De ciderboerderijen van Astigarraga

24/12/2016

img_20161111_145135

Als de Basken straks de laatste resten van hun kerstmaaltijden nog aan het herkauwen zijn, staat alweer een nieuwe gastronomische afspraak op de kalender. Vanaf januari openen de sidrerias, de ciderboederijen weer hun deuren. En dat betekent een grote t-bonesteak van de os, de chuletón, eten en onbeperkt cider drinken. Het vaste menu in de ciderhuizen. In het Baskenland zijn de meeste van deze restaurants gelegen rond Astiarraga.  Ze liggen iets ten zuiden van San Sebastián verscholen langs en onder het knooppunt van wegen die naar Pamplona, Frankrijk, Bilbao en Vitoria Gasteiz gaan. In de omgeving veel appelbomen. De appelteelt gaat terug naar de tijd dat uit de haven van San Sebastián de schepen onder de vlag van de Real Compania Guipuzcoana de Caracas naar de Nieuwe Wereld zeilden. Een soort Baskische West-Indische Compagnie. De handelaren brachten keramiek uit Valencia, wijn uit de Riojastreek en wol uit Castilië naar de koloniën en kwamen met cacao, koffie en tabak terug. Het waren deze Basken die het monopolie doorbraken die de Nederlanden hadden op de handel in cacao. De zeevaarders ontdekten dat het drinken van cider op de lange reizen dé manier was om voldoende vitamine C binnen te krijgen en zo scheurbuik te voorkomen.

015 Dat is de reden van de vele ciderboerderijen en de appelgaarden ten zuiden van San Sebastián. Er staan er maar liefst 24 rond Astigarraga. Na de oogst in september worden de appels geperst en laat men het sap fermenteren. In januari worden de vaten aangeslagen. Als de vaten leeg zijn, zo rond april sluiten de ciderboerderijen hun deuren weer. Natuurlijk zijn er ook ciderrestaurants die het hele jaar door zijn geopend, zoals Arriaga in de calle Perro in Bilbao of Marcelino bij ons in het dorp. In welke sidreria je ook komt, het menu is bijna overal hetzelfde. Als voorgerecht vis- en hampaté, een omelet van kabeljauw en soms ook groene paprikaatjes en chorizo. En als hoofdgerecht de t-bonesteak van de os. Langs de muur staan de grote vaten opgesteld waar de bezoeker onbeperkt cider kan tappen. De cider moet met een lange straal in glas of karaf worden geschonken, zodat de appelwijn gaat schuimen en het aroma vrijkomt. Het is als met bier, als de sider doodslaat kun je hem maar beter weggooien. De foto boven deze post is genomen in de ciderboerderij van Lizeaga, waar ik voor een klus in november was. Een Engelse dame wilde met haar familie de verjaardag van haar man in een ciderboerderij vieren. Het enige dat ik moest doen was de familie van Bilbao naar het restaurant in Astigarraga brengen, met de familie mee eten en ze weer terugbrengen naar het hotel in Bilbao. Ogenschijnlijk een eenvoudige opdracht, al viel het niet mee om in een ciderboerderij geen druppel cider te mogen drinken. Lizeaga was in november een van de weinige ciderboerderijen die open was. Een traditioneel lokaal gerund door vader en dochter. Het brood werd niet keurig gesneden en in een mandje geserveerd, maar als heel stokbrood op tafel gelegd. De kabeljauwomelet werd midden op tafel gezet. Geen bordjes om je eigen stukje op te leggen. Toen ik namens de familie om bordjes vroeg, kon ik er als tegemoetkoming twee krijgen. In de 16e-eeuwse boerderij was er alleen cider, rode wijn en water. Geen menukaart en geen verwarming. De meeste gasten, ook lokaal, aten met hun dikke winterjas aan. Maar wel een ontzettend goed bereide steak. Zo lekker had de familie die in Londen nog nooit geproefd.

