Het rode goud blinkt niet meer

23/10/2018

Ze konden het zo van het strand opscheppen. Bij iedere schep hoorden ze de kassa rinkelen. Maar die tijd is voorbij. De prijs van de roodalg is behoorlijk gekelderd. Kregen ze eerst nog 2,50 euro voor een kilo gedroogd roodwier, nu brengt dezelfde hoeveelheid amper tachtig cent op. Maar toch blijven ze scheppen aan de Cantabrische kust. De zilte geur dampt van de hopen roodalg af. Caloca heet de roodalg hier aan de Spaanse noordkust. Tot zo´n vijftien jaar geleden was de verkoop van deze alg een aardige bijverdienste, maar niet meer dan dat. Tot de rode smurrie in de mode raakte als bindmiddel. De alg werd populair in de wereld van de gastronomie, de cosmetica en de farmacie. Je kunt de alg terugvinden in levensmiddelen onder de code E-406, zoals mayonaise, kaas, puddingpoeder en bier. De substantie die vrij komt na het koken van de roodalg heet agar-agar, een woord uit het Maleis dat gelei betekent. In de 17e eeuw werd het bij toeval ontdekt toen iemand een soep kookte, waarin roodalg zat. De Nederlandse koopvaarders namen het mee naar Europa. 

De oogst vindt plaats in september en oktober als de zee bij springtij de alg op het strand braakt. De man op de foto boven deze post heeft hier in Castro Urdiales samen met zijn kameraad het monopolie op de handel in coloca. Ze schrapen de alg op grote hopen en voeren het met een tractor af. Dit jaar hadden ze geluk. Door het goede weer konden ze de alg droog aanleveren, waardoor ze een iets hogere prijs zullen krijgen. En dat geldt ook voor hun tientallen collega´s die op andere stranden aan het werk zijn. In de zee voor plaatsen als Comillas en San Vicente de la Barquera gaan tractoren de zee in om de alg uit het water te dreggen. Van nauwelijks bereikbare strandjes wordt de oogst vanaf de kliffen omhoog getakeld. Er wordt hard gewerkt, ondanks de lage prijs die ze krijgen voor dat werk, veroorzaakt door de concurrentie uit Marokko en de Chinezen die een alternatief voor de agar-agar hebben ontwikkeld. 

Anuncios

Binnendringen in de Picos

06/10/2018

Bulnes staat op het bord aan het begin van het dorp. En daaronder villa, dorp. Dat is wel duidelijk als je het stenen pad verder afloopt en een groep huizen ziet aan een klein beekje. Misschien is het erbij gezet voor degenen die denken dat ze al bijna bij de markante oprijzende rots zijn met dezelfde naam. Maar de bergwandelaar die dat denkt, komt bedrogen uit. In het dorp Bulnes staat een wegwijzer met een pijl die naar de berg Bulnes wijst en de tijd die de wandelaar er ongeveer over zal doen; 4,5 uur. Voor degenen die de emblematische rots van afstand willen zien, is het tien minuten wandelen naar een utizichtspunt net buiten het dorp Bulnes, vanwaar de foto boven deze post is genomen.

Bulnes ligt in het nationale park van de Picos de Europa. Sinds 2001 gaat er vanaf Poncebos, aan de noordkant van het park, een kabeltreintje naar toe die de bezoeker in tien minuten naar boven brengt. Het was een omstreden project met een omstreden ritprijs. 17, 61 euro voor een enkele reis, 22, 16 euro voor een retour. Wandelend door de kloof van de rivier de Tejo is het volgens de wegwijzer een uur en een kwartier. Tot de eeuwisseling konden de dorpsbewoners alleen langs dit pad van hun dorp naar de bewoonde wereld en weer terug. Zij zullen met hele andere gevoelens het traject hebben afgelegd dan de wandelaar van vandaag. Binnendringen in de Picos de Europa heeft iets magisch. Opgeslokt worden door grillige rotsformaties en hoogoprijzende bergwanden van kalksteen. Het geruis van een beekje dat opstijgt vanuit een honderd meter diepe kloof. Vale gieren die rond de bergtoppen cirkelen. Het is geen eenvoudig pad. Over de hele lengte stijgt het vierhonderd meter, maar op sommige stukken is het stijgingspercentage 18 procent. Het kalksteen is door al die voeten en hoeven die over het pad zijn gegaan uitgesleten en glad geworden. Voor de sportieve bergwandelaar is de etappe van Poncebos naar Bulnes nog maar het begin van het avontuur Voor velen is het doel van hun expeditie de berg Naranco de Bulnes of Picu Urriellu in de taal van Asturië. Het is een stenen puist met een hoogte van 2519 meter die aan de westkant vijfhonderd meter verticaal oprijst. 

