Posts Tagged ‘Salamanca’

Een wiskundig correct rondje om de kerk

19/08/2011

Het schijnt de enige in zijn soort te zijn in Spanje, deze ronde Romaanse kerk van San Marcos. Een uniek bouwwerk dat buiten het historische centrum van Salamanca staat en daardoor aan het oog verloren gaat van de toeristen die in het toeristische gebied tussen de Plaza Mayor en de kathedraal blijven. De kerk van San Marcos staat aan het einde van de winkelstraat calle Zamora bij de Puerta de Zamora. Vroeger stond daar de stadsmuur en dat heeft een aantal mensen doen denken dat de kerk vroeger deel uitmaakte van de stadsmuur en daarom een ronde vorm heeft. Hoogstwaarschijnlijk hebben de bouwmeesters zich laten inspireren door het Heilige Graf en het paleis van koning Salomon. Veel orden, waaronder de tempeliers, die waren toegewijd aan het Heilige Graf, lieten ronde of achthoekige kerken bouwen. Rond is ook het symbool voor de perfectie en de hemel. In de 12e eeuw werd de kerk gebouwd en  vanaf het eerste moment genoot San Marcos koninklijke bescherming, vandaar de naam Real Clerecía de San Marcos. Binnen valt minder op dat de kerk rond is. De kerk heeft drie Romaanse absissen, die halfrond zijn en aan de westkant werd later de sacristie ingebouwd. De spitsbogen die de gewelven ondersteunen, dateren uit de periode van de vroege gotiek. De diameter van de kerk is ongeveer 22 meter en je kunt er zonder problemen een rondje omheen lopen, want de kerk staat helemaal vrij. In wandeltempo is een rondetijd van 50 seconden eenvoudig haalbaar. De kerk is dus een van de weinige, voor zover ik weet, waar je écht een rondje van 360 graden omheen kunt lopen. De meeste gebedshuizen zijn gebouwd in de vorm van een latijns kruis en hebben als grondplan een rechthoek of er zijn later ruimten aan toegevoegd, zoals een kapittelzaal of sacristie. Zouden de machinisten van de NS een paar jaar geleden dan deze kerk van San Marcos hebben bedoeld, toen ze het over een rondje om de kerk hadden. Wie wel graag een rondje om de kerk wil rijden, al is het ook geen echt rondje en kan het niet met een trein maar wel met een auto, kan dat doen in Matapozuelos, een gehucht in de provincie Valladolid, waar de kerk van Santa Maria Magdalena  op een rotonde staat bij de ingang van het dorp.    

Anuncios

Leonardo da Vinci is een machine

30/06/2011

Es una máquina. Hij is een machine. Het is een Spaanse uitdrukking voor iemand die ergens heel goed in is. Messi is bijvoorbeeld een máquina, en er schijnen ook máquinas de sexo te bestaan, in mannelijke en vrouwelijke vorm. Iemand die in de 16e eeuw leefde en het taalgebruik van nu zou hanteren, zou zeker hebben gezegd dat ook Leonardo da Vinci een máquina was. Hij kon alles. Hij was schilder, architect, ingenieur, beeldhouwer en bovenal was hij uitvinder. Una máquina. Een aantal modellen van zijn uitvindingen staan tot 28 augustus in het palacio de congresos y exposiciones in Salamanca. De modellen zijn ruim tien jaar geleden gemaakt in Madrid op basis van tekeningen die in de Nationale Bibliotheek van Madrid waren gevonden. De modellen geven een goede indruk van de enorme veelzijdigheid van Da Vinci. Verspreid over twee zalen staan onder meer een hefboom, een propeller, een fiets, een pantservoertuig, een boot, een duikerspak en aan het plafond hangt een soort deltavlieger. Da Vinci vond mechanismen uit die pas 400 jaar later werden herontdekt. Hij ontwierp een kathedraal voor Milaan en was een meester in de menselijke autonomie. En hij schilderde natuurlijk het meesterwerk de Mona Lisa. De ´andere Mona Lisa´ La Dama del Armiño, de Dame met de Hermelijn, is tot 4 september in het Prado in Madrid te zien. In Salamanca zijn alleen de machines van Da Vinci te bewonderen. Je moet wel enige kennis van wiskunde hebben om de modellen te begrijpen. En aanraken of in beweging zetten, mag helaas niet. Bij de beschrijvingen staat het opvallende detail dat Leonardo da Vinci van rechts naar links schreef omdat hij linkshandig was. Ben benieuwd of hij die manier van schrijven ook zelf heeft uitgevonden.  

Burgos, culturele hoofdstad van Europa 2016

14/06/2011

Over twee weken wordt bekend gemaakt welke Spaanse stad zich in 2016 culturele hoofdstad van Europa mag noemen. San Sebastián, Burgos en Zaragoza wachten nog op mijn beoordeling. In vorige posts nam ik de drie kandidaatsteden Córdoba, Segovia en Las Palmas de Gran Canaria al onder de loep. Kreeg onlangs de vraag of het allemaal wel zo´n impact heeft die hele verkiezing. Madrid was in 1992 culturele hoofdstad van Europa, en dat vond inderdaad nauwelijks weerklank in het buitenland, waarschijnlijk ook omdat in hetzelfde jaar in Barcelona de Olympische spelen werden georganiseerd en Sevilla de Expo vierde. Bovendien hoeft Madrid zich ook niet te profileren als culturele stad. Iedere buitenlander weet het Prado, Reina Sofia en Thyssen te vinden. Voor de kleinere provinciesteden ligt dat anders. Mijn reisorganisatie SRC besloot in het jaar dat Salamanca culturele hoofdstad was op de 15-daagse rondreis door Spanje en Portugal  twee nachten in de stad te verblijven in plaats van één nacht. En dat is precies wat de kandidaatsteden willen bereiken. Dat de bezoeker niet alleen maar op doorreis even de stad bezoekt, maar ook blijft overnachten en dus ook blijft dineren en dus meer geld uitgeeft. In Bilbao zijn plannen om een tweede Guggenheim te openen om de bezoeker voor ieder geval twee dagen aan de stad te binden. Burgos wil dat ook en hoopt dat de toerist niet hetzelfde doet als ik onlangs, toen ik onderweg van Salamanca naar Bilbao, om half één uitstapte op het busstation van Burgos, om vier uur later weer in de bus te stappen. Toch was vier uur ruim genoeg om uitgebreid het museum van de Evolutie, op de foto boven deze post, te bekijken en ook nog wat heerlijke kleine hapjes te eten in bar Pancho. It´s happening en R-evolutión staat groot op het museum van de Evolutie. En een revolutie is het wel dat Burgos zich opeens in het Engels uit. De stad staat bekend als een conservatieve stad, waar het meest zuiverst Spaans zou worden gesproken. Burgos is bekend bij de pelgrims die de stad op hun weg naar Santiago de Compostela passeren. De kathedraal is een belangrijke toeristische bezienswaardigheid en ook de kloosters van Huelgas en Miraflores zijn dat. En dus nu ook het museum van de Evolutie. Een enorm museum met een oppervlakte van 17000 m2, ontworpen door Juan Navarro Baldeweg. Het project werd gestart nadat op het opgravingsterrein van Atapuerca de schedel werd gevonden van de Homo Antecessor, de voorloper van de Homo Heidelbergensis en de Homo sapiens, die een miljoen jaar geleden in de bergen van Atapuerca leefde. De schedel is ruim 800.000 jaar oud en daarmee is de Man van Atapuerca de oudste van Europa. Burgos haalde met de ontdekking de voorpagina´s van alle wetenschappelijke tijdschriften ter wereld. Atapuerca is nog steeds een goudmijn voor archeologen. Het is een bijzondere ervaring in de oogkassen te kijken van mensen die duizenden jaren geleden op deze aardbol rondliepen. In het museum is ook aandacht voor Darwin, een deel van zijn schip de Beagle is nagebouwd, en ook voor de Spaanse wetenschapper Ramón y Cajal. En je kunt een wandeling maken door het menselijke brein, een enorme kluwe, waar de vonken van af springen. Na het museum had ik nog tijd om in de Lorenzostraat, de straat die recht tegenover het stadhuis wegloopt van de plaza mayor, wat te eten in bar Pancho. De specialiteit is daar de cojonudo (stukje stokbrood met ei en chorizo) en de cojonuda (met bloedworst in plaats van chorizo). Maar er staan meer lekkere hapjes op de bar, zoals paprika gevuld met kabbeljauw of tigre, een licht gepaneerde mossel. Al die lekkere hapjes, het museum én het mooie weer (het was maar liefst 25 graden toen ik er was) ten spijt, ook Burgos zal geen culturele hoofstad worden in 2016.   

Hoog bezoek in Salamanca

25/05/2011

´t is mij een raadsel waarom de Castilianen de ooievaar niet verder hebben ontwikkeld als nationaal symbool. Als een ooievaar zou kunnen praten, zou hij dat zeker niet nalaten; hij zou veel, doch bedachtzaam spreken, en daarbij filosofie noch abstractie schuwen – dat zie je zo aan zijn scherpzinnig uiterlijk. Een typische Castiliaan´ (uit Pelgrim zonder God van Herman Vuijsje)

Ze zijn het symbool van geluk, boodschapper van de komst van de lente en koerier van nieuw leven. De ooievaar, in het Spaans cigüeña van de latijnse naam ciconia ciconia. De Nederlandse naam zou uit het Duits stammen, van de Duitse woorden ot, dat geluk betekent en vaar, dragen. De geluksdrager dus. In dat opzicht hebben de ooievaars het in Spanje rustig met een geboortecijfer van 1,4.  Ze zullen nog een maand, hooguit anderhalve maand bij ons blijven. Zodra de jonge ooievaars kunnen vliegen, vertrekken ze weer naar Afrika. Je komt ze vooral tegen in Extremadura en Castilië y León. In Zamora, een stadje zo´n 60 kilometer ten noorden van Salamanca, hebben ze zelfs een plattegrond laten drukken waarop de ongeveer 32 nesten die er in de oude stad zijn, staan aangegeven. Ik heb de nesten in Salamanca niet geteld, maar het zijn er veel. De meeste nesten bevinden zich op de kerk van San Estéban. Zonder al  teveel moeite te doen, telde ik er zo al twaalf. Mooi gelegen is het nest op de stenen kardinaalshoed op het paleis van Anaya tegenover de kathedraal. Een mooie route langs de ooievaarsnesten in Salamanca is door vanaf de plaza Mayor, je ziet dan gelijk al twee nesten op de kerk van San Martín, de rua Mayor in te lopen naar het casa de las conchas. Vanaf de eerste verdieping kijk je op de hoofdgevel van de kerk van de Geestelijken, waar schuin achter de beelden van twee kerkvaders, Augustinus en Ambrosius (?) de ooievaars op hun nest zitten. Deze kerk is ook het verzamelpunt van de ooievaars voor ze gezamenlijk aan hun reis naar Afrika beginnen. Terug in de rua Mayor gaat de wandeling naar de plaza de Anaya tussen de kathedraal en het paleis van Anaya. Naast het nest op de kardinaalshoed, is er vanaf het plein ook een mooi uitzicht op het nest dat op een castiliaans torentje ligt, op de hoek van de kathedraal. Eigenlijk moet je daar wachten om een ooievaar te zien opstijgen vanuit het nest, maar ik ben geen goede vogelaar, heb er het geduld niet voor en met mijn kleine canon camera kan ik ook niet voldoende inzoomen. Maar voor 3,75 euro kun je wel heel dicht bij het nest komen. Dat kost het kaartje voor de expositie in de torens van de kathedraal. Je wandelt dan over de galerijen boven in de kathedraal en over de terassen van de oude en nieuwe kathedraal. Daar maakte ik de foto boven deze post. De enorme nesten kunnen tot een ton zwaar wegen. De ooievaars keren ieder jaar terug naar hetzelfde nest en dat is ook de reden, waarom paartjes hun hele leven bij elkaar blijven. Drie generaties ooievaars kunnen bij elkaar in het nest wonen. Sommige ooievaars merken bij hun terugkeer uit Afrika dat ze niet meer naar hetzelfde nest terug kunnen, omdat het is verwijderd. De nesten kunnen door hun zwaarte de monumentale gebouwen beschadigen. Een ooievaar legt tussen de 3 en 6 eieren per jaar. Het zijn geëmancipeerde vogels, want zowel het mannetje als het vrouwtje broedt op het nest en zorgt voor het eten. Het beeld van de sierlijke ooievaar, staand op een poot in een rietkraag, is achterhaald. Nog steeds zoeken ooievaars naar kikkers, maar ze eten ook insecten, jonge vogels, hagedissen en je kunt ze ook tegenkomen op een vuilnisbelt, op zoek naar etensresten. Dat beeld past eigenlijk niet bij deze elegante, majestueuze vogel, die heel goed is opgevoed. De ooievaar maakt geen ander geluid dan het geklapper met de snavel en doen dat alleen maar om hun wederhelft te begroeten of wanneer ze het broeden op het nest afwisselen. Volgens mij zijn ze zo goed opgevoed dat ze hun uitwerpselen tijdens het vliegen niet zo maar laten vallen, zoals duiven of meeuwen dat doen. Ik heb het in ieder geval nog nooit gezien, maar gezien de grootte van een ooievaar moet het dan zijn alsof je een pakje yogurt over je krijgt leeggegoten. De ooievaar op de foto boven deze post poseerde geduldig voor me, terwijl een telg bezig was met zijn eerste lessen droogvliegen. Een vertederend tafereel, dat ik uiteindelijk maar liet voor wat het was, toen ik een vragende blik in de ogen van de ooievaar bespeurde….. 

   

In een hangmat aan de waterkant

03/05/2011

Vorig jaar, op 12 april, schreef ik al over het fenomeen van Padre Putas in Salamanca, over de dag dat iedereen naar de rivier de Tormes gaat om te picknicken. Ik had er stiekem naar uit gekeken, omdat ik hoopte eindelijk de hangmat die ik in Peru had gekregen, te kunnen inwijden. Ik was een dag eerder teruggekomen van de laatste reis uit een serie van vier reizen achter elkaar. Dus geen betere plaats om weer even bij te komen boven de drassige oever van de rivier. Alles klopte. Het was een heerlijke lentemiddag. De eerste bomen die we zagen, stonden ver genoeg uit elkaar en de korte takken die uit de stam kwamen, gaven voldoende steun aan de touwen waarmee we de hangmat hadden vastgeknoopt. Vreemd eigenlijk dat de Spanjaarden die cultuur nooit uit Latijns-Amerika hebben meegenomen . Veel jongeren met natte plekken achter op de broek, keken ons jaloers aan. De rode wijn, een tempranillo 2009 uit de Rioja Alta, combineerde goed met de hornazo, die we ´s ochtends vers bij de banketbakker hadden gekocht. Een dikke koek van deeg, gevuld met jamón, lomo en chorizo. En hoewel de foto van de rivier, het zachte licht van de lentezon op het gewas en de Romeinse brug,  boven de post anders doet vermoeden, echt tot rust kwamen we niet, want op de foto hieronder is te zien wat zich achter onze rug afspeelde.  

 

Ook de studenten vierden hun Lunes de Aguas, Watermaandag, de dag dat in de tijd van Filips II de prostituees weer welkom waren in de stad nadat ze tijdens de Vastentijd voor Pasen tot een week erna, hadden gebivakeerd aan de andere kant van de rivier. Maar de studenten grijpen de traditie vooral aan om weer eens een ouderwetse botellón te organiseren, zonder dat de politie ingrijpt, want op straat, of aan de oever van de rivier, veel alcohol drinken is sinds een paar jaar verboden. Het woord botellón betekent grote fles, dat zijn vooral de grote flessen cola die worden gemengd met rode wijn. Het brouwsel wordt kalimotxo genoemd. De studenten sleepten het in emmers en jerrycans naar de rivier, waar aan het einde van de middag geen stukje groen meer vrij was. Toch knap van de fotograaf van El Mundo dat hij ons wist te vinden in de enorme menigte.

 

Cuenca, culturele hoofdstad van Europa 2016!

29/03/2011

Tenminste, als het aan ons had gelegen. We lieten ons zonder problemen omkopen door Almudena en José, onze vrienden uit Cuenca. Zij namen ons mee naar bar Estela, waar we sesos de cordero rebozados, zarajos, orejas de cerdo en morteruelo proefden. Klinkt lekker? Misschien neemt de trek iets af na de vertaling van deze lekkernijen; hersenen en darmen van het lam, varkensoren en een ragout van wild. Dat is de keuken van Cuenca. De joviale glimlach van bar-eigenaar Cesar trok ons over de streep. Het afgelopen weekend was mijn laatste vrije weekend tot 2o mei, dus we wilden iets moois maken van dat weekend. En dan is het altijd meegenomen als je vrienden hebt die in een stad als Cuenca wonen, al was het weer nog niet ideaal voor een weekendje weg. Toch was het druk met weekendgangers in de stad, ook omdat Cuenca sinds eind vorig jaar via de hogesnelheidstrein met Madrid is verbonden. De AVE doet er 51 minuten over, een enkele reis kost 38,40 euro. Cuenca is vooral bekend vanwege de Casas Colgadas, de hangende huizen, al zijn het alleen de balkons die over de kloof hangen. De oude stad van Cuenca balanceert op een smalle rots, waarlangs in de diepte de Júcar en Huecar stromen. Op het randje van de rots staan de huizen, waarvan de drie hierboven op de foto het bekendst zijn. Cuenca is Cultureel Werelderfgoed van UNESCO, maar wordt door buitenlandse reisorganisaties nog nauwelijks bezocht. Ook bij mijn reisorganisatie SRC is de regio van Cuenca, gelegen in het oosten van La Mancha, een grijs gebied. Terwijl er ook rond Cuenca veel te zien is. Op zondag namen onze vrienden ons mee op een tocht door de Serranía de Cuenca langs uitgesleten bergwanden van kalksteen, bossen van pijnbomen met herten, en uitzichtspunten, zoals die bij Las Majadas, vanwaar je de hele serranía kunt overzien. Voorbeelden genoeg om Cuenca in 2016 uit te roepen tot Culturele hoofdstad van Europa, maar helaas, de kandidaat-stad is al uitgeschakeld in die race. Het gaat nu nog tussen Segovia,  Burgos, San Sebastián, Las Palmas de Gran Canaria, Córdoba en Zaragoza. Wie de afgelopen tijd een van deze steden heeft bezocht, zal het jaartal 2016 niet zijn ontgaan. Op spandoeken op het gemeentehuis, op stadsbussen, bij de belangrijke monumenten, overal komen de vier cijfers terug. Eind juni wordt de winnende stad bekend gemaakt. Die stad mag de titel van culturele hoofdstad over vijf jaar delen met een stad in Polen. Van de zes steden zal ik alleen Las Palmas niet bezoeken voor eind juni. Misschien kan ik de stad nog zien vanaf Tenerife, waar ik morgen voor een week naar ga. De winnaar zal na Madrid (1992), Santiago de Compostela (2000) en Salamanca (2002) de vierde Spaanse culturele hoofdstad zijn. Voor een stad is het uiteraard een prachtige kans om het culturele aanbod uit te breiden en daardoor meer bezoekers te lokken. Salamanca heeft daar in 2002 goed van geprofiteerd. De stad kreeg ondermeer een nieuw treinstation, links op de foto, en een congrescentrum en er werden tijdelijke exposities georganiseerd die zo succesvol bleken, dat ze nog steeds bestaan, zoals de expositie Ieronimus, ingericht in de kerktoren van de oude en de nieuwe kathedraal. Dat de begroting niet helemaal sluitend was, daar maken alleen de politici zich druk om. Nederland is in 2018 aan de beurt. Daar gaat de strijd tussen Utrecht, Den Haag, Maastricht en Brabantstad, een samenwerking van verschillende steden in Brabant. Dit jaar zijn  Tallinn in Estland en Turku in Finland de culturele hoofdsteden. Cuenca zal geduld moeten hebben.             

Gelukkig Nieuwjaar!

20/12/2010

Volgens de universitaire kalender zit het jaar erop. Afgelopen donderdag, 16 december, kwamen 35000 (volgens de politie 30000) studenten naar de Plaza Mayor om afscheid te nemen van het oude jaar. Nog een keer samen feest vieren, want dit weekeinde stond in het teken van de grote uittocht van de studenten in Salamanca. Allemaal zijn ze naar huis gegaan om met ouders en familie de komende feestdagen door te brengen en verder feest te vieren met vriendinnen en vrienden die ze hebben achtergelaten. Vorig jaar werd het feestje nog verstoord omdat de studenten en de gemeente het niet eens werden over de organisatie. Toen moest men uitwijken naar Zamora, waar het natuurlijk lang niet zo gezellig is. Maar dit jaar namen de studenten Salamanca weer in. En niet alleen studenten uit Salamanca, er reden ook bussen uit Portugal, Vigo en Cáceres het busstation binnen met jongeren die wel zin hadden in dit studentenfeestje. Al vroeg in de middag liep het park van San Francisco vol om de oudejaarsnacht te openen met de botellón, letterlijk de grote fles. Het fenomeen is eigenlijk verboden, op straat mag geen alcohol meer worden gedronken, maar op deze dag mogen de studenten wat meer. Kopen ze sterke drank in en grote twee liter flessen cola, vandaar dat het fenomeen de grote fles heet, en wordt alles bij elkaar gegoten. Dat is een stuk goedkoper dan in de discotheek 6 euro betalen voor een rumcola. Rond één uur ´s nachts was het centrum van Salamanca omgetoverd in een zee van plastic tasjes en lege flessen. Om 5 uur in de ochtend was het tussen de Plaza Mayor en de Gran Via ondanks de vrieskou nog druk op straat en nergens een wanklank, niemand die in een dronken bui de neiging had om een bushokje te slopen of een mede-student, al kun je wel vraagtekens zetten bij de hoeveelheid alcohol die naar binnen wordt gegoten op zo´n dag. In het kielzog van de studenten verlaten wij vandaag ook de stad. De druiven eten we dit jaar in Peru bij de familie van mijn vriendin, tot 3 maart zullen we in Zuid-Amerika blijven. Overwinteren in Zuid-Amerika, dat is weer eens wat anders dan Benidorm…  

Een nieuwe arm voor de astronaut

17/12/2010

 

Hij is al bijna net zo beroemd als de kikker, de astronaut van Salamanca. En deze week is hij opnieuw in het nieuws, want de ruimtevaarder krijgt eindelijk zijn arm terug. In september sloegen een paar vandalen onder andere de arm van het beeldje af. Die wordt morgen teruggeplaatst door dezelfde kunstenaar die de astronaut in 1992 het levenslicht gaf in het rijk

gedecoreerde portaal van Palmzondag aan de noordkant van de kathedraal. Er zijn al veel verhalen bedacht, waarom die astronaut daar is geplaatst, maar de verklaring is heel simpel. Ooit werd besloten bij iedere restauratie een hedendaags symbool toe te voegen. In 1992, een jaar voor in de kathedraal van Salamanca de tentoonstelling Los Edades del Hombre werd gehouden, bedacht kunstenaar Miguel Romero om een astronaut toe te voegen, evenals onder andere een ooievaar, haas en rivierkreeft, symbolen van de lucht, het land en het water van Salamanca, en een draak (of is het toch een aap of een duiveltje?)  met een ijsje als symbool voor de studenten. Zo zijn er veel details terug te vinden in de zogenaamde plataresco-stijl. De stijl deed zijn entree in de 16e eeuw, toen de renaissance uit Italië was komen overwaaien. In Spanje vond men die architectuur veel te strak en te saai. Dus werden kerken en paleizen opgesmukt met een zeer fijne decoratie, een soort filigraan of zilverwerk, plata betekent ook zilver. Het beroemdste symbool zit verstopt op de gevel van de universiteit, de beroemde rana de la suerte, de gelukskikker. Iedere student die aan zijn studie begint, moet de kikker vinden, want alleen dan zal hij slagen. De kikker wordt ook gezien als het symbool van de zonde, zoals de zonden als achter de meiden aangaan en je iedere avond vol laten lopen met bier. Deze zonden moeten de studenten op de universiteit zien te overwinnen. 

     De studenten wordt het niet makkelijk gemaakt, want de kikker zit goed verstopt. Hier op de foto een detail van de gevel, het kapiteel van de rechterpilaar van de facade. Daar zijn drie doodskoppen geplaatst. Op de linker schedel zit de kikker. Minder bekend is de muzikant van de studentenbandjes, de tuna´s, die is afgebeeld op een van de portalen van de kerk van San Benito. Of het beeldje van Saturnus op een van de pilaren op het pleintje van Corillo. Als het Saturnus is, want soms valt het niet mee om te bedenken wat of wie er schuil gaat achter de symboliek. Net als de tekst die op de muur staat op een van de doorgangen naar de Plaza Mayor. Aquí se mato una muger. Rueguen a Dios por ella, año de 1838. Hier werd dus een vrouw gedood (of pleegde ze zelfmoord?) in 1838. De voorbijganger wordt verzocht om voor haar te bidden. Van het medaillon van Franco op de Plaza Mayor en de schelpen op het Casa de las Conchas tot het sterretje op het voorhoofd van de heilige Domenicus, overal zijn bijzondere details te ontdekken. Maar het is aan te raden omdat vanaf het voorjaar te doen, want tijdens deze winterdagen met de koude wind die door de dikste winterjassen blaast (en je ook merkt dat je op 800 meter hoogte woont) is het geen pretje om uitgebreid een gevel te analyseren of een astronaut een nieuwe arm te geven, vandaar waarschijnlijk ook de lege steiger naast de astronaut.   

 

De klokkenluider van Salamanca

01/11/2010

Nog maar eens naar de foto kijken. Inderdaad, daar gaat toch echt een man met een trommel (en een fluit) omhoog naar de cupulín, de kleine koepel van de toren van de kathedraal van Salamanca. El Mariquelo heet hij, de klokkenluider.  Zonder touwen, vangnetten of andere veiligheidsmaatregelen klimt hij ieder jaar op 31 oktober omhoog, een traditie die ontstond in 1756, een jaar na de aardbeving van Lissabon. Ook Salamanca schudde bij die zware natuurramp op zijn grondvesten. De inwoners zochten een veilig heenkomen in de kathedraal. Toen de schokken ophielden, bleek dat iedereen de aardbeving had overleefd. De toren, Hiëronimus, genoemd naar de eerste bisschop, helt sinds die tijd wel wat over, al is dat vanaf de straat met het blote oog niet te zien. In de kathedralen (het zijn er twee, een oude Romaans-gothische en een nieuwe laat-gotische, gebroederlijk naast elkaar) zijn op veel plaatsen in de muren de scheuren te zien. Als dank aan God besloot het bisdom in 1756 ieder jaar een dag voor de aardbeving El Mariquelo de toren te laten bestijgen. Tot een aantal jaren geleden ging de klauterpartij nog tot de windvaan, zoals op de foto is te zien. En in weer en wind. Ook als het regent, en het boven op de koepel spekglad is, klimt de trommelaar omhoog. Alleen niet meer tot aan de windvaan. Ángel Rufino de Haro, die de traditie in 1985 weer nieuw leven in blies, gaat tegenwoordig niet hoger dan het kleine koepeltje op een hoogte van ongeveer 100 meter. Daar aangekomen speelt hij een charrada, een soort middeleeuwse troubadoursmuziek, op fluit en trommel. Ook laat hij twee (vredes)duiven los.  Sinds 2002, toen Salamanca, samen met Brugge, culturele hoofdstad van Europa was, kan iedereen zich een beetje Mariquelo voelen. In de toren is sinds die tijd een expositie ingericht over de geschiedenis van de torens (het is een beetje een ingewikkeld verhaal, maar de toren van de nieuwe kathedraal is om de oude toren gebouwd). De bezoeker kan een wandeling maken over het dakterras van ´de kleine toren´ . Er is ook een doorgang naar een galerij die door de oude en nieuwe kathedraal heen loopt, vanwaar je een prachtig uitzicht op het interieur van de kathedralen hebt, en vanwaar je ook van heel dichtbij de zorgwekkende scheuren in de muren kunt zien. Net toen we zondag met Baskische vrienden aan deze bijzondere route door en over de kathedralen wilden beginnen, kwam El Mariquelo het trappenhuis uit, met een rood aangelopen hoofd van de inspanningen en de koude wind die gisteren over de hoogvlakte joeg. Hij had zijn missie weer volbracht. De opdracht van het bisdom was niet alleen om  zo dicht mogelijk bij de hemel God te bedanken, maar tegelijkertijd te controleren of de toren in het afgelopen jaar niet meer uit het lood is gaan staan. El Mariquelo meende van niet.  

