve glimlach en pretoogjes die net zo mooi wegstaren als die van de revolutionair op haar baret.   

1986

08/03/2016

12825108_10153510627461819_1917679200_n

1986 was het jaar van de brand in de kernreactor van Tsernobyl. België won voor het eerst met de 13-jarige Sandra Kim het Eurovisiesongfestival en Flevoland werd de twaalfde provincie. De Space shuttle Challenger explodeerde en Evert van Benthum won de veertiende editie van de Elfstedentocht. De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges en de Nederlandse entertainer Willem Ruis overleden en in Zweden werd de premier Olaf Palme vermoord.  Jeanny van Falco en The final countdown van Europe stonden hoog in de Top 40.  Het biljet van 250 gulden, de vuurtoren, werd in omloop gebracht en in Madrid vestigde Nelli Cooman bij de Europese kampioenschappen Indoor een nieuw wereldrecord op de 60 meter. In 1986 leerde ik mijn eerste woorden Spaans uit het boek Eso Es, met dialogen als: En el avión. ¿Adónde va usted? Voy a Cuba. El avión no va a Ecuador? No, señorita, va a Cuba.´ Het zou nog vijf jaar duren voor ik mijn eerste stappen op Spaans grondgebied zou zetten. Spanje kenden we in die tijd alleen van badplaatsen als Benidorm en Torremolinos. Zelfs Barcelona moest nog ´ontdekt´ worden. En dat zou niet lang duren, want in hetzelfde jaar 1986 kaapte Barcelona de Olympische spelen van 1992 weg voor de neus van onder andere Amsterdam. In 1986 trad Spanje toe tot de Europese Gemeenschap en begon de modernisering van het land op gang te komen. Vijf jaar eerder nog maar vond de staatsgreep van Tejero plaats in het Spaanse parlement.

58989989Voel altijd een gezonde jaloezie bij de verhalen van reizigers die al in de jaren zestig door het binnenland van Spanje trokken. In onze boekenkast staat een klein reisgidsje uit 1959 geschreven door Aubier en Tuñon de Lara met prachtige zwartwit-foto´s van een Spanje dat je bijna niet meer herkent. Alsof Spanje zijn plaats onder de Pyreneeën even had afgestaan aan Marokko. Zwart-witfoto´s van gesluierde vrouwen en van herders met verweerde koppen op de uitgestorven Meseta, twee kinderen die poseren bij een fascistisch monument waarop staat geschreven; La Muerte es un acto de servicio´.  Een van de auteurs schrijft: …En de verbaasde reiziger, die geneigd is deze misère, dit vastgelopen zijn in arbeidsmethoden en in een economie die aan de middeleeuwen doen denken, aan te klagen, moet op het moment van zijn grootste verontwaardiging rechtsomkeert maken.´

Ik moest aan dit Spanje denken, toen een vriend van me de foto boven deze post liet zien. Als er een Spaanse versie zou hebben bestaan van Dik Trom, hadden ze deze foto zo op de omslag kunnen plaatsen. De foto dateert uit 1986. Mijn vriend is de jongen die de hoed boven de kop van de ezel houdt. Maar hij wilde met de foto niet laten zien wie er óp de ezel zat, maar wat er ónder de ezel hing. In de Spaanse humor en gezegden speelt het mannelijke geslachtsdeel een belangrijke rol. In 1986 vervulde hij zijn militaire dienstplicht in Oncala, 1960183_10153510627546819_2098478301_neen gehucht van 70 inwoners, gelegen op bijna 1300 meter hoogte, op een bergpas tussen Logroño en Soria. Oncala, op de foto hierboven, ligt in een regio waar minder mensen per vierkante kilometer wonen dan in Lapland; 1,63 tegen 1,87. Cees Nooteboom was in dit gebied onze Columbus. De Spaanse Dik Trom was gelegerd op een fokkerij waar niet alleen paarden werden gefokt voor het leger, maar waar ook boeren uit de omgeving met hun paarden en ezels naar toe konden komen. Helaas schetste hij bij het tonen van de foto niet het beeld van zijn Spanje waarop ik stiekem hoopte. Ze moesten een keer halsoverkop naar een ander dorp, toen tijdens de WK-wedstrijd Spanje – Denemarken de stroom uitviel. Het zou 5-1 voor Spanje worden. Maar voor de rest beleefden ze daar in Oncala vooral hun movida, de Spaanse versie van de Flowerpower. De zonen van de boeren uit het dorp hadden al een auto waarmee ze naar de discotheek gingen. Hij kon alleen maar pronken met zijn ezels en paarden. En daar had hij succes mee, zoals op de foto hierboven is te zien. Zijn eerste liefde (in Oncala…). 