 

Anuncios

Er dreigt gevaar voor de siesta

19/12/2016

img_8028

Een proefbalonnetje oplaten heet het in de politiek. Een minister lanceert een plan, zonder dat al te hebben uitgewerkt en wacht dan af wat de reacties vanuit de maatschappij zullen zijn en of er draagvlak voor is, ook al zo´n mooie politieke term. Zo riep de minister van Werkgelegenheid, Fátima Báñez op vrijdag dat er niemand in Spanje na zes uur nog op de werkvloer moet zijn. Het eerste dat de Spanjaarden zich vertwijfeld afvroegen was of dat ook voor het personeel in de bar geldt. De regering wil af van het onhandige dagritme, waar de middag abrupt overgaat in de nacht, voor avond is niet eens een woord uitgevonden. De gewoonte in Spanje is dat er tot twee uur wordt gewerkt, daarna volgt de lange middagpauze van drie uur en vervolgens werkt men van 5 tot 8 uur ´s avonds. Dat dagritme is na de Spaanse Burgeroorlog ontstaan. Daarvoor kwamen de Spanjaarden bijna gelijk met hun Noord-Europese collega´s uit de fabriek. In de na-oorlogse jaren was er veel armoede. Naast de vaste baan, ging men op zoek naar een bijbaantje, una chapuza, zoals dat in het Spaans heet. Beunhazen zeggen wij in Nederland. Dus ´s ochtends tot 2 uur werd er gewerkt en na de lange middagpauze maakte men nog wat uren. Dat ritme is langzaam in het Spaanse leven geslopen en het zal niet meevallen om dat te veranderen.

Maar het moet, vindt de minister omdat die lange middagpauze de oorzaak is van de lage produktiviteit. Die 001-11laatste uren in de middag is het na een uitgebreide lunch lastig op gang komen. Regelmatig eet ik in Bilbao met een vriend die bij een bank werkt. Eerst nemen we twee wijntjes vooraf, dan bij het dagmenu nog een fles wijn en tot slot bij de koffie nog een kruidenbrandewijn. Als ik dan vraag wat hij ´s middags nog gaat doen op zijn werk, is het antwoord vaak, mails nakijken, bureau opruimen, agenda bijwerken. Veel Spanjaarden die buiten de stad wonen en in de stad werken, willen die lange pauze ook niet, omdat de tijd tekort is om naar huis te gaan, zeker als ze met de auto moeten. Dan kunnen ze op een dag vier keer in de file staan. En bedrijven die zowel filialen in Spanje als in het noorden van Europa hebben, willen ook dat de werktijden op elkaar worden afgestemd. Premier Rajoy gaf voor de verkiezingen van vorig jaar al een voorzet door aan te kondigen dat hij de klok een uur wil terugzetten en een einde wil maken aan de lange middagpauze. Volgens de meridaan van Greenwich zou Spanje dezelfde tijd moeten hebben als Engeland en Portugal, maar toen Europa in tijdzones werd ingedeeld, was Franco aan de macht en die wilde dezelfde tijd hebben als Duitsland. Tussen het moment dat de zon opkomt in Barcelona in het oosten en La Coruña in het westen, zit bijna een uur verschil. Galicië ligt recht boven Portugal, maar heeft niet dezelfde tijd als het buurland. Of de minister haar plan verder gaat uitwerken, is nog niet bekend. Maar voorlopig hebben de Spanjaarden weer voldoende gespreksstof in de bar en bij de kapper, tot laat op de avond.

Een Onbevlekte Ontvangenis in de Nederlandse klei

16/12/2016

el_milagro_de_empel

En om de trilogie van vragen af te ronden, de laatste; of ik nog regelmatig in Nederland kom. Ja, en toevallig was ik er nog het afgelopen weekeinde. Een bliksembezoek, bijeenkomst bij de reisorganisatie en nog wat tijd om bij te praten met familie en vrienden. Een tripje overigens die niet over de Spaanse´ brug´ ging. Veel Spanjaarden gingen er vorige week tussenuit, profiterend van een lang weekeinde of zelfs een vrije week. Een puente, een brug, heet het als de dag tussen twee vrije dagen ook een vrije dag is. Dinsdag 6 december was een landelijke feestdag, de dag van de Constitutie, en donderdag 8 december stond de feestdag in het teken van de Onbevlekte Ontvangenis. Deze feestdag is volgens mij de enige feestdag op de Spaanse kalender die het land heeft te danken heeft aan een overwinning van het Spaanse leger. Een overwinning in de Tachtigjarige oorlog bij de slag van Empel, la batalla de Empel. Empel ligt in het Land van Maas en Waal. Vroeger voetbalden we er met de VV Beesd tegen Emplina. Niet de overwinning op de Turken bij Lepanto of de overwinning op de Fransen bij Saint Quentin, maar de slag om Empel heeft de Spanjaarden een vrije dag gebracht. Op Wikipedia staat bij het verhaal over deze slag een afbeelding van het schilderij van Augusto Ferrer Dalmau. Het lijkt een typsch voorbeeld van een schilderij uit de 19e eeuw, de tijd van de Romantiek, waar historische gebeurtenissen vaak een hoofdrol spelen. Maar het doek van deze Catalaanse schilder dateert van 2015 (!). Een kopie van dit schilderij werd vorig jaar geschonken door een delegatie van de Spaanse Infanterie aan de Landinuskerk in Empel.

