Posts Tagged ‘Portugal’

Verticaal grazen

17/06/2015

020

In Nederland zou het onmogelijk zijn om zonder in een vliegtuig te stappen de foto te maken die boven deze post prijkt. Geen enkele dijk is hoog genoeg voor deze ´luchtfoto´ . Misschien dat het ergens in de heuvels van Zuid-Limburg zou lukken. Deze foto is ook niet genomen in een Nederlandse polder, maar op Sâo Miguel, een van de eilanden van de Azoren. Ik kwam er voor het eerst en dit viel me het meest op. Nederlandse koeien, grazend op een van de eilandjes van de Portugese archipel die dobberen in het midden van de Atlantische oceaan. Naar Lissabon is het ongeveer 1400 kilometer, naar Newfoundland, zo´n 1900 kilometer. Misschien komt het wel omdat ik al zolang weg ben uit Nederland, deze affectie voor de Nederlandse koe. De natuurschoon van de Azoren  gaat met de kratermeren, geysers, parken, steile kliffen en hortensias waar je ook komt, natuurlijk veel verder dan wat koeien in de wei. Maar het valt wel op. Je hoeft je niet af te vragen wat koeien hier doen. Een rit 037over het eiland geeft antwoord op die vraag. Grazen en melk geven, waarmee later de heerlijke kazen van de Azoren worden gemaakt. Gelijk na de ingang van het restaurant van ons SRC hotel in Ponte Delgada staat een tafeltje met een grote variatie van de verschillende kazen. Kenners zeggen dat de kaas van het eiland Sâo Jorge het lekkerst is. De kaas hoor je eigenlijk na het diner te nuttigen, maar met het excuus van de goede Spaanse  tapas-traditie kun je de kaas ook als klein hapje voor het diner nuttigen.

De vraag wat koeien op de Azoren doen is niet zo belangrijk. Veel interessanter is het om te weten hoe deze koeien hier ooit zijn gekomen. Toen de Portugese zeevaarders de eilanden gingen koloniseren, hadden ze op hun schepen verschillende dieren van het vasteland meegenomen. Schapen, geiten, varkens en misschien ook al wel de koeien werden losgelaten op de verschillende eilanden. Na een jaar kwamen de Portugezen terug om te zien welke dieren zich het best hadden aangepast en met die dieren gingen de Portugezen veeteelt bedrijven. Voor de Nederlandse Holstein Friesian moet het een vreemde ervaring zijn geweest om opeens te moeten grazen op Saô Miguel in plaats van in de vlakke polders rond Bolsward of Olderberkoop. Nu moest er opeens verticaal worden gegraasd, tegen de hellingen op van het vulkanische landschap. Het zou me niet verbazen dat de eerste koeien die werden losgelaten, tijdens hun eerste graaspartijen zo naar de kust zijn gerold.

De koeien slaagden cum laude voor hun inburgeringsexamen en werden zelfs ingezet om de Spanjaarden van het eiland te houden. In het verhaal over de invasie van het eiland Texeira door een groep van 200 soldaten speelden de Nederlandse koeien de hoofdrol. Na de dood van de Portugese koning Sebastiaan had koning Filips II de troon van Portugal opgeëist. In Portugal werd de nieuwe 019koning geaccepteerd, maar niet op de Azoren. Daarop stuurde Filips II een kleine vloot, met op de schepen onder andere de schrijver Miguel de Cervantes en de dramaturg Lope de Vega,  naar de eilanden om zijn gezag ook daar af te dwingen. Toen de eilandbewoners de vloot zagen aankomen, werd ze al snel duidelijk dat ze die strijd nooit zouden winnen. In allerijl werd een grote kudde koeien bij elkaar gedreven en opgejaagd richting de plaats waar de Spanjaarden aan land gingen.  De Spaanse soldaten vluchtten naar hun schepen. Filips II moest nog twee jaar wachten om de inwoners van de Azoren onder de duim te krijgen.

Het ruikt naar oorlog!

24/10/2010

Als je dit vredige pleintje op de foto ziet, zou je niet verwachten dat hier ieder moment een peloton Portugese soldaten overheen komt stormen. Toch moeten we daar weldegelijk rekening mee houden volgens de CIA. Een paar jaar geleden publiceerde de Amerikaanse inlichtingendienst in het World Factbook, dat Portugal nog steeds aanspraak maakt op het kleine dorpje Olivenza, dat tot 1801 in Portugal lag en toen Olivença heette. In dat jaar lijfde Spanje tijdens een onderonsje met het Frankrijk van Napoleon en na de zogenaamde Sinaasappeloorlog (premier Godoy stuurde na de overwinning een tak met sinaasappels naar zijn minares, de koningin Maria Luisa, vandaar de naam), de streek met ondermeer het plaatsje Olivenza in. Portugal zou sinds die tijd de rechten op het plaatsje claimen, vandaar de dreiging van een grensconflict volgens de CIA. Er bestaat in Portugal wel een Grupo dos Amigos de Olivença, maar gezien hun website lijkt dat allerminst een geweldigdage terroristische organisatie. Wel kregen de vrienden het deze zomer voor elkaar dat de oude Portugese straatnamen weer terugkwamen. En dat maakt een bezoek aan Olivenza nog verwarrender. Het plaatsje ligt op een kleine twaalf kilometer afstand van de grens met Portugal en ieder moment heb je ook het gevoel in Portugal te zijn. Kijk maar naar de foto van het plein met zijn ingelegde zwarte en witte blokjes marmer. Typisch Portugees. Maar het plein heet Plaza de España. In een andere straat blijken de Katholieke Koningen de Portugese koning Manuel I te hebben verdreven. Op het gemeentehuis prijkt naast de deur, ontworpen in de typisch Portugese Manuelijnse stijl, nog gewoon het Portugese wapen. En wat te denken van een souvenirswinkel die Saudade heet. Het beroemde Portugese woord voor weemoed en nostalgie. De bezoeker die een herinnering aan Olivenza wil meenemen, moet het doen met Spaanse spulletjes. Geen Portugees haantje te bekennen. Ook typisch Spaans is het bijzondere etnografisch museum González-Santana, ingericht in het oude kasteel. Een wandeling terug in de tijd, de Spaanse tijd welteverstaan, langs de barbier, de kruidenier, smederij, een schooltje, de woonkamer van een welgestelde familie, vitrines met trouwjurken, feestkleding, etc. Aan een Spaanse groep senioren, die tegelijk met ons het museum bezocht, was de saudade duidelijk te merken, of beter gezegd te horen.   

Een Spanjaard in Portugal

10/10/2010

Of ze nu uit Catalonië, Castilië y León, Andalusië of Madrid komen, eenmaal over de grens zijn ze allemaal Spanjaarden. Het is lang weekend in Spanje, dinsdag is de nationale feestdag, el dia de la Hispanalidad, de dag van alles dat Spaans is, en dus hebben/nemen veel Spanjaarden ook op maandag vrij. Ik kwam er gisteren in Porto veel tegen. Waarschijnlijk komen ze vooral naar Portugal omdat het dichtbij is én goedkoop, in deze tijd van economische malaise is dat geen onbelangrijke reden. Misschien wel de belangrijkste reden, want ik bespeur bij de Spanjaard weinig culturele belangstelling. Niet op straat, niet in de monumenten en niet in het restaurant. De garbanzos met callos smaken bij ons toch een stuk beter, hoorde ik aan het tafeltje naast me iemand opmerken. En dat wordt aan de ober ook in het Spaans uitgelegd, die onderdanig als hij is zo goed mogelijk in het Spaans antwoord geeft. Alsof ze thuis zijn. Aardig stuk gisteren in de Portugese krant Diario de Noticias, dat verwees naar een artikel in El Mundo, waarin de Spaanse krant de Nobelprijs voor de literatuur claimde, omdat de Peruaanse schrijver Vargas Llosa ook de Spaanse nationaliteit heeft. In de jaren negentig gebeurde hetzelfde toen Saramago de Nobelprijs   won. De recent overleden Portugese schrijver woonde toen op Lanzaraote en was met een Spaanse dame getrouwd, dus de Nobelprijs was eigenlijk ook voor Spanje. In ieder ander Europees land zou de Spanjaard proberen wat Engelse woorden te stotteren, maar hier in Portugal niet, want ach, wat is Portugal, toch niet meer dan een Spaanse provincie. Je kunt het vergelijken met dezelfde hooghartigheid waarmee wij de grens met onze Zuiderburen oversteken. Stille getuige van het Spaanse imperialisme is de enorme reclame van SEAT van de foto boven deze post, dat een zogenaamde restauratie moet verbergen en dat al tijdenlang het  uitzicht op de stad verpest, al kunnen daar ook wel Portugese belangen achterzitten. In Madrid blijven zulke reclamedoeken na een restauratie nog lang  hangen omdat de eigenaar van het pand daar enorme bedragen voor vangt.

