Openbaringen uit Samos

005

´Goedemorgen, padre Augustín! Hoe gaat het?´ ´Slecht, jongen, slecht. Alles doet me zeer.´ ´U ziet er anders goed uit. Gaat u nog naar beneden? Jorge is hier ook, die wil u graag even zien.´ ´Zeg maar dat ik bij de ingang zit, in de zon, ik ga wandelstokken maken´. En daar gaat padre Augustín. Met zijn eigen stok slaat hij op de stenen vloer zijn laatste uren, tik, tik, tik. Sara Montiel en een klein donker engeltje kijken hem vanaf de fresco´s aan de muur van de kloostergang glimlachend na. Buiten waggelen in de voormalige kruidentuin achter het klooster een paar ganzen driftig naar een wandelaar die over het pad om het klooster gaat. Op een met mos bedekt muurtje van leisteen schiet een zonnende hagedis tussen twee stenen weg. Bloeiende hortensia´s kleuren de tuinen van het klooster roze. Onder de brug trotseren forellen de stroom van het riviertje Sarria en blijven in de schaduw van de brug. Vanaf dezelfde brug, naast het bureau voor Toerisme is het zicht op het klooster van San Julián het mooist. Het klooster domineert de kleine vallei in de groene heuvels van Galicië. Alleen langs de doorgaande weg staan wat huizen. Het dorp waar het klooster staat heet Samos. De naam is afkomstig uit de taal van de Alanen, en betekent samenkomen. Dat deden de 213Benedictijnermonniken hier al vanaf de 6e eeuw. Wie ooit de pelgrimsweg over de camino Francés heeft afgelegd en bij de plaats Triacastela besloot om niet via San Xil te gaan, kent de plaats en het klooster. En misschien ook wel padre Augustín. Tot een paar jaar geleden verkocht hij in het winkeltje bij de ingang van het klooster de entreekaartjes. Hij verfoeide pelgrims en toeristen die zonder zijn toestemming een foto van hem maakten. ´Het is hier geen dierentuin!´ Een keer stuurde hij een paar pelgrims bijna weer naar buiten nadat ze voor de derde keer hadden gevraagd wanneer de rondleiding eindelijk ging beginnen. ´Als je haast hebt, moet je hier niet zijn. Dan begrijp je er helemaal niets van´, snauwde hij tegen ze.

Maar op een dag wist padre Augustín niet meer hoeveel wisselgeld hij moest teruggeven, ging zijn gehoor achteruit en verdween hij in de privé-vertrekken van het klooster, bij zijn mede-broeders. ´We zijn hier met 22 benedictijnermonniken. Twee zijn er nu op Puerto Rico, niet op vakantie, maar op missie´, was zijn automatische antwoord als iemand wilde weten hoeveel monikken er in het klooster leefden. Een kleine populatie voor een klooster met enorme afmetingen. Het complex bestaat uit twee kloostergangen, waarvan de grootste een oppervlakte heeft van 54 bij 54 meter en daarmee een van de grootste kloostergangen is van Spanje. De cellen in deze kloostergang zijn ingericht als gastenverblijf voor wie spirituele oefeningen wil doen. De monikken verblijven in het laatgotische gedeelte dat er naast is gelegen. Boven, vanuit de gang die leidt naar de slaapvertrekken, kijken de monikken uit op een barokke fontein gevormd door drie rondborstige dames die een schaal dragen. Juan, een novice die ooit de rondleiding deed, wuifde alle 218erotische interpretaties weg. ´In die tijd, de 18e eeuw was het veel erotischer wanneer een vrouw haar rok optrok tot boven haar enkels´.

Juan kwam uit het Baskenland en was een paar jaar later opeens verdwenen. Vertrokken naar een ander klooster werd ons verteld. Maar niemand wilde vertellen waarom. Tot de dag dat mijn chauffeur Jorge op weg naar de onmoeting met padre Augustín bij de ingang van het klooster aan de praat raakt met een monnik van Canarische afkomst die een paar vuilniszakken in een container gooit en terloops de vuile was buiten hangt. ´Het was een complot, twee nieuwe novices konden niet opschieten met Juan en gingen in zijn verleden graven. Ze kwamen erachter dat hij als gemeente-medewerker bij een corruptie-schandaal betrokken was geweest en hebben daarna de abt ingelicht. De zaak lag te gevoelig om Juan nog te kunnen handhaven in het klooster´. Even hebben we het gevoel verzeild te zijn geraakt in een nieuwe roman van Umberto Eco.  Ondertussen is padre Augustín aan 214de zonzijde in de kloostergang op een bankje gaan zitten. Voorovergebogen haalt hij een zakmes over een houten stok heen. Het is steeds dezelfde beweging, soms vertrekt hij een spier. Ik vraag of ik een foto van hem mag maken. Hij knikt instemmend en houdt zijn blik gericht op de stok. Waar zullen zijn gedachten zijn? Hij heeft zoveel meegemaakt in het klooster. Zou hij er bij zijn geweest toen het klooster voor een groot deel door een zware brand werd verwoest. Was hij al ingetreden bij het bezoek van Franco en van prinses Irene met Carlos Hugo, en wat zal hij meer weten van novice Juan, een naam die overigens verzonnen is om de privacy van de novice te respecteren. Padre Augustín zal waarschijnlijk vinden dat ik al veel te veel heb onthuld. Het is hier geen dierentuin en ook geen Animal Farm van George Orwell, hoor ik hem denken. 

Advertenties

Tags: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: