Posts Tagged ‘Baskenland’

1 caña (eus) = 0,714 caña (esp)

18/04/2012

 

 

 

 

 

We zullen ons in het Baskenland allemaal weleens hebben vergist. Je bestelt een caña en je krijgt een tercio, mediana, tubo, doble caña. Wat de naam ook is, het is in ieder geval een groter glas dan het kleine tapbiertje dat je op andere plaatsen in Spanje krijgt. Met uitzondering van de terassen, want geen ober komt meer naar buiten om een klein biertje op je tafeltje te zetten. De grootste caña dronk ik volgens mij ooit op de Ramblas in Barcelona, dat glas leek meer op een jarra. Dan moet je in de zomer behoorlijk doordrinken om er voor te zorgen dat ook de laatste slok bier lekker koel naar binnen gaat. Maar terug naar het Baskenland. Het kleine tapbiertje heet daar een zurito, en heeft inderdaad dezelfde afmeting (zie de foto linksboven deze post) als het kleine tapbiertje dat je bijvoorbeeld in Madrid krijgt. Het meetlint naast het glas is een beetje overdreven, de ober kon mijn actie niet waarderen. Ik had ook kunnen inzoomen op de inhoudsmaat die op het glas staat, maar zo diep wilde ik ook weer niet in het glaasje kijken.  Dit onderzoek tussen biertjes in Euskadi en Spanje was zo al zwaar genoeg. De krant El País hield in maart een onderzoek naar de kosten van levensonderhoud in verschillende Spaanse regio´s. Ook de prijs van een caña kwam aan bod. In Madrid zou in april 2011 de gemiddelde prijs 1,6 euro zijn, in Bilbao 2 euro, in Valencia 1,4 euro, in Cuenca 1,5 euro en in Sarria 0,8 euro. Vreemd genoeg werd Barcelona niet betrokken bij het onderzoek, maar daar zal de prijs wel ongeveer op het niveau van Madrid liggen. In Bilbao betaal je dus de hoofdprijs, maar na mijn onderzoek weten we nu dat je in het Baskenland veel meer caña voor je geld krijgt, zie de foto hier boven. In de bar waar ik regelmatig kom, betaal je 1 euro voor een zurito, een Baskische caña, en die prijs ligt veel lager dan het landelijke gemiddelde.   

Anuncios

Sla de vaten maar aan

19/02/2012


Je hoeft deze goede vriend niet uit te leggen hoe het er aan toe gaat in een sidreria. Onbeperkt cider tappen, het is een mooi affiche. Maar het restaurant, in dit geval sidreria Marcelo, bij ons in Castro, kondigt het niet groot aan op een krijtbord of in de etalage. Want als je naar een sidreria gaat, wéét je dat je kunt blijven tappen zolang je maar wilt. In het Baskenland is het nu het seizoen van de sidreria´s, die traditioneel zijn geopend tussen ongeveer half januari en half maart. In de Baskische provincie Guipuzcoa, en dan vooral rond Hernani en Astigarraga, iets ten zuiden van San Sebastián, wemelt het van de appelwijnrestaurants. Het bureau van Toerisme in San Sebastián geeft speciale plattegronden uit van de streek, waarop de restaurants zijn ingetekend. De authentieke restaurants zijn ingericht in oude boerderijen, de caseríos. De grote vaten staan op de plaats waar eerst de koeien stonden en de straal cider die langs de karaf of het glas gaat, verdwijnt in de trog. De gasten zitten op banken aan lange houten tafels. Het menu, de prijs schommelt tussen de 25 en 40 euro, bestaat meestal uit een stokvisomelet als voorgerecht en een chuletón, een enorme T-bone steak als hoofdgerecht. De appelwijn wordt overigens in grote tankwagens uit Asturië gereden, daar komt de cider oorspronkelijk vandaan. Uit de vaten komt de sidra gasificada, een cider waar koolzuur en suiker aan wordt toegevoegd. De cider gaat dan nog meer schuimen als hij met een lange straal in karaf of glas wordt geschonken. Alleen dan komen de aroma´s vrij. Cider die niet meer schuimt, hoor je weg te gooien. Beter is natuurlijk nog om te voorkomen dat de schuim verdwijnt en je glas in een teug te legen. El Marcelo in Castro is een modern restaurant. Het vlees komt niet als grote lap, maar in kleine stukjes, en is al voorbereidt in de keuken. Op tafel kun je al steengrillend zelf bepalen of je je vlees doorbakken wilt of niet. Het cidervat staat dicht bij de tafels en op de grond voor het vat staat een klein rond kuipje, dat de gemorste cider opvangt. Als je niet beter weet, zou je denken dat de eigenaar last van lekkage heeft.  Bij de bar staan lange houten tafels en banken, en als je op een zaterdag rond een uur of acht uur binnenkomt, twee uur voor etenstijd, lijkt het wel op een kinderdagverblijf. De ouders staan aan de bar, terwijl de kinderen aan de lange tafels spelen. Overigens heeft El Marcelo veel meer op de kaart staan dan alleen het cidermenu en het restaurant is het hele jaar door geopend, dus wie wil kan ook in de zomer langskomen.    