Uitzichtspunt met terras

10/08/2010

 

Lissabon is gebouwd op een aantal heuvels. Zeven, zeggen de inwoners om hun stad te vergelijken met Rome. Maar misschien zijn het er nog wel meer, en dus heb je overal in de stad prachtige uitzichtspunten, miradouros. De mooiste blik op de stad is misschien wel vanaf het kasteel van de Heilige Joris. Het geeft bijna een totaalbeeld van de hoofdstad, met de Taag, de brug van 25 April, de Baixa, Barrio Alto en de avenida da Liberdade die als een groen lint omhoog slingert naar het park van Eduardo VII. Ook aan de bovenzijde van dit park heb je een mooi uitzicht. Heel goed is dan te zien, meekijkend over de schouder van het beeld van de markies van Pombal, hoe de laaggelegen wijk Baixa ligt ingeklemd tussen Alfama en de Barrio Alto. Vanuit het parkje naast het eindpunt van het trammetje dat van het plein van Restauradores bijna steil omhoog rijdt, heb je een prachtig uitzicht op het kasteel. Maar op geen van deze uitzichtpunten tref je een terras aan, en daarom blijft de miradouro van Santa Catarina mijn favoriet. Het kijkt uit over de Taag en lijkt nog helemaal niet zo ontdekt te zijn. Al wordt het terras ongetwijfeld genoemd in de reisgidsen, want er kwamen verschillende toeristen al lezend in hun reisgids het terras op. Het terras is klein, stond zelfs niet eens helemaal uit, terwijl door het heerlijke briesje dat vanaf de Taag over het terras waaide, dit een van de prettigste plaatsen in de stad was op deze warme zaterdagmiddag in Lissabon. De parasols en bomen gaven ook voldoende schaduw. Geen betere plaats dus om naast de bloeiende oleanders van een fles goedgekoelde Superbock te genieten en natuurlijk van het uitzicht. Je bereikt het terras door achter het plein van Luis de Camões de Rua do Loreto in te lopen. Na de Rua da Bica, waar tegenwoordig de ´zilvertram´doorheen rijdt, komt de Marechal Saldanha straat. Aan het einde van deze straat ligt aan de straat van Santa Catarina het uitzichtspunt met parkje, terras en de kiosk Adamastor. Zo wordt het uitzichtspunt ook wel genoemd, naar het standbeeld van dit zeemonster uit de Griekse mythologie dat door Luis de Camões in zijn werk Os Lusiadas werd gezien als de bewaker van de Indische oceaan die zich ophield bij Kaap de Goede Hoop. Wie op warme dagen overigens liever niet omhoog wil wandelen, kan ook tram 28 nemen. De tram heeft een halte in de Rua do Loreto.

