Archive for the ‘Reizen buiten Spanje’ Category

Onder de tram 28

21/04/2014

178

Van een afstand leek het een rij toeristen die op tram 28 stond te wachten in de rua de Conceiçao. Dat zou ook niet verwonderlijk zijn geweest. Ten eerste is deze tramlijn het meest populair bij de toerist omdat hij de drie historische wijken Baixa, Alfama en Barrio Alto aandoet. Bovendien was het palmzondag en het leek wel of heel Spanje was afgereisd naar de Portugese hoofdstad. Weer een teken van de crisis in Spanje. Wel wegwillen, maar dan naar een goedkoop land, dat niet zover weg ligt. Dus dan maar naar de hoofdstad van de buren. Maar toen we een paar blokken verder in de Rua de Prata kwamen, zagen we dat de rij doorliep tot ver in deze straat. De galerias romanas zijn open, zei een jongen in de rij. En die openenen maar drie dagen per jaar. Je kunt je afvragen dat als er zo´n grote belangstelling voor is, waarom dit archeologisch erfgoed niet vaker wordt geopend. Het antwoord kregen we voor in de rij. De toegang tot de Romeinse galerijen ligt onder een putdeksel van de rua de Conceiçao, tussen de tramrails in. Sinds 2005 wordt jaarlijks de putdeksel drie dagen verwijderd. Vandaag was de laatste dag dat de galerijen konden worden bezocht. Drie uur hadden sommigen in de rij galerias romanasgestaan. En wat ze te zien kregen was op zich niet eens zo bijzonder. De blogger Mariano Silva bezocht de galerijen in 2010. Van hem ´leende´ ik de foto hiernaast. De galerijen werden ontdekt in 1771, tijdens de herstelwerkzaamheden na de zware aardbeving van 1755. De hele Baixawijk was verwoest, maar de Romeinse galerijen onder de wijk hadden stand gehouden. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk waar de galerijen voor dienden. Waren het termen, catacomben of fundamenten die moesten voorkomen dat de Romeinse woningen hetzelfde lot zouden ondergaan als de huizen die in 1755 instortten. Twintig personen mochten per keer zo´n twintig minuten ronddolen door de galerijen en ónder de Baixawijk. Misschien was dat nog veel boeiender dan de galerijen zelf. Het moet ook een bijzondere ervaring zijn om na het bezoek weer boven de grond te komen en opeens oog in oog staan met de koeienvanger van de rode toeristentram. Het gevoel van een ontsnapte gevangene die na een vlucht door het riool bij het oplichten van een putdeksel eindelijk de vrijheid en tram 28 ziet.

Anuncios

De foto van een belofte

01/02/2014

111

Het shirt dat ik om mijn schouders heb, haalde ik ongeveer dertig jaar geleden uit de rekken van een Intersportfiliaal  in Tiel. Nu kwam het shirt eindelijk ´thuis´, in Maracaná bij een wedstrijd van zijn Flamengo, want van die club is dit roodzwarte shirt. Waarschijnlijk heb ik het toen behoorlijk op de groei gekocht, want ook al knelde het op sommige plaatsen een beetje, het paste nog steeds. Verbazingwekkend eigenlijk dat het shirt nog steeds niet was versleten, maar dit shirt van een club uit Brazilië was ook gewoon in Brazilië vervaardigd en niet in een of ander Aziatisch land. Nog steeds kleefde aan het shirt de voetbalvreugde uit vervlogen kinderjaren, waarin we van ´s ochtends vroeg tot ´s avonds laat voetbalden. Alsof we de hoofdrol speelden in de reclame van Eurocard, waar een jongetje aan de hand van zijn vader voor het eerst een stadion binnenkomt. Voor het eerst de tribune oplopen van het enorme Maracaná is een beleving, of je nu 12 of 43 bent. Het nieuwe Maracaná, het hart van het Braziliaanse voetbal.

De jongen naast me op de foto leerde ik een jaar of tien geleden kennen. En omdat bij mannen het gesprek bijna altijd over vrouwen en voetbal gaat, werd al snel duidelijk dat Richard en ik het over een ding zeker eens waren: Het WK van 1982 was het beste wereldkampioenschap voetbal aller tijden en Brazilië had het beste elftal. Voetbalkenner Hugo Borst onderschreef 118onze mening in de WK-special van het AD, die begin januari verscheen. Twee jaar geleden kwam ik terug van een reis door Zuid-Amerika, waarbij ook Rio de Janeiro op het programma stond. De enthousiaste verhalen die ik uitstortte over Richard, waren voldoende om af te spreken dat we in het jaar van de WK naar Rio zouden gaan. Niet voor het WK, maar voor Rio, en dan moet je in december of januari gaan als de zomer in volle gang is.

