Archive for the ‘Aan de groene kust’ Category

Zonnen op de helling

30/09/2018

Merkwaardig. Ons dorp Castro Urdiales is gezegend met twee stranden, maar toch rollen veel mensen hun handdoek uit op het beton van de helling onder de middeleeuwse kapel van Santa Ana. Ze gaan het water in tussen de plezierjachten en vissersboten die in de haven liggen. En als je vraagt waarom ze het doen is het antwoord vaak dat ze niet beter weten. Dat ze hier als kind al kwamen. Dat dit hun plaats is. De stranden zijn voor de stadsmensen uit Bilbao. En daarom is Castro Urdiales een dorp. De vissersplaats mag dan ooit van een koning stadsrechten hebben gekregen, de sfeer in de plaats is die van een dorp. Bilbao is de grote stad op 35 kilometer afstand. Castro Urdiales heeft 35000 inwoners, maar in de zomer verdubbelt dat aantal, als de mensen uit Bilbao intrek nemen in hun vakantie-appartement en er vooral Franse en Spaanse toeristen naar de kustplaats komen. Ieder half uur vertrekt er een bus naar Bilbao en ieder ochtend rijden schoolbussen naar de Baskische stad. Als Athletic de Bilbao speelt, hangt bij de barren de roodwitte vlag buiten, zodat we weten dat we daar de wedstrijd op televisie kunnen zien. Terwijl onze hoofdstad toch Santander is. Maar die stad lijkt veel verder weg dan de 65 kilometer die op het bord net buiten Castro  langs de snelweg staat. Het is een hele onderneming om met de streekbus Santander te bereiken. De kinderen voetballen op de pleintjes in een shirt van Athletic. Niemand wil een speler van Racing Santander zijn. In de vroege middeleeuwen waren Castro Urdiales en Bilbao eigendom van dezelfde heer, Don Diego López de Haro, Heer van Vizcaya. Bij een herindeling in de twintigste eeuw zou Castro Urdiales zijn aangeboden aan de Basken, maar die voelen niets voor de adoptatie van de kleine vissersplaats. De vreedzame invasie van de inwoners van Bilbao, die vooral in de jaren negentig goed op gang kwam, heeft de lokale economie geen windeieren gelegd. Van enige wrijving tussen Cantabriërs en Basken is in Castro niets te merken. Maar de stranden zijn voor de mensen uit de grote stad. Op de helling zonnen de dorpelingen van Castro Urdiales. 

Anuncios

Biescas in Asturië

03/09/2018

Als je op Google de naam Biescas intypt, stuurt de zoekmachine je naar de toeristische plaats in de Pyreneeën van Aragón. Biescas kreeg landelijke bekendheid toen in 1996 na hevige regenval een camping van het dorp werd bedolven onder een enorme modderstroom. De natuurramp kostte aan 87 mensen het leven. Maar typ je achter Biescas de streek Asturië in, dan komt weinig informatie tevoorschijn. Dit dorp Biescas ligt verstopt in de westelijke hoek van Asturië en is helemaal niet toeristisch. Waarschijnlijk werden vorige week alle records op toeristisch gebied gebroken toen er één Peruaanse en vier Nederlanders neerstreken. Want naast de achttien boerderijen waaruit het dorp bestaat, heeft Biescas ook één vakantiewoning. Een klein huisje vastgebouwd aan de boerderij van Marce en Ana. Acht jaar geleden bouwde het echtpaar dit huisje als onderkomen voor hun dochter als zij met vriendinnen of een vriendje uit de grote stad voor een paar dagen naar huis kwam. De romantiek van de hooiberg is ook hier verdwenen. Dochterlief kwam steeds minder vaak naar het dorp. Een vriendin van de familie kwam met het idee om het huisje aan te bieden als vakantiewoning en sinds acht jaar prijkt er nu naast de deur een vignet met V.V.; Vivienda Vacacional. Sindsdien kun je het huisje van Marce en Ana vinden op sites als Booking.com en Airbnb. 

Het is de redding voor vervallen boerderijen, verlaten dorpen en ingestorte huzien. Het turismo rural, landelijk toerisme of agrotoerisme. In Cantabrië en Asturië is het een mooie formule om kennis te maken met het leven in de bergen. Ook aan de kust worden de vakantienhuisjes aangeboden met de noemer van turismo rural, maar daar is de sfeer lang niet zo authentiek als in de dorpen en bij de boerderijen in de bergen. Marce en Ana leven niet van het toerisme. Hun inkomen halen ze uit de melkproductie van de 39 koeien die ze hebben. Ze zien de bezoekers ook niet als toeristen, maar als gasten. Vanaf het moment dat je hun straatje binnenrijdt, ontfermen ze zich over je, zonder ook maar een moment opdringerig te worden. Ze helpen je om de auto voor de de kapel te parkeren. Ana, vergezeld door haar trouwe geitje Nani, komt regelmatig aan de deur met verse melk, boter, eieren en aardappels. De kinderen mogen mee in de tractor en kunnen in de stal zien hoe de koeien worden gemelkt. En als Marce ook maar even tijd heeft, vertelt hij verhalen over bijvoorbeeld zijn vader die in de Spaanse burgeroorlog werd gerekruteerd door het leger van Franco. Of het verhaal over de keer dat hij de landbouwexperts van verschillende ambassades mocht toespreken op een congres in Valencia en in die toespraak de ambtenaren er op wees dat slechts twintig procent van de landbouwsubsidies de boeren breikt en tachtig procent door grootgrondbezitters, vaak mensen van adel, wordt opgestreken. Inderdaad stond er jaren geleden een kaartje van Spanje in de krant waarop stond ingetekend waar de Europese landbouwsubsidies terechtkomen. Dat was vooral in de wijk Salamanca in Madrid, waar veel mensen van adel wonen. 

In Biescas is dan geen bakker of een bar, maar het dorp ligt ook niet zo geïsoleerd. Bekende kustplaatsen als Cudillero en Luarca liggen op nog geen drie kwartier rijden. En op weg naar de kust kom je langs dorpen als Ferrera de Gavitos, een goed onderhouden dorp, want ooit woonde er een markies, Muñas de Arriba, waar een oude school staat met links op de gevel het woord niños en rechts niñas. Een container in de bocht van de weg, waar de eigenaar het woord ´radar´ op heeft geverfd. Je rijdt met een glimlach door de streek. Een glimlach die even verdwijnt als Marce vertelt dat hij vreest voor de toekomst van Biescas. Nu zijn er nog achttien veehouders actief. Maar zijn bedrijf zal niet woden overgenomen door de familie als hij ermee stopt en dat zal bij meer veehouders het geval zijn. Ooit lag Biescas aan de camino primitivo. Maar het pad werd omgelegd. Nu gaan de pelgrims langs grotere plaatsen als Salas en Tineo naar Santiago. Biescas raakt langzaam in de vergetelheid. Aan het begin van het dorp beginnen de tegeltjes met de dorpsnaam langzaam af te brokkelen. Hopelijk geeft deze post het dorp weer wat meer bekendheid. 

 

El Hombre Pez van Liérganes

20/08/2018

Daar zit hij, Fransisco de la Vega Casar. Een been opgetrokken, het andere been bungelt boven het water. El Hombre Pez. De man die in het water in een vis veranderde. Hij deed ons gelijk denken aan de met vier Oscars bekroonde film The Shape of Water van Guillermo del Toro die we een paar dagen eerder nog zagen. Fransisco zit in de schaduw van de middeleeuwse brug aan de rivier de Miera in Liérganes. Aan de andere kant staat een oude watermolen die is ingericht als zijn museum. Daar wordt zijn wonderbaarlijke verhaal verteld dat in de 18e eeuw voor het eerst werd opgetekend door de benedictijner monnik en essayist Benito Jerónimo de Feijo in zijn werk Teatro Critico Universal. Als kind zwom Fransisco graag met zijn vrienden in de rivier. Ook toen zijn moeder hem naar Bilbao stuurde om het vak van timmerman te leren, dook hij bijna iedere dag wel even in het water.

Zo ook aan de vooravond van de feesten van de Heilige Johannes. Zijn vrienden verloren hem al snel uit het oog en vreesden dat Fransisco was meegezogen door de sterke stroming. Maanden later werd hij gezien voor de kust van Denemarken, in het Kanaal en in de baai van Cádiz. Als een Vliegende Hollander dook hij overal op. Hij had schubben op grote delen van zijn lichaam. Vissers in Cadíz wisten hem aan wal te krijgen en brachten hem naar het Fransiscaner klooster. Daar werd hij ondervraagd, maar het enige woord dat over zijn lippen kwam was Liérganes. Niemand wist wat hij bedoelde tot de secretaris van de Inquisitie uitsluitsel bracht. Deze man kwam ook uit Liérganes en reisde met Fransisco terug naar het noorden. Negen jaar bleef Fransisco op het droge. Toen begonnen de schubben weer te kriebelen. De Hombre Pez dook in de Mieras en kwam nooit meer terug. 

Wie zijn auto op de grote parkeerplaats bij het treinstation neerzet, komt over de mooie middeleeuwse brug Liérganes binnen en ziet gelijk het standbeeld van el Hombre Pez. Maar Liérganes is veel meer dan deze mythologische figuur. Het is een aangename lommerrijke plaats met grote tuinen achter de huizen, zoals bij whisky bar Los Picos en restaurant-hotel La Giraldilla. De plaats ligt iets ten zuidoosten van Santander, aan het begin van de CA260 richting de bergen. Vanaf de middeleeuwse brug zien we al twee bergtoppen, die de bewoners las tetas noemen, de tieten. Rond het plein staan adelijke paleizen uit de tijd dat Liérganes een belangrijke rol speelde in de handel in kanonnen. Een kilometer of zes buiten Liérganes ligt La Cavada, waar in de 17e en 18e eeuw de grootste kanonnenfabriek van Spanje was gevestigd. Liérganes is zo´n plaatsje, waar je je door de rust die er heerst gelijk thuisvoelt.   

 

Het paleis van de Indianos

13/08/2018

In het Asturiaanse dorp Colombres, dicht bij de grens met Cantabrië, staat de indrukwekkende Quinta de Guadalupe. Voor de blauwe villa ligt een mooi geschoren gazon met palmbomen en hortensia´s. Het landhuis werd in 1906 gebouwd voor de rijke emigrant Iñigo Noriega Laso. Sinds 1987 is hier de Stichting Archief van de Indianos en het museum van de Emigratie ondergebracht.

Ook dit museum heeft er  zijn voordeel mee gedaan dat Spanjaarden niet snel iets weggooien. Daardoor kunnen we tijdens een wandeling door het museum genieten van prachtige zwart-wit foto´s, van bijvoorbeeld Celestino Álvarez, eigenaar van het tijdschrift El Progreso de Asturias, op de ´preekstoel´ in de Cubaanse sigarenfabriek van Romeo en Julia, waar hij 43 jaar onafgebroken voorlas uit zijn tijdschrift.  In de zaal van de Cubaanse emigranten staat ook een maquete van het Centro Asturiano. Dit gebouw,  aan het Parque Central in Havana, staat er nog steeds en heeft niets van zijn glorie verloren. Oude koffers, vaandels van culturele centra, affiches van de stoomboten die van Spanje naar Amerika voeren met de vaartijden, tarieven én de mededeling voor de passagiers naar Buenos Aires, waar het asielzoekerscentrum is gevestigd en dat daar de eerste nachten na aankomst gratis kan worden verbleven.

In de trappenhal hangt de ingelijste tekst ¨Verboden over Politiek te praten´. Om politieke reden emigreerden in de 19e eeuw en na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 veel  Spanjaarden naar Las Indias, zoals Spanje de overzeese gebieden bleef noemen. Vandaar de naam los indianos voor deze emigranten. Ik schreef al eerder over het ´Spaanse kwartier´ in de avendia de Mayo van Buenos Aires waar regelmatig de stoelen door de restaurants vlogen als een politieke discusie uit de hand liep. Spanje werd in de 19e-eeuw getroffen door talloze conflicten tussen de verschillende stromingen als monarchisten, conservatieven, liberalen, republikeinen, nationalisten en regionationalisten. Een andere reden om te emigreren was de armoede op het platteland. Maar aan boord waren ook veel gelukszoekers, zoals Iñigo Noriega Laso, die op 14-jarige leeftijd naar Mexico vertrok. Een legende vertelt dat het begin van zijn successen begint,als hij het voor elkaar krijgt een wet te veranderen die bepaalt dat alle kroegen om twaalf uur ´s nachts moeten sluiten. Maar zijn belangrijkste succes was dat hij in de gunst viel bij dictator Porfirio Díaz. Onder zijn bewind klom Iñigo op tot een vermogend zakenman. Hij was eigenaar van mijnen, textielfabrieken en spoorlijnen. Hij liet de vallei van Chalco droogleggen om het in te richten als een groot landbouwgebied en in zijn geboorteplaats Colombres liet hij de Quinta de Guadalupe bouwen, genoemd naar zijn echtegenote Guadalupe Castro. Deze villa is een van de voorbeelden van de rijke erfenis van de indianos. 

De tapasader van Castro Urdiales

21/07/2018

De foto boven deze post is een sfeerbeeld van de straat La Rua bij ons in het dorp. Samen met de straat Ardigales, die in het verlengde loopt is het de tapasader van ons dorp. Een meer dan geschikte straat voor pintxopote, een Baskisch woord voor een kroegentocht met in iedere bar een wijntje of biertje met een hapje. Het Baskenland staat bekend om zijn tapasstraten, zoals in de oude wijken van Bilbao en San Sebastián. Laatstgenoemde plaats heeft de hoogste concentratie aan tapasbarren in de oude wijk van heel Spanje.  Na een bezoek aan een stuk of vijf barren heb je een aardige maaltijd bij elkaar gegeten en begint de wijn ook zijn tol te eisen. Dus je moet een keuze maken en dat valt niet mee met zo´n groot aanbod. Meestal kom je bij dezelfde barren, omdat ook vrienden daar naar toe gaan of omdat het vertrouwd en altijd goed is. Als we in Ardigales beginnen, is de eertse halte bar Javi. Deze bar heeft het grootste en meest gevarieerde aanbod aan tapas. Op een zaterdag worden ongeveer 240 tapas geserveerd. Naast bar Javi zit het beste restaurant van Castro Urdiales, La Arboleda. Voor de deur staat een vitrine waarin een vers zeebanket in het ijs ligt. Schuin tegenover heeft de eigenaar van La Arboleda Casa Pili overgenomen. Pili sneuvelde na de uitzending van het programma Pesadilla en la cocina, de Spaaanse variant op Herrie in de Keuken. Het nieuwe restaurant heet El Nuevo Funi en de specialiteit is paella, waarmee het restaurant een grote concurrent is voor Don Quichote, die dezelfde specialiteit heeft en ernaast is gevestigd.

