Posts Tagged ‘Cuba’

Boerengidsen en kalendergidsen

26/03/2010
Een reis(bege)leider op Cuba wordt bijna altijd vergezeld door een lokale gids. Slechts een enkele Nederlandse reisorganisatie stuurt zijn reis(bege)leider alleen op pad. Mijn reisorganisatie SRC werkt wel met gidsen die me bij aankomst altijd opwachten op het vliegveld in hun rode, soms inmiddels ietwat verschoten, Cubanacan-polo.
De gidsen zijn er in alle soorten en maten. Je hebt de zogenaamde guajiro-guías, de boerengidsen, meestal uit de streek van Holguín, die alles weten over de landbouw en tijdens de soms uren durende ritten over het platteland niet verder komen dan ‘look citrus, look ananas, look mango’. Je hebt er ook die direct na vertrek in de ochtend een ellenlang verhaal afsteken en dan de rest van de dag hun mond niet meer open doen. En de guias animadoras, die de reizigers vooral salsadansend vermaken en er niets op tegen hebben om even een oranje leeuw op het hoofd te zetten.
De gids die ik nu bij me had, overigens niet de gidsen van de twee foto´s, was een guia-calendario, de kalendergids, uitblinkend in exacte data en jaartallen van vooral heldendaden uit de onafhankelijksstrijd en de revolutie . Het is overigens een fabeltje dat Cubaanse gidsen geen kritische verhalen over het regime tegen de reizigers mogen vertellen of dat ze lid zijn van de Veiligheidsdienst. De gidsen worden wel regelmatig bijeen geroepen en krijgen van de verschillende ministeries uitleg over nieuwe projecten, die ze kunnen doorvertellen aan hun gasten, dus een klein beetje Apostel van de Cubaanse Zaak zijn ze soms wel. Had trouwens ooit een gids die bij zo´n vergadering al kritiek uitte op het project dat werd uitgelegd. Hij mocht daarna een aantal weken geen reis doen, vertelde hij me. In de bus schroomde hij niet nog meer kritiek te spuien.

 

Anuncios

De twee gezichten van het nieuws

13/03/2010
Vanmorgen van Havanna naar Santiago de Cuba gevlogen.  In het vliegtuig, een keurig toestel van Boeing, met de Mexicaanse vlag nog boven de vleugel, lag het krantje al klaar op de stoel. Granma uiteraard, de Cubaanse staatskrant, want op Cuba geen Telegraaf, Volkskrant of andere buitenlandse kranten. De Cubanen zouden er eens achter komen dat er nog een andere werkelijkheid bestaat. In de krant een groot verhaal over de dissident Orlando Zapata Tamayo, die onlangs tijdens een hongerstaking de dood vond. Aan het woord, weliswaar afgetapt van een televisieprogramma, de moeder van de gevangen politieke activist, die nog rouwde om de dood van haar zoon, maar ook wel even kwijt wilde dat de doktoren er alles aan hadden gedaan om hem in leven te houden. Ook de doktoren vonden dat er een goede samenwerking met de moeder van Orlando was geweest.  En nog een hele medische uiteenzetting van een arts over het fenomeen hongerstaking en wat er met je lichaam gebeurt als je langere tijd niet eet of drinkt.  Maar uiteraard niets over de reden waarom Orlando in hongerstaking was gegaan, dat hij had gestreden voor zijn politieke idealen. Dat moeten we dan maar lezen, wij Westerse geluksvogels, in onze media.
Helaas geen plaatje bij deze blog, want, wat ik al eerder schreef, ook  in dit internetlokaal mag je geen cd of USB-stick gebruiken. Ik vrees ook dat ik dan dit bericht ook niet had afgekregen in een uur. En nu maar hopen dat deze buitenlandse blogger wel gewoon zijn bericht kan plaatsen, zonder vast te lopen in het vangnet van de Cubaanse censuur.

Kritische kunst op Cuba

09/03/2010

Korte toevoeging aan het verhaal van de kritische, vooral jeugdige bloggers, op Cuba. Twee jaar geleden het atelier bezocht van de Cubaanse schilder Pedro Pablo Oliva (1949) in Pinar del Rio, de hoofdstad van de Cubaanse tabakstreek. Veel van zijn schilderijen zijn een aanklacht tegen het Cubaanse regime. Oliva mag exposities organiseren buiten Cuba, maar niet alle schilderijen mogen dan mee. Een keer raden welke doeken zijn atelier niet mogen verlaten. Op de foto hieronder het schilderij uit 2004 met als titel El Gran Abuelo, De Grote Opa. Een oude Fidel Castro met kat op schoot.

En hieronder twee foto’s van fragmenten van het enorme schilderij (290×520 cm) uit 1994, El Gran Apagón, De Grote Stroomuitval.

