Sinterklaas vs Papa Noel

08/12/2016

img_8020

De vorige post begon met de vraag waarom een Nederlander in Spanje gaat wonen. De vraag die daarna komt is vaak of  je wat mist uit Nederland. De foto hierboven geeft het antwoord. Het geldt niet voor mezelf dat ik dit feest zou missen, maar ik zou het jammer vinden als mijn kinderen niet dit stukje van de Nederlandse cultuur, waar zij de hoofdrol in spelen, zouden missen. De Nederlanders in het Baskenland organiseren al jaren het Sinterklaasfeest en het is aardig om te horen in welke mate  ouders, vooral Nederlandse mannen met Spaanse vrouwen, hun kinderen de Nederlandse cultuur willen meegeven. Misschien is het een stukje melancholie, om je kinderen je een spiegel van je eigen jeugd te laten voorhouden. Sommige papa´s geven hun kinderen thuis Nederlanse les, anderen steken er img_8018geen energie meer in. Het valt niet mee om de kinderen het Sinterklaasfeest uit te leggen, al kunnen we natuurlijk het Sinterklaasjournaal via internet bekijken. Maar het is lastig om Papa Noel te verslaan. Dan maar het verhaal dat Sinterklaas en Papa Noel dezelfden zijn. Dat Sinterklaas op een dag zijn verjaardag in de VS vierde en werd gegijzeld door de Coca Cola Company, die hem omdoopte tot Papa Noel. Dat hij werd volgegoten met coca cola en daarom zo dik is. En dan maar hopen dat ze je nooit om een blikje coca cola zullen vragen. Naast de Kerstman moet Sinterklaas ook het gevecht aan met de Drie Koningen, hét kinderfeest in Spanje. Maar laten we de kinderen niet martelen met ons jeugdsentiment. In 2009 tijdens het schaatsen van de Molentocht, het was daarvoor al jaren geleden dat dat voor het laatst kon, zag ik hoe een vader zijn zoontje ervan probeerde te overtuigen dat schaatsen toch echt heel leuk was. Het arme kind stond te verkleumen op zijn dubbele ijzertjes. Tranen bengelden over zijn wangen. Maar dat moest hij er voor over hebben. De schaatspret van zijn vader moest zijn schaatspret worden. Dan hebben we het met Sinterklaas toch een stuk eenvoudiger. Met cadeautjes heb je de kinderen natuurlijk snel voor je gewonnen. 

Aan tafel!

06/12/2016

img_7902

Het is een vraag die regelmatig terugkeert. Zoekend naar het antwoord weet je je omringd door honderd valkuilen. Waarom ben je in Spanje gaan wonen. Welk antwoord je ook geeft, het wordt al snel uitgelegd als landverraad aan het Koninkrijk der Nederlanden. In Spanje is er een spreekwoord dat zegt dat alle vergelijkingen hatelijk zijn. Zo wordt het door je landgenoten uitgelegd. Of je nu het levensritme noemt of de kwaliteit van het leven, de reactie is bijna altijd hetzelfde; wat is er mis bij ons? Zelfs het weer kunnen we niet meer als argument opvoeren nu we aan de noordkust wonen en ons weertype veel lijkt op dat in Nederland. Alleen als je zegt dat alles hier goekoper is, dan wil een Nederlander nog wel instemmend knikken. Een discussie over de Spaanse gastronomie hoef je ook niet te voeren, want het is heel moeilijk om een Nederlander te overtuigen van de kwaliteit van de Spaanse keuken. Steeds is er bijvoorbeeld de klacht dat Spanjaarden geen groenten eten. Of dat het wel heel veel eten is dat wordt geserveerd. En het is waar. Er wordt stevig gegeten, maar als je dat ´s middags doet, heb je ´s avonds, rond een uur of negen pas weer trek. Als we de foto boven deze post als uitnodiging voor een etentje naar Nederlandse vrienden hadden gestuurd, was het hoogstwaarschijnlijk stil gebleven aan tafel. Maar zo´n stevige maaltijd is heerlijk als het aan de groene kust guur begint te worden. Een bonenschotel, van rode of img_7899zwarte bonen, met bloedworst, spareribs en chorizo bijvoorbeeld, of de cocido van de foto. Het is bovendien ook nog eens eenvoudig klaar te maken. Geen snijwerk of toverkunst met specerijen. Het belangrijkste bij dit gerecht is de inkoop. En als je eenmaal het juiste adres hebt gevonden, heb je geen boodschappenlijstje meer nodig. Je zegt bijvoorbeeld dat je cocido gaat maken en daarna hoef je alleen nog maar het advies van de slager te bevestigen. Op mijn lijstje stond bijvoorbeeld 300 gram kalfsschenkel en dat was precies dat de slager me voorstelde, zonder dat hij mijn lijstje had gezien. Bij de bereiding won ik de kennis in van Javi, een vriend die mij in het verleden in Salamanca een paar keer op een heerlijke cocido had getrakteerd. Alleen het grote varkensoor liet ik achtewege. Het recept van de Baskische kok Arguiñano dat ik op internet vond, kwam meer in de buurt van onze smaak. Zoals ik al zei de bereiding is eenvoudig. Je laat de kikkererwten een nacht weken. De volgende dag zet je een pan water op het vuur en je laat daar de kikkererwten, kalfsschenkel, een varkenspootje, ham, een stukje been en spek in gaar koken.  In een andere pan kook je de kool met de bloedworst en de chorizo. Aan de pan met kikkererwten voeg je tot slot nog de kip, wortel en aardappel toe. Als alles gaar is gekookt, voeg je een vermecelli aan de soep toe. De traditie is dan om eerst de soep te eten, daarna de kikkererweten en tot slot de groenten en het vlees. Uiteraard hoort bij stevige kost een stevige rode wijn. Het is beter om in de middag geen verplichtingen te hebben, want het valt niet mee om na dit eetfestijn weer op gang te komen. En zonder verplichtingen kan zo´n maaltijd, afgesloten met koffie en een kruidenbrandewijn, uren duren. En dat terwijl in Nederland nog steeds het idee heerst dat je alleen met kerst zo lang aan tafel mag zitten.   

Het bos van Basajaun

29/11/2016

img_7931

Zonder blad nu in de herfst, maar bedekt met mos groeien de takken van deze beuken naar de hemel. Een bijzonder gezicht, want takken groeien meestal horizontaal. Maar deze beuken zijn zo geknot dat de takken omhoog groeien vanuit de stam. Je zou het kunnen vergelijken met de knotwilgen in de Nederlandse uiterwaarden. Als de takken dik genoeg zijn, worden ze van de boom gezaagd en gebruikt voor houtskool, waarna vervolgens nieuwe takken uit de kroon van de boom zullen groeien. Op deze manier wordt de beuk een lang leven gegund. Als je met wat fantasie naar de bomen kijkt, krijgen ze menselijke trekjes. De takken die als armen de wandelaar joviaal begroeten. Een sprookjesbos. Bij sommige bomen is de kroon zo grillig geworden dat je er een gezicht in kunt herkennen. Nee, moét herkennen. Want dit bos is het decor van de Baskische mythologie. Hier leefde Basajaun, de wildeman van de Baskische bossen. Hij was de beschermer img_7999van de schaapsherder. Als hij onraad rook, er was een wolf in de buurt of noodweer op komst, gilde hij door het bos om de herder te waarschuwen. De echo kun je nog steeds horen in de uitgeholde stammen van de oude beuken. Basajaun was ook de eerste landbouwer. Hij leerde de Basken hoe ze het land moesten bewerken. Hij gaf ze inspiratie bij het ontwikkelen van nieuwe landbouwwerktuigen.

Vooral op dagen van mist en regen, wanneer in de mist alleen de contouren van de bomen zijn te herkennen, dan komt de Baskische mythologie in dit bos tot leven. Dit verschijnsel bleef ons onthouden op deze laatste zondag van november. Het leek wel lente, het was zonnig en een graad of 20. Dat lokte veel families naar het bos van Otzarreta. Het gegil van Basajaun had plaats gemaakt voor het gegil van kinderen die verstoppertje speelden in de wigwams van takken, de typische stellages voor het maken van houtskool. Het zijn een stuk of honderd beuken die er staan, aan weerszijden van een beekje dat img_7949vanuit de bergen komt stromen. Als de herfst een tapijt van bladeren rond de bomen heeft neergelegd, is het bos op zijn mooist. Dan vallen de vreemde vormen van de beuken nog meer op. Daarom is dit bos een gewilde lokatie voor fotografen. Ze plaatsen hun statief in of net naast het beekje en wachten op de juiste lichtval dat glijdt over het water en over de met mos begroeide boomwortels, die langs de oever kronkelen. Het bos van Otzarreta ligt dicht bij de N240, de nationale weg van Bilbao naar Victoria ter hoogte van de bergpas van Barazar en aan de oostkant van het natuurpark van Gorbeia. Vanuit het bos is de besneeuwde bergrug van Gorbeia te zien en op heldere dagen ook het monument voor de Maagd van Gorbeia. 

De leeuw brult niet meer

25/11/2016

023

Gorka schudt met zijn hoofd. Getooid met een txapela, de Baskische baret en knagend op een stokbrood belegd met varkenslapjes, druipt de verveling van zijn gezicht. Saai vindt hij het. En hij heeft het niet over het spel op de grasmat, waar Athletic niet kan en Villareal, toch vierde op de ranglijst, niet wil. Het lijkt of de gele onderzeeër, de bijnaam van de club, siësta houdt op een koraalrif. Maar Gorka heeft het niet over het tamme onderonsje op het veld. Hij wijst naar de tribune. De leeuw brult niet meer. De tijd dat de tegenstander met knikkende knieën het veld op kwam, bang om door het temperament van de leeuwen van Athletic van het veld te worden geblazen, lijkt voorbij te zijn. Spreekwoordelijk stond de thuisclub in die tijd voor het eerste fluitsignaal dan al met 1-0 voor.  In het nieuwe San Mamés wil die sfeer maar niet terugkomen. Wat is dat toch met nieuwe stadions. Het overkwam Ajax in de Arena, Atletico de Madrid vreest dat het ook daar gaat gebeuren als de club aan het einde van het seizoen Vicente Calderón gaat verlaten en in Bilbao haalt het gebrek aan passie op de tribune zelfs de kranten. Zit het tussen de oren of de lichtmasten. Zelfs in Bilbao wordt nu gesproken over het creeëren van sfeervakken. Vanuit die vakken moet de rest van het stadion weer wakker worden geschud. Onbegrijpelijk vindt Gorka het, al is ook bij hem de 021passie ver te zoeken. Een keer schreeuwt hij ´cojones´, als de scheidsrechter in zijn ogen een verkeerde beslissing neemt.

Juist de hechte band tussen de spelers op het veld en de supporters op de tribune was altijd het geheime wapen van de club. Vijf jaar geleden, toen Athletic nog in het oude San Mamés, ook tegen Villareal speelde, de foto boven deze post werd tijdens die wedstrijd genomen, schreef ik al dat bij Athletic alleen maar Basken, of spelers uit de Rioja, Navarra en Frans Baskenland in het eerste team mogen spelen. En dat schept een band. De supporters identificeren zich met de spelers die ze zagen opgroeien op het trainingscomplex van Lezama. De resultaten van dit beleid zijn terug te lezen in een ranglijst van het Zwitserse onderzoeksbureau CIES Football Observatory. Gekeken is naar spelers die tussen hun 15e en 21e jaar minimaal drie jaar bij hun club hebben gespeeld. In het lijstje van de beste vijf competities staat Athletic de Bilbao op de eerste plaats. Het percentage geeft het aantal minuten aan dat deze spelers voor het eerste team in de competitie speelden in de eerste maanden van het lopende seizoen. Het geeft een aardig beeld van de doorstroming van de jeugdopleiding naar het eerste elftal. Op de ranglijst bij alle clubs die bij de UEFA zijn aangesloten, moet Athletic twee clubs voor zich dulden. Opmerkelijk is de 48e plaats van Ajax, dat was toch de club die in heel Europa werd geroemd om de jeugdopleiding. Maar er blijkt nog heel wat werk te liggen voor Van der Sar, Overmars en kornuiten.

