Posts Tagged ‘Juan Ramón Jiménez’

In de voetsporen van Juan Ramón Jiménez

11/12/2014

001 (2)

 

Ik hoorde begin dit jaar voor het eerst van hem in het gemeentelijk museum van Telde op Gran Canaria. Een paar weken later was ik in zijn geboorteplaats Moguer, een klein dorpje op een steenworpafstand van Palos de la Frontera in Andalusië en nu stond ik plotseling oog in oog met hem in hotel Victoria in de wijk Vedado in Havana. Een onmoeting met een en dezelfde persoon op de meest uiteenlopende plaatsen van de wereld. Van Moguer tot Havana. Dat blijft altijd verrassen als je rondreist. Michael Palin maakte ooit een documentaire over Ernst Hemmingway en reisde daarvoor onder andere naar Florida, Afrika, Havana, Madrid en Pamplona. Een documentaire maken over het leven van Jiménez zou geen ondankbare taak zijn. In zijn biografie op Wikipedia komen plaatsen voor als Madrid, Bordeaux, Washington, Miami, Havana en het eiland Puerto Rico. Tussen 1936 en 1939 verbleef Jiménez in Havana en die jaartallen vertellen veel over de poëet. In die jaren woedde in Spanje de 005 (2)burgeroorlog. Net als zijn intellectuele broeders Antonio Machado en Federico García Lorca steunde ook Jiménez de Republiek. Dankzij bemiddeling van president Azaña kon Jiménez met zijn vrouw naar Washington vluchten. Vandaar reisde het echtpaar naar Havana. In de Cubaanse hoofdstad nam Jiménez onderdak in hotel Victoria. Een groot tegeltableau tegenover de ingang herinnert aan zijn verblijf. Bij de receptie kan niemand vertellen in welke kamer Jiménez verbleef. De poëet kreeg geen museumkamer zoals Hemmingway in hotel Ambos Mundos in Habana Vieja. Waarschijnlijk hebben ze bij de receptie wel andere zorgen aan het hoofd, want het valt niet mee om dit hotel overeind te houden, in de letterlijke betekenis van het woord. In de buitenmuren schreeuwen grote scheuren, alsof zij wel het verhaal van Jiménez willen vertellen.

Hoe zou de sfeer in Havana zijn geweest in de tijd dat Jimenez er was. Het hotel ligt in een mooie buurt. Op twee blokken afstand van de Rampa en de ijssalon van Copelia en bijna onder het 123 meter hoge gebouw Focsa, dat als een open boek neerkijkt op hotel Victoria. Jiménez heeft het gebouw niet gezien, want het Cubaanse wereldwonder van de civiele bouwtechniek werd geopend in 1956, in het jaar dat Jiménez de Nobelprijs van de Literatuur kreeg. Op twee blokken afstand in de richting van de Malecón ligt hotel Nacional. De Bar of Fame van het hotel hangt vol met portretten van illustere gasten, gerangschikt op decenium. In de jaren dertig 007verbleven onder andere Johnny Weismuller, het Trio Matamoros, Erol Flyn en de prins van Wales, Edward VIII. Jammer dat niet wat specifieker staat aangegeven in welk jaar precies deze beroemdheden in het hotel waren, want nu weten we niet of Jiménez de beroemdste Tarzan uit de geschiedenis tegen het lijf is gelopen of naar een optreden is geweest van het Trio Matamoros. ´s Avonds eet de schrijver van deze blog in restaurant La Roca, achter het hotel. Een favoriet restaurant voor de welgestelde Cubanen in Vedado, en goedkoop voor de buitenlander, want niet toeristisch. Bij de ingang staan twee oude mannen met de maitre te praten. Als ze horen dat de bezoeker in hotel Victoria logeert, vertellen ze gelijk dat Jiménez daar ook heeft gelogeerd. En misschien heeft hij daar wel aan zijn beroemde werk Platero y Yo gewerkt. Maar hier sluipt de legende de geschiedenis binnen. Platero y Yo zag in 1914 het levenslicht, dit jaar precies honderd jaar geleden. En dat weten we dankzij de directeur van het gemeentelijk museum León en Castillo in Telde. 