 

Openbaringen uit Samos

02/11/2015

005

´Goedemorgen, padre Augustín! Hoe gaat het?´ ´Slecht, jongen, slecht. Alles doet me zeer.´ ´U ziet er anders goed uit. Gaat u nog naar beneden? Jorge is hier ook, die wil u graag even zien.´ ´Zeg maar dat ik bij de ingang zit, in de zon, ik ga wandelstokken maken´. En daar gaat padre Augustín. Met zijn eigen stok slaat hij op de stenen vloer zijn laatste uren, tik, tik, tik. Sara Montiel en een klein donker engeltje kijken hem vanaf de fresco´s aan de muur van de kloostergang glimlachend na. Buiten waggelen in de voormalige kruidentuin achter het klooster een paar ganzen driftig naar een wandelaar die over het pad om het klooster gaat. Op een met mos bedekt muurtje van leisteen schiet een zonnende hagedis tussen twee stenen weg. Bloeiende hortensia´s kleuren de tuinen van het klooster roze. Onder de brug trotseren forellen de stroom van het riviertje Sarria en blijven in de schaduw van de brug. Vanaf dezelfde brug, naast het bureau voor Toerisme is het zicht op het klooster van San Julián het mooist. Het klooster domineert de kleine vallei in de groene heuvels van Galicië. Alleen langs de doorgaande weg staan wat huizen. Het dorp waar het klooster staat heet Samos. De naam is afkomstig uit de taal van de Alanen, en betekent samenkomen. Dat deden de 213Benedictijnermonniken hier al vanaf de 6e eeuw. Wie ooit de pelgrimsweg over de camino Francés heeft afgelegd en bij de plaats Triacastela besloot om niet via San Xil te gaan, kent de plaats en het klooster. En misschien ook wel padre Augustín. Tot een paar jaar geleden verkocht hij in het winkeltje bij de ingang van het klooster de entreekaartjes. Hij verfoeide pelgrims en toeristen die zonder zijn toestemming een foto van hem maakten. ´Het is hier geen dierentuin!´ Een keer stuurde hij een paar pelgrims bijna weer naar buiten nadat ze voor de derde keer hadden gevraagd wanneer de rondleiding eindelijk ging beginnen. ´Als je haast hebt, moet je hier niet zijn. Dan begrijp je er helemaal niets van´, snauwde hij tegen ze.

Maar op een dag wist padre Augustín niet meer hoeveel wisselgeld hij moest teruggeven, ging zijn gehoor achteruit en verdween hij in de privé-vertrekken van het klooster, bij zijn mede-broeders. ´We zijn hier met 22 benedictijnermonniken. Twee zijn er nu op Puerto Rico, niet op vakantie, maar op missie´, was zijn automatische antwoord als iemand wilde weten hoeveel monikken er in het klooster leefden. Een kleine populatie voor een klooster met enorme afmetingen. Het complex bestaat uit twee kloostergangen, waarvan de grootste een oppervlakte heeft van 54 bij 54 meter en daarmee een van de grootste kloostergangen is van Spanje. De cellen in deze kloostergang zijn ingericht als gastenverblijf voor wie spirituele oefeningen wil doen. De monikken verblijven in het laatgotische gedeelte dat er naast is gelegen. Boven, vanuit de gang die leidt naar de slaapvertrekken, kijken de monikken uit op een barokke fontein gevormd door drie rondborstige dames die een schaal dragen. Juan, een novice die ooit de rondleiding deed, wuifde alle 218erotische interpretaties weg. ´In die tijd, de 18e eeuw was het veel erotischer wanneer een vrouw haar rok optrok tot boven haar enkels´.

Juan kwam uit het Baskenland en was een paar jaar later opeens verdwenen. Vertrokken naar een ander klooster werd ons verteld. Maar niemand wilde vertellen waarom. Tot de dag dat mijn chauffeur Jorge op weg naar de onmoeting met padre Augustín bij de ingang van het klooster aan de praat raakt met een monnik van Canarische afkomst die een paar vuilniszakken in een container gooit en terloops de vuile was buiten hangt. ´Het was een complot, twee nieuwe novices konden niet opschieten met Juan en gingen in zijn verleden graven. Ze kwamen erachter dat hij als gemeente-medewerker bij een corruptie-schandaal betrokken was geweest en hebben daarna de abt ingelicht. De zaak lag te gevoelig om Juan nog te kunnen handhaven in het klooster´. Even hebben we het gevoel verzeild te zijn geraakt in een nieuwe roman van Umberto Eco.  Ondertussen is padre Augustín aan 214de zonzijde in de kloostergang op een bankje gaan zitten. Voorovergebogen haalt hij een zakmes over een houten stok heen. Het is steeds dezelfde beweging, soms vertrekt hij een spier. Ik vraag of ik een foto van hem mag maken. Hij knikt instemmend en houdt zijn blik gericht op de stok. Waar zullen zijn gedachten zijn? Hij heeft zoveel meegemaakt in het klooster. Zou hij er bij zijn geweest toen het klooster voor een groot deel door een zware brand werd verwoest. Was hij al ingetreden bij het bezoek van Franco en van prinses Irene met Carlos Hugo, en wat zal hij meer weten van novice Juan, een naam die overigens verzonnen is om de privacy van de novice te respecteren. Padre Augustín zal waarschijnlijk vinden dat ik al veel te veel heb onthuld. Het is hier geen dierentuin en ook geen Animal Farm van George Orwell, hoor ik hem denken. 