   

Nog een laatste toevoeging. Binnenkort kunnen ook de torens van de iglesia de Clerecias worden beklommen. De oude Jezuïetenkerk, die nu de kerkelijke universiteit is, tegenover het Huis met de Schelpen. De andere grote kerk van Salamanca, die je, net als de kathedraal, als je hele goede ogen hebt, al kunt zien als je uit de richting van Ávila komt, ter hoogte van de stier van Osborne, op zo´n 25 kilometer afstand van de stad.

Op kamers in Salamanca

16/07/2010

De grote leegloop is al een tijdje geleden begonnen en dus worden de telefooncellen weer volgeplakt met advertenties. Se aquilla, te huur. Beetje vreemd dat nog steeds de telefoonzuilen slachtoffer zijn van dit papierterrorisme, terwijl iedereen toch een mobiele telefoon heeft. En ook bijzonder, het ongelooflijk grote aanbod van kamers en appartementen  in Salamanca. Helemaal als je het vergelijkt met de Nederlandse steden, waar studenten soms worden weggestopt in zeecontainers bij gebrek aan kamers. Maar in Salamanca is er keuze genoeg, en juist nu in de zomer. De studenten zijn vertrokken en de nieuwe lichting moet nog komen. Het zijn vooral de senioren die in Salamanca appartementen aanbieden. Vaak hebben ze twee of meer appartementen die ze verhuren. Het is voor hen de aanvulling op het pensioen. Je hoeft dus niet via een makelaar of woonvereniging een appartement te zoeken, kan natuurlijk wel, maar je betaalt dan veel meer. Het probleem met de oudjes is wel dat ze heel zuinig op hun appartement zijn én op hun (vaak) hele oude spullen, zodat ze op de meest onverwachte momenten opeens op de stoep kunnen staan.  Een belangrijke tip is ook om een appartement te vinden met individuele verwarming, zodat je niet je kamer uitzweet als de communidad, de vereniging van huiseigenaren, in de winter de verwarming op de hoogste stand zet. Vrienden van me hebben eens een hele winter de ramen open gehad, omdat het binnen tropisch warm was. En in welk gedeelte van Salamanca zoek je je kamer. Als je aan de goede kant van de rivier blijft en in de buurt van de ring, Paseo de San Vicente, Paseo de Carmelitas, Avenida de Mirat en de Paseo de Canalejas zit je al gauw goed. Een leuke straat is de Calle Van Dyck, een straat vol tapasbarretjes en aan het einde van de straat de bioscoop Van Dyck. Je hoeft sowieso niet bang te zijn in een straat terecht te komen zonder bar. Zelfs in de meest afgelegen wijken zijn er altijd wel een paar barretjes. De gemiddelde maandhuur voor een appartement met drie slaapkamers schommelt rond de 450 euro, al wil de huurprijs weleens stijgen als er drie studenten in het appartement gaan wonen.