Voor we de Atlantische Oceaan overstaken, kwam Richard langs met de dvd´s van de wedstrijden Brazilië – Argentinië en Brazilië – Italië van het WK van 1982. Twee prachtige wedstrijden, gespeeld in Sarriá, het oude stadion van Espanyol in Barcelona.  Nu pas besefte ik dat de tweede ronde van dat WK werd gespeeld in een poulestysteem. Brazilië, Italië en Argentinië waren ingedeeld in groep C. De winnaar van de groep zou naar de halve finale gaan. Na het zien van de wedstrijden werd me duidelijk waarom we dit WK het beste vonden. Dit was het laatste ´trage´ wereldkampioenschap. De spelers hadden nog ruimte om te voetballen. Ze werden niet opgesloten in een ingewikkelde strategie. Er bestond nog geen hokjesgeest. Socrates verdedigde, maar kwam soms even vrolijk over de flank opzetten richting het doel van de tegenstander. De individuele kwaliteit van de spelers gaf de 102doorslag. Er ging ook veel mis. In de wedstrijd tegen Italië zagen we hoe de Brazilianen in de achterhoede een breedtepass gaven die Rossie eenvoudig onderschepte en verzilverde. Dat zal in het huidige voetbal niet snel meer gebeuren. Risico´s moeten worden uitgesloten. Brazilië speelde de Latijnse versie van het totaalvoetbal met Eder en Zico in de rol van Neeskens en Cruijff. Brazilië zou nooit meer een elftal als dat van 1982 op de been brengen. Het stadion van Espanyol ging jaren later tegen de vlakte.  

Het WK van 1982 was het eerste wereldkampioenschap dat ik min of meer bewust meemaakte. Van 1978, ik was toen 8, kon ik me van de finale alleen nog herinneren dat het veld bezaaid was met witte snippers. En het doelpunt van Kempes. Ik was nog te jong om de impact van deze nederlaag van Oranje te voelen en mijn vader die naast me zat op de bank liet, als ik het me goed herinner, ook niets van woede of frustratie merken. Vier jaar later, in 1982, waren we inmiddels zelf aan het voetballen. Op het grasveld voor school speelden we ons eigen WK met onze idolen. Michael was Schumacher, Björn was Platini, Fred was Boniek, Richard was Maradonna en ik speelde voor Zico. Vandaar ook het shirt van Flamengo, dat Zico droeg tot hij in 1983 naar Udinese in Italië vertrok.

109In de bus van het vliegveld naar ons hotel zagen we dat het eerste weekeinde van ons verblijf in Rio de competitie om de Carioca Cup zou beginnen. Een competitie tussen de voetbalclubs uit Rio de Janeiro. Zondag zou Flamengo in actie komen tegen Audax. Na drie jaar maakte Flamengo zijn rentree in het Maracaná. Drie jaar duurde de verbouwing van het stadion. Nu is het stadion klaar voor de WK. De stoeltjes die ik twee jaar geleden nog buiten op het parkeerterrein opgestapeld zag liggen, zijn weer teruggeplaats, in de bovenste ring wit en naar beneden toe, gebroken met geel en blauw. Veruit de meeste stoeltjes bleven ook tijdens de wedstrijd zichtbaar. Slechts 12.000 supporters bevolkten de tribunes, waar plaats is voor 75.000 toeschouwers. De lage opkomst was waarschijnlijk te wijten aan het feit dat Flamengo uitkwam met het tweede elftal. De hoofdselectie was al in voorbereiding op de Copa de Libertadores, de Zuid-Amerikaanse versie van de Champions League. Ondanks dat de wedstrijd saai was, verveelden we ons geen moment. Om ons heen gebeurde van alles. Een supporter slenterde over de trbiune met een replica van de wereldcup en poseerde voor wie dat wilde. Uiteindelijk  sloot hij vriendschap met een man die zich als engel had verkleed en negentig minuten lang zijn hand hield op een kopie van de Cariocacup, alsof hij het kleinood wilde instralen. Vlak voor ons  maakten twee prachtige cariocas een selfy, waar wij, a la Obama, graag deel van uit hadden willen maken. De harde kern van Flamengo bleek een mobiele eenheid, die eerst in ons vak opdook, maar even later opeens op de tweede ring plaatsnam.

Maar om te voelen hoe het er aan toe kan gaan in een kolkend Maracaná moesten we naar de videoschermen kijken, waar regelmatig de nieuwe carnavalskraker langskwam van de sambaschool Imperatriz Leopoldinese. Een lange sambadreun als ode aan Zico. Flamengo won met 1-0, maar Zico zou zeker niet trots zijn geweest op dit resultaat.

