Posts Tagged ‘Buenos Aires’

Het paleis van de Indianos

13/08/2018

In het Asturiaanse dorp Colombres, dicht bij de grens met Cantabrië, staat de indrukwekkende Quinta de Guadalupe. Voor de blauwe villa ligt een mooi geschoren gazon met palmbomen en hortensia´s. Het landhuis werd in 1906 gebouwd voor de rijke emigrant Iñigo Noriega Laso. Sinds 1987 is hier de Stichting Archief van de Indianos en het museum van de Emigratie ondergebracht.

Ook dit museum heeft er  zijn voordeel mee gedaan dat Spanjaarden niet snel iets weggooien. Daardoor kunnen we tijdens een wandeling door het museum genieten van prachtige zwart-wit foto´s, van bijvoorbeeld Celestino Álvarez, eigenaar van het tijdschrift El Progreso de Asturias, op de ´preekstoel´ in de Cubaanse sigarenfabriek van Romeo en Julia, waar hij 43 jaar onafgebroken voorlas uit zijn tijdschrift.  In de zaal van de Cubaanse emigranten staat ook een maquete van het Centro Asturiano. Dit gebouw,  aan het Parque Central in Havana, staat er nog steeds en heeft niets van zijn glorie verloren. Oude koffers, vaandels van culturele centra, affiches van de stoomboten die van Spanje naar Amerika voeren met de vaartijden, tarieven én de mededeling voor de passagiers naar Buenos Aires, waar het asielzoekerscentrum is gevestigd en dat daar de eerste nachten na aankomst gratis kan worden verbleven.

In de trappenhal hangt de ingelijste tekst ¨Verboden over Politiek te praten´. Om politieke reden emigreerden in de 19e eeuw en na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 veel  Spanjaarden naar Las Indias, zoals Spanje de overzeese gebieden bleef noemen. Vandaar de naam los indianos voor deze emigranten. Ik schreef al eerder over het ´Spaanse kwartier´ in de avendia de Mayo van Buenos Aires waar regelmatig de stoelen door de restaurants vlogen als een politieke discusie uit de hand liep. Spanje werd in de 19e-eeuw getroffen door talloze conflicten tussen de verschillende stromingen als monarchisten, conservatieven, liberalen, republikeinen, nationalisten en regionationalisten. Een andere reden om te emigreren was de armoede op het platteland. Maar aan boord waren ook veel gelukszoekers, zoals Iñigo Noriega Laso, die op 14-jarige leeftijd naar Mexico vertrok. Een legende vertelt dat het begin van zijn successen begint,als hij het voor elkaar krijgt een wet te veranderen die bepaalt dat alle kroegen om twaalf uur ´s nachts moeten sluiten. Maar zijn belangrijkste succes was dat hij in de gunst viel bij dictator Porfirio Díaz. Onder zijn bewind klom Iñigo op tot een vermogend zakenman. Hij was eigenaar van mijnen, textielfabrieken en spoorlijnen. Hij liet de vallei van Chalco droogleggen om het in te richten als een groot landbouwgebied en in zijn geboorteplaats Colombres liet hij de Quinta de Guadalupe bouwen, genoemd naar zijn echtegenote Guadalupe Castro. Deze villa is een van de voorbeelden van de rijke erfenis van de indianos. 

Anuncios

Op de hotelkamer bij Federico García Lorca

13/01/2012

Achter de twee linkerramen op de zevende verdieping, net onder de dakrand, waar geen airco aan de buitenkant hangt, daar is de kamer, waar tussen november 1933 en maart 1934 Federico Garcia Lorca verbleef tijdens zijn bezoek aan Buenos Aires. Het hotel staat aan de Avenida de Mayo, Mazjo, zeggen de Porteños, de inwoners van Buenos Aires. Dit gedeelte van de avenida is het Spaanse kwartier. Schuin tegenover het hotel, serveert restaurant Asturias Fabadas, de typische witte bonenschotel, en om de hoek staat bij restaurant Imparcial speenvarken op de kaart. Onze groepen overnachten ook in Castelar. Het hotel valt niet bij iedereen in de smaak, zelfs niet als je zegt dat Lorca er heeft gelogeerd. Het antwoord is  dan cynisch dat sinds die tijd er nauwelijks iets is veranderd aan het interieur, de faciliteiten en het comfort. Dat geldt overigens niet voor de kamer van Lorca, nummer 704. Die kamer is helemaal leeg geruimd en nu, samen met de gang die leidt naar de kamer, ingericht als een klein museum. Je moet je er niet teveel bij voorstellen, zei het kamermeisje me in de lift, toen ik vroeg of de kamer van Lorca was te bezoeken. Ze had gelijk. In de kamer staat alleen nog een tafel met stoel, een kast en een bijzettafeltje. De sleutel van de kamer kon ik bij de receptie ophalen. De soberheid van de kamer staat in groot contrast met de kamer van Ernest Hemmingway in het hotel Ambos Mundos in Havana. Daar zijn wisselende exposities van persoonlijke eigendommen die het hotel te leen krijgt van de finca Vigia, het landhuis van de Amerikaanse schrijver. En er is een meisje dat op de kamer uitleg geeft over het verblijf van Hemmingway op Cuba. In de kamer van Lorca stond ik helemaal alleen. Het viel me op dat de badkamer bezet was. Ocupado stond er op het slot onder de deurklink. Ik moest denken aan de film La Luz Prodigiosa van Miguel Hermoso, die ik een paar jaar geleden zag. In de film, vertaald in het Nederlands zou de titel zijn, Het Wonderbaarlijke Licht, komt Lorca niet om bij de executie door de soldaten van Franco, maar blijft zwaargewond achter en begint daarna met geheugenverlies aan een lange zwerftocht. Op latere leeftijd duikt hij op in Granada en krijgt langzaam zijn geheugen terug. De film van Hermoso wierp een nieuw (wonderbaarlijk) licht op de ´zaak´ Lorca. Het lichaam van de dichter is nog steeds niet gevonden. De laatste zoektocht, twee jaar geleden, bleef zonder resultaat. En daarom kon Hermoso met zijn film een enorme draai geven aan de geschiedenis van Lorca. En wie in kamer 704 met de gedachten van de regisseur speelt, kan zo maar denken dat Lorca er nog steeds ronddoolt, misschien verscholen in de badkamer.