De leeuw brult niet meer

25/11/2016

023

Gorka schudt met zijn hoofd. Getooid met een txapela, de Baskische baret en knagend op een stokbrood belegd met varkenslapjes, druipt de verveling van zijn gezicht. Saai vindt hij het. En hij heeft het niet over het spel op de grasmat, waar Athletic niet kan en Villareal, toch vierde op de ranglijst, niet wil. Het lijkt of de gele onderzeeër, de bijnaam van de club, siësta houdt op een koraalrif. Maar Gorka heeft het niet over het tamme onderonsje op het veld. Hij wijst naar de tribune. De leeuw brult niet meer. De tijd dat de tegenstander met knikkende knieën het veld op kwam, bang om door het temperament van de leeuwen van Athletic van het veld te worden geblazen, lijkt voorbij te zijn. Spreekwoordelijk stond de thuisclub in die tijd voor het eerste fluitsignaal dan al met 1-0 voor.  In het nieuwe San Mamés wil die sfeer maar niet terugkomen. Wat is dat toch met nieuwe stadions. Het overkwam Ajax in de Arena, Atletico de Madrid vreest dat het ook daar gaat gebeuren als de club aan het einde van het seizoen Vicente Calderón gaat verlaten en in Bilbao haalt het gebrek aan passie op de tribune zelfs de kranten. Zit het tussen de oren of de lichtmasten. Zelfs in Bilbao wordt nu gesproken over het creeëren van sfeervakken. Vanuit die vakken moet de rest van het stadion weer wakker worden geschud. Onbegrijpelijk vindt Gorka het, al is ook bij hem de 021passie ver te zoeken. Een keer schreeuwt hij ´cojones´, als de scheidsrechter in zijn ogen een verkeerde beslissing neemt.

Juist de hechte band tussen de spelers op het veld en de supporters op de tribune was altijd het geheime wapen van de club. Vijf jaar geleden, toen Athletic nog in het oude San Mamés, ook tegen Villareal speelde, de foto boven deze post werd tijdens die wedstrijd genomen, schreef ik al dat bij Athletic alleen maar Basken, of spelers uit de Rioja, Navarra en Frans Baskenland in het eerste team mogen spelen. En dat schept een band. De supporters identificeren zich met de spelers die ze zagen opgroeien op het trainingscomplex van Lezama. De resultaten van dit beleid zijn terug te lezen in een ranglijst van het Zwitserse onderzoeksbureau CIES Football Observatory. Gekeken is naar spelers die tussen hun 15e en 21e jaar minimaal drie jaar bij hun club hebben gespeeld. In het lijstje van de beste vijf competities staat Athletic de Bilbao op de eerste plaats. Het percentage geeft het aantal minuten aan dat deze spelers voor het eerste team in de competitie speelden in de eerste maanden van het lopende seizoen. Het geeft een aardig beeld van de doorstroming van de jeugdopleiding naar het eerste elftal. Op de ranglijst bij alle clubs die bij de UEFA zijn aangesloten, moet Athletic twee clubs voor zich dulden. Opmerkelijk is de 48e plaats van Ajax, dat was toch de club die in heel Europa werd geroemd om de jeugdopleiding. Maar er blijkt nog heel wat werk te liggen voor Van der Sar, Overmars en kornuiten.

In de rij voor de kerstloterij

21/11/2016

img_7863

Was onlangs voor de reisorganisatie Pithos Kunst en Cultuur in Madrid. Elf dagen in hotel Regente, mooi centraal gelegen tussen de Gran Vía en de winkelstraat calle del Carmen. Elf dagen langs en door de rij op de foto boven deze post. De ene dag begon de rij in de straat van ons hotel, de andere dag sloten mensen aan uit de richting van Sol en af en toe kwam de rij vanaf de Gran Vía. Maar iedere dag stond er een rij, stonden mensen soms een uur te wachten tot ze bij de blauwe luifel waren, die nog net is te zien, helemaal rechts op de foto. Mannen van een beveiligingsbedrijf leidden de stroom mondjesmaat naar de ingang van de kiosk. Deze rij staat er ieder jaar als de herfst in Madrid guur begint te worden, zo vanaf begin november. Vorig jaar hield het satirische tv-programma El Intermedio een straatinterview bij de blauwe luifel. Aan buitenlandse toeristen werd gevraagd waarom al deze mensen in de rij stonden. Velen haalden hun schouders op. De journalist legde uit dat deze mensen afkwamen op een vacature om voor kerstman te spelen tijdens de feestdagen. Door de crisis was het aantal werklozen zo toegenomen dat zelfs de tijdelijke baan van kerstman populair was geworden.

Dit had de journalist niet aan een Spanjaard hoeven te vragen. Want iedereen weet dat de blauwe luifel van de loterijkiosk van Doña Manolita is en dat de mensen er veel tijd voor over hebben om bij haar een lot te kopen voor de Kerstloterij. Want Doña Manolita heeft in het verleden al veel mensen gelukkig gemaakt met haar loten. Rond de kiosk staan de straatverkopers die ook de loten van Doña Manolita verkopen en waar het niet druk is. Maar iedereen verkiest de rij, waarschijnlijk uit bijgeloof, maar misschien ook wel omdat de straatverkopers twee euro boven op de prijs van img_7866een lot mogen doen. Een lot kost 20 euro. Dit jaar zijn er 165 miljoen loten, een zogenaamde décimo, uitgegeven. Het totale prijzengeld dat in deze loterij omgaat is 2,3 miljard euro. Er zijn meer dan 25 miljoen winnende lotnummers. Het winnende nummer kent een hoofdprijs van 660 miljoen euro, de tweede prijs 206,3 miljoen euro en de derde prijs 82,5 miljoen euro. Maar om die bedragen te kunnen winnen, moet je wel hele series aan loten kopen. De meeste Spanjaarden houden het bij een paar decimos. En met één decimo kun je 400.000 euro winnen. Dat is ook de charme van de Spaanse kerstloterij. Het enorme bedrag aan prijzengeld komt bij heel veel mensen terecht. Vorig jaar gaven de Spaanjaarden ruim 2,5 miljard aan de kerstloterij uit. Dus ook de Spaanse schatkist wordt gespekt. 

Dat de rijen bij de loterijkiosken zo groot zijn, komt ook omdat de Spanjaarden lang aarzelen als ze eenmaal voor het loket staan. Voor deze mensen publiceerden de kranten vorige week de ´ongeluksnummers´. Bij alle trekkingen tot nu toe is het winnende lotnummer nog nooit op de cijfers 09, 10, 13, 21, 25, 31, 34, 41, 42, 43, 51, 54, 59, 67, 78 en 82 geëindigd. Daarentegen is op een lotnummer met een vijf als laatste cijfer maar liefst 32 keer de hoofdprijs gevallen. Kijkend naar de drie loten die ik deel met mijn trouwe reisgenoot en chauffeur Jorge, komen we er goed af als het gaat om de ongeluksnummers. Maar geen van de drie loten eindigt op een vijf. De kans overigens om de hoofdprijs te winnen is 1 op 85ooo. 

 