Een dag na de wedstrijd in Maracaná bezochten we ´s ochtends op de Corcovado het beeld van Cristo Redentor, bij wie de middelvinger in de nacht voor onze aankomst door een bliksemflits was veranderd in een opgebrande sigaar. In de middag beloten we naar de wijk Santa Teresa te 193gaan, waar we belandden in een gezellig buurtfeest. Via de trambaan daalden we af naar het centrum en na wat omzwervingen kwamen we toevallig uit op het praça Cruz Vermelha, het plein van het Rode Kruis in gebruik als rotonde.  In het midden voetbalden een paar jongetjes. Aan de straatkant speelden oude mannetjes schaakspel aan kleine vierkante tafeltjes. De bomen die het plein omzoomden hadden hun werk gedaan. Schaduw geven was niet meer nodig, het was het einde van de middag, de schemer viel langzaam over de wijk. Vanaf een bankje keken wij naar de voetballende kinderen. Toen een paar jongetjes in de gaten kreeg dat ze werden gefotografeerd, kwamen ze nieuwsgierig naar ons toe. We vroegen wie hun idool was, Neymar? Verontwaardigd schudden ze het hoofd en trokken een vies gezicht. Neymar voetbalde tot vorig jaar bij Santos, bij de rivaal. Cristiano Ronaldo was hun grote voorbeeld. En een paar jaar geleden was ook Wesley Sneijder dat, voegde een jongetje er aan toe, toen wij vertelden dat we uit Nederland kwamen. Vervolgens nodigden ze ons uit om mee te spelen. Thiago, de leider van het clubje, deelde de teams in. Hij koos voor zijn vriendje Felipe en zijn amigo uit Nederland, die door Thiago als laatste man werd geposteerd.  Zijn zes overige vriendjes vormden met Richard een team. Thiago stak met kop en schouders boven zijn vriendjes uit, op een manier zoals je dat terugziet bij bijvoorbeeld een home-video uit de jeugd van Messi. Thiago haalde de bal ach189terin op, stak het veld over, liep tegenstanders en toevallige passanten die het plein overstaken voorbij en scoorde.  Maar in deze wedstrijd had Thiago het moeilijk. Dat kwam vooral omdat hij in de steek werd gelaten door zijn amigo uit Nederland, die iets teveel bier had gedronken in de wijk van Santa Teresa en bij wie het begon te duizelen als er weer eens vier jongetjes tegelijk op hem afkwamen. Thiago had uiterlijk wel iets weg van Kaká. Het is het jongetje met het zwarte shirt op de foto. Hij was ook geen straatvechter, maar een keurig opgevoed ventje. Na de wedstrijd kwam hij Richard zelfs zijn slippers brengen. Wie weet of wij even hebben mogen voetballen met een nieuwe Messi. Voorlopig is deze Thiago in ieder geval de held van het plein van het Rode Kruis.

Mooie verhalen over Spanje

01/12/2013

015

Het was een hele eer om in dit rijtje te mogen staan. Volgens het Spaans Verkeersbureau schreven de mensen op deze foto de mooiste verhaaltjes over Spanje op hun blog, de schrijvers hier vergezeld door onder andere de directeur van het Spaans Verkeersbureau, gekleed in vurig rood, Milagros Montes en, voor de kijkers, rechts naast haar, de Spaanse ambassadeur Javier Vallaure de Acha. De winnares staat derde van links, Anneke de Bundel, die met maar liefst vier inzendingen was genomineerd en ook in 2011 de prijs Proef Spanje had gewonnen. Veel verhalen over Barcelona en Andalusië merkte de ambassadeur op en weinig verhalen over het noorden van Spanje, zoals Asturië, waar Vallaure de Acha vandaan komt. De gedachte achter de opmerking van de ambassadeur was vooral dat het noorden van Spanje meer aandacht moet krijgen en meer toeristen moet trekken. Hier ligt een taak weggelegd voor Spaans Bloed dat sinds bijna twee jaar aan de noordkust actief is. En wie weet, mag de auteur dan volgend jaar weer in het rijtje staan, dit jaar overigens als enige mannelijke blogger. Heel even had hij nog de hoop dat hij 009 (3)de prijs, een reis naar de Rioja, misschien in de wacht zou slepen, toen hij op weg naar het hotel Carlton Ambassador de Mauritskade overstak. Niet omdat er een zebrapad lag, maar omdat er van beide kanten geen auto aankwam, a lo tonto, zeggen ze in Spanje. Plotseling stond hij voor het geboortehuis van Louis Couperus, die daar op 10 juni was geboren, op nummer 43, in de tijd van Couperus was het nog huisnummer 11. Tien juni is ook de geboortedatum van deze blogger en zijn leeftijd is 43. Het had een mooi signaal kunnen zijn. In zijn boekenkast staat één boek van Couperus; De Ongelukkige, de roman over Boabdil, de laatste Moorse koning van het Alhambra in Granada. Couperus schreef het in 1915. Ik las het in 1994 op een kamertje op de elfde verdieping in een van de woontorens van het Weverziekenhuis in Heerlen, toen ik daar stage liep bij het Limburgs Dagblad. Het was winter, maar de woorden, of beter gezegd het woordgebruik van Couperus, brachten me een paar avonden achtereen weer terug naar de warmte van de prachtige paleizenstad van het Alhambra. Het besneeuwde landschap van Zuid-Limburg maakte plaats voor het prachtige uitzicht op het Alhambra vanaf de plaza de San Nicolás. Het boek is een hommage aan het Alhambra, zoals het Spaans Verkeersbureau het graag ziet. Maar ja, wéér een verhaal over Andalusië.

Een reisje over de Ucayali

12/03/2013

399

Wat zullen we morgen eens gaan doen?  Ze kijkt me veelbetekend aan. Om ons heen schommelen de opvarenden in hun hangmat. Het is zondag, het einde van de middag. De zon maakt zich weer op voor een imposant kleurenspektakel. Binnen een uur zal hij een prachtige oranje gloed over de Ucayali laten glijden, de rivier waarop we richting Pucallpa varen. Dát gaan we morgen en overmorgen dus weer doen. Schommelen in de hangmat en genieten van de natuur, de rivier en de kleine vissersplaatsjes die het schip aandoet om vracht te lossen en passagiers van en aan boord te laten gaan.

