Posts Tagged ‘Sevilla’

De verdrijving van de kerk uit het fiscale paradijs

14/03/2012

Direct achter de ingang van de kathedraal van Madrid staat deze urn. Heb er lang over nagedacht hoe het ik het ding moest omschrijven. Een kist klinkt wat oneerbiedig, een doos is het ook niet. Om in de sfeer te blijven van de omgeving is urn misschien de beste typering. Ook omdat het ding op een stembus lijkt en die heten in het Spaans urna. Wie een beetje fors van gestalte is, moet zijn buik inhouden om het gevaarte niet om ver te lopen. De urn staat niet voor niets zo hinderlijk in de ingang. Het is een dwingende manier om de bezoeker te vertellen dat er een donatie wordt verwacht. Het deed me denken aan de priesters die in de kathedraal van Santiago de Compostela de stok met het daar aan bungelende collectezakje altijd zo dicht mogelijk onder de neus van de parochiaan houden. De bezoeker hoeft niet na te denken over hoe groot of klein die donatie moet zijn. Een euro staat er op een wit papier. En voor wie zich afvraagt waar dat geld blijft, staat er achter de urn een groot blauw bord dat vertelt dat de donatie voor het onderhoud van de kathedraal is.  Zit de kerk krap bij kas? Als je naar de cijfers kijkt, lijkt dat mee te vallen. De Spaanse staat maakt jaarlijks een bedrag van 248,3 miljoen euro over naar de kerk. Bij de aangifte kan de belastingbetaler met het zetten van een kruisje 1% van zijn belasting naar de kerk laten gaan. Daarnaast betaalt de kerk geen onroerendgoedbelasting. Maar daar kan binnenkort weleens een einde aankomen. Door de crisis moet het geld overal vandaan komen en de kerk kan zijn bevoorrechte positie verliezen, nu de Italiaanse premier Monti de kerk uit het fiscale paradijs wil zetten. Volgens belastingdeskundigen zou de Spaanse fiscus tussen de 2 en 2,5 miljard meer kunnen binnenhalen als ook de kerk OZB gaat betalen, IBI in het Spaans. Het onroerend goed bezit zou volgens de historicus Stanley G. Paine uit 100.000 bezittingen bestaan, waarvan 5000 religieuze gebouwen (o.a. 300 musea en 103 kathedralen).  De kerk haalt ook aardig wat binnen aan entreegelden. Afgelopen maandag was ik in Toledo (daar kost een kaartje 7 euro) en zag in een kleine tien minuten tijd vier groepen van zo´n 30 personen de kathedraal binnen gaan. Voor zover ik weet wordt het duurste kaartje bij de Sagrada Familia in Barcelona verkocht, 13 euro betaalt de individuele bezoeker daar. In Sevilla kost een kaartje voor de kathedraal 8 euro. De kathedraal van Madrid is (voorlopig?) nog gratis toegankelijk.

Zaragoza, culturele hoofdstad van Europa 2016

20/06/2011

Zaragoza werd gesticht door de Romeinen als Caesar Augusta. De apostel Jakobus predikte er aan de oever van de rivier de Ebro en voor de islamieten was het de belangrijkste stad in het noorden van Spanje. Met zo’n verleden zou je verwachten dat de hoofdstad van Aragón uitpuilt van de culturele bezienswaardigheden, maar dat valt behoorlijk tegen. De blikvanger is natuurlijk de enorme basiliek die aan de rivier staat en waar binnen het minuscule  beeldje van Maria op een zuiltje wordt vereerd. De zijgevel van de kathedraal lijkt op een vloerkleed met islamitische motieven. Meer moors vakwerk is terug te vinden in het oude paleis Aljafería, waar nu de deelregering van Aragón bijeenkomt. Maar daarmee moet de stad het doen. Met een beetje pech was Zaragoza de basiliek kwijtgeraakt, toen daar in de Spaanse burgeroorlog drie granaten door het dak naar binnenvielen, maar niet ontploften. De gaten zitten nog steeds in het dak, en twee van de drie granaten hangen tegenover de Mariakapel. De derde granaat schijnt nog ergens onder de vloer te liggen. Ook in de buitenmuren zijn nog overal de littekens van de burgeroorlog te zien. Begin 19e eeuw moest Napoleon bijna de hele stad afbreken om de inwoners van Zaragoza tot overgave te dwingen. Huis voor huis werd de stad ingenomen. Zaragoza is door dat verleden nu vooral een grote moderne stad, na Barcelona en Madrid een van de grootste met bijna een miljoen inwoners, gelelegen in een zandbak aan de snelweg de A2 die Madrid en Barcelona verbindt. Drie jaar geleden organiseerde Zaragoza de Wereldexpo. Een paar weken geleden reed ik over het terrein de stad in en zag ik dat net als Sevilla ook Zaragoza worstelt met de erfenis. Het terrein bood een troosteloze, lege aanblik.  Daarom verdient Zaragoza de titel van culturele hoofdstad niet. Ik moet toegeven dat er ook wat persoonlijke aversie tegen Zaragoza bestaat. Ooit was de stad het eindstation van mijn eerste Spaanse avontuur. Voor Zaragoza spreekt wel de gezellige bruine kroeg Van Gogh, eigendom van de Nederlander Herman, in de straat Espoz y Mina, net achter het plein van Pilar.