Een stukje verderop in de straat zit sidreria Marcelo, dat al jaren het beste vlees van Castro aanbiedt. Als je een menu bestelt, kun je onbeperkt cider tappen uit het vat. Naast Marcelo zit de Lechería, een favoriet voor ouders met kinderen om kip te eten. Een stukje voorbij Marcelo is de populaire nachtkroeg La Noche, een mooie bruine kroeg van de Catalaanse eigenaar Carlos. Na La Noche eindigt de straat Ardigales bij de calle Santander. Aan de overkant begint La Rua met nog meer tapasbarren. El Figon Rosa, la Bodeguita, El Quinto Pino, La Vineria, Kike-U2, La Marinera. De Rua eindigt bijna ín de bar La Kaloka die op de kop van de straat is gevestigd. Net voor La Kaloka zit in de zijstraat Nuestra Señora de bar La Fuente, waar de specialiteit tortilla de patatas is. De tortilla wordt steeds vers uit de keuken van een aanpalend pand op de toog van de bar gezet. En dan zijn in deze route de barren rond het plein van het gemeentehuis in de haven nog niet eens opgenomen. La Cierbanata, la Goleta, Los Chelines, het befaamde restaurant El Marinero en Alfredo. En dan hebben we het ook nog niet gehad over de txistorra van bar Artxanda, de Argentijnse empanadillas van Los Bocaditos en alle andere barren die ongetwijfeld een bezoek meer dan waard zijn. Misschien moeten we die maar bewaren voor een volgende post. Zo blijft het schrijven van een blog een heerlijke bezigheid.

Aan boord van de Victoria

20/07/2018

Dit is de kajuit van het zeilschip La Victoria. Een replica, zoals het hele schip dat is. Het schip ligt voor anker in de haven van Colindres. Wie over de snelweg van Bilbao naar Santander gaat, of vice versa, kan het zien liggen, net voor of na de Ría van Treto. Helaas zijn de zeilen gestreken. Als een pauw die niet kan pronken. Het moet een indrukwekkend gezicht zijn, de witte zeilen met daarin het rode zwaard in de vorm van een kruis, het wapen van de Orde van Santiago. Wat dit schip zo bijzonder maakt, is dat het een replica is van het eerste schip dat tussen 1519 en 1522 de reis om de wereld maakte. Het schip maakte deel uit van een vloot die in 1519, onder leiding van Ferdinand Magellaan, de haven van Sevilla uitvoer. Magellaan zou nooit meer terugkeren in Sevilla. Hij sneuvelde in een strijd op de Filipijnen. Van de vijf schepen voltooide alleen de Victoria de reis. Juan Sebastián Elcano nam na de dood van Magellaan de leiding over. Van de 237 bemanningsleden waarmee de vloot was vertrokken, keerden slechts 18 manschappen terug naar Spanje. De strijd tussen hoop en wanhoop, het gevecht tegen de honger, onderlinge ruzies aan boord. Het is de sfeer die dit schip probeert op te roepen. We zien Elcano in de kajuit, gebogen over de kaarten. Hij moest het project van Magellaan voltooien. Een project om naar de Molukken te zeilen, waar het centrum van de specerijenhandel was gevestigd. Via het westen, niet om de kust van Afrika, zaols de Portugezen deden. Magellaan moest een doorgang vinden, waardoor hij van de Atlantische Oceaan de Stille Oceaan kon opvaren. Later zou deze doorgang zijn naam krijgen. De straat van Magellaan, tussen Vuurland en Patagonië. Een groot eerbetoon aan deze zeevaarder, die veel beroemder is dan Elcano, terwijl die wel de tocht voltooide. Er zijn wel straten naar Elcano genoemd, maar dan vooral in dorpen en steden in het Baskenland, de geboortestreek van de zeevaarder. En er staan twee standbeelden van Elcano in zijn geboorteplaats Getaria. Binnenkort zal de replica van de Victoria ook daar de haven binnenlopen. Overigens heeft ook de replica een plaats in de geschiedenis van de zeevaart gekregen. Deze Victoria was de eerste replica die ook de reis om de wereld maakte. Tussen 2004 en 2006. De bemanning nam wel een sluiproute. De tocht ging niet door de Straat van Magellaan, maar door het kanaal van Panama, en de terugweg ging niet om de Kaap de Goede Hoop, maar door het Suezkanaal.