De boottocht van Iquitos naar Pucallpa is een riviercruise in de meest primitieve zin van het woord. Op deze boot is geen casino, geen bioscopen, ligstoelen, golfbanen en zwembaden. En er zijn geen toeristen. Soms vraag je je af voor wie de reis meer is bedoeld, voor de vracht of 406voor de pasagiers. Naarmate de dagen vorderen, wordt het laadruim steeds leger en de verdieping daarboven steeds voller met passagiers. Tussen de hangmatten zit geen vijf centimeter ruimte meer. Als je de buitenste hangmat wat aanduwt, schommelt de hele rij mee. Wie wat meer intimiteit wil, kan op de bovenste verdieping een van de 17 kajuiten huren, die het formaat hebben van een kledingkast en waarin alleen plaats is voor een klein stapelbed. Maar je hebt dan geen last van het gesnurk van de andere passagiers of het geluid van dieren, want de  boot lijkt na een dag varen inmiddels steeds meer op de ark van Noach. Na het aandoen van een paar dorpjes hebben we gezelschap gekregen van twee papegaaien, een hond, drie schildpadden en een haan. In het laadruim bivakeren wat kuikens in een paar kisten. En ´s avonds krijgen we trouw bezoek van krekels en vooral muggen die onze boot als een drijvend buffet zien.

411We varen de Ucayali stroomopwaarts. De rivier vormt samen met de Marañon bij Nauta, een kleine plaats net voor Iquitos, de Amazone-rivier. Tenminste, dat zeggen de Peruanen. Want als de Amazone-rivier de grens bereikt, geven de Brazilianen aan dezelfde rivier de naam Solimôes. En wordt de Amazone weer de Amazone op de plaats waar de Rio Negro in de Amazone stroomt. De wieg van de Amazone is een groot deltagebied. Vanuit verschillende delen van de Andes stromen verschillende rivieren naar elkaar toe. Het water van onze rivier de Ucayali, die een lengte heef van 1771 kilometer, komt uit de Urubamba stromen, de rivier die langs Machu Picchu loopt.

Het is regentijd in het Amazonegebied. De stroming is sterk, maar de boot klieft met een snelheid van 35 kilometer per uur door het water. Het landschap is monotoon. Langs de oevers een dichte tropische begroeing, waar het water steeds verder 419binnendringt. Af en toe wordt de monotie onderbroken als het schip een nederzetting aandoet, waar wat vracht wordt gelost. In ieder dorp is het ritueel hetzelfde. Voor we de oever bereiken, zetten een paar jongens de te lossen vracht klaar voor op het schip. Hier zijn nog echte zakkendragers aan het werk. Het schip meert niet aan, maar duwt zichzelf de oever op. De vracht wordt gelost en ambulante verkoopsters klauteren de boot op om hun waar te verkopen. Met grote manden vol met sinaasappels, kokosnoten, verse vis, frisdrank, bananenchips en lokale tropische vruchten, gaan ze over de boot, tot ze het sein krijgen dat de boot weer gaat vertrekken. De bewoners, vaak vissers, blijven achter met onder andere grote langwerpige blokken ijs, die onderweg koel worden bewaard onder een dikke laag rijstschilvers. Met het ijs zullen ze de vis vers kunnen bewaren tijdens de reis naar de markten in Iquitos of Pucallpa.

422Het schip laat de nederzetting achter zich en wordt weer omringd door de grote waterplas, vol met kleine draaikolkjes. De vegetatie aan de oeverlijn is laag, daarboven wordt de lucht opgesierd met prachtige wolkenpartijen, soms opeengepakt en dreigend donkerblauw, dan weer opgelost tot kleine witte watten. Het spektakel weerspiegelt op het wateroppervlakte. De rietkragen buigen naar ons toe om vervolgens door de golfslag achter het schip weer te worden teruggeslagen naar de waterkant. We inhaleren het vredige uitzicht tot we worden opgeschrikt door een leeg bierblikje dat vlak voor onze neus in het water verdwijnt. We zijn amper bekomen van de verbazing of er vliegen nog drie blikjes voorbij. Niet alle passagiers zien de rivier en de omgeving als een kunstwerk van de natuur. Voor velen is de rivier niet meer dan een primair middel om te kunnen reizen. Geld voor een vliegticket hebben ze niet en Iquitos is niet over de 441weg te bereiken. De mensen die in de dorpjes opstappen, hebben op school nog nooit van een campagne als Wees Wijs met Water gehoord en blikvangers staan er niet langs de waterkant. Een klein jongetje krijgt van zijn moeder een lege 2,5 literfles en komt daarmee naar de rand van de boot. We raden al wat er gaat gebeuren en proberen het jongetje met een pedagogisch dialoogje op andere gedachten te brengen.

Amigo, zou jij deze plastic fles opeten?

Het jongetje schudt verlegen zijn hood.

Omdat je weet dat je daar dood van kunt gaan. De visjes in het water weten dat niet en als jij die fles in het water gooit, eten zij die fles misschien op en gaan dan dood. Wil jij dat de vissen dood gaan?

Het jongetje schudt nu onverschillig zijn hoofd en gaat met de fles terug naar zijn moeder. Daar fluistert hij het verhaal in haar oor. Haar moeder haalt de schouders op en het jongetje loopt met de fles naar de andere kant van het schip. Misschien 421wordt nu een van de rivierdolfijnen die we in kleine groepje ssierlijk boven het water zien springen, het slachtoffer van deze milieu-misdaad. Het is een van de karaktertrekjes, waaraan we moeilijk kunnen wennen. Omdat er aan boord geen afleiding is, kun je in drie dagen een vrij compleet antropologisch werk over de Peruanen aan boord samenstellen. Het valt op dat, ondanks de drukte aan boord, de Peruaan er rustig onderblijft. Waarschijnlijk waren het de eerste Spanjaarden die in de 16e eeuw Peru aandeden, niet gelukt om het Spaanse temperament te implanterenin de lokale cultuur. Met zoveel mensen aan boord, die hangmat aan hangmat liggen, zou je verwachten dat er irritaties ontstaan. Maar er is geen wrijving, het lijkt meer op een dans van mensen die letterlijk in hetzelfde schuitje zitten. Als we Pucallpa bereiken, zijn er ongeveer 150 passagiers aan boord. De Peruaan hangt zonder te aarzelen zijn hangmat tussen twee hangmatten, waar nog geen arm tussen past. Degenen die opeens een nieuwe buurman of buurvrouw hebben, zuchten een keer, maar ze zullen de nieuwe passagier niet wegsturen. Gedisciplineerd gaan ze in de rij staan als de bel gaat en ze met hun bord en beker mogen opdraven voor het ontbijt, middageten en avondeten.

457Een Peruaan windt zich niet zo snel op. Mijn buurman Juan vertelt me dat hij tien dagen had vrijgenomen op zijn werk om in Iquitos de gegevens van zijn identiteitskaart om te zetten naar de gemeente waar hij nu woont. Een paar dagen met de boot heen, een paar dagen om langs de verschillende gemeentelijke instanties te gaan en nu was hij weer op weg naar Atalaya, zijn woonplaats waar hij werkt als ingenieur bij de Peruaanse oliemaatschappij. Juan ondergaat zijn lot bewonderenswaardig. Hij geeft niet af op de bureaucratische chaos omdat hij weet dat het geen zin heeft.

Niemand protesteert ook als blijkt dat we niet dinsdag laat in de avond aankomen, maar dat de boot op woensdagochtend aanlegt aan de kade in Pucallpa. Een vertraging van een uur of zes uur stelt hier niets voor. Een nichtje uit Iquitos die ons bij vertrek komt uitzwaaien in de haven, maakte ooit dezelfde tocht. Ze zouden vijf 461dagen over de reis doen. Na acht dagen bereikte ze uiteindelijk de haven van Pucallpa. Als we van boord gaan, zijn we nog steeds niet thuis. In de middag zullen we met de bus het Amazonegebied verlaten en de Andes weer inrijden. Negen uur zullen we over de busrit doen. Of een uurtje meer, we zullen het wel zien.

Betalen voor een ´goed´ betaalde baan

28/01/2013

005

Kreeg een paar dagen geleden via de mail een cartoon binnen uit Spanje. Iemand kijkt naar een enorme rij voor het arbeidsbureau en vraagt waar het einde van de rij is. Het antwoord is dat hij er met de hogesnelheidstrein, de AVE, 45 minuten over doet. Onder de cartoon de woordspeling: het land met de snelste trein heeft de meeste parados, stilstaande mensen. Zwarte humor bij inktzwarte cijfers. Het werkeloosheidspercentage in Spanje is opgelopen tot boven de 26%, bij jongeren is dat 55%. In onze standsplaats Huánuco staan geen rijen bij het arbeidsbureau, eenvoudigweg omdat er hier geen arbeidsbureau bestaat. Tenminste, niet in de vorm zoals wij die kennen. Er zijn particuliere initiatieven, zoals bedrijven of ziekenhuizen, die 006personeel werven, maar veel werkzoekenden komen terecht op de hoek van het park van Santo Domingo, waar de foto boven deze post werd genomen. Het doet denken aan het prikbord bij de ingang van de Albert Heyn. Dit is de plaats waar veel mensen hun baan vinden. Via het informele circuit. In heel Peru is dit cijfer overigens de laatste jaren iets gedaald, van 60% naar 55%. Meer dan de helft van de werkende bevolking vindt dus een baan via deze contactadvertenties of een kruiwagen, dat in Spanje een enchufe wordt genoemd, een stekker, en in Peru el vara wordt, het stokje dat moet worden doorgegeven. Zelfs officiële benoemingen verdwijnen af en toe in het informele moeras. Mijn schoonzus heeft een baan als lerares op meer dan vier uur reizen van de plaats waar haar man en kinderen wonen. Daarom vroeg ze overplaatsing aan. In eerste instantie werd dat gehonoreerd, tot er zich nog een kandidaat voor de vacature presenteerde. Opeens was het niet meer belangrijk welke papieren óp tafel werden gelegd, maar wat er ónder tafel werd doorgegeven. Met smoezen dat de geldigheid van de documenten was 007verlopen of dat er documenten ontbraken, werd de (financiële) druk opgevoerd. De vacature werd bij opbod verkocht.  In Peru is 7,2% van de beroepsbevolking werkeloos. Negen procent van de werkende bevolking is echter minder dan 30 uur actief. Zelfs als je maar een uur per week werkt, ben je officieel niet werkeloos. Doordat een groot deel van de banen wordt verhandeld in het informele circuit, is het moeilijk om de officiële cijfers op waarde in te schatten. Maar toch, als je op de advertenties let die op de ramen van winkels en restaurants zijn geplakt, valt het op dat veel kleine ondernemers op zoek is naar personeel. Juist in de kleindetailhandel worden 001de meeste banen gegenereerd. Vaak zijn het banen zonder enige houvast, geen vast contract, geen ziektekostenverzekering, geen pensioen en lage lonen. Een jongen of meisje in een ijssalon verdient 2 soles per uur, omgerekend zo´n 60 eurocent, dat ook voor Peruaanse begrippen een heel laag bedrag is. Het is een voorbeeld dat hoort bij de cijfers die deze week hier in de pers verschenen. In Latijns-Amerika komt 28% van de werkende bevolking met het salaris niet boven de armoedegrens uit.