In de rij voor de kerstloterij

21/11/2016

img_7863

Was onlangs voor de reisorganisatie Pithos Kunst en Cultuur in Madrid. Elf dagen in hotel Regente, mooi centraal gelegen tussen de Gran Vía en de winkelstraat calle del Carmen. Elf dagen langs en door de rij op de foto boven deze post. De ene dag begon de rij in de straat van ons hotel, de andere dag sloten mensen aan uit de richting van Sol en af en toe kwam de rij vanaf de Gran Vía. Maar iedere dag stond er een rij, stonden mensen soms een uur te wachten tot ze bij de blauwe luifel waren, die nog net is te zien, helemaal rechts op de foto. Mannen van een beveiligingsbedrijf leidden de stroom mondjesmaat naar de ingang van de kiosk. Deze rij staat er ieder jaar als de herfst in Madrid guur begint te worden, zo vanaf begin november. Vorig jaar hield het satirische tv-programma El Intermedio een straatinterview bij de blauwe luifel. Aan buitenlandse toeristen werd gevraagd waarom al deze mensen in de rij stonden. Velen haalden hun schouders op. De journalist legde uit dat deze mensen afkwamen op een vacature om voor kerstman te spelen tijdens de feestdagen. Door de crisis was het aantal werklozen zo toegenomen dat zelfs de tijdelijke baan van kerstman populair was geworden.

Dit had de journalist niet aan een Spanjaard hoeven te vragen. Want iedereen weet dat de blauwe luifel van de loterijkiosk van Doña Manolita is en dat de mensen er veel tijd voor over hebben om bij haar een lot te kopen voor de Kerstloterij. Want Doña Manolita heeft in het verleden al veel mensen gelukkig gemaakt met haar loten. Rond de kiosk staan de straatverkopers die ook de loten van Doña Manolita verkopen en waar het niet druk is. Maar iedereen verkiest de rij, waarschijnlijk uit bijgeloof, maar misschien ook wel omdat de straatverkopers twee euro boven op de prijs van img_7866een lot mogen doen. Een lot kost 20 euro. Dit jaar zijn er 165 miljoen loten, een zogenaamde décimo, uitgegeven. Het totale prijzengeld dat in deze loterij omgaat is 2,3 miljard euro. Er zijn meer dan 25 miljoen winnende lotnummers. Het winnende nummer kent een hoofdprijs van 660 miljoen euro, de tweede prijs 206,3 miljoen euro en de derde prijs 82,5 miljoen euro. Maar om die bedragen te kunnen winnen, moet je wel hele series aan loten kopen. De meeste Spanjaarden houden het bij een paar decimos. En met één decimo kun je 400.000 euro winnen. Dat is ook de charme van de Spaanse kerstloterij. Het enorme bedrag aan prijzengeld komt bij heel veel mensen terecht. Vorig jaar gaven de Spaanjaarden ruim 2,5 miljard aan de kerstloterij uit. Dus ook de Spaanse schatkist wordt gespekt. 

Dat de rijen bij de loterijkiosken zo groot zijn, komt ook omdat de Spanjaarden lang aarzelen als ze eenmaal voor het loket staan. Voor deze mensen publiceerden de kranten vorige week de ´ongeluksnummers´. Bij alle trekkingen tot nu toe is het winnende lotnummer nog nooit op de cijfers 09, 10, 13, 21, 25, 31, 34, 41, 42, 43, 51, 54, 59, 67, 78 en 82 geëindigd. Daarentegen is op een lotnummer met een vijf als laatste cijfer maar liefst 32 keer de hoofdprijs gevallen. Kijkend naar de drie loten die ik deel met mijn trouwe reisgenoot en chauffeur Jorge, komen we er goed af als het gaat om de ongeluksnummers. Maar geen van de drie loten eindigt op een vijf. De kans overigens om de hoofdprijs te winnen is 1 op 85ooo. 

 

De biermagnaat van Cerezales del Condado

14/11/2016

cerezalesdelcondado-12

Bienvenido Mr. Marshall is een klassieker in de Spaanse filmgeschiedenis. Een kritiek op de Amerikaanse politiek én de Spaanse maatschappij van de jaren 50, op magistrale wijze op het doek gebracht door Berlanga. De film gaat over een klein Spaans dorpje, waar de bevolking zich opmaakt voor de komst van de Amerikanen die in het kader van het Marshallplan de Spanjaarden met pakken dollars te hulp zullen schieten. Heel het dorp staat gespannen langs de straat als de stoet auto´s van de Amerikaanse delegatie in zicht komt. Maar de auto´s rijden met een noodgang door het dorp heen, nagekeken door de verbaasde en ontgoochelde inwoners van het dorp. Op de achterkant van de laatste auto hangt een doek met de tekst ´Goodbye´. Het dorp op de foto boven deze post ligt een kilometer of twintig ten noorden van León. Daar hebben ze hun eigen Marshall, maar wel één die volgens het verhaal in El País, miljoenen zal achterlaten. De Marshall van cerezalesdelcondado-16Cerezales del Condado is Antonio Fernández. Deze Spaanse emigrant was president van de Mexiaanse bierbrouwer Modelo, die onder andere Corona op de markt brengt.  Afgelopen zomer overleed Fernández op 98-jarige leeftijd en liet een vermogen na van ongeveer 200 miljoen euro. De biermagnaat had geen kinderen, maar wel dertien broers en zussen en een heel leger aan neefjes en nichtjes, die niets over de erfenis van hun suikeroom naar buiten willen brengen. 

Antonio werd in 1917 in Cerezales geboren. Op 14-jarige leeftijd, haalde zijn ouders hem van school. Antonio moest op het land gaan werken. Vijf jaar later wachtte hem de militaire dienstplicht, in hetzelfde jaar dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. Hij werd naar de frontlinie in Teruel gestuurd, waar zich een van de gruwelijkste episode uit de oorlog afspeelde. Van de 900 soldaten die deel uitmaakten van zijn brigade, kwamen naast Antonio slechts zes soldaten levend uit de strijd. Het geluk begon hem toe te lachen toen hij descarga-1in het huwelijk trad met de dochter van een rijke emigrantenfamilie, die in Mexico fortuin had gemaakt. De oom van zijn echtgenote was eigenaar van de bierbrouwerij Modelo. Antonio vertrok naar Mexico waar hij in de fabriek ging werken. Na de dood van de oom werd Antonio de nieuwe president. Onder zijn leiding ging Corona de internationale markt op. In Spanje was de naam Corona al geclaimd door de bodega van Torres. Corona werd Coronita. Tot afgelopen zomer toen er een overeenkomt werd bereikt tussen Torres en de Belgische multinational InBev Anheuser-Busch die Modelo in 2013 had opgekocht voor 15,4 miljard euro. Een deel van dit vermogen heeft zijn weg gevonden naar Cerezales de Condado. Want Antonio Fernández heeft zijn wortels nooit verloochend. Dankzij de biermagnaat heeft Cerezales een vernieuwd waterleidingsysteem, tot 2006 hadden nog niet alle dorpelingen het hele jaar door stromend water. Fernández liet de plaza mayor, de kerk en het kerkhof opknappen en in maart zal het nieuwe culturele centrum worden geopend, dat door de lokale pers al is omgedoopt in het ´Guggenheim rural´. De stichting Cerezales, die wordt geleid door een nichtje van Fernández wist vorig jaar met verschillende tentoonstellingen al meer dan 10.000 bezoekers naar het dorp te lokken. En dat terwijl in de winter het dorp maar 29 bewoners telt.  