De slag van Empel wordt ook het Wonder van Empel genoemd. Begin december 1585 waren 4000 soldaten van 08-inmaculada-san-felipe-neri-cadizFransisco Arias de Bobadilla omsingeld door water en vijand. Het leger vluchtte naar het hogergelegen plaatsje Empel. Om zich te beschermen tegen het Spaanse spervuur werden rond de kerk loopgraven aangelegd. Bij het graven stuitte een Spaanse soldaat op een schilderij van de Onbevlekte Ontvangenis. De Spanjaarden plaatsten het schilderij in de kerk en hielden een gebed. De volgende dag, de feestdag van de Onbevlekte Ontvangenis, begon het te vriezen en moest de Staatse vloot de ondergelopen polder uitvluchten richting de Maas. De Spanjaarden maakten van de kans gebruik om een veilig heenkomen te zoeken in het Spaansgezinde Den Bosch.  

Vanaf de dag van die miraculeuze ontsnapping werd Maria Onbevlekte Ontvangenis de beschermheilige van de Spaanse troepen in de Lage Landen. De dag 8 december had het Vaticaan al aangewezen, omdat die dag precies 9 maanden vooraf gaat aan de geboortedag van Maria. Pas in 1854 werd de Onbevlekte Ontvangenis met een Pauselijke bul bekrachtigd. Eind 19e eeuw werd ´Nuestra Señora Purísima e Inmaculada Concepción´ schutspatronesse van de Infanterie. Nog steeds zijn er meisjes die de naam Inmaculada krijgen als ze rond 8 december worden geboren. Dit betekent overigens niet dat Maria het kindje Jezus ´onbevlekt´ zou hebben ontvangen, zoals ik, en volgens mij ben ik niet de enige, heel lang dacht. Ik vond het al zo raar dat de Kerk dit zo expliciet benoemde. Het dogma legt uit dat Maria op de wereld kwam zonder te zijn ´bevlekt´ met de erfzonde, zoals wij, gewone stervelingen, dat wel zijn omdat we afstammen van Adam en Eva. Ook al heet je Inmaculada. 

 

Sinterklaas vs Papa Noel

08/12/2016

img_8020

De vorige post begon met de vraag waarom een Nederlander in Spanje gaat wonen. De vraag die daarna komt is vaak of  je wat mist uit Nederland. De foto hierboven geeft het antwoord. Het geldt niet voor mezelf dat ik dit feest zou missen, maar ik zou het jammer vinden als mijn kinderen niet dit stukje van de Nederlandse cultuur, waar zij de hoofdrol in spelen, zouden missen. De Nederlanders in het Baskenland organiseren al jaren het Sinterklaasfeest en het is aardig om te horen in welke mate  ouders, vooral Nederlandse mannen met Spaanse vrouwen, hun kinderen de Nederlandse cultuur willen meegeven. Misschien is het een stukje melancholie, om je kinderen je een spiegel van je eigen jeugd te laten voorhouden. Sommige papa´s geven hun kinderen thuis Nederlanse les, anderen steken er img_8018geen energie meer in. Het valt niet mee om de kinderen het Sinterklaasfeest uit te leggen, al kunnen we natuurlijk het Sinterklaasjournaal via internet bekijken. Maar het is lastig om Papa Noel te verslaan. Dan maar het verhaal dat Sinterklaas en Papa Noel dezelfden zijn. Dat Sinterklaas op een dag zijn verjaardag in de VS vierde en werd gegijzeld door de Coca Cola Company, die hem omdoopte tot Papa Noel. Dat hij werd volgegoten met coca cola en daarom zo dik is. En dan maar hopen dat ze je nooit om een blikje coca cola zullen vragen. Naast de Kerstman moet Sinterklaas ook het gevecht aan met de Drie Koningen, hét kinderfeest in Spanje. Maar laten we de kinderen niet martelen met ons jeugdsentiment. In 2009 tijdens het schaatsen van de Molentocht, het was daarvoor al jaren geleden dat dat voor het laatst kon, zag ik hoe een vader zijn zoontje ervan probeerde te overtuigen dat schaatsen toch echt heel leuk was. Het arme kind stond te verkleumen op zijn dubbele ijzertjes. Tranen bengelden over zijn wangen. Maar dat moest hij er voor over hebben. De schaatspret van zijn vader moest zijn schaatspret worden. Dan hebben we het met Sinterklaas toch een stuk eenvoudiger. Met cadeautjes heb je de kinderen natuurlijk snel voor je gewonnen. 