Een weblog op Cuba

09/03/2010
Een tijdje geleden een vervelend stukje geschreven over onze burgemeester in Salamanca, Julián Lanzarote. De slechtste burgemeester van Spanje stond er boven het verhaal. Gelukkig kon ik de volgende dag nog gewoon over straat, werd ik niet door zijn vrienden opgewacht in het steegje net achter de Plaza Mayor wanneer ik café El Bolero verliet, werd water, gas en licht niet afgesneden en keken vrienden me niet opeens met de nek aan.
Dit kan Cubaanse bloggers wel zomaar overkomen. Cyberdissidenten worden ze genoemd, al zeggen ze zelf dat ze zich niet met politiek bemoeien. De laatste weken wordt door Cubaanse bloggers veel geschreven over de dood van de dissident Orlando Zapata Tamayo die in hongerstaking was gegaan. Maar de blogs gaan ook over de transportproblemen, het bezuinigen op electriciteit, waardoor Cubanen soms uren zonder stroom zitten, het ontbreken van voorzieningen in ziekenhuizen, etc.
 
Op de foto uit El Pais van 4 januari, Claudia Cadelo met een politiebekeuring en achter haar de ironische tekst I love Minint, het ministerie van Binnenlandse zaken. Het adres van haar blog is  http://octavocerco.blogspot.com. Ook te lezen in onder andere het Frans, Engels en Italiaans.
 
Toen Raúl Castro in februari 2008 aan de macht kwam, legde hij een loopplank over de kloof die de Cubaanse jongeren van het internet scheidde. Het was niet langer verboden een computer aan te schaffen en Cubanen kregen toegang tot hotels waar ook toeristen komen (en dus toegang tot de cyberruimten, waarover bijna ieder hotel beschikt).
Maar er zijn weinig Cubanen die daarvan gebruik kunnen maken, omdat een uurtje internetten ongeveer 4 euro kost, eenderde van een gemiddeld maandsalaris. En met de traagheid van het netwerk heb je al snel een uur nodig om iets met je blog te doen. Bovendien is het internet zwaar gecensureerd, kunnen Cubanen niet zo maar iedere site bezoeken. Ook is het op veel plaatsen verboden om USB-sticks of cd’s te gebruiken. Sommige  bloggers kunnen zelfs niet eens hun eigen blog openen. Om teksten te kunnen plaatsen, bellen ze de verhalen door naar vrienden in bijvoorbeeld Spanje of de VS.
 

Meer dan tweehonderd Cubaanse bloggers zijn er inmiddels actief, waarvan de bekendste Yoani Sánchez is,  een blogger van het eerste uur (op de foto rechts). De naam van haar weblog, Generación Y, is een eerbetoon aan alle meisjes die in de ‘Sovjet-jaren’  van Cuba werden geboren, opgroeiden met Russische poppen en een Russische voornaam kregen, zoals  Yusnielis, Yanisleidi, Yoandri, Yusimí en Yuniesky. Ze won al veel internationale prijzen met haar weblog, waaronder in 2008 de Spaanse journalistieke prijs Ortega y Gasset van El País. Ze kreeg toen geen uitreisvisum van de Cubaanse regering om haar prijs persoonlijk in ontvangst te nemen. De site van Yoani Sánchez is ook in het Nederlands beschikbaar: http://www.desdecuba.com/generaciony_nl.
 
Morgen naar Cuba, de laptop gaat niet mee, dus de komende twee weken waarschijnlijk weinig verhalen op deze weblog. Wie meer wil lezen over Cuba, hier een verwijzing naar een aantal pagina’s met overzichten van Cubaanse weblogs, sommigen dus ook in het Engels.

www.vocescubanas.com

www.desdeCuba.com

www.convivenciacuba.es

www.penultimosdias.com

www.cubaencuentro.com

A lo cubano

05/03/2010
Het reisseizoen gaat weer van start. Volgende week voor de negende keer naar Cuba. Anderhalf jaar geleden verbleef ik aansluitend aan een rondreis die ik voor SRC maakte een week bij Cubaanse vrienden in huis. Hieronder een gedeelte uit het verslag van die week.
 
Aliuska voelt zich op haar gemak. We hebben de kleine paladar tegenover hotel Nacional gevonden. Zes tafeltjes zijn er in gepropt. Het privé-restaurant is ingericht in de garage naast het huis. Morgen gaan we naar haar twee zussen in Camagüey en ook haar broer uit Guantánamo zal langskomen. We praten nog wat na over de rondreis. Ik herinner me een grap die de lokale gids Ricardo vertelde en die ik nu aan Aliuska wil vertellen.
´Raúl staat op het plein van de Revolutie een speech…´
´Ssssst, fluistert Aliuska, vertel die mop straks thuis maar´. Je weet inderdaad maar nooit wie er mee luistert.
´Okay, zeg ik, dan vertel ik een andere mop´.
Jeb Bush staat bij het Lincoln Memorial  en tot zijn schrik hoort hij het beeld tegen hem praten. ‘Jeb, haal een paard voor me, ik wil weer ten strijde trekken, oude tijden laten herleven.´
Jeb staart het beeld met open mond aan en gaat snel naar zijn broer George. ´George, je moet nu echt meekomen, ik was net bij het beeld van Lincoln, en opeens begon het tegen me te praten.´
George begint te lachen, maar gaat toch met Jeb mee. Bij het beeld aangekomen, begint Lincoln opnieuw te praten. ´Jeb, wat doe je nu, ik vroeg je om een paard en nu kom je terug met een ezel!´
Aliuska kan nu wel hardop lachen, nu de hoofdpersonen niet Raúl en Fidel Castro zijn die bij het beeld van José Martí staan.   
 
De volgende dag op weg naar Camagüey. Aliuska kijkt al een tijdje gespannen door de voorruit van de bus. In de verte staat langs de weg een grote groep mensen. Sommigen staan pal langs de weg, anderen zitten geduldig op een bankje te wachten tot er een auto of vrachtwagen stopt die ze meeneemt. Opeens ziet Aliuska haar moeder. De chauffeur stopt en haar moeder mag instappen. Zij heeft geluk. De rest moet nog langer wachten in de botella, de fles, zoals het liften in Cuba wordt genoemd.
 
Om vijf uur was ze die ochtend van huis gegaan om zich te nestelen in de liftende gemeenschap. Als de bus stopt is het inmiddels kwart over elf. Dankzij de buschauffeur mag ze de rest van de reis comfortabel doorbrengen in een touringcar die alleen betaalbaar is voor toeristen en rijke Cubanen. Ik betaal de chauffeur 21 pesos, zo´n 15 euro. Aliuska vraagt zich af of het geld wel naar de busmaatschappij gaat. Of betalen we een omkoopprijs om de bus te laten stoppen en verdwijnt het geld in de broekzak van de chauffeur. Op Cuba weet je het nooit.
 
Op Cuba moet je mensen kennen om iets voor elkaar te krijgen. Als toerist tussen Cubanen wordt je op de achtergrond gehouden. Aan de ene kant omdat het Cubanen verboden is zich nadrukkelijk met toeristen op te houden en aan de andere kant omdat bij onderhandelingen de prijzen opeens kunnen oplopen als er een toerist in het spel is. Zo rekent de taxichauffeur in Camagüey een peso meer en wordt het verblijf in een casa particular opeens tien pesos duurder. Maar wat valt ze te verwijten als een gemiddelde toerist een bedrag op zak heeft, waar een Cubaan ongeveer vier jaar voor moet werken, het gemiddelde maandsalaris ligt omgerekend rond de twaalf euro.
 
De toerist geniet ook van de voordelen als hij tussen Cubanen is. Een busticket kan uiteindelijk wel worden bemachtigd omdat zijn Cubaanse vrienden de portier van het busstation kennen. Op de passagierslijst staat een aantal fictieve namen, het zijn tickets die op die manier beschikbaar zijn voor vrienden of kennissen of voor wie het niet erg vindt om wat pesos meer te betalen.
 
Om een dagje naar het strand te gaan, belt een Cubaan niet met OV-informatie voor de tijden van trein of bus. Patxi , de zwager van Aliuska loopt uren door de wijk om te vragen welke chauffeur zijn vrachtwagen voor een dag wil inzetten om de familie honderd kilometer verderop op het strand af te zetten. Al snel heeft hij beet, maar het is een illegale deal, en Patxi vreest dat de twee chauffeurs de dag aan het strand vooral benutten om zich vol te laten lopen met rum, zodat de terugreis nog hachelijker zal worden dan de heenreis in de schemer van de ochtend.
 
Als een Cubaan indruk wil maken in het café legt hij een sleutel op de bar. Met die sleutel kan hij geen porsche of ferrari starten, maar wel een huisdeur openen, die voor anderen gesloten blijven en hij in alle intimiteit van zijn vangst kan genieten. Want in een doorsnee Cubaans huishouden is dat onmogelijk.
Op mijn laatste dag in het huis van mijn Cubaanse vrienden tel ik 14 mensen; oma, moeder, broer, zussen, een oom, en neefjes en nichtjes. Al die tijd dat wij er waren, sliep de zus met haar zoon en moeder in hetzelfde bed. Gezellig met elkaar in de kamer zitten is onmogelijk, er is slechts plaats voor drie schommelstoelen en een kleine Russische zwart-wit televisie. In het huisje zijn twee deuren, de voor- en achterdeur. Van de huiskamer naar de keuken loop je door de twee slaapkamers. Zoveel mensen op zo’n kleine ruimte, je zou verwachten dat het tot spanningen zou leiden, maar niets is minder waar.
 
De laatste avond, het afscheidsdiner. Er is een varkenspoot besteld, die kant en klaar aan huis wordt bezorgd. Om de beurt gaan er twee of drie eters naar de keuken, de rest schommelt in de stoel, danst op muziek, loopt even de straat op en wie iets onder vier ogen wil bespreken neemt plaats op bed. Het leven op zijn Cubaans, a lo Cubano, zong de Cubaanse band Las Orishas.
 
In Nederland hebben Spanjaarden de reputatie dat ze zich nooit druk maken met hun mañana-mentaliteit. Cubanen overtreffen de Spanjaarden daar ruimschoots in.  Zij vinden Spanjaarden erg gestrest.