Posts Tagged ‘Santiago de Compostela’

De 23 wonderen van Jakobus

01/08/2016

060

Een paar jaar geleden ontstond er grote paniek binnen het bisdom van Santiago de Compostela. De Codex Calextinus was ontvreemd. Ruim een jaar lang werd er gezocht naar dit 12-eeuwse kleinood en uiteindelijk werd het bij toeval ontdekt in de garage van de klusjesman van de kathedraal. Verstopt achter een auto in een plastic tas van een supermarkt. Deze klusjesman werd er al van verdacht dat hij regelmatig een deel van de opbrengst van de collecte mee naar huis nam, maar dat hij ooit de Codex zou meenemen, had niemand kunnen vermoeden.

De Codex wordt gezien als de wieg van het fenomeen van de pelgrimage naar Santiago. In de 12e eeuw gooide bisschop Gelmirez bij de graaf van Galicië, Raymond van Bourgondië, een balletje op om zijn broer Guy, abt van Cluny en later paus Calixto, te bewegen om binnen het christendom wat reclame te maken voor de pelgrimage naar Santiago. Op die manier zou Spanje eindelijk bij de rest van Europa worden betrokken en zou Spanje steun krijgen in de Reconquista, de kruistocht tegen de Islam. Guy van Bourgondië stuurde de monnik Ameryc Picaud het pelgrimspad op, om de belangrijkste pelgrimsweg, de camino francés, in kaart te brengen. Deze eerste pelgrimsgids werd als een van de vijf boeken opgenomen in de Codex. De andere boeken in de Codex Calixtinus gaan over de overbrenging van het lichaam van Jakobus naar Spanje, over de strijd van Karel de Grote en ridder Roeland in de Pyreneeën, over preken en psalmen die de pelgrims onderweg moeten aanhalen én over de 22 wonderen van Jakobus.

abrazoalapstolMaar daar moet een wonder aan worden toegevoegd. Drie jaar geleden gingen een man en een vrouw op vakantie naar de kust van Galicië. Ze genoten van de natuur, de gastronomie en bezochten de kathedraal van Santiago. De vrouw was bijna zeven maanden zwanger. Het zou hun tweede kind worden en ze wisten al dat het een jongetje zou worden en dat hij de naam Thiago zou krijgen. Niet alleen omdat ze dat beiden een mooie naam vonden, maar ook omdat de man twee keer de pelgrimstocht naar Santiago had gelopen. Santiago had ook gekund, maar die naam wordt in het Spaans al snel afgekort tot Santi en dat klinkt vrij oubollig. Terwijl hun oudste zoontje vrolijk rondrende over het plein voor de kathedraal, ging de vrouw alleen naar binnen, manlief bleef buiten om op de kleine belhamel te letten. In de kathedraal ging ze achter het hoofdaltaar de trappen op om het beeld van Santiago te omhelzen. Een traditie die in de 16e eeuw ontstond toen de piraat Francis Drake de kust van Galicië teisterde en in Santiago de Compostela snel het lichaam van de apostel en zijn twee discipelen werd verstopt. Dat werd zo goed gedaan dat men drie eeuwen nodig had om de grafkisten weer te vinden. Al die tijd was Santiago met het beeld achter het hoofdaltaar toch aanwezig in de kathedraal. De vrouw liet de handen rusten op de schouders van de apostel. Het waren slechts een paar tellen, maar het had verstrekkende vervolgen. Nog geen twee weken later kwam hun zoon Thiago op de wereld, zeven weken te vroeg en nota bene op de dag van de heilige Jakobus, 25 juli. Zijn vader was tijdens de bevalling voor zijn werk als reisleider in Peru, waar hij net Arequipa binnenreed. De stad waar hij zijn geliefde had leren kennen en waar hij nu voor het eerst weer terugkwam.  Toegegeven, het wonder is nog niet erkend door het Vaticaan, maar misschien dat mijn vrouw en ik, want dit verhaal gaat over ons, ooit gaan lobbyen bij de paus.

