Posts Tagged ‘Salamanca’

Een leven in de bar

29/08/2015

043

Voor ons Nederlanders is het een graadmeter van de financiële toestand in Spanje; als we zien dat de barren en terrassen volzitten, dan zal het daar allemaal wel meevallen met de crisis. Maar we staan er niet bij stil dat de meeste Spanjaarden niet naar de bar gaan om zich vol te laten lopen. De bar is als een buurthuis. Ze spreken er af met vrienden, familie en collega´s. Tot ´s avonds laat zie je in de zomer nog kinderwagens in de bar of op het terras. De twee grote speelplaatsen in ons dorp worden omzoomd door terrassen. In de bar worden boodschappen overhandigd die de man of vrouw achter de bar later zal doorgeven. Ze lezen er de krant en kijken er de voetbalwedstrijden, waarvoor je thuis zou moeten betalen. In de vaste bar in mijn woonwijk in Salamanca, kreeg ik eens de aanvraagformulieren voor huursubsidie van de barkeeper overhandigd. ´s Ochtends had hij een baan bij de gemeente en ´s middags werkte hij in de bar en hield hij, zeg maar ´spreekuur´.

In Spanje zijn 350.000 horeca-gelegenheden, ongeveer 1 per 132 inwoners. Het lijkt er op dat wanneer ergens een nieuwe woonwijk wordt ingericht, dat er eerst een bar wordt geopend en dat daar omheen de huizen worden gebouwd. In de laatste jaren zijn 50.000 barren gesloten en daalde de verkoop met 22%. Sommige Spanjaarden drinken tijdens een hele voetbalwedstrijd slechts een biertje. Net als de dames op het terras of aan hun vaste tafel in de bar, die uren kunnen kletsen en daarbij maar een kopje koffie bestellen. De crisis wordt weldegelijk ook in de bar gevoeld. En toch geeft de Spanjaard ongeveer 15% van zijn uitgaven aan levensonderhoud uit in de horeca, het gemiddelde in de Europese Unie ligt op 7%. Twee jaar geleden hield Coca Cola een onderzoek naar de bartraditie in Spanje. Het leverde opvallende cijfers op. Zoals dat tweederde van de Spanjaarden de naam weet van de ober in zijn favoriete bar. Datzelfde aantal zou zomaar zijn huissleutels aan de ober geven, zoveel vertrouwen heeft hij in deze man of vrouw. 36% van de Spanjaarden gaat meerdere keren per week naar een bar, terwijl maar 16% iedere zondag naar de kerk gaat. En zelfs de kerk is een excuus om naar de bar te gaan. Het overkwam me laatst dat ik een vriend belde, die op dat moment, zei hij, bij een bruiloftsceremonie was in de kerk. Maar op de achtergrond hoorde ik geen priester, maar het typische geroezemoes van een bar. Daar wachtte hij tot de kerk uit ging om in de bruiloftsstoet aan te sluiten naar het restaurant. 

De Heilige Drie-eenheid van een dagje uit

16/08/2015

063

Het gebeurde een paar jaar geleden, wachtend op de groep op de trappen van de kathedraal van Salamanca, aan de kant van het portaal met het astronautje. Het was rond half twee in de middag, op een Spaanse feestdag. Veel toeristen in de stad. Alle Spanjaarden die de trappen afkwamen, hadden hetzelfde gespreksonderwerp. Gaan we eten? Waar gaan we eten? Eerst maar even een wijntje drinken? Doen we menu of tapas? De belangrijkste bijzaak van een Spaans dagje uit is de maaltijd. In Segovia is het Romeinse aquaduct net zo belangrijk als het eten van speenvarken. Belangrijker dan aankomen in Santiago, is inktvis eten in Melide, merkte iemand op, tijdens mijn pelgrimstocht naar Santiago. Een excursie wordt om het eten heen georganiseerd. En daar doen wij graag aan mee. Deze zomer geen lange of verre vakantie. Met 040het strand om de hoek en een prachtige juli-maand hoefden we ook helemaal niet weg. Het bleef bij af en toe een dagje uit volgens de Spaanse formule van de Heilige Drie-eenheid; iets doen, goed eten en iets zien. Omdat het doen in mijn vriendenkring bestaat uit het maken van bergwandelingen van  zo´n 15 tot 20 kilometer valt de familie voor deze uitjes af, voor wie de benen te kort zijn en de conditie ontoereikend. 

Een paar weken geleden pasten we de formule van de Heilige Drie-eenheid toe in de grensstreek tussen Cantabrië en het noorden van de provincie Burgos. Het is het decor van de rivier de Ebro, die in dit gebied in de loop der tijd een diepe kloof heeft uitgesleten. Vanaf een uitzichtspunt lijkt het een enorme snijwond in de korst van de hoogvlakte. De wandeling die we hier maakten begon en eindigde in het bijna verlaten dorp Valdelateja. De heenweg ging door de kloof, de terugweg via Pesquera del Ebro en Cortiguera boven de kloof langs. Rond het middaguur waren we terug bij de auto en reden we naar Orbaneja del Castillo. En over dit plaatsje moet het vooral gaan in deze post. 047Deze blog wil geen vakantie-album zijn, maar wil de Spanje-reiziger wel wijzen op de fraaie dorpjes die hij of zij dwalend door Spanje kan tegenkomen. Dus vergeet al het bovenstaande en onthou de naam van Orbaneja. Het dorp ligt aan een afslag van de nationale weg N623 tussen Santander en Burgos. Op de nationale weg vallen de sterk geërodeerde rotswanden al op. Het lijkt alsof er dikke zuilen van een kathedraal naar de hemel reiken, zonder dat er ooit aan de gewelven is begonnen. In een van de wanden hebben wind en regen een gat gevormd dat lijkt op de kaart van Afrika, goed te zien op de foto boven deze post. De lokale weg slingert langs de bergwand de kloof in en maakt dan een bocht langs Orbaneja. Het eerste dat je ziet als je het dorp passeert is de enorme waterval die zich tussen de huizen naar beneden stort. Het water komt uit een grot achter het dorp en stroomt door een kanaal naar de andere kant van het dorp om daar naar beneden te storten. Orbaneja was het dorpje dat we vandaag wilden zien en uiteindelijk zouden we hier ook eten omdat de twee restaurants in Valdelateja waren gesloten. We aten bij El Abuelo, gerund door een echtpaar uit Bilbao, op het terras voor de ingang van het restaurant. Op de foto boven deze post is onze tafel te zien, onder de blauwe parasol die tussen de huizen staat ingeklemd. Het menu; wat chorizo, gevolgd door lamskoteletten met salade van tomaat, ui en paddenstoelen en frietjes. Een eenvoudig en huiselijk, maar daardoor juist een heerlijke maaltijd. De fles rode wijn en spuitwater werden in een koeler op tafel gezet. Het glaasje kruidenlikeur, de orujo de hierbas, dronken we aan de rand van het kanaal met de voeten in het water, omringd door de bergwanden en de huizen die van boven op ons neerkeken. Het was de kroon op een dagje iets doen, zien en eten. 

Op de traptreden bij Alfredo

15/04/2013

551

Een vriend in Salamanca zei ons eens dat dit het mooiste plein van Spanje is. Ik was niet de enige die hem vragend aankeek. Want een inwoner van Salamanca zou zich toch met recht de bezitter mogen noemen van het mooiste plein van Spanje. Daar zijn veel mensen, Spanjaarden en toeristen, het wel over eens. Toen onze vriend dit opmerkte, kenden we het het plaza de ayuntamiento noch de plaats Castro Urdiales, waar het plein aan de haven ligt. Bijna anderhalf jaar geleden zijn we hier neergestreken en inmiddels maakt het plein een vast onderdeel uit van onze tapastochten. Er is een Spaanse uitdrukking die zegt dat alle vergelijkingen hatelijk zijn. Dat is een mooi excuus om niet op de mening van onze vriend te hoeven ingaan. Hij vond het plein vooral mooi omdat het open is naar de 192haven toe, anders dan het naar binnengekeerde plein in Salamanca. Terassen zijn er niet op het plein, die liggen verscholen achter de arcaden, omdat het aan de Cantabrische kust zo maar kan gaan regenen of het nu zomer of winter is. Aan het plein hebben de mesons  van El Segoviano en El Marinero de meeste faam, maar mijn favoriet is bar Alfredo. De bar ligt iets van het plein af,   daar waar de laatste treden van het opstapje naar de galerij die als een tunnel rond het plein loopt in het asfalt verdwijnen. Twee traptreden die dankbaar in bezit worden genomen door de gasten van Alfredo, want met de vijf tafeltjes op straat en de twee houten picknickbanken aan weerszijde van de bar, heeft de eigenaar altijd te weinig zitplaatsen. Hier mag het nog, op straat drinken. Sinds het drankfestijn van de jeugd in de openlucht, de zogenaamde botellón, aan banden is gelegd, huivert de horeca ervan als iemand met 195een glas of een flesje bier het lokaal uitloopt, bang om een boete te krijgen van de politie. In Madrid werden we ooit teruggefloten door de barman toen we op de drempel van zijn kroeg stonden. In Málaga moesten we in een bar in het uitgaanscentrum binnen de witte hekjes blijven die de bareigenaar had laten plaatsen. Als een kudde in de schaapskooi. Maar hier in Castro is het vrijheid, blijheid. De ober brengt gewoon je glas wijn, ook al zit je op de traptreden en niet op het terras. En iedereen brengt ook keurig zijn of haar glas weer naar binnen als het leeg is. Vanaf het terras kijk je uit over de haven en het plein met het 18-eeuwse gemeentehuis. Het mooiste plein van Spanje? We weten het niet, maar het leven is er op een zonnige lentedag wel heel mooi.

Aan de groene, bijna witte, kust

04/02/2012

Colgado de un barranco

duerme mi pueblo blanco,

bajo un cielo que a fuerza de no ver nunca el mar,

se olvidó de llorar.

Escapad gente tierna

que esta tierra está enferma,

y no esperéis mañana lo que no te dio ayer,

que no hay nada que hacer.

Toma tu mula, tu hembra y tu arreo,

sigue el camino del pueblo hebreo

y busca otra luna,

tal vez mañana sonría la fortuna

Y si te toca llorar, es mejor frente al mar.

Dat waren bijna de eerste woorden van onze goede vriend José, toen we hem vertelden dat we van Salamanca naar Castro Urdiales zouden gaan verhuizen. Eenmaal op dreef draagt hij als een Jan van Veen in zijn bar La Taberna de Guijuelo de poëzie voor van dichters als Jorge Luis Borges, Federico García Lorca, Miguel Hernández, Antonio Machado, of in dit geval het lied Pueblo Blanco dat Joan Manuel Serrat in 1971 uitbracht, samen met het bekende Mediterráneo. En voor deze onuitputtelijke bron van dichtkunst gaan wij natuurlijk naar de bar, niet alleen maar om te drinken. De tekst hierboven zijn maar een paar regels uit het lied, dat overigens veel te mooi is om naar het Nederlands te vertalen. Eerlijk gezegd heeft de tekst van het lied niet zo heel veel met onze verhuizing te maken. Salamanca is geen pueblo blanco, geen wit dorp, dat als Ronda of Alhama de Granada aan een kloof hangt. Maar het zou me niet verbazen als er in Salamanca mensen zijn die, net als de inwoners van het witte dorp van Serrat, nog nooit de zee hebben gezien. De zee, de Cantabrische Zee, sinds dit jaar onze zee, prijkt vanaf nu achter de titel van deze blog. Het was ongeveer zeven minuten wandelen van huis naar de plaats aan zee om de foto te maken. De foto hierboven is verderop aan de kust gemaakt, in de buurt van Bilbao. Het is de rots met het kerkje van San Juan de Gaztelugatxe. De groene kust wordt de Spaanse noordkust genoemd. Het is er groen, omdat het er regelmatig regent, eergisteren viel er zelfs sneeuw. Maar in ieder geval is dat geen reden om te huilen aan zee, om tot slot nog even terug te komen op de laatste tekstregel van het samengevatte lied van Serrat.  

Van Tull en ´t Waal naar een balkon op de Plaza Mayor

11/09/2011

Dat hadden ze niet kunnen bedenken, toen ze op vrijdag wegreden Tull en ´t Waal, een klein dorpje in de buurt van Utrecht. Een dag later stonden ze op een balkon van de Plaza Mayor recht tegenover het podium, waar de Galicische band Milladoiro optrad. Het was voor mij ook een verrassing, had mijn camera thuis laten liggen en maakte de foto boven deze post met mijn mobieltje. Een paar dagen eerder hadden ze gebeld dat ze op de reis naar het zuiden van Spanje wilden overnachten in Salamanca. Maar op zaterdag kwamen ook vrienden uit Burgos over en daarmee hadden we afgesproken om naar het concert van Milladoiro te gaan. Maar het was natuurlijk geen probleem dat de Hollandse gasten zich aansloten. Toen we wat dronken bij een van de kraampjes die nu tijdens de feesten van Salamanca overal op straat staan, werden de vrienden uit Burgos gebeld door een vriendin uit Salamanca die met hen wilde afspreken, waarna de Hollandse vrienden, vrienden uit Burgos en wij onze weg naar het plein vervolgden via het café waar de vriendin uit Salamanca was. Zij was daar met familie uit Texas die op vakantie waren in Salamanca. Uiteindelijk ging een groep van vrienden uit Nederland en Burgos, vriendin uit Salamanca en familie uit Texas naar de Plaza Mayor, waar de familie uit Texas een appartement had gehuurd. Later sloten ook nog vier andere vrienden van de vrienden uit Burgos aan. Daar stonden we in een klein appartement met een balkon met uitzicht op het plein en het podium. Vijftien mensen, waarvan de meesten elkaar nog nooit hadden gezien. Voor Hans, de jongen rechts op de foto boven deze post, was het zijn eerste kennismaking met Spanje, met Salamanca en met de sociale vaardigheden van de Spanjaarden.  Hij gaat voor vijftien weken op stage bij een fruitteeltbedrijf in Lepe. Dat hadden de vrienden uit Burgos, de vriendin uit Salamanca en de familie uit Texas weer niet kunnen denken, dat ze op een balkon op de Plaza Mayor een jongen uit Nederland zouden ontmoeten die stage gaat lopen in Lepe. Even dachten ze nog dat het een grap was. Want Lepe, een kleine plaats bij Huelva, staat vooral bekend om de moppen, waarbij de Leperos altijd het slachtoffer zijn. In veel boekhandels zijn zelfs boeken te koop met mil chistes de Lepe, duizend moppen uit Lepe. Overigens staat ook het appartement waar wij waren te koop. Het appartement bestaat uit een kleine woonkamer, een slaapkamer, een keuken en twee balkons. Op de voordeur van Plaza Mayor 24 hangt dit telefoonnummer voor meer informatie: 699420866. Dit weekeinde werd de telefoon niet opgenomen.   

Een chiringuito aan de Tormes

07/09/2011

Vanavond zal de RiverBand weer optreden. José, de gitarist moest toegeven dat het niet de meest originele naam was die ze voor hun band hadden verzonnen, maar de naam van de band is wel het laatste waar iemand op het terras van de chiringuito Pacha Mama zich druk om maakt. De band zorgt voor een heerlijke sfeer op een heerlijke lokatie. De chiringuito staat aan de overkant van de rivier de Tormes en vanaf het terras heb je een prachtig uitzicht op de verlichte kathedraal van Salamanca. We waren er vorige week bij toen de RiverBand optrad, dat doet de band vanaf mei tot oktober op iedere donderdagavond vanaf een uur of tien ´s avonds, en soms ook op dinsdag- en woendagavonden. Bij ieder optreden staat een ander muziekgenre centraal. Nu was Gabriël uit Senegal te gast. Hij trad op met het vaste trio van de band, José uit Chili, Manuel uit Venezuela en Javi uit Salamanca. Het was een mooie cocktail. De chiringuito werd vorig jaar nieuw leven ingeblazen door een jong stel uit Salamana. Ze verhuren ook bootjes die aan de waterkant liggen. In de geschiedenis valt het niet te achterhalen maar misschien liggen de bootjes wel op dezelfde plaats waar ooit Padre Putas aan wal in ging om de hoeren van Salamanca naar de overkant te varen. De chiringuito is geen modern terras om te loungen en er zijn ook geen ligstoelen. Misschien verdienen de muren wel een nieuw laagje verf, maar aan de andere kant merk je aan alles dat de twee jonge ondernemers hun ziel in de chiringuito hebben gelegd. Je merkt het aan de mensen die er komen en aan de muzikanten die er spelen. Bij sommige nummers waan je je in een Cubaanse casa de la trova of een Peruaanse cantina. Veel mensen in Salamanca weten alleen de chiringuitos van Aldehuela te vinden, een stuk verder op langs de rivier, waar ook een van de gemeentelijke zwembaden ligt. Daar zou de Afrikaanse stem van Gabriël overstemd worden door de commerciële Spaanstalige muziek die daar uit de luidsprekers galmt.  