Het kuuroord van Curia

06/08/2010

 

Het was wel even wennen, toen we twee jaar geleden van hotel wisselden in Coimbra. Niet langer een hotel in het centrum van de universiteitsstad dus ook geen (nachtelijk) uitstapje meer naar de bar Dilligencia. Nu logeren we in Curia, in Grande Hotel de Curia op een half uurtje rijden van Coimbra. Onderweg, over de oude nationale weg naar Porto, de N1,  bieden alle restaurants langs de weg de specialiteit van de streek aan, speenvarken. Op de rotonde voor de plaats Mealhada staat zelfs een momument voor het speenvarken. Een vrolijk lachend biggetje op een sokkel, waarin zijn toekomst staat gegraveerd; een kok voor de oven. Net voor de plaats Curia is de afslag naar het kuuroord van de plaats, waar ook het water van Luso vandaan komt. Het staat op de negende plaats van meest radioactieve wateren. Met 27,6 graden komt het uit de bronnen borrelen. Het gebied werd in de 19e eeuw ingericht met een aantal pompeuze hotels. Zoals Hotel Grande, links op de foto, en ons hotel Grande Hotel de Curia. Stond vanochtend nog even met de directeur te praten, de derde in twee jaar tijd. Het valt ook niet mee directeur te zijn van zo´n enorm hotel, waar de verf aan alle kanten afbladdert. Hij heeft de zware taak het hotel te renoveren. Het hotel dateert uit 1881 en is een prachtig voorbeeld van vergane glorie. Een balzaal als restaurant met prachtige kroonluchters, een haardzaal met fauteuils, waar je nauwelijks meer uitkomt. Het is een ambiance om voor de haard een boek te lezen met een grote bel brandy en een dikke sigaar. Maar er is ook een spa, een binnen- en buitenzwembad en naast het Hotel Grande ligt ook een nieuwe golfbaan. In de omgeving ligt ook het paleis van Busaco, waar ooit Salazar nog de vakantie doorbracht en zijn ministerraad in de zomermaanden bijeenriep. Zijn belangrijke gasten stuurde hij naar Curia. In de Tweede Wereldoorlog zouden hoge Duitse officieren op uitnodiging van Salazar naar het kuuroord zijn gekomen. Waarschijnlijk was het daarom dat de directeur zich niet meer precies kon herinneren welke beroemde gasten ooit in het hotel hadden gelogeerd.

Spookrijen bij de kassa

02/07/2010

 

Er ligt hier een lijstje naast mijn computer met daarop een aantal te bezoeken bezienswaardigheden in Portugal, zoals de portkelder van Sandeman, de kamer van koophandel in Porto, het hertogelijk paleis van Bragança in Guimaraes, de universiteit van Coimbra, het oude klooster van Santa Clara in Coimbra, het klooster van Alcobaça, het klooster van Batalha en het klooster van Hiëronymus. Sinds dit jaar bezoeken we deze monumenten niet alleen, maar moeten we het bezoek ook reserveren. En niemand begrijpt waarom. Want er staan nooit rijen bij de ingang. Kijk maar naar de foto hieronder. Is niet helemaal eerlijk, want dit is de ingang van een kerk in Lamego en die staat niet op mijn lijstje. Eigenlijk waren die rijen er alleen maar bij de bibliotheek van Coimbra, omdat daar maar 25 á 30 personen tegelijk naar binnen mogen. Maar de Portugezen lijken het nu graag serieus aan te pakken. Het is niet alleen de reservering, ook de controle bij de ingang is verscherpt. Eerst hoefden we nooit de paspoorten van onze 65-plussers te laten zien voor de korting en nu moeten de gasten persoonlijk hun originele identiteitsbewijs laten zien. Tenminste, dat is me een keer overkomen. Toen overvielen achttien mensen tegelijk de kaartjesverkoopster met hun paspoort en sindsdien geloven ze het wel. Maar nu naar de foto boven deze post. Want voor de duidelijkheid, deze drie kaartjesverkopers zijn geen Portugezen, maar zitten achter de kassa bij de ingang van de kathedraal van Sevilla. Ook zij willen de paspoorten van de 65-plussers zien, maar doen dat in een razendsnel tempo. Ooit stond ik een keer in een hele lange rij, die zo snel slonk dat iedereen dacht dat de toegang gratis was. Maar eenmaal binnen bleek dat zij er weldegelijk zaten. Verkochten ze kaartjes, bekeken paspoorten en legden ondertussen ook nog eens uit waar de toiletten waren.    