Aan tafel!

06/12/2016

img_7902

Het is een vraag die regelmatig terugkeert. Zoekend naar het antwoord weet je je omringd door honderd valkuilen. Waarom ben je in Spanje gaan wonen. Welk antwoord je ook geeft, het wordt al snel uitgelegd als landverraad aan het Koninkrijk der Nederlanden. In Spanje is er een spreekwoord dat zegt dat alle vergelijkingen hatelijk zijn. Zo wordt het door je landgenoten uitgelegd. Of je nu het levensritme noemt of de kwaliteit van het leven, de reactie is bijna altijd hetzelfde; wat is er mis bij ons? Zelfs het weer kunnen we niet meer als argument opvoeren nu we aan de noordkust wonen en ons weertype veel lijkt op dat in Nederland. Alleen als je zegt dat alles hier goekoper is, dan wil een Nederlander nog wel instemmend knikken. Een discussie over de Spaanse gastronomie hoef je ook niet te voeren, want het is heel moeilijk om een Nederlander te overtuigen van de kwaliteit van de Spaanse keuken. Steeds is er bijvoorbeeld de klacht dat Spanjaarden geen groenten eten. Of dat het wel heel veel eten is dat wordt geserveerd. En het is waar. Er wordt stevig gegeten, maar als je dat ´s middags doet, heb je ´s avonds, rond een uur of negen pas weer trek. Als we de foto boven deze post als uitnodiging voor een etentje naar Nederlandse vrienden hadden gestuurd, was het hoogstwaarschijnlijk stil gebleven aan tafel. Maar zo´n stevige maaltijd is heerlijk als het aan de groene kust guur begint te worden. Een bonenschotel, van rode of img_7899zwarte bonen, met bloedworst, spareribs en chorizo bijvoorbeeld, of de cocido van de foto. Het is bovendien ook nog eens eenvoudig klaar te maken. Geen snijwerk of toverkunst met specerijen. Het belangrijkste bij dit gerecht is de inkoop. En als je eenmaal het juiste adres hebt gevonden, heb je geen boodschappenlijstje meer nodig. Je zegt bijvoorbeeld dat je cocido gaat maken en daarna hoef je alleen nog maar het advies van de slager te bevestigen. Op mijn lijstje stond bijvoorbeeld 300 gram kalfsschenkel en dat was precies dat de slager me voorstelde, zonder dat hij mijn lijstje had gezien. Bij de bereiding won ik de kennis in van Javi, een vriend die mij in het verleden in Salamanca een paar keer op een heerlijke cocido had getrakteerd. Alleen het grote varkensoor liet ik achtewege. Het recept van de Baskische kok Arguiñano dat ik op internet vond, kwam meer in de buurt van onze smaak. Zoals ik al zei de bereiding is eenvoudig. Je laat de kikkererwten een nacht weken. De volgende dag zet je een pan water op het vuur en je laat daar de kikkererwten, kalfsschenkel, een varkenspootje, ham, een stukje been en spek in gaar koken.  In een andere pan kook je de kool met de bloedworst en de chorizo. Aan de pan met kikkererwten voeg je tot slot nog de kip, wortel en aardappel toe. Als alles gaar is gekookt, voeg je een vermecelli aan de soep toe. De traditie is dan om eerst de soep te eten, daarna de kikkererweten en tot slot de groenten en het vlees. Uiteraard hoort bij stevige kost een stevige rode wijn. Het is beter om in de middag geen verplichtingen te hebben, want het valt niet mee om na dit eetfestijn weer op gang te komen. En zonder verplichtingen kan zo´n maaltijd, afgesloten met koffie en een kruidenbrandewijn, uren duren. En dat terwijl in Nederland nog steeds het idee heerst dat je alleen met kerst zo lang aan tafel mag zitten.   

