Archive for the ‘Reizen door Spanje’ Category

Zinloos geweld tegen een zinloos referendum

03/10/2017

Zojuist het ´manifest` van de Nederlandse journalist en schrijver Edwin Winkels op Facebook gelezen. Wéér iemand uit Catalonië die zich moet verdedigen voor de botsing van de treinen uit Catalonië en Madrid, bestuurd door twee onverantwoordelijke machinisten, de Catalaanse president Puigdemont en de Spaanse premier Mariano Rajoy. Un choque de trenes heet het in Spanje als twee partijen op ramkoers liggen en niet eens meer een dialoog willen aangaan om een confrontatie te voorkomen. De gevolgen zagen we zondag op de televisie bij het geweldadige ingrijpen van de Guardia Civil en de Policia Nacional om een ilegaal uitgeschreven referendum over onafhankelijkheid van Catalonië te voorkomen. Rajoy en Puigdemont zijn er ingeslaagd om een bres te slaan in de Catalaanse maatschappij. Terwijl beide politici uit partijen komen met dezelfde politieke ideologie.

We hoeven niet eens ver terug te gaan in de geschiedenis voor de aanleiding van dit politieke drama. In 2005, met zowel de socialisten in Madrid als Catalonië aan de macht, kreeg Catalonië een nieuw statuut, zoals alle autonome regio´s waar Spanje uit bestaat zo´n statuut hebben. De Catalanen konden zich vinden in dit nieuwe statuut, met meer zelfrecht voor Catalonië, maar niet de PP van Rajoy die het nieuwe statuut aanklaagde bij het Hof van Constitutie. In 2010 schrapte het Hof veertien artikels uit het statuut tot woede van de Catalanen. Daarna kwam de Catalaanse nationalistische partij aan de macht op een moment dat Spanje werd getroffen door een zware financiële crisis. De Catalaanse regering ging in Spanje voorop met vergaande bezuinigingen in onderwijs, infrastructuur en gezondheidszorg.  De maatregelen werden uitgelegd als dat Catalonië werd bestolen door Spanje(lees Madrid). Catalonië zou veel beter af zijn als het een onafhankelijke natie zou zijn. Vanaf dat moment nam de roep om onafhankelijkheid toe, terwijl de Catalaanse nationalistische partij nooit in de geschiedenis naar onafhankelijkheid had gestreefd. Het Catalaanse nationalisme wordt gegijzeld door het populisme van de extreemlinkse beweging CUP en de Catalaanse Republikeinse partij, waarmee het de regering vormt. In Madrid is op dat moment Rajoy aan de macht. De Spaanse premier nam geen enkel initiatief om met de Catalanen om de tafel te gaan zitten. Rajoy verschuilt zich liever achter de rechterlijke macht dan dat hij op zoek gaat naar politieke oplossingen. En dat leidde tot de beelden die zondag de hele wereld over gingen en moeten worden uitgelegd door inwoners van Catalonië, waarvan een groot deel niets van onafhankelijkheid wil weten. Zinloos geweld, omdat de politici er niet in slaagden het conflict vreemdzaam op te lossen tegen een zinloos referendum, omdat het illegaal was en dus nooit had mogen worden georganiseerd.

 

 

 

Anuncios

Toerist rot op!

14/08/2017

De Spaanse politiek probeert de anti-toerisme manifestaties van de laatste weken uit te leggen als uitzonderlijke acties. Maar gezien de regelmaat waarmee de acties tegen het toerisme in de media terugkeren, lijkt er toch wel wat meer aan de hand te zijn. In Palma de Mallorca, Barcelona, San Sebastián en Bilbao duiken overal leuzen op tegen de toerist, zoals het voorbeeld op de foto boven deze post. In Barcelona werd een toeristenbus bestookt door actievoerders, vooral uit de hoek van extreem-links, en in San Sebastián werd het toeristentreintje tot stoppen gebracht en kregen de toeristen een regen van confetti over zich heen. Uiteraard probeert de Spaanse regering deze acties te bagataliseren, want als dit nieuws met grote koppen in de buitenlandse pers verschijnt, kan dat grote schade berokkenen aan het toerisme in Spanje. En dat terwijl het toerisme een belangrijke inkomstenbron is voor Spanje en het aantal toeristen dit jaar waarschijnlijk het aantal van 61 miljoen gaat overschrijden. Er wordt al gesproken over meer dan 70 miljoen toeristen. Waarschijnlijk zit daar juist het probleem. Het zijn er teveel. Ze pikken de appartementen in van de Spanjaard, waardoor die moet verkassen. In de oude visserswijk Barceloneta in Barcelona ´wonen´ inmiddels meer toeristen, dan oorspronkelijke bewoners. In Palma verdrievoudigt de huur in de zomer.

Bij ons in Castro Urdiales hoorde ik iemand vertellen dat hij 894 euro huur had betaald voor een week in een appartement. De gemiddelde huurprijs voor een dergelijk appartement schommelt rond de 650 euro, per maand… Huisjesmelkers willen in de vakantiemaanden alleen maar hun appartement voor een week of  twee aan toeristen verhuren en verhogen de huur om de eigenlijke bewoner te ontmoedigen om zijn appartement aan te houden. Degenen die blijven, worden bijna iedere week geconfronteerd met nieuwe buren die feestvieren en voor overlast zorgen. Om maar te zwijgen over de uitgaansgebieden in de badplaatsen, waar de dronken jeugd de straten terroriseert. Waarschijnlijk zal de Bask die ´s ochtends in zijn stamcafé een wijntje drinkt en zich opeens ziet omringd door 40 cruisegangers die bij hun excursie recht hebben op een glas wijn en een tapa, ook niet blij zijn met zoveel toeristen. Ook de middenstand klaagt. De cruisegangers worden een paar uur door de stad geleid en hebben geen tijd om ook maar iets te kopen, niet eens een ansichtkaart. Toeristen die op markten op de eerste rij voor de kramen staan. Niet om te kopen, maar om te fotograferen. Hetzelfde geldt voor toeristen in de all inclusivehotels, die ook niet meer buiten de deur van hun hotel iets gaan eten of drinken. 

Hopelijk zullen mijn collega´s van SRC-Reizen buiten schot blijven. Want wij gaan wel keurig naar hotels, moedigen onze gasten aan om tussen de middag in de restaurants de lokale keuken te proeven en leggen de plaatselijke gewoonten en gebruiken uit om ons daar dan zoveel mogelijk aan aan te passen. Want als toerist zijn we uiteindelijk alleen maar te gast. Not all tourists are bastards. En zeker ook niet alle Spanjaarden zullen het toerisme willen uitdrijven.  

 

Analfabetisme in de flamenco

31/07/2017

Waar gaan de teksten van de zangers bij de flamenco nu eigenlijk over. Jaren stond ik met een mond vol tanden, zoekend naar een antwoord, wetende dat ik dat nooit zou vinden, duikend in een hooiberg zonder speld. Als de vraag kwam, giste je naar een antwoord in de hoop de vraagsteller tevreden te stellen. Het gaat over liefde, over passie, soms over een duif die in een boom zit en opeens weg vliegt. De teksten komen uit de Spaanse versie van het rijmboekje van André Hazes. Met dat antwoord hoef je overigens niet op veel tevreden mensen te rekenen. Natuurlijk probeerden we wel naar de teksten te luisteren. Corazóóóón, kwam heel vaak terug, en amor, maar meestal kwamen we niet veel verder. De andere woorden waren gewoon niet te verstaan. Andalusiers hebben nu eenmaal een zwaar dialect. Als iemand ergens in een Andalusisch dorp wordt geïnterviewd, krijgt hij of zij ondertiteling. Zo wordt de c een s in het Andalusisch, van de j die als g-klank moet worden uitgesproken, maakt de Andalusiër een stomme h-klank. Nada wordt ná, en chico wordt quillo. Bij veel woorden laat de Andalusiër de laatste letters maar gemakshalve weg.

Maar bij de flamenco gaat de verkrachting van de Spaanse taal nog veel verder. Althans dat dacht ik, tot ik eindelijk een paar weken geleden het geheim van de flamenco-zang wist te ontrafelen. Het antwoord zat verstopt in een interview met een flamencodanseres, afgedrukt in de weekendbijlage van de Spaanse krant el País. De vraagsteller haalde een uitspraak van Caballero Bonald aan die ooit zanger Pepe Agujetas had horen zeggen dat  een goede flamenco-zanger analfabeet moet zijn, want wie kan lezen, bederft de uitspraak. Eureka! Dit was het antwoord op al die vragen van al die mensen die ooit met gespitste oren bij een flamenco-optreden hadden gezeten en er maar niet achterkwamen wat er werd gezongen. Overigens vertelde mijn collega en Andalusië deskundige Toine Luksenburg dat Pepe Agujetas in het Nederlands Jozef Spierpijn betekent. Naast de onverstaanbare teksten wordt er door de zogenaamde cantautores vooral geroepen naar de dansers en danseressen. Dale, geef alles, haal alles uit de kast, guapa, schoonheid, dat compliment gaat dan uiteraard uit naar de granadadanseressen, olé, wat de toerist bij de voorstelling voortdurend hinderlijk herhaalt alsof hij in een voetbalstadion zit. Omdat ik wel wist dat in tegenstelling tot de Portugese fado, de flamenco-teksten nauwelijks diepgang hebben, wijs ik mijn gasten erop dat ze zich maar beter kunnen concentreren op de dans en passie van danser en danseres. Eerlijk gezegd weet ik weinig van flamenco, weet ik niet wat het verschil is tussen bulerías of malagueñas. Maar kijkend naar de passie waarmee de dansers en danseressen hun kunsten vertonen en het vuur dat uit hun donkere ogen, zwart als kolen, spat, dan hoor je het verhaal van de oosterse wortels in Andalusié, van het harde leven in de zigeunerwijk van Sacromonte in Granada. Je gaat mee in de trance van de danseres, ook al probeert iemand op de achtergond met onverstaanbare woorden jou uit je oosterse droom te schreeuwen. 

Koffiepauze aan de kust van Galicië

25/06/2017

Xuño

De laatste regels van mijn vorige post kondigden aan dat het verhaal van mijn revalidatie bij een drieluik zou blijven, al schoot het aantal bezoekers aan mijn blog juist door deze verhalen omhoog. Mijn leed trok veel meer bezoekers dan alle verhalen die ik over Spanje in de loop van de jaren had geschreven. De post sloot ik af met de woorden dat het wereldje van deze blogger een klein wereldje was geworden en dat is voor een reisleider best frustrerend, zeker nu het personeel van het revalidatiecentrum op vakantie begint te gaan. Gelukkig niet naar plaatsen die me jaloers maken, want veel medewerkers gaan vooral naar de overvolle badplaatsen, al is dat ook wel weer begrijpelijk als je midden op de hoogvlakte temperaturen moet trotseren van rond de veertig graden, en de zee ver weg is. Maar toen mijn therapeute vertelde dat ze een weekje naar Galicië ging, moest ik toch wel even slikken en kwamen herinneringen boven aan al die reizen die ik naar dat gebied heb gemaakt. Herinneringen aan de pelgrimsweg, het lekkere eten, de mooie landschappen en de uitbater van café Mariño aan de weg langs de Rias Bajas tussen Noia en Santa Eugenia.

XuñoHerinneringen om deze blog weer nieuw reisleven in te blazen. Café Mariño ontdekten we bij toeval toen de eigenaar van ons vaste koffieadres aan het begin van het wandelpad naar de keltische nederzetting van Baroña op de rotsen aan de Galicische kust besloot op maandag de tent dicht te gooien, uitgerekend op onze bezoekdag aan de keltische overblijfselen. Belachelijk vond de Hollandse koopmansgeest, als de eigenaar toch zomaar 30 kopjes koffie kon verkopen. Maar iedere horeca-ondernemer weet dat de marge op koffie erg laag is en de arbeidsintensiviteit hoog, zeker als er cappucino wordt besteld. Er zat niets anders op dan de weg te vervolgen en dan maar hopen een geschikte lokatie tegen te komen, met lekkere koffie, parkeerruimte voor de bus én een vlotte bediening. Een nachtmerrie voor de reisleider is om onnodig veel tijd te verliezen bij een koffiestop. Uiteindelijk reden we Xuño binnen. Een roze bord aan de rechterkant van de weg wees naar de aanwezigheid van een Romaanse brug, maar nog belangrijker was dat halverwege het dorp aan beide kanten van de weg een bar was, bar Mariño aan de rechterkant en bar La Palmera aan de linkerkant. Zo konden we de groep verdelen en hoefden we niet bang te zijn dat er in een van de barren te weinig kopjes zouden zijn of dat de barman onder de plotselinge werkdruk zou bezwijken. De gok pakte goed uit, tot een paar weken later La Palmera dichtging en we met de hele groep bar Mariño vulden. Mariño is een typische dorpskroeg, waar een oud mannetje je zomaar kunt vragen; alles goed?, in het Nederlands omdat hij als een van de vele Galicische emigranten in de jaren zestig of zeventig ooit bij Xuñode Hoogovens, Philips of in de Limburgse mijnen werkte.

Uiteraard staat de televisie aan, naast de ingang van de keuken hangt een kalender van het lokale garagebedrijf met halfontblote dames, op een hoek van de bar liggen de regionale kranten, je kunt er loten kopen van de staats- en blindenloterij en op een publikatiebord prijkt het culturele nieuws en de gemeentelijke mededelingen en aan de andere kant van het lokaal hangt een vergeelde foto van het plaatselijke voetbalelftal. We vroegen ons af of we hier wel binnen een half uur met dertig gasten weer weg zouden zijn. Er stond achter de bar maar een man, die ook nog eens scheel was, maar dat was juist een voordeel, want een oog hield hij op de koffiemachine en met zijn andere oog kon hij de gasten achter zich laten afrekenen. Daarbij kreeg hij steun van zijn vrouw die met schone kopjes uit de keuken kwam en onze gasten voorzag van kleine rieten mandjes gevuld met koekjes. Die waren inbegrepen bij de koffieprijs van 1 euro… We waarschuwden de eigenaar als er een week later weer een groep zou komen, zodat ze het terras dat normaal uit drie tafeltjes bestond konden uitbreiden. Het terras gaf uitzicht op het landschap van Galicië. Een granieten kerkje, akkertjes met mais en op de achtergrond de bergrug van Barbanza waar we later naar het uitzichtspunt zouden gaan. Later las ik in een reportage over euthanesie dat bij Xuño in de jaren zestig Ramón Sampedro een dwarslaesie opliep bij een duik in ondiep water. Voor de rest van zijn leven was hij gekluisterd aan het bed, de eerste jaren in Xuño. Hij werd landelijk bekend omdat hij de eerste Spanjaard was die in het conservatieve Spanje van Franco om euthanesie vroeg.  Zijn verhaal werd verfilmd in de beroemde film Mar Adentro van Amenábar, de rol van Sampedro werd gespeeld door Javier Bardem. Maar wij komen voor de koffie naar Xuño. Toegegeven, bar Mariño heeft niet de allure van een terras op de plaza Mayor in Salamanca of Madrid of tegenover de stadsmuren van Cáceres, maar wie kennis wil maken met de Galicische gastvrijheid en gemoedelijkheid, kan niet zomaar voorbij rijden aan bar Mariño.

De biermagnaat van Cerezales del Condado

14/11/2016

cerezalesdelcondado-12

Bienvenido Mr. Marshall is een klassieker in de Spaanse filmgeschiedenis. Een kritiek op de Amerikaanse politiek én de Spaanse maatschappij van de jaren 50, op magistrale wijze op het doek gebracht door Berlanga. De film gaat over een klein Spaans dorpje, waar de bevolking zich opmaakt voor de komst van de Amerikanen die in het kader van het Marshallplan de Spanjaarden met pakken dollars te hulp zullen schieten. Heel het dorp staat gespannen langs de straat als de stoet auto´s van de Amerikaanse delegatie in zicht komt. Maar de auto´s rijden met een noodgang door het dorp heen, nagekeken door de verbaasde en ontgoochelde inwoners van het dorp. Op de achterkant van de laatste auto hangt een doek met de tekst ´Goodbye´. Het dorp op de foto boven deze post ligt een kilometer of twintig ten noorden van León. Daar hebben ze hun eigen Marshall, maar wel één die volgens het verhaal in El País, miljoenen zal achterlaten. De Marshall van cerezalesdelcondado-16Cerezales del Condado is Antonio Fernández. Deze Spaanse emigrant was president van de Mexiaanse bierbrouwer Modelo, die onder andere Corona op de markt brengt.  Afgelopen zomer overleed Fernández op 98-jarige leeftijd en liet een vermogen na van ongeveer 200 miljoen euro. De biermagnaat had geen kinderen, maar wel dertien broers en zussen en een heel leger aan neefjes en nichtjes, die niets over de erfenis van hun suikeroom naar buiten willen brengen. 

Antonio werd in 1917 in Cerezales geboren. Op 14-jarige leeftijd, haalde zijn ouders hem van school. Antonio moest op het land gaan werken. Vijf jaar later wachtte hem de militaire dienstplicht, in hetzelfde jaar dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. Hij werd naar de frontlinie in Teruel gestuurd, waar zich een van de gruwelijkste episode uit de oorlog afspeelde. Van de 900 soldaten die deel uitmaakten van zijn brigade, kwamen naast Antonio slechts zes soldaten levend uit de strijd. Het geluk begon hem toe te lachen toen hij descarga-1in het huwelijk trad met de dochter van een rijke emigrantenfamilie, die in Mexico fortuin had gemaakt. De oom van zijn echtgenote was eigenaar van de bierbrouwerij Modelo. Antonio vertrok naar Mexico waar hij in de fabriek ging werken. Na de dood van de oom werd Antonio de nieuwe president. Onder zijn leiding ging Corona de internationale markt op. In Spanje was de naam Corona al geclaimd door de bodega van Torres. Corona werd Coronita. Tot afgelopen zomer toen er een overeenkomt werd bereikt tussen Torres en de Belgische multinational InBev Anheuser-Busch die Modelo in 2013 had opgekocht voor 15,4 miljard euro. Een deel van dit vermogen heeft zijn weg gevonden naar Cerezales de Condado. Want Antonio Fernández heeft zijn wortels nooit verloochend. Dankzij de biermagnaat heeft Cerezales een vernieuwd waterleidingsysteem, tot 2006 hadden nog niet alle dorpelingen het hele jaar door stromend water. Fernández liet de plaza mayor, de kerk en het kerkhof opknappen en in maart zal het nieuwe culturele centrum worden geopend, dat door de lokale pers al is omgedoopt in het ´Guggenheim rural´. De stichting Cerezales, die wordt geleid door een nichtje van Fernández wist vorig jaar met verschillende tentoonstellingen al meer dan 10.000 bezoekers naar het dorp te lokken. En dat terwijl in de winter het dorp maar 29 bewoners telt.  

  

 

Lieve Lise

07/11/2016

img_7831

Het spijt me Lise. Ik hoop niet dat je erg schrok van het onverwachte flitslicht. De jongen op de voorgrond deed dat wel. Maar bij hem won de verbazing het al snel van de schrik. Hoe ik het aandurfde om een foto te nemen, dat was verboden. Maar ik stond buiten de zaal protesteerde ik. Maar je nam de foto de zaal in, weerlegde de jongen bij de ingang. Ik wilde je vangen in mijn camera, zoals jij, toen je nog maar 24 jaar oud was, werd gevangen in het barokke raamwerk dat je om je heen kreeg. En zoals je nu gevangen bent in een zaal van het Thyssenrenoir_lise_in_a_white_shawl Bornemiszamuseum in Madrid. De jongen die de kaartjes controleert als cipier bij de ingang. Je mocht op reis. Even weg uit het Dallas Museum of Art. Ik kan me niet voorstellen dat je daar ooit zult wennen. Wat moet een knap burgermeisje zoals jij uit een dorp boven Parijs in dat sfeerloze Dallas. Je bent je model voorbij gestreefd. Renoir maakte geen portret van je, maar hij schiep je, uit de spiegeling van Lise Tréhot. Zij was zijn belangrijkste model in zijn beginjaren. Tussen 1865 en 1872 poseerde ze voor hem. Op een van zijn laatste werken van haar werd jij geboren. Er wordt gezegd dat je haar huwelijkscadeau was. Vandaar de witte sjaal, als een bruidsluier. Je bent de mooiste van de 23 schilderijen die Renoir van Lise Tréhot maakte. Je kwam bij haar in de familie. En daarna nam het echtpaar Emery en Wendy Reves je mee naar Dallas. Of all places! Gelukkig blijf je nog tot 22 januari in Madrid. Als topstuk van de expositie Intimiteit lise_trehot_in_1864van Renoir. Zoals Picasso zei dat na de grotschilderingen van Altamira de decadentie in de schilderkunst intrad, zo geldt dat ook voor de expositie van Renoir. Jouw gezicht siert de eerste zaal. Alle schilderijen die de bezoeker na jouw portret ziet, zijn overbodig. Het is onmogelijk om het gezicht van je af te wenden. Die grote bruine ogen, het linker ooglid dat iets naar beneden gaat. Er zit zoveel expressie in je ogen dat het lijkt of je iets wil vertellen. Je hoofd helt licht over naar rechts. Misschien was je net bezig om je sjaal over je hoofd te leggen. Je houdt de stof met één hand vast. Ik had je graag meegenomen, het Thyssen uit, naar de overkant, langs het Prado naar het Retiropark om daar samen in een roeibootje op de vijver te dobberen.  Eenmaal verdwenen in jouw ogen is het zo makkelijk om te fantaseren.

Tot de Kerst er op volgt

07/09/2016

img_7639

Met zoveel politie rond het gebouw van de Tweede Kamer leek het even of Spanje opnieuw werd getroffen door een staatsgreep, 35 jaar na de couppoging van Tejero. Maar het waren veiligheidsmaatregelen voor de politici die er in het parlement maar niet in slagen om een regering te vormen. Na de verkiezingen, vorig jaar in december lukte het al niet en na de laatste verkiezingen die op 26 juni werden gehouden, dreigt het weer te mislukken. De Spaanse koppigheid, waar ik al eerder over schreef,  steekt weer de kop op. Eerst denk je nog dat er een geniale strategie zit achter dit politieke schaakspel, maar na weer een debat van over en weer modder  gooien, is wel duidelijk dat de politieke leiders vooral bezig zijn om elkaar af te branden. Na de verkiezingen  in december probeerde de socialistische leider Pedro Sánchez een coalitie te vormen, maar de PP hield dat tegen. Na de laatste verkiezingen nam Rajoy het initiatief en was het de PSOE die dwars zat. Misschien moet er toch maar weer een Tejero het parlement binnenstormen om de heren politici te gijzelen tot ze er wel uit zijn.

Nu het politieke spectrum bestaat uit vier partijen moet in Spanje voor het eerst een grote coalitie worden gesloten om een regering te kunnen vormen. Het probleem is echter dat de partijen daar geen ervaring mee hebben. En waarschijnlijk zit ze ook de Spaanse koppigheid in de weg. Toegeven in de onderhandeling wordt gezien als img_7635verraad naar de achterban. Het lijkt erop dat óf de leider van de PP, Mariano Rajoy, óf de socialistische leider Pedro Sánchez het veld moet ruimen, zodat er een doorbraak kan worden geforceerd. In het redactionele commentaar riep de krant El País beide leiders op om een stapje terug te doen. Om de politieke druk wat op te voeren had Rajoy de politieke kalender zo opgesteld dat wanneer er in de komende periode geen regering wordt gevormd, de derde verkiezingsronde wordt gehouden op Eerste Kerstdag, 25 december. Pas in oktober zal er opnieuw in het parlement worden gestemd over het vormen van een regering.

De politieke leiders blijven met elkaar praten, gisteren deden Rajoy en Sánchez dat gedurende tien(!) minuten om tot de conclusie te komen dat ze er niet uit zullen komen. Er wordt nu gewacht op de uitslagen van de regionale verkiezingen in het Baskenland en Galicië, die op 25 september worden  gehouden. En al die tijd zullen de politieke verslaggevers zich uren ophouden bij de ingang van de Tweede Kamer om in de bij 37 graden smeltende microfoon hypocriete, nietszeggende woorden als dialoog en voor het Spaanse volk op te slurpen.

 

Een exclusief bezoek aan Jeroen Bosch

30/08/2016

IMG_7629

De reizigers op deze foto staan op het punt om een exclusief bezoek te brengen aan de expositie van Jeroen Bosch in het Prado. Na het succes van Bosch in zijn woonplaats Den Bosch, was het nu de beurt aan Madrid om een overzichtstentoonstelling te organiseren. Mét het topstuk De Tuin der Lusten, het schilderij dat niet naar Nederland kwam. Mijn reisorganisatie SRC speelde handig in op de tentoonstelling en bood in eerste instantie één reis van vijf dagen aan. Maar deze reis was in een mum van tijd volgeboekt en uiteindelijk werden vijf reizen georganiseerd met tussen de 23 en 29 gasten per reis. Én uw blogger die het kwintet reizen mag begeleiden.

Voor de gelegenheid kocht SRC exclusieve entreekaartjes, waarmee we een uur voor de officiële openingstijd van het Prado al naar binnen mogen. Voor de stroom uit, want na tien uur worden 150 bezoekers per kwartier toegelaten. Met zoveel mensen in een zaal is het onmogelijk om alle details op de werken van Bosch te bestuderen. Daarom was het ook een mooi gezicht hoe zes gasten van de groep IMG_7627op een rij voor de Tuin der Lusten stonden. De handen op de rug, ontspannen. Helaas mocht dit beeld niet worden vastgelegd, zover ging de exclusiviteit van het bezoek niet.

Behalve dat het kaartje 50 euro kost, moet je er wel wat voor over hebben om in augustus naar Madrid te komen. Vroeger liep Madrid massaal leeg in augustus, naar de kust, op de vlucht voor de hitte. De Madrilenen doen dat nog steeds, maar de toeristen komen nu ook naar de hoofdstad in de hete zomermaanden. Met temperaturen tussen de 34 en 36 graden en als het alleen op een terras waar een verfrissende nevel neerdaalt,  is uit te houden. Bij het Prado stond in de ochtend een rij tot halverwege de lange zijde van het museum, ter hoogte van het standbeeld van Velázquez. Deze IMG_7630afmetingen werden tot een paar jaar geleden alleen gemeten in het voor- en najaar. Het lijkt dat het terrorisme de toerist ook naar Madrid heeft gedreven. Maar in ons geval heeft Bosch dat gedaan. Vijf keer Bosch zal me niet gaan vervelen. Waarschijnlijk was dat wel gebeurt als ik vijf keer hetzelfde werk van Mondriaan had moeten bekijken. Maar in het werk van Bosch zijn zoveel details te ontdekken, dat gaat nooit vervelen. Het is een bijzondere wereld, de wereld van Bosch. Sinds ik daar in ronddool, heb ik, dankzij het interessante boek van de Duitse hoogleraar Nils Büttner, woorden geleerd als dendrochronologie, anagogie, viervoudige schriftuitleg en ben ik het werk van Bosch eenstuk beter gaan begrijpen. 

 

De 23 wonderen van Jakobus

01/08/2016

060

Een paar jaar geleden ontstond er grote paniek binnen het bisdom van Santiago de Compostela. De Codex Calextinus was ontvreemd. Ruim een jaar lang werd er gezocht naar dit 12-eeuwse kleinood en uiteindelijk werd het bij toeval ontdekt in de garage van de klusjesman van de kathedraal. Verstopt achter een auto in een plastic tas van een supermarkt. Deze klusjesman werd er al van verdacht dat hij regelmatig een deel van de opbrengst van de collecte mee naar huis nam, maar dat hij ooit de Codex zou meenemen, had niemand kunnen vermoeden.

De Codex wordt gezien als de wieg van het fenomeen van de pelgrimage naar Santiago. In de 12e eeuw gooide bisschop Gelmirez bij de graaf van Galicië, Raymond van Bourgondië, een balletje op om zijn broer Guy, abt van Cluny en later paus Calixto, te bewegen om binnen het christendom wat reclame te maken voor de pelgrimage naar Santiago. Op die manier zou Spanje eindelijk bij de rest van Europa worden betrokken en zou Spanje steun krijgen in de Reconquista, de kruistocht tegen de Islam. Guy van Bourgondië stuurde de monnik Ameryc Picaud het pelgrimspad op, om de belangrijkste pelgrimsweg, de camino francés, in kaart te brengen. Deze eerste pelgrimsgids werd als een van de vijf boeken opgenomen in de Codex. De andere boeken in de Codex Calixtinus gaan over de overbrenging van het lichaam van Jakobus naar Spanje, over de strijd van Karel de Grote en ridder Roeland in de Pyreneeën, over preken en psalmen die de pelgrims onderweg moeten aanhalen én over de 22 wonderen van Jakobus.

abrazoalapstolMaar daar moet een wonder aan worden toegevoegd. Drie jaar geleden gingen een man en een vrouw op vakantie naar de kust van Galicië. Ze genoten van de natuur, de gastronomie en bezochten de kathedraal van Santiago. De vrouw was bijna zeven maanden zwanger. Het zou hun tweede kind worden en ze wisten al dat het een jongetje zou worden en dat hij de naam Thiago zou krijgen. Niet alleen omdat ze dat beiden een mooie naam vonden, maar ook omdat de man twee keer de pelgrimstocht naar Santiago had gelopen. Santiago had ook gekund, maar die naam wordt in het Spaans al snel afgekort tot Santi en dat klinkt vrij oubollig. Terwijl hun oudste zoontje vrolijk rondrende over het plein voor de kathedraal, ging de vrouw alleen naar binnen, manlief bleef buiten om op de kleine belhamel te letten. In de kathedraal ging ze achter het hoofdaltaar de trappen op om het beeld van Santiago te omhelzen. Een traditie die in de 16e eeuw ontstond toen de piraat Francis Drake de kust van Galicië teisterde en in Santiago de Compostela snel het lichaam van de apostel en zijn twee discipelen werd verstopt. Dat werd zo goed gedaan dat men drie eeuwen nodig had om de grafkisten weer te vinden. Al die tijd was Santiago met het beeld achter het hoofdaltaar toch aanwezig in de kathedraal. De vrouw liet de handen rusten op de schouders van de apostel. Het waren slechts een paar tellen, maar het had verstrekkende vervolgen. Nog geen twee weken later kwam hun zoon Thiago op de wereld, zeven weken te vroeg en nota bene op de dag van de heilige Jakobus, 25 juli. Zijn vader was tijdens de bevalling voor zijn werk als reisleider in Peru, waar hij net Arequipa binnenreed. De stad waar hij zijn geliefde had leren kennen en waar hij nu voor het eerst weer terugkwam.  Toegegeven, het wonder is nog niet erkend door het Vaticaan, maar misschien dat mijn vrouw en ik, want dit verhaal gaat over ons, ooit gaan lobbyen bij de paus.

Twee gezichten van Madrid

21/06/2016

IMG_5822

IMG_5834

Of beter gezegd, twee uitzichten op Madrid. De bovenste foto nam ik vanaf het dakterras van mijn hotelkamer aan de Gran Vía, richting het noorden van Madrid. De foto daaronder laat het uitzicht zien van mijn hotelkamer aan de calle Atocha in het centrum, waar ik een week later verbleef. Een kamer aan een binnenplaats, waar je tot je middel uit het raam moet hangen om te zien hoe de hemel boven Madrid is ingekleurd. Maar als je eenmaal een stap buiten beide hotels zet, is het contrast bijna net zo groot als tussen de foto´s boven deze post. Als je vandaag de dag in een reisverhaal schrijft dat een stad meerdere gezichten heeft, wordt je door de redactie voor de volgende reisreportage voor straf naar een plaats als Albacete gestuurd. Geen kwaard woord over Albacete overigens, maar toen ik daar een paar jaar geleden was en bij Toerisme vroeg naar het historische centrum van de stad verwezen ze me naar een dorp op acht kilometer van Albacete, Chinchilla. Albacete werd geboren op een bedrijventerrein. Maar terug naar Madrid en de twee gezichten van de stad. Want na een verblijf van twee weken worden die wel heel scherp afgetekend. En dan heb ik het niet over de twee gezichten die de stad zelf schetst met het Madrid van de Habsburgers en Bourbons.

De Gran Via is uitgegroeid tot een ware Franchise Avenue, waar alleen plaats is voor grote landelijke en internationale ketens en waar zogenaamde Baskische tapasbarren worden gerund door Russen. De grandeur en elegantie van de Gran Vía is alleen nog af te lezen aan de gevels van de monumentale panden. Een van de laatste dieptepunten voor de Gran Vía was de opening van de kledingdumpshop Primark. Ook geen kwaad woord over deze Ierse lowbudgetketen, maar zo´n filiaal hoort thuis in een winkelcentrum buiten de IMG_5831stad en niet aan de Gran Vía. Heel veel mensen zullen het niet met me eens zijn gezien de stroom consumenten die daar de hele dag in en uit loopt. Aan de Gran Vía is geen leuk, authentiek Spaans eettentje meer te vinden. Allemaal financieel weggetreiterd door de grote ketens. Chorizo Ibérico de bellota heeft plaatsgemaakt voor eenheidsworst. Dan toch maar de omgeving van calle Atocha. Een collega tipte me een goed restaurant, waarvan ik me de naam niet meer wil herinneren…. Als je langs het restaurant loopt, zo rond een uur of 8, wanneer de vergeelde gordijnen nog zijn gesloten, nodigt het niet uit om naar binnen te gaan. Het restaurant opent om 20.30 uur, om 21.00 uur is het vol en om 21.15 uur staat er een rij voor de deur. Het geheim van dit restaurant? Een eerlijke prijs voor een eerlijk menu, voor 10,50 euro kun je uit ongeveer tien voorgerechten en tien hoofdgerechten kiezen. Bij de prijs is brood, wijn, water of bier en dessert inbegrepen. De obers zijn profesioneel van de oude stempel. Omdat ik een tafel voor mezelf had, werd deze ook gebruikt om afgeruimde borden en bestek even te stallen als de ober zijn handen vol had. Een avond was ik bang dat het restaurant zijn ziel aan het duivelse toerisme had verkocht, toen er aan een lange tafel een groep Koreanen zat. Het was eenmalig, stelde de ober me gerust. Zijn collega had zich laten verleiden door een mooie reisleidster.