  

 

Lieve Lise

07/11/2016

img_7831

Het spijt me Lise. Ik hoop niet dat je erg schrok van het onverwachte flitslicht. De jongen op de voorgrond deed dat wel. Maar bij hem won de verbazing het al snel van de schrik. Hoe ik het aandurfde om een foto te nemen, dat was verboden. Maar ik stond buiten de zaal protesteerde ik. Maar je nam de foto de zaal in, weerlegde de jongen bij de ingang. Ik wilde je vangen in mijn camera, zoals jij, toen je nog maar 24 jaar oud was, werd gevangen in het barokke raamwerk dat je om je heen kreeg. En zoals je nu gevangen bent in een zaal van het Thyssenrenoir_lise_in_a_white_shawl Bornemiszamuseum in Madrid. De jongen die de kaartjes controleert als cipier bij de ingang. Je mocht op reis. Even weg uit het Dallas Museum of Art. Ik kan me niet voorstellen dat je daar ooit zult wennen. Wat moet een knap burgermeisje zoals jij uit een dorp boven Parijs in dat sfeerloze Dallas. Je bent je model voorbij gestreefd. Renoir maakte geen portret van je, maar hij schiep je, uit de spiegeling van Lise Tréhot. Zij was zijn belangrijkste model in zijn beginjaren. Tussen 1865 en 1872 poseerde ze voor hem. Op een van zijn laatste werken van haar werd jij geboren. Er wordt gezegd dat je haar huwelijkscadeau was. Vandaar de witte sjaal, als een bruidsluier. Je bent de mooiste van de 23 schilderijen die Renoir van Lise Tréhot maakte. Je kwam bij haar in de familie. En daarna nam het echtpaar Emery en Wendy Reves je mee naar Dallas. Of all places! Gelukkig blijf je nog tot 22 januari in Madrid. Als topstuk van de expositie Intimiteit lise_trehot_in_1864van Renoir. Zoals Picasso zei dat na de grotschilderingen van Altamira de decadentie in de schilderkunst intrad, zo geldt dat ook voor de expositie van Renoir. Jouw gezicht siert de eerste zaal. Alle schilderijen die de bezoeker na jouw portret ziet, zijn overbodig. Het is onmogelijk om het gezicht van je af te wenden. Die grote bruine ogen, het linker ooglid dat iets naar beneden gaat. Er zit zoveel expressie in je ogen dat het lijkt of je iets wil vertellen. Je hoofd helt licht over naar rechts. Misschien was je net bezig om je sjaal over je hoofd te leggen. Je houdt de stof met één hand vast. Ik had je graag meegenomen, het Thyssen uit, naar de overkant, langs het Prado naar het Retiropark om daar samen in een roeibootje op de vijver te dobberen.  Eenmaal verdwenen in jouw ogen is het zo makkelijk om te fantaseren.

Een jacht van 232 miljoen

12/10/2016

YATE DE LUJO , FOTO DE BORJA AGUDO, 5/10/2016

Had het gezicht van die vissers op de kade wel eens willen zien, toen in het holst van de nacht dat mysterieuze gevaarte in de haven van Getxo verscheen. Een kruising tussen een jacht, cruiseschip en onderzeeër. Waarschijnlijk moesten ze wel even slikken, helemaal omdat ze wellicht een paar dagen geleden in de krant hadden gelezen dat twee Russische gevechtsvliegtuigen langs de kust van Bilbao waren gevlogen en dat in de Golf van Vizcaya een Russische atoomondezeeër was gesignaleerd. En nu opeens dit vreemde schip, waarvan de eigenaar een Rus is. De vissers konden opgelucht ademhalen. Dit jacht is slechts het speeltje van de Russische multimiljonair Andrey Melnichenko. Hij liet het jacht dopen met de naam A, naar de eerste letter van de voornaam van zijn liefje, het Servische model Aleksandra Nikolic. Het echtpaar liet zich niet zien en dat maakte het bezoek juist zo mysterieus. Waren ze überhaupt wel aan boord?