Het bos van Basajaun

29/11/2016

img_7931

Zonder blad nu in de herfst, maar bedekt met mos groeien de takken van deze beuken naar de hemel. Een bijzonder gezicht, want takken groeien meestal horizontaal. Maar deze beuken zijn zo geknot dat de takken omhoog groeien vanuit de stam. Je zou het kunnen vergelijken met de knotwilgen in de Nederlandse uiterwaarden. Als de takken dik genoeg zijn, worden ze van de boom gezaagd en gebruikt voor houtskool, waarna vervolgens nieuwe takken uit de kroon van de boom zullen groeien. Op deze manier wordt de beuk een lang leven gegund. Als je met wat fantasie naar de bomen kijkt, krijgen ze menselijke trekjes. De takken die als armen de wandelaar joviaal begroeten. Een sprookjesbos. Bij sommige bomen is de kroon zo grillig geworden dat je er een gezicht in kunt herkennen. Nee, moét herkennen. Want dit bos is het decor van de Baskische mythologie. Hier leefde Basajaun, de wildeman van de Baskische bossen. Hij was de beschermer img_7999van de schaapsherder. Als hij onraad rook, er was een wolf in de buurt of noodweer op komst, gilde hij door het bos om de herder te waarschuwen. De echo kun je nog steeds horen in de uitgeholde stammen van de oude beuken. Basajaun was ook de eerste landbouwer. Hij leerde de Basken hoe ze het land moesten bewerken. Hij gaf ze inspiratie bij het ontwikkelen van nieuwe landbouwwerktuigen.

Vooral op dagen van mist en regen, wanneer in de mist alleen de contouren van de bomen zijn te herkennen, dan komt de Baskische mythologie in dit bos tot leven. Dit verschijnsel bleef ons onthouden op deze laatste zondag van november. Het leek wel lente, het was zonnig en een graad of 20. Dat lokte veel families naar het bos van Otzarreta. Het gegil van Basajaun had plaats gemaakt voor het gegil van kinderen die verstoppertje speelden in de wigwams van takken, de typische stellages voor het maken van houtskool. Het zijn een stuk of honderd beuken die er staan, aan weerszijden van een beekje dat img_7949vanuit de bergen komt stromen. Als de herfst een tapijt van bladeren rond de bomen heeft neergelegd, is het bos op zijn mooist. Dan vallen de vreemde vormen van de beuken nog meer op. Daarom is dit bos een gewilde lokatie voor fotografen. Ze plaatsen hun statief in of net naast het beekje en wachten op de juiste lichtval dat glijdt over het water en over de met mos begroeide boomwortels, die langs de oever kronkelen. Het bos van Otzarreta ligt dicht bij de N240, de nationale weg van Bilbao naar Victoria ter hoogte van de bergpas van Barazar en aan de oostkant van het natuurpark van Gorbeia. Vanuit het bos is de besneeuwde bergrug van Gorbeia te zien en op heldere dagen ook het monument voor de Maagd van Gorbeia. 

