Posts Tagged ‘Baskenland’

Met de Spaanse vlag

18/10/2017

spaanse vlag colónMet een oppervlakte van 294 m2, is dit de grootste vlag van Spanje, een doek van 21 meter lang en 14 meter breed. Hij hangt aan een mast van vijftig meter hoog. Of beter gezegd, dit wás de grootste vlag van Spanje, tot een dag of tien geleden een projectontwikkelaar over een gevel van een zijn gebouwen een vlag uitrolde die tweemaal zo groot was. De vlag op de foto wappert op het Columbusplein in Madrid. De zeevaarder kwam aan in de Nieuwe Wereld op 12 oktober 1492 en daarom is die datum een nationale feestdag in Spanje. De dag van de Hispanidad, de dag van alles dat Spaans is en was. Dit jaar stond het feest in het teken van de nationale eenheid als antwoord op het Catalaanse streven naar onafhankelijkheid. De vlag als symbool van die eenheid. Dat was ook het idee van de Madrileense zakenman om zijn megavlag uit te rollen. Er werden meer Spaanse vlaggen verkocht dan ooit, alsof het WK in Rusland al was begonnen. Het feest van de Hispanidad is al jaren omstreden, niet alleen in nationalistische regio´s als Baskenland en Catalonie, maar ook in de voormalige koloniën. In Argentinië vieren ze de dag niet, maar wordt herdacht dat Columbus de Nieuwe Wereld ontdekte. Veel landen hebben de dag omgedoopt tot de dag van het ras, als eerbetoon aan alle rassen, zoals los terciosAzteken en Inca´s die na de komst van de Spanjaarden onder de voet werden gelopen. En ook wij Nederlanders mochten ons ergeren tijdens deze editie van het Spaanse nationale feestje. In de militaire parade, afgenomen door de koninklijke familie, premier Rajoy, politieke leiders, regionale presidenten en andere hoogwaardigheidsbekleders, marcheerde een groepje mannen, uitgedost in de Spaanse legeruniformen van de zestiende eeuw. Zij stonden symbool voor de zogenaamde camino Español, de Spaanse weg naar de Lage Landen die dit jaar precies 450 jaar geleden voor het eerst werd gebruikt door de ijzeren hertog van De Spaanse wegAlva en de beruchte tercios. Overigens ging de Spaanse weg eigenlijk niet eens over Spaans grondgebied. Het startpunt lag in Milaan. Koning Filips II wilde de soms woeste zee en de vloot van de vijanden Engeland en Frankrijk vermijden en kon zijn legers niet over Frans grondgebied naar de Lage Landen brengen. Daarom liep de route onder andere via Milaan, Luxemburg en Keulen naar Brussel en de Noordzeekust. Een afstand van 1100 kilometer. De onderdrukking van onze voorouders werd dit jaar ook maar even gevierd, want ooit waren wij tenslotte ook Spaans. Dat zingen we nog steeds in ons volkslied.  

Anuncios

De kleuren van het Baskenland

14/10/2015

042

Ruim een week gedoold over de hoogvlakte van Spanje, langs Segovia, Ávila, Plasencia, Cáceres en Toledo. Door een roestbruin, droog en dor landschap. Langs stoppels van slecht geschoren graan- en tarwevelden. Verdroogd gras tussen grote kale granieten rotsen en stenen. Desolaat tot aan de horizon. Na Madrid gaat de weg weer terug naar het noorden, langs Lerma en Burgos richting Pancorbo. Daar is de deur van het paradijs. Achter de bergpas van Pancorbo is het opeens groen. Een kleur die ik negen dagen niet had gezien. Een intens groen, maar ook fluweelzacht, alsof er een vloerkleed over de bergen is uitgerold. Groen is de kleur van het noorden, dus ook van het Baskenland. En in het groen staan witte boerderijen met rode daken. Groen, wit en rood, dat zijn de kleuren van het Baskenland en van de Baskische vlag. De officiële uitleg van de Baskische vlag is dat het rood is overgenomen van de vlag van Vizcaya, het witte kruis is het Heilige Kruis en het groene kruis is het eiken kruis van de Heilige Andreas. Het vlagvertoon van het nationalisme leidt altijd tot discussies. De vlag als symbool van het landschap doet dat niet. Want iedereen woont in dat landschap, links en rechts, conservatief en socialistisch.

De kleuren van de Spaanse vlag, het rood en geel, komen uit de scheepsvaart, omdat die kleuren op zee vanaf een grote afstand eenvoudig waren te herkennen. Als Castilianen, Galiciërs, Catalanen en Basken ooit een Spaanse vlag hadden moeten ontwerpen, zou dat nooit zijn gelukt. Dat is ook de reden dat het volkslied van Spanje geen tekst heeft. Het is een paar keer geprobeerd, maar het is nooit tot een officiële tekst gekomen. Catalanen en Basken zeggen dat het volkslied niet wordt gezongen, maar wordt (uit)gefloten. Oh ja, de foto boven deze post is genomen in de omgeving van Bezi, het decor van onze paddestoelenpluk waar ik gisteren over schreef.  Op de achtergrond de bergen en valleien van de westelijke uithoek van het Baskenland en op de voorgrond een drietal dat deze foto van het paradijs compleet maakt.

A dangerous autumn

13/10/2015

033

Vier kinderogen worden steeds groter als ze dichterbij komen. Waar is het kleine mannetje met het puntmutsje en de witte baard? Dat is nog het meest onschuldige detail aan deze paddestoel. Want het kan ook een sluipmoordenaar zijn. Na wat speurwerk op Google vermoed ik dat het de Hygrophurus Russula is, en die zou eetbaar zijn. Maar het kan ook de eveneens eetbare paarse schijnridderzwam zijn. Of is het misschien toch een giftig en dodelijk familielid van de Russula. We zouden er een bloggersvraag aan kunnen wagen. Dat paddestoelen plukken geen kinderspel is, blijkt wel uit wat blogs van kenners, die na de omschrijving van een grote variatie aan eetbare en giftige paddestoelen, benadrukken dat ze niet aansprakelijk kunnen worden gesteld als blijkt dat hun gegevens toch niet juist zijn.

039Het paddestoelenseizoen in het Baskenland is begonnen. En dit tijdverdrijf is serieus genoeg om er een bilbainada aan te wijden. Iñaki en Patxi gaan het bos in om paddestoelen te zoeken. Na een tijdje roept Iñaki verheugd uit; ´kijk Patxi, hier ligt een rolex!’ Patxi reageert geïrriteerd. ´Kom op, Iñaki, we zijn op zoek naar paddestoelen, niet naar rolexen.´ En hoe serieus het zoeken naar paddestoelen wordt genomen, blijkt wel uit het feit dat de gemeente in deze periode een speciaal loket heeft geopend, waar de Basken met hun manden met paddestoelen kunnen navragen of hun oogst wel of niet eetbaar is. El Correo, de krant van Bilbao, komt vandaag met een grote poster met foto´s van eetbare paddestoelen en brengt morgen een poster uit met niet eetbare soorten. Voor ons was het vooral een dagje uit met de kinderen. Het bos in om van de herfst en de herfstkleuren te genieten. Achter ons dorp, de bergpas van Las Muñecas over, naar de prachtige 12079652_10206724951256882_1263891804917804496_ngroene vallei van Bezi, een gehucht in de buurt van Sopuerta en Mercadillo. Maar als je dan toch op de paddestoelen gaat letten, valt het op dat de variëteit enorm is. Onze hoofdprijs was een enorme boletus pinophilus of pinicola, die zoals de naam al aangeeft, voorkomt in pijnbossen. Onder de Nederlandse naam bekend als eekhoorntjesbrood is het de favoriet van veel Basken die de paddestoel verwerkt in bijvoorbeeld een roeromelet, de revuelto. De koningin van de revuelto de setas is de moeder van een vriendin uit Bilbao, die op de foto hierboven poseert met een enorme buit uit het bos. Typisch Baskisch, niet één mandje, maar een hele kofferbak vol met paddestoelen. 

 

De Baskische geschiedenis van de wereld

19/08/2015

51ynZqPrJTL._SY344_BO1,204,203,200_Het meisje van de kiosk op het vliegveld van Bilbao keek verbaasd op toen ze het boek aan pakte. Of er misschien een reclame-campagne was gestart. Het leek wel of iedereen opeens dit boek wilde hebben. De titel van het boek is The Basque History of the World en werd al in 2000 geschreven door Mark Kurlansky. Dat het nu zo populair is, komt wellicht omdat ook Bilbao steeds meer in trek komt bij de toeristen. De jongen die achter me stond, merkte op dat hij hetzelfde boek een paar weken geleden in Londen had gekocht. Het had een een bilbainada kunnen zijn. Grootheidswaanzin verpakt in humor. Wat de duende is voor iemand uit Andalusië en de saudade voor de Portugees, is de bilbainada voor de inwoner van Bilbao. Van oorsprong is het een muziekgenre, een soort zeemanslied met teksten over Bilbao. Maar ook grappen over de stad en zijn bewoners worden een bilbainada genoemd.

Een beroemde grap is die van de inwoner van Bilbao die naar de antiekmarkt de Rastro in Madrid gaat en daar in een kaartenbak op zoek gaat naar een zwartwit-plattegrond van Bilbao. De verkoper moet hem teleurstellen. De oudste kaart die hij heeft is een Mapa Mundi. Die zoek ik, zegt de Bask, ´Bilbao en omgeving´. Of de twee Basken die de bergen in gaan op zoek naar paddenstoelen. Na een tijdje zegt de één; kijk Iñaki, een rolex´, waarop Iñaki antwoordt;´gooi maar weg, we zijn nu op zoek naar paddenstoelen´. En dan is er de Bask die langs het Guggenheimmuseum loopt en ziet hoe een toerist een foto maakt van de Puppy van Jeff Koons, de grote hond van bloemen. Een mooie hond, eh?, zegt de Bask. De toerist beaamt het en dan vraagt de Bask; en wat vind je van zijn hondenhok dat achter hem staat?

Maar terug naar het boek van Kurlansky. Het boek geeft een goed inzicht in de geschiedenis van het Baskenland en is doorspekt met bijzonderheden van de Baskische cultuur. Wat het boek Koningin der Steden van Robert Hughes is voor Barcelona, is dit werk van Kurlansky over het Baskenland.  Hoewel de Basken trots zijn op hun land, cultuur en tradities, hebben ze altijd over de bergen en over de zee naar de horizon gekeken. 093Ze leerden van de vikingen hoe ze lange zeereizen konden maken, ze gingen mee in het kielzog van Columbus en ze stonden aan de wieg van de Industriële Revolutie in Spanje. De Basken waren de eersten die bij het kaatsspel Pelota een rubberen bal gebruikten, het was een Bask die na de dood van Magelhaes de zeiltocht rond de wereld voltooide. En het boek vertelt de geschiedenis van de stichter van de Baskische Nationalistische Partij, Sabino Arana, de man van de Renaissance van de Baskische cultuur. Maar na zijn dood hertrouwde zijn echtgenote een Spaanse politie-agent. Het boek geeft ook Baskische recepten, gaat over kabeljauw, over de kenmerken van het ijzer uit de Baskische mijnen en over de mythen van het oudste volk van Europa, van wie de herkomst nog altijd een mysterie is.    

Beleef Bilbao en het Baskenland

09/04/2014

Ongeveer vier jaar geleden mocht ik voor SRC-cultuurvakanties een zogenaamde droomreis ontwerpen. Het moest een reis zijn naar een plaats of streek, waar ik de reiziger graag mee naar toe zou willen nemen en waar SRC nog niet of nauwelijks naar toe ging. Mijn keuze viel op het Baskenland, omdat deze streek verbazingwekkend genoeg nog nauwelijks is ontdekt door het toerisme. In augustus bied ik samen met SRC weer een reis aan naar het Baskenland met een standplaatshotel in Bilbao. Ondanks de enorme gedaantewisseling die de stad heeft ondergaan, staat de stad nog nauwelijks in de belangstelling. Heeft u de Sagrada Familia in Barcelona gezien, het Pradomuseum in Madrid bezocht en geflaneerd over de plaza de España in Sevilla, dan wordt het nu hoog tijd om Bilbao en het Baskenland te beleven!  Hieronder het programma van de reis en hoe u deze kunt boeken. Spaans bloed zal de komende tijd meer in het teken staan van Bilbao en het Baskenland.

073 (2)

Bilbao is uitgegroeid tot een van de populaire steden in Spanje voor een korte citytrip. Dat heeft de stad natuurlijk te danken aan het bijzondere Guggenheimmuseum, maar dit project was nog maar het begin van de enorme facelift die de stad onderging. Architecten als Gehry, Foster en Calatrava tekenden voor de gedaanteverwisseling van de stad. In cultureel, architectonisch en gastronomisch opzicht, maar ook als het gaat om het winkelaanbod is Bilbao een heerlijke stad om een paar dagen te verblijven. En de stad is een ideale uitvalsbasis om te genieten van de kust en het wijngebied van de Rioja.

 

6-daagse reis van 23 t/m 28 augustus

Vanaf 769 euro

 

Dag 1: Naar Bilbao

In de middag vliegen we van Amsterdam naar Bilbao. Na aankomst rijden we naar ons hotel. Het viersterrenhotel Barceló Nervión ligt in het centrum van de stad aan de rivier de Nervión en op loopafstand van het Guggenheimmuseum, de oude stad en het winkelgebied van de Gran Vía.

050 (2)

 

 

Dag 2: Bilbao

Het futuristische Guggenheimmuseum is het beste voorbeeld van de gedaantewisseling die Bilbao de laatste jaren heeft ondergaan. Architecten als Santiago Calatrava, Norman Foster, Frank Gehry, Rafael Moneo, Isozaki Atea en Cesar Pelli tekenden voor de face-lift van de hoodstad van Vizcaya. Op de kade bij de rivier de Nervion die door de stad stroomt en waar vroeger de zware industrie was gevestigd, is het nu heerlijk toeven. We bezoeken uitgebreid het Guggenheimmuseum, ontworpen door de architect Frank Gehry. Naast de vaste collectie exposeert het Guggenheim in deze periode een collectie van Yoko Ono en Georges Braque, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de stroming van het kubisme. In de oude stad zien we de kathedraal, het theater Arriaga en de plaza Nueva, met rondom het plein de typische tapasbarretjes.

TU Santiago 019

Dag 3: Langs de Baskische kust

In de ochtend gaan we naar Guernica. De voormalige Baskische hoofdstad werd in de Spaanse Burgeroorlog verwoest door het Duitse Condorlegioen. Het beroemde schilderij van Picasso, dat in het Reina Sofiamuseum in Madrid hangt, herinnert aan dit bombardement. In Guernica zien we de beroemde oude eik, hét symbool van het Baskische nationalisme. Ook nemen we een kijkje op de markt, die iedere maandag in Guernica wordt gehouden. Vervolgens rijden we naar de kust, waar we het prachtige natuurgebied van Urdaibai zien en de vissersplaatsjes Mundaka en Bermeo. Net voorbij Bermeo staat op een rots voor de kust de kerk van San Juan de Gaztelugatxe. Aan het einde van de dag bezoeken we de hangbrug van Portugalete, die in 2006 door UNESCO tot cultureel werelderfgoed werd uitgeroepen. De brug werd in 1890 geopend en is nog steeds in gebruik. Een gondel die aan de brug hangt zet auto´s, fietsers en voetgangers over.

011Dag 4: La Rioja

Een deel van dit beroemde wijngebied ligt in het Baskenland, de zogenaamde Rioja Alavesa. Tijdens onze rit door het wijngebied zien we de bodega van Domecq, ontworpen door Santiago Calatrava. In het dorpje El Ciego ontwierp Frank Gehry voor het wijnhuis van de Marques de Riscal een hotel met spa in de stijl van het Guggenheimmuseum. We bezoeken het ommuurde wijnstadje Laguardia dat op een heuvel ligt en vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over de wijnstreek. Net buiten Labastida bezoeken we een bodega, waar we niet alleen de heerlijke Riojawijn zullen proeven, maar ook de gerechten van de streek (kosten zijn inbegrepen).

041Dag 5: San Sebastián

San Sebastián is een heerlijke, mondaine badplaats, waar ooit het Spaanse koningshuis de zomer doorbracht. We zien de charmante schelpvormige baai, waarlangs het heerlijk flaneren is. Dichtbij het strand is de oude stad, de zogenaamde parte vieja. Daar vindt u de hoogste concentratie aan barren van heel Spanje. Een goede mogelijkheid om een tapastocht te maken. We wandelen langs de baai, zien het voormalige zomerpaleis van het Spaanse koningshuis en ook het bijzondere Kursaal van de Spaanse architect Rafael Moneo.

Dag 6: Naar huis

Omdat de terugvlucht pas laat in de middag is, heeft u nog een groot deel van de dag de tijd om nog van Bilbao te genieten. U kunt winkelen aan de Gran Vía. Voor gastronomische souvenirs kunt u naar de markt aan de rivier de Nervión. Of gaat u nog een keer op tapastocht door de oude wijk van Bilbao.

(wijzigingen in het programma zijn voorbehouden)

De reis wordt uitgevoerd door SRC-Cultuurvakanties

 

Inbegrepen

Vlucht Amsterdam – Bilbao v.v. met de KLM

Vluchttijden: Amsterdam – Bilbao 14.50 – 17.00 uur

Bilbao – Amsterdam 17.35 – 19.45 uur

(vluchttijden kunnen worden gewijzigd)

Luchthavenbelastingen en heffingen

Vervoer ter plaatse in een lokale touringcar voorzien van airconditioning

Overnachting in een 2-persoonskamer voorzien van douche en toilet

1-persoonskamertoeslag 245 euro p.p.

Verzorging op basis van logies en ontbijt

De lunch op dag 4

De excursies zoals omschreven

 

Niet inbegrepen

Reis- en/of annuleringsverzekering

Niet genoemde maaltijden

Fooien

Entreegelden, circa 30 euro p.p.

Verplichte bijdrage aan het calamiteitenfonds à € 2,50 per 9 deelnemers

Administratiekosten € 15,- per adres

 

U kunt deze reis boeken door een mail te sturen naar: dvaaalen@hotmail.com. U krijgt dan een aanmeldingsformulier opgestuurd, dat u naar hetzelfde adres kunt terugmailen of per post kunt opsturen naar SRC-Reizen op Maat, t.a.v. S. v.d. Maat, Antwoordnummer 1530, 9700 VE Groningen.

Een storm in een glas wijn

02/07/2013

cropped-BLOG

De storm schijnt al jaren te woeden, maar ik kwam daar onlangs pas achter, toen ik met mijn Baskische chauffeur in een bar stond in Burgos. Achter de toog hing een reclame voor een witte wijn met de tekst Chacolí con Ch. Mijn Baskische vriend zag de tekst en zei niets. Een dodelijke stilte. Daarna een schamper lachje. Een soort medelijden met de buren uit Burgos. Want chacolí komt niet uit Burgos en schrijf je niet met ch, zeggen ze in het Baskenland. Het is txakolí met tx en een k. De letter c bestaat niet in de Baskische taal. Laatst stond er een artikel in de krant over de verschillende onderwijsmodellen in het Baskenland. Daarin werden de modellen a, b en d genoemd, de letter c bestaat niet dus ook het model c niet. Terug txakolinaar de chacolí of txakolí. Het is dezelfde strijd die de Peruanen en Chilenen voeren over de herkomst van de pisco sour, waar ik eerder over schreef. De frontlinie ligt wéér bij de rivier de Ebro, waar in het verleden de Castiliaanse handelslieden belasting aan de Basken moesten betalen over hun goederen als ze de Ebro overstaken. Aan dat historische feit hebben de Basken nog steeds hun voordelige belastingsysteem te danken, de zogenaamde cupo. De Basken zeggen dat het gebied waar de txakolí vandaan moet komen is gemarkeerd, een denominación de origen, zoals de streken van Cognac, Champagne en Rioja. Maar in Burgos zijn ze het daar niet mee eens. Op de vruchtbare oever van de rivier de Ebro, in de buurt van Miranda de Ebro staat het bord van de foto boven deze post. De Baskische wijngebieden, drie in totaal, zijn wel gemarkeerd, maar zijn geen exclusieve wijngebieden, waar txacoli mag chacoli-termino-mirandaworden geproduceerd. Want ook uit wijngaarden in Burgos, Cantabrië en zelfs uit Chili komt deze zure witte wijn en mag men de wijn gewoon txakolí noemen, of zoals men dus in Burgos doet, Chacolí. Het is een bureaucratische strijd om een wijn die men in veel delen van Spanje nog te slecht vindt om door de gootsteen te spoelen. De witte wijn heeft een bleekgele kleur en smaakt behoorlijk zuur. De wijn wordt gemaakt van de hondarribi zuri druif. Omdat de zomers in het Baskenland mild zijn, is het suikergehalte in deze groene druif laag. Het alcoholpercentage schommelt rond de 10,5 en 12 procent. Om de wijn toch wat op smaak te brengen, wordt deze, net als cider, met een lange straal in het glas geschonken.  

1 caña (eus) = 0,714 caña (esp)

18/04/2012

 

 

 

 

 

We zullen ons in het Baskenland allemaal weleens hebben vergist. Je bestelt een caña en je krijgt een tercio, mediana, tubo, doble caña. Wat de naam ook is, het is in ieder geval een groter glas dan het kleine tapbiertje dat je op andere plaatsen in Spanje krijgt. Met uitzondering van de terassen, want geen ober komt meer naar buiten om een klein biertje op je tafeltje te zetten. De grootste caña dronk ik volgens mij ooit op de Ramblas in Barcelona, dat glas leek meer op een jarra. Dan moet je in de zomer behoorlijk doordrinken om er voor te zorgen dat ook de laatste slok bier lekker koel naar binnen gaat. Maar terug naar het Baskenland. Het kleine tapbiertje heet daar een zurito, en heeft inderdaad dezelfde afmeting (zie de foto linksboven deze post) als het kleine tapbiertje dat je bijvoorbeeld in Madrid krijgt. Het meetlint naast het glas is een beetje overdreven, de ober kon mijn actie niet waarderen. Ik had ook kunnen inzoomen op de inhoudsmaat die op het glas staat, maar zo diep wilde ik ook weer niet in het glaasje kijken.  Dit onderzoek tussen biertjes in Euskadi en Spanje was zo al zwaar genoeg. De krant El País hield in maart een onderzoek naar de kosten van levensonderhoud in verschillende Spaanse regio´s. Ook de prijs van een caña kwam aan bod. In Madrid zou in april 2011 de gemiddelde prijs 1,6 euro zijn, in Bilbao 2 euro, in Valencia 1,4 euro, in Cuenca 1,5 euro en in Sarria 0,8 euro. Vreemd genoeg werd Barcelona niet betrokken bij het onderzoek, maar daar zal de prijs wel ongeveer op het niveau van Madrid liggen. In Bilbao betaal je dus de hoofdprijs, maar na mijn onderzoek weten we nu dat je in het Baskenland veel meer caña voor je geld krijgt, zie de foto hier boven. In de bar waar ik regelmatig kom, betaal je 1 euro voor een zurito, een Baskische caña, en die prijs ligt veel lager dan het landelijke gemiddelde.   

Sla de vaten maar aan

19/02/2012


Je hoeft deze goede vriend niet uit te leggen hoe het er aan toe gaat in een sidreria. Onbeperkt cider tappen, het is een mooi affiche. Maar het restaurant, in dit geval sidreria Marcelo, bij ons in Castro, kondigt het niet groot aan op een krijtbord of in de etalage. Want als je naar een sidreria gaat, wéét je dat je kunt blijven tappen zolang je maar wilt. In het Baskenland is het nu het seizoen van de sidreria´s, die traditioneel zijn geopend tussen ongeveer half januari en half maart. In de Baskische provincie Guipuzcoa, en dan vooral rond Hernani en Astigarraga, iets ten zuiden van San Sebastián, wemelt het van de appelwijnrestaurants. Het bureau van Toerisme in San Sebastián geeft speciale plattegronden uit van de streek, waarop de restaurants zijn ingetekend. De authentieke restaurants zijn ingericht in oude boerderijen, de caseríos. De grote vaten staan op de plaats waar eerst de koeien stonden en de straal cider die langs de karaf of het glas gaat, verdwijnt in de trog. De gasten zitten op banken aan lange houten tafels. Het menu, de prijs schommelt tussen de 25 en 40 euro, bestaat meestal uit een stokvisomelet als voorgerecht en een chuletón, een enorme T-bone steak als hoofdgerecht. De appelwijn wordt overigens in grote tankwagens uit Asturië gereden, daar komt de cider oorspronkelijk vandaan. Uit de vaten komt de sidra gasificada, een cider waar koolzuur en suiker aan wordt toegevoegd. De cider gaat dan nog meer schuimen als hij met een lange straal in karaf of glas wordt geschonken. Alleen dan komen de aroma´s vrij. Cider die niet meer schuimt, hoor je weg te gooien. Beter is natuurlijk nog om te voorkomen dat de schuim verdwijnt en je glas in een teug te legen. El Marcelo in Castro is een modern restaurant. Het vlees komt niet als grote lap, maar in kleine stukjes, en is al voorbereidt in de keuken. Op tafel kun je al steengrillend zelf bepalen of je je vlees doorbakken wilt of niet. Het cidervat staat dicht bij de tafels en op de grond voor het vat staat een klein rond kuipje, dat de gemorste cider opvangt. Als je niet beter weet, zou je denken dat de eigenaar last van lekkage heeft.  Bij de bar staan lange houten tafels en banken, en als je op een zaterdag rond een uur of acht uur binnenkomt, twee uur voor etenstijd, lijkt het wel op een kinderdagverblijf. De ouders staan aan de bar, terwijl de kinderen aan de lange tafels spelen. Overigens heeft El Marcelo veel meer op de kaart staan dan alleen het cidermenu en het restaurant is het hele jaar door geopend, dus wie wil kan ook in de zomer langskomen.    

Heel Spanje houdt de adem in

01/09/2011

 

Terwijl ik de kop boven deze post typ probeer ik me voor te stellen hoe heerlijk rustig het dan hier zou zijn. Even geen geschreeuw meer bij de discussieprogramma´s op televisie, van de mannen in het café of de clubjes vrouwen op straat. Ex-premier Felipe González citeerde vorig jaar in een interview met El País een uitspraak van Manuel Azaña.  Als iedere Spanjaard zou praten over wat hij weet en alleen over wat hij weet, zou er een grote nationale stilte ontstaan, waar we gebruik van zouden kunnen maken om te studeren, zei de president van de Tweede Republiek ooit, wellicht in de jaren van de Spaane burgeroorlog, toen hij met de regering naar Frankrijk vluchtte. Het is een grote waarheid. In discussies gaat het er niet om wie de beste argumenten heeft, maar wie het langst aan het woord is, of het hardste praat. Niemand luistert in deze tertulias naar elkaar. Een politiek discussieprogramma van TVE heet 59 segundos. Langer dan  59 seconden mogen de gasten, politici en journalisten, niet aan het woord zijn. Na 59 seconden verdwijnt de microfoon in de tafel. Nog erger zijn de praatprogramma´s waar de laatste roddels van Spaanse beroemdheden worden doorgenomen. Wie daar het hardste schreeuwt , en dan het liefst met zoveel mogelijk krachttermen in een zin, krijgt daar flink voor betaald.  In Spanje bestaat geen poldermodel. Hier ben je links of rechts, voor de PSOE of de PP, voor Real Madrid of FC Barcelona, lees je El Mundo of El Pais. Als je het in Spanje over verzuiling wilt hebben, kun je het alleen maar hebben over de twee zuilen van Hercules, die keizer Karel V in de 16e eeuw toevoegde aan het wapen van Spanje. En die stonden tegenover elkaar, aan beide kanten van de straat van Gibraltar.  Door de crisis en de bezuinigingsmaatregelen wordt er overal in Spanje harder geschreeuwd dan ooit. Leraren en studenten zijn boos. De voetballers weigerde de eerste competitieronde te spelen. De 15 Mei beweging van de verontwaardigden is nog altijd actief. De vakbonden zullen binnenkort de straat op gaan. De apothekers in La Mancha gaan staken. Een Spanjaard wil het onderste uit de kan en doet geen water bij de wijn. Daar vindt hij zijn wijn ook veel te lekker voor. Die koppigheid werd door Goscinny en Uderzo treffend weergegeven in het boek van Astrix en Obelix in Hispania, waar Pepe, het door de Romeinen ontvoerde zoontje van een Iberisch stamhoofd steeds zijn adem inhield als hij zijn zin niet kreeg. Op de oversteek naar Spanje wilde hij op de boot alleen maar everzwijn eten en in een herberg wilde hij vis. Die Iberische koppigheid zit de Spanjaarden nog steeds in de genen en is een van de weinige karaktertrekken die de de Spanjaarden met elkaar gemeen hebben, of ze nu uit het Baskenland, Catalonië, Extremadura of Valencia komen. De politici van de EU die in 1986 voor het eerst met Spanjaarden om de tafel zaten, worden nog steeds ´s nachts badend in het zweet wakker als ze terugdenken aan de halsstarrigheid van de Spanjaarden die over iedere komma in een rapport urenlang konden dooronderhandelen. Dat zou volgens veel politici in Brussel ook de reden zijn dat de Spanjaarden zoveel miljoenen aan subsidies wisten binnen te slepen. Als een Spanjaard ergens zijn zinnen op heeft gezet, zal hij niet eerder opgeven tot hij zijn zin heeft gekregen. En hij kan daar heel ver in gaan. In sommige gevallen zelfs tot de dood er op volgt als de rabia, letterlijk hondsdolheid, maar ook vertaald als woede, het kookpunt heeft bereikt. Daar wist Azaña alles van.   

Een reclamekaravaan trekt door Spanje

30/08/2011

En dan heb ik het niet over die stoet van sponsoren die voor de wielrenners uitgaat, de reclamewagens die regelmatig een kind aanrijden en de toeschouwer bedelft onder goedkope rommel van petjes en waaiers en daarmee de meest ernstige vorm van hebzucht in de mens laat boven komen. Met de reclamekaravaan bedoel ik de cameramannen en -vrouwen die vanuit helikopters, achter op motoren en vanaf hoge stellages de televisiekijker trakteert op prachtige plaatjes van Spanje. De Vuelta a España is naast een strijd om de rode trui ook een reclamefilm over Spanje. Een vriend die de wielerronde volgt op de Belgische televisie vertelde me dat hij na de etappe van zondag, die door het hamdorp Guijuelo ging, alles weet over de jamón serrano, omdat de Belgische verslaggevers zich niet beperken tot louter informatie over de wielrenners en de etappe.  Als ik met met mijn groepen naar de stad  Ávila rij, dan blijken veel mensen bij het zien van de stadsmuren opeens de stad al te kennen van de Vuelta, waar de wielrenners altijd langs de stadsmuren rijden. En als ik het in Toledo over het keizerlijke wapen van Karel V heb, de adelaar met de dubbele kop, wordt me regelmatig gevraagd of ik ook de adelaar van Toledo ken, de wielrenner Federico Martín Bahamontes die in 1959 de Tour de France won en een klein wielermuseum in Toledo heeft. De Ronde van Spanje begon dit jaar letterlijk op het strand van Benidorm en zal voor het eerst sinds tijden weer naar het Baskenland gaan, omdat het daar weer veilig lijkt te zijn nu de ETA al twee jaar geen aanslagen heeft gepleegd. In het Baskenland hopen ze dat na de wielrenners ook de toeristen zullen komen. De directeur van de Vuelta sprak op de vertrekdag in Benidorm de wens uit om binnen een paar jaar te starten op een van de Canarische eilanden, bijvoorbeeld bij de oude vulkaan de Teide op Tenerife. Gisteren kwam de wielerkaravaan naar Salamanca, waar de individuele tijdrit werd gehouden. De stad had geen betere plaats voor de finish kunnen bedenken dan op de Plaza Mayor, voor het gemeentehuis. Het hele parcours was een mooi visitekaartje voor de stad. De wielrenners kwamen na hun tocht langs weilanden met steeneiken over de Romeinse brug de stad binnen. Vervolgens reden ze langs het art decomuseum Casa Lis en tot slot door de calle San Pablo, langs de kerk van Stefanus, waar het graf van de IJzeren Hertog van Alva  is, naar de Plaza Mayor, volgens de Belgische verslaggevers het mooiste plein van Spanje. Voor ons Nederlanders in Salamanca was het leuk meegenomen dat een landgenoot in de rode leiderstrui het plein kwam oprijden, al moest Bauke Mollema op hetzelfde plein het rood weer inleveren. Veel Spanjaarden die langs de truck van Rabobank kwamen, waar Mollema zich voorbereidde, herkende de Groninger pas na het bestuderen van de fanfoto´s. De Spaanse wielrenners van de Rabobank, Carlos Barredo en Luis León Sanchez kregen meer aandacht. Benieuwd of zij hun Nederlandse ploegmaten hebben uitgelegd wat het eerste gedeelte van de naam van de sponsor, Rabo, in het Spaans betekent. Letterlijk betekent het staart, maar het woord wordt ook populair gebruikt voor het mannelijk geslachtsdeel. Als Luís León of Carlos de grap zou maken, zouden we dat zomaar kunnen horen, want de wielrenners zijn altijd dicht bij het publiek. De sfeer rond de truck van Rabobank was de hele dag ontspannen. Echtgenoten en vriendinnen van de wielrenners liepen de truck in en uit of zaten naast hun geliefde aan een bekertje koffie. De wielrenners bereidden zich op de hometrainer voor de truck voor met tegenover zich de toeschouwers. Dat zullen we in de kleedkamers van FC Barcelona en Real Madrid wel nooit zien, dat de supporters zo maar even binnenlopen als Ronaldo op de massagetafel ligt of als Guardiola zijn spelers de laatste instructies geeft.