De biermagnaat van Cerezales del Condado

14/11/2016

cerezalesdelcondado-12

Bienvenido Mr. Marshall is een klassieker in de Spaanse filmgeschiedenis. Een kritiek op de Amerikaanse politiek én de Spaanse maatschappij van de jaren 50, op magistrale wijze op het doek gebracht door Berlanga. De film gaat over een klein Spaans dorpje, waar de bevolking zich opmaakt voor de komst van de Amerikanen die in het kader van het Marshallplan de Spanjaarden met pakken dollars te hulp zullen schieten. Heel het dorp staat gespannen langs de straat als de stoet auto´s van de Amerikaanse delegatie in zicht komt. Maar de auto´s rijden met een noodgang door het dorp heen, nagekeken door de verbaasde en ontgoochelde inwoners van het dorp. Op de achterkant van de laatste auto hangt een doek met de tekst ´Goodbye´. Het dorp op de foto boven deze post ligt een kilometer of twintig ten noorden van León. Daar hebben ze hun eigen Marshall, maar wel één die volgens het verhaal in El País, miljoenen zal achterlaten. De Marshall van cerezalesdelcondado-16Cerezales del Condado is Antonio Fernández. Deze Spaanse emigrant was president van de Mexiaanse bierbrouwer Modelo, die onder andere Corona op de markt brengt.  Afgelopen zomer overleed Fernández op 98-jarige leeftijd en liet een vermogen na van ongeveer 200 miljoen euro. De biermagnaat had geen kinderen, maar wel dertien broers en zussen en een heel leger aan neefjes en nichtjes, die niets over de erfenis van hun suikeroom naar buiten willen brengen. 

Antonio werd in 1917 in Cerezales geboren. Op 14-jarige leeftijd, haalde zijn ouders hem van school. Antonio moest op het land gaan werken. Vijf jaar later wachtte hem de militaire dienstplicht, in hetzelfde jaar dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. Hij werd naar de frontlinie in Teruel gestuurd, waar zich een van de gruwelijkste episode uit de oorlog afspeelde. Van de 900 soldaten die deel uitmaakten van zijn brigade, kwamen naast Antonio slechts zes soldaten levend uit de strijd. Het geluk begon hem toe te lachen toen hij descarga-1in het huwelijk trad met de dochter van een rijke emigrantenfamilie, die in Mexico fortuin had gemaakt. De oom van zijn echtgenote was eigenaar van de bierbrouwerij Modelo. Antonio vertrok naar Mexico waar hij in de fabriek ging werken. Na de dood van de oom werd Antonio de nieuwe president. Onder zijn leiding ging Corona de internationale markt op. In Spanje was de naam Corona al geclaimd door de bodega van Torres. Corona werd Coronita. Tot afgelopen zomer toen er een overeenkomt werd bereikt tussen Torres en de Belgische multinational InBev Anheuser-Busch die Modelo in 2013 had opgekocht voor 15,4 miljard euro. Een deel van dit vermogen heeft zijn weg gevonden naar Cerezales de Condado. Want Antonio Fernández heeft zijn wortels nooit verloochend. Dankzij de biermagnaat heeft Cerezales een vernieuwd waterleidingsysteem, tot 2006 hadden nog niet alle dorpelingen het hele jaar door stromend water. Fernández liet de plaza mayor, de kerk en het kerkhof opknappen en in maart zal het nieuwe culturele centrum worden geopend, dat door de lokale pers al is omgedoopt in het ´Guggenheim rural´. De stichting Cerezales, die wordt geleid door een nichtje van Fernández wist vorig jaar met verschillende tentoonstellingen al meer dan 10.000 bezoekers naar het dorp te lokken. En dat terwijl in de winter het dorp maar 29 bewoners telt.  

  

 

Lieve Lise

07/11/2016

img_7831

Het spijt me Lise. Ik hoop niet dat je erg schrok van het onverwachte flitslicht. De jongen op de voorgrond deed dat wel. Maar bij hem won de verbazing het al snel van de schrik. Hoe ik het aandurfde om een foto te nemen, dat was verboden. Maar ik stond buiten de zaal protesteerde ik. Maar je nam de foto de zaal in, weerlegde de jongen bij de ingang. Ik wilde je vangen in mijn camera, zoals jij, toen je nog maar 24 jaar oud was, werd gevangen in het barokke raamwerk dat je om je heen kreeg. En zoals je nu gevangen bent in een zaal van het Thyssenrenoir_lise_in_a_white_shawl Bornemiszamuseum in Madrid. De jongen die de kaartjes controleert als cipier bij de ingang. Je mocht op reis. Even weg uit het Dallas Museum of Art. Ik kan me niet voorstellen dat je daar ooit zult wennen. Wat moet een knap burgermeisje zoals jij uit een dorp boven Parijs in dat sfeerloze Dallas. Je bent je model voorbij gestreefd. Renoir maakte geen portret van je, maar hij schiep je, uit de spiegeling van Lise Tréhot. Zij was zijn belangrijkste model in zijn beginjaren. Tussen 1865 en 1872 poseerde ze voor hem. Op een van zijn laatste werken van haar werd jij geboren. Er wordt gezegd dat je haar huwelijkscadeau was. Vandaar de witte sjaal, als een bruidsluier. Je bent de mooiste van de 23 schilderijen die Renoir van Lise Tréhot maakte. Je kwam bij haar in de familie. En daarna nam het echtpaar Emery en Wendy Reves je mee naar Dallas. Of all places! Gelukkig blijf je nog tot 22 januari in Madrid. Als topstuk van de expositie Intimiteit lise_trehot_in_1864van Renoir. Zoals Picasso zei dat na de grotschilderingen van Altamira de decadentie in de schilderkunst intrad, zo geldt dat ook voor de expositie van Renoir. Jouw gezicht siert de eerste zaal. Alle schilderijen die de bezoeker na jouw portret ziet, zijn overbodig. Het is onmogelijk om het gezicht van je af te wenden. Die grote bruine ogen, het linker ooglid dat iets naar beneden gaat. Er zit zoveel expressie in je ogen dat het lijkt of je iets wil vertellen. Je hoofd helt licht over naar rechts. Misschien was je net bezig om je sjaal over je hoofd te leggen. Je houdt de stof met één hand vast. Ik had je graag meegenomen, het Thyssen uit, naar de overkant, langs het Prado naar het Retiropark om daar samen in een roeibootje op de vijver te dobberen.  Eenmaal verdwenen in jouw ogen is het zo makkelijk om te fantaseren.

Een jacht van 232 miljoen

12/10/2016

YATE DE LUJO , FOTO DE BORJA AGUDO, 5/10/2016

Had het gezicht van die vissers op de kade wel eens willen zien, toen in het holst van de nacht dat mysterieuze gevaarte in de haven van Getxo verscheen. Een kruising tussen een jacht, cruiseschip en onderzeeër. Waarschijnlijk moesten ze wel even slikken, helemaal omdat ze wellicht een paar dagen geleden in de krant hadden gelezen dat twee Russische gevechtsvliegtuigen langs de kust van Bilbao waren gevlogen en dat in de Golf van Vizcaya een Russische atoomondezeeër was gesignaleerd. En nu opeens dit vreemde schip, waarvan de eigenaar een Rus is. De vissers konden opgelucht ademhalen. Dit jacht is slechts het speeltje van de Russische multimiljonair Andrey Melnichenko. Hij liet het jacht dopen met de naam A, naar de eerste letter van de voornaam van zijn liefje, het Servische model Aleksandra Nikolic. Het echtpaar liet zich niet zien en dat maakte het bezoek juist zo mysterieus. Waren ze überhaupt wel aan boord?

mega-yate-a-1Het jacht, ontworpen door de Fransman Philippe Starck, is 119 meter lang. Aan boord is een zwembad, discotheek, een bomvrije suite, heliplatform en er is een geheime kamer voor het geval dat de 44-jarige Melnichenko, die een vermogen heeft van 10 miljard euro, zich schuil moet houden als bijvoorbeeld het kogelvrije glas en de veertig camera´s hun werk niet hebben gedaan. Melnichenko richtte in 1993, toen hij 23 jaar was, de Russische bank MDM op, waar zijn miljonairsvriendjes hun vermogen veilig konden onderbrengen. Daarna ging hij in zee met de staalmagnaat Popov. Op de lijst van Forbes, staat hij op de 129e plaats van meest rijke mensen ter wereld. Zijn jacht heeft hij overigens te koop gezet voor zo´n 300 miljoen euro. Hij is er een beetje op uit gekeken, nu zijn zeilschip, het grootste ter wereld en ook ontworpen door Philippe Starck, te water is gelaten.

Na twee dagen in Getxo te hebben gelegen, ging de ´A´ richting Santander. We zagen het schip langsvaren vanaf ons strand in Castro. Mijn jongens hadden geen oog voor de miljonairsschuit. Ze waren dolbij met de vlieger die papa een dag eerder had gekocht voor 12,95 euro.  

 

Voor jou..

09/10/2016

img_7162-1

Als je in een Spaanse bar zit en je bent uitgekeken op de televisie, naast je zit iemand die de krant leest en de ober is te chagarijnig om maar goedendag te zeggen, dan hoef je meestal maar om je heen te kijken om je niet te vervelen. Veel barren hebben het interieur van een etnografisch museum. Oude zwartwit foto´s van de stad, de straat of de familie, gesigneerde voetbalfoto´s, ingelijste krantenknipsels van historische gebeurtenissen, het shirt, het schoeisel of andere relieken van sportheiligen. Of zoals in bar Zuretzat waar langs de muren een hele collectie helmen hangt van de bouwvakkers die aan het Guggenheim werkten. Toen ik voor het eerst de bar binnenkwam moest ik gelijk denken aan een knekelhuis. Hier hingen geen helmen maar schedels. Bijna alle helmen zijn wit, alleen boven de ingang hangen een blauwe en groene helm van twee vrouwen die aan het Guggenheim werkten. Boven het gangetje dat naar het toilet en het eetgedeelte leidt, hangt de helm van de architect Frank O Gehry. De naam geschreven op een pleister, zoals kinderen dat doen op hun broodtrommeltje en beker die ze meenemen naar school. De ober wist of wilde me niet meer vertellen dan dat Gehry de helm had achtergelaten als dank voor alle kopjes koffie die ze hem tijdens de bouw hadden geserveerd. Waarschijnlijk was het personeel toen vriendelijker dan nu. Maar misschien lag het ook aan mijn vraag of deze helmen waren gekocht in de speciaalzaak voor de bouwsector tegenover de bar. Alle vragen die ik daarna nog stelde werden kortaf afgedaan. Met Nederlandse humor maak je in Spanje niet snel vrienden.

img_7163-1Maar het kan ook best zo zijn dat Gehry met zijn collega´s hier zijn koffie kwam drinken. De bar ligt op iets meer dan honderd meter van het Guggenheim, in de straat Iparraguirre, de straat waar de puppy van Jef Koons recht inkijkt. Misschien was het aan het einde van deze straat, aan de toen nog zestien meter hoge ´afgrond´ boven de houtopslag op de kade van de rivier´ dat de directeur van de stichting Guggenheim Thomas Krenz en Frank Gehry, toen nog adviseur van de stichting, de ingeving kregen om hier het Guggenheim te bouwen. Op de kade en onder de brug van Salvé. Gehry zou bij de opening van het museum vertellen dat toen hij de lokatie zag, zijn hand uit zichzelf het potlood over zijn aantekenboekje stuurde en dat een groot deel van de vormen van het museum tijdens dat magische moment zijn ontstaan. Het ontwerp van het museum vertelt de geschiedenis van Bilbao, het verhaal over de haven en de produktie van ijzer en staal. Wat Gehry zag op dat moment was nog geen geschiedenis, het was de realiteit. Kijkend naar de helm van Gehry probeer ik me voorstellen wat er onder deze helm en in het hoofd van Gehry zich afspeelde in die tijd. De bar waar Gehry zijn koffie dronk heet Zuretzat. Dat is Baskisch voor ´voor jou´. Misschien zei Gehry dat tegen de ober toen hij zijn helm achterliet. Hij had het ook kunnen zeggen tijdens zijn toespraak bij de opening van het museum in 1997, volgend jaar precies twintig jaar geleden. 

Was keizer Karel V de eerste pensionado?

28/09/2016

img_7703

Dacht altijd dat pensionado een Nederlands verzinsel was; een combinatie van jubilado en pensionista. Maar typ pensionado in op Google en de zoekmachine komt binnen 0,26 seconden met maar liefst 2.230.000 resultaten. En eerlijk gezegd moet ik ook het antwoord schuldig blijven op de vraag of keizer Karel V inderdaad de eerste gepensioneerde was die zijn laatste levensjaren in Spanje kwam slijten. De keizer verdween echter niet in een appartement of villa ergens aan de costa. Hij trok zich terug in een klein paleis, gebouwd tegen een klooster van de orde van Hiëronymus in Yuste, een gehucht, verscholen in de legado_de_yustebossen van Extremadura. Maar net als veel Nederlanders van nu, die de caravan volstouwen met pindakaas, hagelslag en drop, zo kwam Karel V naar Spanje met een uitgebreide hofhouding, waaronder Belgische en Duitse bierbrouwers. Er bestaat in Spanje nog altijd een donkergeel bier dat Legado de Yuste heet, en volgens een Vlaams recept wordt gebrouwen, inmiddels wel door Heineken..

De landing van Karel V op de Cantabrische kust werd vorige week weer nagespeeld bij onze buren in Laredo, van oudsher een koninklijke havenplaats, maar nu vooral een badplaats, waar half Bilbao een tweede appartement heeft om in de zomer te genieten van het kilometerslange strand. Eind 15e en begin 16e eeuw vertrokken de dochters van de Katholieke Koningen, Johanna van Castilië en Catalina de Aragón naar Vlaanderen en Engeland om in het huwelijk te treden met respectievelijk Filips de Schone en Arthur Tudor. En nadat hij in Brussel afstand had gedaan van het keizerschap en de Spaanse troon kwam Karel V op zijn laatste reis naar Laredo om door te reizen naar Yuste. Het zou de enige plaats zijn geweest in zijn rijk waar de zon nooit onderging, waar hij van het leven had genoten. Tijdens de jachtpartijen in de bossen van Extremadura.

img_7710In 1556 stond alleen de bisschop van Salamanca de keizer op te wachten, nu werd hij verwelkomd door duizenden toeschouwers, waaronder de president van Cantabrië, Miguel Angel Revilla. Een bijzondere man, die van zijn hart geen moordkuil maakt. Karel V moest weten dat hij een landgenoot was van Angela Merkel, en dat zijn verre nazaten als Juan Carlos en zijn schoonzoon de titel van koning weinig eer hadden aangedaan. Kijkend naar het strand, waar het schip van Karel V lag aangemeerd, dwaalden mijn ogen af naar de overkant van de baai, naar de lichtjes van Santona. Daar, weggestopt onder de stenen vloer van de kerk van het Capucijnerklooster ligt Barbara Blomberg begraven. De geliefde van de keizer. Zij die hem de prins Jan van Oostenrijk schonk. Karel V was pensioando, maar nog lang geen 65. Hij paste er voor om in zijn harnas te sterven. Wellicht wilde hij na een leven van oorlog voeren nog een paar jaar van het leven genieten. Dat hij daarvoor naar Spanje kwam was een logische keuze. En eigenlijk had hij daarvoor gewoon in Cantabrië kunnen blijven.

 

 

Ademloze kunst

22/09/2016

img_7669

De mensen op de foto zijn allemaal in de war. Ze lopen verbaasd rond. Bij binnenkomst zagen ze een uitgeputte toerist op de grond zitten tussen zijn bagage. Op drie tafels in het midden van de zaal zitten drie naakte vrouwen, de benen uit elkaar, zonder enige gêne. Bij de muur kijkt een verkoper uitdagend naar het publiek. De toerist, de vrouwen en de verkoper zijn échte mensen, maar ze bewegen niet. Het zijn geen straatartiesten die je een muntje kunt geven, waarna ze gaan bewegen. De mensen in deze zaal zijn levensecht, maar zullen nooit tot leven komen. Geen vlees en bloed, maar glasvezel en polyester. De drie naakte vrouwen, de toerist en de verkoper, maar ook de twee arbeiders, het meisje met het gezicht naar de muur en de oma met de baby op de arm, horen bij de expositie Hyperrealisme 1973-2016 die in het museum van Schone Kunsten van Bilbao wordt gehouden. Nog even, op maandag zullen ze de zalen weer verlaten.

img_7654 Gisteren was de laatste woensdag, de dag dat de toegang tot het museum gratis is, voor de expositie eindigt. Dat was de reden dat er in de middag een enorme rij niet alleen vóór het museum stond, maar bijna óm het hele museum. Als de mensen die aansloten, toen de rij de laan tussen de plaza de Euskadi en het park Doña Cassilda bereikte, richting het museum waren gaan staan, had de rij de ronde om het museum voltooid. Nu boog de rij af richting de plaza de Euskadi en werd er een halve kring om de Baskische schilder Ignacio de Zuloaga gevormd. Als hij zich had kunnen omdraaien op zijn voetstuk, had hij de hele rij kunnen begroeten. Maar de mensen die om hem heen stonden, kwamen niet voor zijn werk. Tenminste, deze keer niet. Iedereen kwam voor de toerist, de verkoper, de drie naakte vrouwen en de andere kunstwerken van het Hyperrealisme, een kunststroming uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Nog even snel voor het te laat was. Heel menselijk, wachten tot het laatste moment én op een dag dat het museum gratis is, dat scheelt weer zeven euro. Maar dan sta je wel met zijn allen opeengepakt rond de kunstwerken. Heel even verlangde ik naar die vijf exclusieve bezoeken aan de tentoonstelling van Jeroen Bosch in het Prado in Madrid. Al vormden de stillevens wel een mooi contrast met de gekte van de bellende, poserende, pratende en fotograferende massa. Als bakens van rust stoorden zij zich niet aan de drukte. Hieronder nog wat foto´s van de expositie.

img_7670

 

 

 

 

 

 

 

 

img_7665

 

 

 

 

 

 

img_7661

 

 

 

 

 

 

img_7676

Terug naar de Rastro

12/09/2016

img_7644

In augustus was het precies vijftien jaar geleden dat ik in deze straat neerstreek, calle de mira el rio alta. Tenminste, mijn balkon keek uit op deze straat. De ingang van het appartementencomplex lag in een straat om de hoek, in de calle del Bastero, nummer 13, de derde etage, en er was geen lift. Niet dat dat een groot probleem was, zoveel spullen had ik niet bij me. Het appartement was al ingericht en ik deelde het met twee Spaanse jongens en een Zwitsers meisje. Ik kreeg de tip dat er een kamer vrij kwam van een collega. Ik belde ergens in juni met de vraag of ik er dan in augustus kon intrekken. Er werd geen loting of selectie gehouden. Ik had gebeld en dus zou de kamer voor mij zijn, ook al zou ik er pas twee maanden later intrekken. Het appartement lag midden in de Rastro, in de wijk van de antiekmarkt die iedere zondag wordt gehouden. In de wijk wemelt het van de antiekzaakjes. Op zondag zetten de eigenaars veel spullen op straat om kopers te lokken.