Onze expeditie eindigt op het terras van restaurant El Redondín in Bulnes met een bord witte bonen met venuschelpen en forel als hoofdgerecht. Het afzakkertje drinken we vijfhonderd meter verderop op het terras van bar El Mirador, waar we een fantastisch uitzicht hebben op de kloof waar we doorheen zijn gewandeld. Bar El Mirador ligt in de wijk Bulnes El Castillo. Nu weten we ook waarom aan het begin van het dorp op het bord naast Bulnes ook la Villa stond. Het dorp bestaat uit twee wijken, la Villa en El Castillo. Één dorp, twee wijken, verscholen in het hart van de Picos de Europa.  

Zonnen op de helling

30/09/2018

Merkwaardig. Ons dorp Castro Urdiales is gezegend met twee stranden, maar toch rollen veel mensen hun handdoek uit op het beton van de helling onder de middeleeuwse kapel van Santa Ana. Ze gaan het water in tussen de plezierjachten en vissersboten die in de haven liggen. En als je vraagt waarom ze het doen is het antwoord vaak dat ze niet beter weten. Dat ze hier als kind al kwamen. Dat dit hun plaats is. De stranden zijn voor de stadsmensen uit Bilbao. En daarom is Castro Urdiales een dorp. De vissersplaats mag dan ooit van een koning stadsrechten hebben gekregen, de sfeer in de plaats is die van een dorp. Bilbao is de grote stad op 35 kilometer afstand. Castro Urdiales heeft 35000 inwoners, maar in de zomer verdubbelt dat aantal, als de mensen uit Bilbao intrek nemen in hun vakantie-appartement en er vooral Franse en Spaanse toeristen naar de kustplaats komen. Ieder half uur vertrekt er een bus naar Bilbao en ieder ochtend rijden schoolbussen naar de Baskische stad. Als Athletic de Bilbao speelt, hangt bij de barren de roodwitte vlag buiten, zodat we weten dat we daar de wedstrijd op televisie kunnen zien. Terwijl onze hoofdstad toch Santander is. Maar die stad lijkt veel verder weg dan de 65 kilometer die op het bord net buiten Castro  langs de snelweg staat. Het is een hele onderneming om met de streekbus Santander te bereiken. De kinderen voetballen op de pleintjes in een shirt van Athletic. Niemand wil een speler van Racing Santander zijn. In de vroege middeleeuwen waren Castro Urdiales en Bilbao eigendom van dezelfde heer, Don Diego López de Haro, Heer van Vizcaya. Bij een herindeling in de twintigste eeuw zou Castro Urdiales zijn aangeboden aan de Basken, maar die voelen niets voor de adoptatie van de kleine vissersplaats. De vreedzame invasie van de inwoners van Bilbao, die vooral in de jaren negentig goed op gang kwam, heeft de lokale economie geen windeieren gelegd. Van enige wrijving tussen Cantabriërs en Basken is in Castro niets te merken. Maar de stranden zijn voor de mensen uit de grote stad. Op de helling zonnen de dorpelingen van Castro Urdiales. 

Het rommelt in de Vallei

17/09/2018

Een kleine oranje pion verspert de oprit voor de bus. Bij de andere ingang staan vier auto´s te wachten. De man bij de kassa controleert nauwkeurig alle paspoorten. Alleen gepensioneerden krijgen korting. Klokslag tien uur zal de pion worden weggehaald. Het is een dag als alle andere. Het vertrouwde beeld bij de ingang naar de Vallei van de Gevallenen. Niets duidt erop dat op een afstand van een kilometer of vijftig in het Spaanse parlement zal worden beslist of het lichaam van Franco wordt weggehaald uit de Vallei. Geen journalist heeft de moeite genomen om bij de Vallei de sfeer te komen proeven. Eenmaal binnen in de basiliek valt toch een verschil op met eerdere bezoeken. Op het graf van Franco liggen meer bloemstukken dan ooit. Meestal lag er alleen het boeketje van de stichting Fransisco Franco Maar de afgelopen weken zijn veel mensen naar de vallei gekomen om de dictator een hart onder de riem te steken. Het aantal bezoekers in augustus steeg met 76% in vergelijking met dezelfde maand in 2017. Ruim 60.000 bezoekers kwamen naar de Valle de los Caídos. Het is hetzelfde verhaal als op Cuba. Toen het minder ging met Fidel Castro kwamen er meer toeristen naar Cuba. Iedereen wilde nog het Cuba van Castro meemaken voor de oldtimers uit het straatbeeld zouden verdwijnen en voor de eerste McDonald´s zouden neerstrijken op het eiland. 

Het is een van de belangrijkste beslissingen van de socialistische partij die in juni aan de macht kwam na de rechtconservatieve regering van de PP met een motie van wantrouwen naar huis te hebben gestuurd. Al in 2004 kwamen de socialisten, toen nog onder leiding van Zapatero, met een Wet op de Herinnering van de Burgeroorlog en de dictatuur. In dat jaar werden overal de ruiterstandbeelden van Franco uit parken en van pleinen getakeld. Straatnamen die een eerbetoon waren aan Franco of andere generaals die aan zijn zijde vochten, moesten verdwijnen. Maar het lukte Zapatero niet om Franco uit de Vallei te halen. De PP liet vervolgens Franco met rust. Sterker nog, een dag voor de motie van wantrouwen, keurde de minister van Justitie het goed dat de kleindochter van Franco, na de dood van haar moeder in december, de titel mag dragen van hertogin van Franco. Het was koning Juan Carlos die vlak na de dood van de dictator de adelijke titel aan de familie schonk.

Al van ver valt in de bergen het 150 meter hoge kruis op als je Madrid verlaat over de snelweg de A6. Onder het kruis is door ongeveer 2000 republikeinse krijgsgevangenen een tunnelkerk met een lengte van 262 meter uitgehakt. Onder de enorme koepel en achter het hoofdaltaar is het graf van Franco. Voor het hoofdaltaar ligt José Antonio Primo de Rivera begraven. Hij was de oprichter van de Falange, de extreemrechtse groepering die aan de zijde van Franco vocht. In een lange galerij aan de rechterkant van de basiliek die niet toegankelijk is, zijn de graven van ongeveer 30000 soldaten. In eerste instantie zouden alleen soldaten van Franco hier worden begraven, maar toen de nationalisten de nissen niet gevuld kregen, werden ook republikeinse slachtoffers naar de Vallei gebacht. Voor de basiliek ligt een enorm plein, waar Franco ieder jaar met een massale bijeenkomst de overwinning van de oorlog wilde vieren. Maar toen na achttien jaar het hele complex was voltooid, werd besloten, dat de Vallei een plaats van verzoening moest worden. Dat de Vallei van  de Gevallenen dat inderdaad is, vindt vooral de Kerk en de familie van Franco. Ook premier Sanchez liet zich in eerste instantie in die bewoordingen uit, maar hij veranderde van mening nadat een aantal voorname historici had geuit dat van verzoening in de Vallei geen sprake kan zijn. De Vallei moet een openbaar kerkhof worden, stelt Sanchez nu. Tegenstanders vinden dat er nooit van verzoening kan worden gesproken zolang Franco daar ligt. Het was overigens niet de wens van Franco om hier te worden begraven. Hij sneuvelde niet in de Burgeroorlog en hoort hier dus niet bij de gevallenen. Veel naberstaanden van republikeinse slachtoffers willen het lichaam van hun familielid weghalen uit de Vallei en een eervolle laatste rustplaats geven. Daarbij krijgen ze nauwelijks medewerking van de prior van het klooster dat aan de achterkant van de basiliek is gevestigd. De Vallei van de Gevallenen is een omstreden monument dat veel stof doet opwaaien. Een voorbeeld van het feit dat het voor Spanje moeilijk is om een van de meest zwarte bladzijden uit de geschiedenis om te slaan. Al valt dat niet op als je om je heen kijkt op het plein voor de basiliek. De Spaanse toeristen bezoeken het monument, zoals ze naar het Prado of de Sagrada Familia gaan. Voor hen is de Vallei een toeristische attractie. En niet meer dan dat.

 

Biescas in Asturië

03/09/2018

Als je op Google de naam Biescas intypt, stuurt de zoekmachine je naar de toeristische plaats in de Pyreneeën van Aragón. Biescas kreeg landelijke bekendheid toen in 1996 na hevige regenval een camping van het dorp werd bedolven onder een enorme modderstroom. De natuurramp kostte aan 87 mensen het leven. Maar typ je achter Biescas de streek Asturië in, dan komt weinig informatie tevoorschijn. Dit dorp Biescas ligt verstopt in de westelijke hoek van Asturië en is helemaal niet toeristisch. Waarschijnlijk werden vorige week alle records op toeristisch gebied gebroken toen er één Peruaanse en vier Nederlanders neerstreken. Want naast de achttien boerderijen waaruit het dorp bestaat, heeft Biescas ook één vakantiewoning. Een klein huisje vastgebouwd aan de boerderij van Marce en Ana. Acht jaar geleden bouwde het echtpaar dit huisje als onderkomen voor hun dochter als zij met vriendinnen of een vriendje uit de grote stad voor een paar dagen naar huis kwam. De romantiek van de hooiberg is ook hier verdwenen. Dochterlief kwam steeds minder vaak naar het dorp. Een vriendin van de familie kwam met het idee om het huisje aan te bieden als vakantiewoning en sinds acht jaar prijkt er nu naast de deur een vignet met V.V.; Vivienda Vacacional. Sindsdien kun je het huisje van Marce en Ana vinden op sites als Booking.com en Airbnb. 

Het is de redding voor vervallen boerderijen, verlaten dorpen en ingestorte huzien. Het turismo rural, landelijk toerisme of agrotoerisme. In Cantabrië en Asturië is het een mooie formule om kennis te maken met het leven in de bergen. Ook aan de kust worden de vakantienhuisjes aangeboden met de noemer van turismo rural, maar daar is de sfeer lang niet zo authentiek als in de dorpen en bij de boerderijen in de bergen. Marce en Ana leven niet van het toerisme. Hun inkomen halen ze uit de melkproductie van de 39 koeien die ze hebben. Ze zien de bezoekers ook niet als toeristen, maar als gasten. Vanaf het moment dat je hun straatje binnenrijdt, ontfermen ze zich over je, zonder ook maar een moment opdringerig te worden. Ze helpen je om de auto voor de de kapel te parkeren. Ana, vergezeld door haar trouwe geitje Nani, komt regelmatig aan de deur met verse melk, boter, eieren en aardappels. De kinderen mogen mee in de tractor en kunnen in de stal zien hoe de koeien worden gemelkt. En als Marce ook maar even tijd heeft, vertelt hij verhalen over bijvoorbeeld zijn vader die in de Spaanse burgeroorlog werd gerekruteerd door het leger van Franco. Of het verhaal over de keer dat hij de landbouwexperts van verschillende ambassades mocht toespreken op een congres in Valencia en in die toespraak de ambtenaren er op wees dat slechts twintig procent van de landbouwsubsidies de boeren breikt en tachtig procent door grootgrondbezitters, vaak mensen van adel, wordt opgestreken. Inderdaad stond er jaren geleden een kaartje van Spanje in de krant waarop stond ingetekend waar de Europese landbouwsubsidies terechtkomen. Dat was vooral in de wijk Salamanca in Madrid, waar veel mensen van adel wonen. 