Een reclamekaravaan trekt door Spanje

30/08/2011

En dan heb ik het niet over die stoet van sponsoren die voor de wielrenners uitgaat, de reclamewagens die regelmatig een kind aanrijden en de toeschouwer bedelft onder goedkope rommel van petjes en waaiers en daarmee de meest ernstige vorm van hebzucht in de mens laat boven komen. Met de reclamekaravaan bedoel ik de cameramannen en -vrouwen die vanuit helikopters, achter op motoren en vanaf hoge stellages de televisiekijker trakteert op prachtige plaatjes van Spanje. De Vuelta a España is naast een strijd om de rode trui ook een reclamefilm over Spanje. Een vriend die de wielerronde volgt op de Belgische televisie vertelde me dat hij na de etappe van zondag, die door het hamdorp Guijuelo ging, alles weet over de jamón serrano, omdat de Belgische verslaggevers zich niet beperken tot louter informatie over de wielrenners en de etappe.  Als ik met met mijn groepen naar de stad  Ávila rij, dan blijken veel mensen bij het zien van de stadsmuren opeens de stad al te kennen van de Vuelta, waar de wielrenners altijd langs de stadsmuren rijden. En als ik het in Toledo over het keizerlijke wapen van Karel V heb, de adelaar met de dubbele kop, wordt me regelmatig gevraagd of ik ook de adelaar van Toledo ken, de wielrenner Federico Martín Bahamontes die in 1959 de Tour de France won en een klein wielermuseum in Toledo heeft. De Ronde van Spanje begon dit jaar letterlijk op het strand van Benidorm en zal voor het eerst sinds tijden weer naar het Baskenland gaan, omdat het daar weer veilig lijkt te zijn nu de ETA al twee jaar geen aanslagen heeft gepleegd. In het Baskenland hopen ze dat na de wielrenners ook de toeristen zullen komen. De directeur van de Vuelta sprak op de vertrekdag in Benidorm de wens uit om binnen een paar jaar te starten op een van de Canarische eilanden, bijvoorbeeld bij de oude vulkaan de Teide op Tenerife. Gisteren kwam de wielerkaravaan naar Salamanca, waar de individuele tijdrit werd gehouden. De stad had geen betere plaats voor de finish kunnen bedenken dan op de Plaza Mayor, voor het gemeentehuis. Het hele parcours was een mooi visitekaartje voor de stad. De wielrenners kwamen na hun tocht langs weilanden met steeneiken over de Romeinse brug de stad binnen. Vervolgens reden ze langs het art decomuseum Casa Lis en tot slot door de calle San Pablo, langs de kerk van Stefanus, waar het graf van de IJzeren Hertog van Alva  is, naar de Plaza Mayor, volgens de Belgische verslaggevers het mooiste plein van Spanje. Voor ons Nederlanders in Salamanca was het leuk meegenomen dat een landgenoot in de rode leiderstrui het plein kwam oprijden, al moest Bauke Mollema op hetzelfde plein het rood weer inleveren. Veel Spanjaarden die langs de truck van Rabobank kwamen, waar Mollema zich voorbereidde, herkende de Groninger pas na het bestuderen van de fanfoto´s. De Spaanse wielrenners van de Rabobank, Carlos Barredo en Luis León Sanchez kregen meer aandacht. Benieuwd of zij hun Nederlandse ploegmaten hebben uitgelegd wat het eerste gedeelte van de naam van de sponsor, Rabo, in het Spaans betekent. Letterlijk betekent het staart, maar het woord wordt ook populair gebruikt voor het mannelijk geslachtsdeel. Als Luís León of Carlos de grap zou maken, zouden we dat zomaar kunnen horen, want de wielrenners zijn altijd dicht bij het publiek. De sfeer rond de truck van Rabobank was de hele dag ontspannen. Echtgenoten en vriendinnen van de wielrenners liepen de truck in en uit of zaten naast hun geliefde aan een bekertje koffie. De wielrenners bereidden zich op de hometrainer voor de truck voor met tegenover zich de toeschouwers. Dat zullen we in de kleedkamers van FC Barcelona en Real Madrid wel nooit zien, dat de supporters zo maar even binnenlopen als Ronaldo op de massagetafel ligt of als Guardiola zijn spelers de laatste instructies geeft.