Een weerzien in Lima

23/01/2013

dannyvalen

Het kon niet anders dan dat  Lima het toneel zou worden van ons weerzien. De man links op de foto, dit laatste is een hopelijk voor beide personen totaal overbodige toevoeging, is Humberto Ballón Ficher, mijn leraar Spaans op de Academie voor Journalistiek en Voorlichting in Tilburg, waar ik tussen 1991 en 1995 studeerde. De lessen bleven beperkt tot een paar uur in de week en kwamen ook niet in ieder moduul terug. Spaans speelde tot ongenoegen van Humberto een marginale rol op het lesrooster. Daarom nodigde hij me uit zijn colleges te volgen op de KUB, de universiteit van Tilburg, waar hij ook les gaf. Heb me nooit willen afvragen of dit eigenlijk wel helemaal volgens de regels van de KUB was. Zo stoomde Humberto me klaar voor mijn stage bij de Spaanse krant El Periódico de Catalunya, waar Edwin Winkels mij begeleidde.

Tijdens de lessen, maar ook daar buiten, zoals in het Mexicaanse restaurant op de Heuvel, dat nu Tortillas schijnt te heten, en in Bet Kolen, de huiskroeg van de Academie,  deelde Humberto zijn enthousiasme voor zijn geboorteland Peru met me.  Zijn enthousiasme ontmoette mijn nieuwsgierigheid. Maar pas in 2008 zou ik zijn Peru voor het eerst bezoeken. De reis door zijn land had verstrekkende gevolgen, zoals rechts op de foto  boven de post is te zien. Na mijn studie raakte ik het contact met Humberto kwijt. Via de Academie probeerde ik hem nog op te sporen om hem te vertellen wat de consequenties van zijn verhalen over Peru voor mij waren geweest, maar het was vergeefse moeite. Tot in september een reizigster die ik ontmoette op een reis in Madrid, vertelde dat ze een goede vriendin van Humberto is. Daarna was het contact snel gelegd en de afspraak gemaakt. Het weerzien, achttien jaar later, vond plaats in het parque Kennedy in de wijk Miraflores. De foto werd genomen in een restaurant in de buurt van het park. Veel herinneringen kwamen tijdens de maaltijd voorbij. Onder andere aan Desirée Oomens, die ook door Humberto werd uitgenodigd om de lessen te volgen aan de universiteit en zo mijn fietsmaatje werd naar de universiteit. Heeft iemand enig idee waar zij is gebleven?

Sterrenbeelden op Aarde

16/01/2013

392

2013 is natuurlijk een jaar dat veel meer voor de hand ligt om het einde van de wereld in te luiden. Sinds de Tempeliers werden opgebracht op een vrijdag de 13e is dat cijfer ons ongeluksgetal. Tenminste, dat is een van de vele verklaringen. Bij ons bezoek aan de Nasca-lijnen kregen we geen bevestiging van de voorspelling, al legde de Duitse onderzoekster Maria Reiche de Nasca-lijnen en hierogliefen uit als een grote astronomische en argrarische kalender, afgedrukt op de pampa, de droge vlakte buiten Nasca, in het zuiden van Peru. De aap, zoals wij die met onze eenvoudige camera vanuit het kleine vliegtuigje probeerde vast te leggen op de foto boven deze post, zou symbool staan voor de Grote Beer. Met haar ideeën ondermijnde ze de theorieën van verschillende collega´s,  maar iemand die zich veertig jaar heeft ingezet om de geheimen van de Nasca-lijnen te ontrafelen, die de contouren ontdekte van onder andere de aap en de kolibri, verdient het om 419op haar woord te worden geloofd. Op de foto hier links zit ze in de hoek van haar kamer. Rechts van haar hangt 40 jaar onderzoekswerk van inmiddels vergeeld kaartmateriaal. Toen ze haar werk net begon, werd ze la Loca genoemd. Ze werkte met Duitse degelijkheid en ging helemaal op in haar werk. Tijd voor een man had ze niet. Iedere dag wandelde ze kilometers over de vlakte, de lijnend volgend.  Ze verdiende het respect van de bewoners van Nasca met de jaren. En nu kom je haar overal tegen in Nasca. Op een muurschildering net na binnenkomst van Nasca, er staat een beeld van haar in de straat die naar haar is genoemd en ook het vliegveld vanwaar de kleine vliegtuigjes vertrekken voor een rondvlucht over de lijnen draagt haar naam. De erkenning is terecht, want dankzij Reiche heeft Nasca een grote 425inkomstenbron uit het toerisme. Voor 85 dollar laten de toeristen zich nu over de lijnen vliegen om onder andere de aap, condor, kolibri, walvis, hond en spin te bekijken. In het hoogseizoen, vanaf mei, gaat dat bedrag omhoog tot rond de 100 dollar. Het huis aan de Pan-Amerikaanse snelweg, waar ze jaren woonde, is nu haar museum. Daar werd de foto van Maria Reiche Neumann aan haar werktafel genomen. We waren de enige bezoekers, thuis bij Maria. Het deed me denken aan het bezoek aan de hotelkamer van Lorca, waar ik ook alleen was.  Weer het gevoel dat, in dit geval de gastvrouw, ieder moment de kamer komt binnenwandelen. Een gevoel dat de inrichters van het museum hebben geprobeerd te versterken door in de hoek van de kamer een pop van Maria Reiche te plaatsen. Maria Reiche overleed in 1998 op 95-jarige leeftijd. In de tuin, net voorbij een oud Volkswagenbusje, is haar graf. Het ontbrak haar aan tijd om in de lijnen een cyclus te ontdekken, zoals de Maya´s die hadden. Voor onze gemoedstoestand is dat misschien maar goed ook.