In Biescas is dan geen bakker of een bar, maar het dorp ligt ook niet zo geïsoleerd. Bekende kustplaatsen als Cudillero en Luarca liggen op nog geen drie kwartier rijden. En op weg naar de kust kom je langs dorpen als Ferrera de Gavitos, een goed onderhouden dorp, want ooit woonde er een markies, Muñas de Arriba, waar een oude school staat met links op de gevel het woord niños en rechts niñas. Een container in de bocht van de weg, waar de eigenaar het woord ´radar´ op heeft geverfd. Je rijdt met een glimlach door de streek. Een glimlach die even verdwijnt als Marce vertelt dat hij vreest voor de toekomst van Biescas. Nu zijn er nog achttien veehouders actief. Maar zijn bedrijf zal niet woden overgenomen door de familie als hij ermee stopt en dat zal bij meer veehouders het geval zijn. Ooit lag Biescas aan de camino primitivo. Maar het pad werd omgelegd. Nu gaan de pelgrims langs grotere plaatsen als Salas en Tineo naar Santiago. Biescas raakt langzaam in de vergetelheid. Aan het begin van het dorp beginnen de tegeltjes met de dorpsnaam langzaam af te brokkelen. Hopelijk geeft deze post het dorp weer wat meer bekendheid. 

 

El Hombre Pez van Liérganes

20/08/2018

Daar zit hij, Fransisco de la Vega Casar. Een been opgetrokken, het andere been bungelt boven het water. El Hombre Pez. De man die in het water in een vis veranderde. Hij deed ons gelijk denken aan de met vier Oscars bekroonde film The Shape of Water van Guillermo del Toro die we een paar dagen eerder nog zagen. Fransisco zit in de schaduw van de middeleeuwse brug aan de rivier de Miera in Liérganes. Aan de andere kant staat een oude watermolen die is ingericht als zijn museum. Daar wordt zijn wonderbaarlijke verhaal verteld dat in de 18e eeuw voor het eerst werd opgetekend door de benedictijner monnik en essayist Benito Jerónimo de Feijo in zijn werk Teatro Critico Universal. Als kind zwom Fransisco graag met zijn vrienden in de rivier. Ook toen zijn moeder hem naar Bilbao stuurde om het vak van timmerman te leren, dook hij bijna iedere dag wel even in het water.

Zo ook aan de vooravond van de feesten van de Heilige Johannes. Zijn vrienden verloren hem al snel uit het oog en vreesden dat Fransisco was meegezogen door de sterke stroming. Maanden later werd hij gezien voor de kust van Denemarken, in het Kanaal en in de baai van Cádiz. Als een Vliegende Hollander dook hij overal op. Hij had schubben op grote delen van zijn lichaam. Vissers in Cadíz wisten hem aan wal te krijgen en brachten hem naar het Fransiscaner klooster. Daar werd hij ondervraagd, maar het enige woord dat over zijn lippen kwam was Liérganes. Niemand wist wat hij bedoelde tot de secretaris van de Inquisitie uitsluitsel bracht. Deze man kwam ook uit Liérganes en reisde met Fransisco terug naar het noorden. Negen jaar bleef Fransisco op het droge. Toen begonnen de schubben weer te kriebelen. De Hombre Pez dook in de Mieras en kwam nooit meer terug. 

Wie zijn auto op de grote parkeerplaats bij het treinstation neerzet, komt over de mooie middeleeuwse brug Liérganes binnen en ziet gelijk het standbeeld van el Hombre Pez. Maar Liérganes is veel meer dan deze mythologische figuur. Het is een aangename lommerrijke plaats met grote tuinen achter de huizen, zoals bij whisky bar Los Picos en restaurant-hotel La Giraldilla. De plaats ligt iets ten zuidoosten van Santander, aan het begin van de CA260 richting de bergen. Vanaf de middeleeuwse brug zien we al twee bergtoppen, die de bewoners las tetas noemen, de tieten. Rond het plein staan adelijke paleizen uit de tijd dat Liérganes een belangrijke rol speelde in de handel in kanonnen. Een kilometer of zes buiten Liérganes ligt La Cavada, waar in de 17e en 18e eeuw de grootste kanonnenfabriek van Spanje was gevestigd. Liérganes is zo´n plaatsje, waar je je door de rust die er heerst gelijk thuisvoelt.   

 

Het paleis van de Indianos

13/08/2018

In het Asturiaanse dorp Colombres, dicht bij de grens met Cantabrië, staat de indrukwekkende Quinta de Guadalupe. Voor de blauwe villa ligt een mooi geschoren gazon met palmbomen en hortensia´s. Het landhuis werd in 1906 gebouwd voor de rijke emigrant Iñigo Noriega Laso. Sinds 1987 is hier de Stichting Archief van de Indianos en het museum van de Emigratie ondergebracht.

Ook dit museum heeft er  zijn voordeel mee gedaan dat Spanjaarden niet snel iets weggooien. Daardoor kunnen we tijdens een wandeling door het museum genieten van prachtige zwart-wit foto´s, van bijvoorbeeld Celestino Álvarez, eigenaar van het tijdschrift El Progreso de Asturias, op de ´preekstoel´ in de Cubaanse sigarenfabriek van Romeo en Julia, waar hij 43 jaar onafgebroken voorlas uit zijn tijdschrift.  In de zaal van de Cubaanse emigranten staat ook een maquete van het Centro Asturiano. Dit gebouw,  aan het Parque Central in Havana, staat er nog steeds en heeft niets van zijn glorie verloren. Oude koffers, vaandels van culturele centra, affiches van de stoomboten die van Spanje naar Amerika voeren met de vaartijden, tarieven én de mededeling voor de passagiers naar Buenos Aires, waar het asielzoekerscentrum is gevestigd en dat daar de eerste nachten na aankomst gratis kan worden verbleven.

In de trappenhal hangt de ingelijste tekst ¨Verboden over Politiek te praten´. Om politieke reden emigreerden in de 19e eeuw en na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 veel  Spanjaarden naar Las Indias, zoals Spanje de overzeese gebieden bleef noemen. Vandaar de naam los indianos voor deze emigranten. Ik schreef al eerder over het ´Spaanse kwartier´ in de avendia de Mayo van Buenos Aires waar regelmatig de stoelen door de restaurants vlogen als een politieke discusie uit de hand liep. Spanje werd in de 19e-eeuw getroffen door talloze conflicten tussen de verschillende stromingen als monarchisten, conservatieven, liberalen, republikeinen, nationalisten en regionationalisten. Een andere reden om te emigreren was de armoede op het platteland. Maar aan boord waren ook veel gelukszoekers, zoals Iñigo Noriega Laso, die op 14-jarige leeftijd naar Mexico vertrok. Een legende vertelt dat het begin van zijn successen begint,als hij het voor elkaar krijgt een wet te veranderen die bepaalt dat alle kroegen om twaalf uur ´s nachts moeten sluiten. Maar zijn belangrijkste succes was dat hij in de gunst viel bij dictator Porfirio Díaz. Onder zijn bewind klom Iñigo op tot een vermogend zakenman. Hij was eigenaar van mijnen, textielfabrieken en spoorlijnen. Hij liet de vallei van Chalco droogleggen om het in te richten als een groot landbouwgebied en in zijn geboorteplaats Colombres liet hij de Quinta de Guadalupe bouwen, genoemd naar zijn echtegenote Guadalupe Castro. Deze villa is een van de voorbeelden van de rijke erfenis van de indianos. 