De leeuw brult niet meer

25/11/2016

023

Gorka schudt met zijn hoofd. Getooid met een txapela, de Baskische baret en knagend op een stokbrood belegd met varkenslapjes, druipt de verveling van zijn gezicht. Saai vindt hij het. En hij heeft het niet over het spel op de grasmat, waar Athletic niet kan en Villareal, toch vierde op de ranglijst, niet wil. Het lijkt of de gele onderzeeër, de bijnaam van de club, siësta houdt op een koraalrif. Maar Gorka heeft het niet over het tamme onderonsje op het veld. Hij wijst naar de tribune. De leeuw brult niet meer. De tijd dat de tegenstander met knikkende knieën het veld op kwam, bang om door het temperament van de leeuwen van Athletic van het veld te worden geblazen, lijkt voorbij te zijn. Spreekwoordelijk stond de thuisclub in die tijd voor het eerste fluitsignaal dan al met 1-0 voor.  In het nieuwe San Mamés wil die sfeer maar niet terugkomen. Wat is dat toch met nieuwe stadions. Het overkwam Ajax in de Arena, Atletico de Madrid vreest dat het ook daar gaat gebeuren als de club aan het einde van het seizoen Vicente Calderón gaat verlaten en in Bilbao haalt het gebrek aan passie op de tribune zelfs de kranten. Zit het tussen de oren of de lichtmasten. Zelfs in Bilbao wordt nu gesproken over het creeëren van sfeervakken. Vanuit die vakken moet de rest van het stadion weer wakker worden geschud. Onbegrijpelijk vindt Gorka het, al is ook bij hem de 021passie ver te zoeken. Een keer schreeuwt hij ´cojones´, als de scheidsrechter in zijn ogen een verkeerde beslissing neemt.

Juist de hechte band tussen de spelers op het veld en de supporters op de tribune was altijd het geheime wapen van de club. Vijf jaar geleden, toen Athletic nog in het oude San Mamés, ook tegen Villareal speelde, de foto boven deze post werd tijdens die wedstrijd genomen, schreef ik al dat bij Athletic alleen maar Basken, of spelers uit de Rioja, Navarra en Frans Baskenland in het eerste team mogen spelen. En dat schept een band. De supporters identificeren zich met de spelers die ze zagen opgroeien op het trainingscomplex van Lezama. De resultaten van dit beleid zijn terug te lezen in een ranglijst van het Zwitserse onderzoeksbureau CIES Football Observatory. Gekeken is naar spelers die tussen hun 15e en 21e jaar minimaal drie jaar bij hun club hebben gespeeld. In het lijstje van de beste vijf competities staat Athletic de Bilbao op de eerste plaats. Het percentage geeft het aantal minuten aan dat deze spelers voor het eerste team in de competitie speelden in de eerste maanden van het lopende seizoen. Het geeft een aardig beeld van de doorstroming van de jeugdopleiding naar het eerste elftal. Op de ranglijst bij alle clubs die bij de UEFA zijn aangesloten, moet Athletic twee clubs voor zich dulden. Opmerkelijk is de 48e plaats van Ajax, dat was toch de club die in heel Europa werd geroemd om de jeugdopleiding. Maar er blijkt nog heel wat werk te liggen voor Van der Sar, Overmars en kornuiten.

In de rij voor de kerstloterij

21/11/2016

img_7863

Was onlangs voor de reisorganisatie Pithos Kunst en Cultuur in Madrid. Elf dagen in hotel Regente, mooi centraal gelegen tussen de Gran Vía en de winkelstraat calle del Carmen. Elf dagen langs en door de rij op de foto boven deze post. De ene dag begon de rij in de straat van ons hotel, de andere dag sloten mensen aan uit de richting van Sol en af en toe kwam de rij vanaf de Gran Vía. Maar iedere dag stond er een rij, stonden mensen soms een uur te wachten tot ze bij de blauwe luifel waren, die nog net is te zien, helemaal rechts op de foto. Mannen van een beveiligingsbedrijf leidden de stroom mondjesmaat naar de ingang van de kiosk. Deze rij staat er ieder jaar als de herfst in Madrid guur begint te worden, zo vanaf begin november. Vorig jaar hield het satirische tv-programma El Intermedio een straatinterview bij de blauwe luifel. Aan buitenlandse toeristen werd gevraagd waarom al deze mensen in de rij stonden. Velen haalden hun schouders op. De journalist legde uit dat deze mensen afkwamen op een vacature om voor kerstman te spelen tijdens de feestdagen. Door de crisis was het aantal werklozen zo toegenomen dat zelfs de tijdelijke baan van kerstman populair was geworden.