Overwinteren in de stad van de eeuwige lente

05/01/2013

viaje a carpish 059

Het staat er echt. Huánuco heeft het beste klimaat van de hele wereld. Het is een mooi affiche. De stad ligt tussen het Andesgebergte en het hoge oerwoud op een hoogte van 1800 meter in het centrum van Peru. Het hele jaar door genieten de inwoners van een gemiddelde temperatuur van zo´n 25 graden. De minimumtemperaturen duiken bijna nooit onder de 17 graden. Hier heeft men een droog en nat seizoen. En ondanks dat dat laatste seizoen net is aangebroken, wil dat niet zeggen dat het de hele dag regent. Het zijn buien die overtrekken. Het regent nooit langer dan een paar uur. Voldoende om de stoffige stad op tijd weer even op te frissen. Het klimaat is te vergelijken met dat van de navidad (14)Canarische eilanden. We hebben geluk dat we hier, tijdens de Europese winter, onze standplaats hebben, al zou ik hier nooit verzeild zijn geraakt als ik vier jaar geleden mijn Peruaanse meisje niet was tegenkomen. Toeristen zie je hier nauwelijks, ondanks de aanlokkelijke slogan van Stad van de Eeuwige Lente en de reclametekst die op de foto boven deze post staat. Nu heeft de stad, naast het heerlijke droge klimaat, ook niet zo veel meer te bieden. De gringos die er komen gebruiken de stad als uitvalsbasis voor bergwandelingen in de omgeving van Huánuco of  maken er een tussenstop op hun weg van Lima via Tingo Maria en Pucallpa naar Iquitos in het Amazonegebied. Dat is overigens een mooie route om een goed beeld te krijgen van de verschillende landschappen in Peru; de woestijnachtige kust, het Andesgebergte en het oerwoud. Huánuco is levendig genoeg om een tussenstop of uitvalsbasis heel aangenaam te maken. De stad telt 120.000 inwoners, heeft een gezellige Plaza de Armas, een a Tomaykichwa 044 (6)vliegveld, universiteiten, ziekenhuizen en een voetbalclub die in de hoogste divisie uitkomt; de Leones de Huánuco. Het episch centrum van de stad is de markt, waar het van vroeg in de ochtend tot laat in de avond druk is. Op zaterdag komen de lokale boeren uit de bergen hun produkten aanbieden, die variëren van tropische vruchten als mango en papaya tot aardappels, koffie, rietsuiker en cocabladeren. Het enige culturele uitstapje dat de toerist kan maken is naar El Templo de las Manos Cruzadas van Kotosh, een 2000 jaar oude pré-Incatempel, die zo´n 5 kilometer buiten de stad ligt. En Huánuco is in heel Peru bekend vanwege het feest van Los Negritos, dat ieder jaar tussen Kerst en Driekoningen wordt gevierd. Tijdens het feest dansen de slaven voor de de Spaanse adel en aanbidden daarbij het Kindje Jezus. Mijn Footprintgids van Zuid-Amerika wijdt maar zeven regels aan de stad. En in die zeven regels meldt de gids niet eens het feit waarop de inwoners van Huánuco het meest trots zijn; dat de stad het beste klimaat ter wereld heeft.  