Anuncios

De magie van Platero

24/04/2014

192

Eerst maar even bekennen dat de schrijver van deze blog de Spaanse kinderklassiekers niet kent. Dat bleek wel bij het bezoek aan het museum León y Castillo in Telde op Gran Canaria. Op de binnenplaats van het stadspaleis stond een zilverkleurig ezeltje. Een vreemd voorwerp in een museum dat in het teken staat van de broers León y Castillo. De één was politicus in Madrid en later ambassadeur in Parijs. De ander was de belangrijke man achter de uitbreiding van de haven van Las Palmas. De directeur kwam persoonlijk uitleggen waarom het ezeltje daar was neergezet. Dit was het beroemde ezeltje Platero uit het werk van Nobelprijswinnaar Juan Ramón Jiménez, die in 1914 het werk Platero y Yo schreef. De directeur las ons een paar regels uit het werk voor.

Platero es pequeño, peludo, suave; tan blando por fuera, que se diría todo de algodón, que no lleva huesos. Sólo los espejos de azabache de sus ojos son duros cual dos escarabajos de cristal negro. Een vrije vertaling zou kunnen zijn: Platero is klein, harig, zacht, zo zacht aan de buitenkant dat men zou zeggen dat imagesCAOM4S3Rhij helemaal van katoen is, dat hij geen botten heeft. Alleen de gitzwarte spiegels van zijn ogen zijn hard als twee kevers van zwart kristal. Het werk schijnt na Quichotte en de Bijbel het meest vertaalde werk te zijn, dus er moet ongetwijfeld ook een Nederlandse versie zijn. Op Bol.com wordt het werk wel genoemd, maar is het niet leverbaar.

Wat een aardige man overigens, de museumdirecteur. Ik zie in het Pradomuseum niet zo snel gebeuren dat de directeur uit zijn kantoor komt om persoonlijk het werk van Velazquez of El Greco te tonen. Maar de directeur in Telde vertelde ons ondertussen ook nog even een anekdote over koningin Wilhelmina en wees ons op een portret van de hertog van Alva. Alleen al voor deze aardige man is het museum meer dan de moeite waard om naar toe te gaan vanuit Maspalomas en Playa del Inglés, want verder komen de meeste Nederlanders op Gran Canaria niet.

Zoals ook Moguer een dorp is dat de meeste Nederlanderse toeristen waarschijnlijk niet op de kaart hebben staan. Met SRC stoppen we in dit dorpje in de buurt van Huelva om te lunchen op de route van Niebla naar Palos de Frontera. Omdat de schrijver van deze blog de kinderklassieker van Platero y Yo niet kende, wist hij ook niet dat Jiménez uit Moguer komt. Een collega maakte hem daarop attent. En eenmaal in Moguer werd overal verwezen naar de honderdste verjaardag van Platero. In Moguer stond alleen de lunch op het programma. Helaas was er alleen tijd om even snel het ezeltje op de foto te zetten. Hij staat voor het gemeentehuis, aan het einde van de calle Rábida. Aan het begin van deze straat staat het restaurant El Lobito, waar we aten. Een oude bodega ingericht als restaurant, met onder de schoorsteen een enorme grill met heerlijk vlees. De vader van de eigenaar bood ons een vino blanco de mosto aan en net toen we weer naar buiten gingen, kwam er iemand binnen met drie kistjes aardbeien uit Huelva. We mochten ze proeven en omdat we duidelijk lieten merken dat de aardbeien erg lekker waren, kregen we een heel kistje mee. 

De museumdirecteur, de vader van de eigenaar van het restaurant, de man van de aarbeien. Dat is de magie van Platero. Als je met dit ezeltje op reis gaat, kom je alleen maar aardige mensen tegen. Ik kende Platero niet, maar als mijn zoontjes straks op school ook niet gaan lezen uit Platero, zal ik het ze het verhaal zelf voorlezen. Zo vaak, dat ze het verhaal uit hun hoofd zullen leren. Of in ieder geval de eerste regels.