Een tuinhuis vol speelgoed

16/07/2018

Zo rond half elf gaan de deuren open. Tafeltjes en krukjes worden buiten gezet. De eerste kinderen komen met hun vader, moeder, opa en/of oma het parkje binnenwandelen. Ze snuffelen even in het tuinhuisje en komen dan naar buiten. Met een kleurplaat, een raceauto, ganzenbord of badmintonrackets. Ook al is het prachtig weer en is het strand dichtbij, iedere dag zijn alle krukjes bezet. In twee parken in ons dorp worden ieder jaar bij het begin van de zomervakantie de tuinhuisjes neergezet en volgestouwd met speelgoed. Je zou denken dat dit een initiatief is voor kinderen uit arme gezinnen die zich geen speelgoed kunnen veroorloven, maar niets is minder maar. Deze ludotheken moeten de kinderen niet ván de straat maar juist óp de straat houden. Spanjaarden zijn graag buiten. Parken, pleinen en barren zijn sociale ontmoetingsplaatsen. En dat geldt ook voor dit kleine speelgoedparadijs. Een paradijs, waar de begeleidsters niet bang hoeven te zijn dat het speelgoed stiekem mee naar huis wordt genomen en waar ouders en grootouders aan het einde van de ochtend en middag helpen om het speelgoed weer op te bergen. 

De belangrijkste reden om deze ludotheken te organiseren is om te voorkomen dat kinderen zich gaan vervelen, want hun zomervakantie is lang. Op vrijdag 22 juni renden de kinderen voor het laatst uit school en op maandag 10 september begint het nieuwe schooljaar. Elf weken vakantie. Geen werkende vader en/of moeder die zo´n lange vakantie heeft. Dus opa en oma worden ingeschakeld, kinderen worden naar zomerkampen gestuurd, niet alleen om te spelen, maar ook om bijvoorbeeld Engels te leren. Ook de gemeente van ons dorp organiseert deze zomerkampen, de zogenaamde campamentos urbanos. De animo is zo groot dat er wachtlijsten zijn. De kinderen mogen maximaal een maand deelnemen. Van negen tot één duren de activeiten. Zo wordt er weer een dagdeel van de lange vakantie ingevuld. Onder het afdak van de sporthal in onze straat zitten een paar keer per week een stuk of tien kinderen met twee ouderen aan twee lange tafels. Het is een klein klasje dat schaakles krijgt.      

De trein kwam nooit aan bij de Middellandse Zee

04/07/2018

Net voor aankomst bij het station van Yera vulde de vallei zich met mist. Alsof het station en de troosteloze omgeving niet gezien mochten worden. Of was het juist om de teloorgang van deze plaats te benadrukken. Een verlaten en vervallen station, het perron overwoekerd met onkruid, een waterpartij op de plaats waar nooit een spoorlijn lag. Want hier reed nooit een trein. Hier stond nooit iemand op het perron te wachten. Niet ver van het station duikt een tunnel de bergen in. De tunnel van La Engaña, genoemd naar het riviertje dat er uit de bergen komt stromen. Maar ze hadden de tunnel ook Engaño kunnen noemen, met een o. Dat betekent bedrog in het Spaans en dat is wat deze spoorwegtunnel is. Er reed nooit een trein doorheen. Wel vrachtwagens, als in de winter de bergpas van Escudo door zware sneeuwval weer eens werd afgesloten. Tot 1999. Toen stortten delen van de tunnel in.

De tunnel is bijna zeven kilometer lang, 9676 meter om precies te zijn, en was de langste tunnel van Spanje tot de tunnels voor de hogesnelheidstrein in Barcelona en Madrid werden geboord. Deze tunnel in het zuidwesten van Cantabrië werd in de jaren veertig uitgehakt door Republikeinse gevangenen. 370 gevangenen begonnen aan de zuidkant, 190 gevangenen kropen aan de noordkant de berg in. De tunnel, en ook het station, maakten onderdeel uit van het faraonische project om de Cantabrische kust met de Middellandse Zeekust met een spoorlijn te verbinden. Het idee werd al in de jaren twintig bedacht door generaal Miguel Primo de Rivera, maar de uitvoering begon pas na de Spaanse burgeroorlog. Aan beide kanten van de bergen kwam een dorp met een school en een kerk om de gevangenen onder te brengen. In 1961 werden de werkzaamheden gestaakt. Nooit zou er een trein van Santander naar Sagunto rijden.

