Sneeuwpop onder een palmboom

01/03/2018

 

Of wat er nog van over is. Een ééndagssneeuwpop. Gisteren gebouwd en vandaag al weer bijna helemaal gesmolten. Gij zijt water en gij zult tot water wederkeren. Achter de sneeuwpop stroomt het vloeibare overschot richting de bron, de Cantabrische zee. De sneeuwpop staat op de plaats waar we zondag nog heerlijk op het terras zaten, genietend van een txakoli, de Baskische witte wijn. Maar op woensdagochtend bereikte ´the Beast from the East´ onze kust en lag er in een mum van tijd een flink pak sneeuw. Maar vandaag steeg het kwik alweer naar de zeventien graden. Zo snel kan het weer hier omslaan. Een paar weken geleden zei iemand op straat, nadat het dagen achter elkaar had geregend en we eindelijk weer eens van een voorjaarsdag konden genieten, dat Castro Urdiales een microklimaat heeft. Maar daar hebben we deze winter weinig van gemerkt, ook al staan er sinaasappelbomen in de straat en palmbomen in tuinen en parken. Het is een natte winter met veel regen, maar sneeuw was er al jaren niet gevallen. Zes jaar geleden, toen we nog maar net in Castro Urdiales waren neergestreken, vielen er wat vlokken uit de hemel. Maar die deden dat zo aarzelend dat ze al waren gesmolten voor ze de grond bereikten. In de hal van ons appartementencomplex hangt een foto van de laatste hevige sneeuwval in ons dorp, maar niemand die kan vertellen, wanneer dat precies is geweest. Het doet er ook niet toe. Woensdag konden de kinderen de hele ochtend van de sneeuwpret genieten. De scholen bleven gesloten, niet eens zozeer omdat het te gevaarlijk was om naar school te gaan, maar vooral omdat iedereen van dit zeldzame verschijnsel wilde genieten; jong en oud.

 

Anuncios

Het huis van mijn vader

24/02/2018

Waar was ik toen, vroeg ons tweede zoontje toen hij een babyfoto van zijn anderhalf jaar oudere broertje zag. In onze gedachte, antwoordde zijn moeder. Dezelfde vraag kwam in mij op, toen ik onlangs bovenstaande foto op Facebook zag. Een luchtfoto van mijn geboortedorp Beesd uit 1960. Het huis waar mijn wieg stond is te herkennen boven in de foto in de rechterstraat van het rechthoek van vier straten, ter hoogte van de t-splitsing. Je moet er wel voor inzoomen om het te kunnen zien. Vier huizen op een rij, waarschijnlijk nog in aanbouw, want mijn ouders trokken er in 1964 in. Een typisch huis volgens de architectonische normen uit die tijd; rijtjeshuis en doorzonwoning. Waar was ik, toen deze foto werd genomen. Het zou nog tien jaar duren voor ik in huis kwam. Een paar jaar geleden zetten we het huis in de verkoop. Toen ik dat tegen Baskische vrienden vertelde, fronsten sommigen hun wenkbrauwen. Want voor veel Basken is een huis een bezit voor de eeuwigheid. De dakpan is het symbool voor eigendom. Toen het huis werd leeggehaald, begreep ik de Baskische reactie nog niet. Dat begrip kwam wel toen jaren later het huis werd verkocht en er al snel een grote afvalcontainer in de voortuin stond. Na materieel bezit werd nu de ziel uit het huis gesneden. Het huis zou nooit meer hetzelfde zijn. Vertrouwde hoekjes verdwenen, tussenmuren werden geslecht, en de telefoon met de draaischijf aan de muur bij de trap zal er waarschijnlijk ook niet meer hangen.

Overigens zal de Bask zonder problemen afstand doen van zijn appartement, zoals die torenhoog in de plaatsen tussen de bergen staan. Eibar is daar een mooi voorbeeld van, een plaats aan de snelweg tussen San Sebastián en Bilbao, waar alleen  appartementenblokken van elf of twaalf verdiepingen staan, omdat er geen ruimte is voor laagbouw. Als de Bask het over zijn huis heeft, heeft hij het over zijn etxea, een landhuis of boerderij. Die blijven voor eeuwig familiebezit. De bewoners stellen zich niet voor met hun achternaam, maar met de naam van hun huis. Of het huis is de achternaam geworden, zoals bij Etxaberria, wat Nieuwhuis betekent. Zelfs de voornaam Xavier is afgeleid van Etxaberria. De Baskische poeet Gabriel Aresti schreef in het Baskisch een mooi gedicht over het Baskische huis, de etxea. Hieronder een vrije vertaling. 

Ik zal het huis van mijn vader verdedigen,

tegen wolven, tegen de droogte, tegen woekerpraktijken, tegen de wet

Ik zal het huis van mijn vader verdedigen

al zal ik het vee, de moestuinen, de pijnbomen verliezen

al zal ik de rente, de opbrengsten, de dividenden verliezen

toch zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ze kunnen mijn wapens afnemen, en met mijn handen zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ze kunnen mijn handen afhakken en met mijn armen zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ze kunnen me zonder armen, schouders en borstkast laten en met mijn ziel zal ik het huis van mijn vader verdedigen

Ik zal dood gaan, mijn ziel zal verloren gaan, mijn nageslacht zal verdwijnen

maar het huis van mijn vader zal er altijd blijven staan

 

Elsje mag misschien even naar huis

03/02/2018

Het is een bericht dat regelmatig opduikt in de pers. Elche wil zijn dame terug. La Dama de Elche, hiernaast op de foto. Elsje noemen wij reisleiders haar in vakjargon. Het is een beeld uit de tijd van de Iberiërs dat werd gemaakt tussen de vijfde en vierde eeuw voor Christus. Eind 19e eeuw werd ze gevonden in Elche en aangekocht door het Louvre. In 1941 bij een ruil van kunstwerken tussen het Franse Vichy regime en het Spanje van Franco kwam het beeld naar Madrid. Haar eerste onderkomen was het Prado en sinds 1971 staat ze in het archeologisch museum in de hoofdstad. Nu buigt een politieke commisie zich over het voorstel om de Dame van Elche in 2019 tijdelijk uit te lenen aan haar stad in de provincie Alicante. Maar dat is voor de lokale politici niet voldoende. Zij willen dat Elsje definitief naar huis komt. Vorig jaar zomer was de buste in het nieuws toen een bezoeker ontdekte dat er een mier over haar voorhoofd kroop, terwijl ze toch in een hermetisch afgesloten vitrine staat. 

Het belangrijkste argument om de Dame in Madrid te houden is het universele karakter van het kunstwerk. Iedereen moet het kunnen bewonderen. En dat lukt beter in Madrid dan in Elche. Al zijn het vooral de Spanjaarden zelf die het Iberische beeld weten te vinden. De buitenlandse toeristen komen natuurlijk vooral voor de schilderijen van het Prado, Thyssen en Reina Sofia naar Madrid. Velen zullen het bezoek cultureel te zwaar vinden. Het kostte mij ook moeite om naar binnen te gaan nadat het museum na een grootscheepse restauratie die zes jaar in beslag nam, in 2014 weer openging. En dat zegt een reisleider die culturele reizen begeleidt. Het eerste excuus om niet naar binnen te gaan was de grote groep scholieren die voor mij naar binnen ging. De tweede keer dat ik ´s ochtends het plan had gemaakt om het museum in de middag te bezoeken, had ik iets te stevig geluncht en geen puf meer voor het bezoek.

Spanje in de Romeinse tijdBij een archeologisch museum denken we vaak aan lange rijen vitrines met botjes, potjes, munten, etc. Daarom was het ´nieuwe´archeologisch museum een verrassing voor me. De eerste verrassing was om op een video over de geschiedenis van de Romeinen op het Iberisch schiereiland te zien dat mijn woonplaats Castro Urdiales een van de eerste drie Romeinse havens was aan de noordkust, toen nog onder de naam Flaviobriga; een samenvoeging van de woorden Flavio, de naam van de stichter, de Romeinse keizer Titus Flavius Vespasianus, en Briga, het woord dat de Romeinen gebruikten als ze zich vestigden op een plaats, waar al een inheemse nederzetting was. De tweede verrassing was de overzichtelijke opstelling van de objecten en de duidelijke route door de Spaanse geschiedenis. Maar de grootste verrassing was misschien wel het enorme kleurenspektakel van de Romeinse mozaieken, de Moorse bogen en romaanse altaarstukken. Ik had het museum al eens voor de verbouwing bezocht, maar met deze nieuwe inrichting lijken al die stukken uit de rijke Spaanse geschiedenis beter tot hun recht te komen. Mijn favorieten blijven de prachtige kronen van de visigotische koningen, waaraan de letters van hun naam bungelen. Oh ja, en de Dame van Elche mogen we natuurlijk niet vergeten.

 

Een kok die speelt met vuur en ijzer

27/01/2018

Op de top van Anboto. Aan de voet van deze 1300 meter hoge berg ligt het dorp Axpe. Op de foto zijn in de vallei nog net wat huizen en boerderijen zichtbaar. Mijn vrienden wezen me boven op de bergtop op dat dorp omdat daar in een boerderij het restaurant Etxebarri is ingericht. Je kunt er van alles van de grill eten, maar je moet wel geld meenemen. Dat klinkt als een understatement, maar als een Bask dat zegt, dan betekent dat heel veel geld. Een Bask zal niet snel zeggen dat iets duur is, als de kwaliteit er maar naar is. En inderdaad, op de site van het restaurant prijkt een gemiddelde menuprijs van 176 euro, exclusief de drankjes. Maar dan eet je wel in een exclusief restaurant. Vorig jaar eindigde Etxebarri op de zesde plaats van de lijst van vijftig beste restaurants van de wereld, The World´s 50 Best. De lijst wordt jaarlijks opgesteld door het Engelse tijdschrift Restaurant. Dit jaar zal de prijsuitreiking in Bilbao plaatsvinden.

Het is opmerkelijk dat Etxebarri nog niet is bekroond met een michelinster en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom dit restaurant niet zo bekend is als de restaurants in en rond Bilbao die die sterren wel hebben, zoals Nerua in het Guggenheim, Etxanobe in Palacio Euskalduna, Mina, Zortziko, Zarate, en Azurmendi. Waarschijnlijk zou eigenaar Bittor Arginzoniz zijn schouders ophalen als hem naar dit feit zou worden gevraagd. Hij groeide op in de boerderij dat nu zijn restaurant is. Hij leerde het vak thuis in de keuken en ging niet in de leer bij andere koks. Zijn succes is dat hij trouw bleef aan de Baskische wortels van de kookkunst. En daarin staat het zogenaamde kilometer nul punt centraal. De ingedriënten moeten niet van ver worden gehaald. Hij gaat zelf naar vissersplaatsen als Ondarroa, Bermeo of Santoña om daar bij de visafslag de beste exemplaren te selecteren. Op het land bij zijn boerderij grazen buffels die hij uit het Italiaanse Lazio liet over komen voor de mozarella. Hij heeft zijn eigen kippen, zodat er iedere dag verse eieren zijn en de tuin met groenten en fruitbomen is de schatkamer van zijn restaurant. In de keuken zijn de verschillende vormen van grills en pannen een belangrijk onderdeel van zijn succes. Een grill van titanium voor kroketten, een pan in de vorm van een zeef voor peulvruchten en eendenmosselen. Maar het is vooral het oog van de vakman, die speelt met het aroma van de gerechten en de hitte die afstraalt van de verschillende soorten houtskool om de smaak van de gerechten zo optimaal mogelijk te laten zijn.  

Ik, Jordaan Petrus Valen

20/01/2018

Als gedoopte Nederlander in Spanje heb je het niet makkelijk. Dat klinkt vreemd in een land waar de katholieke kerk nog altijd een belangrijke rol speelt in de maatschappij. Het zijn ook niet de priesters die ons het leven soms onnodig ingewikkeld maken, maar de Spaanse bureaucraten en andere baliemedewerkers. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn ouders het de Spaanse ambtenaren ook niet makkelijk hebben gemaakt. Bij mijn doop kreeg ik de voornamen Jordaan Petrus, maar mijn roepnaam werd Danny. Het fenomeen roepnaam is onbekend in Spanje. Ik heb het wel eens zien vertaald als nombre de pila, maar een pila is het doopvont en daar krijg je juist je doopnaam. Roepnaam zou je in het temperamentvolle Spanje nog het beste kunnen vertalen als nombre a gritar. Veel Spaanse roepnamen komen uit de bijbel. Jezus, Jozef, Paulus, er zijn  meisjes die Belén heten, dat kerststal of Bethlehem betekent. Het probleem van mijn namen begint al met het feit dat de eerste letters van mijn doopnamen niet overeenkomen met de eerste letter van mijn roepnaam. En omdat je in Spanje overal formulieren moet invullen en je identiteitskaart moet laten zien, ben ik steeds minder Danny en steeds meer Jordaan Petrus. Overigens spreken de Spanjaarden, ik doe er zelf ook aan mee, mijn naam uit als Dani en dat is de afkorting van Daniel. Je zou er een identiteitscrisis aan over houden. 

Een ander probleem voor de Nederlander in Spanje is dat hij maar één achternaam in zijn paspoort heeft staan, terwijl de Spanjaard er twee heeft. Veel baliemedewerkers willen dat alle vakjes worden ingevuld. De medewerker van onze gemeentelijke sporthal loste dat heel creatief op, zoals op de foto boven deze post is te zien. Mijn achternaam zou in Spanje eenvoudig moeten zijn. Geen Van der of een achternaam die met Sch begint. Het is zelfs een Spaans woord. Valen, van valer, waard zijn. Degenen die Spaans spreken en dus weten dat de v in het Spaans als een b wordt uitgesproken, kan ik verzekeren dat het grapje van Balen niet origineel is. Vale, zonder n is in Spanje ook een stopwoord, zoals wij okay, of, wat mijn Peruaanse geliefde altijd opvalt, ons instemmende jajajaja. Toen ik net Spaans sprak en telefonisch een hotelreservering in Barcelona maakte, zei de recepcionist nadat ik mijn naam had doorgegeven, vale. Met het idee dat hij mijn  achternaam wilde checken, zei ik instemmend, si Valen, waarop hij opnieuw vale zei. Zo slingerde mijn achternaam een tijdje heen en weer door de telefoonlijn.  

Op de foto is ook te zien dat een letter a in mijn voornaam is gesneuveld. De Spanjaard kent geen dubbele klinkers en de naam Jordan kent hij wel als achternaam. Vaak denkt de Spanjaard als hij mijn voornamen ziet dat ik uit Roemenië kom. Maar als je dan zegt dat je uit Holanda komt, krijg je weer de vraag of dat hetzelfde is als Paises Bajos. Als we in Spanje bij een invulformulier op internet op zoek gaan naar de naam van ons land, moeten we zowel bij de P als bij de H kijken. Ooit was ik op het postkantoor voor postzegels voor een brief naar Nederland. Toen de postbeambte, die klaarblijkelijk veel had gelezen over de Tachtigjarige Oorlog, zag dat ik onder de woonplaats, Paises Bajos had gezet vroeg hij of de brief naar Nederland of België ging. Dezelfde man weigerde me overigens een paar weken geleden een aangetekende brief te overhandigen die was gericht aan D. Valen en niet aan J.P. Valen. 

 

De duivelsbocht

13/01/2018

Op het eerste gezicht lijkt dit een foto van een mooie kustlijn. Maar als je gaat inzoomen naar de inham waar het water het land raakt, blijkt dit niet zomaar een indrukwekkende natuurplaat te zijn, maar een dramatische nieuwsfoto. Op 2 januari, een busongeluk in Peru, 25 doden. De bus ligt op zijn kop in die inham, na een val van honderd meter vanaf de weg. Helemaal boven op een smalle strook zien we wat verkeer. Dit gedeelte van de weg heet de duivelsbocht. Daar ramde een vrachtwagen de bus, die vervolgens van de weg schoot en zich in de diepte stortte. Over deze weg zijn we met de familie twee of drie keer gereden. De laatste keer, twee jaar geleden op weg van Lima naar Tumbes, de grensplaats in het noorden van Peru, een busrit van 22 uur die bijna helemaal langs de kust gaat. Nooit geweten dat dit stuk van de route, onderdeel van de Panamerikaanse weg, zo gevaarlijk is en dat is maar goed ook. De enorme diepte zie je ook niet vanuit de bus. Het moet ongeveer op deze hoogte zijn geweest, dat wij van een prachtige zonsondergang genoten, zoals te zien is op mijn foto.  Een busongeluk is niet uitzonderlijk in Peru, en niet alleen op de kustweg ten noorden van Lima. Ook op de wegen door het Andesgebergte gebeuren regelmatig ongelukken waar doden en gewonden bij vallen. Op mijn eerste busreis door het Andesgebergte van Lima naar Huánuco, de woonplaats van mijn schoonouders, moesten we bij het instappen een vingerafdruk plaatsen op een papier waar de stoelnummers waren ingetekend. Toen verbaasde me dat nog. De ongelukken worden niet eens veroorzaakt door de slechte kwaliteit van de wegen, de hoofdwegen zijn bijna overal in vrij goede staat. Het gevaar schuilt in de geografische ligging van de wegen. Het maakt nogal uit of een bus die van de weg raakt in een greppel verdwijnt of honderd meter lager aan de voet van een berg of een klif. Ook factoren als beschonken chauffeurs of chauffeurs die al uren achter het stuur zitten, een rijtijdenbesluit bestaat volgens mij niet in Peru, spelen een belangrijke rol. Daarnaast is de bus de belangrijkste vorm van transport. Veel Peruanen hebben geen auto en kunnen een vliegticket niet betalen. Het aanbod van verschillende particuliere busondernemingen is groot. De bussen voor de lange afstanden zijn comfortabel, zeker als ze over de zogenaamde cochecama beschikken, een brede stoel, waarvan je de rugleuning bijna horizontaal kunt klappen, zonder dat degene die achter je zit aan beenruimte verliest, zelfs lange Nederlanders niet. Er worden films vertoond en de maaltijden en drankjes zijn inbegrepen. Met deze details proberen de busondernemingen zich te onderscheiden en maken ze reclame. Ze vertellen er alleen niet bij over wat voor soort wegen hun bussen gaan. 

Wachten op Carmen

06/01/2018

Op deze foto liet Bruno zich nog van zijn mooiste kant zien. Een regenboog boven de kapel van Santa Ana, de golven die hoog opspatten tegen de rotsen achter de middeleeuwse brug. Niet veel later trakteerde Bruno ons op een enorme regen- en hagelbui. Deze foto stuurde mijn goede vriend Carlos, eigenaar van La Noche, de gezelligste nachtkroeg van ons dorp Castro Urdiales. Carlos is geen nachtbraker die het daglicht niet kent. Dat laat deze prachtige foto duidelijk zien. Carlos kwam net uit de parkeergarage en ik liep op hetzelfde moment langs het strand, zie de foto hieronder, toen Bruno ons gezelschap kwam houden. Bruno is de naam van de tweede cyclogenesis die net voor het einde van het oude jaar kwam langsrazen. Ana ging hem begin december voor. Haar bezoek moest ik missen, omdat ik uitgerekend dat weekeinde de Nederlandse sneeuwoverlast mocht meemaken.  Ana en Bruno, sinds begin december hebben de winterstormen in Spanje een naam gekregen, zoals bijvoorbeeld de orkanen in het Caribisch gebied. Het initiatief werd genomen door de nationale weerinstituten van Portugal, Spanje en Frankrijk. Door de storm een naam te geven willen de weerstations de mensen allerter maken op de gevaren van zware windstoten en hoge golven. Alsof de naam cyclogenisis explosiva, de overtreffende trap van zwaar noodweer, niet angstaanjagend genoeg is. Als de weercode oranje of rood is, krijgt de cyclogenesis, een vorm van cycloon die regelmatig terugkeert, een jongens- of meisjesnaam, gegeven door het land dat als eerste het weeralarm afkondigt. Vanaf volgend jaar zullen de drie landen gaan samenwerken met Engeland en Ierland die al twee jaar hun stormen een naam geven. Of het allemaal veel zal helpen is maar de vraag. Bruno eiste twee mensenlevens. Deze week was bij ons de boulevard langs het strand afgesloten vanwege springvloed. Maar toch liepen er gewoon mensen over de boulevard én over het strand. Hoeveel mensen worden niet verrast door verradelijk hoog opspattende golven als ze net een foto willen maken. Na Ana en Bruno is het nu wachten op Carmen en dat is ook niet echt een naam die angst inboezemt, net zo min als onze favoriete weervrouw van Antena3, Himar González. Zij is zó lief dat ook al zou ze een orkaan aankondigen die de hele aardbol uit het universum zou blazen, dan nog zou je het idee hebben dat ze je voor morgen een prachtige lente belooft. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het mooiste kerstcadeau