Op tapastocht in Salamanca

27/08/2011

Dit is eigenlijk een hele gewone straat met een gewoon straatbeeld.  Langs het trottoir staan auto´s geparkeerd, afgewisseld met kleurige containers. Er is een kapsalon, een locutorio, een groentezaak. Niets bijzonders. Een beetje lullige straat, zoals de naam van de straat al verraadt; calle Van Dick, al wordt de straat in de Paginas Amarillas van Salamanca, de Spaanse Gouden Gids, gespeld als calle Van Dyck. Ban Diek, op zijn Spaans. De straat is genoemd naar de 17e-eeuwse Vlaamse schilder Anthony van Dyck. In het Nederlands wordt de naam ook geschreven met een ij, in het Engels is het Van Dyck, en in het Spaans wordt het dus Van Dick. Als er niets bijzonders is aan deze straat, waarom dan toch deze aandacht voor calle Van Dick. Omdat deze straat bij Salmantijnen en studenten heel populair is om op tapastocht te gaan. Veel studenten wonen ook in of in de buurt van calle Van Dick. Toeristen zie je er minder omdat de straat buiten het historische centrum ligt. Je moet de calle Torres Villaroel of calle Maria Auxiliadora omhoog lopen, van het centrum af, de avenida de Portugal oversteken en dan de tweede straat rechts, als je via Torres Villaroel gaat, of de derde straat links, als je de calle Maria Auxiliadora neemt. Zoals is te zien op de foto, oogt de straat niet als een gezellige straat met eethuisjes. Halverwege wordt de straat hinderlijk onderbroken door calle Alfonso de Castro, die Van Dick door midden snijdt. ´s Avonds, na acht uur, als de winkels zijn gesloten, valt pas op hoeveel tapasbarretjes er in de straat zijn en hoeveel mensen daar op afkomen. Meson Los Faroles, Mares van Dyck, La Taberna de La Portu, El Minutejo, Don Cochinillo, Rufo´s, El Corral de la Abuela, La Degustación, Barbacoa La Ercina. En dit is nog maar een kleine greep uit het enorme aanbod. De variëteit op de menukaarten is niet erg groot. Het zijn vooral hapjes van het varken die uit de keuken komen; lomo, chorizo, panceta, criollas, jeta. Dat kan ook niet anders met het leefgebied van het beroemde Iberich varken iets ten zuiden van Salamanca. Wij probeerden gisteren in Corral de la Abuela de pincho moruno. Zeer pikant, waarschuwde het meisje achter de bar steeds als iemand deze tapa bestelde. Ze overdreef niet. De stukjes varkensvlees aan een spiesje waren gemarineerd in een pittige paprikapoeder. Verderop in de straat bezochten we Don Cochinillo, waar je naast kleine hapjes voor 22 euro een enorme vleeschotel voor twee personen kunt krijgen. In La Degustación, de Proeverij, de naam zegt het al, bieden ze verschillende hapjes aan op een schaal. Er is een uitgebreide keuze voor carnivoren, maar ook voor visliefhebbers.  Wie na een paar barretjes even wat anders wil dan varkenssnuit, varkensoor en andere delen van het varken, moet zeker even binnenlopen  bij La Taberna de La Portu, waar de Portugese eigenaresse heerlijke bacaloa a brass maakt, een van de duizend recepten voor kabeljauw.   