Een bal, een hoepel en een springtouw

27/10/2015

Dit is het mooiste schoolplein van Spanje. Op het eerste gezicht zou je niet denken dat deze foto in Spanje is genomen. Kijkend naar de inslagen in de muur achter de kinderen past het beeld meer thuis in een oorlogsgebied. In Aleppo of Damascus bijvoorbeeld. Spelende kinderen op een oorlogstoneel zijn het symbool van de hoop. Ze kunnen de meest gruwelijke oorlogstaferelen voor even doen vergeten. Het is een scherp contrast, onschuldige kinderen die spelen tegen een muur van agressie. Gelukkig hebben de kinderen op deze foto het oorlogsgeweld in hun stad niet meegemaakt. De kraterinslagen in de muur dateren uit de tijd van de Spaanse burgeroorlog, toen een bom boven dit plein werd afgeworpen. De scherven sloegen de gaten in de muur. Dit is het plein van San Felipe Neri, gelegen in het hart van de Barrio Gótico in Barcelona, tussen Plaza del Pino en de kathedraal. Dáárom is dit het mooiste schoolplein van Spanje. Een plein met een geschiedenis en tegelijkertijd een plein dat leeft en bruist met spelende kinderen. Tot een paar jaar geleden was dit een intiem pleintje. Een vriend van me die in Barcelona opgroeide maar nu al jaren bij ons in Castro Urdiales woont, plazapi 010vertelde me dat hij op dit plein samen met zijn vrienden stiekem zijn eerste jointjes rookte, omdat toch niemand op het plein kwam, zelfs de politie niet.

Maar die tijd is voorbij nu het toerisme iedere verloren hoek van Barcelona wel heeft ontdekt. Het plein speelde een belangrijke rol in de roman De Schaduw van de Wind van Carlos Ruiz Zafón. Nu is het plein een vast onderdeel in de toeristische route van de Plaza del Pino naar de kathedraal, een wandeling door de voormalige Joodse wijk. Maar wie op een doordeweekse dag rond elf uur naar het plein komt, ziet het plein zijn gezicht terug krijgen, de overtreffende trap van couleur locale. Als je de straten inloopt van San Severo, Bajada de Santa Eulalia of Montjuich de Obispo, de drie straten die uitkomen op het plein, de eerste twee via de Felipe Neristraat, hoor je het geluid van spelende kinderen. Gejoel, gejuich, geschreeuw. Geluiden van vrolijkheid. En voor dit plezier hebben de schoolkinderen van San Felipe Neri niet meer nodig dan een bal, een hoepel en een springtouw. Eigenlijk zou tijdens plazapi 014het speelkwartier het plein moeten worden afgesloten voor het toerisme. Al bleef toen ik op het plein was een groepje jongeren keurig achter de denkbeeldige zijlijn van het voetbalveld en vormde op die manier een kleine schare supporters voor de voetballertjes. Dat aan het plein naast het Schoenenmuseum, met in de hal een schoen van ruim een meter voor het standbeeld van Columbus dat aan het einde van de Rambla staat, een hotel is gekomen, is al veel te veel inbreuk op de intimiteit van het plein. De kinderen beseffen dat waarschijnlijk niet. Even heb ik overwogen om de voetballende schoolkinderen voor te stellen om niet de deur van de kerk als doel te gebruiken, maar het raam van het restaurant van hotel Neri.   

Ad van der Neut, barcelonarevisited.wordpress.com, voegde in een reactie toe dat bij het ontploffen van de bom op het plein 42 mensen om het leven kwamen, waaronder 30 kinderen. De kinderen waren vluchtelingen afkomstig uit Cervantes’ geboorteplaats Alcalá de Henares, vlakbij Madrid. De kerk was hun opvanghuis. Een belangrijke aanvulling van deze Barcelona-deskundige die bij deze post niet mag ontbreken.