Handleiding om oudejaarsnacht te vieren in Peru

31/12/2012

fiesta! 022

Nog maar even voortborduren op de vorige post, nu we toch in de feestmaand zijn en vanavond het laatste feestje van 2012 losbarst. Daar zullen die jongens op de foto ook weer bij aanwezig zijn; de 620 ml flessen Cusqueña, met op de fles een subtiel reliëf van een Inca-muur en op het etiket een afbeelding van Machu Picchu. Van de belangrijke biermerken die er in Peru zijn, Pilsner, Cristal en Trujillo, smaakt Cusqueña mij het best. Het merk heeft onlangs ook een heerlijke korenvariant op de markt gebracht, Cusqueña trigo. Het plastic bekertje op de foto maakt een wat zielige indruk bij deze stoere jongens, maar uiteindelijk speelt dat bekertje een belangrijke rol. Het is niet mijn manier van bier drinken, maar in Peru weten ze niet beter. Een fles bier wordt hier gedeeld door meerdere personen, die allemaal uit fiesta! 026hetzelfde bekertje drinken. Bier drinken is een sociale gebeurtenis, tot een bepaald aantal flessen leeg is… Je kunt het vergelijken met de traditie van Argentijnen die de mate met elkaar delen. Het plastic bakje naast het bekertje werd gebruikt om het bierschuim uit het bekertje te kloppen. De traditie schrijft voor dat de eerste slok op de grond moet worden gegooid als dank aan Pachamama, Moeder Aarde, de gulle schenker van het gele vocht. De eerste keer dat ik met het fenomeen in aanraking kwam, had ik totaal niet door wat de bedoeling was. We waren op een bruiloftsfeest waar zo´n 110 gasten op af waren gekomen. In het feestlokaal telde ik maar twee obers. Op die manier zou het een woestijnfeest worden dacht ik nog, totdat naast me twee neven van de bruidegom binnenkwamen en me twee flessen bier gaven en een bekertje. Een paar stoelen verderop kreeg een andere gast ook twee flessen en zo gingen ze met verschillende kratten de hele zaal rond. Je kunt van deze manier van bier drinken behoorlijk onrustig worden, want als jij het glas hebt, staan de anderen droog staan toe te kijken. Resultaat: je drinkt het glas sneller leeg, je collega-drinker doet dat ook en voor je het weet, zijn in een recordtijd de flessen, zoals die op de foto, soldaat gemaakt.

Altijd in voor een feestje

20/12/2012

003

Het begint al voor de geboorte bij de babyshower. Door de navel mag het nog net niet ontsproten geluk meekijken hoe familie en vrienden de dikke buik van moeder bewonderen. Meestal is dan al bekend of het een jongetje of meisje wordt en hoe de baby gaat heten. En als die er eenmaal is, volgen de feesten zich op. Kraamfeest en verjaardagen met een wat groter feest voor meisjes die 15 worden en jongens als ze de 18 jaar bereiken. Met de kerk mogen ze het doopfeest, de Eerste Communie, het Heilig Vormsel, het huwelijk en tal van religieuze feestdagen vieren. Afscheid van de lagere school, afscheid van de middelbare school en het beëindigen van de studie aan de universiteit zijn ook een feestje waard. Op het werk zijn er de a Tomaykichwa 044 (10)personeelsfeestjes en afscheidsfeestjes. Op zich zijn het feesten die we ook in Europa kennen, maar het is de manier waarop de feesten worden gevierd die het anders maakt. De kinderen op de foto boven deze post gaan de lagere school verlaten. Deze week begint in Peru de zomervakantie.  Het feest werd in stijl gevierd, in de grote zaal van een modern vakantiecomplex. Voorafgaand aan het feest werd in de kathedraal een mis gevierd voor de kinderen en daarna kwamen ze opdraven in vol ornaat in de feestzaal, alsof ze een bul hadden gehaald. Een voor een mochten ze op het podium komen, waar ze werden toegesproken door de directeur van de school. In een doosje kregen ze een horloge mee. Persoonlijk vond ik dat een vreemd kado om aan een Peruaan te geven, want Peruanen hebben een moeilijke relatie met de tijd, zoals ik al schreef in een eerder geplaatste post. Een Nederlander vraagt zich waarschijnlijk af waar de Peruanen al die feesten van betalen. Maar zo duur hoeft een feestje niet te zijn. Kleding voor bruiloften en andere feesten wordt vaak gehuurd. Zo zag ik op onze bruiloft bijna twee jaar geleden een nichtje in een jurk die een ander nichtje een jaar daarvoor nog 125droeg op een bruiloft van weer een ander nichtje. Op een bruiloft wordt het eten vaak gefinancierd door de familie van de bruid en bekostigt de familie van de bruidegom de drank, dat vaak niet meer is dan bier en fris. Er zijn winkels, waar je alles kunt kopen en huren voor een kinderfeestje, ze bieden zelfs de service om het huis te komen versieren. Het is allemaal heel eenvoudig, maar het is voldoende voor de Peruanen om er volop van te genieten. Op onze bruiloft gingen de laatste gasten om acht uur ´s ochtends naar huis. Toen waren ze pas verzadigd, na uren cumbia, merengue, regeaton en la hora loca, het gekke uur, een soort Latijns-Amerikaans carnaval, waar je moet voor hebben getraind om aan het einde geen pijn te hebben in al je gewrichten. Terwijl ik deze post nog aan het schrijven ben, zou het opeens zo maar een follow-up kunnen zijn voor een bericht dat in de afgelopen Nederlandse nacht op de digitale versie van de Volkskrant verscheen met als kop dat Zuid-Amerikanen de gelukkigste mensen op aarde zijn. Het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup onderzocht de levensvreugde onder de bevolking van 148 landen. In de top 10 staan maar liefst 7 Latijns-Amerikaanse landen. Panama en Paraguay staan samen op de eerste plaats, Nederland staat elfde op de lijst en Peru komt pas terug op de gedeelde 38e plaats samen met onder andere Jamaica, Uruguay, Zuid-Afrika en 128Taiwan. De conclusie van het onderzoek is dat mensen die in welvarende landen wonen per definitie niet gelukkiger zijn dan mensen in arme landen, waartoe ook Peru behoort. Peru had zeker een stuk hoger gescoord als ik het onderzoek had mogen houden onder de mensen die ik op de verschillende feesten ben tegengekomen, zeker als ik ze de vragenlijst wat later op de avond had voorgehouden.