mega-yate-a-1Het jacht, ontworpen door de Fransman Philippe Starck, is 119 meter lang. Aan boord is een zwembad, discotheek, een bomvrije suite, heliplatform en er is een geheime kamer voor het geval dat de 44-jarige Melnichenko, die een vermogen heeft van 10 miljard euro, zich schuil moet houden als bijvoorbeeld het kogelvrije glas en de veertig camera´s hun werk niet hebben gedaan. Melnichenko richtte in 1993, toen hij 23 jaar was, de Russische bank MDM op, waar zijn miljonairsvriendjes hun vermogen veilig konden onderbrengen. Daarna ging hij in zee met de staalmagnaat Popov. Op de lijst van Forbes, staat hij op de 129e plaats van meest rijke mensen ter wereld. Zijn jacht heeft hij overigens te koop gezet voor zo´n 300 miljoen euro. Hij is er een beetje op uit gekeken, nu zijn zeilschip, het grootste ter wereld en ook ontworpen door Philippe Starck, te water is gelaten.

Na twee dagen in Getxo te hebben gelegen, ging de ´A´ richting Santander. We zagen het schip langsvaren vanaf ons strand in Castro. Mijn jongens hadden geen oog voor de miljonairsschuit. Ze waren dolbij met de vlieger die papa een dag eerder had gekocht voor 12,95 euro.  

 

Voor jou..

09/10/2016

img_7162-1

Als je in een Spaanse bar zit en je bent uitgekeken op de televisie, naast je zit iemand die de krant leest en de ober is te chagarijnig om maar goedendag te zeggen, dan hoef je meestal maar om je heen te kijken om je niet te vervelen. Veel barren hebben het interieur van een etnografisch museum. Oude zwartwit foto´s van de stad, de straat of de familie, gesigneerde voetbalfoto´s, ingelijste krantenknipsels van historische gebeurtenissen, het shirt, het schoeisel of andere relieken van sportheiligen. Of zoals in bar Zuretzat waar langs de muren een hele collectie helmen hangt van de bouwvakkers die aan het Guggenheim werkten. Toen ik voor het eerst de bar binnenkwam moest ik gelijk denken aan een knekelhuis. Hier hingen geen helmen maar schedels. Bijna alle helmen zijn wit, alleen boven de ingang hangen een blauwe en groene helm van twee vrouwen die aan het Guggenheim werkten. Boven het gangetje dat naar het toilet en het eetgedeelte leidt, hangt de helm van de architect Frank O Gehry. De naam geschreven op een pleister, zoals kinderen dat doen op hun broodtrommeltje en beker die ze meenemen naar school. De ober wist of wilde me niet meer vertellen dan dat Gehry de helm had achtergelaten als dank voor alle kopjes koffie die ze hem tijdens de bouw hadden geserveerd. Waarschijnlijk was het personeel toen vriendelijker dan nu. Maar misschien lag het ook aan mijn vraag of deze helmen waren gekocht in de speciaalzaak voor de bouwsector tegenover de bar. Alle vragen die ik daarna nog stelde werden kortaf afgedaan. Met Nederlandse humor maak je in Spanje niet snel vrienden.

img_7163-1Maar het kan ook best zo zijn dat Gehry met zijn collega´s hier zijn koffie kwam drinken. De bar ligt op iets meer dan honderd meter van het Guggenheim, in de straat Iparraguirre, de straat waar de puppy van Jef Koons recht inkijkt. Misschien was het aan het einde van deze straat, aan de toen nog zestien meter hoge ´afgrond´ boven de houtopslag op de kade van de rivier´ dat de directeur van de stichting Guggenheim Thomas Krenz en Frank Gehry, toen nog adviseur van de stichting, de ingeving kregen om hier het Guggenheim te bouwen. Op de kade en onder de brug van Salvé. Gehry zou bij de opening van het museum vertellen dat toen hij de lokatie zag, zijn hand uit zichzelf het potlood over zijn aantekenboekje stuurde en dat een groot deel van de vormen van het museum tijdens dat magische moment zijn ontstaan. Het ontwerp van het museum vertelt de geschiedenis van Bilbao, het verhaal over de haven en de produktie van ijzer en staal. Wat Gehry zag op dat moment was nog geen geschiedenis, het was de realiteit. Kijkend naar de helm van Gehry probeer ik me voorstellen wat er onder deze helm en in het hoofd van Gehry zich afspeelde in die tijd. De bar waar Gehry zijn koffie dronk heet Zuretzat. Dat is Baskisch voor ´voor jou´. Misschien zei Gehry dat tegen de ober toen hij zijn helm achterliet. Hij had het ook kunnen zeggen tijdens zijn toespraak bij de opening van het museum in 1997, volgend jaar precies twintig jaar geleden. 

Was keizer Karel V de eerste pensionado?

28/09/2016

img_7703

Dacht altijd dat pensionado een Nederlands verzinsel was; een combinatie van jubilado en pensionista. Maar typ pensionado in op Google en de zoekmachine komt binnen 0,26 seconden met maar liefst 2.230.000 resultaten. En eerlijk gezegd moet ik ook het antwoord schuldig blijven op de vraag of keizer Karel V inderdaad de eerste gepensioneerde was die zijn laatste levensjaren in Spanje kwam slijten. De keizer verdween echter niet in een appartement of villa ergens aan de costa. Hij trok zich terug in een klein paleis, gebouwd tegen een klooster van de orde van Hiëronymus in Yuste, een gehucht, verscholen in de legado_de_yustebossen van Extremadura. Maar net als veel Nederlanders van nu, die de caravan volstouwen met pindakaas, hagelslag en drop, zo kwam Karel V naar Spanje met een uitgebreide hofhouding, waaronder Belgische en Duitse bierbrouwers. Er bestaat in Spanje nog altijd een donkergeel bier dat Legado de Yuste heet, en volgens een Vlaams recept wordt gebrouwen, inmiddels wel door Heineken..

De landing van Karel V op de Cantabrische kust werd vorige week weer nagespeeld bij onze buren in Laredo, van oudsher een koninklijke havenplaats, maar nu vooral een badplaats, waar half Bilbao een tweede appartement heeft om in de zomer te genieten van het kilometerslange strand. Eind 15e en begin 16e eeuw vertrokken de dochters van de Katholieke Koningen, Johanna van Castilië en Catalina de Aragón naar Vlaanderen en Engeland om in het huwelijk te treden met respectievelijk Filips de Schone en Arthur Tudor. En nadat hij in Brussel afstand had gedaan van het keizerschap en de Spaanse troon kwam Karel V op zijn laatste reis naar Laredo om door te reizen naar Yuste. Het zou de enige plaats zijn geweest in zijn rijk waar de zon nooit onderging, waar hij van het leven had genoten. Tijdens de jachtpartijen in de bossen van Extremadura.

img_7710In 1556 stond alleen de bisschop van Salamanca de keizer op te wachten, nu werd hij verwelkomd door duizenden toeschouwers, waaronder de president van Cantabrië, Miguel Angel Revilla. Een bijzondere man, die van zijn hart geen moordkuil maakt. Karel V moest weten dat hij een landgenoot was van Angela Merkel, en dat zijn verre nazaten als Juan Carlos en zijn schoonzoon de titel van koning weinig eer hadden aangedaan. Kijkend naar het strand, waar het schip van Karel V lag aangemeerd, dwaalden mijn ogen af naar de overkant van de baai, naar de lichtjes van Santona. Daar, weggestopt onder de stenen vloer van de kerk van het Capucijnerklooster ligt Barbara Blomberg begraven. De geliefde van de keizer. Zij die hem de prins Jan van Oostenrijk schonk. Karel V was pensioando, maar nog lang geen 65. Hij paste er voor om in zijn harnas te sterven. Wellicht wilde hij na een leven van oorlog voeren nog een paar jaar van het leven genieten. Dat hij daarvoor naar Spanje kwam was een logische keuze. En eigenlijk had hij daarvoor gewoon in Cantabrië kunnen blijven.