Toen was Barcelona heel gewoon

 

Deze foto van de Rambla in Barcelona nam ik in augustus 1993. Ik hoefde niet te wachten op een leeg stukje Rambla voor ik de foto kon nemen, er wáren gewoon niet meer mensen. En zo was het beeld ook in Parc Guëll, bij de Sagrada Familia, op het plaça Reial en voor het Palau Nacional op Montjuïch. Twee jaar eerder was ik voor het eerst in Barcelona, een jaar voor de Olympische spelen. Ik wist niets van de stad. We overnachtten in een hostal aan de plaça Reial en hadden uitzicht op een brede wandelpromenade met platanen. Later kwamen we erachter dat dit de beroemde Rambla was. Barcelona lag op de schop, het hele havengebied werd opnieuw ingericht. Tussen december 1994 en februari 1995 liep ik stage bij El Periódico de Catalunya en werd Barcelona mijn stad. Toen was het nog zeldzaam om Nederlands om je heen te horen. Na een avondje stappen hielden we midden in de nacht een hardloopwedstrijd over de Rambla, de hoofdprijs was de aardenwerken sangriakan die we uit  de Oveja Negra in het Sitgesstraatje hadden gegapt. In Ravál gingen we naar de bar Kentucky, waar een uit de kluiten gewassen Afrikaanse jongen het rolluik voor ons omhoog deed en in de Sagrada Familia konden we nog gewoon via de slakkentrap omhoog de torens in.

Barcelona maak je mooi, was de slogan van de grote face-lift die de stad in de jaren negentig onderging. Dat deed de stad en vervolgens verkocht de koningin der steden zich.  De  goedkope vluchten overspoelden Barcelona met toeristen. Velen bleven hangen en veranderden de stad.  Barcelona was mijn Barcelona niet meer. Daarna kwam ik er alleen nog maar voor mijn werk. En dat werd door al die toeristen bijna onmogelijk gemaakt. Er hoeven maar twee cruiseschepen aan te meren in de haven en je kunt niet meer over de Rambla lopen. Dinsdag zag ik zeven bussen in de rij staan om de parkeerplaats van het Parc Guëll te kunnen opdraaien. In de paar vrije uren die ik in de stad heb, vlucht ik altijd het restaurantje in van mijn vrienden, in de calle Ferrán. In die straat woonde ik tijdens mijn stage drie maanden in een pension. In 1993 kwam ik er voor het eerst binnen om te eten, rond de klok van zes, wist ik veel dat dat geen tijdstip voor Spanjaarden was om aan tafel te gaan. Een doorsnee Spaanse ober zou me naar buiten hebben gekeken, maar Dori, Juani en Juanjo niet. We sloten een vriendschap voor het leven. Zij zijn er de schuld van dat ik geen idee heb wat er allemaal in Barcelona gebeurt. Waar het ´hot´ is om naar toe te gaan. Voor mij is Barcelona, mijn Barcelona, het restaurantje Don Fernando van Juanjo en Dori. Ze zijn samen met de kleine kruidenier La Fuente en de bakker, schuin tegenover het restaurant de enigen die overgebleven zijn uit de tijd dat ik er woonde. Want de calle Ferrán, die loopt tussen de Rambla en plaça Sant Jaume, werd net als heel Barcelona populair bij toeristen en de maffia uit Rusland en China. En nu puilt de straat uit met trendy Baskische tapasbarren en Ierse pubs, waar geen Bask of Ier werkt. Afgelopen woensdag was ik in Barcelona en lunchte ik met Edwin Winkels bij Dori en Juanjo. Dankzij Edwin Winkels kon ik bij zijn krant El Periódico indertijd stage lopen en dankzij zijn weblog het Barcelonagevoel blijf ik op de hoogte van wat er gebeurt in Barcelona. In de Sagrada Familia besloot ik om Barcelona weer een kans te geven. Als de rust die de basiliek uitstraalt nu het dak erop zit en al het bouwmateriaal en steigers zijn verdwenen, zich gaat verspreiden over de hele stad, moet het weer goed kunnen komen tussen Barcelona en mij. 

Anuncios

Etiquetas: , , ,

Responder

Introduce tus datos o haz clic en un icono para iniciar sesión:

Logo de WordPress.com

Estás comentando usando tu cuenta de WordPress.com. Cerrar sesión / Cambiar )

Imagen de Twitter

Estás comentando usando tu cuenta de Twitter. Cerrar sesión / Cambiar )

Foto de Facebook

Estás comentando usando tu cuenta de Facebook. Cerrar sesión / Cambiar )

Google+ photo

Estás comentando usando tu cuenta de Google+. Cerrar sesión / Cambiar )

Conectando a %s


A %d blogueros les gusta esto: