Posts Tagged ‘Cantabrië’

De loterij van Altamira

18/01/2019

Het idee was om na El Gordo en El Niño, de loterijen van Kerst en Drie Koningen, in januari mee te doen aan de loterij van de grot van Altamira. Bij die trekking is niet zo´n groot geldbedrag gemoeid als bij de Kerstloterij. Bij die loterij bedroeg de laatste keer het totale prijzengeld 2,3 miljard euro. In Altamira is de hoofdprijs een onvergetelijke ervaring, geheel in de geest van de reclamespot van Eurocard Mastercard. Iedere vrijdag kunnen bezoekers die hun entreekaartje voor het museum kopen tussen half tien en half elf in de ochtend, deelnemen aan een trekking die bepaalt wie de vijf gelukkigen zijn die de originele grot 37 minuten lang mogen bezoeken. In november fluisterde een stewardess bij de ingang van het mueseum in mijn oor dat de kans om ingeloot te worden het grootst is in januari, als het laagseizoen is en er weinig bezoekers zijn. Omdat de grot op een klein uurtje rijden van ons huis is, was het plan om iedere vrijdag naar Altamira te rijden. Maar helaas, sinds begin dit jaar is de grot gesloten omdat er binnen een te hoge concentratie aan koolstofdioxide (CO2) is gemeten. Zolang dat niet verandert, blijft de grot dicht.

Sinds de grot vier jaar geleden weer voor een klein publiek openging, is het de eerste keer dat de loterij moet worden geannuleerd. Wanneer de grot weer opengaat, is niet bekend. De aanwezigheid van CO2 is een natuurlijk proces en op natuurlijke wijze moet de concentratie aan koolstofdioxide weer lager worden. In het museum bij de grot is de belangrijkste ´zaal´ van de grot op ware schaal nagebouwd, inclusief de tekeningen, waar de grot beroemd om is. Tekeningen van paarden, geiten, bizons en herten zijn op meesterlijke wijze aangebracht. De kunstenaar maakte handig gebruik van het relief in de rotsen voor de buiken van de dieren en de scheuren in de wanden om lijnen te benadrukken. De tekeningen zijn tussen de 14000 en 18000 jaar oud. Picasso merkte ooit op dat na Altamira de decadentie in de schilderkunst was ingetreden. De grot wordt de Sixtijnse kapel van de Prehistorie genoemd. De replica van de grot is ook een meesterwerk, maar toch. De nieuwsgierigheid naar de echte grot stijgt alleen maar. Die kans om die te bezoeken, is dus sinds vier jaar iets groter geworden. Vier jaar geleden werd een film opgenomen over Marcelino Sanz de Sautuola, de man die in 1879 de grot ontdekte. De hoofdrol werd gespeeld door Antonio Banderas. Een film met mooie beelden van Santillana del Mar, het middeleeuwse dorpjes op vier kilometer afstand van de grot, én van het interieur van de grot. Na een lange discussie werd besloten dat de cameraploeg toch binnen mocht filmen. In die tijd was de grot al jaren bijna hermetisch gesloten. In 1973 bezochten 174.000 mensen de grot. Dat aantal nam alleen maar toe en daarom werd in 1977 besloten de grot te sluiten. Tussen 1982 en 2002 ging de grot weer open met een bezoekerslimitiet van 8800 bezoekers per jaar. Toen uit onderzoek bleek dat de schilderingen werden aangetast, werd besloten de grot opnieuw op slot te doen. Tot vier jaar geleden, toen de loterij van Altamira begon. Al is het dit jaar voorlopig nog wachten op de eerste trekking. 

Anuncios

Het rode goud blinkt niet meer

23/10/2018

Ze konden het zo van het strand opscheppen. Bij iedere schep hoorden ze de kassa rinkelen. Maar die tijd is voorbij. De prijs van de roodalg is behoorlijk gekelderd. Kregen ze eerst nog 2,50 euro voor een kilo gedroogd roodwier, nu brengt dezelfde hoeveelheid amper tachtig cent op. Maar toch blijven ze scheppen aan de Cantabrische kust. De zilte geur dampt van de hopen roodalg af. Caloca heet de roodalg hier aan de Spaanse noordkust. Tot zo´n vijftien jaar geleden was de verkoop van deze alg een aardige bijverdienste, maar niet meer dan dat. Tot de rode smurrie in de mode raakte als bindmiddel. De alg werd populair in de wereld van de gastronomie, de cosmetica en de farmacie. Je kunt de alg terugvinden in levensmiddelen onder de code E-406, zoals mayonaise, kaas, puddingpoeder en bier. De substantie die vrij komt na het koken van de roodalg heet agar-agar, een woord uit het Maleis dat gelei betekent. In de 17e eeuw werd het bij toeval ontdekt toen iemand een soep kookte, waarin roodalg zat. De Nederlandse koopvaarders namen het mee naar Europa. 

De oogst vindt plaats in september en oktober als de zee bij springtij de alg op het strand braakt. De man op de foto boven deze post heeft hier in Castro Urdiales samen met zijn kameraad het monopolie op de handel in coloca. Ze schrapen de alg op grote hopen en voeren het met een tractor af. Dit jaar hadden ze geluk. Door het goede weer konden ze de alg droog aanleveren, waardoor ze een iets hogere prijs zullen krijgen. En dat geldt ook voor hun tientallen collega´s die op andere stranden aan het werk zijn. In de zee voor plaatsen als Comillas en San Vicente de la Barquera gaan tractoren de zee in om de alg uit het water te dreggen. Van nauwelijks bereikbare strandjes wordt de oogst vanaf de kliffen omhoog getakeld. Er wordt hard gewerkt, ondanks de lage prijs die ze krijgen voor dat werk, veroorzaakt door de concurrentie uit Marokko en de Chinezen die een alternatief voor de agar-agar hebben ontwikkeld. 

Zonnen op de helling

30/09/2018

Merkwaardig. Ons dorp Castro Urdiales is gezegend met twee stranden, maar toch rollen veel mensen hun handdoek uit op het beton van de helling onder de middeleeuwse kapel van Santa Ana. Ze gaan het water in tussen de plezierjachten en vissersboten die in de haven liggen. En als je vraagt waarom ze het doen is het antwoord vaak dat ze niet beter weten. Dat ze hier als kind al kwamen. Dat dit hun plaats is. De stranden zijn voor de stadsmensen uit Bilbao. En daarom is Castro Urdiales een dorp. De vissersplaats mag dan ooit van een koning stadsrechten hebben gekregen, de sfeer in de plaats is die van een dorp. Bilbao is de grote stad op 35 kilometer afstand. Castro Urdiales heeft 35000 inwoners, maar in de zomer verdubbelt dat aantal, als de mensen uit Bilbao intrek nemen in hun vakantie-appartement en er vooral Franse en Spaanse toeristen naar de kustplaats komen. Ieder half uur vertrekt er een bus naar Bilbao en ieder ochtend rijden schoolbussen naar de Baskische stad. Als Athletic de Bilbao speelt, hangt bij de barren de roodwitte vlag buiten, zodat we weten dat we daar de wedstrijd op televisie kunnen zien. Terwijl onze hoofdstad toch Santander is. Maar die stad lijkt veel verder weg dan de 65 kilometer die op het bord net buiten Castro  langs de snelweg staat. Het is een hele onderneming om met de streekbus Santander te bereiken. De kinderen voetballen op de pleintjes in een shirt van Athletic. Niemand wil een speler van Racing Santander zijn. In de vroege middeleeuwen waren Castro Urdiales en Bilbao eigendom van dezelfde heer, Don Diego López de Haro, Heer van Vizcaya. Bij een herindeling in de twintigste eeuw zou Castro Urdiales zijn aangeboden aan de Basken, maar die voelen niets voor de adoptatie van de kleine vissersplaats. De vreedzame invasie van de inwoners van Bilbao, die vooral in de jaren negentig goed op gang kwam, heeft de lokale economie geen windeieren gelegd. Van enige wrijving tussen Cantabriërs en Basken is in Castro niets te merken. Maar de stranden zijn voor de mensen uit de grote stad. Op de helling zonnen de dorpelingen van Castro Urdiales. 

De trein kwam nooit aan bij de Middellandse Zee

04/07/2018

Net voor aankomst bij het station van Yera vulde de vallei zich met mist. Alsof het station en de troosteloze omgeving niet gezien mochten worden. Of was het juist om de teloorgang van deze plaats te benadrukken. Een verlaten en vervallen station, het perron overwoekerd met onkruid, een waterpartij op de plaats waar nooit een spoorlijn lag. Want hier reed nooit een trein. Hier stond nooit iemand op het perron te wachten. Niet ver van het station duikt een tunnel de bergen in. De tunnel van La Engaña, genoemd naar het riviertje dat er uit de bergen komt stromen. Maar ze hadden de tunnel ook Engaño kunnen noemen, met een o. Dat betekent bedrog in het Spaans en dat is wat deze spoorwegtunnel is. Er reed nooit een trein doorheen. Wel vrachtwagens, als in de winter de bergpas van Escudo door zware sneeuwval weer eens werd afgesloten. Tot 1999. Toen stortten delen van de tunnel in.

De tunnel is bijna zeven kilometer lang, 9676 meter om precies te zijn, en was de langste tunnel van Spanje tot de tunnels voor de hogesnelheidstrein in Barcelona en Madrid werden geboord. Deze tunnel in het zuidwesten van Cantabrië werd in de jaren veertig uitgehakt door Republikeinse gevangenen. 370 gevangenen begonnen aan de zuidkant, 190 gevangenen kropen aan de noordkant de berg in. De tunnel, en ook het station, maakten onderdeel uit van het faraonische project om de Cantabrische kust met de Middellandse Zeekust met een spoorlijn te verbinden. Het idee werd al in de jaren twintig bedacht door generaal Miguel Primo de Rivera, maar de uitvoering begon pas na de Spaanse burgeroorlog. Aan beide kanten van de bergen kwam een dorp met een school en een kerk om de gevangenen onder te brengen. In 1961 werden de werkzaamheden gestaakt. Nooit zou er een trein van Santander naar Sagunto rijden.

De vier tunnels en de drie stations werden een inktzwarte vlek in het zo mooie groene gebied van Pasiegos. Hier komen de lekkerste botercakejes van Spanje vandaan; de soboas. Spreek uit als sobau. Het centrum van deze industrie is het dorp Vega de Pas, waar nog veel ambachtelijke bakkers zijn. Vanuit het dorp is het maar een klein stukje rijden naar het station. Veel nieuwsgierigen komen er een kijkje nemen. Aan de graffity en het afval in en rond het station te zien is het ook een favoriete stek voor hanggroepjongeren. Er zijn plannen om dit omstreden erfgoed een nieuwe functie te geven. Zowel de provincie Burgos als Cantabrië willen de tunnels restaureren en inrichten als via verde. Een groene weg voor fietsers en wandelaars, zoals er veel zijn in Spanje. Voorlopig worstelt men nog met de kosten, 15 miljoen euro. Maar om deze zwarte bladzijde van de Spaanse geschiedenis nu een groene kleur te geven, zo groen als het landschap, is de best denkabre oplossing.    

 

 

Links of rechts

04/05/2018

Daar staan we dan, op een klein pleintje. Rond het pleintje hoge coniferenhagen met daartussen drie paden. Een pad dat ons op het pleintje bracht en twee paden voor ons. We zijn in het grootste labyrint van Spanje. Het doolhof heeft een oppervlakte van 5500 m2 en ligt in Cantabrië, niet ver van bekende plaatsen als Santillana del Mar en de grotten van Altamira. Ruim een jaar geleden werd het doolhof geopend. Het idee was van Emilio Pérez Carral, een gepensioneerde brandweerman die waakte over de bossen in zijn streek. Samen met vrienden en familie plantte hij meer dan vierduizend Cipreses Leilandi en creëerde een fascinerend doolhof zoals die in de 18e eeuw in de Europese paleistuinen werden aangelegd. Maar daar waren het vooral lage buxushaagjes die vanaf boven, vanuit de ramen van het paleis er uitzagen als tapijten. Nu dwalen wij langs meer dan twee meter hoge hagen. Het pleintje, bijna in het centrum van het labyrint, hadden we aardig snel gevonden, maar de weg naar de uitgang, waar ook de ingang is, is een zwaardere opgave.

Het moet er vanuit de lucht grappig uitzien. Groepjes mensen die als mieren over de paden dwalen. Je geduld wordt op de proef gesteld als je weer eens een doodlopende gang inloopt of als halverwege een laan voor de vijfde keer hetzelfde echtpaar hoofdschuddend terugkomt. Aan beide zijkanten van het labyrint zijn nooduitgangen en de verleiding wordt steeds groter om daar maar uit het hek te stappen. Maar dan hoor je opeens iemand roepen dat de uitgang in zicht is, en afgaand op het geluid en de weg vragend aan lotgenoten die net aan hun missie zijn begonnen, doemt daar het verlossende hekje op, waar je anderhalf uur eerder door naar binnen bent gestapt. Kinderen tot zes jaar doen dat gratis, boven die leeftijd is de entreeprijs vier euro. Buiten het doolhof is een bar, zijn picknickplaatsen, toiletten en een grote parkeerplaats.  Voor wie na het avontuur weer even ver van zich af wil kijken, is het een goed idee om naar de kust te rijden, bijvoorbeeld naar Suances, op nog geen half uur rijden van Villapresente. Als je in deze badplaats de borden faro aanhoudt, kom je uit bij het einde van het dorp, waar naast de vuurtoren ook het restaurant El Caserío is. Daar heb je al een prachtig uitzicht op het strand van Suances en op de achtergrond de besneeuwde bergen. Aan het einde van de parkeerplaats voor het restaurant gaat een trap naar beneden tot de playa de los locos, inderdaad, het strand van de gekken. Vroeger was hier een inrichting. Nu staat er onder andere het populaire  strandpaviljoen chiringuito de los locos. Het gezellige terras biedt uitzicht op zee en de kliffen. 

Eindelijk weer eens op pad

14/03/2018

Bárcena Mayor, een typisch Cantabrisch bergdorp op anderhalf uur rijden van onze vissersplaats Castro Urdiales. Anderhalf uur met de auto. Na meer dan een jaar mag de schrijver van deze blog weer autorijden. Tot grote vreugde van de kroost, die na ruim een jaar wel weer toe was aan een dagje uit met de auto. De bestemming werd dus Bárcena Mayor, gelegen in het hart van het nationale natuurreservaat Saja-Besaya, aan de oostkant van de Picos de Europa, waarvan de besneeuwde bergtoppen goed waren te zien. De CA280, die later overgaat in de CA180 brengt de reiziger van de kust naar Bárcena, waar de weg eindigt. De plaats staat regelmatig hoog op de lijsten van de mooiste dorpen van Spanje. De huizen hebben de typische Cantabrische architectuur, waar vooral de zware houten balkons opvallen. In de lente zullen die worden aangekleed met geraniums en zal het dorp veranderen in een groot kleurenspektakel. Daar was het nu nog te vroeg voor. Ook de natuur rond het dorp moet nog uitlopen. Maar toch, de grote parkeerplaats buiten het dorp stond rond het middaguur vol. Het waren vooral veel mensen uit de streek die niet voor de geraniums kwamen, maar voor de lokale keuken met specialiteiten als fabada con venado, witte bonen met hert, chuleta de potro, veulenkotelet, cocido montañes, de stoofpot van de streek. De vele restaurants in het dorp, sommigen met uitnodigende terrassen aan het riviertje de Argoza, zijn het bewijs dat het in de zomer erg druk kan zijn.

Op een kleine afstand van Bárcena Mayor ligt het dorpje Carmona, dat veel minder toeristisch is dan Bárcena. Hier is bijvoorbeeld maar één bar, bij de ingang van het dorp. Op de terugweg over de CA280 is ter hoogte van de plaats Valle Cabuérniga de afslag naar de CA182 die richting Carmona gaat. Langs de weg ligt een uitzichtspunt, hoog boven Carmona, waar niet alleen het dorp is te zien, maar ook de omringende bergen en de Picos de Europa. De stijl van de huizen in Carmona verschilt niet veel van die in Bárcena. In Carmona zijn de rurale activiteiten nog overal zichtbaar. Houtbewerkers zijn op het erf actief, geiten worden naar het weiland gedreven. Carmona staat bekend om de productie van de typische klompen met lange noppen onder de zool om niet te ver weg te zakken in het drassige weiland. Het bezoek aan Bárcena Mayor en Carmona was niet alléén maar een dagje uit. Vorige week kreeg ik een contract van de Nederlandse uitgever Edicola om een reisgids over Asturië en Cantabrië te schrijven. Daarin mogen deze twee dorpjes natuurlijk niet ontbreken.

Was keizer Karel V de eerste pensionado?

28/09/2016

img_7703

Dacht altijd dat pensionado een Nederlands verzinsel was; een combinatie van jubilado en pensionista. Maar typ pensionado in op Google en de zoekmachine komt binnen 0,26 seconden met maar liefst 2.230.000 resultaten. En eerlijk gezegd moet ik ook het antwoord schuldig blijven op de vraag of keizer Karel V inderdaad de eerste gepensioneerde was die zijn laatste levensjaren in Spanje kwam slijten. De keizer verdween echter niet in een appartement of villa ergens aan de costa. Hij trok zich terug in een klein paleis, gebouwd tegen een klooster van de orde van Hiëronymus in Yuste, een gehucht, verscholen in de legado_de_yustebossen van Extremadura. Maar net als veel Nederlanders van nu, die de caravan volstouwen met pindakaas, hagelslag en drop, zo kwam Karel V naar Spanje met een uitgebreide hofhouding, waaronder Belgische en Duitse bierbrouwers. Er bestaat in Spanje nog altijd een donkergeel bier dat Legado de Yuste heet, en volgens een Vlaams recept wordt gebrouwen, inmiddels wel door Heineken..

De landing van Karel V op de Cantabrische kust werd vorige week weer nagespeeld bij onze buren in Laredo, van oudsher een koninklijke havenplaats, maar nu vooral een badplaats, waar half Bilbao een tweede appartement heeft om in de zomer te genieten van het kilometerslange strand. Eind 15e en begin 16e eeuw vertrokken de dochters van de Katholieke Koningen, Johanna van Castilië en Catalina de Aragón naar Vlaanderen en Engeland om in het huwelijk te treden met respectievelijk Filips de Schone en Arthur Tudor. En nadat hij in Brussel afstand had gedaan van het keizerschap en de Spaanse troon kwam Karel V op zijn laatste reis naar Laredo om door te reizen naar Yuste. Het zou de enige plaats zijn geweest in zijn rijk waar de zon nooit onderging, waar hij van het leven had genoten. Tijdens de jachtpartijen in de bossen van Extremadura.

img_7710In 1556 stond alleen de bisschop van Salamanca de keizer op te wachten, nu werd hij verwelkomd door duizenden toeschouwers, waaronder de president van Cantabrië, Miguel Angel Revilla. Een bijzondere man, die van zijn hart geen moordkuil maakt. Karel V moest weten dat hij een landgenoot was van Angela Merkel, en dat zijn verre nazaten als Juan Carlos en zijn schoonzoon de titel van koning weinig eer hadden aangedaan. Kijkend naar het strand, waar het schip van Karel V lag aangemeerd, dwaalden mijn ogen af naar de overkant van de baai, naar de lichtjes van Santona. Daar, weggestopt onder de stenen vloer van de kerk van het Capucijnerklooster ligt Barbara Blomberg begraven. De geliefde van de keizer. Zij die hem de prins Jan van Oostenrijk schonk. Karel V was pensioando, maar nog lang geen 65. Hij paste er voor om in zijn harnas te sterven. Wellicht wilde hij na een leven van oorlog voeren nog een paar jaar van het leven genieten. Dat hij daarvoor naar Spanje kwam was een logische keuze. En eigenlijk had hij daarvoor gewoon in Cantabrië kunnen blijven.

 

 

De Heilige Drie-eenheid van een dagje uit

16/08/2015

063

Het gebeurde een paar jaar geleden, wachtend op de groep op de trappen van de kathedraal van Salamanca, aan de kant van het portaal met het astronautje. Het was rond half twee in de middag, op een Spaanse feestdag. Veel toeristen in de stad. Alle Spanjaarden die de trappen afkwamen, hadden hetzelfde gespreksonderwerp. Gaan we eten? Waar gaan we eten? Eerst maar even een wijntje drinken? Doen we menu of tapas? De belangrijkste bijzaak van een Spaans dagje uit is de maaltijd. In Segovia is het Romeinse aquaduct net zo belangrijk als het eten van speenvarken. Belangrijker dan aankomen in Santiago, is inktvis eten in Melide, merkte iemand op, tijdens mijn pelgrimstocht naar Santiago. Een excursie wordt om het eten heen georganiseerd. En daar doen wij graag aan mee. Deze zomer geen lange of verre vakantie. Met 040het strand om de hoek en een prachtige juli-maand hoefden we ook helemaal niet weg. Het bleef bij af en toe een dagje uit volgens de Spaanse formule van de Heilige Drie-eenheid; iets doen, goed eten en iets zien. Omdat het doen in mijn vriendenkring bestaat uit het maken van bergwandelingen van  zo´n 15 tot 20 kilometer valt de familie voor deze uitjes af, voor wie de benen te kort zijn en de conditie ontoereikend. 

Een paar weken geleden pasten we de formule van de Heilige Drie-eenheid toe in de grensstreek tussen Cantabrië en het noorden van de provincie Burgos. Het is het decor van de rivier de Ebro, die in dit gebied in de loop der tijd een diepe kloof heeft uitgesleten. Vanaf een uitzichtspunt lijkt het een enorme snijwond in de korst van de hoogvlakte. De wandeling die we hier maakten begon en eindigde in het bijna verlaten dorp Valdelateja. De heenweg ging door de kloof, de terugweg via Pesquera del Ebro en Cortiguera boven de kloof langs. Rond het middaguur waren we terug bij de auto en reden we naar Orbaneja del Castillo. En over dit plaatsje moet het vooral gaan in deze post. 047Deze blog wil geen vakantie-album zijn, maar wil de Spanje-reiziger wel wijzen op de fraaie dorpjes die hij of zij dwalend door Spanje kan tegenkomen. Dus vergeet al het bovenstaande en onthou de naam van Orbaneja. Het dorp ligt aan een afslag van de nationale weg N623 tussen Santander en Burgos. Op de nationale weg vallen de sterk geërodeerde rotswanden al op. Het lijkt alsof er dikke zuilen van een kathedraal naar de hemel reiken, zonder dat er ooit aan de gewelven is begonnen. In een van de wanden hebben wind en regen een gat gevormd dat lijkt op de kaart van Afrika, goed te zien op de foto boven deze post. De lokale weg slingert langs de bergwand de kloof in en maakt dan een bocht langs Orbaneja. Het eerste dat je ziet als je het dorp passeert is de enorme waterval die zich tussen de huizen naar beneden stort. Het water komt uit een grot achter het dorp en stroomt door een kanaal naar de andere kant van het dorp om daar naar beneden te storten. Orbaneja was het dorpje dat we vandaag wilden zien en uiteindelijk zouden we hier ook eten omdat de twee restaurants in Valdelateja waren gesloten. We aten bij El Abuelo, gerund door een echtpaar uit Bilbao, op het terras voor de ingang van het restaurant. Op de foto boven deze post is onze tafel te zien, onder de blauwe parasol die tussen de huizen staat ingeklemd. Het menu; wat chorizo, gevolgd door lamskoteletten met salade van tomaat, ui en paddenstoelen en frietjes. Een eenvoudig en huiselijk, maar daardoor juist een heerlijke maaltijd. De fles rode wijn en spuitwater werden in een koeler op tafel gezet. Het glaasje kruidenlikeur, de orujo de hierbas, dronken we aan de rand van het kanaal met de voeten in het water, omringd door de bergwanden en de huizen die van boven op ons neerkeken. Het was de kroon op een dagje iets doen, zien en eten. 

De madame van Ambrosero

09/03/2015

 

017

¨Kijk, daar, het is dat oude huis op de achtergrond, daar woonde de koningin. Nou ja, koningin, ze was de moeder van de prins Jan van Oostenrijk.¨ Samen met een buurtbewoner kijken we door het raam naar buiten en zien een boerenhoeve en de bergen van Cantabrië. Aan de bar luistert een stamgast mee. Als hij het woord koningin hoort, mengt hij zich in het gesprek. ¨Koningin?, niets koningin! Ze was de grootste hoer die we hier in de buurt ooit hebben gekend!¨ Barbara_BlombergGelach van de overige stamgasten. We staan in de bar Tienduca, die ook als winkel fungeert. Het is zondagmiddag, een uur of vijf, en de mannen in de bar hebben wel zin in een nieuw onderwerp voor hun natafeluurtje, la tertulia of sobremesa in het Spaans. ¨En hij woont in het huis tegenover. Dat huis heet casa del Pendón, het huis van het Vaandel, want daar woonden de lijfwachten van Blomberg¨. Ambrosero heet het dorp waar we zijn. Een gehucht aan de snelweg tussen Bilbao en Santander. Een typisch dorp dat is ontstaan uit verschillende wijken die ooit bij elkaar werden gevoegd. De bar ligt in de wijk Madama, genoemd naar de illustere Duitse dame die hier in de 16e eeuw neerstreek. Barbara Blomberg, een prachtige naam. Het had ook zomaar een naam van een actrice kunnen zijn; Marlyn Monroe, Brigitte Bardot, Barbara Blomberg. En wie weet was ze dat ook wel. De verhalen over haar afkomst lopen uiteen van dochter van een adellijke familie tot zangeres of prostituee in een bordeel.  Karel V zou haar hebben 018ontmoet in Regensburg in de periode dat hij daar de strijd aanging met de Duitse keurvorsten. Zij was 19 jaar en hij 46. Ze zou zoveel indruk op de keizer hebben gemaakt dat Karel V na de geboorte van hun zoon aan een aantal spionnen opdracht gaf om de levenswandel van zijn minnares te volgen. Na de dood van de keizer besloot koning Filips II om de vrijer van zijn vader naar Spanje te laten komen. Ze nam intrek in een klooster in Valladolid. Barbara Blomberg was de  moeder van Jan van Oostenrijk, de halfbroer van Filips II, die voor de koning van Spanje de bekeerde Moren uit de Alpujarras verjoeg en die de leiding had over de Spaanse Armada, de vloot van Venetië en de Pauselijke vloot bij de gewonnen zeeslag tegen de Turken bij Lepanto. Daarna werd hij landvoogd over de Lage Landen, waar hij overleed in Namur. Bij de dood van haar zoon besloot Barbara Blomberg intrek te nemen in het huis 009van de secretaris van zijn zoon in Colindres. Ze was weer terug in Cantabrië, waar haar avontuur op Spaans grondgebied begon, toen haar schip aanlegde in de haven van Laredo. Uiteindelijk verhuisde ze naar Ambrosero, niet ver van Colinderes, waar ze in 1597 overleed. Haar lichaam ligt begraven in de kerk van San Sebastián van het Kapucijnerklooster van Escalante, aan de rand van het moerasgebied van Santoña. In het transept is aan de muur een gedenksteen uit 1957 bevestigd. Tot een grootscheepse restauratie in 1977 lag deze steen nog boven het graf van Blomberg, maar van dit graf is nu geen spoor meer te bekennen. ¨Ze lag ergens midden in de kerk¨, weet een Kapucijnermonnik ons te vertellen. En ook daarover zijn de meningen verdeeld. Maar waar of niet, in de wijk Madama houden ze de gedachte aan Blomberg graag in leven.  

Sneeuwpret en wateroverlast

05/03/2015

068

Het is wel een heel makkelijk grapje om te beweren dat Maria de bui al zag hangen toen ze aan de oever van de Ebro in de eerste eeuw na Christus aan de apostel Jacobus verscheen. Op de plaats, waar nu Zaragoza ligt, had de discipel de meeste gelovigen om zich heen verzameld en als dank voor de promotie van het werk van Haar Zoon, kwam Maria bij hem op bezoek en liet als bewijs van haar verschijning een pilaar en een klein beeldje achter. Die pilaar staat in de basiliek van Zaragoza, pal aan de rivier de Ebro, die dreigend steeds dichter bij het heiligdom komt. Voor de goede orde, de pilaar op de foto boven deze post is niet de originele zuil, zo ernstig is de wateroverlast in Aragón nog niet. _IMG0249_b38776c0Deze pilaar staat naast de wieg van de rivier de Ebro, in het binnenland van Cantabrië, bij het dorp Fontibre. Op de achtergrond komt het water van onder het kalksteen omhoog borrelen. Eigenlijk is het het water van de rivier de Híjar, die een paar kilometer voor Fontibre onder de grond duikt. De bron van de Ebro is de Pico de los Tres Mares, de bergtop van de Drie Zeeën. Het is de enige berg van Spanje die zijn smeltwater naar de drie zeeën stuurt die het Iberisch Schiereiland omringen. Vanaf de westflank stroomt het water met de rivier de Nansa naar de Cantabrische Zee. Aan de zuidkant zoekt het smeltwater zich een weg naar de rivier de Pisuerga, die uitmondt in de Duero, die op zijn beurt bij Porto uitmondt in de Atlantische Oceaan. Het water van de Ebro komt vanaf de noordkant van de bergtop stromen en heeft als bestemming de Middellandse Zee. Op deze eerste zondag in maart vermaken ouders zich met hun kinderen in de besneeuwde weiden aan de voet van de berg. De sneeuwoverlast heeft plaats gemaakt voor sneeuwpret. Anderhalve maand geleden waren de dorpen in dit gebied nog volledig ingesneeuwd. Voedselpaketten werden boven de dorpen in de omgeving uit helikopters geworpen. De enorme muren van sneeuw langs de weg tussen Reinosa en Alto de Campoo herinneren nog aan de ellende. Voor de bewoners hier in de streek van het kleine skigebied van Alto de Campoo is de overlast voorbij. Met het smeltwater neemt de Ebro nu de problemen mee naar Aragón. De sneeuwmassa in Cantabrië is twee keer zo groot als vorig jaar. In Aragón staat 28000 hectare landbouwgebied onder water en is de schade aan de verschillende gewassen opgelopen tot zo´n 50 miljoen euro.

slide_407022_5092976_freeIn Zaragoza steeg het waterpeil tot 6 meter en was de aanvoer 2400 kubieke meter per seconde. De gedupeerde landbouwers geven niet alleen de schuld aan het smeltwater. Volgens hen wordt de Ebro al tijden niet meer schoongehouden, waardoor het stroomgebied van de rivier kleiner is en het waterpeil stijgt. En zo wordt de Ebro nu vervloekt, waar hij eens werd geprezen. De rivier gaf zijn naam aan het hele Iberisch schiereiland in de tijd van de Grieken. Die noemden het gebied van de Ebro, van Cantabrië tot Catalonië, Iber, oever in het Grieks. Iber werd Ebro én Iberisch schiereiland. Maar de Ebro is ook het Oranje onder de rivieren; altijd maar tweede in de verschillende klassementen. Na de Duero is de Ebro de meest waterrijke rivier. Op de ranglijst van de langste rivieren wordt de Ebro voorbij gestreeft door de Taag en de Ebro is pas na de Nijl de langste rivier die uitmondt in de Middellandse Zee. Maar op deze dagen wordt in de Spaanse media maar over één rivier gesproken, inderdaad de Ebro.