Posts Tagged ‘Baskenland’

Op de linkeroever

21/11/2018

Stairway to the future. De trappen brengen de reiziger naar het perron van de metro. Het is het station van Ansio in Barakaldo, een slaapstad net buiten Bilbao. Wie niet met de auto de stad in wil, kan die parkeren in de garage onder het Bilbao Exhibition Centre en dan de metro nemen naar de stad. Een goedkoop alternatief, want als je ook weer met de metro terugkomt, betaal je nog geen euro voor een paar uur parkeren. In Bilbao zijn de metrostations ontworpen door Norman Foster. Een van de architecten die Bilbao het gezicht gaf van de 21e eeuw. Voor we de trappen van het station op de foto boven deze post afdalen komen we langs een muur met alleen maar gezichten. Het zijn de gezichten van de industriestad Bilbao. De vrouwen op de visafslag, mannen in de ijzersmederijen. Op een pilaar naast de trappen staat een prachtige tekst. ´Als we onder de grond kijken, ontdekken we de sporen van ons verleden, van wat we waren, van wat ons staande houdt, de fundamenten van wat we vandaag zijn. De geschiedenis van de linkeroever is een geschiedenis van menselijke krachtsinspanning, van een zwaar leven zonder toegevingen, van strijd. Eerst om te overleven, om eervol te leven, daarna om te verbeteren, om te groeien, om een betere toekomst op te bouwen. Het is de erfenis die we kregen van degenen die ons voorgingen, van onze familie, van onze buren, die leefden in de schittering van het smeden, met hamerslagen, die het land openscheurden, kathedralen van staal bouwden, steen en vuur, de bergen doorborend legden ze wegen van ijzer aan naar de zee. 

De linkeroever, de margen izquierda. Het is niet alleen een geografische, maar ook een sociale aanduiding. Op de linkeroever wonen de arbeiders. Aan de overkant ligt Getxo met zijn goudkust en rijke villa´s aan het water. Op de linkeroever stonden de hoogovens, de staalfabrieken. Nog steeds ligt daar de noodlijdende scheepswerf La Naval, die de Nederlandse baggeraar Van Oord smeekt om toch zijn schip bij de Basken af te bouwen om investeerders te lokken. Op de plaats waar de hoogovens stonden liggen nu de moderne wijken van Barakaldo. Barakaldo is met honderduizend inwoners na de drie provinciehoofdsteden, de grootste plaats van het Baskenland. Y feo de cojones, voegen vrienden die daar wonen er aan toe. Oerlelijk, om hun opmerking iets verzachtender te vertalen. Het opruimen van de industrie en het uit de grond stampen van nieuwe appartementenwijken werd gedaan zonder stedenbouwkundig plan. De trots van Barakaldo is het enorme congres- en expositiecentrum BEC, waar onlangs de uitreiking van de MTV-awards werd gevierd. In de omgeving liggen de grote winkelboulevards van Mega Park en Max Center. Ikea, Decathlon, Leroy Merlin, ToysRUs. In deze winkels doet de huidge generatie van jonge gezinnen die in Barakaldo is neergestreken de boodschappen. Ze werken in Bilbao. Als ze met de metro naar hun werk gaan en bij het metrostation onder het BEC opstappen, zien ze iedere dag hun voorouders in de ogen.  

Anuncios

Jaarmarkt in Gernika

30/10/2018

Onder de daklijst van een hoog gebouw aan de calle Artekale in Gernika staat in Romeinse cijfers het jaartal 1945. Wij denken dan gelijk aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar de oorlog was voor Gernika al jaren eerder voorbij. Om precies te zijn, op 26 april 1937. Toen werd het stadje met de grond gelijk gemaakt na een langdurig bombardement door het Duitse Condorlegioen. Voor de Duitsers, die de opdracht kregen van Franco, was het een training voor latere bombardementen in de Tweede Wereldoorlog op Warschau en Rotterdam. Het was het eerste bombardement vanuit de lucht om zoveel mogelijk slachtoffers te maken en zo de moraal bij de vijand te breken. Tussen de 30 en 40 ton aan fosfor- en brandbommen werden boven Gernika afgeworpen. Ongeveer 155 mensen kwamen om het leven. In de dagen erna werden kinderen op schepen gezet en naar Engeland gebracht. Veel overlevenden verlieten Gernika om nooit meer terug te komen.

Het bombardement vond plaats op een marktdag, zoals het dat gisteren ook was. En niet zo maar een marktdag. Op de laatste maandag van oktober viert Gernika zijn jaarmarkt. Het hele centrum stond vol met honderden kraampjes, volgestouwd met kaas, bonen, wijn, taarten, tomaten, brood, paprika´s en nog veel meer producten die de bewoners van de boerderijen in de bergen van het Baskenland in Gernika kwamen verkopen. Tot vanuit de Pyreneeën van het Franse Baskenland kwamen ze afdalen naar Gernika. Gisteren viel de verkoop door het slechte weer tegen. Het regende, soms viel er hagel, en het was koud, zo´n negen graden. Het aantal bezoekers schommelde rond de 55.000, terwijl dat er in 2016 nog 140.000 waren. Degenen die wel naar de markt kwamen, trokken zich weinig aan van het slechte weer. Er werd volop geproefd aan de heerlijke kazen, het brood en de pastel vasco. Anoniem schuifelden tussen de bezoekers verschillende koks van restaurants met een Michelinster. Op het plein met het standbeeld van de componist van het lied over de eik van Gernika, José Maria Iparraguirre, zongen de bertzolaris vanaf het podium hun geïmprovieerde liederen. Op hetzelfde podium werd aan het einde van de ochtend de winnaar van de beste schapenkaas bekend gemaakt. Even later werd de kaas bij opbod voor 5607 euro verkocht aan een discotheek in Gernika.

Op het plein bij het gemeentehuis stonden verschillende groepjes bij elkaar met glazen txakoli, de Baskische witte wijn. Aan hetzelfde plein staat ook het Museum van de Vrede. Een documentatiecenrum dat tot in de kleinste details het verhaal over het bombardement in de Spaanse burgeroorlog vertelt. Buiten is nauwelijks nog iets te bespeuren van de tragedie. In de kerk van Santa Maria zijn nog wat inslagen te herkennen en naast de rechtbank is op ware grootte op een tegeltableau het beroemde schilderij van Picasso gekopieërd. Als je er een tijdje naar kijkt, hoor je het gebrom van de vliegtuigen, het gefluit van de afgeworpen bommen, de inslagen, het gegil van de bewoners, de ontreddering, het verdriet. De inwoners van Gernika begonnen al snel na het bombardement aan de wederopbouw van hun stadje. Binnen tien jaar was het grootste gedeelte van de huizen hersteld of was er nieuwbouw voor in de plaats gekomen. De boeren kwamen weer uit de bergen naar de markt. Gernika pakte de draad van het dagelijkse leven weer op. En in dat dagelijkse leven speelt de markt een belangrijke rol. 

 

De tapasader van Castro Urdiales

21/07/2018

De foto boven deze post is een sfeerbeeld van de straat La Rua bij ons in het dorp. Samen met de straat Ardigales, die in het verlengde loopt is het de tapasader van ons dorp. Een meer dan geschikte straat voor pintxopote, een Baskisch woord voor een kroegentocht met in iedere bar een wijntje of biertje met een hapje. Het Baskenland staat bekend om zijn tapasstraten, zoals in de oude wijken van Bilbao en San Sebastián. Laatstgenoemde plaats heeft de hoogste concentratie aan tapasbarren in de oude wijk van heel Spanje.  Na een bezoek aan een stuk of vijf barren heb je een aardige maaltijd bij elkaar gegeten en begint de wijn ook zijn tol te eisen. Dus je moet een keuze maken en dat valt niet mee met zo´n groot aanbod. Meestal kom je bij dezelfde barren, omdat ook vrienden daar naar toe gaan of omdat het vertrouwd en altijd goed is. Als we in Ardigales beginnen, is de eertse halte bar Javi. Deze bar heeft het grootste en meest gevarieerde aanbod aan tapas. Op een zaterdag worden ongeveer 240 tapas geserveerd. Naast bar Javi zit het beste restaurant van Castro Urdiales, La Arboleda. Voor de deur staat een vitrine waarin een vers zeebanket in het ijs ligt. Schuin tegenover heeft de eigenaar van La Arboleda Casa Pili overgenomen. Pili sneuvelde na de uitzending van het programma Pesadilla en la cocina, de Spaaanse variant op Herrie in de Keuken. Het nieuwe restaurant heet El Nuevo Funi en de specialiteit is paella, waarmee het restaurant een grote concurrent is voor Don Quichote, die dezelfde specialiteit heeft en ernaast is gevestigd.