De ontvoering van Saramago

22/06/2010

Af en toe ben je als reisleider opeens dichtbij het wereldnieuws. Sta je even niet in een 16e-eeuwse kathedraal of voor een 18e-eeuws schilderij, maar sta je midden in de actualiteit. Twee jaar geleden bijvoorbeeld, toen Fidel Castro bekend maakte dat hij een stapje terug ging doen, was ik in Havanna en afgelopen vrijdag hoorde ik op de radio in de bus dat José Saramago was overleden. De bus stond net geparkeerd bij de Torre de Belém, waar we net een fotostop maakten. Eerlijk gezegd weet ik niet zo heel veel van Saramago en er zijn ongetwijfeld al veel verhalen over zijn leven geschreven. Ik ken Saramago vooral als de man die vaak aanwezig was bij antiglobaliseringsdemonstraties, uiteraard van zijn boeken en zijn columns in El País.  Met de Portugese politiek en de kerk had hij geen goede verhouding. Ooit liet hij zich vrijwillig verbannen naar Lanzarote, toen zijn kandidaatstelling voor de Europese prijs van de literatuur werd ingetrokken omdat het boek de kerk nogal op de hak nam. Het was een symbolische daad, zijn echtgenote woonde al op het Spaanse eiland. Daarom verbaasde me het ook dat zijn lichaam een dag later toch werd opgebaard in het gemeentehuis van de hoofdstad. Ik zag de beelden op de televisie in een restaurant. Achter de bar stond de eigenaresse mee te kijken. Een ontvoering noemde ze het. Ze kon zich niet voorstellen dat dit de laatste wens van Saramago was. Dat de relatie tussen de Portugese politiek en Saramago inderdaad niet goed was, maakte president Cavaco Silva de volgende dag nog maar eens duidelijk. Hij liet de crematie van de Nobelprijswinnaar schieten omdat hij op vakantie was op de Azoren.

Uitkijken over zee

09/06/2010
Twee foto´s vlak na elkaar genomen. Een man op het strand van Nazaré in Portugal. Een terugkerend ritueel. De arm gaat naar beneden en dan weer naar rechts. Ik weet niet wat de man precies aan het doen was, waarschijnlijk zijn visnet aan het herstellen. Hij zat dicht bij de zee, ik recht tegenover hem op de boulevard. Ik heb het schouwspel zeker tien minuten zitten aankijken. De man zat er doodstil, het enige dat bewoog was die arm. Maar het meest bijzondere was misschien nog wel dat de man met de rug naar de zee zat. Een visser keert de de zee niet zo snel de rug toe. En zeker niet een Portugees, die een warme band met de zee koestert. Kijk maar naar de kustlijn van Portugal, die de vorm heeft van een gezicht dat naar zee kijkt. Het voorhoofd is de streek boven Porto. De neus wordt gevormd door de Cabo da Roca, de hoge rots die bij Sintra de zee induikt en de mond van het gezicht zijn de rivieren de Sado en de Taag die onder Lissabon uitmonden in de Atlantische oceaan. Het gezicht eindigt bij de kin, de Kaap van de Heilige Vincent in de westhoek van de Algarve. Voor de Portugees is er geen betere plaats om te mijmeren over het rijke verleden dan aan zee. De zee bracht de ontdekkingsreizigers naar  de kolonieën, naar India, Brazilië, Angola en Mozambique.  Maar inmiddels is het Portugese vlot aan Europese wal gekomen en is het land na Griekenland, Hongarije en Spanje hard met de neus op de feiten gedrukt. De kranten staan vol over de bezuiningsplannen, maar het lijkt of de Portugees daar zijn neus voor ophaalt. Het zit opgesloten in zijn karakter, de saudade, melancholie en nostalgie en weinig vertrouwen hebben in de toekomst. De visser zal zijn gezicht weer snel naar zee wenden.