Heel Spanje houdt de adem in

01/09/2011

 

Terwijl ik de kop boven deze post typ probeer ik me voor te stellen hoe heerlijk rustig het dan hier zou zijn. Even geen geschreeuw meer bij de discussieprogramma´s op televisie, van de mannen in het café of de clubjes vrouwen op straat. Ex-premier Felipe González citeerde vorig jaar in een interview met El País een uitspraak van Manuel Azaña.  Als iedere Spanjaard zou praten over wat hij weet en alleen over wat hij weet, zou er een grote nationale stilte ontstaan, waar we gebruik van zouden kunnen maken om te studeren, zei de president van de Tweede Republiek ooit, wellicht in de jaren van de Spaane burgeroorlog, toen hij met de regering naar Frankrijk vluchtte. Het is een grote waarheid. In discussies gaat het er niet om wie de beste argumenten heeft, maar wie het langst aan het woord is, of het hardste praat. Niemand luistert in deze tertulias naar elkaar. Een politiek discussieprogramma van TVE heet 59 segundos. Langer dan  59 seconden mogen de gasten, politici en journalisten, niet aan het woord zijn. Na 59 seconden verdwijnt de microfoon in de tafel. Nog erger zijn de praatprogramma´s waar de laatste roddels van Spaanse beroemdheden worden doorgenomen. Wie daar het hardste schreeuwt , en dan het liefst met zoveel mogelijk krachttermen in een zin, krijgt daar flink voor betaald.  In Spanje bestaat geen poldermodel. Hier ben je links of rechts, voor de PSOE of de PP, voor Real Madrid of FC Barcelona, lees je El Mundo of El Pais. Als je het in Spanje over verzuiling wilt hebben, kun je het alleen maar hebben over de twee zuilen van Hercules, die keizer Karel V in de 16e eeuw toevoegde aan het wapen van Spanje. En die stonden tegenover elkaar, aan beide kanten van de straat van Gibraltar.  Door de crisis en de bezuinigingsmaatregelen wordt er overal in Spanje harder geschreeuwd dan ooit. Leraren en studenten zijn boos. De voetballers weigerde de eerste competitieronde te spelen. De 15 Mei beweging van de verontwaardigden is nog altijd actief. De vakbonden zullen binnenkort de straat op gaan. De apothekers in La Mancha gaan staken. Een Spanjaard wil het onderste uit de kan en doet geen water bij de wijn. Daar vindt hij zijn wijn ook veel te lekker voor. Die koppigheid werd door Goscinny en Uderzo treffend weergegeven in het boek van Astrix en Obelix in Hispania, waar Pepe, het door de Romeinen ontvoerde zoontje van een Iberisch stamhoofd steeds zijn adem inhield als hij zijn zin niet kreeg. Op de oversteek naar Spanje wilde hij op de boot alleen maar everzwijn eten en in een herberg wilde hij vis. Die Iberische koppigheid zit de Spanjaarden nog steeds in de genen en is een van de weinige karaktertrekken die de de Spanjaarden met elkaar gemeen hebben, of ze nu uit het Baskenland, Catalonië, Extremadura of Valencia komen. De politici van de EU die in 1986 voor het eerst met Spanjaarden om de tafel zaten, worden nog steeds ´s nachts badend in het zweet wakker als ze terugdenken aan de halsstarrigheid van de Spanjaarden die over iedere komma in een rapport urenlang konden dooronderhandelen. Dat zou volgens veel politici in Brussel ook de reden zijn dat de Spanjaarden zoveel miljoenen aan subsidies wisten binnen te slepen. Als een Spanjaard ergens zijn zinnen op heeft gezet, zal hij niet eerder opgeven tot hij zijn zin heeft gekregen. En hij kan daar heel ver in gaan. In sommige gevallen zelfs tot de dood er op volgt als de rabia, letterlijk hondsdolheid, maar ook vertaald als woede, het kookpunt heeft bereikt. Daar wist Azaña alles van.   

Een reclamekaravaan trekt door Spanje

30/08/2011

En dan heb ik het niet over die stoet van sponsoren die voor de wielrenners uitgaat, de reclamewagens die regelmatig een kind aanrijden en de toeschouwer bedelft onder goedkope rommel van petjes en waaiers en daarmee de meest ernstige vorm van hebzucht in de mens laat boven komen. Met de reclamekaravaan bedoel ik de cameramannen en -vrouwen die vanuit helikopters, achter op motoren en vanaf hoge stellages de televisiekijker trakteert op prachtige plaatjes van Spanje. De Vuelta a España is naast een strijd om de rode trui ook een reclamefilm over Spanje. Een vriend die de wielerronde volgt op de Belgische televisie vertelde me dat hij na de etappe van zondag, die door het hamdorp Guijuelo ging, alles weet over de jamón serrano, omdat de Belgische verslaggevers zich niet beperken tot louter informatie over de wielrenners en de etappe.  Als ik met met mijn groepen naar de stad  Ávila rij, dan blijken veel mensen bij het zien van de stadsmuren opeens de stad al te kennen van de Vuelta, waar de wielrenners altijd langs de stadsmuren rijden. En als ik het in Toledo over het keizerlijke wapen van Karel V heb, de adelaar met de dubbele kop, wordt me regelmatig gevraagd of ik ook de adelaar van Toledo ken, de wielrenner Federico Martín Bahamontes die in 1959 de Tour de France won en een klein wielermuseum in Toledo heeft. De Ronde van Spanje begon dit jaar letterlijk op het strand van Benidorm en zal voor het eerst sinds tijden weer naar het Baskenland gaan, omdat het daar weer veilig lijkt te zijn nu de ETA al twee jaar geen aanslagen heeft gepleegd. In het Baskenland hopen ze dat na de wielrenners ook de toeristen zullen komen. De directeur van de Vuelta sprak op de vertrekdag in Benidorm de wens uit om binnen een paar jaar te starten op een van de Canarische eilanden, bijvoorbeeld bij de oude vulkaan de Teide op Tenerife. Gisteren kwam de wielerkaravaan naar Salamanca, waar de individuele tijdrit werd gehouden. De stad had geen betere plaats voor de finish kunnen bedenken dan op de Plaza Mayor, voor het gemeentehuis. Het hele parcours was een mooi visitekaartje voor de stad. De wielrenners kwamen na hun tocht langs weilanden met steeneiken over de Romeinse brug de stad binnen. Vervolgens reden ze langs het art decomuseum Casa Lis en tot slot door de calle San Pablo, langs de kerk van Stefanus, waar het graf van de IJzeren Hertog van Alva  is, naar de Plaza Mayor, volgens de Belgische verslaggevers het mooiste plein van Spanje. Voor ons Nederlanders in Salamanca was het leuk meegenomen dat een landgenoot in de rode leiderstrui het plein kwam oprijden, al moest Bauke Mollema op hetzelfde plein het rood weer inleveren. Veel Spanjaarden die langs de truck van Rabobank kwamen, waar Mollema zich voorbereidde, herkende de Groninger pas na het bestuderen van de fanfoto´s. De Spaanse wielrenners van de Rabobank, Carlos Barredo en Luis León Sanchez kregen meer aandacht. Benieuwd of zij hun Nederlandse ploegmaten hebben uitgelegd wat het eerste gedeelte van de naam van de sponsor, Rabo, in het Spaans betekent. Letterlijk betekent het staart, maar het woord wordt ook populair gebruikt voor het mannelijk geslachtsdeel. Als Luís León of Carlos de grap zou maken, zouden we dat zomaar kunnen horen, want de wielrenners zijn altijd dicht bij het publiek. De sfeer rond de truck van Rabobank was de hele dag ontspannen. Echtgenoten en vriendinnen van de wielrenners liepen de truck in en uit of zaten naast hun geliefde aan een bekertje koffie. De wielrenners bereidden zich op de hometrainer voor de truck voor met tegenover zich de toeschouwers. Dat zullen we in de kleedkamers van FC Barcelona en Real Madrid wel nooit zien, dat de supporters zo maar even binnenlopen als Ronaldo op de massagetafel ligt of als Guardiola zijn spelers de laatste instructies geeft.

Terug in San Sebastián

02/08/2010

In mijn eerste jaren als reisleider, toen ik nog in Nederland woonde, probeerde ik altijd het reisseizoen af te sluiten in San Sebastián. Niet alleen om gedag te zeggen tegen een aantal vrienden, maar ook omdat San Sebastián een geweldige stad is. De stad ligt aan een schelpvormige baai in de oksel van de Golf van Vizcaya en dicht bij de grens met Frankrijk. Zo kreeg het tijdelijke afscheid van het reisseizoen én van Spanje ook een symbolische betekenis. Even gedag zeggen bij de deur en hup, het land uit. Afgelopen week was ik weer in de stad. Ik kon me niet eens meer herinneren wanneer ik er voor het laatst was geweest, in ieder geval meer dan drie jaar geleden. Het bankje op het gazon voor het paleis Miramar stond er nog. Het was mijn favoriete bankje om van de stad te genieten. Uitzicht over de baai met van links naar rechts de heuvel van Igueldo, het eilandje van Santa Clara en de heuvel van Urgull. Bootjes die dobberen in de baai, de regatas, de snelle ranke roeiboten, die als schichten over het water gaan en veel, heel veel mensen op het strand. Als he vloed wordt, zitten ze bijna op elkaars badlaken. ´s Avonds natuurlijk naar de oude wijk. Nergens ter wereld is zo´n hoge concentratie aan barretjes als hier. Je moet er geen tapas of pinchos eten als je honger hebt, want ze zijn ontzettend duur. Maar dat is weer een ander verhaal. San Sebastián is sowieso een dure stad, na Madrid en Barcelona heeft de stad de hoogste huizenprijzen.  Maar dat hoort ook wel bij een mondaine badplaats, waar in september altijd het filmfestival wordt gevierd. In de 19e eeuw streek de koninklijke familie hier neer om de vakantie door te brengen en zelfs Franco bracht de zomer in San Sebastián door, tot de dreiging van de ETA te groot werd. Het viel me in de oude wijk op, dat er veel minder leuzen voor de ETA waren dan in de jaren negentig. De sfeer leek ook een stuk gemoedelijker, maar misschien kwam dat ook wel door de horden toeristen die de wijk bezetten. Ooit, ergens in de jaren negentig, liepen we door de wijk en zagen we een groep jongeren met bivakmutsen door de straat rennen. Toen wij ons hoofd om de hoek staken, keken we recht in de geweerlopen van de Baskische politie, die met gummiekogels de jeugdbeweging van de ETA de wijk uitjoeg. Als je zo naar dat verlaten bankje kijkt op de foto met op de achtergrond de baai en het eilandje van Santa Clara is het bijna niet voor te stellen dat San Sebastián ook een ander gezicht heeft, of hopelijk, heeft gehad.  