Afkoelen bij kunst

06/08/2018

 


Dan woon je in een plaats met twee strandjes voor de deur en dan wil de kroost op de heetste dag van de hittegolf toch naar Bilbao. Terug naar de fonteinen bij het Guggenheim, waar ze altijd heerlijk konden afkoelen als papa in het museum aan het werk was. Niet de Spin van Louise Bourgeois, de Grote Boom met het Oog van Anish Kapoor of de Puppy van Jeff Koons, maar de Baskische bedriegertjes zijn deze dagen de belangrijkste attractie van alle kunstwerken rond het Guggenheim. Na de natste julimaand sinds tijden heeft de hittegolf nu ook de Cantabrische kust bereikt. Maar ook nu blijkt weer het voordeel van een zomerse dag aan de noordkust. Het wordt hier niet zo vreselijk heet als in andere delen van Spanje. Sommige kinderen vluchtten uit de fontein  zelfs bibberend in de handdoek van hun moeder. Hier aan de kust met een briesje uit zee kun je het in de zon aardig volhouden. En de avonden zijn zwoel. Je hoeft niet, zoals in Midden- en Zuid-Spanje, tot na tien uur te wachten om naar buiten te gaan. Maar voor een stadsbezoek aan Bilbao is het wel erg heet. Dan kun je toch maar beter de fonteinen induiken óf het Guggenheim. Want hoewel het voor het culturele toerisme nu laagseizoen is, zijn in het Guggenheim  de interessante exposities van Marc Chagall en de Portugese kunstenares Joana Vasconcelos te bezichtigen. Wie Chagall nog wil zien, moet opschieten. Deze expositie sluit op 2 september.   

De tapasader van Castro Urdiales

21/07/2018

De foto boven deze post is een sfeerbeeld van de straat La Rua bij ons in het dorp. Samen met de straat Ardigales, die in het verlengde loopt is het de tapasader van ons dorp. Een meer dan geschikte straat voor pintxopote, een Baskisch woord voor een kroegentocht met in iedere bar een wijntje of biertje met een hapje. Het Baskenland staat bekend om zijn tapasstraten, zoals in de oude wijken van Bilbao en San Sebastián. Laatstgenoemde plaats heeft de hoogste concentratie aan tapasbarren in de oude wijk van heel Spanje.  Na een bezoek aan een stuk of vijf barren heb je een aardige maaltijd bij elkaar gegeten en begint de wijn ook zijn tol te eisen. Dus je moet een keuze maken en dat valt niet mee met zo´n groot aanbod. Meestal kom je bij dezelfde barren, omdat ook vrienden daar naar toe gaan of omdat het vertrouwd en altijd goed is. Als we in Ardigales beginnen, is de eertse halte bar Javi. Deze bar heeft het grootste en meest gevarieerde aanbod aan tapas. Op een zaterdag worden ongeveer 240 tapas geserveerd. Naast bar Javi zit het beste restaurant van Castro Urdiales, La Arboleda. Voor de deur staat een vitrine waarin een vers zeebanket in het ijs ligt. Schuin tegenover heeft de eigenaar van La Arboleda Casa Pili overgenomen. Pili sneuvelde na de uitzending van het programma Pesadilla en la cocina, de Spaaanse variant op Herrie in de Keuken. Het nieuwe restaurant heet El Nuevo Funi en de specialiteit is paella, waarmee het restaurant een grote concurrent is voor Don Quichote, die dezelfde specialiteit heeft en ernaast is gevestigd.