In een klein plaatsje op de hoogvlakte rolde de bal wel

23/08/2011

Dat niemand denkt dat deze mensen niet wisten dat er het afgelopen weekeinde niet werd gevoetbald in de twee hoogste Spaanse klassen, la Primera en Segunda división. Het plaatsje waar de bal wel rolde, is eigenlijk niet zo klein. Salamanca is met 180.000 inwoners na Valladolid de grootste stad van Castilië en León. Maar in voetballand is Salamanca een heel klein dorpje. De club degradeerde het afgelopen seizoen uit de Segunda división en komt nu uit in de regionale Segunda división B goep II. In die afdeling werd het afgelopen weekeinde niet gestaakt. Een beperkt voetbalaanbod dus, maar dat was voor de Salmantijnse voetbalsupporter geen reden om naar het stadion te komen. Vooral de supporter die de gloriedagen van UD Salamanca nog heeft meegemaakt, zal even achter zijn oren hebben gekrabd bij het affiche UD Salamanca – Gymnástica Segoviana. Wij lieten ons ´omkopen´ met  uitgeleende seizoenskaarten en wat nog veel belangrijker was; een heerlijke, uitgebreide lunch met jamón iberico en speenvarken voorafgaand aan de wedstrijd. De laatste keer dat Salamanca in de Primera uitkwam was in het seizoen 98/99. Het seizoen daarvoor werd in het stadion Helmantico met 4-3 van Barcelona gewonnen en werd Valencia met 6-0 verslagen. Ook Cruijff weet wat verliezen is in Salamanca. Op 25 februari 1976 ging Barça met 2-0 onderuit. Op de foto hierboven is op de achtergrond achter de sprintende Cruijff ook Neeskens te zien. Het einde van de glorietijd werd onder andere ingeluid door het economische wanbeleid van de steenrijke voorzitter Juan José Hidalgo, eigenaar van de luchtvaartmaatschappij Air Europa en de reisbureau´s  Halcón Viajes en Viajes Ecuador. Voorzitters als deze Hidalgo zijn er met hun gegoochel met begrotingen nu onder andere de oorzaak van dat de Spaanse voetbalcompetitie nog steeds niet is gestart. Ongeveer tweehonderd voetballers hebben in totaal 50 miljoen euro aan salaris tegoed. Het ziet er niet naar uit dat er komend weekeinde wel wordt gevoetbald.  Tenminste, niet in de Primera en Segunda. Salamanca gaat zaterdag op bezoek bij het Baskische Amorebieta. De wedstrijd tegen Segoviana, dat overigens afgelopen seizoen promoveerde, eindigde in een  1-1 gelijkspel. Dat krijg je ervan als je voor de wedstrijd speenvarken eet, dé specialiteit van Segovia.  

De tent van de 15 Mei beweging

21/08/2011

Dit grote reclamebord van Decathlon op de foto hierboven staat langs een van de uitvalswegen van Salamanca. Een paar jaar geleden opende de Franse vrijetijdsketen een fililaal in Santa Marta de Tormes, een groeigemeente net buiten Salamanca. Er staan rond Salamanca meer van deze grote borden van Decathlon. Maar de beste (en gratis) reclame krijgt Decathlon deze zomer van de verontwaardigde jongeren van de 15 Mei beweging. De tent, zoals deze op de foto, is uitgegroeid tot een symbool van de actievoerders. Een groot deel van de tenten waarin de actievoerders vanaf half mei op de pleinen van veel Spaanse steden bivakkeerden, waren van het huismerk van Decathlon, Quechua. In de media werd gesproken over Campamento Quechua en El Rincón de Quechua, de Quechua-hoek. Hoewel de pleinen weer leeg zijn, duiken de tenten nu regelmatig op bij rechtbanken, huisuitzettingen, in metrostations en andere plaatsen waar de verontwaardigden hun ongenoegen willen uiten. De tent staat voor de onverzettelijkheid, standvastigheid en het doorzettingsvermogen van de verontwaardigden.  Maar de politie lijkt het geduld met de 15 Mei beweging langzaam te verliezen. De laatste weken is er bij demonstraties al een paar keer hardhandig ingegrepen. Volgens de reclame kan de Quechuatent in twee seconden worden opgezet en in twee seconden worden afgebroken. Dat moet voldoende zijn om uit handen van de politie te blijven. Quechua was de naam voor de bevolking van het Inca-rijk en ook voor de taal die in het rijk werd gesproken.  Het kwam Decathlon waarschijnlijk goed uit dat de eerste tenten vanaf half mei op de pleinen verschenen. Rond die tijd, zo net voor de zomer, gaan veel mensen hun spullen voor de vakantie kopen. De zomer is bijna voorbij, waarschijnlijk zal niet het hele assortiment Tienda 2 Seconds Easy II zijn uitverkocht. Het zou een mooi gebaar van Decathlon zijn om de onverkochte tenten gratis uit te delen aan de leden van de 15 Mei beweging in ruil voor de gratis reclame die de keten kreeg.