Boek nu Baskenland

14/04/2010

Mijn reisorganisatie SRC-cultuurvakanties kwam een paar weken geleden met het verzoek om een droomreis te bedenken. Wel werden er voorwaarden aan de reis gesteld. Het moest een reis in Spanje zijn, het liefst naar een stad of streek waar we op andere reizen niet komen en uiteraard moest de klant enthousiast raken om de reis te boeken. Kortom, ik mocht niet te ver wegdromen. Dat maakte ook niet uit, de reis van mijn dromen maakte ik anderhalf jaar geleden al, met de rugzak door het noorden van Argentinië en Chili, Boliva, Peru en Ecuador. ‘ Heerlijk langs de aardkloot schuren’, zoals mijn collega Ronald dat zo mooi beschreef. Overnachten in kleine hostals, eten op de plaatselijke markten, opeengepakt zitten tussen marktvrouwen met hun waar in lokale bussen en proberen zo min mogelijk de reisgids te gebruiken om te voorkomen in een restaurant in La Paz terecht te  komen, waar bitterballen en blokjes kaas worden geserveerd. Dat lukte dus niet, het was de laatste keer dat ik een tip van mijn reisgids, Footprint, opvolgde.  Heb nooit zo goed de naam van die andere reisgids, de Lonely Planet, begrepen. Zoveel backpackers die met die gids reizen en dus allemaal op dezelfde plaatsen uitkomen, echt lonely kun je dat niet noemen. 
Maar terug naar die andere droomreis. Er zijn tientallen plaatsen in Spanje waar we met SRC niet komen. Er valt zoveel te ontdekken, maar het is niet eenvoudig een nieuwe reis in de markt te zetten. Men boekt toch liever een reis naar de wat bekendere steden, of die door glossy magazines tot ´hot´worden gebombardeerd, zoals Valéncia dat nu lijkt te worden.  De meest geboekte reis bij SRC is het rondje door Andalusië met de steden Ronda, Sevilla, Granada en Córdoba. Daarna komt Barcelona uiteraard, wie kent die stad niet. Maar op de reis Madrid en Castilië valt het me op dat maar weinig mensen steden als Toledo en Segovia kennen. De stad Ávila is weer wat bekender, maar dat komt vooral omdat daar ieder jaar de Ronde van Spanje langs de stadsmuren gaat. Maar een reis organiseren langs bijvoorbeeld Aranjuez, Cuenca, Teruel en Albarracín zal geen succes zijn.  
Ik hoefde uiteindelijk niet lang na te denken, waar ik de reizigers op mijn droomreis mee naar toe wil nemen; het Spaanse Baskenland. Een bekende streek, ook in Nederland, maar helaas vooral vanwege de terroristische organisatie ETA, dat het toerisme nog buiten de deur houdt. En dat terwijl het Baskenland een prachtig gebied is. Kijk maar naar de plaatjes; de kerk van San Juan de Gaztelugatxe, de Rioja Alavesa, het Baskische stukje van de beroemde wijnstreek, en de vissersplaats Bermeo. Ik had al eerder een reis voor SRC geschreven naar het Baskenland. Het lijkt er nu eindelijk van te komen, de vertrekdatum is 23 juli, er zijn al aardig wat boekingen binnengekomen. Meer informatie staat op www.src-cultuurvakanties.nl.