De vier tunnels en de drie stations werden een inktzwarte vlek in het zo mooie groene gebied van Pasiegos. Hier komen de lekkerste botercakejes van Spanje vandaan; de soboas. Spreek uit als sobau. Het centrum van deze industrie is het dorp Vega de Pas, waar nog veel ambachtelijke bakkers zijn. Vanuit het dorp is het maar een klein stukje rijden naar het station. Veel nieuwsgierigen komen er een kijkje nemen. Aan de graffity en het afval in en rond het station te zien is het ook een favoriete stek voor hanggroepjongeren. Er zijn plannen om dit omstreden erfgoed een nieuwe functie te geven. Zowel de provincie Burgos als Cantabrië willen de tunnels restaureren en inrichten als via verde. Een groene weg voor fietsers en wandelaars, zoals er veel zijn in Spanje. Voorlopig worstelt men nog met de kosten, 15 miljoen euro. Maar om deze zwarte bladzijde van de Spaanse geschiedenis nu een groene kleur te geven, zo groen als het landschap, is de best denkabre oplossing.    

 

 

De stilte van Somiedo

26/06/2018

Pas op voor overstekende beren. Dit bord zou je eerder in Canada verwachten dan langs een Spaanse weg. Maar het bord staat echt langs een Spaanse weg, tussen de dorpen Aguamestas en Villar de Vildas aan de rand van het natuurgebied van Somiedo in Asturië. In deze regio is vooral het nationale park Picos de Europa bekend, waar jaarlijks duizenden natuurliefhebbers uit binnen- en buitenland neerstrijken. In de zomer zijn de Picos het Benidorm van de natuurparken. Dan is het beter vertoeven in Somiedo, een oase van rust. Het natuurpark ligt ten zuidwesten van Oviedo, de hoofdstad van Asturië.  Deze streek is nog nauwelijks bekend terwijl het op het gebied van fauna toch uitblinkt door de aanwezigheid van meer dan 160 bruine beren. Samen met de Catalaanse Pirineëen is dit de enige streek in Spanje waar de bruine beer voorkomt. Al is het lastig om ze ook echt te zien. Ze zijn mensenschuw en houden zich schuil in de dichte bossen van beuken en eiken. Op onze weg naar Pigüeña, waar we een weekeinde doorbrachten, kwamen we het bord op de foto boven deze post verschillende keren tegen. Het dorpje Pigüeña heeft zijn naam gegeven aan een van de vier belangrijke valleien van Somiedo en aan de rivier die door de vallei stroomt. Dat we in dit dorpje waren terecht gekomen door het huren van een oude Asturische boerenwoning via Airbnb was een schot in de roos. Aan de westkant van het park leven de mensen in volledige harmonie met de natuur. Er zijn nog wat klompenmakers, veehouders, boeren met kleine moestuinen. Overal staan de hórreos, de grote vierkante voorraadschuren op hoge palen. Onder de schuren hangt de was te drogen en staan de landbouwwerktuigen gestald. In Pigüeña was een week voor onze komst bar Ricardo geopend, de enige bar in het dorp. Het meisje achter de bar wist te vertellen dat er in het dorp 18 mensen wonen. Op een bordje achter de bar stond te lezen dat er in de bar plaats is voor 24 gasten. Op bezoekers is dus gerekend.

Iedereen in het dorp heeft wel eens een beer gezien. Af en toe steken ze de kleine weiden over die vanuit het dorp in de bergen zijn te zien. En in het najaar komen ze naar de rand van het dorp als de fruitbomen hun vruchten laten vallen. Een familie uit Burgos had in de meivakantie vanaf het uitzichtspunt bij El Robledo maar liefst 8 beren gespot Toen wij op dat punt stonden moesten we het doen met één hert. Maar met heel veel geduld en geluk zou je in Somiedo de Cantabrische big five kunnen spotten; beer, gems, edelhert, wolf en zwijn. Maar wie dat geluk niet heeft, vindt voldoende troost in de prachtige natuur van Somiedo. Een mooie wandelroute gaat naar de schuilhutten van Pornacal. Een weidegebied, waar de boeren hun koeien naar toe brachten om ze te laten grazen. Bij Pornacal staan nog 32 exemplaren, omringd door gele brem. De wandeling begint bij het dorp Villar de Vindas Aan de oostkant van het park ligt de belangrijkste plaats, Pola de Somiedo, met veel meer inwoners, voorzieningen, appartementen en horeca-voorzieningen, en daardoor veel minder sfeervol dan Piguëna of Villar de Vindas. Pola is wel een goede uitvalsbasis voor een andere mooie wandeling, die leidt naar de meren van Saliencia. Wij zagen die alleen op de foto´s in het bezoekerscentrum, omdat dit wel een hele pittige wandeling was, zeker met kruk en kinderwagen. Geen beren en geen meren voor ons, maar de impressies van het natuurgebied van Somiedo en zeker het dorpje Pigueña, zijn voldoende aanleiding om hier weer eens terug te keren.

Links of rechts

04/05/2018

Daar staan we dan, op een klein pleintje. Rond het pleintje hoge coniferenhagen met daartussen drie paden. Een pad dat ons op het pleintje bracht en twee paden voor ons. We zijn in het grootste labyrint van Spanje. Het doolhof heeft een oppervlakte van 5500 m2 en ligt in Cantabrië, niet ver van bekende plaatsen als Santillana del Mar en de grotten van Altamira. Ruim een jaar geleden werd het doolhof geopend. Het idee was van Emilio Pérez Carral, een gepensioneerde brandweerman die waakte over de bossen in zijn streek. Samen met vrienden en familie plantte hij meer dan vierduizend Cipreses Leilandi en creëerde een fascinerend doolhof zoals die in de 18e eeuw in de Europese paleistuinen werden aangelegd. Maar daar waren het vooral lage buxushaagjes die vanaf boven, vanuit de ramen van het paleis er uitzagen als tapijten. Nu dwalen wij langs meer dan twee meter hoge hagen. Het pleintje, bijna in het centrum van het labyrint, hadden we aardig snel gevonden, maar de weg naar de uitgang, waar ook de ingang is, is een zwaardere opgave.

Het moet er vanuit de lucht grappig uitzien. Groepjes mensen die als mieren over de paden dwalen. Je geduld wordt op de proef gesteld als je weer eens een doodlopende gang inloopt of als halverwege een laan voor de vijfde keer hetzelfde echtpaar hoofdschuddend terugkomt. Aan beide zijkanten van het labyrint zijn nooduitgangen en de verleiding wordt steeds groter om daar maar uit het hek te stappen. Maar dan hoor je opeens iemand roepen dat de uitgang in zicht is, en afgaand op het geluid en de weg vragend aan lotgenoten die net aan hun missie zijn begonnen, doemt daar het verlossende hekje op, waar je anderhalf uur eerder door naar binnen bent gestapt. Kinderen tot zes jaar doen dat gratis, boven die leeftijd is de entreeprijs vier euro. Buiten het doolhof is een bar, zijn picknickplaatsen, toiletten en een grote parkeerplaats.  Voor wie na het avontuur weer even ver van zich af wil kijken, is het een goed idee om naar de kust te rijden, bijvoorbeeld naar Suances, op nog geen half uur rijden van Villapresente. Als je in deze badplaats de borden faro aanhoudt, kom je uit bij het einde van het dorp, waar naast de vuurtoren ook het restaurant El Caserío is. Daar heb je al een prachtig uitzicht op het strand van Suances en op de achtergrond de besneeuwde bergen. Aan het einde van de parkeerplaats voor het restaurant gaat een trap naar beneden tot de playa de los locos, inderdaad, het strand van de gekken. Vroeger was hier een inrichting. Nu staat er onder andere het populaire  strandpaviljoen chiringuito de los locos. Het gezellige terras biedt uitzicht op zee en de kliffen.