28/12/2017

Het cadeau was niet voor mij, ik was de weldoener van het geschenk. Het is natuurlijk een tikkeltje arrogant om dan te zeggen dat het het mooiste kerstcadeau is. Het was ook een weinig origineel cadeau, want de ontvanger had er al tientallen van. Maar ik was blij dit cadeau eindelijk te kunnen weggeven. Een paar dagen voor Kerst kwam een koerier mijn rolstoel en looprek ophalen om terug te brengen naar het revalidatiecentrum in Toledo. Een geschenk in de vorm van een donatie, want beide voorwerpen waren eigenlijk mijn bezit. Op de publicatieborden in Toledo wemelt het van de advertenties van opgelapte patienten die hun rolstoel te koop aanbieden. Het is niet erg etisch, merkte mijn therapeute op, toen ik vroeg of ik mijn rolstoel ook op het Spaanse Marktplaats kon zetten, als er een dag zou komen dat ik hem niet meer nodig had. Sinds half oktober stond hij werkeloos in de hal, het looprek leunde er niet veel later tegenaan. Met rolstoel en looprek vertokken ook de herinneringen aan de zeven maanden dat ik in die rolstoel zat. Hoe ze me de eerste maanden met een kraantje in en uit de rolstoel moesten takelen, hoe ik me vast reed tegen iets te hoge stoepranden. Ook de krukken blijven inmiddels thuis in de hoek staan en gaan alleen nog mee de straat op. En soms blijft een kruk binnen. Soms voel ik me als een kuiken dat zijn vleugels uitslaat in een nest hoog in een boom en langzaam los komt van het nest. Maar ook weet dat het nest twintig meter boven de grond hangt en dat zolang de vleugels niet sterk genoeg zijn het veiliger is om de vliegoefeningen boven het nest uit te voeren. Daarom blijft krachttraining belangrijk, op het strand, in het zwembad en de sportschool, waar bleek dat ik aan mijn heup-lendespier moet werken. Spierstelsels waarvan ik het bestaan niet eens wist. Het herstel houdt niet op bij het kunnen lopen zonder krukken. Alle spieren zijn als een doorgeprikte balon leeggelopen en er moet weer lucht in worden geblazen. Een mooi voornemen voor 2018.

Wiel Coerver in Arrigoriaga

18/12/2017

In de groepsapp van de Nederlanders in het Baskenland verscheen opeens dit bericht. Wiel Coerver kwam naar Arrigoriaga. Uiteraard, niet persoonlijk. De Einstein van het voetbal, zoals hij op zijn pagina van Wikipedia wordt genoemd, overleed in 2011 in zijn geboorteplaats Kerkrade. Maar de trainingsmethode van de oud-trainer van ondermeer Feyenoord, met wie de club de Uefacup won, leeft nog steeds voort. Zijn voetbalfilosofie kwam afgelopen zondag voor het eerst naar het Baskenland, naar Arrigoriaga, een klein plaatsje iets ten zuiden van Bilbao. Ik keek er van op dat voetbalminnend Arrigoriaga op de hoogte was van het bestaan van de erfenis van Coerver én dat zijn voetbaltrainingen nog steeds navolging vinden. Als ik het me goed herinner was ik zelf E of D-pupil toen we voetballes kregen volgens de ideeën van Coerver. En dat is toch al weer heel wat jaren geleden. De Limburger zal zich in zijn graf omdraaien als hij het voetbal van nu ziet. Spelers die meer tijd doorbrengen in het krachthonk dan op het voetbalveld en trainers die dezelfde spelers als marionetten behandelen. ‘ Voetballen doe je voor 20% met je hoofd, 20% met je benen en 60% met je hart. Dus speel altijd met je hart’, was één van de uitspraken van Coerver. 