Anuncios

Een mijlpaal

15/01/2014

006

Maar dan wel een figuurlijke mijlpaal. Een van de vele figuurlijke mijlpalen die er langs de weg naar Santiago de Compostela staan. Zoals ook het leven vele mijlpalen kent; een huwelijk, een examen, het ouderschap, een onderscheiding. Voor de pelgrim die waar dan ook vandaan komt wandelen of fietsen en maanden, weken of dagen onderweg is, is  dit paaltje misschien een mijlpaal.  Of het paaltje dat een kilometer verderop staat. Vanaf nu is dit zuiltje het icoon dat deze blog siert. De stier, de toro bravo, blijft achter in 2013. Al paste de stier wel als symbool bij deze blog. Spaans bloed, stierenbloed, sangre de toro, waarbij ik persoonlijk eerder denk aan de heerlijke wijn die Torres in de Penedés maakt dan aan het bloed dat vloeit in de arena. Dat is het probleem met deze stier, die altijd wordt geassocieerd met het omstreden stierenvechten. Maar kijk naar de stier, vervang de plaza de toros door de dehesa, de streek van steen- en kurkeiken die zich uitstrekt van Huelva tot Salamanca, en het dier komt opeens in een ander daglicht te staan. De stier hoort veel meer bij Spanje dan het stierenvechten. Daarom werd het dier het symbool van Osborne, en liet de sherryproducent door heel Spanje grote reclameborden van de stier 091plaatsen, waardoor de stier voor wie door Spanje reist bijna is uitgegroeid tot trouwe reisgenoot. 

Dat geldt ook voor het zuiltje op de foto boven deze post. Hij vergezelt de pelgrim op zijn weg naar Santiago de Compostela. Maar tot Galicië vertellen de zuiltjes niet hoeveel kilometers hem nog scheiden van zijn doel. Pas halverwege de berg naar O Cebreiro, als de weg op Galicische bodem komt, dan worden de kilometers die nog resteren naar Santiago op deze zuiltjes weergegeven. Dit zuiltje staat overigens op ongeveer 447 kilometer afstand van de hoofdstad van Galicië, in de leegte van de Meseta, tussen de dorpjes van Hontanas en Castrojeriz. Tot Galicië is op de paaltjes alleen de Jacobusschelp afgebeeld en, in het geval van dit zuiltje, het symbool van de Tau, die echter schuil gaat achter het hoge gras.  Het symbool, de letter T uit het Griekse alfabet en de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet, is het symbool van de Heilige Antonius, een kluizenaar die in de derde eeuw in de woestijn van Egypte leefde. Tegenover het zuiltje staat de ruïne van wat eens het hospitaal was van de volgers van deze Antonius. De provinciale weg gaat onder de bogen van de kerk door richting Castrojeriz. Franciscus van Assisi logeerde hier op zijn weg naar Santiago en zou hier op het idee zijn gekomen om het symbool van de Tau op te nemen binnen de Franciscaner orde. Het symbool komt terug in het boek van Ezequiel in het Oude Testament, in het verhaal waar God oproept om de mensen die het symbool van de Tau dragen bescherming te geven. Een deel van de ruïne is nog steeds ingericht als herberg. En net als ik bedenk wat het slot van dit verhaal moet worden, leest uit een vrouwenblad mijn Alicia me vanaf de bank, nummer 8 voor uit de top tien van niet aan te raden reisgenoten; el hiperguía turístico, de reiskameraad die alles denkt te weten en bedolven gaat onder reisgidsen en plattegronden. De boodschap is duidelijk.   

Een mooi voorbeeld van landelijk toerisme

28/05/2012

Moet even op de bres springen voor de manager van hotel Casa Rosalía. Manager is misschien niet het goede woord, beheerder, gastheer of herbergier passen meer bij dit prachtige voorbeeld van agrotoerisme, turismo rural in het Spaans. Het woord hotel is ook niet goed gekozen, het heet niet voor niets Casa Rosalía, het huis van Rosalía. Deze Rosalía is Rosalía de Castro, de beroemde schrijfster en dichter van Galicië. Ze heeft niet in het huis gewoond, maar je ziet haar met een beetje voorstellingsvermogen zitten op het granieten bankje op de binnenplaats of in een hoek van de opkamer bij het haardvuur. Voor iemand die ongeveer 180 dagen per jaar in een hotel slaapt, is Casa Rosalía een verademing. De lobby is ingericht als een klein etnografisch museum met een oude schommelbank, of is het een deel van een trekkar, prominent in de kleine ruimte. De kranten liggen gewoon in een hoek van de bar, zonder dat er een groot stuk hout aan is vastgebonden, zoals in de moderne zakenhotels. In een zakenhotel in Salamanca viel me onlangs op dat ook de afstandsbediening aan een ketting lag. Zijn zakenmannen dan zo crimineel? Gevoel voor smaak hebben ze in ieder geval zelden, want de meeste zakenhotels waar wij wel eens terechtkomen, zijn zo sober, met veel te veel marmer en erg strak (te zakelijk) ingericht. Dat zijn hotels om op je kamer een pizza te bestellen. De zakenman die langs Casa Rosalía rijdt, zal waarschijnlijk niet stoppen als hij naast de deur het blauwe bordje ziet met slechts één ster. Er stoppen sowieso te weinig mensen, beklaagde de manager zich tegen me. Deze winter hield hij de deur op slot, terwijl de winter geen reden hoeft te zijn om niet naar Galicië te gaan. Chove en Santiago, dichtte Lorca. Het regent in Santiago zong Luar na Lubre en wie het lied hoort, hoopt ook dat het gaat regenen, waardoor het graniet van Santiago prachtig gaat glinsteren. Wie een romantisch weekend wil beleven hoeft eigenlijk niet eens het hotel uit. Dineren bij het haardvuur en als je een kamer op de tweede verdieping hebt, kijk je door het zolderraam zo naar de uitbundige sterrenhemel.

Dag León

31/05/2011

Voor alle lezers die dit weblog vooral volgen om te weten waar ik uithang, ik ben niet in León, maar in Bilbao. Maar de laatste weken heb ik veel gereisd, langs veel verschillende plaatsen. Ik loop een beetje achter. De foto boven deze post nam ik een paar weken geleden. Op de achtergrond van de foto, tussen de bomen, ligt de brug over de rivier de Bernesga. Aan de zijkant is nog een deel van de honderd meter lange gevel te zien van de parador van San Marcos. Het is het laatste dat de pelgrim ziet van León als hij de stad verlaat. Voor hem ligt dan een groot bedrijventerrein, een knooppunt van wegen en pas daarachter liggen de heuvels van het land van de Maragatos. De wandeling over de brug, het besef afscheid te moeten nemen van León, is voor veel pelgrims een moeilijk moment. León ligt als een oase aan het einde van de hoogvlakte. Na dagen omringd te zijn door graanvelden en te hebben overnacht in kleine, verlaten dorpjes als Bercianos del Real Camino of Calzadilla de la Cueza is het een verademing om in León aan te komen. Wij kwamen nu vanuit Salamanca, en dan proeft León als een gewone Castiliaanse stad met lang niet zo´n mooie plaza mayor. Op het enorme plein is maar één terras, verstopt in een hoek van het plein.  Maar vier jaar geleden kwam ik León binnen over de pelgrimsweg, na een korte etappe vanuit Mansilla de las Mulas om al rond de middag in León aan te komen. Om half één stond er al een rij pelgrims voor de officiële pelgrimsherberg, zelfs fietsende pelgrims hadden besloten het die dag verder voor gezien te houden en te genieten van León. Er is geen betere plaats om dat te doen dan in de wijk Húmedo, de vochtige wijk, waar het vocht in de vorm van de heerlijke crianza wijn uit de Bierzo rijkelijk stroomt. Die sfeer, en toegeven ook de wijn, proef ik steeds weer als ik in León ben. Bij het laatste bezoek trof ik het niet. La Bicha was opnieuw gesloten. Daar kwamen de twee toeristen op de foto hier links, ook achter. Je kunt er de lekkerste revuelto de morcilla, bloedworst-roerei,  van heel León eten, al moet je daarvoor wel de meest chagarijnige bareigenaar van heel León voor lief nemen. De bar valt helemaal uit de toon op het verder zo gezellige plein van San Martín, maar als de bar is geopend, puilt die ook helemaal uit. Vlak achter de plaza de San Martín, in het straatje van Azabachería, waren El Besugo en La Parilla del Húmedo wel geopend. In El Besugo hoor je vermouth te drinken, een soort martini, en in La Parilla een rode wijn uit de Bierzostreek. In de laatste bar hebben ze ook de prettige gewoonte om de gast een klein hapje aan te bieden. Aan het einde van de calle Azabachería, net om de hoek, zit ook nog bar El Flechazo, een bar die vooral vroeg in de avond populair is. Ideaal voor de pelgrim, want die kan het niet al te laat maken. Om half elf doen de nonnetjes de deuren van de herberg op slot.

 

De ene Pizarro is de andere niet

23/05/2011

 

Twee keer Fransisco Pizarro, de markies van de Verovering, de man die een einde maakte aan het Inca-rijk in Peru. Op de bovenste foto domineert hij vanaf zijn inmense granieten sokkel de Plaza Mayor van Trujillo, ondanks dat het beeld aan de rand staat van het plein van de stad waar Pizarro werd geboren. De tweede foto is genomen bij het parque de la Muralla, achter het paleis van de president in Lima. Er bestaat nog een derde beeld, ook ontworpen door de Amerikaanse kunstenaar Charles Cary Rumsey. Dat ruiterstandbeeld staat in Buffalo tegenover de Albright Knox Art Gallery.  Het was wel even zoeken om Pizarro in Lima te vinden, zijn beeld wel te verstaan, want zijn lichaam ligt in een grote grafkapel, gelijk na binnenkomst in de kathedraal aan de rechterkant. Bij de viering van het vierde eeuwfeest van de stichting van Lima werd het ruiterstandbeeld geschonken door de weduwe van de Rumsey. Eerst kreeg het beeld een plaats bij de kathedraal, maar na protesten van het bisdom verhuisde Pizarro in 1952 naar een pleintje bij het gemeentehuis en het presidentieel paleis. Toen dat plein in 2003 opnieuw werd ingericht, besloot burgemeester Luis Castañeda het beeld weg te laten halen. Op de plaats waar Pizarro stond, kwam een grote mast met de peruaanse vlag te staan. Pizarro werd van zijn sokkel gehaald en verdween achter de bomen van het parque de la Muralla. Dat is nog eens de geschiedenis verbloemen. Ik zag het ooit nog letterlijker gebeuren met een beeld van Jakobus de Morendoder in de kathedraal van Santiago de Compostela. Van de patroonheilige van Spanje bestaat de legende dat hij ooit de christenen te hulp schoot bij een slag tegen de islamieten bij Clavijo, in de Riojastreek. In veel Spaanse kathedralen en kerken staat het beeld van Santiago met het zwaard hoog geheven, zittend op een groot wit paard. De hoeven van het paard vertrappen de verslagen moren. Na de aanslagen van Al Qaeda in Madrid in 2004 gingen er geluiden op om het provocerende beeld van de morendoder uit de kathedraal te halen. Maar tegelijkertijd was dit beeld een belangrijk onderdeel van de Spaanse geschiedenis, dus werd voor een tussenoplossing gekozen. Voor het beeld werden bloemstukken gezet, zodat nog wel Jakobus en het paard te zien zijn, maar niet meer de verslagen islamieten onder het paard. In de kathedraal van Cusco staat ook een beeld van de strijdende apostel, maar daar heet hij Santiago mataindios, Jakobus de Indianendoder.

Het regent in Santiago

03/10/2010

 

Chove en Santiago
meu doce amor
camelia branca do ar
brila entebrecida ao sol.
Chove en Santiago
na noite escura.
Herbas de prata e sono
cobren a valeira lúa.
Olla a choiva pola rúa
laio de pedra e cristal.
Olla no vento esvaido
soma e cinza do teu mar.
Soma e cinza do teu mar
Santiago, lonxe do sol;
agoa da mañan anterga
trema no meu corazón.

Gisteren in de bus op het laatste stuk naar Santiago, zette ik het nummer op. Chove en Santiago van Luar na Lubre, de versie met Ismael Serrano. De tekst is van Federico Garcia Lorca, en gezongen in het Galicisch. Voor wie Portugees spreekt is het niet moeilijk de tekst te vertalen. Het regent in Santiago. Dat was ook al voorspeld en het hoort eigenlijk ook wel bij het groene Galicië. Daarom ook dit lied, dat heerlijk meeneuriet onder de paraplu, wandelend over het graniet van de straten dat prachtig gaat glinsteren als er licht opschijnt. Bij de muziek hoort de lichte miezerregen, de chirimiri zoals ze in het noorden van Spanje zeggen, waarbij de druppeltjes als dons op je jas blijven liggen. Maar bij de wolkbreuk die ons vandaag trof , past meer oorverdovende hardrock. Het regende wel erg hard vandaag in Santiago. Maar dat weerhield pelgrims, toeristen en de vaste kerkgangers er niet van om al een uur voor de pelgrimsmis begon in de rij te gaan staan voor een van de ingangen van de kathedraal. De reguliere mis van 10.00 uur eindigt om 11.00 uur en daarna gaat een nieuwe menigte naar binnen voor de pelgrimsmis van 12.00 uur. De beste plaatsen zijn in de transepten, aan beide zijden van het hoofdaltaar. Dat hoofdaltaar zie je dan weliswaar niet goed, maar wel de botafumeiro, het vliegende wierrookvat, waar de meeste mensen toch stiekem alleen maar voor naar de mis gaan. Hij zwaait echter alleen op feestdagen of als iemand er, ik dacht 240 euro, voor neertelt. Als je met de hele parochie komt, ben je dan toch nog redelijk goedkoop uit.  Het is wel een spektakel om dat 62 kilo zware gevaarte met een snelheid van bijna 70 kilometer per uur als een komeet naar de nok van de kathedraal te zien suizen. De traditie ontstond ooit om de stank van zweet en van de soms doorweekte of met modder besmeurde kleding van de pelgrims, die in de kathedraal verbleven, te verdrijven.  Dat was waarschijnlijk vandaag ook wel weer nodig met al die natte paraplu´s en ponchos binnen.

 

Heilig jaar in Santiago

19/07/2010

Iets meer dan een week geleden belde José. Dat ik me de nederlaag van Oranje maar niet teveel moest aantrekken. Wat een zelfvertrouwen! De finale moest toen nog worden gespeeld. Hij belde vanuit Villafranca del Bierzo, waar hij een dag later met zijn dochter aan de pelgrimstocht naar Santiago zou beginnen. Vorig jaar liepen we samen nog de zogenaamde primitieve route van Oviedo naar Santiago. Volgens José was het niet druk op de route, ondanks dat het dit jaar toch een Heilig jaar is in Santiago, want 25 juli, de dag van Jakobus, valt op een zondag. Ik liep de tocht voor het eerst in 2007 vanuit St Jean Pied de Port over de zogenaamde Camino Francés. Toen ontmoette ik José en een maat van hem in de buurt van Atapuerca bij Burgos. De manier waarop zij de tocht liepen, beviel me goed. ´s Ochtends op tijd weg om zo rond een uur of drie aan te komen bij de volgende herberg. Even douchen, uitrusten en vervolgens een heerlijk glas bier drinken om daarna te gaan eten. Een soort cultureel-gastronomische pelgrimstocht. Toen José me vertelde dat hij in Villafranca del Bierzo was, moest ik terugdenken aan drie jaar geleden toen ik daar samen met Eduardo meer dood dan levend aankwam na een tocht van 45 kilometer van Manjarín naar Villafranca bij een temperatuur van bijna 40 graden. Maar we moesten die dag wel in Villafranca aankomen, omdat de vader van Eduardo die dag ook in Villafranca aankwam om het laatste stuk door Galicië met zijn zoon te lopen. Ik kon me nauwelijks staande houden onder de douche, maar daarna kenden we een wonderlijkbaarlijke herrijzenis en voelden we ons zo goed dat we beneden in het plaastje nog even een biertje gingen drinken op het terras. Nog nooit smaakte de eerste slok bier me zo goed. Het was een tercio (de iets grotere fles) Estrella Galicia. Villafranca is het voorportaal van Galicië. En zo had iedere streek zijn specialiteit. In León dronken we heerlijke rode wijn, crianza del Bierzo, in Melide aten we inktvis (bij Ezequiel!) en in Santiago wachtte een enorme visstoofschotel op ons. Maar laat ik ophouden, dit jaar heb ik geen recht van spreken, bovendien staat het internet vol met verslagen van pelgrims. Wie toch nog meer wil lezen, hiernaast, onder mijn profiel, staat het verhaal dat ik twee jaar geleden schreef over de etappe door het land van de Maragatos. Bovendien is het ook tijd voor een biertje.

De Weg van Machado

23/02/2010
Vandaag is het precies 71 jaar geleden dat de Spaanse poëet Antonio Machado naar zijn laatste rustplaats werd gebracht in het kleine kustplaatsje Colllioure in de Franse streek van Languedoc-Roussillon. Een van de grootste Spaanse dichters verstopt in een dorpje dat zich nu verkoopt als badplaats onder de zon en aan zee. Maar toen Machado daar aankwam, scheen de zon niet. Samen met duizenden republikeinen (let op de Spaanse republikeinse vlag op zijn graf op de foto) was Machado in 1939 op de vlucht voor de soldaten van Franco. Met zijn familie vond hij onderdak in het hotel Bougnol-Quintana in Collioure, tegenwoordig gesloten, maar er zijn plannen om het in te richten als museum voor Machado. De kamer waar hij op 22 februari aan een longontsteking overleed, zou nog bijna helemaal intact zijn.
 Nooit heeft Machado de brief gezien, waarin de universiteit van Cambridge hem een baan aanbood bij het rectoraat. Een dag na de begrafenis kwam de brief aan. De brief werd vorige week voor het eerst openbaar gemaakt door de oprichtster van de stichting Antonio Machado de Collioure tijdens de Week van Machado in Baeza.
 
In Nederland is Machado niet eens zo heel bekend. Wij kennen vooral Federico García Lorca, wiens leven opvallende parallellen vertoont met dat van Machado. Beide dichters werden in Andalusië geboren. Machado in Sevilla en Lorca in Fuente Vaqueros, bij Granada. En beiden vonden de dood in de Spaanse burgeroorlog. Lorca werd opgepakt en geëxecuteerd in 1936. Zijn lichaam verdween in een massagraf, waar nu naar wordt gezocht. Als eerbetoon aan Lorca, wijdde Machado een gedicht aan hem, Een Misdaad in Granada.
 
Maar het beroemdste gedicht van Machado is Caminante, vooral bekend bij pelgrims die naar Santiago afreizen. Het gedicht is in Spanje ook heel populair bij huwelijksinzegeningen. Hieronder dat gedicht, met de vertaling en foto’s van een beroemde camino, de Weg naar Santiago.  
 
Caminante, son tus huellas
el camino y nada más;
Caminante, no hay camino,
se hace camino al andar
Al andar se hace el camino,
y al volver la vista atrás
se ve la senda que nunca
se ha de volver a pisar.
Caminante no hay camino
sino estelas en la mar
 
Wandelaar, je sporen
zijn de weg, en zij alleen;
wandelaar, er is geen weg,
de weg ontstaat in het gaan
Gaandeweg ontstaat de weg,
en als je omkijkt
zie je het pad dat nooit meer betreden zal worden.
Wandelaar, er is geen weg,
slechts een kielzog in de zee