Een stukje verderop in de straat zit sidreria Marcelo, dat al jaren het beste vlees van Castro aanbiedt. Als je een menu bestelt, kun je onbeperkt cider tappen uit het vat. Naast Marcelo zit de Lechería, een favoriet voor ouders met kinderen om kip te eten. Een stukje voorbij Marcelo is de populaire nachtkroeg La Noche, een mooie bruine kroeg van de Catalaanse eigenaar Carlos. Na La Noche eindigt de straat Ardigales bij de calle Santander. Aan de overkant begint La Rua met nog meer tapasbarren. El Figon Rosa, la Bodeguita, El Quinto Pino, La Vineria, Kike-U2, La Marinera. De Rua eindigt bijna ín de bar La Kaloka die op de kop van de straat is gevestigd. Net voor La Kaloka zit in de zijstraat Nuestra Señora de bar La Fuente, waar de specialiteit tortilla de patatas is. De tortilla wordt steeds vers uit de keuken van een aanpalend pand op de toog van de bar gezet. En dan zijn in deze route de barren rond het plein van het gemeentehuis in de haven nog niet eens opgenomen. La Cierbanata, la Goleta, Los Chelines, het befaamde restaurant El Marinero en Alfredo. En dan hebben we het ook nog niet gehad over de txistorra van bar Artxanda, de Argentijnse empanadillas van Los Bocaditos en alle andere barren die ongetwijfeld een bezoek meer dan waard zijn. Misschien moeten we die maar bewaren voor een volgende post. Zo blijft het schrijven van een blog een heerlijke bezigheid.

Het huis van mijn vader

24/02/2018

Waar was ik toen, vroeg ons tweede zoontje toen hij een babyfoto van zijn anderhalf jaar oudere broertje zag. In onze gedachte, antwoordde zijn moeder. Dezelfde vraag kwam in mij op, toen ik onlangs bovenstaande foto op Facebook zag. Een luchtfoto van mijn geboortedorp Beesd uit 1960. Het huis waar mijn wieg stond is te herkennen boven in de foto in de rechterstraat van het rechthoek van vier straten, ter hoogte van de t-splitsing. Je moet er wel voor inzoomen om het te kunnen zien. Vier huizen op een rij, waarschijnlijk nog in aanbouw, want mijn ouders trokken er in 1964 in. Een typisch huis volgens de architectonische normen uit die tijd; rijtjeshuis en doorzonwoning. Waar was ik, toen deze foto werd genomen. Het zou nog tien jaar duren voor ik in huis kwam. Een paar jaar geleden zetten we het huis in de verkoop. Toen ik dat tegen Baskische vrienden vertelde, fronsten sommigen hun wenkbrauwen. Want voor veel Basken is een huis een bezit voor de eeuwigheid. De dakpan is het symbool voor eigendom. Toen het huis werd leeggehaald, begreep ik de Baskische reactie nog niet. Dat begrip kwam wel toen jaren later het huis werd verkocht en er al snel een grote afvalcontainer in de voortuin stond. Na materieel bezit werd nu de ziel uit het huis gesneden. Het huis zou nooit meer hetzelfde zijn. Vertrouwde hoekjes verdwenen, tussenmuren werden geslecht, en de telefoon met de draaischijf aan de muur bij de trap zal er waarschijnlijk ook niet meer hangen.

Overigens zal de Bask zonder problemen afstand doen van zijn appartement, zoals die torenhoog in de plaatsen tussen de bergen staan. Eibar is daar een mooi voorbeeld van, een plaats aan de snelweg tussen San Sebastián en Bilbao, waar alleen  appartementenblokken van elf of twaalf verdiepingen staan, omdat er geen ruimte is voor laagbouw. Als de Bask het over zijn huis heeft, heeft hij het over zijn etxea, een landhuis of boerderij. Die blijven voor eeuwig familiebezit. De bewoners stellen zich niet voor met hun achternaam, maar met de naam van hun huis. Of het huis is de achternaam geworden, zoals bij Etxaberria, wat Nieuwhuis betekent. Zelfs de voornaam Xavier is afgeleid van Etxaberria. De Baskische poeet Gabriel Aresti schreef in het Baskisch een mooi gedicht over het Baskische huis, de etxea. Hieronder een vrije vertaling. 

Ik zal het huis van mijn vader verdedigen,

tegen wolven, tegen de droogte, tegen woekerpraktijken, tegen de wet

Ik zal het huis van mijn vader verdedigen

al zal ik het vee, de moestuinen, de pijnbomen verliezen

al zal ik de rente, de opbrengsten, de dividenden verliezen

toch zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ze kunnen mijn wapens afnemen, en met mijn handen zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ze kunnen mijn handen afhakken en met mijn armen zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ze kunnen me zonder armen, schouders en borstkast laten en met mijn ziel zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ik zal dood gaan, mijn ziel zal verloren gaan, mijn nageslacht zal verdwijnen

maar het huis van mijn vader zal er altijd blijven staan

 

Met de Spaanse vlag

18/10/2017

spaanse vlag colónMet een oppervlakte van 294 m2, is dit de grootste vlag van Spanje, een doek van 21 meter lang en 14 meter breed. Hij hangt aan een mast van vijftig meter hoog. Of beter gezegd, dit wás de grootste vlag van Spanje, tot een dag of tien geleden een projectontwikkelaar over een gevel van een zijn gebouwen een vlag uitrolde die tweemaal zo groot was. De vlag op de foto wappert op het Columbusplein in Madrid. De zeevaarder kwam aan in de Nieuwe Wereld op 12 oktober 1492 en daarom is die datum een nationale feestdag in Spanje. De dag van de Hispanidad, de dag van alles dat Spaans is en was. Dit jaar stond het feest in het teken van de nationale eenheid als antwoord op het Catalaanse streven naar onafhankelijkheid. De vlag als symbool van die eenheid. Dat was ook het idee van de Madrileense zakenman om zijn megavlag uit te rollen. Er werden meer Spaanse vlaggen verkocht dan ooit, alsof het WK in Rusland al was begonnen. Het feest van de Hispanidad is al jaren omstreden, niet alleen in nationalistische regio´s als Baskenland en Catalonie, maar ook in de voormalige koloniën. In Argentinië vieren ze de dag niet, maar wordt herdacht dat Columbus de Nieuwe Wereld ontdekte. Veel landen hebben de dag omgedoopt tot de dag van het ras, als eerbetoon aan alle rassen, zoals los terciosAzteken en Inca´s die na de komst van de Spanjaarden onder de voet werden gelopen. En ook wij Nederlanders mochten ons ergeren tijdens deze editie van het Spaanse nationale feestje. In de militaire parade, afgenomen door de koninklijke familie, premier Rajoy, politieke leiders, regionale presidenten en andere hoogwaardigheidsbekleders, marcheerde een groepje mannen, uitgedost in de Spaanse legeruniformen van de zestiende eeuw. Zij stonden symbool voor de zogenaamde camino Español, de Spaanse weg naar de Lage Landen die dit jaar precies 450 jaar geleden voor het eerst werd gebruikt door de ijzeren hertog van De Spaanse wegAlva en de beruchte tercios. Overigens ging de Spaanse weg eigenlijk niet eens over Spaans grondgebied. Het startpunt lag in Milaan. Koning Filips II wilde de soms woeste zee en de vloot van de vijanden Engeland en Frankrijk vermijden en kon zijn legers niet over Frans grondgebied naar de Lage Landen brengen. Daarom liep de route onder andere via Milaan, Luxemburg en Keulen naar Brussel en de Noordzeekust. Een afstand van 1100 kilometer. De onderdrukking van onze voorouders werd dit jaar ook maar even gevierd, want ooit waren wij tenslotte ook Spaans. Dat zingen we nog steeds in ons volkslied.  

De kleuren van het Baskenland

14/10/2015

042

Ruim een week gedoold over de hoogvlakte van Spanje, langs Segovia, Ávila, Plasencia, Cáceres en Toledo. Door een roestbruin, droog en dor landschap. Langs stoppels van slecht geschoren graan- en tarwevelden. Verdroogd gras tussen grote kale granieten rotsen en stenen. Desolaat tot aan de horizon. Na Madrid gaat de weg weer terug naar het noorden, langs Lerma en Burgos richting Pancorbo. Daar is de deur van het paradijs. Achter de bergpas van Pancorbo is het opeens groen. Een kleur die ik negen dagen niet had gezien. Een intens groen, maar ook fluweelzacht, alsof er een vloerkleed over de bergen is uitgerold. Groen is de kleur van het noorden, dus ook van het Baskenland. En in het groen staan witte boerderijen met rode daken. Groen, wit en rood, dat zijn de kleuren van het Baskenland en van de Baskische vlag. De officiële uitleg van de Baskische vlag is dat het rood is overgenomen van de vlag van Vizcaya, het witte kruis is het Heilige Kruis en het groene kruis is het eiken kruis van de Heilige Andreas. Het vlagvertoon van het nationalisme leidt altijd tot discussies. De vlag als symbool van het landschap doet dat niet. Want iedereen woont in dat landschap, links en rechts, conservatief en socialistisch.

De kleuren van de Spaanse vlag, het rood en geel, komen uit de scheepsvaart, omdat die kleuren op zee vanaf een grote afstand eenvoudig waren te herkennen. Als Castilianen, Galiciërs, Catalanen en Basken ooit een Spaanse vlag hadden moeten ontwerpen, zou dat nooit zijn gelukt. Dat is ook de reden dat het volkslied van Spanje geen tekst heeft. Het is een paar keer geprobeerd, maar het is nooit tot een officiële tekst gekomen. Catalanen en Basken zeggen dat het volkslied niet wordt gezongen, maar wordt (uit)gefloten. Oh ja, de foto boven deze post is genomen in de omgeving van Bezi, het decor van onze paddestoelenpluk waar ik gisteren over schreef.  Op de achtergrond de bergen en valleien van de westelijke uithoek van het Baskenland en op de voorgrond een drietal dat deze foto van het paradijs compleet maakt.

A dangerous autumn

13/10/2015

033

Vier kinderogen worden steeds groter als ze dichterbij komen. Waar is het kleine mannetje met het puntmutsje en de witte baard? Dat is nog het meest onschuldige detail aan deze paddestoel. Want het kan ook een sluipmoordenaar zijn. Na wat speurwerk op Google vermoed ik dat het de Hygrophurus Russula is, en die zou eetbaar zijn. Maar het kan ook de eveneens eetbare paarse schijnridderzwam zijn. Of is het misschien toch een giftig en dodelijk familielid van de Russula. We zouden er een bloggersvraag aan kunnen wagen. Dat paddestoelen plukken geen kinderspel is, blijkt wel uit wat blogs van kenners, die na de omschrijving van een grote variatie aan eetbare en giftige paddestoelen, benadrukken dat ze niet aansprakelijk kunnen worden gesteld als blijkt dat hun gegevens toch niet juist zijn.

039Het paddestoelenseizoen in het Baskenland is begonnen. En dit tijdverdrijf is serieus genoeg om er een bilbainada aan te wijden. Iñaki en Patxi gaan het bos in om paddestoelen te zoeken. Na een tijdje roept Iñaki verheugd uit; ´kijk Patxi, hier ligt een rolex!’ Patxi reageert geïrriteerd. ´Kom op, Iñaki, we zijn op zoek naar paddestoelen, niet naar rolexen.´ En hoe serieus het zoeken naar paddestoelen wordt genomen, blijkt wel uit het feit dat de gemeente in deze periode een speciaal loket heeft geopend, waar de Basken met hun manden met paddestoelen kunnen navragen of hun oogst wel of niet eetbaar is. El Correo, de krant van Bilbao, komt vandaag met een grote poster met foto´s van eetbare paddestoelen en brengt morgen een poster uit met niet eetbare soorten. Voor ons was het vooral een dagje uit met de kinderen. Het bos in om van de herfst en de herfstkleuren te genieten. Achter ons dorp, de bergpas van Las Muñecas over, naar de prachtige 12079652_10206724951256882_1263891804917804496_ngroene vallei van Bezi, een gehucht in de buurt van Sopuerta en Mercadillo. Maar als je dan toch op de paddestoelen gaat letten, valt het op dat de variëteit enorm is. Onze hoofdprijs was een enorme boletus pinophilus of pinicola, die zoals de naam al aangeeft, voorkomt in pijnbossen. Onder de Nederlandse naam bekend als eekhoorntjesbrood is het de favoriet van veel Basken die de paddestoel verwerkt in bijvoorbeeld een roeromelet, de revuelto. De koningin van de revuelto de setas is de moeder van een vriendin uit Bilbao, die op de foto hierboven poseert met een enorme buit uit het bos. Typisch Baskisch, niet één mandje, maar een hele kofferbak vol met paddestoelen. 

 

De Baskische geschiedenis van de wereld

19/08/2015

51ynZqPrJTL._SY344_BO1,204,203,200_Het meisje van de kiosk op het vliegveld van Bilbao keek verbaasd op toen ze het boek aan pakte. Of er misschien een reclame-campagne was gestart. Het leek wel of iedereen opeens dit boek wilde hebben. De titel van het boek is The Basque History of the World en werd al in 2000 geschreven door Mark Kurlansky. Dat het nu zo populair is, komt wellicht omdat ook Bilbao steeds meer in trek komt bij de toeristen. De jongen die achter me stond, merkte op dat hij hetzelfde boek een paar weken geleden in Londen had gekocht. Het had een een bilbainada kunnen zijn. Grootheidswaanzin verpakt in humor. Wat de duende is voor iemand uit Andalusië en de saudade voor de Portugees, is de bilbainada voor de inwoner van Bilbao. Van oorsprong is het een muziekgenre, een soort zeemanslied met teksten over Bilbao. Maar ook grappen over de stad en zijn bewoners worden een bilbainada genoemd.

Een beroemde grap is die van de inwoner van Bilbao die naar de antiekmarkt de Rastro in Madrid gaat en daar in een kaartenbak op zoek gaat naar een zwartwit-plattegrond van Bilbao. De verkoper moet hem teleurstellen. De oudste kaart die hij heeft is een Mapa Mundi. Die zoek ik, zegt de Bask, ´Bilbao en omgeving´. Of de twee Basken die de bergen in gaan op zoek naar paddenstoelen. Na een tijdje zegt de één; kijk Iñaki, een rolex´, waarop Iñaki antwoordt;´gooi maar weg, we zijn nu op zoek naar paddenstoelen´. En dan is er de Bask die langs het Guggenheimmuseum loopt en ziet hoe een toerist een foto maakt van de Puppy van Jeff Koons, de grote hond van bloemen. Een mooie hond, eh?, zegt de Bask. De toerist beaamt het en dan vraagt de Bask; en wat vind je van zijn hondenhok dat achter hem staat?

Maar terug naar het boek van Kurlansky. Het boek geeft een goed inzicht in de geschiedenis van het Baskenland en is doorspekt met bijzonderheden van de Baskische cultuur. Wat het boek Koningin der Steden van Robert Hughes is voor Barcelona, is dit werk van Kurlansky over het Baskenland.  Hoewel de Basken trots zijn op hun land, cultuur en tradities, hebben ze altijd over de bergen en over de zee naar de horizon gekeken. 093Ze leerden van de vikingen hoe ze lange zeereizen konden maken, ze gingen mee in het kielzog van Columbus en ze stonden aan de wieg van de Industriële Revolutie in Spanje. De Basken waren de eersten die bij het kaatsspel Pelota een rubberen bal gebruikten, het was een Bask die na de dood van Magelhaes de zeiltocht rond de wereld voltooide. En het boek vertelt de geschiedenis van de stichter van de Baskische Nationalistische Partij, Sabino Arana, de man van de Renaissance van de Baskische cultuur. Maar na zijn dood hertrouwde zijn echtgenote een Spaanse politie-agent. Het boek geeft ook Baskische recepten, gaat over kabeljauw, over de kenmerken van het ijzer uit de Baskische mijnen en over de mythen van het oudste volk van Europa, van wie de herkomst nog altijd een mysterie is.    

Beleef Bilbao en het Baskenland

09/04/2014

Ongeveer vier jaar geleden mocht ik voor SRC-cultuurvakanties een zogenaamde droomreis ontwerpen. Het moest een reis zijn naar een plaats of streek, waar ik de reiziger graag mee naar toe zou willen nemen en waar SRC nog niet of nauwelijks naar toe ging. Mijn keuze viel op het Baskenland, omdat deze streek verbazingwekkend genoeg nog nauwelijks is ontdekt door het toerisme. In augustus bied ik samen met SRC weer een reis aan naar het Baskenland met een standplaatshotel in Bilbao. Ondanks de enorme gedaantewisseling die de stad heeft ondergaan, staat de stad nog nauwelijks in de belangstelling. Heeft u de Sagrada Familia in Barcelona gezien, het Pradomuseum in Madrid bezocht en geflaneerd over de plaza de España in Sevilla, dan wordt het nu hoog tijd om Bilbao en het Baskenland te beleven!  Hieronder het programma van de reis en hoe u deze kunt boeken. Spaans bloed zal de komende tijd meer in het teken staan van Bilbao en het Baskenland.

073 (2)

Bilbao is uitgegroeid tot een van de populaire steden in Spanje voor een korte citytrip. Dat heeft de stad natuurlijk te danken aan het bijzondere Guggenheimmuseum, maar dit project was nog maar het begin van de enorme facelift die de stad onderging. Architecten als Gehry, Foster en Calatrava tekenden voor de gedaanteverwisseling van de stad. In cultureel, architectonisch en gastronomisch opzicht, maar ook als het gaat om het winkelaanbod is Bilbao een heerlijke stad om een paar dagen te verblijven. En de stad is een ideale uitvalsbasis om te genieten van de kust en het wijngebied van de Rioja.

 

6-daagse reis van 23 t/m 28 augustus

Vanaf 769 euro

 

Dag 1: Naar Bilbao

In de middag vliegen we van Amsterdam naar Bilbao. Na aankomst rijden we naar ons hotel. Het viersterrenhotel Barceló Nervión ligt in het centrum van de stad aan de rivier de Nervión en op loopafstand van het Guggenheimmuseum, de oude stad en het winkelgebied van de Gran Vía.

050 (2)

 

 

Dag 2: Bilbao

Het futuristische Guggenheimmuseum is het beste voorbeeld van de gedaantewisseling die Bilbao de laatste jaren heeft ondergaan. Architecten als Santiago Calatrava, Norman Foster, Frank Gehry, Rafael Moneo, Isozaki Atea en Cesar Pelli tekenden voor de face-lift van de hoodstad van Vizcaya. Op de kade bij de rivier de Nervion die door de stad stroomt en waar vroeger de zware industrie was gevestigd, is het nu heerlijk toeven. We bezoeken uitgebreid het Guggenheimmuseum, ontworpen door de architect Frank Gehry. Naast de vaste collectie exposeert het Guggenheim in deze periode een collectie van Yoko Ono en Georges Braque, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de stroming van het kubisme. In de oude stad zien we de kathedraal, het theater Arriaga en de plaza Nueva, met rondom het plein de typische tapasbarretjes.

TU Santiago 019

Dag 3: Langs de Baskische kust

In de ochtend gaan we naar Guernica. De voormalige Baskische hoofdstad werd in de Spaanse Burgeroorlog verwoest door het Duitse Condorlegioen. Het beroemde schilderij van Picasso, dat in het Reina Sofiamuseum in Madrid hangt, herinnert aan dit bombardement. In Guernica zien we de beroemde oude eik, hét symbool van het Baskische nationalisme. Ook nemen we een kijkje op de markt, die iedere maandag in Guernica wordt gehouden. Vervolgens rijden we naar de kust, waar we het prachtige natuurgebied van Urdaibai zien en de vissersplaatsjes Mundaka en Bermeo. Net voorbij Bermeo staat op een rots voor de kust de kerk van San Juan de Gaztelugatxe. Aan het einde van de dag bezoeken we de hangbrug van Portugalete, die in 2006 door UNESCO tot cultureel werelderfgoed werd uitgeroepen. De brug werd in 1890 geopend en is nog steeds in gebruik. Een gondel die aan de brug hangt zet auto´s, fietsers en voetgangers over.

011Dag 4: La Rioja

Een deel van dit beroemde wijngebied ligt in het Baskenland, de zogenaamde Rioja Alavesa. Tijdens onze rit door het wijngebied zien we de bodega van Domecq, ontworpen door Santiago Calatrava. In het dorpje El Ciego ontwierp Frank Gehry voor het wijnhuis van de Marques de Riscal een hotel met spa in de stijl van het Guggenheimmuseum. We bezoeken het ommuurde wijnstadje Laguardia dat op een heuvel ligt en vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over de wijnstreek. Net buiten Labastida bezoeken we een bodega, waar we niet alleen de heerlijke Riojawijn zullen proeven, maar ook de gerechten van de streek (kosten zijn inbegrepen).

041Dag 5: San Sebastián

San Sebastián is een heerlijke, mondaine badplaats, waar ooit het Spaanse koningshuis de zomer doorbracht. We zien de charmante schelpvormige baai, waarlangs het heerlijk flaneren is. Dichtbij het strand is de oude stad, de zogenaamde parte vieja. Daar vindt u de hoogste concentratie aan barren van heel Spanje. Een goede mogelijkheid om een tapastocht te maken. We wandelen langs de baai, zien het voormalige zomerpaleis van het Spaanse koningshuis en ook het bijzondere Kursaal van de Spaanse architect Rafael Moneo.

Dag 6: Naar huis

Omdat de terugvlucht pas laat in de middag is, heeft u nog een groot deel van de dag de tijd om nog van Bilbao te genieten. U kunt winkelen aan de Gran Vía. Voor gastronomische souvenirs kunt u naar de markt aan de rivier de Nervión. Of gaat u nog een keer op tapastocht door de oude wijk van Bilbao.

(wijzigingen in het programma zijn voorbehouden)

De reis wordt uitgevoerd door SRC-Cultuurvakanties

 

Inbegrepen

Vlucht Amsterdam – Bilbao v.v. met de KLM

Vluchttijden: Amsterdam – Bilbao 14.50 – 17.00 uur

Bilbao – Amsterdam 17.35 – 19.45 uur

(vluchttijden kunnen worden gewijzigd)

Luchthavenbelastingen en heffingen

Vervoer ter plaatse in een lokale touringcar voorzien van airconditioning

Overnachting in een 2-persoonskamer voorzien van douche en toilet

1-persoonskamertoeslag 245 euro p.p.

Verzorging op basis van logies en ontbijt

De lunch op dag 4

De excursies zoals omschreven

 

Niet inbegrepen

Reis- en/of annuleringsverzekering

Niet genoemde maaltijden

Fooien

Entreegelden, circa 30 euro p.p.

Verplichte bijdrage aan het calamiteitenfonds à € 2,50 per 9 deelnemers

Administratiekosten € 15,- per adres

 

U kunt deze reis boeken door een mail te sturen naar: dvaaalen@hotmail.com. U krijgt dan een aanmeldingsformulier opgestuurd, dat u naar hetzelfde adres kunt terugmailen of per post kunt opsturen naar SRC-Reizen op Maat, t.a.v. S. v.d. Maat, Antwoordnummer 1530, 9700 VE Groningen.

Een storm in een glas wijn

02/07/2013

cropped-BLOG

De storm schijnt al jaren te woeden, maar ik kwam daar onlangs pas achter, toen ik met mijn Baskische chauffeur in een bar stond in Burgos. Achter de toog hing een reclame voor een witte wijn met de tekst Chacolí con Ch. Mijn Baskische vriend zag de tekst en zei niets. Een dodelijke stilte. Daarna een schamper lachje. Een soort medelijden met de buren uit Burgos. Want chacolí komt niet uit Burgos en schrijf je niet met ch, zeggen ze in het Baskenland. Het is txakolí met tx en een k. De letter c bestaat niet in de Baskische taal. Laatst stond er een artikel in de krant over de verschillende onderwijsmodellen in het Baskenland. Daarin werden de modellen a, b en d genoemd, de letter c bestaat niet dus ook het model c niet. Terug txakolinaar de chacolí of txakolí. Het is dezelfde strijd die de Peruanen en Chilenen voeren over de herkomst van de pisco sour, waar ik eerder over schreef. De frontlinie ligt wéér bij de rivier de Ebro, waar in het verleden de Castiliaanse handelslieden belasting aan de Basken moesten betalen over hun goederen als ze de Ebro overstaken. Aan dat historische feit hebben de Basken nog steeds hun voordelige belastingsysteem te danken, de zogenaamde cupo. De Basken zeggen dat het gebied waar de txakolí vandaan moet komen is gemarkeerd, een denominación de origen, zoals de streken van Cognac, Champagne en Rioja. Maar in Burgos zijn ze het daar niet mee eens. Op de vruchtbare oever van de rivier de Ebro, in de buurt van Miranda de Ebro staat het bord van de foto boven deze post. De Baskische wijngebieden, drie in totaal, zijn wel gemarkeerd, maar zijn geen exclusieve wijngebieden, waar txacoli mag chacoli-termino-mirandaworden geproduceerd. Want ook uit wijngaarden in Burgos, Cantabrië en zelfs uit Chili komt deze zure witte wijn en mag men de wijn gewoon txakolí noemen, of zoals men dus in Burgos doet, Chacolí. Het is een bureaucratische strijd om een wijn die men in veel delen van Spanje nog te slecht vindt om door de gootsteen te spoelen. De witte wijn heeft een bleekgele kleur en smaakt behoorlijk zuur. De wijn wordt gemaakt van de hondarribi zuri druif. Omdat de zomers in het Baskenland mild zijn, is het suikergehalte in deze groene druif laag. Het alcoholpercentage schommelt rond de 10,5 en 12 procent. Om de wijn toch wat op smaak te brengen, wordt deze, net als cider, met een lange straal in het glas geschonken.