 

Heet, heter, heetst

12/08/2010

De thermometer op het perron van het oude stationnetje van Luque gaf om vier uur ´s middags bijna 40 graden aan. In de schaduw. Een uur eerder waren we uit Córdoba vertrokken. Daar was het nog warmer. Op sommige plaatsen lazen we op de temperatuurmeters 47 graden en die temperatuur kwam ook wel in de buurt van onze gevoelstemperatuur. Of je nu in de zon of in de schaduw liep. Aan de hitte was niet te ontsnappen, overdag en ook ´s nachts niet. In Sevilla kwam de temperatuur na zonsondergang niet onder de 30 graden. Een wandeling door Córdoba. Je probeert zo min mogelijk energie te verspillen, past het tempo aan, maar alleen de poging om zo min mogelijk energie te verspillen, kost al energie. Waarom we in augustus een rondreis door Spanje en Portugal maken? Er zijn mensen die in het onderwijs of de bouw werken en aan de zomervakanties zijn verbonden en toch willen kennismaken met de cultuur op het Iberisch schiereiland. We waren ook niet de enige groep. We hadden gezelschap van Japanners, Koreanen, Polen en Italianen en ook wel Spaanse families, die de vakantie in eigen land vierden. En eigenlijk mochten we in Córdoba nog niet eens klagen. Tussen Sevilla en Córdoba ligt het plaatsje Écija, dat la sartencita wordt genoemd, het braadpannetje. In die plaats, gelegen in de vallei van de Guadalquivir, worden iedere zomer de hoogste temperaturen gemeten. We zagen het plaatsje vanuit onze bus met air conditioning.

22 juni: Mist in het centrum van Sevilla

24/06/2010
Als je de foto zo even snel bekijkt, lijkt het wel of een hardnekkige mist het centrum van Sevilla in zijn greep heeft. Maar nee, het zijn apparaten die de terrassen benevelen, (is er al een officieel woord voor deze machines?) en op die manier voor verkoeling zorgen, ook op de heetste momenten van de dag. Denk niet dat ik snel op zo´n terras zou gaan zitten, dan maar liever binnen. Het voordeel is wel dat je de benevelde, vooral Engelse toeristen met ontbloot lichaam, door de nevel niet meer ziet zitten op de terrassen. De zomer in Spanje lijkt eindelijk te zijn begonnen. In Sevilla gaven de meters op sommige plaatsen om vier uur ´s middags al 42 graden aan. Misschien waren het een paar graadjes minder, maar de gevoelstemperatuur was er wel naar. Toegegeven, het is een droge hitte, niet zo vochtig als in Nederland, waar het met 28 graden al zo benauwd aanvoelt. Maar dan nog, het is maar beter om in de middag binnen te blijven. De toerismeposten in Sevilla geven sinds een paar jaar folders uit aan toeristen met tips om de heetste momenten van de dag niet de  straat op te gaan, veel water te drinken, zoveel mogelijk in de schaduw te blijven en het hoofd bedekken met een hoed. Een mooie sombrero bijvoorbeeld. De naam voor deze hoed komt van sombra, schaduw. Maar het beste is gewoon je aan te passen aan het ritme van de Spanjaard en te genieten van een lange siesta. Maar daar denken de horeca en de winkeliersverenigingen anders over. De handel moet wel doorgaan. Steeds vaker zie je dat winkels ook tussen twee en vijf uur open zijn, een periode die traditioneel door de Spanjaarden werd gebruikt om te eten en een dutje te doen. En dus worden er grote doeken in de winkelstraten opgehangen, zoals op de foto links, genomen in Granada, om voor schaduw te zorgen. Ook handig voor mensen die niet winkelen, maar een culturele wandeling door de stad maken, want ook ons werk gaat gewoon door.  

Naar de buren

30/01/2010
Toegegeven, Salamanca ligt in een uithoek van Spanje, verstopt in het westen van die uitgestrekte hoogvlakte, de zogenaamde Meseta. De hoofdstad Madrid ligt op 210 kilometer, naar Sevilla is de afstand 480 kilometer, net als naar de Spaans/Franse grens bij Irún en Barcelona ligt maar liefst 835 kilometer verderop.  Als we naar het strand van de Middellandse Zee willen, is het tussen de 560 kilometer (Valencia) en 630 kilometer (Alicante). Naar de zuidkust is de afstand ongeveer hetzelfde.
Maar het grote voordeel van de geografische ligging van Salamanca is dat buurland Portugal bijna in de achtertuin ligt, op 110 kilometer, een klein uurtje rijden. En dan ben je ook in een andere wereld. Het in zichzelf gekeerde Portugal met zijn bescheiden Portugezen. Met vis als specialiteit in de keuken, weer even wat anders dan de lomo, chorizo, jamón en alle andere vleeswaren, waar Salamanca bekend om staat. En dus gaan we vandaag naar buurland Portugal, naar Coimbra, prachtige oude universiteitsstad aan de rivier de Mondego. Wordt vervolgd.