Op de knieën voor Fatima

28/05/2010
Het blijft een vreemde naam voor zo´n belangrijk katholiek heiligdom, hoofdstad van de Portugese devotie; Fatima. Dat was ook de naam van de favoriete dochter van de profeet Mohammed. Het is net zoiets als wanneer Mekka geen Mekka had geheten, maar bijvoorbeeld Santiago. Maar toch, de devotie die de Portugezen hier laten zien, heeft wel iets weg van de manier waarop de islam wordt beleden. Islam betekent onderwerping aan God, en dat is precies wat veel kerkgangers doen die naar Fatima komen. Kijk maar naar de vrouw op de foto hierboven. Ze kwam nog gewoon naar het plein wandelen, maar daar eenmaal aangekomen, ging ze door haar knieën en schuifelde vervolgens naar de kapel, die op de plaats is gebouwd waar ooit Maria aan drie herderskinderen zou zijn verschenen. Het is de ultieme vorm van onderdanigheid, van nederigheid en iets wat de islamieten ook doen bij het gebed. Voor ons nuchtere Nederlanders is het moeilijk te bevatten, je zo publiek neerwerpen op een plein, dat twee keer groter is dan het Sint Pietersplein in Rome. Nu was de rust weer teruggekeerd op het plein. Twee weken geleden droeg Benedictus XVI nog een mis op in Fatima. Op 13 mei, want dat was de eerste verschijningsdatum van Maria. De voorganger van Benedictus, Johannes Paulus II, had een sterke band met Fatima. Op 13 mei 1981 ontsnapte de vorige paus ternauwernood aan de dood, nadat Mehmet Ali Agca vier kogels op hem afvuurde. Op 13 mei, dé datum van Fatima. Maria zou hem het leven hebben gered, beweerde de paus en uit dankbaarheid schonk hij één van de kogels aan het heiligdom, die vervolgens werd verwerkt in de kroon van Maria. Het zou een van de boodschappen van Maria aan de herderskinderen zijn geweest, dat er ooit een aanslag op ´een man in het wit´ zou worden gepleegd. Alleen Lucia had de boodschap verstaan. Lucia was ook de enige van de drie herderskinderen, die niet jong stierf. Zij overleed op 97-jarige leeftijd in 2005 in Coimbra. In hetzelfde jaar overleed ook paus Johannes Paulus II. Natuurlijk mag je bij een heiligdom als Fatima niet over toeval spreken.

Hoog bezoek in Coímbra

01/02/2010
Coímbra, Stad der Wetenschap. Een stad die haar bestaansrecht te danken heeft aan de universiteit. Ooit in de dertiende eeuw gesticht in Lissabon, maar uiteindelijk drie eeuwen later definitief gevestigd in Coímbra. De faculteiten en de klokkentoren kijken vanaf de heuvel, waartegen Coímbra is aangebouwd, neer op de stad. Een stad die de traditie eert. De studenten wonen in zogenaamde republicas en gaan tijdens belangrijke festiviteiten keurig in het pak gekleed met de lange zwarte cape daaroverheen. Van de Heilige Antonius van Padua tot dictator Antonio Salazar, wie studeerden er niet in Coimbra.

 

Het is de ontmoetingsplaats van het intellect, schrijvers, poëten, kunstenaars, belangrijke wetenschappers. Twee keer kwam ik er Gerrit Komrij tegen. Een keer op het universiteitsterrein en een keer in de hoofdstraat. Toen ging zijn zware stem hem ongeveer honderd meter voor uit. Hóórde ik hem eerst en kwam hij later zelf voorbij. Dit weekend had Coímbra weer hoog bezoek, al hadden we dat niet gelijk door. We zaten in café Santa Cruz, een stijlvol café ingericht in een gedeelte van een oud klooster. Bij het raam zaten vier mannen, waarvan er één met een hoed, die steeds een fotograaf om zich heen had. Aan de ober vroegen we wie die man was. Die man is meer dan honderd jaar oud, wist de ober. Een verjaardagsfeestje? Later wist de ober ook nog te vertellen dat onze mistery guest cineast is.

 

Zijn naam zagen we later op een aankondiging van een bijeenkomst, waar onder andere ook ex-president Mario Soares bij zou zijn. De cineast was Manoel de Oliveira. Die naam zei me niets en er schoot me ook geen enkele film te binnen. Op Wikipedia las ik later dat hij zijn eerste film maakte in 1931, Douro Faina Fluvial, en dat hij tot 1985 moest wachten op internationale erkenning. In dat jaar ontving hij de Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië en in 2008 volgde de Gouden Palm in Cannes. In datzelfde jaar werd de filmmaker 100 jaar. Waarschijnlijk ook omdat ik zijn werk niet ken, bewonderde ik hem in het café vooral om hoe hij er uit zag. Ik schatte hem hooguit ergens in de zeventig. Bekijk de foto hierboven, die we heel discreet hebben gemaakt, en oordeel zelf. De foto hier rechts werd in 2008 gemaakt in Cannes door een professionele fotograaf.
 
Hoe vaak in zijn leven zou De Oliveira in De Diligencia zijn geweest? Misschien had hij de avond dat wij er waren ook wel willen gaan, maar sputterden zijn 101 jaren tegen. Een tafelgenoot uit het café, een uitgever uit Coímbra, ontmoetten we er wel. En Bart, een Nederlander die al 26 jaar in Portugal woont en kind aan huis is in de Diligencia. Hij kende de films van De Oliveira wel. Erg traag, was zijn mening. Eerlijk gezegd had ik ook niet anders verwacht van een filmmaker met Portugees bloed. Het hoort bij het karakter van een Portugees, zoals nostalgie en melancholie. Twee eigenschappen die naar voren komen in de fadomuziek van Portugal en dus ook prominent aanwezig zijn in de Diligencia, een bijzonder muzieklokaal, al is grot misschien een betere benaming. Onderstaand stukje schreef ik een paar jaar geleden toen ik er ook was.
 
Verstopt in een donker straatje, waar zwerfkatten aan vuilniszakken krabben en niemand weet dat het Portugese vlot al jaren geleden is aangemeerd in de Europese haven, bevindt zich de Diligencia, een bar die zich het best laat omschrijven als schuilkelder van de Portugese ziel. Portugezen maken woorden niet onnodig vuil, maar nemen ze mee naar een plaats waar ze zich thuisvoelen, zoals hier in deze bar, bordeel van de publieke ziel. Hier durft een Portugees te praten, te zingen en uit hij zijn gevoelens. Hij gooit de gespeelde verlegenheid van zich af. Handen in de zak, schouders naar achteren en stem uit volle borst. De zware bruinzwarte natuurstenen bewegen naar binnen, alles klopt, het hart schreeuwt, wil uit het diepst putten. Buiten is een wrede wereld, veel machtiger, gevoelloos. Dus blijven ze binnen, trekken ze zich terug in de hartkamer van de stad van de Wetenschap. Hier zongen ze zich naar de vrijheid, in het broeinest van de revolutie in 1974. Hier voelen ze zich even Pablo Milanés, Sérgio Godinho, José Afonso of Carlos Puebla. Als ik in het holst van de nacht weer buiten sta, zie ik nog net hoe een zwerfkat met een rode anjer in zijn bek het steegje uitrent.