Uren bracht ik door op het balkon om te lezen over Spanje, maar ook om naar Spanje te kijken en te luisteren. Ik zal nooit meer vergeten hoe op een dag een meisje vanaf het balkon aan de overkant van de straat aan me vroeg hoe laat het was. Ze was rond de veertien jaar. Ze had een prachtig gezichtje met donkere ogen en lang zwart haar. Ze was ongetwijfeld van Andalusische afkomst, want in de wijk woonde een grote Andalusische gemeenschap. Toen ik haar de tijd vertelde, bedankte ze me met een sierlijk en sensueel handgebaar waarmee Carmen de hele tabaksfabriek in vuur en vlam had kunnen zetten. Vanaf het balkon hoorde ik uitgebreide wedstrijdanalyses van de oude mannen van de antiekwinkels over vooral Atlético Madrid, want dat was de club bij ons in de buurt. Mijn Spaanse huisgenoten heetten Nacho en Pipo, die laatste naam was een bijnaam, zijn eigenlijke naam heb ik volgens mij nooit geweten. De Zwitserse vriendin van Pipo studeerde Kunstgeschiedenis. Nacho zocht in die tijd zijn weg in de wereld van het theater. img_7640Jaren later,  nadat ik al was vertrokken uit de Rastro kwam ik hem tegen tijdens een zapronde langs de Spaanse televisiekanalen. Hij had de rol van conciërge in een humoristische serie. De afgelopen weken speelde hij in een theater om de hoek bij het hotel waar ik dankzij Jeroen Bosch een kleine maand mocht doorbrengen. Na afloop van een van de voorstellingen wachtte ik hem op bij de artiesteningang. Toen hij naar buiten kwam, herkende hij me onmiddellijk. Hij woonde niet meer in hetzelfde appartement. Pipo en Melany waren naar Luxemburg verhuist, vertelde hij me. We zouden elkaar nog wel een keer tegenkomen op de Rastro om een biertje te drinken. De Rastro is na vijftien jaar niets veranderd. Net zo min als de Spaanse gewoonte  om afspraken niet in een agenda vast te leggen, maar spontaan te laten gebeuren. Dus wie weet zal ik Nacho over een jaar of vijftien tegenkomen op de Rastro.

Tot de Kerst er op volgt

07/09/2016

img_7639

Met zoveel politie rond het gebouw van de Tweede Kamer leek het even of Spanje opnieuw werd getroffen door een staatsgreep, 35 jaar na de couppoging van Tejero. Maar het waren veiligheidsmaatregelen voor de politici die er in het parlement maar niet in slagen om een regering te vormen. Na de verkiezingen, vorig jaar in december lukte het al niet en na de laatste verkiezingen die op 26 juni werden gehouden, dreigt het weer te mislukken. De Spaanse koppigheid, waar ik al eerder over schreef,  steekt weer de kop op. Eerst denk je nog dat er een geniale strategie zit achter dit politieke schaakspel, maar na weer een debat van over en weer modder  gooien, is wel duidelijk dat de politieke leiders vooral bezig zijn om elkaar af te branden. Na de verkiezingen  in december probeerde de socialistische leider Pedro Sánchez een coalitie te vormen, maar de PP hield dat tegen. Na de laatste verkiezingen nam Rajoy het initiatief en was het de PSOE die dwars zat. Misschien moet er toch maar weer een Tejero het parlement binnenstormen om de heren politici te gijzelen tot ze er wel uit zijn.

Nu het politieke spectrum bestaat uit vier partijen moet in Spanje voor het eerst een grote coalitie worden gesloten om een regering te kunnen vormen. Het probleem is echter dat de partijen daar geen ervaring mee hebben. En waarschijnlijk zit ze ook de Spaanse koppigheid in de weg. Toegeven in de onderhandeling wordt gezien als img_7635verraad naar de achterban. Het lijkt erop dat óf de leider van de PP, Mariano Rajoy, óf de socialistische leider Pedro Sánchez het veld moet ruimen, zodat er een doorbraak kan worden geforceerd. In het redactionele commentaar riep de krant El País beide leiders op om een stapje terug te doen. Om de politieke druk wat op te voeren had Rajoy de politieke kalender zo opgesteld dat wanneer er in de komende periode geen regering wordt gevormd, de derde verkiezingsronde wordt gehouden op Eerste Kerstdag, 25 december. Pas in oktober zal er opnieuw in het parlement worden gestemd over het vormen van een regering.

De politieke leiders blijven met elkaar praten, gisteren deden Rajoy en Sánchez dat gedurende tien(!) minuten om tot de conclusie te komen dat ze er niet uit zullen komen. Er wordt nu gewacht op de uitslagen van de regionale verkiezingen in het Baskenland en Galicië, die op 25 september worden  gehouden. En al die tijd zullen de politieke verslaggevers zich uren ophouden bij de ingang van de Tweede Kamer om in de bij 37 graden smeltende microfoon hypocriete, nietszeggende woorden als dialoog en voor het Spaanse volk op te slurpen.