Een stukje verderop in de straat zit sidreria Marcelo, dat al jaren het beste vlees van Castro aanbiedt. Als je een menu bestelt, kun je onbeperkt cider tappen uit het vat. Naast Marcelo zit de Lechería, een favoriet voor ouders met kinderen om kip te eten. Een stukje voorbij Marcelo is de populaire nachtkroeg La Noche, een mooie bruine kroeg van de Catalaanse eigenaar Carlos. Na La Noche eindigt de straat Ardigales bij de calle Santander. Aan de overkant begint La Rua met nog meer tapasbarren. El Figon Rosa, la Bodeguita, El Quinto Pino, La Vineria, Kike-U2, La Marinera. De Rua eindigt bijna ín de bar La Kaloka die op de kop van de straat is gevestigd. Net voor La Kaloka zit in de zijstraat Nuestra Señora de bar La Fuente, waar de specialiteit tortilla de patatas is. De tortilla wordt steeds vers uit de keuken van een aanpalend pand op de toog van de bar gezet. En dan zijn in deze route de barren rond het plein van het gemeentehuis in de haven nog niet eens opgenomen. La Cierbanata, la Goleta, Los Chelines, het befaamde restaurant El Marinero en Alfredo. En dan hebben we het ook nog niet gehad over de txistorra van bar Artxanda, de Argentijnse empanadillas van Los Bocaditos en alle andere barren die ongetwijfeld een bezoek meer dan waard zijn. Misschien moeten we die maar bewaren voor een volgende post. Zo blijft het schrijven van een blog een heerlijke bezigheid.

Aan boord van de Victoria

20/07/2018

Dit is de kajuit van het zeilschip La Victoria. Een replica, zoals het hele schip dat is. Het schip ligt voor anker in de haven van Colindres. Wie over de snelweg van Bilbao naar Santander gaat, of vice versa, kan het zien liggen, net voor of na de Ría van Treto. Helaas zijn de zeilen gestreken. Als een pauw die niet kan pronken. Het moet een indrukwekkend gezicht zijn, de witte zeilen met daarin het rode zwaard in de vorm van een kruis, het wapen van de Orde van Santiago. Wat dit schip zo bijzonder maakt, is dat het een replica is van het eerste schip dat tussen 1519 en 1522 de reis om de wereld maakte. Het schip maakte deel uit van een vloot die in 1519, onder leiding van Ferdinand Magellaan, de haven van Sevilla uitvoer. Magellaan zou nooit meer terugkeren in Sevilla. Hij sneuvelde in een strijd op de Filipijnen. Van de vijf schepen voltooide alleen de Victoria de reis. Juan Sebastián Elcano nam na de dood van Magellaan de leiding over. Van de 237 bemanningsleden waarmee de vloot was vertrokken, keerden slechts 18 manschappen terug naar Spanje. De strijd tussen hoop en wanhoop, het gevecht tegen de honger, onderlinge ruzies aan boord. Het is de sfeer die dit schip probeert op te roepen. We zien Elcano in de kajuit, gebogen over de kaarten. Hij moest het project van Magellaan voltooien. Een project om naar de Molukken te zeilen, waar het centrum van de specerijenhandel was gevestigd. Via het westen, niet om de kust van Afrika, zaols de Portugezen deden. Magellaan moest een doorgang vinden, waardoor hij van de Atlantische Oceaan de Stille Oceaan kon opvaren. Later zou deze doorgang zijn naam krijgen. De straat van Magellaan, tussen Vuurland en Patagonië. Een groot eerbetoon aan deze zeevaarder, die veel beroemder is dan Elcano, terwijl die wel de tocht voltooide. Er zijn wel straten naar Elcano genoemd, maar dan vooral in dorpen en steden in het Baskenland, de geboortestreek van de zeevaarder. En er staan twee standbeelden van Elcano in zijn geboorteplaats Getaria. Binnenkort zal de replica van de Victoria ook daar de haven binnenlopen. Overigens heeft ook de replica een plaats in de geschiedenis van de zeevaart gekregen. Deze Victoria was de eerste replica die ook de reis om de wereld maakte. Tussen 2004 en 2006. De bemanning nam wel een sluiproute. De tocht ging niet door de Straat van Magellaan, maar door het kanaal van Panama, en de terugweg ging niet om de Kaap de Goede Hoop, maar door het Suezkanaal.