Dit had de journalist niet aan een Spanjaard hoeven te vragen. Want iedereen weet dat de blauwe luifel van de loterijkiosk van Doña Manolita is en dat de mensen er veel tijd voor over hebben om bij haar een lot te kopen voor de Kerstloterij. Want Doña Manolita heeft in het verleden al veel mensen gelukkig gemaakt met haar loten. Rond de kiosk staan de straatverkopers die ook de loten van Doña Manolita verkopen en waar het niet druk is. Maar iedereen verkiest de rij, waarschijnlijk uit bijgeloof, maar misschien ook wel omdat de straatverkopers twee euro boven op de prijs van img_7866een lot mogen doen. Een lot kost 20 euro. Dit jaar zijn er 165 miljoen loten, een zogenaamde décimo, uitgegeven. Het totale prijzengeld dat in deze loterij omgaat is 2,3 miljard euro. Er zijn meer dan 25 miljoen winnende lotnummers. Het winnende nummer kent een hoofdprijs van 660 miljoen euro, de tweede prijs 206,3 miljoen euro en de derde prijs 82,5 miljoen euro. Maar om die bedragen te kunnen winnen, moet je wel hele series aan loten kopen. De meeste Spanjaarden houden het bij een paar decimos. En met één decimo kun je 400.000 euro winnen. Dat is ook de charme van de Spaanse kerstloterij. Het enorme bedrag aan prijzengeld komt bij heel veel mensen terecht. Vorig jaar gaven de Spaanjaarden ruim 2,5 miljard aan de kerstloterij uit. Dus ook de Spaanse schatkist wordt gespekt. 

Dat de rijen bij de loterijkiosken zo groot zijn, komt ook omdat de Spanjaarden lang aarzelen als ze eenmaal voor het loket staan. Voor deze mensen publiceerden de kranten vorige week de ´ongeluksnummers´. Bij alle trekkingen tot nu toe is het winnende lotnummer nog nooit op de cijfers 09, 10, 13, 21, 25, 31, 34, 41, 42, 43, 51, 54, 59, 67, 78 en 82 geëindigd. Daarentegen is op een lotnummer met een vijf als laatste cijfer maar liefst 32 keer de hoofdprijs gevallen. Kijkend naar de drie loten die ik deel met mijn trouwe reisgenoot en chauffeur Jorge, komen we er goed af als het gaat om de ongeluksnummers. Maar geen van de drie loten eindigt op een vijf. De kans overigens om de hoofdprijs te winnen is 1 op 85ooo. 

 

De biermagnaat van Cerezales del Condado

14/11/2016

cerezalesdelcondado-12

Bienvenido Mr. Marshall is een klassieker in de Spaanse filmgeschiedenis. Een kritiek op de Amerikaanse politiek én de Spaanse maatschappij van de jaren 50, op magistrale wijze op het doek gebracht door Berlanga. De film gaat over een klein Spaans dorpje, waar de bevolking zich opmaakt voor de komst van de Amerikanen die in het kader van het Marshallplan de Spanjaarden met pakken dollars te hulp zullen schieten. Heel het dorp staat gespannen langs de straat als de stoet auto´s van de Amerikaanse delegatie in zicht komt. Maar de auto´s rijden met een noodgang door het dorp heen, nagekeken door de verbaasde en ontgoochelde inwoners van het dorp. Op de achterkant van de laatste auto hangt een doek met de tekst ´Goodbye´. Het dorp op de foto boven deze post ligt een kilometer of twintig ten noorden van León. Daar hebben ze hun eigen Marshall, maar wel één die volgens het verhaal in El País, miljoenen zal achterlaten. De Marshall van cerezalesdelcondado-16Cerezales del Condado is Antonio Fernández. Deze Spaanse emigrant was president van de Mexiaanse bierbrouwer Modelo, die onder andere Corona op de markt brengt.  Afgelopen zomer overleed Fernández op 98-jarige leeftijd en liet een vermogen na van ongeveer 200 miljoen euro. De biermagnaat had geen kinderen, maar wel dertien broers en zussen en een heel leger aan neefjes en nichtjes, die niets over de erfenis van hun suikeroom naar buiten willen brengen. 

Antonio werd in 1917 in Cerezales geboren. Op 14-jarige leeftijd, haalde zijn ouders hem van school. Antonio moest op het land gaan werken. Vijf jaar later wachtte hem de militaire dienstplicht, in hetzelfde jaar dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. Hij werd naar de frontlinie in Teruel gestuurd, waar zich een van de gruwelijkste episode uit de oorlog afspeelde. Van de 900 soldaten die deel uitmaakten van zijn brigade, kwamen naast Antonio slechts zes soldaten levend uit de strijd. Het geluk begon hem toe te lachen toen hij descarga-1in het huwelijk trad met de dochter van een rijke emigrantenfamilie, die in Mexico fortuin had gemaakt. De oom van zijn echtgenote was eigenaar van de bierbrouwerij Modelo. Antonio vertrok naar Mexico waar hij in de fabriek ging werken. Na de dood van de oom werd Antonio de nieuwe president. Onder zijn leiding ging Corona de internationale markt op. In Spanje was de naam Corona al geclaimd door de bodega van Torres. Corona werd Coronita. Tot afgelopen zomer toen er een overeenkomt werd bereikt tussen Torres en de Belgische multinational InBev Anheuser-Busch die Modelo in 2013 had opgekocht voor 15,4 miljard euro. Een deel van dit vermogen heeft zijn weg gevonden naar Cerezales de Condado. Want Antonio Fernández heeft zijn wortels nooit verloochend. Dankzij de biermagnaat heeft Cerezales een vernieuwd waterleidingsysteem, tot 2006 hadden nog niet alle dorpelingen het hele jaar door stromend water. Fernández liet de plaza mayor, de kerk en het kerkhof opknappen en in maart zal het nieuwe culturele centrum worden geopend, dat door de lokale pers al is omgedoopt in het ´Guggenheim rural´. De stichting Cerezales, die wordt geleid door een nichtje van Fernández wist vorig jaar met verschillende tentoonstellingen al meer dan 10.000 bezoekers naar het dorp te lokken. En dat terwijl in de winter het dorp maar 29 bewoners telt.  

  

 

Lieve Lise

07/11/2016

img_7831

Het spijt me Lise. Ik hoop niet dat je erg schrok van het onverwachte flitslicht. De jongen op de voorgrond deed dat wel. Maar bij hem won de verbazing het al snel van de schrik. Hoe ik het aandurfde om een foto te nemen, dat was verboden. Maar ik stond buiten de zaal protesteerde ik. Maar je nam de foto de zaal in, weerlegde de jongen bij de ingang. Ik wilde je vangen in mijn camera, zoals jij, toen je nog maar 24 jaar oud was, werd gevangen in het barokke raamwerk dat je om je heen kreeg. En zoals je nu gevangen bent in een zaal van het Thyssenrenoir_lise_in_a_white_shawl Bornemiszamuseum in Madrid. De jongen die de kaartjes controleert als cipier bij de ingang. Je mocht op reis. Even weg uit het Dallas Museum of Art. Ik kan me niet voorstellen dat je daar ooit zult wennen. Wat moet een knap burgermeisje zoals jij uit een dorp boven Parijs in dat sfeerloze Dallas. Je bent je model voorbij gestreefd. Renoir maakte geen portret van je, maar hij schiep je, uit de spiegeling van Lise Tréhot. Zij was zijn belangrijkste model in zijn beginjaren. Tussen 1865 en 1872 poseerde ze voor hem. Op een van zijn laatste werken van haar werd jij geboren. Er wordt gezegd dat je haar huwelijkscadeau was. Vandaar de witte sjaal, als een bruidsluier. Je bent de mooiste van de 23 schilderijen die Renoir van Lise Tréhot maakte. Je kwam bij haar in de familie. En daarna nam het echtpaar Emery en Wendy Reves je mee naar Dallas. Of all places! Gelukkig blijf je nog tot 22 januari in Madrid. Als topstuk van de expositie Intimiteit lise_trehot_in_1864van Renoir. Zoals Picasso zei dat na de grotschilderingen van Altamira de decadentie in de schilderkunst intrad, zo geldt dat ook voor de expositie van Renoir. Jouw gezicht siert de eerste zaal. Alle schilderijen die de bezoeker na jouw portret ziet, zijn overbodig. Het is onmogelijk om het gezicht van je af te wenden. Die grote bruine ogen, het linker ooglid dat iets naar beneden gaat. Er zit zoveel expressie in je ogen dat het lijkt of je iets wil vertellen. Je hoofd helt licht over naar rechts. Misschien was je net bezig om je sjaal over je hoofd te leggen. Je houdt de stof met één hand vast. Ik had je graag meegenomen, het Thyssen uit, naar de overkant, langs het Prado naar het Retiropark om daar samen in een roeibootje op de vijver te dobberen.  Eenmaal verdwenen in jouw ogen is het zo makkelijk om te fantaseren.