Basken voetballen zeker met hun hart, maar niet volgens de zienswijze van Coerver. Het is vooral met Engels opportunisme dat op de Baskische velden is te zien. De basiselementen van de Coerver filosofie; baas over de bal worden, snel voetenwerk, dribbelen en drijven, kappen en draaien, schijbewegingen en paseerbewegingen, het zal een cultuurschok zijn geweest voor de voetbaljeugd die afgelopen zondag afkwam op de open dag in Arrigoriaga. Maar toch, al zullen weinig Baskische voetballers slagen op de voetbalschool van Coerver, de autonome regio heeft vier afgevaardigden in de Spaanse competitie. Athletic de Bilbao en Real Sociedad, die nog in Europa actief zijn, Alavés uit de Baskische hoofdstad Vitoria-Gazsteiz, dat vorig jaar doordrong tot de finale van de Spaanse voetbalbeker en Eibar. deze club is de grootste verrassing. De club promoveerde drie jaar geleden naar de Spaanse hoogste klasse en speelt in een stadion waar slechts plaats is voor 7000 toeschouwers. Afgelopen weekeinde won Eibar in eigen huis met 2-1 van nummer twee Valencia, geheel volgens de Baskische voetbalfilosofie; hartstocht en een tomeloze inzet. 

Een weekeinde in een verlaten dorp

03/12/2017

Op dit bankje is het al heel lang stil. Maar als je lang naar de foto kijkt, zie je het beeld verschijnen. Drie of vier oude mannetjes bij elkaar, keuvelend, een met zijn kin leunend op een stok. Ze zijn al jaren geleden naar het kerkhof gebracht, net buiten het dorp. We zijn in Justel, een dorp in het noorden van de provincie Zamora, gelegen in een vallei tussen de bergketens van Culebra en La Cabrera. Uitgenodigd door Lorenzo, een vriend van wie zijn ouders uit dit dorp komen. Het is een typisch Spaans verlaten dorp, waarvan er veel in Spanje zijn. Ongeveer de helft van alle gemeenten in Spanje staat leeg. Leeg wil zeggen dat er minder dan 250 inwoners zijn. Justel heeft nog vijftien vaste bewoners. Alleen al door onze komst, met drie kinderen, steeg voor een weekeinde het inwoneraantal met een kwart. In de zomermaanden komt het dorp tot leven als de emigranten, hun kinderen of kleinkinderen weer terugkeren. De ouders van Lorenzo verlieten het dorp om in Bilbao het geluk te beproeven, zijn oom Pepe ging naar Duitsland en is nu een van de vijftien bewoners die leeft van een goed pensioen dat hij opbouwde in Duitsland . Hij hoeft niet zo nodig naar de grote stad, zoals zijn dochter die met haar gezin in Valladolid woont. Onze vriend Lorenzo legt regelmatig de achthonderd kilometer heen en terug af terug af om als erfgenaam het bezit van zijn familie te onderhouden. Vier woningen en wat hectaren terrein. Maar het is allemaal niets waard. Voor 8000 euro koop je hier een groot huis met twee verdiepingen en een tuin. Ooit verbouwde zijn ouders een hooiberg, niet een zoals wij die kennen op houten palen, maar een stenen schuur, tot woning. Daar logeerden we het afgelopen weekeinde. Een dak boven het hoofd, een bed, een open haard, én proviand, in dit geval de grote lappen vlees die Lorenzo vanuit Castro had meegenomen, was voldoende voor een heerlijk weekeinde. Op zaterdagochtend liet Lorenzo ons het dorp zien. De woning van zijn grootouders, de kerk van Santiago, waar zijn opa van de toren sprong, toen hij het leven na te zijn getroffen door een beroerte, niet meer zag zitten. We maken kennis met wat bewoners die blij zijn om in dit jaargetijde weer eens kinderen te zien. Angelina wijst naar de berg van Cabrera net buiten het dorp en vertelt dat ze daar als jong meisje voor 25 pesetas per dag pijnbomen moest planten. De jongens mogen mee naar het grote kippenhok achter in de moestuin om te kijken of de kippen eieren hebben gelegd. In het gebergte van de pijnbomen van Angelina is het grootste reservaat van wolven van Spanje. Een van de toeristische trekpleisters net buiten het dorp. Op zo´n veertig kilometer afstand lig het meer en het dorp van Sanabria, waar in de zomer ook veel toeristen naar toe trekken.  Maar naar Justel komen alleen de oorspronkelijke bewoners of hun nazaten. In het dorp is een bar, maar die is alleen open als de eigenaar in het weekeinde naar het dorp komt. En dat wil wel wat zeggen. Dat er geen winkels, geen school of geen medische post in het dorp is, dat is nog wel te begrijpen. Maar een dorp zonder bar met vaste openingstijden, dat gaat voor Spaanse begrippen zelfs te ver.