Heel Spanje houdt de adem in

 

Terwijl ik de kop boven deze post typ probeer ik me voor te stellen hoe heerlijk rustig het dan hier zou zijn. Even geen geschreeuw meer bij de discussieprogramma´s op televisie, van de mannen in het café of de clubjes vrouwen op straat. Ex-premier Felipe González citeerde vorig jaar in een interview met El País een uitspraak van Manuel Azaña.  Als iedere Spanjaard zou praten over wat hij weet en alleen over wat hij weet, zou er een grote nationale stilte ontstaan, waar we gebruik van zouden kunnen maken om te studeren, zei de president van de Tweede Republiek ooit, wellicht in de jaren van de Spaane burgeroorlog, toen hij met de regering naar Frankrijk vluchtte. Het is een grote waarheid. In discussies gaat het er niet om wie de beste argumenten heeft, maar wie het langst aan het woord is, of het hardste praat. Niemand luistert in deze tertulias naar elkaar. Een politiek discussieprogramma van TVE heet 59 segundos. Langer dan  59 seconden mogen de gasten, politici en journalisten, niet aan het woord zijn. Na 59 seconden verdwijnt de microfoon in de tafel. Nog erger zijn de praatprogramma´s waar de laatste roddels van Spaanse beroemdheden worden doorgenomen. Wie daar het hardste schreeuwt , en dan het liefst met zoveel mogelijk krachttermen in een zin, krijgt daar flink voor betaald.  In Spanje bestaat geen poldermodel. Hier ben je links of rechts, voor de PSOE of de PP, voor Real Madrid of FC Barcelona, lees je El Mundo of El Pais. Als je het in Spanje over verzuiling wilt hebben, kun je het alleen maar hebben over de twee zuilen van Hercules, die keizer Karel V in de 16e eeuw toevoegde aan het wapen van Spanje. En die stonden tegenover elkaar, aan beide kanten van de straat van Gibraltar.  Door de crisis en de bezuinigingsmaatregelen wordt er overal in Spanje harder geschreeuwd dan ooit. Leraren en studenten zijn boos. De voetballers weigerde de eerste competitieronde te spelen. De 15 Mei beweging van de verontwaardigden is nog altijd actief. De vakbonden zullen binnenkort de straat op gaan. De apothekers in La Mancha gaan staken. Een Spanjaard wil het onderste uit de kan en doet geen water bij de wijn. Daar vindt hij zijn wijn ook veel te lekker voor. Die koppigheid werd door Goscinny en Uderzo treffend weergegeven in het boek van Astrix en Obelix in Hispania, waar Pepe, het door de Romeinen ontvoerde zoontje van een Iberisch stamhoofd steeds zijn adem inhield als hij zijn zin niet kreeg. Op de oversteek naar Spanje wilde hij op de boot alleen maar everzwijn eten en in een herberg wilde hij vis. Die Iberische koppigheid zit de Spanjaarden nog steeds in de genen en is een van de weinige karaktertrekken die de de Spanjaarden met elkaar gemeen hebben, of ze nu uit het Baskenland, Catalonië, Extremadura of Valencia komen. De politici van de EU die in 1986 voor het eerst met Spanjaarden om de tafel zaten, worden nog steeds ´s nachts badend in het zweet wakker als ze terugdenken aan de halsstarrigheid van de Spanjaarden die over iedere komma in een rapport urenlang konden dooronderhandelen. Dat zou volgens veel politici in Brussel ook de reden zijn dat de Spanjaarden zoveel miljoenen aan subsidies wisten binnen te slepen. Als een Spanjaard ergens zijn zinnen op heeft gezet, zal hij niet eerder opgeven tot hij zijn zin heeft gekregen. En hij kan daar heel ver in gaan. In sommige gevallen zelfs tot de dood er op volgt als de rabia, letterlijk hondsdolheid, maar ook vertaald als woede, het kookpunt heeft bereikt. Daar wist Azaña alles van.   

Advertenties

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: